Elohim Bijbel

Hebreeën 5

12345678910111213

Een hogepriester volgens de orde van Melchisedek, geleerd door lijden; melk en vast voedsel

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Wat een hogepriester is

1Want elke hogepriester, uit mensen genomen, wordt voor mensen aangesteld in wat Elohim betreft, om gaven en offers voor zonden te offeren.
Πᾶς
(Pas)
elke
γὰρ
(gar)
want
ἀρχιερεὺς
(archiereus)
hogepriester
ἐξ
(ex)
uit
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
λαμβανόμενος
(lambanomenos)
genomen
ὑπὲρ
(hyper)
voor
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
καθίσταται
(kathistatai)
wordt aangesteld
τὰ
(ta)
wat
πρὸς
(pros)
bij
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
ἵνα
(hina)
opdat
προσφέρῃ
(prosphere)
hij offert
δῶρά
(dora)
gaven
τε
(te)
en
καὶ
(kai)
ook
θυσίας
(thysias)
offers
ὑπὲρ
(hyper)
voor
ἁμαρτιῶν
(hamartion)
zonden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀρχιερεύς (archiereus), ‘hogepriester’: zie 2:17.

Hij wordt uit de mensen genomen en voor de mensen aangesteld. τὰ πρὸς τὸν θεόν (ta pros ton theon), ‘wat Elohim betreft’: zoals in 2:17. προσφέρω (prosfero), ‘offeren, aanbieden’: wij vertalen het overal met ‘offeren’; δῶρον (doron), ‘gave’, θυσία (thysia), ‘offer’ (slachtoffer).

Zie ook Lev. 16:6.

Zie ookLev 16:6
2Hij kan mild omgaan met de onwetenden en dwalenden, omdat ook hijzelf met zwakheid omgeven is,
μετριοπαθεῖν
(metriopathein)
mild omgaan
δυνάμενος
(dynamenos)
kunnend
τοῖς
(tois)
met de
ἀγνοοῦσι
(agnoousi)
onwetenden
καὶ
(kai)
en
πλανωμένοις
(planomenois)
dwalenden
ἐπεὶ
(epei)
omdat
καὶ
(kai)
ook
αὐτὸς
(autos)
hijzelf
περίκειται
(perikeitai)
is omgeven
ἀσθένειαν
(astheneian)
zwakheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

μετριοπαθέω (metriopatheo), ‘mild omgaan, zijn gevoel in toom houden’: de hogepriester voelt mee zonder in woede of onverschilligheid te vervallen. ἀγνοέω (agnoeo), ‘onwetend zijn’; πλανάω (planao), ‘dwalen’. περίκειται ἀσθένειαν (perikeitai astheneian), letterlijk ‘hij ligt omringd met zwakheid’.

De zin loopt door in vers 3.

Zie ookHeb 5:3
3en vanwege die zwakheid is hij verplicht, zoals voor het volk, zo ook voor zichzelf voor zonden te offeren.
καὶ
(kai)
en
δι’
(di’)
vanwege
αὐτὴν
(auten)
haar
ὀφείλει
(opheilei)
is hij verplicht
καθὼς
(kathos)
zoals
περὶ
(peri)
voor
τοῦ
(tou)
het
λαοῦ
(laou)
volk
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
περὶ
(peri)
voor
αὑτοῦ
(hautou)
zichzelf
προσφέρειν
(prospherein)
te offeren
περὶ
(peri)
voor
ἁμαρτιῶν
(hamartion)
zonden
Bron: SBLGNT
Uitleg

De hogepriester moest ook voor zichzelf een zondeoffer brengen, vóór het offer voor het volk (Lev. 16:6, 16:11).

De zwakheid van vers 2 is de reden.

Zie ook Lev. 16:6; Lev. 16:11.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ‘vanwege haar’ (δι᾽ αὐτήν), ‘zichzelf’ (αὑτοῦ) en ‘voor’ (περί).

Wij volgen de SBLGNT.

4En niemand neemt de eer voor zichzelf, maar alleen wie door Elohim geroepen wordt, zoals ook Aäron.
καὶ
(kai)
en
οὐχ
(ouch)
niet
ἑαυτῷ
(heauto)
voor zichzelf
τις
(tis)
iemand
λαμβάνει
(lambanei)
neemt
τὴν
(ten)
de
τιμήν
(timen)
eer
ἀλλὰ
(alla)
maar
καλούμενος
(kaloumenos)
geroepen wordend
ὑπὸ
(hypo)
door
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καθώσπερ
(kathosper)
zoals
καὶ
(kai)
ook
Ἀαρών
(Aaron)
Aäron
Bron: SBLGNT
Uitleg

τιμή (time), ‘eer’: het ambt van hogepriester is een eer die men zich niet zelf geeft.

Aäron werd geroepen: zie Exod. 28:1.

Zie ook Exod. 28:1.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ‘zoals’ (καθώσπερ) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ookEx 28:1

De Messias, hogepriester volgens de orde van Melchisedek

5Zo heeft ook de Messias Zichzelf niet verheerlijkt om hogepriester te worden, maar Hij die tot Hem gesproken heeft: „Mijn Zoon ben jij, Ik heb jou vandaag verwekt.”
Οὕτως
(Houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
ὁ
(ho)
de
Χριστὸς
(Christos)
Messias
οὐχ
(ouch)
niet
ἑαυτὸν
(heauton)
Zichzelf
ἐδόξασεν
(edoxasen)
verheerlijkte
γενηθῆναι
(genethenai)
te worden
ἀρχιερέα
(archierea)
hogepriester
ἀλλ’
(all’)
maar
ὁ
(ho)
Hij die
λαλήσας
(lalesas)
gesproken heeft
πρὸς
(pros)
tot
αὐτόν
(auton)
Hem
Υἱός
(Huios)
Zoon
μου
(mou)
Mijn
εἶ
(ei)
ben
σύ
(sy)
jij
ἐγὼ
(ego)
Ik
σήμερον
(semeron)
vandaag
γεγέννηκά
(gegenneka)
heb verwekt
σε
(se)
jou
Bron: SBLGNT
Uitleg

Aanhaling van Ps. 2:7, dezelfde woorden als in 1:5.

‘Hij die tot Hem sprak’ is Elohim; Zijn woorden tot de Zoon staan rood. δοξάζω (doxazo), ‘verheerlijken’: de Messias heeft Zichzelf niet de eer van het ambt gegeven. γεννάω (gennao), ‘verwekken’.

Zie ook Ps. 2:7; Hebr. 1:5.

6Zoals Hij ook op een andere plaats zegt: „Jij bent priester voor eeuwig, volgens de orde van Melchisedek.”
καθὼς
(kathos)
zoals
καὶ
(kai)
ook
ἐν
(en)
in
ἑτέρῳ
(hetero)
een andere
λέγει
(legei)
zegt Hij
Σὺ
(Sy)
jij
ἱερεὺς
(hiereus)
priester
εἰς
(eis)
voor
τὸν
(ton)
de
αἰῶνα
(aiona)
eeuwigheid
κατὰ
(kata)
naar
τὴν
(ten)
de
τάξιν
(taxin)
orde
Μελχισέδεκ
(Melchisedek)
Melchisedek
Bron: SBLGNT
Uitleg

Aanhaling van Ps. 110:4.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Jij bent priester voor eeuwig, volgens de wijze van Melchisedek’; Hebreeën heeft τάξις (taxis), ‘orde, rangorde’, voor het Hebreeuwse עַל דִּבְרָתִי (al divrati), dat moeilijk is (zie de Lezing-voetnoot bij Ps. 110:4).

De woorden zijn in Ps. 110:4 een eed van Yahweh; zij staan rood.

Over Melchisedek: Gen. 14:18–20 en hoofdstuk 7.

Zie ook Ps. 110:4; Gen. 14:18–20.

7Hij heeft in de dagen van Zijn vlees met sterk geroep en tranen smeekbeden en gebeden geofferd aan Hem die Hem uit de dood kon redden. Hij is verhoord vanwege Zijn ontzag.
ὃς
(hos)
Hij die
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
τῆς
(tes)
van het
σαρκὸς
(sarkos)
vlees
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
δεήσεις
(deeseis)
smeekbeden
τε
(te)
en
καὶ
(kai)
ook
ἱκετηρίας
(hiketerias)
gebeden
πρὸς
(pros)
tot
τὸν
(ton)
Hem die
δυνάμενον
(dynamenon)
kon
σῴζειν
(sozein)
redden
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἐκ
(ek)
uit
θανάτου
(thanatou)
dood
μετὰ
(meta)
met
κραυγῆς
(krauges)
geroep
ἰσχυρᾶς
(ischyras)
sterk
καὶ
(kai)
en
δακρύων
(dakryon)
tranen
προσενέγκας
(prosenenkas)
geofferd hebbend
καὶ
(kai)
en
εἰσακουσθεὶς
(eisakoustheis)
verhoord zijnde
ἀπὸ
(apo)
vanwege
τῆς
(tes)
het
εὐλαβείας
(eulabeias)
ontzag
Bron: SBLGNT
Uitleg

De verzen 7–10 zijn moeilijk en worden verschillend verstaan.

‘In de dagen van Zijn vlees’: in Zijn aardse leven. δέησις (deesis), ‘smeekbede’; ἱκετηρία (hiketeria), ‘smeekgebed’.

Het werkwoord προσφέρω, ‘offeren’, is hetzelfde als in vers 1: Hij bracht gebeden en smeekbeden als offer. κραυγή (krauge), ‘geroep’.

‘Aan Hem die Hem uit de dood kon redden’: Elohim. εὐλάβεια (eulabeia), ‘ontzag, godvrezendheid’: het Grieks heeft alleen ‘het ontzag’, zonder bezittelijk voornaamwoord; wij vullen ‘Zijn’ aan; ἀπό (apo) kan ‘vanwege’ zijn, zoals wij vertalen, maar ook ‘uit’ (‘verhoord en bevrijd van de angst’).

Zie ook Matt. 26:39; Mark. 14:36.

8Hoewel Hij Zoon was, heeft Hij de gehoorzaamheid geleerd uit wat Hij geleden heeft,
καίπερ
(kaiper)
hoewel
ὢν
(on)
zijnde
υἱός
(huios)
Zoon
ἔμαθεν
(emathen)
leerde Hij
ἀφ’
(aph’)
uit
ὧν
(hon)
wat
ἔπαθεν
(epathen)
leed Hij
τὴν
(ten)
de
ὑπακοήν
(hypakoen)
gehoorzaamheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

καίπερ (kaiper), ‘hoewel’.

Er is een woordspeling in het Grieks: ἔμαθεν (emathen), ‘Hij leerde’, en ἔπαθεν (epathen), ‘Hij leed’. ὑπακοή (hypakoe), ‘gehoorzaamheid’.

De zin loopt door in vers 9.

Zie ookHeb 5:9
9en toen Hij volmaakt gemaakt was, is Hij voor allen die Hem gehoorzamen oorzaak geworden van eeuwige redding,
καὶ
(kai)
en
τελειωθεὶς
(teleiotheis)
volmaakt gemaakt zijnde
ἐγένετο
(egeneto)
werd Hij
πᾶσιν
(pasin)
voor allen
τοῖς
(tois)
die
ὑπακούουσιν
(hypakouousin)
gehoorzamen
αὐτῷ
(auto)
Hem
αἴτιος
(aitios)
oorzaak
σωτηρίας
(soterias)
van redding
αἰωνίου
(aioniou)
eeuwige
Bron: SBLGNT
Uitleg

τελειόω (teleioo), ‘volmaken’: zie 2:10; Hij bereikte Zijn doel. αἴτιος (aitios), ‘oorzaak, bewerker’. ὑπακούω (hypakouo), ‘gehoorzamen’: dezelfde stam als ‘gehoorzaamheid’ in vers 8. σωτηρία αἰώνιος (soteria aionios), ‘eeuwige redding’.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ‘allen die Hem gehoorzamen’ (πᾶσιν τοῖς ὑπακούουσιν αὐτῷ) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ookHeb 5:8
10door Elohim uitgeroepen tot hogepriester volgens de orde van Melchisedek.
προσαγορευθεὶς
(prosagoreutheis)
uitgeroepen
ὑπὸ
(hypo)
door
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἀρχιερεὺς
(archiereus)
hogepriester
κατὰ
(kata)
naar
τὴν
(ten)
de
τάξιν
(taxin)
orde
Μελχισέδεκ
(Melchisedek)
Melchisedek
Bron: SBLGNT
Uitleg

προσαγορεύω (prosagoreuo), ‘uitroepen tot, noemen’: Elohim sprak Hem aan als hogepriester, zoals in vers 6.

Hier eindigt de zin die in vers 7 begon.

Melk en vast voedsel

11Hierover hebben wij veel te zeggen, en het is moeilijk uit te leggen, omdat jullie traag van gehoor geworden zijn.
Περὶ
(Peri)
over
οὗ
(hou)
wie
πολὺς
(polys)
veel
ἡμῖν
(hemin)
voor ons
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
καὶ
(kai)
en
δυσερμήνευτος
(dysermeneutos)
moeilijk uit te leggen
λέγειν
(legein)
te zeggen
ἐπεὶ
(epei)
omdat
νωθροὶ
(nothroi)
traag
γεγόνατε
(gegonate)
jullie zijn geworden
ταῖς
(tais)
in de
ἀκοαῖς
(akoais)
oren
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Hierover’ (περὶ οὗ): over Melchisedek, of over de hogepriester volgens zijn orde. δυσερμήνευτος (dysermeneutos), ‘moeilijk uit te leggen’. νωθρός (nothros), ‘traag, afgestompt’; zo ook in 6:12. ἀκοή (akoe), ‘gehoor’.

12Want hoewel jullie na zo veel tijd leraars zouden moeten zijn, hebben jullie opnieuw nodig dat iemand jullie de grondbeginselen van het begin van de uitspraken van Elohim leert. Jullie zijn geworden als mensen die melk nodig hebben, geen vast voedsel.
καὶ
(kai)
en
γὰρ
(gar)
want
ὀφείλοντες
(opheilontes)
zijnde verplicht
εἶναι
(einai)
te zijn
διδάσκαλοι
(didaskaloi)
leraars
διὰ
(dia)
vanwege
τὸν
(ton)
de
χρόνον
(chronon)
tijd
πάλιν
(palin)
weer
χρείαν
(chreian)
behoefte
ἔχετε
(echete)
hebben jullie
τοῦ
(tou)
aan het
διδάσκειν
(didaskein)
leren
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
τινὰ
(tina)
iemand
τὰ
(ta)
de
στοιχεῖα
(stoicheia)
grondbeginselen
τῆς
(tes)
van het
ἀρχῆς
(arches)
begin
τῶν
(ton)
van de
λογίων
(logion)
uitspraken
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καὶ
(kai)
en
γεγόνατε
(gegonate)
jullie zijn geworden
χρείαν
(chreian)
behoefte
ἔχοντες
(echontes)
hebbend
γάλακτος
(galaktos)
aan melk
οὐ
(ou)
niet
στερεᾶς
(stereas)
vast
τροφῆς
(trophes)
voedsel
Bron: SBLGNT
Uitleg

στοιχεῖα (stoicheia), ‘grondbeginselen’: zoals in Gal. 4:3. λόγια (logia), ‘uitspraken’: zoals in Rom. 3:2. γάλα (gala), ‘melk’; στερεὰ τροφή (sterea trofe), ‘vast voedsel’.

Zie ook Gal. 4:3; Rom. 3:2.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ‘iemand’ (τινά) en bij ‘niet’ (οὐ).

Wij volgen de SBLGNT.

13Want ieder die van melk leeft, is onervaren in het woord van gerechtigheid, want hij is een klein kind.
πᾶς
(pas)
ieder
γὰρ
(gar)
want
ὁ
(ho)
die
μετέχων
(metechon)
deelneemt
γάλακτος
(galaktos)
aan melk
ἄπειρος
(apeiros)
onervaren
λόγου
(logou)
in het woord
δικαιοσύνης
(dikaiosynes)
van gerechtigheid
νήπιος
(nepios)
klein kind
γάρ
(gar)
want
ἐστιν
(estin)
het is
Bron: SBLGNT
Uitleg

μετέχω (metecho), ‘deelnemen aan, gebruiken’. ἄπειρος (apeiros), ‘onervaren’. λόγος δικαιοσύνης (logos dikaiosynes), ‘woord van gerechtigheid’: het kan het woord over de gerechtigheid zijn of het woord dat gerechtigheid werkt. νήπιος (nepios), ‘klein kind’: zoals in 1 Kor. 3:1.

Zie ook 1 Kor. 3:1–2.

Zie ook1 Kor 3:1
14Maar vast voedsel is voor volmaakten, voor hen die door gewenning hun zintuigen getraind hebben om goed en kwaad te onderscheiden.
τελείων
(teleion)
van volmaakten
δέ
(de)
maar
ἐστιν
(estin)
is
ἡ
(he)
het
στερεὰ
(sterea)
vaste
τροφή
(trophe)
voedsel
τῶν
(ton)
van hen die
διὰ
(dia)
door
τὴν
(ten)
de
ἕξιν
(hexin)
gewenning
τὰ
(ta)
de
αἰσθητήρια
(aistheteria)
zintuigen
γεγυμνασμένα
(gegymnasmena)
getraind
ἐχόντων
(echonton)
hebben
πρὸς
(pros)
tot
διάκρισιν
(diakrisin)
onderscheiding
καλοῦ
(kalou)
van goed
τε
(te)
en
καὶ
(kai)
ook
κακοῦ
(kakou)
kwaad
Bron: SBLGNT
Uitleg

τέλειος (teleios), ‘volmaakt’; het woord kan ook ‘volwassen’ betekenen. ἕξις (hexis), ‘gewenning, geoefendheid’. αἰσθητήριον (aistheterion), ‘zintuig’: het vermogen om waar te nemen. γυμνάζω (gymnazo), ‘trainen, oefenen’. διάκρισις (diakrisis), ‘onderscheiding’.