Elohim Bijbel

1 Johannes 4

12345

De geesten toetsen; Elohim is liefde

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De geesten toetsen

1Geliefden, geloof niet elke geest, maar toets de geesten of zij uit Elohim zijn, want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan.
Ἀγαπητοί
(Agapetoi)
geliefden
μὴ
(me)
niet
παντὶ
(panti)
in elke
πνεύματι
(pneumati)
geest
πιστεύετε
(pisteuete)
geloof
ἀλλὰ
(alla)
maar
δοκιμάζετε
(dokimazete)
toets
τὰ
(ta)
de
πνεύματα
(pneumata)
geesten
εἰ
(ei)
of
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐστιν
(estin)
is
ὅτι
(hoti)
omdat
πολλοὶ
(polloi)
vele
ψευδοπροφῆται
(pseudoprophetai)
valse profeten
ἐξεληλύθασιν
(exelelythasin)
zijn uitgegaan
εἰς
(eis)
in
τὸν
(ton)
de
κόσμον
(kosmon)
wereld
Bron: SBLGNT
Uitleg

πνεῦμα (pneuma), ‘geest’: hier de geesten achter wat mensen als profetie spreken; zij moeten getoetst worden.

Wij schrijven ‘geest’ met een kleine letter, behalve waar het de Geest van Elohim is (vers 2). δοκιμάζω (dokimazo), ‘toetsen’: onderzoeken of iets echt is. ψευδοπροφήτης (pseudoprofetes), ‘valse profeet’.

Zie ook1 Joh 4:2
2Hieraan herkennen jullie de Geest van Elohim: elke geest die belijdt dat Yeshua de Messias in het vlees gekomen is, is uit Elohim,
ἐν
(en)
in
τούτῳ
(touto)
dit
γινώσκετε
(ginoskete)
jullie herkennen
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
πᾶν
(pan)
elke
πνεῦμα
(pneuma)
geest
ὃ
(ho)
die
ὁμολογεῖ
(homologei)
belijdt
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
Χριστὸν
(Christon)
de Messias
ἐν
(en)
in
σαρκὶ
(sarki)
vlees
ἐληλυθότα
(elelythota)
gekomen
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁμολογέω (homologeo), ‘belijden’: zie 1:9.

‘Dat Yeshua de Messias in het vlees gekomen is’: het Grieks heeft ‘Yeshua de Messias, in het vlees gekomen’, een belijdenis over de komst van de Messias als mens. σάρξ (sarx), ‘vlees’: zie Joh. 1:14. γινώσκετε (ginoskete), ‘herkennen’: de vorm kan ook een gebod zijn, ‘herken’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het werkwoord ‘jullie herkennen’ (γινώσκετε); wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Joh. 1:14.

Zie ookJoh 1:14
3en elke geest die Yeshua niet belijdt, is niet uit Elohim. En dit is wat van de antichrist is, waarvan jullie gehoord hebben dat hij komt, en nu is hij al in de wereld.
καὶ
(kai)
en
πᾶν
(pan)
elke
πνεῦμα
(pneuma)
geest
ὃ
(ho)
die
μὴ
(me)
niet
ὁμολογεῖ
(homologei)
belijdt
τὸν
(ton)
de
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
καὶ
(kai)
en
τοῦτό
(touto)
dit
ἐστιν
(estin)
is
τὸ
(to)
wat
τοῦ
(tou)
van de
ἀντιχρίστου
(antichristou)
antichrist
ὃ
(ho)
waarvan
ἀκηκόατε
(akekoate)
jullie hebben gehoord
ὅτι
(hoti)
dat
ἔρχεται
(erchetai)
hij komt
καὶ
(kai)
en
νῦν
(nyn)
nu
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
κόσμῳ
(kosmo)
wereld
ἐστὶν
(estin)
is
ἤδη
(ede)
al
Bron: SBLGNT
Uitleg

τὸ τοῦ ἀντιχρίστου (to tou antichristou), ‘wat van de antichrist is’: het Grieks heeft alleen ‘het van de antichrist’; wij vullen ‘wat … is’ aan.

Zie 2:18 voor ἀντίχριστος.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij het lidwoord en bij het woord ‘Yeshua’; wij volgen de SBLGNT.

4Jullie zijn uit Elohim, kinderen, en jullie hebben hen overwonnen, want Hij die in jullie is, is groter dan hij die in de wereld is.
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐστε
(este)
zijn
τεκνία
(teknia)
kinderen
καὶ
(kai)
en
νενικήκατε
(nenikekate)
jullie hebben overwonnen
αὐτούς
(autous)
hen
ὅτι
(hoti)
omdat
μείζων
(meizon)
groter
ἐστὶν
(estin)
is
ὁ
(ho)
Hij die
ἐν
(en)
in
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἢ
(e)
dan
ὁ
(ho)
hij die
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
κόσμῳ
(kosmo)
wereld
Bron: SBLGNT
Uitleg

νικάω (nikao), ‘overwinnen’: zie 2:13.

‘Hij die in jullie is’ is waarschijnlijk Elohim (vergelijk 3:24); ‘hij die in de wereld is’ is de boze of de geest van de antichrist (vers 3).

De tekst noemt geen naam. τεκνία (teknia), ‘kinderen’: zie 2:1.

Zie ook1 Joh 4:3
5Zij zijn uit de wereld. Daarom spreken zij uit de wereld, en de wereld luistert naar hen.
αὐτοὶ
(autoi)
zij
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
κόσμου
(kosmou)
wereld
εἰσίν
(eisin)
zijn
διὰ
(dia)
daarom
τοῦτο
(touto)
(dit)
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
κόσμου
(kosmou)
wereld
λαλοῦσιν
(lalousin)
spreken zij
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
κόσμος
(kosmos)
wereld
αὐτῶν
(auton)
hen
ἀκούει
(akouei)
luistert
Bron: SBLGNT
Uitleg

κόσμος (kosmos), ‘wereld’: zie 2:15.

‘Zij’ zijn de valse profeten uit vers 1.

Zie ook1 Joh 4:1
6Wij zijn uit Elohim. Wie Elohim kent, luistert naar ons. Wie niet uit Elohim is, luistert niet naar ons. Hieruit kennen wij de geest van de waarheid en de geest van de dwaling.
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐσμεν
(esmen)
zijn
ὁ
(ho)
wie
γινώσκων
(ginoskon)
kent
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
ἀκούει
(akouei)
luistert
ἡμῶν
(hemon)
naar ons
ὃς
(hos)
wie
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
οὐκ
(ouk)
niet
ἀκούει
(akouei)
luistert
ἡμῶν
(hemon)
naar ons
ἐκ
(ek)
hieruit
τούτου
(toutou)
(dit)
γινώσκομεν
(ginoskomen)
wij kennen
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
geest
τῆς
(tes)
van de
ἀληθείας
(aletheias)
waarheid
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
geest
τῆς
(tes)
van de
πλάνης
(planes)
dwaling
Bron: SBLGNT
Uitleg

πνεῦμα τῆς ἀληθείας (pneuma tes aletheias), ‘geest van de waarheid’, en πνεῦμα τῆς πλάνης (pneuma tes planes), ‘geest van de dwaling’: in het evangelie heet de Heilige Geest ‘de Geest van de waarheid’ (Joh. 14:17; 15:26; 16:13).

Hier staan de twee tegenover elkaar.

Wij schrijven ‘geest’ met een kleine letter. πλάνη (plane), ‘dwaling’: zie πλανάω in 1:8.

Zie ook Joh. 14:17.

Elohim is liefde

7Geliefden, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde is uit Elohim, en ieder die liefheeft, is uit Elohim verwekt en kent Elohim.
Ἀγαπητοί
(Agapetoi)
geliefden
ἀγαπῶμεν
(agapomen)
laten wij liefhebben
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
ὅτι
(hoti)
omdat
ἡ
(he)
de
ἀγάπη
(agape)
liefde
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐστιν
(estin)
is
καὶ
(kai)
en
πᾶς
(pas)
ieder
ὁ
(ho)
die
ἀγαπῶν
(agapon)
liefheeft
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
γεγέννηται
(gegennetai)
verwekt is
καὶ
(kai)
en
γινώσκει
(ginoskei)
kent
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀγαπητοί (agapetoi), ‘geliefden’: zie 2:7. γεγέννηται (gegennetai), ‘verwekt’: zie 2:29.

In de verzen 7–21 staat de liefde centraal.

8Wie niet liefheeft, heeft Elohim niet gekend, want Elohim is liefde.
ὁ
(ho)
wie
μὴ
(me)
niet
ἀγαπῶν
(agapon)
liefheeft
οὐκ
(ouk)
niet
ἔγνω
(egno)
heeft gekend
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
ὅτι
(hoti)
omdat
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἀγάπη
(agape)
liefde
ἐστίν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁ θεὸς ἀγάπη ἐστίν (ho theos agape estin), ‘Elohim is liefde’: dit staat in vers 8 en vers 16.

De zin is niet omkeerbaar: er staat niet dat liefde Elohim is.

Zie ook1 Joh 4:16
9Hierin is de liefde van Elohim onder ons zichtbaar geworden: Elohim heeft Zijn enige Zoon in de wereld gezonden, zodat wij door Hem leven.
ἐν
(en)
in
τούτῳ
(touto)
dit
ἐφανερώθη
(ephanerothe)
is zichtbaar geworden
ἡ
(he)
de
ἀγάπη
(agape)
liefde
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐν
(en)
in
ἡμῖν
(hemin)
ons
ὅτι
(hoti)
dat
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
Zoon
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
τὸν
(ton)
de
μονογενῆ
(monogene)
enige
ἀπέσταλκεν
(apestalken)
heeft gezonden
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
εἰς
(eis)
in
τὸν
(ton)
de
κόσμον
(kosmon)
wereld
ἵνα
(hina)
opdat
ζήσωμεν
(zesomen)
wij leven
δι’
(di’)
door
αὐτοῦ
(autou)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐφανερώθη (efanerothe), ‘is zichtbaar geworden’: zie 1:2. ἐν ἡμῖν (en hemin), ‘onder ons’: ook ‘in ons’. μονογενής (monogenes), ‘enige’: wij vertalen ‘Zijn enige Zoon’, zoals in Joh. 3:16. ἀποστέλλω (apostello), ‘zenden’.

Zie ook Joh. 3:16.

Zie ookJoh 3:16
10Hierin is de liefde: niet dat wij Elohim liefgehad hebben, maar dat Hij ons liefgehad heeft en Zijn Zoon gezonden heeft als verzoening voor onze zonden.
ἐν
(en)
in
τούτῳ
(touto)
dit
ἐστὶν
(estin)
is
ἡ
(he)
de
ἀγάπη
(agape)
liefde
οὐχ
(ouch)
niet
ὅτι
(hoti)
dat
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ἠγαπήκαμεν
(egapekamen)
hebben liefgehad
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
ἀλλ’
(all’)
maar
ὅτι
(hoti)
dat
αὐτὸς
(autos)
Hij
ἠγάπησεν
(egapesen)
heeft liefgehad
ἡμᾶς
(hemas)
ons
καὶ
(kai)
en
ἀπέστειλεν
(apesteilen)
heeft gezonden
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
Zoon
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἱλασμὸν
(hilasmon)
verzoening
περὶ
(peri)
voor
τῶν
(ton)
de
ἁμαρτιῶν
(hamartion)
zonden
ἡμῶν
(hemon)
onze
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἱλασμός (hilasmos), ‘verzoening’: zie 2:2.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het werkwoord ‘liefgehad hebben’ (ἠγαπήκαμεν); wij volgen de SBLGNT.

11Geliefden, als Elohim ons zo liefgehad heeft, zijn ook wij verplicht elkaar lief te hebben.
ἀγαπητοί
(agapetoi)
geliefden
εἰ
(ei)
als
οὕτως
(houtos)
zo
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἠγάπησεν
(egapesen)
heeft liefgehad
ἡμᾶς
(hemas)
ons
καὶ
(kai)
ook
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ὀφείλομεν
(opheilomen)
zijn verplicht
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
ἀγαπᾶν
(agapan)
lief te hebben
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὀφείλομεν (ofeilomen), ‘wij zijn verplicht’: wij staan bij iemand in het krijt.

Vergelijk 3:16.

12Niemand heeft Elohim ooit gezien. Als wij elkaar liefhebben, blijft Elohim in ons en is Zijn liefde in ons volkomen gemaakt.
θεὸν
(theon)
Elohim
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
πώποτε
(popote)
ooit
τεθέαται
(tetheatai)
heeft gezien
ἐὰν
(ean)
als
ἀγαπῶμεν
(agapomen)
wij liefhebben
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐν
(en)
in
ἡμῖν
(hemin)
ons
μένει
(menei)
blijft
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
ἀγάπη
(agape)
liefde
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἐν
(en)
in
ἡμῖν
(hemin)
ons
τετελειωμένη
(teteleiomene)
volkomen gemaakt
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Niemand heeft Elohim ooit gezien’ staat ook in Joh. 1:18. τετελειωμένη (teteleiomene), ‘volkomen gemaakt’: zie 2:5.

‘Zijn liefde in ons’ kan Elohims liefde voor ons zijn of onze liefde voor Hem; vergelijk 2:5.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘in ons volkomen gemaakt is’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Joh. 1:18.

Zie ookJoh 1:18

Blijven in Elohim

13Hieraan weten wij dat wij in Hem blijven en Hij in ons: Hij heeft ons van Zijn Geest gegeven.
Ἐν
(En)
in
τούτῳ
(touto)
dit
γινώσκομεν
(ginoskomen)
wij weten
ὅτι
(hoti)
dat
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
Hem
μένομεν
(menomen)
wij blijven
καὶ
(kai)
en
αὐτὸς
(autos)
Hij
ἐν
(en)
in
ἡμῖν
(hemin)
ons
ὅτι
(hoti)
omdat
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
δέδωκεν
(dedoken)
Hij heeft gegeven
ἡμῖν
(hemin)
ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

μένω (meno), ‘blijven’: zie 2:6 en 3:24.

‘Van Zijn Geest’ is letterlijk ‘uit Zijn Geest’: zie 3:24.

14En wij hebben aanschouwd en getuigen dat de Vader de Zoon als Redder van de wereld gezonden heeft.
καὶ
(kai)
en
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
τεθεάμεθα
(tetheametha)
hebben aanschouwd
καὶ
(kai)
en
μαρτυροῦμεν
(martyroumen)
wij getuigen
ὅτι
(hoti)
dat
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
Vader
ἀπέσταλκεν
(apestalken)
heeft gezonden
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
Zoon
σωτῆρα
(sotera)
als Redder
τοῦ
(tou)
van de
κόσμου
(kosmou)
wereld
Bron: SBLGNT
Uitleg

θεάομαι (theaomai), ‘aanschouwen’: zie 1:1. σωτήρ (soter), ‘Redder’: vergelijk Joh. 4:42, waar de Samaritanen Yeshua ‘de Redder van de wereld’ noemen.

Zie ook Joh. 4:42.

Zie ookJoh 4:42
15Wie belijdt dat Yeshua de Zoon van Elohim is, in hem blijft Elohim, en hij in Elohim.
ὃς
(hos)
wie
ἐὰν
(ean)
ook maar
ὁμολογήσῃ
(homologese)
belijdt
ὅτι
(hoti)
dat
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
hem
μένει
(menei)
blijft
καὶ
(kai)
en
αὐτὸς
(autos)
hij
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
θεῷ
(theo)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Zoon van Elohim’ (υἱὸς τοῦ θεοῦ, huios tou theou): zie 3:8.

In 5:5 en 5:13 staat dezelfde belijdenis.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ‘ook maar’ (ἐάν) en bij het woord ‘Yeshua’; wij volgen de SBLGNT.

16En wij hebben de liefde die Elohim in ons heeft, leren kennen en erin geloofd. Elohim is liefde, en wie in de liefde blijft, blijft in Elohim, en Elohim blijft in hem.
καὶ
(kai)
en
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ἐγνώκαμεν
(egnokamen)
hebben leren kennen
καὶ
(kai)
en
πεπιστεύκαμεν
(pepisteukamen)
hebben geloofd
τὴν
(ten)
de
ἀγάπην
(agapen)
liefde
ἣν
(hen)
die
ἔχει
(echei)
heeft
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐν
(en)
in
ἡμῖν
(hemin)
ons
Ὁ
(Ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἀγάπη
(agape)
liefde
ἐστίν
(estin)
is
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
wie
μένων
(menon)
blijft
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἀγάπῃ
(agape)
liefde
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
θεῷ
(theo)
Elohim
μένει
(menei)
blijft
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
hem
μένει
(menei)
blijft
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔχει ὁ θεὸς ἐν ἡμῖν (echei ho theos en hemin), ‘die Elohim in ons heeft’: ‘in ons’ kan ook ‘onder ons’ zijn (vergelijk vers 9). πεπιστεύκαμεν (pepisteukamen), ‘wij hebben geloofd’: het Grieks heeft ‘de liefde’ als voorwerp; wij schrijven ‘erin geloofd’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het laatste ‘blijft’ (μένει); wij volgen de SBLGNT.

Zie ook1 Joh 4:9

Volkomen liefde drijft de vrees uit

17Hierin is de liefde bij ons volkomen gemaakt: dat wij vrijmoedigheid hebben op de dag van het oordeel. Want zoals Hij is, zo zijn ook wij in deze wereld.
ἐν
(en)
in
τούτῳ
(touto)
dit
τετελείωται
(teteleiotai)
is volkomen gemaakt
ἡ
(he)
de
ἀγάπη
(agape)
liefde
μεθ’
(meth’)
bij
ἡμῶν
(hemon)
ons
ἵνα
(hina)
opdat
παρρησίαν
(parresian)
vrijmoedigheid
ἔχωμεν
(echomen)
wij hebben
ἐν
(en)
op
τῇ
(te)
de
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
τῆς
(tes)
van het
κρίσεως
(kriseos)
oordeel
ὅτι
(hoti)
omdat
καθὼς
(kathos)
zoals
ἐκεῖνός
(ekeinos)
Hij
ἐστιν
(estin)
is
καὶ
(kai)
ook
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ἐσμεν
(esmen)
zijn
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
κόσμῳ
(kosmo)
wereld
τούτῳ
(touto)
deze
Bron: SBLGNT
Uitleg

τετελείωται (teteleiotai), ‘volkomen gemaakt’: zie 2:5. ἡ ἡμέρα τῆς κρίσεως (he hemera tes kriseos), ‘de dag van het oordeel’.

‘Zoals Hij is’: ἐκεῖνος, Yeshua (zie 2:6). κρίσις (krisis), ‘oordeel’: zie Joh. 5:24.

Zie ookJoh 5:24
18Er is geen vrees in de liefde, maar de volkomen liefde drijft de vrees naar buiten, want de vrees heeft te maken met straf. Wie vreest, is niet volkomen gemaakt in de liefde.
φόβος
(phobos)
vrees
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἀγάπῃ
(agape)
liefde
ἀλλ’
(all’)
maar
ἡ
(he)
de
τελεία
(teleia)
volkomen
ἀγάπη
(agape)
liefde
ἔξω
(exo)
naar buiten
βάλλει
(ballei)
drijft
τὸν
(ton)
de
φόβον
(phobon)
vrees
ὅτι
(hoti)
omdat
ὁ
(ho)
de
φόβος
(phobos)
vrees
κόλασιν
(kolasin)
straf
ἔχει
(echei)
heeft
ὁ
(ho)
wie
δὲ
(de)
echter
φοβούμενος
(phoboumenos)
vreest
οὐ
(ou)
niet
τετελείωται
(teteleiotai)
is volkomen gemaakt
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἀγάπῃ
(agape)
liefde
Bron: SBLGNT
Uitleg

φόβος (fobos), ‘vrees’. κόλασις (kolasis), ‘straf’: letterlijk staat er ‘de vrees heeft straf’; wij schrijven ‘heeft te maken met straf’.

De tekst zegt niet of het om de straf zelf gaat of om de verwachting ervan. τελεία ἀγάπη (teleia agape), ‘volkomen liefde’: dezelfde stam als τετελείωται, ‘volkomen gemaakt’.

19Wij hebben lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad.
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ἀγαπῶμεν
(agapomen)
hebben lief
ὅτι
(hoti)
omdat
αὐτὸς
(autos)
Hij
πρῶτος
(protos)
eerst
ἠγάπησεν
(egapesen)
heeft liefgehad
ἡμᾶς
(hemas)
ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀγαπῶμεν (agapomen), ‘wij hebben lief’: de vorm kan ook ‘laten wij liefhebben’ zijn.

Het voorwerp ontbreekt in het Grieks; wij laten het zo.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het werkwoord ‘wij hebben lief’ (ἀγαπῶμεν); wij volgen de SBLGNT.

20Als iemand zegt: „Ik heb Elohim lief”, en zijn broer haat, is hij een leugenaar. Want wie zijn broer niet liefheeft, die hij gezien heeft, kan Elohim, die hij niet gezien heeft, niet liefhebben.
ἐάν
(ean)
als
τις
(tis)
iemand
εἴπῃ
(eipe)
zegt
ὅτι
(hoti)
dat
Ἀγαπῶ
(Agapo)
ik heb lief
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
de
ἀδελφὸν
(adelphon)
broer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
μισῇ
(mise)
haat
ψεύστης
(pseustes)
leugenaar
ἐστίν
(estin)
is
ὁ
(ho)
wie
γὰρ
(gar)
want
μὴ
(me)
niet
ἀγαπῶν
(agapon)
liefheeft
τὸν
(ton)
de
ἀδελφὸν
(adelphon)
broer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ὃν
(hon)
die
ἑώρακεν
(heoraken)
hij heeft gezien
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
ὃν
(hon)
die
οὐχ
(ouch)
niet
ἑώρακεν
(heoraken)
hij heeft gezien
οὐ
(ou)
niet
δύναται
(dynatai)
kan
ἀγαπᾶν
(agapan)
liefhebben
Bron: SBLGNT
Uitleg

ψεύστης (pseustes), ‘leugenaar’: zie 1:10.

Het Grieks stelt het zien van de broer tegenover het niet zien van Elohim; vergelijk vers 12.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘niet’ (οὐ); wij volgen de SBLGNT.

Zie ook1 Joh 4:12
21En dit gebod hebben wij van Hem: dat wie Elohim liefheeft, ook zijn broer liefheeft.
καὶ
(kai)
en
ταύτην
(tauten)
dit
τὴν
(ten)
het
ἐντολὴν
(entolen)
gebod
ἔχομεν
(echomen)
wij hebben
ἀπ’
(ap’)
van
αὐτοῦ
(autou)
Hem
ἵνα
(hina)
opdat
ὁ
(ho)
wie
ἀγαπῶν
(agapon)
liefheeft
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
ἀγαπᾷ
(agapa)
liefheeft
καὶ
(kai)
ook
τὸν
(ton)
de
ἀδελφὸν
(adelphon)
broer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐντολή (entole), ‘gebod’: dit is het gebod om elkaar lief te hebben, zie 3:23 en Joh. 13:34.

‘Van Hem’: van Yeshua of van Elohim.

Zie ook Joh. 13:34.

Zie ookJoh 13:34