Elohim Bijbel

Efeziërs 6

123456

Kinderen en ouders, knechten en heren, de wapenrusting van Elohim, Tychicus en de slotzegen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Kinderen en vaders

1Kinderen, gehoorzaam jullie ouders in de Heer, want dit is juist.
Τὰ
(Ta)
de
τέκνα
(tekna)
kinderen
ὑπακούετε
(hypakouete)
gehoorzaamt
τοῖς
(tois)
aan de
γονεῦσιν
(goneusin)
ouders
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
τοῦτο
(touto)
dit
γάρ
(gar)
want
ἐστιν
(estin)
is
δίκαιον
(dikaion)
juist
Bron: SBLGNT
Uitleg

Met ‘de huishoudregels’ (5:22–6:9) gaat Paulus verder over de verhoudingen in het huis: vrouwen en mannen, kinderen en vaders, knechten en heren. τέκνον (teknon), ‘kind’; γονεῖς (goneis), ‘ouders’. ὑπακούω (hypakouo), ‘gehoorzamen’. δίκαιος (dikaios), ‘juist’: ook ‘rechtvaardig’.

Vergelijk Kol. 3:20.

Zie ook Ef. 5:22; Kol. 3:20.

2„Eer je vader en je moeder”, wat het eerste gebod is met een belofte,
τίμα
(tima)
eer
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
vader
σου
(sou)
je
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
μητέρα
(metera)
moeder
ἥτις
(hetis)
wat
ἐστὶν
(estin)
is
ἐντολὴ
(entole)
gebod
πρώτη
(prote)
eerste
ἐν
(en)
met
ἐπαγγελίᾳ
(epangelia)
belofte
Bron: SBLGNT
Uitleg

Aanhaling van Exod. 20:12 en Deut. 5:16.

Ons Hebreeuws heeft in Exod. 20:12: ‘Eer je vader en je moeder, opdat je lang leeft in het land dat Yahweh, je Elohim, je geeft’; in Deut. 5:16: ‘… zoals Yahweh, je Elohim, je geboden heeft.

Zo leef je lang en gaat het goed met je in het land …’.

Wat de Griekse tekst hier citeert, volgt het meest Deut. 5:16 (lang leven en welzijn). ἐπαγγελία (epangelia), ‘belofte’.

‘Het eerste gebod met een belofte’: de tekst zegt niet welke geboden hieraan voorafgaan.

Het citaat staat zwart: Paulus haalt het aan.

Zie ook Exod. 20:12; Deut. 5:16.

3„opdat het je goed gaat en je lang leeft op de aarde.”
ἵνα
(hina)
opdat
εὖ
(eu)
goed
σοι
(soi)
het jou
γένηται
(genetai)
gaat
καὶ
(kai)
en
ἔσῃ
(ese)
je zult zijn
μακροχρόνιος
(makrochronios)
langlevend
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
Bron: SBLGNT
Uitleg

De Griekse tekst heeft ‘op de aarde’ (ἐπὶ τῆς γῆς, epi tes ges); het Griekse γῆ (ge) betekent ‘aarde’ en ‘land’.

De woorden ‘het land dat Yahweh, je Elohim, je geeft’ uit het Hebreeuws staan er niet. μακροχρόνιος (makrochronios), ‘langlevend’.

Zie ook Exod. 20:12; Deut. 5:16.

4En vaders, prikkel jullie kinderen niet tot toorn, maar voed ze op in de opvoeding en terechtwijzing van de Heer.
Καὶ
(Kai)
en
οἱ
(hoi)
de
πατέρες
(pateres)
vaders
μὴ
(me)
niet
παροργίζετε
(parorgizete)
prikkelt tot toorn
τὰ
(ta)
de
τέκνα
(tekna)
kinderen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἐκτρέφετε
(ektrephete)
voedt op
αὐτὰ
(auta)
hen
ἐν
(en)
in
παιδείᾳ
(paideia)
opvoeding
καὶ
(kai)
en
νουθεσίᾳ
(nouthesia)
terechtwijzing
κυρίου
(kyriou)
van de Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg

παροργίζω (parorgizo), ‘tot toorn prikkelen’; verwant aan παροργισμός in 4:26. ἐκτρέφω (ektrefo), ‘opvoeden, voeden’: zie 5:29. παιδεία (paideia), ‘opvoeding’: ook ‘tucht’; νουθεσία (nouthesia), ‘terechtwijzing’.

‘Van de Heer’ (κυρίου): de opvoeding en terechtwijzing die de Heer geeft of waarin Hij centraal staat.

Zie ook Kol. 3:21.

Zie ookKol 3:21

Knechten en heren

5Knechten, gehoorzaam jullie heren naar het vlees met vrees en beven, in oprechtheid van jullie hart, als aan de Messias,
Οἱ
(Hoi)
de
δοῦλοι
(douloi)
knechten
ὑπακούετε
(hypakouete)
gehoorzaamt
τοῖς
(tois)
aan de
κατὰ
(kata)
naar
σάρκα
(sarka)
vlees
κυρίοις
(kyriois)
heren
μετὰ
(meta)
met
φόβου
(phobou)
vrees
καὶ
(kai)
en
τρόμου
(tromou)
beven
ἐν
(en)
in
ἁπλότητι
(haploteti)
oprechtheid
τῆς
(tes)
van het
καρδίας
(kardias)
hart
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ὡς
(hos)
als
τῷ
(to)
aan de
Χριστῷ
(Christo)
Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

δοῦλος (doulos), ‘knecht’: in het Grieks een slaaf, iemand die het eigendom van zijn heer is; wij vertalen δοῦλοι met ‘knechten’ en κύριοι met ‘heren’, zonder oordeel, zoals de tekst het zegt. κατὰ σάρκα (kata sarka), ‘naar het vlees’: aardse heren, tegenover de Heer in de hemel (vers 9). φόβος (fobos), ‘vrees’; τρόμος (tromos), ‘beven’. ἁπλότης (haplotes), ‘oprechtheid’: een ongedeeld hart.

De SBLGNT markeert de woordvolgorde ‘naar het vlees heren’ als variant.

Vergelijk Kol. 3:22.

Zie ook Kol. 3:22.

6niet met oogdienst, als mensenbehagers, maar als knechten van de Messias, die de wil van Elohim doen uit de ziel,
μὴ
(me)
niet
κατ’
(kat’)
volgens
ὀφθαλμοδουλίαν
(ophthalmodoulian)
oogdienst
ὡς
(hos)
als
ἀνθρωπάρεσκοι
(anthropareskoi)
mensenbehagers
ἀλλ’
(all’)
maar
ὡς
(hos)
als
δοῦλοι
(douloi)
knechten
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
ποιοῦντες
(poiountes)
doende
τὸ
(to)
de
θέλημα
(thelema)
wil
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐκ
(ek)
uit
ψυχῆς
(psyches)
ziel
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὀφθαλμοδουλία (ofthalmodoulia), ‘oogdienst’: alleen werken als de heer kijkt; ἀνθρωπάρεσκος (anthroparesko), ‘mensenbehager’. ἐκ ψυχῆς (ek psyches), ‘uit de ziel’: van harte.

De SBLGNT markeert bij δοῦλοι een variant.

7met goede wil dienend, als voor de Heer en niet voor mensen,
μετ’
(met’)
met
εὐνοίας
(eunoias)
goede wil
δουλεύοντες
(douleuontes)
dienend
ὡς
(hos)
als
τῷ
(to)
aan de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἀνθρώποις
(anthropois)
aan mensen
Bron: SBLGNT
Uitleg

εὔνοια (eunoia), ‘goede wil, welwillendheid’. δουλεύω (douleuo), ‘als knecht dienen’.

‘Als voor de Heer’: de Heer is hier Yeshua.

8omdat jullie weten dat ieder, wat hij aan goeds ook doet, dat van de Heer zal ontvangen, hetzij knecht, hetzij vrije.
εἰδότες
(eidotes)
wetend
ὅτι
(hoti)
dat
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
ὃ
(ho)
wat
ἂν
(an)
ook
ποιήσῃ
(poiese)
hij doet
ἀγαθόν
(agathon)
goeds
τοῦτο
(touto)
dit
κομίσεται
(komisetai)
zal ontvangen
παρὰ
(para)
van
κυρίου
(kyriou)
Heer
εἴτε
(eite)
hetzij
δοῦλος
(doulos)
knecht
εἴτε
(eite)
hetzij
ἐλεύθερος
(eleutheros)
vrije
Bron: SBLGNT
Uitleg

κομίζομαι (komizomai), ‘ontvangen, terugkrijgen’. ἐλεύθερος (eleutheros), ‘vrije’: vergelijk Gal. 3:28.

De SBLGNT markeert in dit vers drie plekken met een variant.

Zie ook Gal. 3:28; Kol. 3:24.

9En de heren: doe hetzelfde tegenover hen. Laat het dreigen na. Jullie weten dat zowel hun Heer als de Heer van jullie in de hemelen is, en dat er bij Hem geen voortrekken van personen is.
Καὶ
(Kai)
en
οἱ
(hoi)
de
κύριοι
(kyrioi)
heren
τὰ
(ta)
de
αὐτὰ
(auta)
dezelfde dingen
ποιεῖτε
(poieite)
doet
πρὸς
(pros)
tegenover
αὐτούς
(autous)
hen
ἀνιέντες
(anientes)
nalatend
τὴν
(ten)
het
ἀπειλήν
(apeilen)
dreigen
εἰδότες
(eidotes)
wetend
ὅτι
(hoti)
dat
καὶ
(kai)
zowel
αὐτῶν
(auton)
van hen
καὶ
(kai)
als
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
ὁ
(ho)
de
κύριός
(kyrios)
Heer
ἐστιν
(estin)
is
ἐν
(en)
in
οὐρανοῖς
(ouranois)
hemelen
καὶ
(kai)
en
προσωπολημψία
(prosopolempsia)
voortrekken van personen
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
παρ’
(par’)
bij
αὐτῷ
(auto)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀνίημι (aniemi), ‘nalaten, loslaten’; ἀπειλή (apeile), ‘dreiging’. προσωπολημψία (prosopolempsia), ‘het voortrekken van personen’: iemand beoordelen naar zijn rang of afkomst; vergelijk Gal. 2:6 en Deut. 10:17 (‘die niemand voortrekt’).

De heren hebben zelf een Heer in de hemelen.

De SBLGNT markeert hier een variant, bij ‘hun en jullie’ (αὐτῶν καὶ ὑμῶν).

Zie ook Gal. 2:6; Deut. 10:17; Kol. 3:25; Kol. 4:1.

De wapenrusting van Elohim

10Wat het overige betreft: word sterk in de Heer en in de macht van Zijn sterkte.
Τοῦ
(Tou)
wat betreft
λοιποῦ
(loipou)
het overige
ἐνδυναμοῦσθε
(endynamousthe)
wordt sterk
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
κράτει
(kratei)
macht
τῆς
(tes)
van de
ἰσχύος
(ischyos)
sterkte
αὐτοῦ
(autou)
van Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

Met dit vers begint de laatste vermaning. ἐνδυναμόω (endynamoo), ‘sterk worden’: kracht krijgen. κράτος (kratos), ‘macht’; ἰσχύς (ischys), ‘sterkte’: zie 1:19.

De SBLGNT markeert bij Τοῦ λοιποῦ een variant.

Zie ook Ef. 1:19.

Zie ookEf 1:19
11Trek de wapenrusting van Elohim aan, zodat jullie stand kunnen houden tegen de listen van de duivel.
ἐνδύσασθε
(endysasthe)
trek aan
τὴν
(ten)
de
πανοπλίαν
(panoplian)
wapenrusting
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
πρὸς
(pros)
opdat
τὸ
(to)
het
δύνασθαι
(dynasthai)
kunnen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
στῆναι
(stenai)
staan
πρὸς
(pros)
tegen
τὰς
(tas)
de
μεθοδείας
(methodeias)
listen
τοῦ
(tou)
van de
διαβόλου
(diabolou)
duivel
Bron: SBLGNT
Uitleg

πανοπλία (panoplia), ‘wapenrusting’: de volledige uitrusting van een zwaar bewapende soldaat.

‘De wapenrusting van Elohim’: de uitrusting die Elohim geeft; in de profeten draagt Elohim zelf wapens: vergelijk Jes. 59:17 (‘Hij trok gerechtigheid aan als een pantser, en een helm van redding op Zijn hoofd’). μεθοδεία (methodeia), ‘list’: zie 4:14. διάβολος (diabolos), ‘duivel’: zie 4:27.

Zie ook Jes. 59:17; Ef. 4:14; Ef. 4:27.

12Want voor ons is de worsteling niet tegen bloed en vlees, maar tegen de heerschappijen, tegen de gezagsmachten, tegen de wereldheersers van dit duister, tegen de boze geestenmachten in de hemelse gewesten.
ὅτι
(hoti)
want
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
ἡμῖν
(hemin)
voor ons
ἡ
(he)
de
πάλη
(pale)
worsteling
πρὸς
(pros)
tegen
αἷμα
(haima)
bloed
καὶ
(kai)
en
σάρκα
(sarka)
vlees
ἀλλὰ
(alla)
maar
πρὸς
(pros)
tegen
τὰς
(tas)
de
ἀρχάς
(archas)
heerschappijen
πρὸς
(pros)
tegen
τὰς
(tas)
de
ἐξουσίας
(exousias)
gezagsmachten
πρὸς
(pros)
tegen
τοὺς
(tous)
de
κοσμοκράτορας
(kosmokratoras)
wereldheersers
τοῦ
(tou)
van het
σκότους
(skotous)
duister
τούτου
(toutou)
dit
πρὸς
(pros)
tegen
τὰ
(ta)
de
πνευματικὰ
(pneumatika)
geestenmachten
τῆς
(tes)
van de
πονηρίας
(ponerias)
boosheid
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
ἐπουρανίοις
(epouraniois)
hemelse gewesten
Bron: SBLGNT
Uitleg

πάλη (pale), ‘worsteling’: een kamp van man tegen man. αἷμα καὶ σάρξ (haima kai sarx), ‘bloed en vlees’: mensen. ἀρχαί (archai), ‘heerschappijen’; ἐξουσίαι (exousiai), ‘gezagsmachten’: zoals in 1:21 en 3:10; κοσμοκράτορες (kosmokratores), ‘wereldheersers’: heersers over de wereld, hier ‘van dit duister’. τὰ πνευματικὰ τῆς πονηρίας (ta pneumatika tes ponerias), letterlijk ‘het geestelijke van de boosheid’: wij vertalen ‘de boze geestenmachten’. τὰ ἐπουράνια: ‘de hemelse gewesten’, zie 1:3.

De SBLGNT markeert bij σκότους een variant.

Zie ook Ef. 1:3; Ef. 1:21; Ef. 3:10; Kol. 2:15.

13Neem daarom de wapenrusting van Elohim op, zodat jullie op de boze dag weerstand kunnen bieden en, na alles volbracht te hebben, stand kunnen houden.
διὰ
(dia)
om
τοῦτο
(touto)
dit
ἀναλάβετε
(analabete)
neemt op
τὴν
(ten)
de
πανοπλίαν
(panoplian)
wapenrusting
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἵνα
(hina)
opdat
δυνηθῆτε
(dynethete)
jullie kunnen
ἀντιστῆναι
(antistenai)
weerstand te bieden
ἐν
(en)
op
τῇ
(te)
de
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
τῇ
(te)
de
πονηρᾷ
(ponera)
boze
καὶ
(kai)
en
ἅπαντα
(hapanta)
alles
κατεργασάμενοι
(katergasamenoi)
volbracht hebbend
στῆναι
(stenai)
stand te houden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀναλαμβάνω (analambano), ‘opnemen’, ‘aannemen’. ἀνθίστημι (anthistemi), ‘weerstand bieden’.

‘De boze dag’ (ἡ ἡμέρα ἡ πονηρά): de tekst zegt niet welke dag bedoeld is. κατεργάζομαι (katergazomai), ‘volbrengen’; het Grieks kan ook ‘overwinnen’ betekenen. πονηρός (poneros), ‘boos’: zie 5:16.

Zie ook Ef. 5:16.

Zie ookEf 5:16
14Houd dus stand, nadat jullie je lenden omgord hebben met waarheid en het pantser van de gerechtigheid aangetrokken hebben,
στῆτε
(stete)
houdt stand
οὖν
(oun)
dus
περιζωσάμενοι
(perizosamenoi)
omgord hebbend
τὴν
(ten)
de
ὀσφὺν
(osphyn)
lenden
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἐν
(en)
met
ἀληθείᾳ
(aletheia)
waarheid
καὶ
(kai)
en
ἐνδυσάμενοι
(endysamenoi)
aangetrokken hebbend
τὸν
(ton)
het
θώρακα
(thoraka)
pantser
τῆς
(tes)
van de
δικαιοσύνης
(dikaiosynes)
gerechtigheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

περιζώννυμι (perizonnymi), ‘omgorden’; ὀσφύς (osfys), ‘lenden’; θώραξ (thorax), ‘pantser’.

Vergelijk Jes. 11:5 (‘Gerechtigheid zal de gordel van zijn heupen zijn’) en Jes. 59:17 (‘gerechtigheid als een pantser’). δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’.

Zie ook Jes. 11:5; Jes. 59:17.

15en de voeten geschoeid hebben met de bereidheid van de goede boodschap van de vrede,
καὶ
(kai)
en
ὑποδησάμενοι
(hypodesamenoi)
geschoeid hebbend
τοὺς
(tous)
de
πόδας
(podas)
voeten
ἐν
(en)
in
ἑτοιμασίᾳ
(hetoimasia)
bereidheid
τοῦ
(tou)
van de
εὐαγγελίου
(euangeliou)
goede boodschap
τῆς
(tes)
van de
εἰρήνης
(eirenes)
vrede
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑποδέω (hypodeo), ‘schoeien’. ἑτοιμασία (hetoimasia), ‘bereidheid’: gereedheid, ook ‘vaste ondergrond’; het Griekse woord wordt verschillend verstaan.

Vergelijk Jes. 52:7: ‘Hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten van de boodschapper die vrede laat horen’.

Zie ook Jes. 52:7.

Zie ookJes 52:7
16en bij dit alles het grote schild van het geloof opgenomen hebben, waarmee jullie alle brandende pijlen van de boze kunnen doven.
ἐν
(en)
bij
πᾶσιν
(pasin)
alles
ἀναλαβόντες
(analabontes)
opgenomen hebbend
τὸν
(ton)
het
θυρεὸν
(thyreon)
schild
τῆς
(tes)
van het
πίστεως
(pisteos)
geloof
ἐν
(en)
met
ᾧ
(ho)
dat
δυνήσεσθε
(dynesesthe)
zult kunnen
πάντα
(panta)
alle
τὰ
(ta)
de
βέλη
(bele)
pijlen
τοῦ
(tou)
van de
πονηροῦ
(ponerou)
boze
πεπυρωμένα
(pepyromena)
brandende
σβέσαι
(sbesai)
doven
Bron: SBLGNT
Uitleg

θυρεός (thyreos), ‘groot schild’: het lange schild van een soldaat, dat het hele lichaam dekt. πεπυρωμένα (pepyromena), ‘brandend’: pijlen die in vuur gezet zijn. ὁ πονηρός (ho poneros), ‘de boze’: de duivel van vers 11; het Griekse woord kan ook ‘het kwade’ betekenen.

De SBLGNT markeert hier twee varianten, bij ‘ἐν’ en ‘πονηροῦ’.

Zie ookEf 6:11
17Neem ook de helm van de redding aan en het zwaard van de Geest, dat is het woord van Elohim,
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
περικεφαλαίαν
(perikephalaian)
helm
τοῦ
(tou)
van de
σωτηρίου
(soteriou)
redding
δέξασθε
(dexasthe)
neemt aan
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
het
μάχαιραν
(machairan)
zwaard
τοῦ
(tou)
van de
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
ὅ
(ho)
wat
ἐστιν
(estin)
is
ῥῆμα
(rhema)
woord
θεοῦ
(theou)
van Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

περικεφαλαία (perikefalaia), ‘helm’; σωτήριον (soterion), ‘redding’: vergelijk Jes. 59:17, ‘een helm van redding op Zijn hoofd’. μάχαιρα (machaira), ‘zwaard’.

‘Het zwaard van de Geest, dat is het woord van Elohim’: ῥῆμα (rhema) is ‘gesproken woord’.

De SBLGNT markeert bij δέξασθε een variant.

Zie ook Jes. 59:17.

Zie ookJes 59:17
18terwijl jullie met alle gebed en smeking op elk moment bidden in de Geest, en daartoe waakzaam zijn met alle volharding en smeking voor alle heiligen,
διὰ
(dia)
door
πάσης
(pases)
alle
προσευχῆς
(proseuches)
gebed
καὶ
(kai)
en
δεήσεως
(deeseos)
smeking
προσευχόμενοι
(proseuchomenoi)
biddend
ἐν
(en)
op
παντὶ
(panti)
elk
καιρῷ
(kairo)
moment
ἐν
(en)
in
πνεύματι
(pneumati)
Geest
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
tot
αὐτὸ
(auto)
dit
ἀγρυπνοῦντες
(agrypnountes)
waakzaam zijnd
ἐν
(en)
in
πάσῃ
(pase)
alle
προσκαρτερήσει
(proskarteresei)
volharding
καὶ
(kai)
en
δεήσει
(deesei)
smeking
περὶ
(peri)
voor
πάντων
(panton)
alle
τῶν
(ton)
de
ἁγίων
(hagion)
heiligen
Bron: SBLGNT
Uitleg

προσευχή (proseuche), ‘gebed’; δέησις (deesis), ‘smeking’; ἀγρυπνέω (agrypneo), ‘waakzaam zijn, wakker blijven’; προσκαρτέρησις (proskarteresis), ‘volharding’. ἐν πνεύματι (en pneumati), ‘in de Geest’: zie 5:18. ἅγιοι: ‘heiligen’, zie 1:1.

De SBLGNT markeert bij αὐτό een variant.

Zie ook Ef. 5:18; Ef. 1:1.

19en voor mij, opdat mij een woord gegeven wordt bij het openen van mijn mond, om in vrijmoedigheid het geheimenis van de goede boodschap bekend te maken,
καὶ
(kai)
en
ὑπὲρ
(hyper)
voor
ἐμοῦ
(emou)
mij
ἵνα
(hina)
opdat
μοι
(moi)
mij
δοθῇ
(dothe)
wordt gegeven
λόγος
(logos)
woord
ἐν
(en)
bij
ἀνοίξει
(anoixei)
opening
τοῦ
(tou)
van de
στόματός
(stomatos)
mond
μου
(mou)
mijn
ἐν
(en)
in
παρρησίᾳ
(parresia)
vrijmoedigheid
γνωρίσαι
(gnorisai)
bekend te maken
τὸ
(to)
het
μυστήριον
(mysterion)
geheimenis
τοῦ
(tou)
van de
εὐαγγελίου
(euangeliou)
goede boodschap
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρρησία (parresia), ‘vrijmoedigheid’: zie 3:12. μυστήριον τοῦ εὐαγγελίου (mysterion tou euangeliou), ‘het geheimenis van de goede boodschap’: zie 1:9 en 3:3–6.

Vergelijk Kol. 4:3–4.

Zie ook Ef. 1:9; Ef. 3:3; Kol. 4:3.

20waarvoor ik gezant ben in een keten, opdat ik daarin vrijmoedig spreek, zoals ik moet spreken.
ὑπὲρ
(hyper)
voor
οὗ
(hou)
waarvan
πρεσβεύω
(presbeuo)
ben ik gezant
ἐν
(en)
in
ἁλύσει
(halysei)
keten
ἵνα
(hina)
opdat
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
het
παρρησιάσωμαι
(parresiasomai)
ik vrijmoedig spreek
ὡς
(hos)
zoals
δεῖ
(dei)
het nodig is
με
(me)
mij
λαλῆσαι
(lalesai)
te spreken
Bron: SBLGNT
Uitleg

πρεσβεύω (presbeuo), ‘gezant zijn’: een gezant spreekt namens een koning. ἅλυσις (halysis), ‘keten’: Paulus is gevangen; vergelijk Hand. 28:20. ἐν αὐτῷ (en auto), ‘daarin’: in de goede boodschap; het kan ook ‘in Hem’ zijn. παρρησιάζομαι (parresiazomai), ‘vrijmoedig spreken’.

Zie ook Hand. 28:20; Kol. 4:3.

Tychicus en de slotzegen

21Opdat ook jullie weten wat mij betreft, wat ik doe, zal Tychicus, de geliefde broer en trouwe dienaar in de Heer, jullie alles bekendmaken.
Ἵνα
(Hina)
opdat
δὲ
(de)
nu
εἰδῆτε
(eidete)
weten
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
τὰ
(ta)
de dingen
κατ’
(kat’)
over
ἐμέ
(eme)
mij
τί
(ti)
wat
πράσσω
(prasso)
ik doe
πάντα
(panta)
alles
γνωρίσει
(gnorisei)
zal bekendmaken
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
Τυχικὸς
(Tychikos)
Tychicus
ὁ
(ho)
de
ἀγαπητὸς
(agapetos)
geliefde
ἀδελφὸς
(adelphos)
broer
καὶ
(kai)
en
πιστὸς
(pistos)
trouwe
διάκονος
(diakonos)
dienaar
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg

Τυχικός (Tychikos), Tychicus: hij komt ook voor in Hand. 20:4 (‘uit Asia Tychicus en Trofimus’) en in Kol. 4:7–8. τὰ κατ᾿ ἐμέ (ta kat’ eme), ‘wat mij betreft’. ἀγαπητὸς ἀδελφός (agapetos adelfos), ‘geliefde broer’; διάκονος (diakonos), ‘dienaar’.

De SBLGNT markeert in dit vers twee varianten.

Zie ook Hand. 20:4; Kol. 4:7.

22Hem heb ik juist hierom naar jullie gestuurd, opdat jullie weten wat ons betreft en hij jullie harten vertroost.
ὃν
(hon)
die
ἔπεμψα
(epempsa)
stuurde ik
πρὸς
(pros)
naar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
εἰς
(eis)
tot
αὐτὸ
(auto)
juist
τοῦτο
(touto)
dit
ἵνα
(hina)
opdat
γνῶτε
(gnote)
jullie weten
τὰ
(ta)
de dingen
περὶ
(peri)
over
ἡμῶν
(hemon)
ons
καὶ
(kai)
en
παρακαλέσῃ
(parakalese)
hij vertroost
τὰς
(tas)
de
καρδίας
(kardias)
harten
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔπεμψα (epempsa), ‘ik stuurde’: een verleden tijd die vanuit het gezichtspunt van de lezers geschreven is; ‘ik stuur hem’ is ook mogelijk. παρακαλέω (parakaleo), ‘vertroosten’: zie 4:1, waar wij ‘aansporen’ kozen; het woord omvat beide.

Vergelijk Kol. 4:8.

Zie ook Ef. 4:1; Kol. 4:8.

23Vrede aan de broers en liefde met geloof, van Elohim, de Vader, en de Heer Yeshua de Messias.
Εἰρήνη
(Eirene)
vrede
τοῖς
(tois)
aan de
ἀδελφοῖς
(adelphois)
broers
καὶ
(kai)
en
ἀγάπη
(agape)
liefde
μετὰ
(meta)
met
πίστεως
(pisteos)
geloof
ἀπὸ
(apo)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
πατρὸς
(patros)
Vader
καὶ
(kai)
en
κυρίου
(kyriou)
van de Heer
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat in de gemeente ook de zusters. εἰρήνη (eirene), ‘vrede’; ἀγάπη (agape), ‘liefde’; πίστις (pistis), ‘geloof’.

‘Van Elohim, de Vader, en de Heer Yeshua de Messias’: zoals in 1:2.

Zie ook Ef. 1:2.

Zie ookEf 1:2
24De genade met allen die onze Heer Yeshua de Messias liefhebben in onvergankelijkheid.
ἡ
(he)
de
χάρις
(charis)
genade
μετὰ
(meta)
met
πάντων
(panton)
allen
τῶν
(ton)
die
ἀγαπώντων
(agaponton)
liefhebben
τὸν
(ton)
de
κύριον
(kyrion)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
Χριστὸν
(Christon)
de Messias
ἐν
(en)
in
ἀφθαρσίᾳ
(aphtharsia)
onvergankelijkheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft geen werkwoord: ‘de genade met allen …’. ἀφθαρσία (aftharsia), ‘onvergankelijkheid’: ook ‘onverderfelijkheid’.

‘In onvergankelijkheid’ kan bij ‘liefhebben’ horen (met een liefde die niet vergaat) of bij ‘de genade’; wij houden de Griekse volgorde.

De SBLGNT markeert hier een variant.

Vergelijk de slotgroet van Gal. 6:18.

Zie ook Gal. 6:18.

Zie ookGal 6:18