Elohim Bijbel

Numeri 31

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536

De wraak op Midian en de verdeling van de buit

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het bevel tegen Midian

1Yahweh sprak tot Mozes:
וַיְדַבֵּ֥ר
(vaydaber)
en sprak
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֥ה
(moshe)
Mozes
לֵּאמֹֽר
(lemor)
om te zeggen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
2„Neem wraak voor de zonen van Israël op de Midianieten. Daarna word je verzameld bij je volk.”
נְקֹ֗ם
(neqom)
neem wraak
נִקְמַת֙
(niqmat)
wraak van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
מֵאֵ֖ת
(meet)
op
הַמִּדְיָנִ֑ים
(hamidyanim)
de Midianieten
אַחַ֖ר
(achar)
daarna
תֵּאָסֵ֥ף
(teasef)
zul je verzameld worden
אֶל
(el)
bij
עַמֶּֽיךָ
(ameikha)
je volk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit is de laatste opdracht aan Mozes.

‘Verzameld worden bij je volk’ betekent sterven; zie Num. 27:12–13 en Deut. 34:5.

3Mozes sprak tot het volk: „Rust mannen uit jullie midden uit voor het leger. Zij moeten tegen Midian optrekken om de wraak van Yahweh op Midian te voltrekken.
וַיְדַבֵּ֤ר
(vaydaber)
en sprak
מֹשֶׁה֙
(moshe)
Mozes
אֶל
(el)
tot
הָעָ֣ם
(haam)
het volk
לֵאמֹ֔ר
(lemor)
om te zeggen
הֵחָלְצ֧וּ
(hechaletsu)
rust uit
מֵאִתְּכֶ֛ם
(meitekhem)
uit jullie midden
אֲנָשִׁ֖ים
(anashim)
mannen
לַצָּבָ֑א
(latsava)
voor het leger
וְיִהְיוּ֙
(veyihyu)
en zij zullen zijn
עַל
(al)
tegen
מִדְיָ֔ן
(midyan)
Midian
לָתֵ֥ת
(latet)
om te geven
נִקְמַת
(niqmat)
wraak van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
בְּמִדְיָֽן
(bemidyan)
op Midian
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4Uit elke stam 1.000 man, uit elke stam 1.000 man: uit alle stammen van Israël moeten jullie hen naar het leger sturen.”
אֶ֚לֶף
(elef)
duizend
לַמַּטֶּ֔ה
(lamate)
per stam
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
לַמַּטֶּ֑ה
(lamate)
per stam
לְכֹל֙
(lekhol)
voor alle
מַטּ֣וֹת
(matot)
stammen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
תִּשְׁלְח֖וּ
(tishlechu)
zult jullie sturen
לַצָּבָֽא
(latsava)
naar het leger
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Hebreeuws herhaalt ‘duizend voor elke stam’.

Wij houden die herhaling.

Elke stam levert evenveel mannen, hoe groot hij ook is.

5Uit de duizendtallen van Israël werden 1.000 man per stam geleverd: 12.000 uitgeruste mannen voor het leger.
וַיִּמָּֽסְרוּ֙
(vayimaseru)
en werden geleverd
מֵאַלְפֵ֣י
(mealfei)
uit de duizendtallen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
לַמַּטֶּ֑ה
(lamate)
per stam
שְׁנֵים
(sheneim)
twee
עָשָׂ֥ר
(asar)
tien
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
חֲלוּצֵ֥י
(chalutsei)
uitgeruste mannen van
צָבָֽא
(tsava)
het leger
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֶלֶף (eleph), ‘duizendtal’: een onderdeel van een stam, zoals in Num. 1:16.

Uit elk duizendtal komt hier één man per stam.

Zie ookNum 1:16
6Mozes stuurde hen naar het leger, 1.000 per stam. Hij stuurde hen, en ook Pinechas, de zoon van Eleazar, de priester, naar het leger. Pinechas had de heilige voorwerpen en de trompetten voor het alarmsignaal in zijn hand.
וַיִּשְׁלַ֨ח
(vayishlach)
en stuurde
אֹתָ֥ם
(otam)
hen
מֹשֶׁ֛ה
(moshe)
Mozes
אֶ֥לֶף
(elef)
duizend
לַמַּטֶּ֖ה
(lamate)
per stam
לַצָּבָ֑א
(latsava)
naar het leger
אֹ֠תָם
(otam)
hen
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
פִּ֨ינְחָ֜ס
(pinechas)
Pinechas
בֶּן
(ben)
zoon van
אֶלְעָזָ֤ר
(elazar)
Eleazar
הַכֹּהֵן֙
(hakohen)
de priester
לַצָּבָ֔א
(latsava)
naar het leger
וּכְלֵ֥י
(ukhelei)
en voorwerpen van
הַקֹּ֛דֶשׁ
(haqodesh)
het heilige
וַחֲצֹצְר֥וֹת
(vachatsotserot)
en trompetten van
הַתְּרוּעָ֖ה
(haterua)
het alarmsignaal
בְּיָדֽוֹ
(beyado)
in zijn hand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֲצֹצְרוֹת הַתְּרוּעָה (chatsotserot hateruah), ‘trompetten van het alarmsignaal’: zie Num. 10:9, waar de trompetten bij oorlog klinken.

Lezing

Wij lezen dat Pinechas de heilige voorwerpen en de trompetten draagt (‘in zijn hand’).

Het kan ook Eleazar zijn, maar Pinechas is de laatst genoemde.

De strijd tegen Midian

7Zij trokken ten strijde tegen Midian, zoals Yahweh Mozes geboden had, en doodden alle mannelijken.
וַֽיִּצְבְּאוּ֙
(vayitsbeu)
en zij trokken ten strijde
עַל
(al)
tegen
מִדְיָ֔ן
(midyan)
Midian
כַּאֲשֶׁ֛ר
(kaasher)
zoals
צִוָּ֥ה
(tsiva)
gebood
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
מֹשֶׁ֑ה
(moshe)
Mozes
וַיַּֽהַרְג֖וּ
(vayahargu)
en zij doodden
כָּל
(kal)
alle
זָכָֽר
(zakhar)
mannelijken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Naast hun gesneuvelden doodden zij de koningen van Midian: Evi, Rekem, Zur, Chur en Reba, de vijf koningen van Midian. Ook Bileam, de zoon van Beor, doodden zij met het zwaard.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מַלְכֵ֨י
(malkhei)
koningen van
מִדְיָ֜ן
(midyan)
Midian
הָרְג֣וּ
(haregu)
doodden zij
עַל
(al)
naast
חַלְלֵיהֶ֗ם
(challeihem)
hun gesneuvelden
אֶת
(et)
(obj.)
אֱוִ֤י
(evi)
Evi
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
רֶ֨קֶם֙
(reqem)
Rekem
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
צ֤וּר
(tsur)
Zur
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
חוּר֙
(chur)
Chur
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
רֶ֔בַע
(reva)
Reba
חֲמֵ֖שֶׁת
(chameshet)
vijf van
מַלְכֵ֣י
(malkhei)
koningen van
מִדְיָ֑ן
(midyan)
Midian
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
בִּלְעָ֣ם
(bilam)
Bileam
בֶּן
(ben)
zoon van
בְּע֔וֹר
(beor)
Beor
הָרְג֖וּ
(haregu)
doodden zij
בֶּחָֽרֶב
(becharev)
met het zwaard
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Midian: Midian wordt gezocht in het noordwesten van het Arabisch schiereiland, ten oosten van de Golf van Akaba.

Uitleg

עַל חַלְלֵיהֶם (al challeihem), ‘naast hun gesneuvelden’: de koningen vallen bovenop de andere gesneuvelden.

Een Zur wordt in Num. 25:15 genoemd als vader van Kozbi.

Bileam, de zoon van Beor, is de waarzegger uit Num. 22–24. Hij sterft hier met het zwaard.

9De zonen van Israël voerden de vrouwen van Midian en hun kleine kinderen gevangen. Al hun vee, al hun kudden en al hun bezit roofden zij.
וַיִּשְׁבּ֧וּ
(vayishbu)
en voerden gevangen
בְנֵי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֛ל
(yisrael)
Israël
אֶת
(et)
(obj.)
נְשֵׁ֥י
(neshei)
vrouwen van
מִדְיָ֖ן
(midyan)
Midian
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
טַפָּ֑ם
(tapam)
hun kleine kinderen
וְאֵ֨ת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
al
בְּהֶמְתָּ֧ם
(behemtam)
hun vee
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
al
מִקְנֵהֶ֛ם
(miqnehem)
hun kudden
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
al
חֵילָ֖ם
(cheilam)
hun bezit
בָּזָֽזוּ
(bazazu)
roofden zij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Wij vertalen בְּהֵמָה (behemah) steeds met ‘vee’, מִקְנֶה (miqneh) met ‘kudden’ en שָׁלָל (shalal) met ‘buit’.

מַלְקוֹחַ (malqoach), ‘het meegevoerde’, is wat uit het gevecht is meegenomen: mensen en vee.

10Al hun steden, waar zij woonden, en al hun kampen verbrandden zij met vuur.
וְאֵ֤ת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
al
עָרֵיהֶם֙
(areihem)
hun steden
בְּמ֣וֹשְׁבֹתָ֔ם
(bemoshevotam)
in hun woonplaatsen
וְאֵ֖ת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
al
טִֽירֹתָ֑ם
(tirotam)
hun kampen
שָׂרְפ֖וּ
(sarefu)
verbrandden zij
בָּאֵֽשׁ
(baesh)
met vuur
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

טִירָה (tirah), ‘kamp’: een omheinde kampplaats van herders; zie Gen. 25:16.

11Zij namen alle buit en al het meegevoerde, mensen en vee.
וַיִּקְחוּ֙
(vayiqchu)
en zij namen
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alle
הַשָּׁלָ֔ל
(hashalal)
de buit
וְאֵ֖ת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
alle
הַמַּלְק֑וֹחַ
(hamalqoach)
het meegevoerde
בָּאָדָ֖ם
(baadam)
onder de mensen
וּבַבְּהֵמָֽה
(uvabehema)
en onder het vee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Zij brachten de gevangenen, het meegevoerde en de buit naar Mozes, naar Eleazar, de priester, en naar de gemeenschap van de zonen van Israël. Dat gebeurde in het kamp. Het kamp lag op de vlakten van Moab, aan de Jordaan bij Jericho.
וַיָּבִ֡אוּ
(vayaviu)
en zij brachten
אֶל
(el)
naar
מֹשֶׁה֩
(moshe)
Mozes
וְאֶל
(veel)
en naar
אֶלְעָזָ֨ר
(elazar)
Eleazar
הַכֹּהֵ֜ן
(hakohen)
de priester
וְאֶל
(veel)
en naar
עֲדַ֣ת
(adat)
gemeenschap van
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
אֶת
(et)
(obj.)
הַשְּׁבִ֧י
(hashevi)
de gevangenen
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַמַּלְק֛וֹחַ
(hamalqoach)
het meegevoerde
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַשָּׁלָ֖ל
(hashalal)
de buit
אֶל
(el)
naar
הַֽמַּחֲנֶ֑ה
(hamachane)
het kamp
אֶל
(el)
naar
עַֽרְבֹ֣ת
(arvot)
vlakten van
מוֹאָ֔ב
(moav)
Moab
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
עַל
(al)
aan
יַרְדֵּ֥ן
(yarden)
Jordaan van
יְרֵחֽוֹ
(yerecho)
Jericho
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De vlakten van Moab liggen ten oosten van de Jordaan, tegenover Jericho (Num. 22:1; 33:48).

Dit is het gebied van het huidige Jordanië, bij de monding van de Jordaan in de Dode Zee.

Zie Vlakten van Moab: De vlakten van Moab liggen in het Jordaandal, ten oosten van de Jordaan, tegenover Jericho.

Mozes en de bevelhebbers

13Mozes, Eleazar, de priester, en alle leiders van de gemeenschap gingen hen tegemoet, buiten het kamp.
וַיֵּ֨צְא֜וּ
(vayetseu)
en gingen uit
מֹשֶׁ֨ה
(moshe)
Mozes
וְאֶלְעָזָ֧ר
(veelazar)
en Eleazar
הַכֹּהֵ֛ן
(hakohen)
de priester
וְכָל
(vekhal)
en alle
נְשִׂיאֵ֥י
(nesiei)
leiders van
הָעֵדָ֖ה
(haeda)
de gemeenschap
לִקְרָאתָ֑ם
(liqratam)
hen tegemoet
אֶל
(el)
naar
מִח֖וּץ
(michuts)
buiten
לַֽמַּחֲנֶֽה
(lamachane)
het kamp
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Mozes werd kwaad op de bevelhebbers van het leger, de aanvoerders van duizend en de aanvoerders van honderd, die terugkwamen van de oorlogstocht.
וַיִּקְצֹ֣ף
(vayiqtsof)
en werd kwaad
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
עַ֖ל
(al)
op
פְּקוּדֵ֣י
(pequdei)
de bevelhebbers van
הֶחָ֑יִל
(hechayil)
het leger
שָׂרֵ֤י
(sarei)
aanvoerders van
הָאֲלָפִים֙
(haalafim)
de duizendtallen
וְשָׂרֵ֣י
(vesarei)
en aanvoerders van
הַמֵּא֔וֹת
(hameot)
de honderdtallen
הַבָּאִ֖ים
(habaim)
die terugkwamen
מִצְּבָ֥א
(mitseva)
van de tocht van
הַמִּלְחָמָֽה
(hamilchama)
de oorlog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15Mozes zei tegen hen: „Hebben jullie alle vrouwen laten leven?
וַיֹּ֥אמֶר
(vayomer)
en zei
אֲלֵיהֶ֖ם
(aleihem)
tot hen
מֹשֶׁ֑ה
(moshe)
Mozes
הַֽחִיִּיתֶ֖ם
(hachiyitem)
hebben jullie laten leven
כָּל
(kal)
alle
נְקֵבָֽה
(neqeva)
vrouwen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16Zie, juist zij hebben de zonen van Israël, op raad van Bileam, tot ontrouw aan Yahweh gebracht in de zaak van Peor. Toen kwam de plaag over de gemeenschap van Yahweh.
הֵ֣ן
(hen)
zie
הֵ֜נָּה
(hena)
zij
הָי֨וּ
(hayu)
waren
לִבְנֵ֤י
(livnei)
voor de zonen van
יִשְׂרָאֵל֙
(yisrael)
Israël
בִּדְבַ֣ר
(bidvar)
op raad van
בִּלְעָ֔ם
(bilam)
Bileam
לִמְסָר
(limsar)
om over te leveren
מַ֥עַל
(maal)
ontrouw
בַּיהוָ֖ה
(baYahweh)
aan Yahweh
עַל
(al)
in
דְּבַר
(devar)
zaak van
פְּע֑וֹר
(peor)
Peor
וַתְּהִ֥י
(vatehi)
en kwam
הַמַּגֵּפָ֖ה
(hamagefa)
de plaag
בַּעֲדַ֥ת
(baadat)
over de gemeenschap van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Bileam is hier de aanstichter van het kwaad in Peor (Num. 25:1–9).

In Num. 22–24 staat dit raadgeven niet; hier wordt het voor het eerst gezegd.

מַעַל (maal), ‘ontrouw’: zie Lev. 5:15.

17Dood nu elk mannelijk kind onder de kinderen. Dood elke vrouw die met een man heeft geslapen.
וְעַתָּ֕ה
(veata)
en nu
הִרְג֥וּ
(hirgu)
doodt
כָל
(kal)
alle
זָכָ֖ר
(zakhar)
mannelijke
בַּטָּ֑ף
(bataf)
onder de kinderen
וְכָל
(vekhal)
en alle
אִשָּׁ֗ה
(isha)
vrouw
יֹדַ֥עַת
(yodaat)
die gekend heeft
אִ֛ישׁ
(ish)
man
לְמִשְׁכַּ֥ב
(lemishkav)
door te slapen met
זָכָ֖ר
(zakhar)
man
הֲרֹֽגוּ
(harogu)
doodt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Hebreeuws zegt letterlijk ‘een vrouw die een man gekend heeft door het liggen van een man’.

Wij vertalen: ‘die met een man heeft geslapen’.

18Maar alle kinderen onder de vrouwen die nog niet met een man hebben geslapen, laat voor jullie in leven.
וְכֹל֙
(vekhol)
en alle
הַטַּ֣ף
(hataf)
de kinderen
בַּנָּשִׁ֔ים
(banashim)
onder de vrouwen
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
לֹא
(lo)
niet
יָדְע֖וּ
(yadeu)
gekend hebben
מִשְׁכַּ֣ב
(mishkav)
slapen met
זָכָ֑ר
(zakhar)
man
הַחֲי֖וּ
(hachayu)
laat leven
לָכֶֽם
(lakhem)
voor jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Met ‘kinderen onder de vrouwen die niet met een man hebben geslapen’ worden de meisjes bedoeld.

Het Hebreeuwse woord טַף (taf), ‘kinderen’, staat voor de kleine kinderen.

De reiniging van de krijgers

19Blijf zeven dagen buiten het kamp. Ieder die iemand gedood heeft en ieder die een gedode heeft aangeraakt, moet zich op de derde dag en op de zevende dag ontzondigen. Dat geldt voor jullie en jullie gevangenen.
וְאַתֶּ֗ם
(veatem)
en jullie
חֲנ֛וּ
(chanu)
blijf
מִח֥וּץ
(michuts)
buiten
לַֽמַּחֲנֶ֖ה
(lamachane)
het kamp
שִׁבְעַ֣ת
(shivat)
zeven
יָמִ֑ים
(yamim)
dagen
כֹּל֩
(kol)
ieder
הֹרֵ֨ג
(horeg)
die gedood heeft
נֶ֜פֶשׁ
(nefesh)
persoon
וְכֹ֣ל
(vekhol)
en ieder
נֹגֵ֣עַ
(nogea)
die aanraakte
בֶּֽחָלָ֗ל
(bechalal)
een gedode
תִּֽתְחַטְּא֞וּ
(titchateu)
ontzondig jullie
בַּיּ֤וֹם
(bayom)
op de dag
הַשְּׁלִישִׁי֙
(hashelishi)
de derde
וּבַיּ֣וֹם
(uvayom)
en op de dag
הַשְּׁבִיעִ֔י
(hashevii)
de zevende
אַתֶּ֖ם
(atem)
jullie
וּשְׁבִיכֶֽם
(ushevikhem)
en jullie gevangenen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חִטֵּא (chitte), ‘ontzondigen’: zie Num. 19:12 en 19:19.

Wie een dode aanraakt, moet zich op de derde en de zevende dag ontzondigen.

20Ontzondig elk kledingstuk, elk voorwerp van leer, al het werk van geitenhaar en elk houten voorwerp.”
וְכָל
(vekhal)
en elk
בֶּ֧גֶד
(beged)
kledingstuk
וְכָל
(vekhal)
en elk
כְּלִי
(keli)
voorwerp van
ע֛וֹר
(or)
leer
וְכָל
(vekhal)
en elk
מַעֲשֵׂ֥ה
(maase)
werk van
עִזִּ֖ים
(izim)
geitenhaar
וְכָל
(vekhal)
en elk
כְּלִי
(keli)
voorwerp van
עֵ֑ץ
(ets)
hout
תִּתְחַטָּֽאוּ
(titchatau)
ontzondig jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21De mannen van het leger waren naar de oorlog gegaan. Eleazar, de priester, zei tegen hen: „Dit is het voorschrift van de wet die Yahweh Mozes geboden heeft.
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
אֶלְעָזָ֤ר
(elazar)
Eleazar
הַכֹּהֵן֙
(hakohen)
de priester
אֶל
(el)
tot
אַנְשֵׁ֣י
(anshei)
de mannen van
הַצָּבָ֔א
(hatsava)
het leger
הַבָּאִ֖ים
(habaim)
die gingen
לַמִּלְחָמָ֑ה
(lamilchama)
naar de oorlog
זֹ֚את
(zot)
dit
חֻקַּ֣ת
(chuqat)
voorschrift van
הַתּוֹרָ֔ה
(hatora)
de wet
אֲשֶׁר
(asher)
die
צִוָּ֥ה
(tsiva)
heeft geboden
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
מֹשֶֽׁה
(moshe)
Mozes
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תּוֹרָה (torah), ‘wet’: onderricht dat Yahweh geeft.

Eleazar geeft hier de regels voor de reiniging van de buit.

Zie ookNum 30:17
22Alleen het goud, het zilver, het koper, het ijzer, het tin en het lood:
אַ֥ךְ
(akh)
alleen
אֶת
(et)
(obj.)
הַזָּהָ֖ב
(hazahav)
het goud
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַכָּ֑סֶף
(hakasef)
het zilver
אֶֽת
(et)
(obj.)
הַנְּחֹ֨שֶׁת֙
(hanechoshet)
het koper
אֶת
(et)
(obj.)
הַבַּרְזֶ֔ל
(habarzel)
het ijzer
אֶֽת
(et)
(obj.)
הַבְּדִ֖יל
(habedil)
het tin
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הָעֹפָֽרֶת
(haofaret)
het lood
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit zijn de zes metalen die het vuur kunnen doorstaan.

Alles wat van deze metalen is, moet door het vuur.

23alles wat in het vuur kan komen, moeten jullie door het vuur halen, dan is het rein. Toch moet het ook met reinigingswater ontzondigd worden. Alles wat niet in het vuur kan komen, moeten jullie door water halen.
כָּל
(kal)
alles
דָּבָ֞ר
(davar)
ding
אֲשֶׁר
(asher)
dat
יָבֹ֣א
(yavo)
in kan komen
בָאֵ֗שׁ
(baesh)
in het vuur
תַּעֲבִ֤ירוּ
(taaviru)
laat jullie doorgaan
בָאֵשׁ֙
(baesh)
door het vuur
וְטָהֵ֔ר
(vetaher)
en het is rein
אַ֕ךְ
(akh)
alleen
בְּמֵ֥י
(bemei)
met water van
נִדָּ֖ה
(nida)
reiniging
יִתְחַטָּ֑א
(yitchata)
moet worden ontzondigd
וְכֹ֨ל
(vekhol)
en alles
אֲשֶׁ֧ר
(asher)
wat
לֹֽא
(lo)
niet
יָבֹ֛א
(yavo)
in kan komen
בָּאֵ֖שׁ
(baesh)
in het vuur
תַּעֲבִ֥ירוּ
(taaviru)
laat jullie doorgaan
בַמָּֽיִם
(bamayim)
door water
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מֵי נִדָּה (mei niddah), ‘reinigingswater’: zie Num. 19:9 en 19:13.

Metaal moet eerst door het vuur en daarna met dit water ontzondigd worden.

24Op de zevende dag moeten jullie je kleren wassen, dan zijn jullie rein. Daarna mogen jullie het kamp binnengaan.”
וְכִבַּסְתֶּ֧ם
(vekhibastem)
en was jullie
בִּגְדֵיכֶ֛ם
(bigdeikhem)
jullie kleren
בַּיּ֥וֹם
(bayom)
op de dag
הַשְּׁבִיעִ֖י
(hashevii)
de zevende
וּטְהַרְתֶּ֑ם
(utehartem)
en jullie zijn rein
וְאַחַ֖ר
(veachar)
en daarna
תָּבֹ֥אוּ
(tavou)
zult jullie komen
אֶל
(el)
naar
הַֽמַּחֲנֶֽה
(hamachane)
het kamp
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De verdeling van de buit

25Yahweh sprak tot Mozes:
וַיֹּ֥אמֶר
(vayomer)
en sprak
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֥ה
(moshe)
Mozes
לֵּאמֹֽר
(lemor)
om te zeggen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26„Neem de som op van het meegevoerde, mensen en vee: jij, Eleazar, de priester, en de familiehoofden van de gemeenschap.
שָׂ֗א
(sa)
neem op
אֵ֣ת
(et)
(obj.)
רֹ֤אשׁ
(rosh)
de som van
מַלְק֨וֹחַ֙
(malqoach)
het meegevoerde van
הַשְּׁבִ֔י
(hashevi)
de gevangenen
בָּאָדָ֖ם
(baadam)
onder de mensen
וּבַבְּהֵמָ֑ה
(uvabehema)
en onder het vee
אַתָּה֙
(ata)
jij
וְאֶלְעָזָ֣ר
(veelazar)
en Eleazar
הַכֹּהֵ֔ן
(hakohen)
de priester
וְרָאשֵׁ֖י
(verashei)
en hoofden van
אֲב֥וֹת
(avot)
families van
הָעֵדָֽה
(haeda)
de gemeenschap
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שָׂא אֶת רֹאשׁ (se et rosh), ‘neem de som op’: zie Exod. 30:12.

Zie ookEx 30:12
27Verdeel het meegevoerde in twee helften, tussen de krijgers die ten strijde zijn getrokken en heel de gemeenschap.
וְחָצִ֨יתָ֙
(vechatsita)
en verdeel in tweeën
אֶת
(et)
(obj.)
הַמַּלְק֔וֹחַ
(hamalqoach)
het meegevoerde
בֵּ֚ין
(bein)
tussen
תֹּפְשֵׂ֣י
(tofesei)
krijgers van
הַמִּלְחָמָ֔ה
(hamilchama)
de oorlog
הַיֹּצְאִ֖ים
(hayotseim)
die uitgetrokken zijn
לַצָּבָ֑א
(latsava)
naar het leger
וּבֵ֖ין
(uvein)
en tussen
כָּל
(kal)
heel
הָעֵדָֽה
(haeda)
de gemeenschap
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
28Neem voor Yahweh een belasting af van de krijgers die ten strijde zijn getrokken. Neem één persoon van elke 500: van de mensen, het rundvee, de ezels en het kleinvee.
וַהֲרֵמֹתָ֨
(vaharemota)
en neem af
מֶ֜כֶס
(mekhes)
belasting
לַֽיהוָ֗ה
(laYahweh)
voor Yahweh
מֵאֵ֞ת
(meet)
van
אַנְשֵׁ֤י
(anshei)
de mannen van
הַמִּלְחָמָה֙
(hamilchama)
de oorlog
הַיֹּצְאִ֣ים
(hayotseim)
die uitgetrokken zijn
לַצָּבָ֔א
(latsava)
naar het leger
אֶחָ֣ד
(echad)
één
נֶ֔פֶשׁ
(nefesh)
persoon
מֵחֲמֵ֖שׁ
(mechamesh)
van de vijf
הַמֵּא֑וֹת
(hameot)
honderd
מִן
(min)
van
הָאָדָם֙
(haadam)
de mensen
וּמִן
(umin)
en van
הַבָּקָ֔ר
(habaqar)
het rundvee
וּמִן
(umin)
en van
הַחֲמֹרִ֖ים
(hachamorim)
de ezels
וּמִן
(umin)
en van
הַצֹּֽאן
(hatson)
het kleinvee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מֶכֶס (mekes), ‘belasting’: een vast deel dat voor Yahweh wordt afgenomen.

Het woord komt alleen in dit hoofdstuk voor.

Van de krijgers gaat één van elke 500 naar Yahweh.

הֵרִים (herim), ‘afnemen’: zie Lev. 2:9.

29Neem het van hun helft en geef het aan Eleazar, de priester, als heffing voor Yahweh.
מִמַּֽחֲצִיתָ֖ם
(mimachatsitam)
van hun helft
תִּקָּ֑חוּ
(tiqachu)
neem
וְנָתַתָּ֛ה
(venatata)
en geef
לְאֶלְעָזָ֥ר
(leelazar)
aan Eleazar
הַכֹּהֵ֖ן
(hakohen)
de priester
תְּרוּמַ֥ת
(terumat)
heffing van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30Van de helft van de zonen van Israël moet je er één van elke 50 nemen. Neem ze van de mensen, het rundvee, de ezels en het kleinvee, van al het vee. Geef ze aan de Levieten, die de wacht houden bij de tabernakel van Yahweh.”
וּמִמַּחֲצִ֨ת
(umimachatsit)
en van de helft van
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֜ל
(yisrael)
Israël
תִּקַּ֣ח
(tiqach)
neem
אֶחָ֣ד
(echad)
één
אָחֻ֣ז
(achuz)
genomen
מִן
(min)
uit
הַחֲמִשִּׁ֗ים
(hachamishim)
de vijftig
מִן
(min)
van
הָאָדָ֧ם
(haadam)
de mensen
מִן
(min)
van
הַבָּקָ֛ר
(habaqar)
het rundvee
מִן
(min)
van
הַחֲמֹרִ֥ים
(hachamorim)
de ezels
וּמִן
(umin)
en van
הַצֹּ֖אן
(hatson)
het kleinvee
מִכָּל
(mikal)
van alle
הַבְּהֵמָ֑ה
(habehema)
het vee
וְנָתַתָּ֤ה
(venatata)
en geef
אֹתָם֙
(otam)
hen
לַלְוִיִּ֔ם
(lalviyim)
aan de Levieten
שֹׁמְרֵ֕י
(shomerei)
die houden
מִשְׁמֶ֖רֶת
(mishmeret)
de wacht van
מִשְׁכַּ֥ן
(mishkan)
de tabernakel van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het volk, dat niet gestreden heeft, geeft meer: één van elke 50.

Dat is tien keer zoveel als de krijgers geven.

31Mozes en Eleazar, de priester, deden zoals Yahweh Mozes geboden had.
וַיַּ֣עַשׂ
(vayaas)
en deed
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
וְאֶלְעָזָ֖ר
(veelazar)
en Eleazar
הַכֹּהֵ֑ן
(hakohen)
de priester
כַּאֲשֶׁ֛ר
(kaasher)
zoals
צִוָּ֥ה
(tsiva)
gebood
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
מֹשֶֽׁה
(moshe)
Mozes
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De getelde buit

32Het meegevoerde, de rest van de roof die de krijgers geroofd hadden, was: 675.000 stuks kleinvee,
וַיְהִי֙
(vayhi)
en was
הַמַּלְק֔וֹחַ
(hamalqoach)
het meegevoerde
יֶ֣תֶר
(yeter)
rest van
הַבָּ֔ז
(habaz)
de roof
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
בָּזְז֖וּ
(bazezu)
geroofd hadden
עַ֣ם
(am)
het volk van
הַצָּבָ֑א
(hatsava)
het leger
צֹ֗אן
(tson)
kleinvee
שֵׁשׁ
(shesh)
zes
מֵא֥וֹת
(meot)
honderd
אֶ֛לֶף
(elef)
duizend
וְשִׁבְעִ֥ים
(veshivim)
en zeventig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וַחֲמֵֽשֶׁת
(vachameshet)
en vijf van
אֲלָפִֽים
(alafim)
duizenden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het totaal van de buit is: 675.000 stuks kleinvee, 72.000 stuks rundvee, 61.000 ezels en 32.000 personen.

3372.000 stuks rundvee,
וּבָקָ֕ר
(uvaqar)
en rundvee
שְׁנַ֥יִם
(shenayim)
twee
וְשִׁבְעִ֖ים
(veshivim)
en zeventig
אָֽלֶף
(alef)
duizend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
34en 61.000 ezels.
וַחֲמֹרִ֕ים
(vachamorim)
en ezels
אֶחָ֥ד
(echad)
een
וְשִׁשִּׁ֖ים
(veshishim)
en zestig
אָֽלֶף
(alef)
duizend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
35En mensen: van de vrouwen die niet met een man hadden geslapen waren het in totaal 32.000 personen.
וְנֶ֣פֶשׁ
(venefesh)
en persoon van
אָדָ֔ם
(adam)
mens
מִן
(min)
uit
הַ֨נָּשִׁ֔ים
(hanashim)
de vrouwen
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
לֹֽא
(lo)
niet
יָדְע֖וּ
(yadeu)
hadden gekend
מִשְׁכַּ֣ב
(mishkav)
slapen met
זָכָ֑ר
(zakhar)
man
כָּל
(kal)
alle
נֶ֕פֶשׁ
(nefesh)
personen
שְׁנַ֥יִם
(shenayim)
twee
וּשְׁלֹשִׁ֖ים
(usheloshim)
en dertig
אָֽלֶף
(alef)
duizend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het gaat om de meisjes en vrouwen die niet met een man hadden geslapen (vers 18).

Zie ookNum 31:18
36De helft, het deel van hen die ten strijde waren getrokken, was in aantal: 337.500 stuks kleinvee.
וַתְּהִי֙
(vatehi)
en was
הַֽמֶּחֱצָ֔ה
(hamechetsa)
de helft
חֵ֕לֶק
(cheleq)
deel
הַיֹּצְאִ֖ים
(hayotseim)
van hen die uittrokken
בַּצָּבָ֑א
(batsava)
in het leger
מִסְפַּ֣ר
(mispar)
aantal van
הַצֹּ֗אן
(hatson)
het kleinvee
שְׁלֹשׁ
(shelosh)
drie
מֵא֥וֹת
(meot)
honderd
אֶ֨לֶף֙
(elef)
duizend
וּשְׁלֹשִׁ֣ים
(usheloshim)
en dertig
אֶ֔לֶף
(elef)
duizend
וְשִׁבְעַ֥ת
(veshivat)
en zeven van
אֲלָפִ֖ים
(alafim)
duizenden
וַחֲמֵ֥שׁ
(vachamesh)
en vijf
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Elke helft is dus 337.500 stuks kleinvee, 36.000 stuks rundvee, 30.500 ezels en 16.000 personen.

De belasting voor Yahweh is een vijfhonderdste deel (vers 37–40).

37De belasting voor Yahweh van het kleinvee was 675.
וַיְהִ֛י
(vayhi)
en was
הַמֶּ֥כֶס
(hamekhes)
de belasting
לַֽיהוָ֖ה
(laYahweh)
voor Yahweh
מִן
(min)
van
הַצֹּ֑אן
(hatson)
het kleinvee
שֵׁ֥שׁ
(shesh)
zes
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
חָמֵ֥שׁ
(chamesh)
vijf
וְשִׁבְעִֽים
(veshivim)
en zeventig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
38Het rundvee was 36.000; daarvan was de belasting voor Yahweh 72.
וְהַ֨בָּקָ֔ר
(vehabaqar)
en het rundvee
שִׁשָּׁ֥ה
(shisha)
zes
וּשְׁלֹשִׁ֖ים
(usheloshim)
en dertig
אָ֑לֶף
(alef)
duizend
וּמִכְסָ֥ם
(umikhsam)
en hun belasting
לַיהוָ֖ה
(laYahweh)
voor Yahweh
שְׁנַ֥יִם
(shenayim)
twee
וְשִׁבְעִֽים
(veshivim)
en zeventig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
39De ezels waren 30.500; daarvan was de belasting voor Yahweh 61.
וַחֲמֹרִ֕ים
(vachamorim)
en ezels
שְׁלֹשִׁ֥ים
(sheloshim)
dertig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וַחֲמֵ֣שׁ
(vachamesh)
en vijf
מֵא֑וֹת
(meot)
honderd
וּמִכְסָ֥ם
(umikhsam)
en hun belasting
לַֽיהוָ֖ה
(laYahweh)
voor Yahweh
אֶחָ֥ד
(echad)
een
וְשִׁשִּֽׁים
(veshishim)
en zestig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
40De mensen waren 16.000; daarvan was de belasting voor Yahweh 32 personen.
וְנֶ֣פֶשׁ
(venefesh)
en personen van
אָדָ֔ם
(adam)
mensen
שִׁשָּׁ֥ה
(shisha)
zes
עָשָׂ֖ר
(asar)
tien
אָ֑לֶף
(alef)
duizend
וּמִכְסָם֙
(umikhsam)
en hun belasting
לַֽיהוָ֔ה
(laYahweh)
voor Yahweh
שְׁנַ֥יִם
(shenayim)
twee
וּשְׁלֹשִׁ֖ים
(usheloshim)
en dertig
נָֽפֶשׁ
(nafesh)
persoon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
41Mozes gaf de belasting, de heffing voor Yahweh, aan Eleazar, de priester, zoals Yahweh Mozes geboden had.
וַיִּתֵּ֣ן
(vayiten)
en gaf
מֹשֶׁ֗ה
(moshe)
Mozes
אֶת
(et)
(obj.)
מֶ֨כֶס֙
(mekhes)
belasting van
תְּרוּמַ֣ת
(terumat)
heffing van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
לְאֶלְעָזָ֖ר
(leelazar)
aan Eleazar
הַכֹּהֵ֑ן
(hakohen)
de priester
כַּאֲשֶׁ֛ר
(kaasher)
zoals
צִוָּ֥ה
(tsiva)
gebood
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
מֹשֶֽׁה
(moshe)
Mozes
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
42Wat betreft de helft van de zonen van Israël, die Mozes had afgedeeld van de mannen die ten strijde waren getrokken:
וּמִֽמַּחֲצִ֖ית
(umimachatsit)
en van de helft van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
אֲשֶׁר֙
(asher)
die
חָצָ֣ה
(chatsa)
afdeelde
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
מִן
(min)
van
הָאֲנָשִׁ֖ים
(haanashim)
de mannen
הַצֹּבְאִֽים
(hatsoveim)
die ten strijde trokken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vers 42 en 43 vormen één zin.

De helft voor het volk is even groot als de helft voor de krijgers (vers 36).

43de helft van de gemeenschap was 337.500 stuks kleinvee,
וַתְּהִ֛י
(vatehi)
en was
מֶחֱצַ֥ת
(mechetsat)
de helft van
הָעֵדָ֖ה
(haeda)
de gemeenschap
מִן
(min)
van
הַצֹּ֑אן
(hatson)
het kleinvee
שְׁלֹשׁ
(shelosh)
drie
מֵא֥וֹת
(meot)
honderd
אֶ֨לֶף֙
(elef)
duizend
וּשְׁלֹשִׁ֣ים
(usheloshim)
en dertig
אֶ֔לֶף
(elef)
duizend
שִׁבְעַ֥ת
(shivat)
zeven van
אֲלָפִ֖ים
(alafim)
duizenden
וַחֲמֵ֥שׁ
(vachamesh)
en vijf
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4436.000 stuks rundvee,
וּבָקָ֕ר
(uvaqar)
en rundvee
שִׁשָּׁ֥ה
(shisha)
zes
וּשְׁלֹשִׁ֖ים
(usheloshim)
en dertig
אָֽלֶף
(alef)
duizend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4530.500 ezels
וַחֲמֹרִ֕ים
(vachamorim)
en ezels
שְׁלֹשִׁ֥ים
(sheloshim)
dertig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וַחֲמֵ֥שׁ
(vachamesh)
en vijf
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
46en 16.000 mensen.
וְנֶ֣פֶשׁ
(venefesh)
en personen van
אָדָ֔ם
(adam)
mensen
שִׁשָּׁ֥ה
(shisha)
zes
עָשָׂ֖ר
(asar)
tien
אָֽלֶף
(alef)
duizend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
47Van de helft van de zonen van Israël nam Mozes er één van elke 50, van de mensen en van het vee. Hij gaf ze aan de Levieten, die de wacht houden bij de tabernakel van Yahweh, zoals Yahweh Mozes geboden had.
וַיִּקַּ֨ח
(vayiqach)
en nam
מֹשֶׁ֜ה
(moshe)
Mozes
מִמַּחֲצִ֣ת
(mimachatsit)
van de helft van
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
אֶת
(et)
(obj.)
הָֽאָחֻז֙
(haachuz)
het ene genomene
אֶחָ֣ד
(echad)
één
מִן
(min)
uit
הַחֲמִשִּׁ֔ים
(hachamishim)
de vijftig
מִן
(min)
van
הָאָדָ֖ם
(haadam)
de mensen
וּמִן
(umin)
van
הַבְּהֵמָ֑ה
(habehema)
het vee
וַיִּתֵּ֨ן
(vayiten)
en gaf
אֹתָ֜ם
(otam)
hen
לַלְוִיִּ֗ם
(lalviyim)
aan de Levieten
שֹֽׁמְרֵי֙
(shomerei)
die houden
מִשְׁמֶ֨רֶת֙
(mishmeret)
de wacht van
מִשְׁכַּ֣ן
(mishkan)
de tabernakel van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
כַּאֲשֶׁ֛ר
(kaasher)
zoals
צִוָּ֥ה
(tsiva)
gebood
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
מֹשֶֽׁה
(moshe)
Mozes
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De Levieten krijgen één van elke 50 van de helft van het volk; zie vers 30.

Dat zijn 6.750 stuks kleinvee, 720 stuks rundvee, 610 ezels en 320 personen.

De gave van de bevelhebbers

48De bevelhebbers die over de duizendtallen van het leger waren aangesteld, de aanvoerders van duizend en de aanvoerders van honderd, kwamen naar Mozes toe.
וַֽיִּקְרְבוּ֙
(vayiqrevu)
en kwamen dichtbij
אֶל
(el)
naar
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
הַפְּקֻדִ֕ים
(hapequdim)
de aangestelden
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
לְאַלְפֵ֣י
(lealfei)
over de duizendtallen van
הַצָּבָ֑א
(hatsava)
het leger
שָׂרֵ֥י
(sarei)
aanvoerders van
הָאֲלָפִ֖ים
(haalafim)
de duizendtallen
וְשָׂרֵ֥י
(vesarei)
en aanvoerders van
הַמֵּאֽוֹת
(hameot)
de honderdtallen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
49Zij zeiden tegen Mozes: „Uw dienaren hebben de som opgenomen van de krijgers die onder ons bevel stonden. Er ontbreekt niemand van ons.
וַיֹּֽאמְרוּ֙
(vayomru)
en zeiden
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
עֲבָדֶ֣יךָ
(avadeikha)
uw dienaren
נָֽשְׂא֗וּ
(naseu)
hebben opgenomen
אֶת
(et)
(obj.)
רֹ֛אשׁ
(rosh)
de som van
אַנְשֵׁ֥י
(anshei)
de mannen van
הַמִּלְחָמָ֖ה
(hamilchama)
de oorlog
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
בְּיָדֵ֑נוּ
(beyadenu)
in onze hand
וְלֹא
(velo)
en niet
נִפְקַ֥ד
(nifqad)
ontbreekt
מִמֶּ֖נּוּ
(mimenu)
van ons
אִֽישׁ
(ish)
man
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zij zeggen ‘uw dienaren’ tegen Mozes: dat is de aanspreking van een leider.

50Daarom brengen wij een offergave voor Yahweh: ieder wat hij aan gouden voorwerpen gevonden heeft. Dat zijn een armband, een polsband, een zegelring, een oorring en een halssieraad. Het is om verzoening te doen voor ons leven voor het aangezicht van Yahweh.”
וַנַּקְרֵ֞ב
(vanaqrev)
en wij brengen dichtbij
אֶת
(et)
(obj.)
קָרְבַּ֣ן
(qarban)
offergave van
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
אִישׁ֩
(ish)
ieder
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
wat
מָצָ֤א
(matsa)
hij vond
כְלִֽי
(keli)
voorwerp van
זָהָב֙
(zahav)
goud
אֶצְעָדָ֣ה
(etsada)
armband
וְצָמִ֔יד
(vetsamid)
en polsband
טַבַּ֖עַת
(tabaat)
zegelring
עָגִ֣יל
(agil)
oorring
וְכוּמָ֑ז
(vekhumaz)
en halssieraad
לְכַפֵּ֥ר
(lekhaper)
om verzoening te doen
עַל
(al)
over
נַפְשֹׁתֵ֖ינוּ
(nafshoteinu)
onze levens
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De sieraden zijn: אֶצְעָדָה (etsadah), ‘armband’; צָמִיד (tsamid), ‘polsband’; טַבַּעַת (tabbaat), ‘zegelring’; עָגִיל (agil), ‘oorring’; כּוּמָז (kumaz), ‘halssieraad’.

De betekenis van dat laatste woord is onzeker.

כִּפֶּר (kipper), ‘verzoening doen’: het goud is een losgeld voor hun leven, zoals in Exod. 30:12–16. Niemand van hen ontbreekt (vers 49), en toch brengen zij deze gave.

51Mozes en Eleazar, de priester, namen het goud van hen aan, alle bewerkte voorwerpen.
וַיִּקַּ֨ח
(vayiqach)
en nam
מֹשֶׁ֜ה
(moshe)
Mozes
וְאֶלְעָזָ֧ר
(veelazar)
en Eleazar
הַכֹּהֵ֛ן
(hakohen)
de priester
אֶת
(et)
(obj.)
הַזָּהָ֖ב
(hazahav)
het goud
מֵֽאִתָּ֑ם
(meitam)
van hen
כֹּ֖ל
(kol)
alle
כְּלִ֥י
(keli)
voorwerpen van
מַעֲשֶֽׂה
(maase)
bewerkt werk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
52Al het goud van de heffing, die zij voor Yahweh hadden afgenomen, was 16.750 sikkel, van de aanvoerders van duizend en de aanvoerders van honderd.
וַיְהִ֣י
(vayhi)
en was
כָּל
(kal)
al
זְהַ֣ב
(zehav)
goud van
הַתְּרוּמָ֗ה
(hateruma)
de heffing
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
dat
הֵרִ֨ימוּ֙
(herimu)
zij afnamen
לַֽיהוָ֔ה
(laYahweh)
voor Yahweh
שִׁשָּׁ֨ה
(shisha)
zes
עָשָׂ֥ר
(asar)
tien
אֶ֛לֶף
(elef)
duizend
שְׁבַע
(sheva)
zeven
מֵא֥וֹת
(meot)
honderd
וַחֲמִשִּׁ֖ים
(vachamishim)
en vijftig
שָׁ֑קֶל
(shaqel)
sikkel
מֵאֵת֙
(meet)
van
שָׂרֵ֣י
(sarei)
aanvoerders van
הָֽאֲלָפִ֔ים
(haalafim)
de duizendtallen
וּמֵאֵ֖ת
(umeet)
en van
שָׂרֵ֥י
(sarei)
aanvoerders van
הַמֵּאֽוֹת
(hameot)
de honderdtallen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Een sikkel is ongeveer 11,4 gram. 16.750 sikkel is dus ongeveer 191 kilogram goud.

53De mannen van het leger hadden ieder voor zichzelf geroofd.
אַנְשֵׁי֙
(anshei)
mannen van
הַצָּבָ֔א
(hatsava)
het leger
בָּזְז֖וּ
(bazezu)
roofden
אִ֥ישׁ
(ish)
ieder
לֽוֹ
(lo)
voor zichzelf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De krijgers hielden hun eigen buit.

Het goud in vers 50–52 is een gave bovenop hun eigen deel.

54Mozes en Eleazar, de priester, namen het goud van de aanvoerders van duizend en van honderd. Zij brachten het naar de tent van samenkomst, als gedachtenis voor de zonen van Israël voor het aangezicht van Yahweh.
וַיִּקַּ֨ח
(vayiqach)
en nam
מֹשֶׁ֜ה
(moshe)
Mozes
וְאֶלְעָזָ֤ר
(veelazar)
en Eleazar
הַכֹּהֵן֙
(hakohen)
de priester
אֶת
(et)
(obj.)
הַזָּהָ֔ב
(hazahav)
het goud
מֵאֵ֛ת
(meet)
van
שָׂרֵ֥י
(sarei)
aanvoerders van
הָאֲלָפִ֖ים
(haalafim)
de duizendtallen
וְהַמֵּא֑וֹת
(vehameot)
en de honderdtallen
וַיָּבִ֤אוּ
(vayaviu)
en brachten
אֹתוֹ֙
(oto)
het
אֶל
(el)
naar
אֹ֣הֶל
(ohel)
tent van
מוֹעֵ֔ד
(moed)
samenkomst
זִכָּר֥וֹן
(zikaron)
gedachtenis
לִבְנֵֽי
(livnei)
voor de zonen van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

זִכָּרוֹן (zikkaron), ‘gedachtenis’: het goud herinnert Yahweh aan Israël, zoals het verzoengeld in Exod. 30:16.