Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Het bevel tegen Midian
1Yahweh sprak tot Mozes:
וַיְדַבֵּ֥ר
(vaydaber)
en sprak
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֥ה
(moshe)
Mozes
לֵּאמֹֽר
(lemor)
om te zeggen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
2„Neem wraak voor de zonen van Israël op de Midianieten. Daarna word je verzameld bij je volk.”
נְקֹ֗ם
(neqom)
neem wraak
נִקְמַת֙
(niqmat)
wraak van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
מֵאֵ֖ת
(meet)
op
הַמִּדְיָנִ֑ים
(hamidyanim)
de Midianieten
אַחַ֖ר
(achar)
daarna
תֵּאָסֵ֥ף
(teasef)
zul je verzameld worden
אֶל
(el)
bij
עַמֶּֽיךָ
(ameikha)
je volk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Dit is de laatste opdracht aan Mozes.
‘Verzameld worden bij je volk’ betekent sterven; zie Num. 27:12–13 en Deut. 34:5.
3Mozes sprak tot het volk: „Rust mannen uit jullie midden uit voor het leger. Zij moeten tegen Midian optrekken om de wraak van Yahweh op Midian te voltrekken.
וַיְדַבֵּ֤ר
(vaydaber)
en sprak
מֹשֶׁה֙
(moshe)
Mozes
אֶל
(el)
tot
הָעָ֣ם
(haam)
het volk
לֵאמֹ֔ר
(lemor)
om te zeggen
הֵחָלְצ֧וּ
(hechaletsu)
rust uit
מֵאִתְּכֶ֛ם
(meitekhem)
uit jullie midden
אֲנָשִׁ֖ים
(anashim)
mannen
לַצָּבָ֑א
(latsava)
voor het leger
וְיִהְיוּ֙
(veyihyu)
en zij zullen zijn
עַל
(al)
tegen
מִדְיָ֔ן
(midyan)
Midian
לָתֵ֥ת
(latet)
om te geven
נִקְמַת
(niqmat)
wraak van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
בְּמִדְיָֽן
(bemidyan)
op Midian
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Mozes stuurde hen naar het leger, 1.000 per stam. Hij stuurde hen, en ook Pinechas, de zoon van Eleazar, de priester, naar het leger. Pinechas had de heilige voorwerpen en de trompetten voor het alarmsignaal in zijn hand.
וַיִּשְׁלַ֨ח
(vayishlach)
en stuurde
אֹתָ֥ם
(otam)
hen
מֹשֶׁ֛ה
(moshe)
Mozes
אֶ֥לֶף
(elef)
duizend
לַמַּטֶּ֖ה
(lamate)
per stam
לַצָּבָ֑א
(latsava)
naar het leger
אֹ֠תָם
(otam)
hen
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
פִּ֨ינְחָ֜ס
(pinechas)
Pinechas
בֶּן
(ben)
zoon van
אֶלְעָזָ֤ר
(elazar)
Eleazar
הַכֹּהֵן֙
(hakohen)
de priester
לַצָּבָ֔א
(latsava)
naar het leger
וּכְלֵ֥י
(ukhelei)
en voorwerpen van
הַקֹּ֛דֶשׁ
(haqodesh)
het heilige
וַחֲצֹצְר֥וֹת
(vachatsotserot)
en trompetten van
הַתְּרוּעָ֖ה
(haterua)
het alarmsignaal
בְּיָדֽוֹ
(beyado)
in zijn hand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חֲצֹצְרוֹת הַתְּרוּעָה (chatsotserot hateruah), ‘trompetten van het alarmsignaal’: zie Num. 10:9, waar de trompetten bij oorlog klinken.
Lezing
Wij lezen dat Pinechas de heilige voorwerpen en de trompetten draagt (‘in zijn hand’).
Het kan ook Eleazar zijn, maar Pinechas is de laatst genoemde.
8Naast hun gesneuvelden doodden zij de koningen van Midian: Evi, Rekem, Zur, Chur en Reba, de vijf koningen van Midian. Ook Bileam, de zoon van Beor, doodden zij met het zwaard.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מַלְכֵ֨י
(malkhei)
koningen van
מִדְיָ֜ן
(midyan)
Midian
הָרְג֣וּ
(haregu)
doodden zij
עַל
(al)
naast
חַלְלֵיהֶ֗ם
(challeihem)
hun gesneuvelden
אֶת
(et)
(obj.)
אֱוִ֤י
(evi)
Evi
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
רֶ֨קֶם֙
(reqem)
Rekem
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
צ֤וּר
(tsur)
Zur
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
חוּר֙
(chur)
Chur
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
רֶ֔בַע
(reva)
Reba
חֲמֵ֖שֶׁת
(chameshet)
vijf van
מַלְכֵ֣י
(malkhei)
koningen van
מִדְיָ֑ן
(midyan)
Midian
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
בִּלְעָ֣ם
(bilam)
Bileam
בֶּן
(ben)
zoon van
בְּע֔וֹר
(beor)
Beor
הָרְג֖וּ
(haregu)
doodden zij
בֶּחָֽרֶב
(becharev)
met het zwaard
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Midian: Midian wordt gezocht in het noordwesten van het Arabisch schiereiland, ten oosten van de Golf van Akaba.
Uitleg
עַל חַלְלֵיהֶם (al challeihem), ‘naast hun gesneuvelden’: de koningen vallen bovenop de andere gesneuvelden.
Een Zur wordt in Num. 25:15 genoemd als vader van Kozbi.
Bileam, de zoon van Beor, is de waarzegger uit Num. 22–24. Hij sterft hier met het zwaard.
12Zij brachten de gevangenen, het meegevoerde en de buit naar Mozes, naar Eleazar, de priester, en naar de gemeenschap van de zonen van Israël. Dat gebeurde in het kamp. Het kamp lag op de vlakten van Moab, aan de Jordaan bij Jericho.
וַיָּבִ֡אוּ
(vayaviu)
en zij brachten
אֶל
(el)
naar
מֹשֶׁה֩
(moshe)
Mozes
וְאֶל
(veel)
en naar
אֶלְעָזָ֨ר
(elazar)
Eleazar
הַכֹּהֵ֜ן
(hakohen)
de priester
וְאֶל
(veel)
en naar
עֲדַ֣ת
(adat)
gemeenschap van
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
אֶת
(et)
(obj.)
הַשְּׁבִ֧י
(hashevi)
de gevangenen
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַמַּלְק֛וֹחַ
(hamalqoach)
het meegevoerde
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַשָּׁלָ֖ל
(hashalal)
de buit
אֶל
(el)
naar
הַֽמַּחֲנֶ֑ה
(hamachane)
het kamp
אֶל
(el)
naar
עַֽרְבֹ֣ת
(arvot)
vlakten van
מוֹאָ֔ב
(moav)
Moab
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
עַל
(al)
aan
יַרְדֵּ֥ן
(yarden)
Jordaan van
יְרֵחֽוֹ
(yerecho)
Jericho
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
De vlakten van Moab liggen ten oosten van de Jordaan, tegenover Jericho (Num. 22:1; 33:48).
Dit is het gebied van het huidige Jordanië, bij de monding van de Jordaan in de Dode Zee.
Zie Vlakten van Moab: De vlakten van Moab liggen in het Jordaandal, ten oosten van de Jordaan, tegenover Jericho.
16Zie, juist zij hebben de zonen van Israël, op raad van Bileam, tot ontrouw aan Yahweh gebracht in de zaak van Peor. Toen kwam de plaag over de gemeenschap van Yahweh.
הֵ֣ן
(hen)
zie
הֵ֜נָּה
(hena)
zij
הָי֨וּ
(hayu)
waren
לִבְנֵ֤י
(livnei)
voor de zonen van
יִשְׂרָאֵל֙
(yisrael)
Israël
בִּדְבַ֣ר
(bidvar)
op raad van
בִּלְעָ֔ם
(bilam)
Bileam
לִמְסָר
(limsar)
om over te leveren
מַ֥עַל
(maal)
ontrouw
בַּיהוָ֖ה
(baYahweh)
aan Yahweh
עַל
(al)
in
דְּבַר
(devar)
zaak van
פְּע֑וֹר
(peor)
Peor
וַתְּהִ֥י
(vatehi)
en kwam
הַמַּגֵּפָ֖ה
(hamagefa)
de plaag
בַּעֲדַ֥ת
(baadat)
over de gemeenschap van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Bileam is hier de aanstichter van het kwaad in Peor (Num. 25:1–9).
In Num. 22–24 staat dit raadgeven niet; hier wordt het voor het eerst gezegd.
19Blijf zeven dagen buiten het kamp. Ieder die iemand gedood heeft en ieder die een gedode heeft aangeraakt, moet zich op de derde dag en op de zevende dag ontzondigen. Dat geldt voor jullie en jullie gevangenen.
וְאַתֶּ֗ם
(veatem)
en jullie
חֲנ֛וּ
(chanu)
blijf
מִח֥וּץ
(michuts)
buiten
לַֽמַּחֲנֶ֖ה
(lamachane)
het kamp
שִׁבְעַ֣ת
(shivat)
zeven
יָמִ֑ים
(yamim)
dagen
כֹּל֩
(kol)
ieder
הֹרֵ֨ג
(horeg)
die gedood heeft
נֶ֜פֶשׁ
(nefesh)
persoon
וְכֹ֣ל
(vekhol)
en ieder
נֹגֵ֣עַ
(nogea)
die aanraakte
בֶּֽחָלָ֗ל
(bechalal)
een gedode
תִּֽתְחַטְּא֞וּ
(titchateu)
ontzondig jullie
בַּיּ֤וֹם
(bayom)
op de dag
הַשְּׁלִישִׁי֙
(hashelishi)
de derde
וּבַיּ֣וֹם
(uvayom)
en op de dag
הַשְּׁבִיעִ֔י
(hashevii)
de zevende
אַתֶּ֖ם
(atem)
jullie
וּשְׁבִיכֶֽם
(ushevikhem)
en jullie gevangenen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חִטֵּא (chitte), ‘ontzondigen’: zie Num. 19:12 en 19:19.
Wie een dode aanraakt, moet zich op de derde en de zevende dag ontzondigen.
21De mannen van het leger waren naar de oorlog gegaan. Eleazar, de priester, zei tegen hen: „Dit is het voorschrift van de wet die Yahweh Mozes geboden heeft.
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
אֶלְעָזָ֤ר
(elazar)
Eleazar
הַכֹּהֵן֙
(hakohen)
de priester
אֶל
(el)
tot
אַנְשֵׁ֣י
(anshei)
de mannen van
הַצָּבָ֔א
(hatsava)
het leger
הַבָּאִ֖ים
(habaim)
die gingen
לַמִּלְחָמָ֑ה
(lamilchama)
naar de oorlog
זֹ֚את
(zot)
dit
חֻקַּ֣ת
(chuqat)
voorschrift van
הַתּוֹרָ֔ה
(hatora)
de wet
אֲשֶׁר
(asher)
die
צִוָּ֥ה
(tsiva)
heeft geboden
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
מֹשֶֽׁה
(moshe)
Mozes
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
תּוֹרָה (torah), ‘wet’: onderricht dat Yahweh geeft.
Eleazar geeft hier de regels voor de reiniging van de buit.
22Alleen het goud, het zilver, het koper, het ijzer, het tin en het lood:
אַ֥ךְ
(akh)
alleen
אֶת
(et)
(obj.)
הַזָּהָ֖ב
(hazahav)
het goud
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַכָּ֑סֶף
(hakasef)
het zilver
אֶֽת
(et)
(obj.)
הַנְּחֹ֨שֶׁת֙
(hanechoshet)
het koper
אֶת
(et)
(obj.)
הַבַּרְזֶ֔ל
(habarzel)
het ijzer
אֶֽת
(et)
(obj.)
הַבְּדִ֖יל
(habedil)
het tin
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הָעֹפָֽרֶת
(haofaret)
het lood
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Dit zijn de zes metalen die het vuur kunnen doorstaan.
Alles wat van deze metalen is, moet door het vuur.
23alles wat in het vuur kan komen, moeten jullie door het vuur halen, dan is het rein. Toch moet het ook met reinigingswater ontzondigd worden. Alles wat niet in het vuur kan komen, moeten jullie door water halen.
כָּל
(kal)
alles
דָּבָ֞ר
(davar)
ding
אֲשֶׁר
(asher)
dat
יָבֹ֣א
(yavo)
in kan komen
בָאֵ֗שׁ
(baesh)
in het vuur
תַּעֲבִ֤ירוּ
(taaviru)
laat jullie doorgaan
בָאֵשׁ֙
(baesh)
door het vuur
וְטָהֵ֔ר
(vetaher)
en het is rein
אַ֕ךְ
(akh)
alleen
בְּמֵ֥י
(bemei)
met water van
נִדָּ֖ה
(nida)
reiniging
יִתְחַטָּ֑א
(yitchata)
moet worden ontzondigd
וְכֹ֨ל
(vekhol)
en alles
אֲשֶׁ֧ר
(asher)
wat
לֹֽא
(lo)
niet
יָבֹ֛א
(yavo)
in kan komen
בָּאֵ֖שׁ
(baesh)
in het vuur
תַּעֲבִ֥ירוּ
(taaviru)
laat jullie doorgaan
בַמָּֽיִם
(bamayim)
door water
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מֵי נִדָּה (mei niddah), ‘reinigingswater’: zie Num. 19:9 en 19:13.
Metaal moet eerst door het vuur en daarna met dit water ontzondigd worden.
28Neem voor Yahweh een belasting af van de krijgers die ten strijde zijn getrokken. Neem één persoon van elke 500: van de mensen, het rundvee, de ezels en het kleinvee.
וַהֲרֵמֹתָ֨
(vaharemota)
en neem af
מֶ֜כֶס
(mekhes)
belasting
לַֽיהוָ֗ה
(laYahweh)
voor Yahweh
מֵאֵ֞ת
(meet)
van
אַנְשֵׁ֤י
(anshei)
de mannen van
הַמִּלְחָמָה֙
(hamilchama)
de oorlog
הַיֹּצְאִ֣ים
(hayotseim)
die uitgetrokken zijn
לַצָּבָ֔א
(latsava)
naar het leger
אֶחָ֣ד
(echad)
één
נֶ֔פֶשׁ
(nefesh)
persoon
מֵחֲמֵ֖שׁ
(mechamesh)
van de vijf
הַמֵּא֑וֹת
(hameot)
honderd
מִן
(min)
van
הָאָדָם֙
(haadam)
de mensen
וּמִן
(umin)
en van
הַבָּקָ֔ר
(habaqar)
het rundvee
וּמִן
(umin)
en van
הַחֲמֹרִ֖ים
(hachamorim)
de ezels
וּמִן
(umin)
en van
הַצֹּֽאן
(hatson)
het kleinvee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מֶכֶס (mekes), ‘belasting’: een vast deel dat voor Yahweh wordt afgenomen.
Het woord komt alleen in dit hoofdstuk voor.
Van de krijgers gaat één van elke 500 naar Yahweh.
30Van de helft van de zonen van Israël moet je er één van elke 50 nemen. Neem ze van de mensen, het rundvee, de ezels en het kleinvee, van al het vee. Geef ze aan de Levieten, die de wacht houden bij de tabernakel van Yahweh.”
וּמִמַּחֲצִ֨ת
(umimachatsit)
en van de helft van
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֜ל
(yisrael)
Israël
תִּקַּ֣ח
(tiqach)
neem
אֶחָ֣ד
(echad)
één
אָחֻ֣ז
(achuz)
genomen
מִן
(min)
uit
הַחֲמִשִּׁ֗ים
(hachamishim)
de vijftig
מִן
(min)
van
הָאָדָ֧ם
(haadam)
de mensen
מִן
(min)
van
הַבָּקָ֛ר
(habaqar)
het rundvee
מִן
(min)
van
הַחֲמֹרִ֥ים
(hachamorim)
de ezels
וּמִן
(umin)
en van
הַצֹּ֖אן
(hatson)
het kleinvee
מִכָּל
(mikal)
van alle
הַבְּהֵמָ֑ה
(habehema)
het vee
וְנָתַתָּ֤ה
(venatata)
en geef
אֹתָם֙
(otam)
hen
לַלְוִיִּ֔ם
(lalviyim)
aan de Levieten
שֹׁמְרֵ֕י
(shomerei)
die houden
מִשְׁמֶ֖רֶת
(mishmeret)
de wacht van
מִשְׁכַּ֥ן
(mishkan)
de tabernakel van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het volk, dat niet gestreden heeft, geeft meer: één van elke 50.
43de helft van de gemeenschap was 337.500 stuks kleinvee,
וַתְּהִ֛י
(vatehi)
en was
מֶחֱצַ֥ת
(mechetsat)
de helft van
הָעֵדָ֖ה
(haeda)
de gemeenschap
מִן
(min)
van
הַצֹּ֑אן
(hatson)
het kleinvee
שְׁלֹשׁ
(shelosh)
drie
מֵא֥וֹת
(meot)
honderd
אֶ֨לֶף֙
(elef)
duizend
וּשְׁלֹשִׁ֣ים
(usheloshim)
en dertig
אֶ֔לֶף
(elef)
duizend
שִׁבְעַ֥ת
(shivat)
zeven van
אֲלָפִ֖ים
(alafim)
duizenden
וַחֲמֵ֥שׁ
(vachamesh)
en vijf
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4436.000 stuks rundvee,
וּבָקָ֕ר
(uvaqar)
en rundvee
שִׁשָּׁ֥ה
(shisha)
zes
וּשְׁלֹשִׁ֖ים
(usheloshim)
en dertig
אָֽלֶף
(alef)
duizend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4530.500 ezels
וַחֲמֹרִ֕ים
(vachamorim)
en ezels
שְׁלֹשִׁ֥ים
(sheloshim)
dertig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וַחֲמֵ֥שׁ
(vachamesh)
en vijf
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
46en 16.000 mensen.
וְנֶ֣פֶשׁ
(venefesh)
en personen van
אָדָ֔ם
(adam)
mensen
שִׁשָּׁ֥ה
(shisha)
zes
עָשָׂ֖ר
(asar)
tien
אָֽלֶף
(alef)
duizend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
47Van de helft van de zonen van Israël nam Mozes er één van elke 50, van de mensen en van het vee. Hij gaf ze aan de Levieten, die de wacht houden bij de tabernakel van Yahweh, zoals Yahweh Mozes geboden had.
וַיִּקַּ֨ח
(vayiqach)
en nam
מֹשֶׁ֜ה
(moshe)
Mozes
מִמַּחֲצִ֣ת
(mimachatsit)
van de helft van
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
אֶת
(et)
(obj.)
הָֽאָחֻז֙
(haachuz)
het ene genomene
אֶחָ֣ד
(echad)
één
מִן
(min)
uit
הַחֲמִשִּׁ֔ים
(hachamishim)
de vijftig
מִן
(min)
van
הָאָדָ֖ם
(haadam)
de mensen
וּמִן
(umin)
van
הַבְּהֵמָ֑ה
(habehema)
het vee
וַיִּתֵּ֨ן
(vayiten)
en gaf
אֹתָ֜ם
(otam)
hen
לַלְוִיִּ֗ם
(lalviyim)
aan de Levieten
שֹֽׁמְרֵי֙
(shomerei)
die houden
מִשְׁמֶ֨רֶת֙
(mishmeret)
de wacht van
מִשְׁכַּ֣ן
(mishkan)
de tabernakel van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
כַּאֲשֶׁ֛ר
(kaasher)
zoals
צִוָּ֥ה
(tsiva)
gebood
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
מֹשֶֽׁה
(moshe)
Mozes
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De Levieten krijgen één van elke 50 van de helft van het volk; zie vers 30.
Dat zijn 6.750 stuks kleinvee, 720 stuks rundvee, 610 ezels en 320 personen.
48De bevelhebbers die over de duizendtallen van het leger waren aangesteld, de aanvoerders van duizend en de aanvoerders van honderd, kwamen naar Mozes toe.
וַֽיִּקְרְבוּ֙
(vayiqrevu)
en kwamen dichtbij
אֶל
(el)
naar
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
הַפְּקֻדִ֕ים
(hapequdim)
de aangestelden
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
לְאַלְפֵ֣י
(lealfei)
over de duizendtallen van
הַצָּבָ֑א
(hatsava)
het leger
שָׂרֵ֥י
(sarei)
aanvoerders van
הָאֲלָפִ֖ים
(haalafim)
de duizendtallen
וְשָׂרֵ֥י
(vesarei)
en aanvoerders van
הַמֵּאֽוֹת
(hameot)
de honderdtallen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
49Zij zeiden tegen Mozes: „Uw dienaren hebben de som opgenomen van de krijgers die onder ons bevel stonden. Er ontbreekt niemand van ons.
וַיֹּֽאמְרוּ֙
(vayomru)
en zeiden
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
עֲבָדֶ֣יךָ
(avadeikha)
uw dienaren
נָֽשְׂא֗וּ
(naseu)
hebben opgenomen
אֶת
(et)
(obj.)
רֹ֛אשׁ
(rosh)
de som van
אַנְשֵׁ֥י
(anshei)
de mannen van
הַמִּלְחָמָ֖ה
(hamilchama)
de oorlog
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
בְּיָדֵ֑נוּ
(beyadenu)
in onze hand
וְלֹא
(velo)
en niet
נִפְקַ֥ד
(nifqad)
ontbreekt
מִמֶּ֖נּוּ
(mimenu)
van ons
אִֽישׁ
(ish)
man
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Zij zeggen ‘uw dienaren’ tegen Mozes: dat is de aanspreking van een leider.
50Daarom brengen wij een offergave voor Yahweh: ieder wat hij aan gouden voorwerpen gevonden heeft. Dat zijn een armband, een polsband, een zegelring, een oorring en een halssieraad. Het is om verzoening te doen voor ons leven voor het aangezicht van Yahweh.”
וַנַּקְרֵ֞ב
(vanaqrev)
en wij brengen dichtbij
אֶת
(et)
(obj.)
קָרְבַּ֣ן
(qarban)
offergave van
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
אִישׁ֩
(ish)
ieder
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
wat
מָצָ֤א
(matsa)
hij vond
כְלִֽי
(keli)
voorwerp van
זָהָב֙
(zahav)
goud
אֶצְעָדָ֣ה
(etsada)
armband
וְצָמִ֔יד
(vetsamid)
en polsband
טַבַּ֖עַת
(tabaat)
zegelring
עָגִ֣יל
(agil)
oorring
וְכוּמָ֑ז
(vekhumaz)
en halssieraad
לְכַפֵּ֥ר
(lekhaper)
om verzoening te doen
עַל
(al)
over
נַפְשֹׁתֵ֖ינוּ
(nafshoteinu)
onze levens
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
כִּפֶּר (kipper), ‘verzoening doen’: het goud is een losgeld voor hun leven, zoals in Exod. 30:12–16. Niemand van hen ontbreekt (vers 49), en toch brengen zij deze gave.
54Mozes en Eleazar, de priester, namen het goud van de aanvoerders van duizend en van honderd. Zij brachten het naar de tent van samenkomst, als gedachtenis voor de zonen van Israël voor het aangezicht van Yahweh.
וַיִּקַּ֨ח
(vayiqach)
en nam
מֹשֶׁ֜ה
(moshe)
Mozes
וְאֶלְעָזָ֤ר
(veelazar)
en Eleazar
הַכֹּהֵן֙
(hakohen)
de priester
אֶת
(et)
(obj.)
הַזָּהָ֔ב
(hazahav)
het goud
מֵאֵ֛ת
(meet)
van
שָׂרֵ֥י
(sarei)
aanvoerders van
הָאֲלָפִ֖ים
(haalafim)
de duizendtallen
וְהַמֵּא֑וֹת
(vehameot)
en de honderdtallen
וַיָּבִ֤אוּ
(vayaviu)
en brachten
אֹתוֹ֙
(oto)
het
אֶל
(el)
naar
אֹ֣הֶל
(ohel)
tent van
מוֹעֵ֔ד
(moed)
samenkomst
זִכָּר֥וֹן
(zikaron)
gedachtenis
לִבְנֵֽי
(livnei)
voor de zonen van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
זִכָּרוֹן (zikkaron), ‘gedachtenis’: het goud herinnert Yahweh aan Israël, zoals het verzoengeld in Exod. 30:16.