Elohim Bijbel

Handelingen 1

12345678910111213141516171819202122232425262728

De Hemelvaart en de keuze van Matthias

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het voorwoord

1Het eerste boek heb ik geschreven, Theofilus, over alles wat Yeshua begon te doen en te onderwijzen,
Τὸν
(Ton)
de
μὲν
(men)
wel
πρῶτον
(proton)
eerste
λόγον
(logon)
boek
ἐποιησάμην
(epoiesamen)
heb gemaakt
περὶ
(peri)
over
πάντων
(panton)
alles
ὦ
(o)
o
Θεόφιλε
(Theophile)
Theofilus
ὧν
(hon)
wat
ἤρξατο
(erxato)
begon
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ποιεῖν
(poiein)
te doen
τε
(te)
en
καὶ
(kai)
ook
διδάσκειν
(didaskein)
te onderwijzen
Bron: SBLGNT
Uitleg

λόγος (logos), ‘woord’: hier het eerste boek van Lucas, ons Lucasevangelie (Luc. 1:1–4).

Theofilus is dezelfde man aan wie dat boek gericht was.

De schrijver spreekt hier zelf in de eerste persoon; daarom staat er ‘ik’.

Zie ook Luc. 1:1–4.

2tot de dag waarop Hij werd opgenomen, nadat Hij door de Heilige Geest opdracht had gegeven aan de apostelen die Hij had uitgekozen.
ἄχρι
(achri)
tot
ἧς
(hes)
welke
ἡμέρας
(hemeras)
dag
ἐντειλάμενος
(enteilamenos)
opdracht gegeven hebbend
τοῖς
(tois)
aan de
ἀποστόλοις
(apostolois)
apostelen
διὰ
(dia)
door
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
ἁγίου
(hagiou)
Heilige
οὓς
(hous)
die
ἐξελέξατο
(exelexato)
had uitgekozen
ἀνελήμφθη
(anelemphthe)
werd opgenomen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀνελήμφθη (anelemphthe), ‘werd opgenomen’, van ἀναλαμβάνω (analambano), ‘omhoog nemen’: de Hemelvaart (zie vers 9–11 en 22).

De woorden ‘door de Heilige Geest’ kunnen bij ‘opdracht gegeven’ of bij ‘uitgekozen’ horen.

Wij volgen de woordvolgorde van het Grieks.

Zie ook Luc. 24:50–51.

3Aan hen had Hij Zich na Zijn lijden ook levend getoond, met vele bewijzen. 40 dagen lang liet Hij Zich door hen zien en sprak Hij over het koninkrijk van Elohim.
οἷς
(hois)
aan wie
καὶ
(kai)
ook
παρέστησεν
(parestesen)
toonde
ἑαυτὸν
(heauton)
Zichzelf
ζῶντα
(zonta)
levend
μετὰ
(meta)
na
τὸ
(to)
het
παθεῖν
(pathein)
hebben geleden
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἐν
(en)
in
πολλοῖς
(pollois)
vele
τεκμηρίοις
(tekmeriois)
bewijzen
δι’
(di’)
gedurende
ἡμερῶν
(hemeron)
dagen
τεσσεράκοντα
(tesserakonta)
veertig
ὀπτανόμενος
(optanomenos)
zich latend zien
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
καὶ
(kai)
en
λέγων
(legon)
sprekend
τὰ
(ta)
de
περὶ
(peri)
over
τῆς
(tes)
de
βασιλείας
(basileias)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

τεκμήριον (tekmerion), ‘bewijs’: een zeker teken waaraan men iets kan vaststellen. ὀπτάνομαι (optanomai), ‘Zich laten zien’.

Het getal 40 komt in de Bijbel vaak voor als een tijd van voorbereiding (Exod. 24:18; Matt. 4:2).

Zie ook Luc. 24:36–49; Joh. 20:19–21:14.

De belofte van de Heilige Geest

4Toen Hij met hen samen was, gaf Hij hun het bevel Jeruzalem niet te verlaten, maar te wachten op de belofte van de Vader. „Die hebben jullie van Mij gehoord:
καὶ
(kai)
en
συναλιζόμενος
(synalizomenos)
samen zijnd met
παρήγγειλεν
(parengeilen)
gebood
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
ἀπὸ
(apo)
van
Ἱεροσολύμων
(Hierosolymon)
Jeruzalem
μὴ
(me)
niet
χωρίζεσθαι
(chorizesthai)
zich te verwijderen
ἀλλὰ
(alla)
maar
περιμένειν
(perimenein)
te wachten op
τὴν
(ten)
de
ἐπαγγελίαν
(epangelian)
belofte
τοῦ
(tou)
van de
πατρὸς
(patros)
Vader
ἣν
(hen)
welke
ἠκούσατέ
(ekousate)
hebt gehoord
μου
(mou)
van Mij
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

συναλιζόμενος (synalizomenos), ‘samen zijnd met’: het woord kan ook ‘samen eten’ of ‘samen verblijven’ betekenen.

Wij kiezen de brede betekenis ‘samen zijn’.

Vanaf ‘Die hebben jullie van Mij gehoord’ gaat het Grieks over in rechtstreekse rede van Yeshua; daarom begint hier het rood. ἐπαγγελία (epangelia), ‘belofte’: de Heilige Geest (zie vers 5 en 8).

Zie ook Luc. 24:49; Joh. 14:26; Joël 3:1–5 (in de Nederlandse telling is dit 2:28–32).

5Johannes doopte wel met water, maar jullie zullen binnen niet veel dagen gedoopt worden met de Heilige Geest.”
ὅτι
(hoti)
dat
Ἰωάννης
(Ioannes)
Johannes
μὲν
(men)
wel
ἐβάπτισεν
(ebaptisen)
doopte
ὕδατι
(hydati)
met water
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
δὲ
(de)
maar
ἐν
(en)
in
πνεύματι
(pneumati)
Geest
βαπτισθήσεσθε
(baptisthesesthe)
zullen worden gedoopt
ἁγίῳ
(hagio)
Heilige
οὐ
(ou)
niet
μετὰ
(meta)
na
πολλὰς
(pollas)
vele
ταύτας
(tautas)
deze
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
Bron: SBLGNT
Uitleg

βαπτίζω (baptizo), ‘dopen’: onderdompelen.

De uitdrukking ‘gedoopt met de Heilige Geest’ is letterlijk ‘gedoopt in Geest’. οὐ μετὰ πολλὰς ταύτας ἡμέρας (ou meta pollas tautas hemeras) is letterlijk ‘niet na veel van deze dagen’: binnen enkele dagen.

Zie ook Matt. 3:11; Mark. 1:8; Luc. 3:16; Joh. 1:33.

6Zij die bijeengekomen waren, vroegen Hem: „Heer, herstelt U in deze tijd het koninkrijk voor Israël?”
Οἱ
(Hoi)
de
μὲν
(men)
wel
οὖν
(oun)
dan
συνελθόντες
(synelthontes)
bijeengekomen
ἠρώτων
(eroton)
vroegen
αὐτὸν
(auton)
Hem
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Κύριε
(Kyrie)
Heer
εἰ
(ei)
of
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
χρόνῳ
(chrono)
tijd
τούτῳ
(touto)
deze
ἀποκαθιστάνεις
(apokathistaneis)
herstelt U
τὴν
(ten)
het
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
τῷ
(to)
aan de
Ἰσραήλ
(Israel)
Israël
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀποκαθιστάνω (apokathistano), ‘herstellen’: iets terugbrengen in zijn vroegere toestand.

De leerlingen vragen of Yeshua het koninkrijk van Israël nu herstelt.

Zie ook Luc. 24:21.

κύριε (kyrie), ‘Heer’: zie vers 21.

7Hij zei tegen hen: „Het is niet aan jullie om tijden of tijdstippen te weten, die de Vader met Zijn eigen gezag heeft vastgesteld.
εἶπεν
(eipen)
zei
δὲ
(de)
nu
πρὸς
(pros)
tot
αὐτούς
(autous)
hen
Οὐχ
(Ouch)
niet
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
ἐστιν
(estin)
is
γνῶναι
(gnonai)
te weten
χρόνους
(chronous)
tijden
ἢ
(e)
of
καιροὺς
(kairous)
tijdstippen
οὓς
(hous)
welke
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
Vader
ἔθετο
(etheto)
heeft gesteld
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
ἰδίᾳ
(idia)
eigen
ἐξουσίᾳ
(exousia)
gezag
Bron: SBLGNT
Uitleg

χρόνος (chronos), ‘tijd’, en καιρός (kairos), ‘tijdstip’: een bepaald, geschikt moment. ἐξουσία (exousia), ‘gezag’: de Vader beslist Zelf over de tijd.

Zie ook Matt. 24:36; Mark. 13:32.

8Maar jullie zullen kracht ontvangen wanneer de Heilige Geest over jullie is gekomen. Jullie zullen Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste van de aarde.”
ἀλλὰ
(alla)
maar
λήμψεσθε
(lempsesthe)
zullen ontvangen
δύναμιν
(dynamin)
kracht
ἐπελθόντος
(epelthontos)
gekomen zijnde
τοῦ
(tou)
de
ἁγίου
(hagiou)
Heilige
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
ἐφ’
(eph’)
over
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
καὶ
(kai)
en
ἔσεσθέ
(esesthe)
zult zijn
μου
(mou)
Mijn
μάρτυρες
(martyres)
getuigen
ἔν
(en)
zowel
τε
(te)
in
Ἰερουσαλὴμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
πάσῃ
(pase)
heel
τῇ
(te)
de
Ἰουδαίᾳ
(Ioudaia)
Judea
καὶ
(kai)
en
Σαμαρείᾳ
(Samareia)
Samaria
καὶ
(kai)
en
ἕως
(heos)
tot
ἐσχάτου
(eschatou)
uiterste
τῆς
(tes)
van de
γῆς
(ges)
aarde
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.

Het komt overeen met het oude Juda.

Zie Samaria (streek): Samaria is hier de streek tussen Galilea en Judea, het noorden van de Westelijke Jordaanoever.

Uitleg

μάρτυς (martys), ‘getuige’: iemand die verklaart wat hij gezien en gehoord heeft.

Deze zin geeft de opbouw van het boek: Jeruzalem, Judea en Samaria, en de uiteinden van de aarde.

Vergelijk de woorden over de Knecht van Yahweh in Jes. 49:6.

Zie ook Luc. 24:48–49; Jes. 49:6.

Yeshua wordt opgenomen in de hemel

9Nadat Hij dit had gezegd, werd Hij opgetild terwijl zij het zagen, en een wolk nam Hem op, weg uit hun ogen.
καὶ
(kai)
en
ταῦτα
(tauta)
dit
εἰπὼν
(eipon)
gezegd hebbend
βλεπόντων
(bleponton)
terwijl zagen
αὐτῶν
(auton)
zij
ἐπήρθη
(eperthe)
werd opgetild
καὶ
(kai)
en
νεφέλη
(nephele)
wolk
ὑπέλαβεν
(hypelaben)
nam op
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἀπὸ
(apo)
van
τῶν
(ton)
de
ὀφθαλμῶν
(ophthalmon)
ogen
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπήρθη (eperthe), ‘werd opgetild’. νεφέλη (nephele), ‘wolk’: in de Bijbel een teken van de nabijheid van Elohim (Exod. 40:34–35).

Vergelijk ook Dan. 7:13, waar iemand als een mensenzoon met de wolken van de hemel komt.

Zie ook Luc. 24:50–51; Mark. 16:19; Exod. 40:34–35; Dan. 7:13.

10Zij keken nog strak naar de hemel terwijl Hij wegging. En zie, twee mannen in witte kleren stonden bij hen.
καὶ
(kai)
en
ὡς
(hos)
terwijl
ἀτενίζοντες
(atenizontes)
strak kijkend
ἦσαν
(esan)
waren
εἰς
(eis)
naar
τὸν
(ton)
de
οὐρανὸν
(ouranon)
hemel
πορευομένου
(poreuomenou)
gaande
αὐτοῦ
(autou)
Hij
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
ἄνδρες
(andres)
mannen
δύο
(dyo)
twee
παρειστήκεισαν
(pareistekeisan)
stonden
αὐτοῖς
(autois)
bij hen
ἐν
(en)
in
ἐσθήσεσι
(esthesesi)
kleren
λευκαῖς
(leukais)
witte
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐσθῆσι λευκαῖς (esthesi leukais), ‘witte kleren’: zo worden engelen vaker beschreven (Luc. 24:4; Joh. 20:12).

Het Grieks noemt hen ‘mannen’.

Wij schrijven hun woorden zwart, zoals die van andere engelen.

Zie ook Luc. 24:4; Joh. 20:12.

11Zij zeiden: „Mannen, Galileeërs, waarom staan jullie naar de hemel te kijken? Deze Yeshua is van jullie weg in de hemel opgenomen. Hij zal zo komen, op dezelfde manier als jullie Hem naar de hemel hebben zien gaan.”
οἳ
(hoi)
die
καὶ
(kai)
ook
εἶπαν
(eipan)
zeiden
Ἄνδρες
(Andres)
mannen
Γαλιλαῖοι
(Galilaioi)
Galileeërs
τί
(ti)
waarom
ἑστήκατε
(hestekate)
staan jullie
βλέποντες
(blepontes)
kijkend
εἰς
(eis)
naar
τὸν
(ton)
de
οὐρανόν
(ouranon)
hemel
οὗτος
(houtos)
deze
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ὁ
(ho)
de
ἀναλημφθεὶς
(analemphtheis)
die is opgenomen
ἀφ’
(aph’)
van
ὑμῶν
(hymon)
jullie
εἰς
(eis)
naar
τὸν
(ton)
de
οὐρανὸν
(ouranon)
hemel
οὕτως
(houtos)
zo
ἐλεύσεται
(eleusetai)
zal komen
ὃν
(hon)
op welke
τρόπον
(tropon)
wijze
ἐθεάσασθε
(etheasasthe)
hebt aanschouwd
αὐτὸν
(auton)
Hem
πορευόμενον
(poreuomenon)
gaande
εἰς
(eis)
naar
τὸν
(ton)
de
οὐρανόν
(ouranon)
hemel
Bron: SBLGNT
Uitleg

Γαλιλαῖοι (Galilaioi), ‘Galileeërs’: mensen uit Galilea, het gebied waar Yeshua en veel van Zijn leerlingen vandaan kwamen.

‘Zo zal Hij komen’ verwijst naar de komst van Yeshua.

Vergelijk Zach. 14:4, waar de voeten van Yahweh op de Olijfberg staan.

Zie ook Matt. 24:30; Zach. 14:4.

De terugkeer naar Jeruzalem

12Toen keerden zij terug naar Jeruzalem, van de berg die Olijfberg genoemd wordt. Die ligt dicht bij Jeruzalem, op een sabbatsreis.
Τότε
(Tote)
toen
ὑπέστρεψαν
(hypestrepsan)
keerden terug
εἰς
(eis)
naar
Ἰερουσαλὴμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
ἀπὸ
(apo)
van
ὄρους
(orous)
berg
τοῦ
(tou)
de
καλουμένου
(kaloumenou)
genoemd
Ἐλαιῶνος
(Elaionos)
Olijfberg
ὅ
(ho)
die
ἐστιν
(estin)
is
ἐγγὺς
(engys)
dicht bij
Ἰερουσαλὴμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
σαββάτου
(sabbatou)
sabbatsreis
ἔχον
(echon)
hebbend
ὁδόν
(hodon)
weg
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Zie Olijfberg: De Olijfberg ligt ten oosten van Jeruzalem, aan de overkant van het Kidrondal.

Uitleg

Ἐλαιών (Elaion), ‘Olijfberg’: de heuvelrug ten oosten van Jeruzalem (Luc. 24:50 noemt Betanië). σαββάτου ὁδός (sabbatou hodos), ‘sabbatsreis’: de afstand die men op sabbat mocht lopen.

Volgens de overlevering was dat ongeveer 2000 el, dus ongeveer 900 meter; vergelijk Num. 35:5.

Zie ook Luc. 24:50; Zach. 14:4.

13Toen zij binnengekomen waren, gingen zij omhoog naar de bovenzaal waar zij verbleven. Dat waren Petrus en Johannes en Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, Simon de Zeloot en Judas, de zoon van Jakobus.
καὶ
(kai)
en
ὅτε
(hote)
toen
εἰσῆλθον
(eiselthon)
waren binnengekomen
εἰς
(eis)
naar
τὸ
(to)
de
ὑπερῷον
(hyperoon)
bovenzaal
ἀνέβησαν
(anebesan)
gingen omhoog
οὗ
(hou)
waar
ἦσαν
(esan)
waren
καταμένοντες
(katamenontes)
verblijvend
ὅ
(ho)
de
τε
(te)
en
Πέτρος
(Petros)
Petrus
καὶ
(kai)
en
Ἰωάννης
(Ioannes)
Johannes
καὶ
(kai)
en
Ἰάκωβος
(Iakobos)
Jakobus
καὶ
(kai)
en
Ἀνδρέας
(Andreas)
Andreas
Φίλιππος
(Philippos)
Filippus
καὶ
(kai)
en
Θωμᾶς
(Thomas)
Tomas
Βαρθολομαῖος
(Bartholomaios)
Bartolomeüs
καὶ
(kai)
en
Μαθθαῖος
(Maththaios)
Matteüs
Ἰάκωβος
(Iakobos)
Jakobus
Ἁλφαίου
(Halphaiou)
van Alfeüs
καὶ
(kai)
en
Σίμων
(Simon)
Simon
ὁ
(ho)
de
ζηλωτὴς
(zelotes)
Zeloot
καὶ
(kai)
en
Ἰούδας
(Ioudas)
Judas
Ἰακώβου
(Iakobou)
van Jakobus
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑπερῷον (hyperoon), ‘bovenzaal’: een kamer op de verdieping.

In Mark. 14:15 en Luc. 22:12 staat een ander Grieks woord, ἀνάγαιον (anagaion), dat wij ook met ‘bovenzaal’ vertalen.

Het Grieks zegt niet dat het dezelfde kamer is.

De lijst van de apostelen lijkt op Luc. 6:14–16; Judas Iskariot ontbreekt. Het Grieks heeft bij ‘Jakobus’ en ‘Judas’ alleen ‘van Alfeüs’ en ‘van Jakobus’. Wij vullen ‘zoon’ aan, zoals in Luc. 6:15–16.

Zie ook Luc. 6:14–16; Matt. 10:2–4; Mark. 3:16–19.

14Zij allen bleven eensgezind volharden in het gebed, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Yeshua, en met Zijn broers.
οὗτοι
(houtoi)
deze
πάντες
(pantes)
allen
ἦσαν
(esan)
waren
προσκαρτεροῦντες
(proskarterountes)
volhardend
ὁμοθυμαδὸν
(homothymadon)
eensgezind
τῇ
(te)
in het
προσευχῇ
(proseuche)
gebed
σὺν
(syn)
met
γυναιξὶν
(gynaixin)
vrouwen
καὶ
(kai)
en
Μαριὰμ
(Mariam)
Maria
τῇ
(te)
de
μητρὶ
(metri)
moeder
τοῦ
(tou)
van
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
καὶ
(kai)
en
σὺν
(syn)
met
τοῖς
(tois)
de
ἀδελφοῖς
(adelphois)
broers
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁμοθυμαδόν (homothymadon), ‘eensgezind’: letterlijk ‘met één gemoed’.

Dit woord komt in dit boek vaker voor (2:46; 4:24). προσκαρτερέω (proskartereo), ‘volharden’: ergens vasthoudend bij blijven; wij vertalen het overal zo (ook 2:42, 2:46).

Zie ook Luc. 8:2–3; Luc. 24:10; Mark. 6:3.

Een opvolger voor Judas

15In die dagen stond Petrus op te midden van de broers. Er was een menigte van ongeveer 120 personen bij elkaar. Hij zei:
Καὶ
(Kai)
en
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
ταύταις
(tautais)
deze
ἀναστὰς
(anastas)
opgestaan
Πέτρος
(Petros)
Petrus
ἐν
(en)
in
μέσῳ
(meso)
midden
τῶν
(ton)
van de
ἀδελφῶν
(adelphon)
broers
εἶπεν
(eipen)
zei
ἦν
(en)
was
τε
(te)
en
ὄχλος
(ochlos)
menigte
ὀνομάτων
(onomaton)
van namen
ἐπὶ
(epi)
op
τὸ
(to)
het
αὐτὸ
(auto)
zelfde
ὡς
(hos)
ongeveer
ἑκατὸν
(hekaton)
honderd
εἴκοσι
(eikosi)
twintig
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀδελφοί (adelphoi), ‘broers’: een gewone aanspreking onder volksgenoten en gelovigen.

Het Grieks woord kan ook een groep van mannen en vrouwen aanduiden.

Wij vertalen het overal met ‘broers’. ὄχλος ὀνομάτων (ochlos onomaton), ‘menigte van namen’: ‘namen’ staat hier voor personen.

16„Mannen, broers, de Schrift moest vervuld worden. De Heilige Geest heeft die van tevoren gesproken door de mond van David, over Judas, die de gids werd van hen die Yeshua grepen.
Ἄνδρες
(Andres)
mannen
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
ἔδει
(edei)
het was nodig
πληρωθῆναι
(plerothenai)
te worden vervuld
τὴν
(ten)
de
γραφὴν
(graphen)
Schrift
ἣν
(hen)
welke
προεῖπε
(proeipe)
zei van tevoren
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
τὸ
(to)
de
ἅγιον
(hagion)
Heilige
διὰ
(dia)
door
στόματος
(stomatos)
mond
Δαυὶδ
(Dauid)
David
περὶ
(peri)
over
Ἰούδα
(Iouda)
Judas
τοῦ
(tou)
de
γενομένου
(genomenou)
geworden
ὁδηγοῦ
(hodegou)
gids
τοῖς
(tois)
aan hen
συλλαβοῦσιν
(syllabousin)
die grepen
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁδηγός (hodegos), ‘gids’: iemand die de weg wijst.

Het Grieks zegt dat de Schrift ‘moest’ (ἔδει, edei) vervuld worden: Elohim had dit voorzien.

Voor de Schriftplaatsen, zie vers 20.

De Heilige Geest sprak ‘door de mond van David’: de psalmen die in vers 20 worden aangehaald, worden hier aan David toegeschreven.

Zie ook Luc. 22:47–48; Joh. 18:2–3.

17Judas was tot ons gerekend en had zijn aandeel gekregen in deze dienst.
ὅτι
(hoti)
dat
κατηριθμημένος
(katerithmemenos)
gerekend
ἦν
(en)
was
ἐν
(en)
onder
ἡμῖν
(hemin)
ons
καὶ
(kai)
en
ἔλαχεν
(elachen)
kreeg
τὸν
(ton)
de
κλῆρον
(kleron)
aandeel
τῆς
(tes)
van de
διακονίας
(diakonias)
dienst
ταύτης
(tautes)
deze
Bron: SBLGNT
Uitleg

κλῆρος (kleros), ‘aandeel’: eigenlijk ‘lot’; wat iemand bij loting ontvangt. διακονία (diakonia), ‘dienst’: het werk van de apostelen.

18Deze man heeft dus een stuk land gekocht met het loon van zijn onrecht. Hij viel voorover, barstte middendoor open en al zijn ingewanden stroomden eruit.
Οὗτος
(Houtos)
deze
μὲν
(men)
wel
οὖν
(oun)
dan
ἐκτήσατο
(ektesato)
verwierf
χωρίον
(chorion)
stuk land
ἐκ
(ek)
uit
μισθοῦ
(misthou)
loon
τῆς
(tes)
van het
ἀδικίας
(adikias)
onrecht
καὶ
(kai)
en
πρηνὴς
(prenes)
voorover
γενόμενος
(genomenos)
geworden
ἐλάκησεν
(elakesen)
barstte open
μέσος
(mesos)
middendoor
καὶ
(kai)
en
ἐξεχύθη
(exechythe)
werden uitgestort
πάντα
(panta)
alle
τὰ
(ta)
de
σπλάγχνα
(splanchna)
ingewanden
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Matteüs vertelt dat Judas zich verhing en dat de hogepriesters de akker kochten (Matt. 27:5–8).

Hier is Judas zelf de koper.

Of vers 18–19 woorden van Petrus zijn of een opmerking van de schrijver, zegt het Grieks niet; wij houden ze binnen de aanhalingstekens van Petrus.

Wij vertalen beide verhalen letterlijk. πρηνὴς γενόμενος (prenes genomenos), ‘voorover geworden’: het woord is zeldzaam; wij vertalen ‘hij viel voorover’. ἐλάκησεν (elakesen), ‘barstte open’.

Zie ook Matt. 27:3–10.

19Dit werd bekend aan alle inwoners van Jeruzalem, zodat die akker in hun eigen taal Akeldama genoemd werd, dat is Akker van Bloed.
καὶ
(kai)
en
γνωστὸν
(gnoston)
bekend
ἐγένετο
(egeneto)
werd
πᾶσι
(pasi)
aan allen
τοῖς
(tois)
de
κατοικοῦσιν
(katoikousin)
bewoners
Ἰερουσαλήμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
ὥστε
(hoste)
zodat
κληθῆναι
(klethenai)
genoemd te worden
τὸ
(to)
de
χωρίον
(chorion)
stuk land
ἐκεῖνο
(ekeino)
dat
τῇ
(te)
in het
ἰδίᾳ
(idia)
eigen
διαλέκτῳ
(dialekto)
taal
αὐτῶν
(auton)
hun
Ἁκελδαμάχ
(Hakeldamach)
Akeldama
τοῦτ’
(tout’)
dat
ἔστιν
(estin)
is
Χωρίον
(Chorion)
Akker
Αἵματος
(Haimatos)
van Bloed
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Zie Akker van Bloed (Hakeldama; ligging onzeker): De Akker van de Pottenbakker, later Akker van Bloed (Hakeldama), wordt van oudsher gezocht aan de zuidkant van het dal van Hinnom, ten zuiden van Jeruzalem.

Dit is niet zeker.

Uitleg

‘In hun eigen taal’ is het Aramees. Ἁκελδαμάχ (Hakeldamach) is de Griekse schrijfwijze van het Aramese ‘akker van bloed’.

In Matt. 27:8 heet de akker ‘Akker van Bloed’.

Zie ook Matt. 27:8.

Zie ookMat 27:8
20Want er staat geschreven in het boek van de Psalmen: ‘Laat zijn verblijf een woestenij worden. Laat er niemand in wonen.’ En: ‘Laat een ander zijn ambt als opziener nemen.’
γέγραπται
(gegraptai)
er staat geschreven
γὰρ
(gar)
want
ἐν
(en)
in
βίβλῳ
(biblo)
boek
ψαλμῶν
(psalmon)
van Psalmen
Γενηθήτω
(Genetheto)
laat worden
ἡ
(he)
de
ἔπαυλις
(epaulis)
verblijf
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἔρημος
(eremos)
woest
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
ἔστω
(esto)
laat zijn
ὁ
(ho)
de
κατοικῶν
(katoikon)
wonende
ἐν
(en)
in
αὐτῇ
(aute)
het
καί
(kai)
en
Τὴν
(Ten)
de
ἐπισκοπὴν
(episkopen)
ambt als opziener
αὐτοῦ
(autou)
zijn
λαβέτω
(labeto)
laat nemen
ἕτερος
(heteros)
een ander
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het eerste citaat is Ps. 69:26 (in de Nederlandse telling is dit 69:25), het tweede Ps. 109:8.

Het Hebreeuws heeft in Ps. 69:26 ‘hun kamp’ en ‘hun tenten’ (meervoud); de Griekse tekst heeft ‘zijn verblijf’ en ‘erin’ (enkelvoud), zodat het op één man past. ἔπαυλις (epaulis), ‘verblijf’: hoeve of landgoed. ἐπισκοπή (episkope), ‘ambt als opziener’: het Hebreeuwse פְּקֻדָּה (pequddah) betekent ‘toezicht, ambt’.

Vergelijk ἐπίσκοπος (episkopos), ‘opziener’, in 20:28.

Zie ook Ps. 69:26; Ps. 109:8.

21Daarom moet er, uit de mannen die met ons zijn meegegaan in heel de tijd waarin de Heer Yeshua bij ons in en uit ging,
δεῖ
(dei)
het is nodig
οὖν
(oun)
dus
τῶν
(ton)
van de
συνελθόντων
(synelthonton)
samengegaan zijnden
ἡμῖν
(hemin)
met ons
ἀνδρῶν
(andron)
mannen
ἐν
(en)
in
παντὶ
(panti)
alle
χρόνῳ
(chrono)
tijd
ᾧ
(ho)
waarin
εἰσῆλθεν
(eiselthen)
ging in
καὶ
(kai)
en
ἐξῆλθεν
(exelthen)
ging uit
ἐφ’
(eph’)
bij
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

κύριος (kyrios), ‘Heer’: Yeshua wordt in de verteltekst en in de woorden van de leerlingen ‘de Heer’ genoemd (met hoofdletter).

Het is een titel van eerbied.

Waar het Oude Testament wordt geciteerd of een formule uit het Oude Testament wordt gebruikt, staat Yahweh.

Zie Luc. 1:43 en 7:13.

‘In en uit gaan’ is een Hebreeuwse uitdrukking voor ‘onder mensen leven en werken’.

Zie ook Luc. 1:43; Luc. 7:13.

22te beginnen bij de doop van Johannes tot de dag waarop Hij van ons werd opgenomen, een van hen samen met ons getuige worden van Zijn opstanding.”
ἀρξάμενος
(arxamenos)
beginnend
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
de
βαπτίσματος
(baptismatos)
doop
Ἰωάννου
(Ioannou)
van Johannes
ἕως
(heos)
tot
τῆς
(tes)
de
ἡμέρας
(hemeras)
dag
ἧς
(hes)
waarop
ἀνελήμφθη
(anelemphthe)
werd opgenomen
ἀφ’
(aph’)
van
ἡμῶν
(hemon)
ons
μάρτυρα
(martyra)
getuige
τῆς
(tes)
van de
ἀναστάσεως
(anastaseos)
opstanding
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
σὺν
(syn)
met
ἡμῖν
(hemin)
ons
γενέσθαι
(genesthai)
te worden
ἕνα
(hena)
een
τούτων
(touton)
van deze
Bron: SBLGNT
Uitleg

Een apostel moest dus iemand zijn die Yeshua vanaf Zijn doop tot Zijn opneming had meegemaakt en die de opstanding kon bevestigen.

Zie ook Mark. 1:9; Luc. 24:48.

Matthias wordt gekozen

23Zij stelden er twee voor: Jozef, die Barsabbas genoemd werd en de bijnaam Justus kreeg, en Matthias.
καὶ
(kai)
en
ἔστησαν
(estesan)
stelden
δύο
(dyo)
twee
Ἰωσὴφ
(Ioseph)
Jozef
τὸν
(ton)
die
καλούμενον
(kaloumenon)
genoemde
Βαρσαββᾶν
(Barsabban)
Barsabbas
ὃς
(hos)
die
ἐπεκλήθη
(epeklethe)
de bijnaam kreeg
Ἰοῦστος
(Ioustos)
Justus
καὶ
(kai)
en
Μαθθίαν
(Maththian)
Matthias
Bron: SBLGNT
Uitleg

Βαρσαββᾶς (Barsabbas) is een Aramese bijnaam (‘zoon van …’); de precieze betekenis is onzeker. Ἰοῦστος (Ioustos), ‘Justus’, is een Latijnse bijnaam die ‘rechtvaardige’ betekent. Μαθθίας (Matthias) is een andere naam dan Μαθθαῖος (Matthaios), ‘Matteüs’, in vers 13; hij is de Griekse vorm van Mattitja, ‘gave van Yahweh’ (1 Kron. 15:18).

24Zij baden en zeiden: „U, Heer, die de harten van allen kent, wijs de ene aan die U uit deze twee hebt uitgekozen,
καὶ
(kai)
en
προσευξάμενοι
(proseuxamenoi)
biddend
εἶπαν
(eipan)
zeiden
Σὺ
(Sy)
U
κύριε
(kyrie)
Heer
καρδιογνῶστα
(kardiognosta)
hartenkenner
πάντων
(panton)
van allen
ἀνάδειξον
(anadeixon)
wijs aan
ὃν
(hon)
die
ἐξελέξω
(exelexo)
hebt uitgekozen
ἐκ
(ek)
uit
τούτων
(touton)
deze
τῶν
(ton)
de
δύο
(dyo)
twee
ἕνα
(hena)
een
Bron: SBLGNT
Uitleg

καρδιογνώστης (kardiognostes), ‘hartenkenner’: iemand die de harten van mensen kent.

Dit woord komt in het Nieuwe Testament alleen in Handelingen voor.

Het sluit aan bij 1 Sam. 16:7 en 1 Kon. 8:39.

Het woord staat ook in Hand. 15:8.

Het is onzeker of dit gebed zich richt tot de Heer Yeshua, die de apostelen koos (Luc. 6:13), of tot Elohim.

Wij vertalen ‘Heer’, zoals in vers 6 en 21.

Zie ook 1 Sam. 16:7; 1 Kon. 8:39; Luc. 6:13; Hand. 15:8.

25om de plaats in te nemen in deze dienst en dit apostelschap, waarvan Judas is afgeweken om naar zijn eigen plaats te gaan.”
λαβεῖν
(labein)
te nemen
τὸν
(ton)
de
τόπον
(topon)
plaats
τῆς
(tes)
van de
διακονίας
(diakonias)
dienst
ταύτης
(tautes)
deze
καὶ
(kai)
en
ἀποστολῆς
(apostoles)
apostelschap
ἀφ’
(aph’)
van
ἧς
(hes)
welke
παρέβη
(parebe)
is afgeweken
Ἰούδας
(Ioudas)
Judas
πορευθῆναι
(poreuthenai)
te gaan
εἰς
(eis)
naar
τὸν
(ton)
de
τόπον
(topon)
plaats
τὸν
(ton)
de
ἴδιον
(idion)
eigen
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρέβη (parebe), ‘is afgeweken’: letterlijk ‘is ernaast gegaan’; ook ‘een overtreding begaan’. ἀποστολή (apostole), ‘apostelschap’.

‘Zijn eigen plaats’: het Grieks zegt niet welke plaats; vergelijk vers 18.

Zie ookHand 1:18
26Zij wierpen het lot over hen, en het lot viel op Matthias. Hij werd bij de elf apostelen gerekend.
καὶ
(kai)
en
ἔδωκαν
(edokan)
gaven
κλήρους
(klerous)
loten
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
καὶ
(kai)
en
ἔπεσεν
(epesen)
viel
ὁ
(ho)
de
κλῆρος
(kleros)
lot
ἐπὶ
(epi)
op
Μαθθίαν
(Maththian)
Matthias
καὶ
(kai)
en
συγκατεψηφίσθη
(synkatepsephisthe)
werd meegeteld
μετὰ
(meta)
met
τῶν
(ton)
de
ἕνδεκα
(hendeka)
elf
ἀποστόλων
(apostolon)
apostelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔδωκαν κλήρους (edokan klerous), ‘zij gaven loten’: zij wierpen het lot.

Dit past bij Spr. 16:33. συγκατεψηφίσθη (synkatepsephisthe), ‘werd meegeteld’: hij werd bij de elf gerekend, zodat er weer twaalf apostelen waren.

Zie ook Spr. 16:33.

Zie ookSpr 16:33