De bergrede: oordelen, vragen, de nauwe poort en het huis op de rots
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Niet oordelen
1Oordeel niet, zodat jullie niet geoordeeld worden.
Μὴ
(Me)
niet
κρίνετε
(krinete)
oordeel
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
κριθῆτε
(krithete)
jullie geoordeeld worden
Bron: SBLGNT
Uitleg
κρίνω (krino), ‘oordelen’: ook ‘veroordelen’.
In 7:1–2 volgt een lijdende vorm (‘geoordeeld worden’); het Grieks noemt niet wie oordeelt.
4Of hoe zul je tegen je broer zeggen: ‘Laat mij de splinter uit je oog halen’? En zie: de balk zit in je eigen oog!
ἢ
(e)
of
πῶς
(pos)
hoe
ἐρεῖς
(ereis)
zul je zeggen
τῷ
(to)
aan de
ἀδελφῷ
(adelpho)
broer
σου
(sou)
je
Ἄφες
(Aphes)
laat
ἐκβάλω
(ekbalo)
ik haal uit
τὸ
(to)
de
κάρφος
(karphos)
splinter
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
het
ὀφθαλμοῦ
(ophthalmou)
oog
σου
(sou)
je
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
ἡ
(he)
de
δοκὸς
(dokos)
balk
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
ὀφθαλμῷ
(ophthalmo)
oog
σοῦ
(sou)
je
Bron: SBLGNT
5Huichelaar, haal eerst de balk uit je eigen oog. Dan zul je scherp zien om de splinter uit het oog van je broer te halen.
ὑποκριτά
(hypokrita)
huichelaar
ἔκβαλε
(ekbale)
haal uit
πρῶτον
(proton)
eerst
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
het
ὀφθαλμοῦ
(ophthalmou)
oog
σοῦ
(sou)
je
τὴν
(ten)
de
δοκόν
(dokon)
balk
καὶ
(kai)
en
τότε
(tote)
dan
διαβλέψεις
(diablepseis)
zul je scherp zien
ἐκβαλεῖν
(ekbalein)
uit te halen
τὸ
(to)
de
κάρφος
(karphos)
splinter
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
het
ὀφθαλμοῦ
(ophthalmou)
oog
τοῦ
(tou)
van de
ἀδελφοῦ
(adelphou)
broer
σου
(sou)
je
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὑποκριτής (hypokrites), ‘huichelaar’: zie 6:2.
6Geef het heilige niet aan de honden en werp jullie parels niet voor de zwijnen. Anders vertrappen zij ze met hun voeten, keren zich om en verscheuren jullie.
Μὴ
(Me)
niet
δῶτε
(dote)
geef
τὸ
(to)
het
ἅγιον
(hagion)
heilige
τοῖς
(tois)
aan de
κυσίν
(kysin)
honden
μηδὲ
(mede)
en niet
βάλητε
(balete)
werp
τοὺς
(tous)
de
μαργαρίτας
(margaritas)
parels
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἔμπροσθεν
(emprosthen)
voor
τῶν
(ton)
de
χοίρων
(choiron)
zwijnen
μήποτε
(mepote)
anders
καταπατήσουσιν
(katapatesousin)
zullen vertrappen
αὐτοὺς
(autous)
ze
ἐν
(en)
met
τοῖς
(tois)
de
ποσὶν
(posin)
voeten
αὐτῶν
(auton)
hun
καὶ
(kai)
en
στραφέντες
(straphentes)
omkerend
ῥήξωσιν
(rhexosin)
zullen verscheuren
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg
Honden en zwijnen golden als onrein; vergelijk Lev. 11:7 voor het varken.
‘Het heilige’ (τὸ ἅγιον, to hagion) is wat voor Elohim apart is gezet.
8Want ieder die vraagt, ontvangt, en wie zoekt, vindt, en voor wie klopt, zal er opengedaan worden.
πᾶς
(pas)
ieder
γὰρ
(gar)
want
ὁ
(ho)
die
αἰτῶν
(aiton)
vraagt
λαμβάνει
(lambanei)
ontvangt
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
die
ζητῶν
(zeton)
zoekt
εὑρίσκει
(heuriskei)
vindt
καὶ
(kai)
en
τῷ
(to)
aan wie
κρούοντι
(krouonti)
klopt
ἀνοιγήσεται
(anoigesetai)
zal opengedaan worden
Bron: SBLGNT
9Of welke man onder jullie zal zijn zoon een steen geven, als die hem om brood vraagt?
ἢ
(e)
of
τίς
(tis)
wie
ἐστιν
(estin)
is
ἐξ
(ex)
van
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἄνθρωπος
(anthropos)
mens
ὃν
(hon)
die
αἰτήσει
(aitesei)
zal vragen
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
zoon
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἄρτον
(arton)
brood
μὴ
(me)
toch niet
λίθον
(lithon)
steen
ἐπιδώσει
(epidosei)
zal geven
αὐτῷ
(auto)
hem
Bron: SBLGNT
10Of, als hij om een vis vraagt, zal hij hem dan een slang geven?
ἢ
(e)
of
καὶ
(kai)
ook
ἰχθὺν
(ichthyn)
vis
αἰτήσει
(aitesei)
hij vraagt
μὴ
(me)
toch niet
ὄφιν
(ophin)
slang
ἐπιδώσει
(epidosei)
zal hij geven
αὐτῷ
(auto)
hem
Bron: SBLGNT
11Als jullie dan, die slecht zijn, weten hoe je goede gaven aan jullie kinderen geeft: hoeveel meer zal jullie Vader in de hemelen goede dingen geven aan wie Hem erom vragen!
εἰ
(ei)
als
οὖν
(oun)
dus
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
πονηροὶ
(poneroi)
slecht
ὄντες
(ontes)
zijnde
οἴδατε
(oidate)
jullie weten
δόματα
(domata)
gaven
ἀγαθὰ
(agatha)
goede
διδόναι
(didonai)
te geven
τοῖς
(tois)
aan de
τέκνοις
(teknois)
kinderen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
πόσῳ
(poso)
hoeveel
μᾶλλον
(mallon)
meer
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
Vader
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ὁ
(ho)
die
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
οὐρανοῖς
(ouranois)
hemelen
δώσει
(dosei)
zal geven
ἀγαθὰ
(agatha)
goede dingen
τοῖς
(tois)
aan hen die
αἰτοῦσιν
(aitousin)
vragen
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg
πονηρός (poneros), ‘slecht’; zie 5:37.
Yeshua zet de mensen hier tegenover de Vader.
Wat de wet en de profeten zeggen
12Alles wat jullie dus willen dat de mensen voor jullie doen, doe dat ook zo voor hen. Want dit is de wet en de profeten.
Πάντα
(Panta)
alles
οὖν
(oun)
dus
ὅσα
(hosa)
wat
ἐὰν
(ean)
(ooit)
θέλητε
(thelete)
jullie willen
ἵνα
(hina)
dat
ποιῶσιν
(poiosin)
doen
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
οἱ
(hoi)
de
ἄνθρωποι
(anthropoi)
mensen
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ποιεῖτε
(poieite)
doe
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
οὗτος
(houtos)
dit
γάρ
(gar)
want
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
νόμος
(nomos)
wet
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
προφῆται
(prophetai)
profeten
Bron: SBLGNT
Uitleg
‘De wet en de profeten’: zie 5:17.
Vergelijk Lev. 19:18, ‘Heb je naaste lief als jezelf’.
22Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: ‘Heer, Heer, hebben wij niet in Uw naam geprofeteerd, in Uw naam demonen uitgedreven en in Uw naam vele krachtige daden gedaan?’
πολλοὶ
(polloi)
velen
ἐροῦσίν
(erousin)
zullen zeggen
μοι
(moi)
tegen Mij
ἐν
(en)
op
ἐκείνῃ
(ekeine)
die
τῇ
(te)
de
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
Κύριε
(Kyrie)
Heer
κύριε
(kyrie)
Heer
οὐ
(ou)
niet
τῷ
(to)
in de
σῷ
(so)
Uw
ὀνόματι
(onomati)
naam
ἐπροφητεύσαμεν
(epropheteusamen)
hebben wij geprofeteerd
καὶ
(kai)
en
τῷ
(to)
in de
σῷ
(so)
Uw
ὀνόματι
(onomati)
naam
δαιμόνια
(daimonia)
demonen
ἐξεβάλομεν
(exebalomen)
hebben wij uitgedreven
καὶ
(kai)
en
τῷ
(to)
in de
σῷ
(so)
Uw
ὀνόματι
(onomati)
naam
δυνάμεις
(dynameis)
krachtige daden
πολλὰς
(pollas)
vele
ἐποιήσαμεν
(epoiesamen)
hebben wij gedaan
Bron: SBLGNT
Uitleg
‘Op die dag’ is de dag van het oordeel; vergelijk ‘de dag van Yahweh’ in Joël 1:15 en Joël 2:1. δυνάμεις (dynameis), ‘krachtige daden’: wonderen.