Paulus voor de Raad, het complot, de brief van de tribuun en de overbrenging naar Caesarea
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Paulus voor de Raad
1Paulus keek de Raad strak aan. Hij zei: „Mannen, broers, ik heb tot op deze dag voor Elohim mijn leven geleid met een volkomen goed geweten.”
2De hogepriester Ananias beval hen die bij hem stonden, Paulus op de mond te slaan.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
ἀρχιερεὺς
(archiereus)
hogepriester
Ἁνανίας
(Hananias)
Ananias
ἐπέταξεν
(epetaxen)
beval
τοῖς
(tois)
aan hen die
παρεστῶσιν
(parestosin)
erbij stonden
αὐτῷ
(auto)
bij hem
τύπτειν
(typtein)
te slaan
αὐτοῦ
(autou)
zijn
τὸ
(to)
de
στόμα
(stoma)
mond
Bron: SBLGNT
Uitleg
Ἁνανίας (Hananias), ‘Ananias’: de hogepriester; hij is een ander dan Ananias in 22:12.
Het Grieks heeft ‘zijn mond’; wij schrijven ‘Paulus’, om verwarring met de hogepriester te voorkomen.
3Toen zei Paulus tegen hem: „Elohim zal u slaan, u witgepleisterde muur. U zit daar om mij volgens de wet te oordelen, en tegen de wet in beveelt u mij te slaan?”
τότε
(tote)
toen
ὁ
(ho)
de
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
πρὸς
(pros)
tegen
αὐτὸν
(auton)
hem
εἶπεν
(eipen)
zei
Τύπτειν
(Typtein)
slaan
σε
(se)
u
μέλλει
(mellei)
zal
ὁ
(ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
τοῖχε
(toiche)
muur
κεκονιαμένε
(kekoniamene)
witgepleisterde
καὶ
(kai)
en
σὺ
(sy)
u
κάθῃ
(kathe)
zit
κρίνων
(krinon)
oordelend
με
(me)
mij
κατὰ
(kata)
volgens
τὸν
(ton)
de
νόμον
(nomon)
wet
καὶ
(kai)
en
παρανομῶν
(paranomon)
tegen de wet handelend
κελεύεις
(keleueis)
beveelt u
με
(me)
mij
τύπτεσθαι
(typtesthai)
geslagen te worden
Bron: SBLGNT
Uitleg
τοῖχος κεκονιαμένος (toichos kekoniamenos), ‘witgepleisterde muur’: een muur die van buiten mooi lijkt en van binnen niet; vergelijk Matt. 23:27 (‘witgepleisterde graven’) en Ezech. 13:10–15, over een muur die met kalk bestreken is.
Paulus spreekt de hogepriester aan met ‘u’. παρανομέω (paranomeo), ‘tegen de wet handelen’.
5Paulus zei: „Ik wist niet, broers, dat hij hogepriester is. Want er staat geschreven: ‘Een leider van je volk zul je niet kwaad toespreken.’”
ἔφη
(ephe)
zei
τε
(te)
en
ὁ
(ho)
de
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
Οὐκ
(Ouk)
niet
ᾔδειν
(edein)
wist ik
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
ὅτι
(hoti)
dat
ἐστὶν
(estin)
hij is
ἀρχιερεύς
(archiereus)
hogepriester
γέγραπται
(gegraptai)
er staat geschreven
γὰρ
(gar)
want
ὅτι
(hoti)
dat
Ἄρχοντα
(Archonta)
leider
τοῦ
(tou)
van het
λαοῦ
(laou)
volk
σου
(sou)
je
οὐκ
(ouk)
niet
ἐρεῖς
(ereis)
zul je zeggen
κακῶς
(kakos)
kwaad
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het citaat is Exod. 22:27 (in de Nederlandse telling is dit 22:28).
Het Hebreeuws heeft ‘Elohim mag je niet vervloeken, en een vorst onder je volk mag je niet vloeken’; de Griekse tekst heeft alleen de tweede helft: ἄρχοντα τοῦ λαοῦ σου οὐκ ἐρεῖς κακῶς, ‘een leider van je volk zul je niet kwaad toespreken’.
Waarom Paulus niet wist dat Ananias hogepriester was, zegt de tekst niet.
6Paulus wist dat het ene deel uit Sadduceeën bestond en het andere uit Farizeeën. Hij riep in de Raad: „Mannen, broers, ik ben een Farizeeër, een zoon van Farizeeën. Ik word geoordeeld vanwege de hoop en de opstanding van de doden.”
Γνοὺς
(Gnous)
wetend
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
ὅτι
(hoti)
dat
τὸ
(to)
het
ἓν
(hen)
ene
μέρος
(meros)
deel
ἐστὶν
(estin)
is
Σαδδουκαίων
(Saddoukaion)
van Sadduceeën
τὸ
(to)
het
δὲ
(de)
maar
ἕτερον
(heteron)
andere
Φαρισαίων
(Pharisaion)
van Farizeeën
ἔκραζεν
(ekrazen)
riep
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
συνεδρίῳ
(synedrio)
Raad
Ἄνδρες
(Andres)
mannen
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
ἐγὼ
(ego)
ik
Φαρισαῖός
(Pharisaios)
Farizeeër
εἰμι
(eimi)
ben
υἱὸς
(huios)
zoon
Φαρισαίων
(Pharisaion)
van Farizeeën
περὶ
(peri)
vanwege
ἐλπίδος
(elpidos)
hoop
καὶ
(kai)
en
ἀναστάσεως
(anastaseos)
opstanding
νεκρῶν
(nekron)
van doden
ἐγὼ
(ego)
ik
κρίνομαι
(krinomai)
word geoordeeld
Bron: SBLGNT
Uitleg
Σαδδουκαῖοι (Saddoukaioi), ‘Sadduceeën’, en Φαρισαῖοι (Farisaioi), ‘Farizeeën’: twee richtingen binnen het Joodse volk; zie Matt. 22:23.
Paulus noemt zichzelf ook elders Farizeeër (Fil. 3:5). ἐλπίδος καὶ ἀναστάσεως (elpidos kai anastaseos), ‘de hoop en de opstanding’: het kan ook ‘de hoop op de opstanding’ betekenen.
9Er ontstond groot geschreeuw. Enkele schriftgeleerden uit de partij van de Farizeeën stonden op en streden fel. Zij zeiden: „Wij vinden niets kwaads in deze man. Maar als een geest of een engel tot hem gesproken heeft …”
ἐγένετο
(egeneto)
ontstond
δὲ
(de)
maar
κραυγὴ
(krauge)
geschreeuw
μεγάλη
(megale)
groot
καὶ
(kai)
en
ἀναστάντες
(anastantes)
opgestaan
τινὲς
(tines)
enkele
τῶν
(ton)
van de
γραμματέων
(grammateon)
schriftgeleerden
τοῦ
(tou)
van de
μέρους
(merous)
partij
τῶν
(ton)
van de
Φαρισαίων
(Pharisaion)
Farizeeën
διεμάχοντο
(diemachonto)
streden fel
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Οὐδὲν
(Ouden)
niets
κακὸν
(kakon)
kwaad
εὑρίσκομεν
(heuriskomen)
vinden wij
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ἀνθρώπῳ
(anthropo)
mens
τούτῳ
(touto)
deze
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
πνεῦμα
(pneuma)
een geest
ἐλάλησεν
(elalesen)
heeft gesproken
αὐτῷ
(auto)
tot hem
ἢ
(e)
of
ἄγγελος
(angelos)
engel
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het Grieks breekt hier af: ‘Maar als een geest of een engel tot hem gesproken heeft …’.
Wij laten de zin onaf.
Lezing
In sommige latere handschriften volgt nog een zin: ‘laten wij ons niet tegen Elohim verzetten’.
De SBLGNT heeft die zin niet.
De tribuun grijpt in
10Toen er grote onenigheid ontstond, werd de tribuun bang dat Paulus door hen uit elkaar gerukt zou worden. Hij beval de troepen naar beneden te gaan, hem uit hun midden weg te rukken en hem de kazerne in te brengen.
πολλῆς
(polles)
grote
δὲ
(de)
maar
γινομένης
(ginomenes)
ontstaande
στάσεως
(staseos)
onenigheid
φοβηθεὶς
(phobetheis)
bang geworden
ὁ
(ho)
de
χιλίαρχος
(chiliarchos)
tribuun
μὴ
(me)
dat niet
διασπασθῇ
(diaspasthe)
uit elkaar gerukt zou worden
ὁ
(ho)
de
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
ὑπ’
(hyp’)
door
αὐτῶν
(auton)
hen
ἐκέλευσεν
(ekeleusen)
beval
τὸ
(to)
de
στράτευμα
(strateuma)
troepen
καταβὰν
(kataban)
naar beneden gaand
ἁρπάσαι
(harpasai)
weg te rukken
αὐτὸν
(auton)
hem
ἐκ
(ek)
uit
μέσου
(mesou)
midden
αὐτῶν
(auton)
hun
ἄγειν
(agein)
te brengen
τε
(te)
en
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
παρεμβολήν
(parembolen)
kazerne
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Kazerne (burcht Antonia?; Jeruzalem; ligging onzeker): De kazerne was het Romeinse garnizoen bij de tempel in Jeruzalem.
De overlevering noemt haar de burcht Antonia, aan de noordwesthoek van de tempelberg.
De tekst noemt geen naam; dit is niet zeker.
Uitleg
χιλίαρχος (chiliarchos), ‘tribuun’: zie 21:31. στράτευμα (strateuma), ‘troepen’: de Romeinse soldaten uit de kazerne; zie 21:34. διασπάω (diaspao), ‘uit elkaar rukken’.
De Heer bemoedigt Paulus
11In de nacht daarop stond de Heer bij hem en zei: „Heb moed! Want zoals je in Jeruzalem over Mij getuigd hebt, zo moet je ook in Rome getuigen.”
Τῇ
(Te)
de
δὲ
(de)
maar
ἐπιούσῃ
(epiouse)
volgende
νυκτὶ
(nykti)
nacht
ἐπιστὰς
(epistas)
bij hem staand
αὐτῷ
(auto)
hem
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
εἶπεν
(eipen)
zei
Θάρσει
(Tharsei)
houd moed
ὡς
(hos)
zoals
γὰρ
(gar)
want
διεμαρτύρω
(diemartyro)
je volledig getuigd hebt
τὰ
(ta)
het
περὶ
(peri)
over
ἐμοῦ
(emou)
Mij
εἰς
(eis)
in
Ἰερουσαλὴμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
οὕτω
(houto)
zo
σε
(se)
je
δεῖ
(dei)
het is nodig
καὶ
(kai)
ook
εἰς
(eis)
in
Ῥώμην
(Rhomen)
Rome
μαρτυρῆσαι
(martyresai)
te getuigen
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Zie Rome: Rome was de hoofdstad van het Romeinse rijk, aan de Tiber in het midden van Italië.
12Toen het dag werd, vormden de Joden een samenzwering. Zij stelden zichzelf onder een ban en zeiden dat zij niet zouden eten en niet zouden drinken, totdat zij Paulus gedood hadden.
Γενομένης
(Genomenes)
geworden
δὲ
(de)
maar
ἡμέρας
(hemeras)
dag
ποιήσαντες
(poiesantes)
makend
συστροφὴν
(systrophen)
samenzwering
οἱ
(hoi)
de
Ἰουδαῖοι
(Ioudaioi)
Joden
ἀνεθεμάτισαν
(anethematisan)
stelden onder een ban
ἑαυτοὺς
(heautous)
zichzelf
λέγοντες
(legontes)
zeggend
μήτε
(mete)
noch
φαγεῖν
(phagein)
te eten
μήτε
(mete)
noch
πιεῖν
(piein)
te drinken
ἕως
(heos)
totdat
οὗ
(hou)
dat
ἀποκτείνωσιν
(apokteinosin)
zij doden
τὸν
(ton)
de
Παῦλον
(Paulon)
Paulus
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀναθεματίζω (anathematizo), ‘onder een ban stellen’: zichzelf een vloek opleggen als men de gelofte niet houdt. συστροφή (systrophe), ‘samenzwering’: letterlijk ‘samenscholing’.
13Het waren er meer dan 40 die deze samenzwering aangingen.
ἦσαν
(esan)
waren
δὲ
(de)
maar
πλείους
(pleious)
meer
τεσσεράκοντα
(tesserakonta)
40
οἱ
(hoi)
zij die
ταύτην
(tauten)
deze
τὴν
(ten)
de
συνωμοσίαν
(synomosian)
samenzwering
ποιησάμενοι
(poiesamenoi)
aangegaan zijn
Bron: SBLGNT
14Zij gingen naar de hogepriesters en de oudsten. Zij zeiden: „Wij hebben onszelf onder een zware ban gesteld om niets te proeven totdat wij Paulus gedood hebben.
οἵτινες
(hoitines)
zij die
προσελθόντες
(proselthontes)
naderend
τοῖς
(tois)
aan de
ἀρχιερεῦσιν
(archiereusin)
hogepriesters
καὶ
(kai)
en
τοῖς
(tois)
aan de
πρεσβυτέροις
(presbyterois)
oudsten
εἶπαν
(eipan)
zeiden
Ἀναθέματι
(Anathemati)
met een ban
ἀνεθεματίσαμεν
(anethematisamen)
hebben onder een ban gesteld
ἑαυτοὺς
(heautous)
onszelf
μηδενὸς
(medenos)
niets
γεύσασθαι
(geusasthai)
te proeven
ἕως
(heos)
totdat
οὗ
(hou)
dat
ἀποκτείνωμεν
(apokteinomen)
wij doden
τὸν
(ton)
de
Παῦλον
(Paulon)
Paulus
Bron: SBLGNT
Uitleg
πρεσβύτεροι (presbyteroi), ‘oudsten’: hier de oudsten van het Joodse volk, zoals in Luc. 22:52; in 21:18 zijn het de ouderlingen van de gemeente. Ἀναθέματι ἀνεθεματίσαμεν (Anathemati anethematisamen) is letterlijk ‘met een ban hebben wij onszelf onder een ban gesteld’: een nadrukkelijke manier van spreken.
15Laat u nu dus, samen met de Raad, de tribuun weten dat hij hem naar u moet brengen, alsof u zijn zaak nauwkeuriger wilt onderzoeken. Wij zijn bereid hem te doden voordat hij dichterbij komt.”
νῦν
(nyn)
nu
οὖν
(oun)
dus
ὑμεῖς
(hymeis)
u
ἐμφανίσατε
(emphanisate)
laat weten
τῷ
(to)
aan de
χιλιάρχῳ
(chiliarcho)
tribuun
σὺν
(syn)
met
τῷ
(to)
de
συνεδρίῳ
(synedrio)
Raad
ὅπως
(hopos)
opdat
καταγάγῃ
(katagage)
hij naar beneden brengt
αὐτὸν
(auton)
hem
εἰς
(eis)
naar
ὑμᾶς
(hymas)
u
ὡς
(hos)
alsof
μέλλοντας
(mellontas)
u op het punt staat
διαγινώσκειν
(diaginoskein)
te onderzoeken
ἀκριβέστερον
(akribesteron)
nauwkeuriger
τὰ
(ta)
de zaken
περὶ
(peri)
over
αὐτοῦ
(autou)
hem
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
δὲ
(de)
maar
πρὸ
(pro)
voordat
τοῦ
(tou)
dat
ἐγγίσαι
(engisai)
hij nadert
αὐτὸν
(auton)
hij
ἕτοιμοί
(hetoimoi)
bereid
ἐσμεν
(esmen)
zijn
τοῦ
(tou)
om
ἀνελεῖν
(anelein)
te doden
αὐτόν
(auton)
hem
Bron: SBLGNT
Uitleg
De samenzweerders spreken de hogepriesters en oudsten aan met ‘u’.
De zoon van de zus van Paulus
16De zoon van de zus van Paulus hoorde van de hinderlaag. Hij kwam, ging de kazerne binnen en meldde het aan Paulus.
Ἀκούσας
(Akousas)
horend
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
zoon
τῆς
(tes)
van de
ἀδελφῆς
(adelphes)
zus
Παύλου
(Paulou)
van Paulus
τὴν
(ten)
de
ἐνέδραν
(enedran)
hinderlaag
παραγενόμενος
(paragenomenos)
aanwezig komend
καὶ
(kai)
en
εἰσελθὼν
(eiselthon)
binnengaand
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
παρεμβολὴν
(parembolen)
kazerne
ἀπήγγειλεν
(apengeilen)
meldde
τῷ
(to)
aan
Παύλῳ
(Paulo)
Paulus
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Kazerne (burcht Antonia?; Jeruzalem; ligging onzeker): De kazerne was het Romeinse garnizoen bij de tempel in Jeruzalem.
De overlevering noemt haar de burcht Antonia, aan de noordwesthoek van de tempelberg.
De tekst noemt geen naam; dit is niet zeker.
Uitleg
Over de zus van Paulus en haar zoon vertelt het Nieuwe Testament verder niets.
17Paulus riep een van de hoofdmannen over honderd bij zich en zei: „Breng deze jongeman naar de tribuun, want hij heeft hem iets te melden.”
προσκαλεσάμενος
(proskalesamenos)
bij zich roepend
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
ἕνα
(hena)
een
τῶν
(ton)
van de
ἑκατονταρχῶν
(hekatontarchon)
hoofdmannen over honderd
ἔφη
(ephe)
zei
Τὸν
(Ton)
de
νεανίαν
(neanian)
jongeman
τοῦτον
(touton)
deze
ἄπαγε
(apage)
breng weg
πρὸς
(pros)
naar
τὸν
(ton)
de
χιλίαρχον
(chiliarchon)
tribuun
ἔχει
(echei)
hij heeft
γὰρ
(gar)
want
ἀπαγγεῖλαί
(apangeilai)
te melden
τι
(ti)
iets
αὐτῷ
(auto)
aan hem
Bron: SBLGNT
18Die nam hem mee en bracht hem naar de tribuun. Hij zei: „De gevangene Paulus heeft mij bij zich geroepen en gevraagd deze jongeman naar u te brengen, want hij heeft u iets te zeggen.”
ὁ
(ho)
die
μὲν
(men)
wel
οὖν
(oun)
dan
παραλαβὼν
(paralabon)
meenemend
αὐτὸν
(auton)
hem
ἤγαγεν
(egagen)
bracht
πρὸς
(pros)
naar
τὸν
(ton)
de
χιλίαρχον
(chiliarchon)
tribuun
καὶ
(kai)
en
φησίν
(phesin)
zegt hij
Ὁ
(Ho)
de
δέσμιος
(desmios)
gevangene
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
προσκαλεσάμενός
(proskalesamenos)
bij zich geroepen hebbend
με
(me)
mij
ἠρώτησεν
(erotesen)
vroeg
τοῦτον
(touton)
deze
τὸν
(ton)
de
νεανίαν
(neanian)
jongeman
ἀγαγεῖν
(agagein)
te brengen
πρὸς
(pros)
naar
σέ
(se)
u
ἔχοντά
(echonta)
hebbend
τι
(ti)
iets
λαλῆσαί
(lalesai)
te zeggen
σοι
(soi)
aan u
Bron: SBLGNT
19De tribuun pakte hem bij de hand, ging met hem apart en vroeg: „Wat is het dat je mij te melden hebt?”
ἐπιλαβόμενος
(epilabomenos)
grijpend
δὲ
(de)
maar
τῆς
(tes)
van de
χειρὸς
(cheiros)
hand
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ὁ
(ho)
de
χιλίαρχος
(chiliarchos)
tribuun
καὶ
(kai)
en
ἀναχωρήσας
(anachoresas)
zich terugtrekkend
κατ’
(kat’)
op
ἰδίαν
(idian)
apart
ἐπυνθάνετο
(epynthaneto)
vroeg
Τί
(Ti)
wat
ἐστιν
(estin)
is het
ὃ
(ho)
dat
ἔχεις
(echeis)
je hebt
ἀπαγγεῖλαί
(apangeilai)
te melden
μοι
(moi)
aan mij
Bron: SBLGNT
20Hij zei: „De Joden zijn overeengekomen u te vragen Paulus morgen naar de Raad te brengen, alsof zij iets nauwkeuriger over hem willen onderzoeken.
εἶπεν
(eipen)
zei hij
δὲ
(de)
maar
ὅτι
(hoti)
dat
Οἱ
(Hoi)
de
Ἰουδαῖοι
(Ioudaioi)
Joden
συνέθεντο
(synethento)
zijn overeengekomen
τοῦ
(tou)
om
ἐρωτῆσαί
(erotesai)
te vragen
σε
(se)
u
ὅπως
(hopos)
opdat
αὔριον
(aurion)
morgen
τὸν
(ton)
de
Παῦλον
(Paulon)
Paulus
καταγάγῃς
(katagages)
u naar beneden brengt
εἰς
(eis)
naar
τὸ
(to)
de
συνέδριον
(synedrion)
Raad
ὡς
(hos)
alsof
μέλλον
(mellon)
op het punt staand
τι
(ti)
iets
ἀκριβέστερον
(akribesteron)
nauwkeuriger
πυνθάνεσθαι
(pynthanesthai)
te onderzoeken
περὶ
(peri)
over
αὐτοῦ
(autou)
hem
Bron: SBLGNT
21Laat u dus niet door hen overtuigen. Want meer dan 40 mannen van hen liggen voor hem op de loer. Zij hebben zichzelf onder een ban gesteld om niet te eten en niet te drinken, totdat zij hem gedood hebben. Nu zijn zij bereid en wachten zij op uw toezegging.”
σὺ
(sy)
u
οὖν
(oun)
dus
μὴ
(me)
niet
πεισθῇς
(peisthes)
laat u overtuigen
αὐτοῖς
(autois)
door hen
ἐνεδρεύουσιν
(enedreuousin)
liggen op de loer
γὰρ
(gar)
want
αὐτὸν
(auton)
op hem
ἐξ
(ex)
uit
αὐτῶν
(auton)
hen
ἄνδρες
(andres)
mannen
πλείους
(pleious)
meer
τεσσεράκοντα
(tesserakonta)
40
οἵτινες
(hoitines)
die
ἀνεθεμάτισαν
(anethematisan)
stelden onder een ban
ἑαυτοὺς
(heautous)
zichzelf
μήτε
(mete)
noch
φαγεῖν
(phagein)
te eten
μήτε
(mete)
noch
πιεῖν
(piein)
te drinken
ἕως
(heos)
totdat
οὗ
(hou)
dat
ἀνέλωσιν
(anelosin)
zij gedood hebben
αὐτόν
(auton)
hem
καὶ
(kai)
en
νῦν
(nyn)
nu
εἰσιν
(eisin)
zijn zij
ἕτοιμοι
(hetoimoi)
bereid
προσδεχόμενοι
(prosdechomenoi)
wachtend op
τὴν
(ten)
de
ἀπὸ
(apo)
van
σοῦ
(sou)
u
ἐπαγγελίαν
(epangelian)
toezegging
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐπαγγελία (epangelia), ‘toezegging’: elders vertalen wij het woord met ‘belofte’ (Luc. 24:49); hier gaat het om de instemming van de tribuun.
22De tribuun liet de jongeman gaan en droeg hem op aan niemand te vertellen dat hij hem dit had meegedeeld.
ὁ
(ho)
de
μὲν
(men)
wel
οὖν
(oun)
dan
χιλίαρχος
(chiliarchos)
tribuun
ἀπέλυσε
(apelyse)
liet gaan
τὸν
(ton)
de
νεανίσκον
(neaniskon)
jongeman
παραγγείλας
(parangeilas)
opdragend
μηδενὶ
(medeni)
aan niemand
ἐκλαλῆσαι
(eklalesai)
uit te spreken
ὅτι
(hoti)
dat
ταῦτα
(tauta)
dit
ἐνεφάνισας
(enephanisas)
je bekendgemaakt hebt
πρὸς
(pros)
aan
ἐμέ
(eme)
mij
Bron: SBLGNT
Het bevel en de brief van de tribuun
23Hij riep twee van de hoofdmannen over honderd bij zich. Hij zei: „Maak 200 soldaten gereed om naar Caesarea te gaan, met 70 ruiters en 200 lansdragers, vanaf het derde uur van de nacht.
Καὶ
(Kai)
en
προσκαλεσάμενός
(proskalesamenos)
bij zich roepend
τινας
(tinas)
enkele
δύο
(dyo)
twee
τῶν
(ton)
van de
ἑκατονταρχῶν
(hekatontarchon)
hoofdmannen over honderd
εἶπεν
(eipen)
zei hij
Ἑτοιμάσατε
(Hetoimasate)
maak gereed
στρατιώτας
(stratiotas)
soldaten
διακοσίους
(diakosious)
200
ὅπως
(hopos)
opdat
πορευθῶσιν
(poreuthosin)
zij gaan
ἕως
(heos)
tot
Καισαρείας
(Kaisareias)
Caesarea
καὶ
(kai)
en
ἱππεῖς
(hippeis)
ruiters
ἑβδομήκοντα
(hebdomekonta)
70
καὶ
(kai)
en
δεξιολάβους
(dexiolabous)
lansdragers
διακοσίους
(diakosious)
200
ἀπὸ
(apo)
vanaf
τρίτης
(trites)
derde
ὥρας
(horas)
uur
τῆς
(tes)
van de
νυκτός
(nyktos)
nacht
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Caesarea (Caesarea Maritima): Caesarea Maritima, door Herodes de Grote gebouwd, lag aan de kust van Israël, ongeveer 50 km ten noorden van Tel Aviv.
Het was het verblijf van de Romeinse stadhouder.
Uitleg
τρίτη ὥρα τῆς νυκτός (trite hora tes nyktos), ‘het derde uur van de nacht’: als de nacht bij zonsondergang begint, is dat ongeveer negen uur ’s avonds. δεξιολάβος (dexiolabos), ‘lansdrager’: dit woord komt alleen hier voor; de betekenis is onzeker.
Letterlijk is het ‘wie met de rechterhand grijpt’.
In totaal gaat het om 470 man.
24Zorg ook voor rijdieren, zodat zij Paulus erop kunnen zetten en veilig naar de stadhouder Felix kunnen brengen.”
κτήνη
(ktene)
rijdieren
τε
(te)
en
παραστῆσαι
(parastesai)
klaar te zetten
ἵνα
(hina)
opdat
ἐπιβιβάσαντες
(epibibasantes)
zettend op
τὸν
(ton)
de
Παῦλον
(Paulon)
Paulus
διασώσωσι
(diasososi)
zij veilig brengen
πρὸς
(pros)
naar
Φήλικα
(Phelika)
Felix
τὸν
(ton)
de
ἡγεμόνα
(hegemona)
stadhouder
Bron: SBLGNT
Uitleg
κτῆνος (ktenos), ‘rijdier’: een dier om op te rijden. ἡγεμών (hegemon), ‘stadhouder’: Felix, zoals Pilatus in Matt. 27:2.
26Claudius Lysias groet de uitmuntende stadhouder Felix.
Κλαύδιος
(Klaudios)
Claudius
Λυσίας
(Lysias)
Lysias
τῷ
(to)
aan de
κρατίστῳ
(kratisto)
uitmuntende
ἡγεμόνι
(hegemoni)
stadhouder
Φήλικι
(Pheliki)
Felix
χαίρειν
(chairein)
groet
Bron: SBLGNT
Uitleg
κράτιστος (kratistos), ‘uitmuntend’: een eretitel voor hooggeplaatsten, zoals in Luc. 1:3. χαίρειν (chairein), ‘groet’: de gewone aanhef van een Griekse brief; zie Hand. 15:23.
27Deze man was door de Joden gegrepen en stond op het punt door hen gedood te worden. Ik kwam erbij met de troepen en redde hem, toen ik vernam dat hij een Romein is.
τὸν
(ton)
de
ἄνδρα
(andra)
man
τοῦτον
(touton)
deze
συλλημφθέντα
(syllemphthenta)
gegrepen
ὑπὸ
(hypo)
door
τῶν
(ton)
de
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
καὶ
(kai)
en
μέλλοντα
(mellonta)
op het punt staand
ἀναιρεῖσθαι
(anaireisthai)
gedood te worden
ὑπ’
(hyp’)
door
αὐτῶν
(auton)
hen
ἐπιστὰς
(epistas)
erbij komend
σὺν
(syn)
met
τῷ
(to)
de
στρατεύματι
(strateumati)
troepen
ἐξειλάμην
(exeilamen)
redde ik
μαθὼν
(mathon)
vernemend
ὅτι
(hoti)
dat
Ῥωμαῖός
(Rhomaios)
Romein
ἐστιν
(estin)
hij is
Bron: SBLGNT
Uitleg
De brief laat het voorkomen alsof de tribuun Paulus redde omdat hij een Romein is.
Volgens 21:31–33 en 22:25–29 hoorde hij pas later dat Paulus Romein is.
28Ik wilde weten om welke reden zij hem beschuldigden en bracht hem naar hun Raad.
βουλόμενός
(boulomenos)
willend
τε
(te)
en
ἐπιγνῶναι
(epignonai)
weten
τὴν
(ten)
de
αἰτίαν
(aitian)
reden
δι’
(di’)
waarvoor
ἣν
(hen)
welke
ἐνεκάλουν
(enekaloun)
zij beschuldigden
αὐτῷ
(auto)
hem
κατήγαγον
(kategagon)
bracht ik naar beneden
εἰς
(eis)
naar
τὸ
(to)
de
συνέδριον
(synedrion)
Raad
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg
αἰτία (aitia), ‘reden’: het woord kan ook ‘aanklacht’ betekenen.
29Ik vond dat hij beschuldigd werd over twistvragen uit hun wet. Maar er was geen beschuldiging tegen hem die de dood of boeien verdient.
ὃν
(hon)
die
εὗρον
(heuron)
vond ik
ἐγκαλούμενον
(enkaloumenon)
beschuldigd
περὶ
(peri)
over
ζητημάτων
(zetematon)
twistvragen
τοῦ
(tou)
van de
νόμου
(nomou)
wet
αὐτῶν
(auton)
hun
μηδὲν
(meden)
niets
δὲ
(de)
maar
ἄξιον
(axion)
waardig
θανάτου
(thanatou)
van de dood
ἢ
(e)
of
δεσμῶν
(desmon)
van boeien
ἔχοντα
(echonta)
hebbend
ἔγκλημα
(enklema)
beschuldiging
Bron: SBLGNT
Uitleg
ζήτημα (zetema), ‘twistvraag’: een vraag waarover men discussieert. δεσμοί (desmoi), ‘boeien’.
30Toen mij gemeld werd dat er een aanslag op de man zou worden gepleegd, heb ik hem meteen naar u gestuurd. Ook heb ik de aanklagers opgedragen tegen hem te spreken voor u.
μηνυθείσης
(menytheises)
gemeld wordend
δέ
(de)
maar
μοι
(moi)
mij
ἐπιβουλῆς
(epiboules)
aanslag
εἰς
(eis)
tegen
τὸν
(ton)
de
ἄνδρα
(andra)
man
ἔσεσθαι
(esesthai)
dat zal zijn
ἐξαυτῆς
(exautes)
meteen
ἔπεμψα
(epempsa)
stuurde ik
πρὸς
(pros)
naar
σέ
(se)
u
παραγγείλας
(parangeilas)
opdragend
καὶ
(kai)
ook
τοῖς
(tois)
aan de
κατηγόροις
(kategorois)
aanklagers
λέγειν
(legein)
te spreken
πρὸς
(pros)
tegen
αὐτὸν
(auton)
hem
ἐπὶ
(epi)
voor
σοῦ
(sou)
u
Bron: SBLGNT
Paulus wordt naar Caesarea gebracht
31De soldaten namen Paulus mee, zoals hun was opgedragen, en brachten hem ’s nachts naar Antipatris.
Οἱ
(Hoi)
de
μὲν
(men)
wel
οὖν
(oun)
dan
στρατιῶται
(stratiotai)
soldaten
κατὰ
(kata)
volgens
τὸ
(to)
wat
διατεταγμένον
(diatetagmenon)
opgedragen was
αὐτοῖς
(autois)
hun
ἀναλαβόντες
(analabontes)
meenemend
τὸν
(ton)
de
Παῦλον
(Paulon)
Paulus
ἤγαγον
(egagon)
brachten
διὰ
(dia)
door
νυκτὸς
(nyktos)
nacht
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
Ἀντιπατρίδα
(Antipatrida)
Antipatris
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Antipatris (Tel Afek; ligging waarschijnlijk): Antipatris lag aan de weg van Jeruzalem naar Caesarea en wordt meestal gezocht bij Tel Afek (Afek), bij Rosh Haayin.
Dit is waarschijnlijk.
32De volgende dag lieten zij de ruiters met hem doorreizen en keerden terug naar de kazerne.
τῇ
(te)
de
δὲ
(de)
maar
ἐπαύριον
(epaurion)
volgende dag
ἐάσαντες
(easantes)
latend
τοὺς
(tous)
de
ἱππεῖς
(hippeis)
ruiters
ἀπέρχεσθαι
(aperchesthai)
weg te gaan
σὺν
(syn)
met
αὐτῷ
(auto)
hem
ὑπέστρεψαν
(hypestrepsan)
keerden terug
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
παρεμβολήν
(parembolen)
kazerne
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Kazerne (burcht Antonia?; Jeruzalem; ligging onzeker): De kazerne was het Romeinse garnizoen bij de tempel in Jeruzalem.
De overlevering noemt haar de burcht Antonia, aan de noordwesthoek van de tempelberg.
De tekst noemt geen naam; dit is niet zeker.
33Zij kwamen in Caesarea, overhandigden de brief aan de stadhouder en stelden ook Paulus aan hem voor.
οἵτινες
(hoitines)
die
εἰσελθόντες
(eiselthontes)
binnengegaan
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
Καισάρειαν
(Kaisareian)
Caesarea
καὶ
(kai)
en
ἀναδόντες
(anadontes)
overhandigend
τὴν
(ten)
de
ἐπιστολὴν
(epistolen)
brief
τῷ
(to)
aan de
ἡγεμόνι
(hegemoni)
stadhouder
παρέστησαν
(parestesan)
stelden voor
καὶ
(kai)
ook
τὸν
(ton)
de
Παῦλον
(Paulon)
Paulus
αὐτῷ
(auto)
aan hem
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Caesarea (Caesarea Maritima): Caesarea Maritima, door Herodes de Grote gebouwd, lag aan de kust van Israël, ongeveer 50 km ten noorden van Tel Aviv.
Het was het verblijf van de Romeinse stadhouder.
34Toen de stadhouder de brief gelezen had, vroeg hij uit welke provincie Paulus kwam. Hij hoorde dat hij uit Cilicië kwam.
ἀναγνοὺς
(anagnous)
gelezen hebbend
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
en
ἐπερωτήσας
(eperotesas)
vragend
ἐκ
(ek)
uit
ποίας
(poias)
welke
ἐπαρχείας
(eparcheias)
provincie
ἐστὶν
(estin)
hij is
καὶ
(kai)
en
πυθόμενος
(pythomenos)
vernemend
ὅτι
(hoti)
dat
ἀπὸ
(apo)
uit
Κιλικίας
(Kilikias)
Cilicië
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Cilicië (ongeveer): Cilicië was de kuststreek in het zuidoosten van het huidige Turkije, met Tarsus als belangrijkste stad.
De grenzen zijn bij benadering.
35„Ik zal je aanhoren,” zei hij, „zodra ook je aanklagers zijn gekomen.” Hij beval dat Paulus in het pretorium van Herodes bewaakt moest worden.
Διακούσομαί
(Diakousomai)
ik zal aanhoren
σου
(sou)
je
ἔφη
(ephe)
zei hij
ὅταν
(hotan)
wanneer
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
de
κατήγοροί
(kategoroi)
aanklagers
σου
(sou)
je
παραγένωνται
(paragenontai)
zijn aangekomen
κελεύσας
(keleusas)
bevelend
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
πραιτωρίῳ
(praitorio)
pretorium
τοῦ
(tou)
van
Ἡρῴδου
(Herodou)
Herodes
φυλάσσεσθαι
(phylassesthai)
bewaakt te worden
αὐτόν
(auton)
hij
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Pretorium van Herodes (Caesarea; ligging onzeker): Het pretorium van Herodes was het paleis van Herodes de Grote in Caesarea, later het verblijf van de Romeinse stadhouder.
De precieze plek is niet vast te stellen.
Uitleg
πραιτώριον (praitorion), ‘pretorium’: het verblijf van de stadhouder, zoals in Matt. 27:27 en Joh. 18:28.