1 Johannes 4
De geesten toetsen; Elohim is liefde
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De geesten toetsen
πνεῦμα (pneuma), ‘geest’: hier de geesten achter wat mensen als profetie spreken; zij moeten getoetst worden.
Wij schrijven ‘geest’ met een kleine letter, behalve waar het de Geest van Elohim is (vers 2). δοκιμάζω (dokimazo), ‘toetsen’: onderzoeken of iets echt is. ψευδοπροφήτης (pseudoprofetes), ‘valse profeet’.
ὁμολογέω (homologeo), ‘belijden’: zie 1:9.
‘Dat Yeshua de Messias in het vlees gekomen is’: het Grieks heeft ‘Yeshua de Messias, in het vlees gekomen’, een belijdenis over de komst van de Messias als mens. σάρξ (sarx), ‘vlees’: zie Joh. 1:14. γινώσκετε (ginoskete), ‘herkennen’: de vorm kan ook een gebod zijn, ‘herken’.
De SBLGNT markeert hier een variant bij het werkwoord ‘jullie herkennen’ (γινώσκετε); wij volgen de SBLGNT.
Zie ook Joh. 1:14.
τὸ τοῦ ἀντιχρίστου (to tou antichristou), ‘wat van de antichrist is’: het Grieks heeft alleen ‘het van de antichrist’; wij vullen ‘wat … is’ aan.
Zie 2:18 voor ἀντίχριστος.
De SBLGNT markeert hier varianten bij het lidwoord en bij het woord ‘Yeshua’; wij volgen de SBLGNT.
νικάω (nikao), ‘overwinnen’: zie 2:13.
‘Hij die in jullie is’ is waarschijnlijk Elohim (vergelijk 3:24); ‘hij die in de wereld is’ is de boze of de geest van de antichrist (vers 3).
De tekst noemt geen naam. τεκνία (teknia), ‘kinderen’: zie 2:1.
κόσμος (kosmos), ‘wereld’: zie 2:15.
‘Zij’ zijn de valse profeten uit vers 1.
πνεῦμα τῆς ἀληθείας (pneuma tes aletheias), ‘geest van de waarheid’, en πνεῦμα τῆς πλάνης (pneuma tes planes), ‘geest van de dwaling’: in het evangelie heet de Heilige Geest ‘de Geest van de waarheid’ (Joh. 14:17; 15:26; 16:13).
Hier staan de twee tegenover elkaar.
Wij schrijven ‘geest’ met een kleine letter. πλάνη (plane), ‘dwaling’: zie πλανάω in 1:8.
Zie ook Joh. 14:17.
Elohim is liefde
ἀγαπητοί (agapetoi), ‘geliefden’: zie 2:7. γεγέννηται (gegennetai), ‘verwekt’: zie 2:29.
In de verzen 7–21 staat de liefde centraal.
ὁ θεὸς ἀγάπη ἐστίν (ho theos agape estin), ‘Elohim is liefde’: dit staat in vers 8 en vers 16.
De zin is niet omkeerbaar: er staat niet dat liefde Elohim is.
ἐφανερώθη (efanerothe), ‘is zichtbaar geworden’: zie 1:2. ἐν ἡμῖν (en hemin), ‘onder ons’: ook ‘in ons’. μονογενής (monogenes), ‘enige’: wij vertalen ‘Zijn enige Zoon’, zoals in Joh. 3:16. ἀποστέλλω (apostello), ‘zenden’.
Zie ook Joh. 3:16.
ἱλασμός (hilasmos), ‘verzoening’: zie 2:2.
De SBLGNT markeert hier een variant bij het werkwoord ‘liefgehad hebben’ (ἠγαπήκαμεν); wij volgen de SBLGNT.
ὀφείλομεν (ofeilomen), ‘wij zijn verplicht’: wij staan bij iemand in het krijt.
Vergelijk 3:16.
‘Niemand heeft Elohim ooit gezien’ staat ook in Joh. 1:18. τετελειωμένη (teteleiomene), ‘volkomen gemaakt’: zie 2:5.
‘Zijn liefde in ons’ kan Elohims liefde voor ons zijn of onze liefde voor Hem; vergelijk 2:5.
De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘in ons volkomen gemaakt is’; wij volgen de SBLGNT.
Zie ook Joh. 1:18.
Blijven in Elohim
μένω (meno), ‘blijven’: zie 2:6 en 3:24.
‘Van Zijn Geest’ is letterlijk ‘uit Zijn Geest’: zie 3:24.
θεάομαι (theaomai), ‘aanschouwen’: zie 1:1. σωτήρ (soter), ‘Redder’: vergelijk Joh. 4:42, waar de Samaritanen Yeshua ‘de Redder van de wereld’ noemen.
Zie ook Joh. 4:42.
‘Zoon van Elohim’ (υἱὸς τοῦ θεοῦ, huios tou theou): zie 3:8.
In 5:5 en 5:13 staat dezelfde belijdenis.
De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ‘ook maar’ (ἐάν) en bij het woord ‘Yeshua’; wij volgen de SBLGNT.
ἔχει ὁ θεὸς ἐν ἡμῖν (echei ho theos en hemin), ‘die Elohim in ons heeft’: ‘in ons’ kan ook ‘onder ons’ zijn (vergelijk vers 9). πεπιστεύκαμεν (pepisteukamen), ‘wij hebben geloofd’: het Grieks heeft ‘de liefde’ als voorwerp; wij schrijven ‘erin geloofd’.
De SBLGNT markeert hier een variant bij het laatste ‘blijft’ (μένει); wij volgen de SBLGNT.
Volkomen liefde drijft de vrees uit
τετελείωται (teteleiotai), ‘volkomen gemaakt’: zie 2:5. ἡ ἡμέρα τῆς κρίσεως (he hemera tes kriseos), ‘de dag van het oordeel’.
‘Zoals Hij is’: ἐκεῖνος, Yeshua (zie 2:6). κρίσις (krisis), ‘oordeel’: zie Joh. 5:24.
φόβος (fobos), ‘vrees’. κόλασις (kolasis), ‘straf’: letterlijk staat er ‘de vrees heeft straf’; wij schrijven ‘heeft te maken met straf’.
De tekst zegt niet of het om de straf zelf gaat of om de verwachting ervan. τελεία ἀγάπη (teleia agape), ‘volkomen liefde’: dezelfde stam als τετελείωται, ‘volkomen gemaakt’.
ἀγαπῶμεν (agapomen), ‘wij hebben lief’: de vorm kan ook ‘laten wij liefhebben’ zijn.
Het voorwerp ontbreekt in het Grieks; wij laten het zo.
De SBLGNT markeert hier een variant bij het werkwoord ‘wij hebben lief’ (ἀγαπῶμεν); wij volgen de SBLGNT.
ψεύστης (pseustes), ‘leugenaar’: zie 1:10.
Het Grieks stelt het zien van de broer tegenover het niet zien van Elohim; vergelijk vers 12.
De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘niet’ (οὐ); wij volgen de SBLGNT.
ἐντολή (entole), ‘gebod’: dit is het gebod om elkaar lief te hebben, zie 3:23 en Joh. 13:34.
‘Van Hem’: van Yeshua of van Elohim.
Zie ook Joh. 13:34.