De bekering van Saulus, Eneas in Lod en Tabita in Jafo
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De bekering van Saulus
1Saulus ademde nog steeds bedreiging en moord uit tegen de leerlingen van de Heer. Hij ging naar de hogepriester
Ὁ
(Ho)
de
δὲ
(de)
nu
Σαῦλος
(Saulos)
Saulus
ἔτι
(eti)
nog
ἐμπνέων
(empneon)
ademend
ἀπειλῆς
(apeiles)
bedreiging
καὶ
(kai)
en
φόνου
(phonou)
moord
εἰς
(eis)
tegen
τοὺς
(tous)
de
μαθητὰς
(mathetas)
leerlingen
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
προσελθὼν
(proselthon)
naderend
τῷ
(to)
de
ἀρχιερεῖ
(archierei)
hogepriester
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐμπνέων (empneon), ‘ademend’: Saulus was zo vol van bedreiging en moord alsof hij daarvan ademde. Σαῦλος (Saulos), ‘Saulus’, is de Griekse vorm van de naam Saul (vergelijk Σαούλ in vers 4). κύριος (kyrios), ‘Heer’, is hier Yeshua; zie Hand. 1:21.
2en vroeg hem om brieven voor de synagogen in Damascus. Als hij mensen vond die tot de Weg behoorden, mannen en vrouwen, dan wilde hij hen geboeid naar Jeruzalem brengen.
ᾐτήσατο
(etesato)
vroeg
παρ’
(par’)
van
αὐτοῦ
(autou)
hem
ἐπιστολὰς
(epistolas)
brieven
εἰς
(eis)
naar
Δαμασκὸν
(Damaskon)
Damascus
πρὸς
(pros)
aan
τὰς
(tas)
de
συναγωγάς
(synagogas)
synagogen
ὅπως
(hopos)
opdat
ἐάν
(ean)
als
τινας
(tinas)
enigen
εὕρῃ
(heure)
hij vond
τῆς
(tes)
van de
ὁδοῦ
(hodou)
Weg
ὄντας
(ontas)
zijnde
ἄνδρας
(andras)
mannen
τε
(te)
zowel
καὶ
(kai)
en
γυναῖκας
(gynaikas)
vrouwen
δεδεμένους
(dedemenous)
geboeid
ἀγάγῃ
(agage)
hij zou brengen
εἰς
(eis)
naar
Ἰερουσαλήμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Damascus: Damascus ligt aan de voet van het Antilibanon, in het huidige Syrië.
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
ἡ ὁδός (he hodos), ‘de Weg’: zo wordt hier de beweging van de volgelingen van Yeshua genoemd.
Het woord betekent ook ‘weg’ en ‘levenswijze’; vergelijk Joh. 14:6, waar Yeshua zegt: ‘Ik ben de weg’.
De naam komt in dit boek vaker voor, bijvoorbeeld in 19:9, 19:23, 22:4, 24:14 en 24:22.
8Saulus stond op van de grond. Zijn ogen waren open, maar hij zag niets. Zij leidden hem bij de hand en brachten hem naar Damascus.
ἠγέρθη
(egerthe)
stond op
δὲ
(de)
nu
Σαῦλος
(Saulos)
Saulus
ἀπὸ
(apo)
van
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
grond
ἀνεῳγμένων
(aneogmenon)
geopend zijnde
δὲ
(de)
maar
τῶν
(ton)
de
ὀφθαλμῶν
(ophthalmon)
ogen
αὐτοῦ
(autou)
zijn
οὐδὲν
(ouden)
niets
ἔβλεπεν
(eblepen)
zag
χειραγωγοῦντες
(cheiragogountes)
bij de hand leidend
δὲ
(de)
nu
αὐτὸν
(auton)
hem
εἰσήγαγον
(eisegagon)
brachten binnen
εἰς
(eis)
naar
Δαμασκόν
(Damaskon)
Damascus
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Damascus: Damascus ligt aan de voet van het Antilibanon, in het huidige Syrië.
9Drie dagen lang kon hij niet zien. Hij at niet en dronk niet.
καὶ
(kai)
en
ἦν
(en)
was
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
τρεῖς
(treis)
drie
μὴ
(me)
niet
βλέπων
(blepon)
ziend
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἔφαγεν
(ephagen)
at
οὐδὲ
(oude)
noch
ἔπιεν
(epien)
dronk
Bron: SBLGNT
Ananias en Saulus in Damascus
10In Damascus was een leerling die Ananias heette. In een visioen zei de Heer tegen hem: „Ananias!” Hij zei: „Hier ben ik, Heer.”
Ἦν
(En)
was
δέ
(de)
nu
τις
(tis)
een zekere
μαθητὴς
(mathetes)
leerling
ἐν
(en)
in
Δαμασκῷ
(Damasko)
Damascus
ὀνόματι
(onomati)
genaamd
Ἁνανίας
(Hananias)
Ananias
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
πρὸς
(pros)
tot
αὐτὸν
(auton)
hem
ἐν
(en)
in
ὁράματι
(horamati)
visioen
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
Ἁνανία
(Hanania)
Ananias
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
εἶπεν
(eipen)
zei
Ἰδοὺ
(Idou)
zie
ἐγώ
(ego)
ik
κύριε
(kyrie)
Heer
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Damascus: Damascus ligt aan de voet van het Antilibanon, in het huidige Syrië.
Uitleg
Ἁνανίας (Hananias), ‘Ananias’: de Griekse vorm van de Hebreeuwse naam Chananja, ‘Yahweh is genadig’. ὅραμα (horama), ‘visioen’. Ἰδοὺ ἐγώ (idou ego), ‘zie, hier ben ik’: het Hebreeuwse הִנֵּנִי (hinneni), het antwoord van wie door Elohim geroepen wordt (Gen. 22:1; 1 Sam. 3:4).
De woorden van de Heer in dit visioen (vers 10–16) zijn de woorden van Yeshua en dus rood.
11De Heer zei tegen hem: „Sta op en ga naar de straat die De Rechte genoemd wordt. Zoek in het huis van Judas iemand uit Tarsus die Saulus heet. Want zie, hij bidt.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
nu
κύριος
(kyrios)
Heer
πρὸς
(pros)
tot
αὐτόν
(auton)
hem
Ἀναστὰς
(Anastas)
opgestaan
πορεύθητι
(poreutheti)
ga
ἐπὶ
(epi)
naar
τὴν
(ten)
de
ῥύμην
(rhymen)
straat
τὴν
(ten)
de
καλουμένην
(kaloumenen)
genoemde
Εὐθεῖαν
(Eutheian)
De Rechte
καὶ
(kai)
en
ζήτησον
(zeteson)
zoek
ἐν
(en)
in
οἰκίᾳ
(oikia)
huis
Ἰούδα
(Iouda)
van Judas
Σαῦλον
(Saulon)
Saulus
ὀνόματι
(onomati)
genaamd
Ταρσέα
(Tarsea)
uit Tarsus
ἰδοὺ
(idou)
zie
γὰρ
(gar)
want
προσεύχεται
(proseuchetai)
bidt
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie De Rechte Straat (Damascus): De straat die De Rechte heet (Via Recta) was de lange oost-westweg in Damascus.
Ze is nog te herkennen in de huidige Midhat Pasha-straat in de oude stad.
Zie Tarsus: Tarsus, de stad waar Saulus geboren werd, lag in Cilicië, in het zuidoosten van het huidige Turkije, bij Mersin.
Uitleg
ῥύμη (rhyme), ‘straat’. Εὐθεῖα (Eutheia) betekent ‘recht’; het is de straat die ‘De Rechte’ heet.
Waar deze straat in Damascus precies liep, weten wij niet zeker. Ταρσεύς (Tarseus), ‘uit Tarsus’: Tarsus was een stad in Cilicië.
12Hij heeft in een visioen een man gezien, Ananias genaamd, die binnenkwam en hem de handen oplegde, zodat hij weer kon zien.”
καὶ
(kai)
en
εἶδεν
(eiden)
zag
ἄνδρα
(andra)
man
ἐν
(en)
in
ὁράματι
(horamati)
visioen
Ἁνανίαν
(Hananian)
Ananias
ὀνόματι
(onomati)
genaamd
εἰσελθόντα
(eiselthonta)
binnenkomend
καὶ
(kai)
en
ἐπιθέντα
(epithenta)
oplegd hebbend
αὐτῷ
(auto)
hem
χεῖρας
(cheiras)
handen
ὅπως
(hopos)
opdat
ἀναβλέψῃ
(anablepse)
hij weer zou zien
Bron: SBLGNT
13Ananias antwoordde: „Heer, ik heb van velen over deze man gehoord, hoeveel kwaad hij Uw heiligen in Jeruzalem heeft aangedaan.
ἀπεκρίθη
(apekrithe)
antwoordde
δὲ
(de)
nu
Ἁνανίας
(Hananias)
Ananias
Κύριε
(Kyrie)
Heer
ἤκουσα
(ekousa)
ik hoorde
ἀπὸ
(apo)
van
πολλῶν
(pollon)
velen
περὶ
(peri)
over
τοῦ
(tou)
de
ἀνδρὸς
(andros)
man
τούτου
(toutou)
deze
ὅσα
(hosa)
hoeveel
κακὰ
(kaka)
kwaad
τοῖς
(tois)
aan de
ἁγίοις
(hagiois)
heiligen
σου
(sou)
Uw
ἐποίησεν
(epoiesen)
hij deed
ἐν
(en)
in
Ἰερουσαλήμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de gelovigen, mensen die aan Elohim gewijd zijn.
Wij vertalen het overal zo (ook 9:32 en 9:41).
14En hier heeft hij van de hogepriesters het gezag om allen die Uw naam aanroepen, te boeien.”
καὶ
(kai)
en
ὧδε
(hode)
hier
ἔχει
(echei)
heeft
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
παρὰ
(para)
van
τῶν
(ton)
de
ἀρχιερέων
(archiereon)
hogepriesters
δῆσαι
(desai)
te boeien
πάντας
(pantas)
allen
τοὺς
(tous)
die
ἐπικαλουμένους
(epikaloumenous)
aanroepen
τὸ
(to)
de
ὄνομά
(onoma)
naam
σου
(sou)
Uw
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐπικαλέω τὸ ὄνομα (epikaleo to onoma), ‘de naam aanroepen’: zo worden de gelovigen hier beschreven (ook vers 21).
De uitdrukking komt uit Joël 3:5 (in de Nederlandse telling is dit 2:32): ‘ieder die de naam van Yahweh aanroept, zal ontkomen’.
Hier is het de naam van Yeshua. δέω (deo), ‘boeien’: vastbinden.
15De Heer zei tegen hem: „Ga. Want deze man is voor Mij een uitverkoren werktuig om Mijn naam te dragen voor de volken, voor koningen en voor de zonen van Israël.
εἶπεν
(eipen)
zei
δὲ
(de)
nu
πρὸς
(pros)
tot
αὐτὸν
(auton)
hem
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
Πορεύου
(Poreuou)
ga
ὅτι
(hoti)
want
σκεῦος
(skeuos)
werktuig
ἐκλογῆς
(ekloges)
van keuze
ἐστίν
(estin)
is
μοι
(moi)
voor Mij
οὗτος
(houtos)
deze
τοῦ
(tou)
om
βαστάσαι
(bastasai)
te dragen
τὸ
(to)
de
ὄνομά
(onoma)
naam
μου
(mou)
Mijn
ἐνώπιον
(enopion)
voor
ἐθνῶν
(ethnon)
volken
τε
(te)
zowel
καὶ
(kai)
en
βασιλέων
(basileon)
koningen
υἱῶν
(huion)
zonen
τε
(te)
ook
Ἰσραήλ
(Israel)
van Israël
Bron: SBLGNT
Uitleg
σκεῦος ἐκλογῆς (skeuos ekloges), letterlijk ‘een vat of werktuig van keuze’: iets wat Hij Zelf heeft uitgekozen en gebruikt. ἔθνη (ethne), ‘de volken’: de niet-Joden; wij vertalen het overal zo.
Saulus zal het meest bekend worden als de apostel van de volken (zie ook 22:21 en 26:17).
16Want Ik zal hem laten zien wat hij allemaal moet lijden voor Mijn naam.”
ἐγὼ
(ego)
Ik
γὰρ
(gar)
want
ὑποδείξω
(hypodeixo)
zal tonen
αὐτῷ
(auto)
aan hem
ὅσα
(hosa)
hoeveel
δεῖ
(dei)
het is nodig
αὐτὸν
(auton)
hem
ὑπὲρ
(hyper)
voor
τοῦ
(tou)
de
ὀνόματός
(onomatos)
naam
μου
(mou)
Mijn
παθεῖν
(pathein)
te lijden
Bron: SBLGNT
17Ananias ging weg en ging het huis binnen. Hij legde de handen op hem en zei: „Saul, broer, de Heer heeft mij gezonden: Yeshua, die je verscheen op de weg waarlangs je kwam. Zo kun je weer zien en word je vervuld met de Heilige Geest.”
ἀπῆλθεν
(apelthen)
ging weg
δὲ
(de)
nu
Ἁνανίας
(Hananias)
Ananias
καὶ
(kai)
en
εἰσῆλθεν
(eiselthen)
ging binnen
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
het
οἰκίαν
(oikian)
huis
καὶ
(kai)
en
ἐπιθεὶς
(epitheis)
oplegd hebbend
ἐπ’
(ep’)
op
αὐτὸν
(auton)
hem
τὰς
(tas)
de
χεῖρας
(cheiras)
handen
εἶπεν
(eipen)
zei
Σαοὺλ
(Saoul)
Saul
ἀδελφέ
(adelphe)
broer
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
ἀπέσταλκέν
(apestalken)
heeft gezonden
με
(me)
mij
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ὁ
(ho)
die
ὀφθείς
(ophtheis)
verschenen is
σοι
(soi)
aan jou
ἐν
(en)
op
τῇ
(te)
de
ὁδῷ
(hodo)
weg
ᾗ
(he)
waarop
ἤρχου
(erchou)
je kwam
ὅπως
(hopos)
opdat
ἀναβλέψῃς
(anablepses)
je weer ziet
καὶ
(kai)
en
πλησθῇς
(plesthes)
je vervuld wordt
πνεύματος
(pneumatos)
met Geest
ἁγίου
(hagiou)
heilige
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀδελφέ (adelphe), ‘broer’: Ananias noemt de vroegere vervolger al ‘broer’. ἀπέσταλκεν (apestalken), ‘heeft gezonden’, van ἀποστέλλω (apostello), ‘zenden’. ὅπως (hopos), ‘zodat’: het Grieks heeft één lange zin; wij beginnen bij ‘Zo’ een nieuwe zin.
18Meteen vielen er als schubben van zijn ogen af, en hij kon weer zien. Hij stond op en werd gedoopt.
καὶ
(kai)
en
εὐθέως
(eutheos)
meteen
ἀπέπεσαν
(apepesan)
vielen af
αὐτοῦ
(autou)
van hem
ἀπὸ
(apo)
van
τῶν
(ton)
de
ὀφθαλμῶν
(ophthalmon)
ogen
ὡς
(hos)
als
λεπίδες
(lepides)
schubben
ἀνέβλεψέν
(aneblepsen)
hij zag weer
τε
(te)
en
καὶ
(kai)
en
ἀναστὰς
(anastas)
opgestaan
ἐβαπτίσθη
(ebaptisthe)
werd gedoopt
Bron: SBLGNT
Uitleg
λεπίς (lepis), ‘schub’, zoals van een vis.
Het Grieks zegt ‘als schubben’: iets wat leek op schubben viel van zijn ogen. ἐβαπτίσθη (ebaptisthe), ‘werd gedoopt’; zie ook 22:16.
Saulus verkondigt Yeshua
19Nadat hij voedsel had genomen, kwam hij weer op krachten. Hij bleef enkele dagen bij de leerlingen in Damascus.
καὶ
(kai)
en
λαβὼν
(labon)
genomen hebbend
τροφὴν
(trophen)
voedsel
ἐνίσχυσεν
(enischysen)
kwam op krachten
Ἐγένετο
(Egeneto)
was
δὲ
(de)
nu
μετὰ
(meta)
met
τῶν
(ton)
de
ἐν
(en)
in
Δαμασκῷ
(Damasko)
Damascus
μαθητῶν
(matheton)
leerlingen
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
τινὰς
(tinas)
enkele
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Damascus: Damascus ligt aan de voet van het Antilibanon, in het huidige Syrië.
20Meteen verkondigde hij in de synagogen over Yeshua dat Hij de Zoon van Elohim is.
καὶ
(kai)
en
εὐθέως
(eutheos)
meteen
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
συναγωγαῖς
(synagogais)
synagogen
ἐκήρυσσεν
(ekeryssen)
verkondigde hij
τὸν
(ton)
de
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
ὅτι
(hoti)
dat
οὗτός
(houtos)
Deze
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὁ υἱὸς τοῦ θεοῦ (ho huios tou theou), ‘de Zoon van Elohim’: een titel van Yeshua die ook in de evangeliën voorkomt (Matt. 16:16; Joh. 1:49). κηρύσσω (kerysso), ‘verkondigen’: als een heraut openlijk bekendmaken.
21Allen die het hoorden, verbaasden zich en zeiden: „Is dit niet degene die in Jeruzalem verwoesting aanrichtte onder hen die deze naam aanroepen? En was hij niet hierheen gekomen om hen geboeid naar de hogepriesters te brengen?”
ἐξίσταντο
(existanto)
verbaasden zich
δὲ
(de)
nu
πάντες
(pantes)
allen
οἱ
(hoi)
die
ἀκούοντες
(akouontes)
hoorden
καὶ
(kai)
en
ἔλεγον
(elegon)
zeiden
Οὐχ
(Ouch)
niet
οὗτός
(houtos)
is dit
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
πορθήσας
(porthesas)
die verwoest had
ἐν
(en)
in
Ἰερουσαλὴμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
τοὺς
(tous)
degenen
ἐπικαλουμένους
(epikaloumenous)
die aanroepen
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
τοῦτο
(touto)
deze
καὶ
(kai)
en
ὧδε
(hode)
hier
εἰς
(eis)
tot
τοῦτο
(touto)
dit
ἐληλύθει
(elelythei)
was gekomen
ἵνα
(hina)
opdat
δεδεμένους
(dedemenous)
geboeid
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἀγάγῃ
(agage)
hij zou brengen
ἐπὶ
(epi)
bij
τοὺς
(tous)
de
ἀρχιερεῖς
(archiereis)
hogepriesters
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
22Saulus werd steeds sterker. Hij bracht de Joden die in Damascus woonden in verwarring door aan te tonen dat Deze de Messias is.
Σαῦλος
(Saulos)
Saulus
δὲ
(de)
nu
μᾶλλον
(mallon)
meer
ἐνεδυναμοῦτο
(enedynamouto)
werd gesterkt
καὶ
(kai)
en
συνέχυννεν
(synechynnen)
bracht in verwarring
τοὺς
(tous)
de
Ἰουδαίους
(Ioudaious)
Joden
τοὺς
(tous)
die
κατοικοῦντας
(katoikountas)
woonden
ἐν
(en)
in
Δαμασκῷ
(Damasko)
Damascus
συμβιβάζων
(symbibazon)
aantonend
ὅτι
(hoti)
dat
οὗτός
(houtos)
Deze
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
χριστός
(christos)
Messias
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Damascus: Damascus ligt aan de voet van het Antilibanon, in het huidige Syrië.
Uitleg
χριστός (christos), ‘Messias’: het Griekse woord voor het Hebreeuwse מָשִׁיחַ (mashiach), ‘gezalfde’.
Wij schrijven overal ‘Messias’. συμβιβάζω (symbibazo), ‘aantonen’: dingen naast elkaar leggen en zo tot een besluit komen. συγχέω (sygcheo), ‘in verwarring brengen’.
Saulus ontkomt uit Damascus
23Toen er geruime tijd verstreken was, besloten de Joden samen om hem te doden.
26Toen hij in Jeruzalem was aangekomen, probeerde hij zich bij de leerlingen aan te sluiten. Maar allen waren bang voor hem, want zij geloofden niet dat hij een leerling was.
Παραγενόμενος
(Paragenomenos)
aangekomen
δὲ
(de)
nu
εἰς
(eis)
in
Ἰερουσαλὴμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
ἐπείραζεν
(epeirazen)
probeerde
κολλᾶσθαι
(kollasthai)
zich aan te sluiten
τοῖς
(tois)
bij de
μαθηταῖς
(mathetais)
leerlingen
καὶ
(kai)
en
πάντες
(pantes)
allen
ἐφοβοῦντο
(ephobounto)
waren bang
αὐτόν
(auton)
voor hem
μὴ
(me)
niet
πιστεύοντες
(pisteuontes)
geloven
ὅτι
(hoti)
dat
ἐστὶν
(estin)
is
μαθητής
(mathetes)
leerling
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
ἐπείραζεν (epeirazen), ‘probeerde’: van πειράζω (peirazo), dat wij elders met ‘op de proef stellen’ vertalen; hier betekent het ‘proberen’. κολλάομαι (kollaomai), ‘zich aansluiten’: letterlijk ‘vastkleven’.
27Barnabas nam hem mee en bracht hem naar de apostelen. Hij vertelde hun hoe Saulus onderweg de Heer had gezien en dat Hij tot hem had gesproken. Hij vertelde ook hoe Saulus in Damascus vrijmoedig had gesproken in de naam van Yeshua.
Βαρναβᾶς
(Barnabas)
Barnabas
δὲ
(de)
nu
ἐπιλαβόμενος
(epilabomenos)
aangenomen hebbend
αὐτὸν
(auton)
hem
ἤγαγεν
(egagen)
bracht
πρὸς
(pros)
naar
τοὺς
(tous)
de
ἀποστόλους
(apostolous)
apostelen
καὶ
(kai)
en
διηγήσατο
(diegesato)
vertelde
αὐτοῖς
(autois)
hun
πῶς
(pos)
hoe
ἐν
(en)
op
τῇ
(te)
de
ὁδῷ
(hodo)
weg
εἶδεν
(eiden)
hij zag
τὸν
(ton)
de
κύριον
(kyrion)
Heer
καὶ
(kai)
en
ὅτι
(hoti)
dat
ἐλάλησεν
(elalesen)
Hij sprak
αὐτῷ
(auto)
tot hem
καὶ
(kai)
en
πῶς
(pos)
hoe
ἐν
(en)
in
Δαμασκῷ
(Damasko)
Damascus
ἐπαρρησιάσατο
(eparresiasato)
hij sprak vrijmoedig
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματι
(onomati)
naam
τοῦ
(tou)
van
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Damascus: Damascus ligt aan de voet van het Antilibanon, in het huidige Syrië.
Uitleg
Βαρναβᾶς (Barnabas): een bijnaam die in 4:36 wordt uitgelegd. ἐπαρρησιάσατο (eparresiasato), ‘vrijmoedig spreken’: openlijk en zonder angst.
Het Grieks heeft in dit vers drie ‘hoe’- en ‘dat’-bijzinnen onder één werkwoord; wij splitsen ze over twee zinnen en herhalen daarvoor ‘vertelde’.
28Saulus ging bij hen in en uit in Jeruzalem en sprak vrijmoedig in de naam van de Heer.
καὶ
(kai)
en
ἦν
(en)
was
μετ’
(met’)
met
αὐτῶν
(auton)
hen
εἰσπορευόμενος
(eisporeuomenos)
ingaand
καὶ
(kai)
en
ἐκπορευόμενος
(ekporeuomenos)
uitgaand
εἰς
(eis)
in
Ἰερουσαλήμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
παρρησιαζόμενος
(parresiazomenos)
vrijmoedig sprekend
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματι
(onomati)
naam
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
εἰσπορευόμενος καὶ ἐκπορευόμενος (eisporeuomenos kai ekporeuomenos), ‘ingaand en uitgaand’: een Hebreeuwse uitdrukking voor vrij met mensen omgaan; vergelijk Hand. 1:21.
30Toen de broers dat te weten kwamen, brachten zij hem naar Caesarea en zonden hem weg naar Tarsus.
ἐπιγνόντες
(epignontes)
te weten gekomen
δὲ
(de)
nu
οἱ
(hoi)
de
ἀδελφοὶ
(adelphoi)
broers
κατήγαγον
(kategagon)
brachten naar beneden
αὐτὸν
(auton)
hem
εἰς
(eis)
naar
Καισάρειαν
(Kaisareian)
Caesarea
καὶ
(kai)
en
ἐξαπέστειλαν
(exapesteilan)
zonden weg
αὐτὸν
(auton)
hem
εἰς
(eis)
naar
Ταρσόν
(Tarson)
Tarsus
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Caesarea (Caesarea Maritima): Caesarea Maritima, door Herodes de Grote gebouwd, lag aan de kust van Israël, ongeveer 50 km ten noorden van Tel Aviv.
Het was het verblijf van de Romeinse stadhouder.
Zie Tarsus: Tarsus, de stad waar Saulus geboren werd, lag in Cilicië, in het zuidoosten van het huidige Turkije, bij Mersin.
Uitleg
Καισάρεια (Kaisareia), ‘Caesarea’: de havenstad aan de Middellandse Zee, niet Caesarea Filippi. ἐξαπέστειλαν (exapesteilan), ‘zonden weg’: van ἀποστέλλω (apostello), ‘zenden’, met het voorvoegsel ἐξ-, ‘weg’.
De gemeente heeft vrede
31De gemeente in heel Judea, Galilea en Samaria had dus vrede en werd opgebouwd. Zij leefde in vrees voor de Heer en in de bemoediging van de Heilige Geest, en nam toe in aantal.
Ἡ
(He)
de
μὲν
(men)
wel
οὖν
(oun)
dus
ἐκκλησία
(ekklesia)
gemeente
καθ’
(kath’)
door
ὅλης
(holes)
heel
τῆς
(tes)
de
Ἰουδαίας
(Ioudaias)
Judea
καὶ
(kai)
en
Γαλιλαίας
(Galilaias)
Galilea
καὶ
(kai)
en
Σαμαρείας
(Samareias)
Samaria
εἶχεν
(eichen)
had
εἰρήνην
(eirenen)
vrede
οἰκοδομουμένη
(oikodomoumene)
opgebouwd wordend
καὶ
(kai)
en
πορευομένη
(poreuomene)
wandelend
τῷ
(to)
in de
φόβῳ
(phobo)
vrees
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
καὶ
(kai)
en
τῇ
(te)
in de
παρακλήσει
(paraklesei)
bemoediging
τοῦ
(tou)
van de
ἁγίου
(hagiou)
heilige
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
ἐπληθύνετο
(eplethyneto)
nam toe
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.
Het komt overeen met het oude Juda.
Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.
Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.
Zie Samaria (streek): Samaria is hier de streek tussen Galilea en Judea, het noorden van de Westelijke Jordaanoever.
Uitleg
ἐκκλησία (ekklesia), ‘gemeente’: de gemeenschap van de gelovigen; wij vertalen het overal zo.
Het Grieks heeft het enkelvoud, hoewel er drie gebieden genoemd worden. φόβος τοῦ κυρίου (phobos tou kyriou), ‘vrees voor de Heer’, doet denken aan ‘vrees voor Yahweh’ (Spr. 1:7); omdat κύριος in dit boek meestal Yeshua is, schrijven wij ‘de Heer’. παράκλησις (paraklesis), ‘bemoediging’: ook ‘aansporing’ of ‘troost’; zo ook in 4:36 (‘zoon van bemoediging’).
Lezing
Sommige handschriften hebben het meervoud: ‘de gemeenten … hadden vrede en werden opgebouwd’.
33Daar vond hij een man die Eneas heette. Hij lag al acht jaar op een bed, want hij was verlamd.
εὗρεν
(heuren)
vond
δὲ
(de)
nu
ἐκεῖ
(ekei)
daar
ἄνθρωπόν
(anthropon)
man
τινα
(tina)
een zekere
ὀνόματι
(onomati)
genaamd
Αἰνέαν
(Ainean)
Eneas
ἐξ
(ex)
sinds
ἐτῶν
(eton)
jaren
ὀκτὼ
(okto)
acht
κατακείμενον
(katakeimenon)
liggend
ἐπὶ
(epi)
op
κραβάττου
(krabattou)
bed
ὃς
(hos)
die
ἦν
(en)
was
παραλελυμένος
(paralelymenos)
verlamd
Bron: SBLGNT
Uitleg
Αἰνέας (Aineas), ‘Eneas’: een Griekse naam. κράβαττος (krabbatos), ‘bed’: een eenvoudig bed of matras; het woord staat ook in Mark. 2:4. παραλύω (paralyo), ‘verlamd zijn’.
34Petrus zei tegen hem: „Eneas, Yeshua de Messias geneest je. Sta op en maak zelf je bed op.” Meteen stond hij op.
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτῷ
(auto)
tot hem
ὁ
(ho)
de
Πέτρος
(Petros)
Petrus
Αἰνέα
(Ainea)
Eneas
ἰᾶταί
(iatai)
geneest
σε
(se)
je
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
Χριστός
(Christos)
de Messias
ἀνάστηθι
(anastethi)
sta op
καὶ
(kai)
en
στρῶσον
(stroson)
maak op
σεαυτῷ
(seauto)
voor jezelf
καὶ
(kai)
en
εὐθέως
(eutheos)
meteen
ἀνέστη
(aneste)
stond op
Bron: SBLGNT
Uitleg
Petrus noemt Yeshua de Messias als Degene die geneest; hij doet het niet zelf. στρῶσον σεαυτῷ (stroson seauto) betekent letterlijk ‘spreid voor jezelf’; het Grieks heeft geen voorwerp.
Wij vullen ‘je bed’ aan, omdat Eneas op een bed lag.
35Alle inwoners van Lod en Saron zagen hem, en zij keerden zich tot de Heer.
καὶ
(kai)
en
εἶδαν
(eidan)
zagen
αὐτὸν
(auton)
hem
πάντες
(pantes)
allen
οἱ
(hoi)
die
κατοικοῦντες
(katoikountes)
woonden
Λύδδα
(Lydda)
Lod
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
de
Σαρῶνα
(Sarona)
Saron
οἵτινες
(hoitines)
die
ἐπέστρεψαν
(epestrepsan)
keerden zich
ἐπὶ
(epi)
tot
τὸν
(ton)
de
κύριον
(kyrion)
Heer
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Lod: Lod (later Lydda) lag in de laagvlakte ten westen van Jeruzalem, bij het huidige Lod.
Zie Saron (kustvlakte): Saron is de vruchtbare kustvlakte langs de Middellandse Zee, ten noorden van Jafo tot aan de Karmel.
Lod en Saron liggen dicht bij elkaar.
Tabita wordt opgewekt in Jafo
36In Jafo was een leerlinge die Tabita heette, wat vertaald Dorkas genoemd wordt. Zij was vol van goede werken en van de aalmoezen die zij gaf.
Ἐν
(En)
in
Ἰόππῃ
(Ioppe)
Jafo
δέ
(de)
nu
τις
(tis)
een zekere
ἦν
(en)
was
μαθήτρια
(mathetria)
leerlinge
ὀνόματι
(onomati)
genaamd
Ταβιθά
(Tabitha)
Tabita
ἣ
(he)
die
διερμηνευομένη
(diermeneuomene)
vertaald wordend
λέγεται
(legetai)
wordt genoemd
Δορκάς
(Dorkas)
Dorkas
αὕτη
(haute)
deze
ἦν
(en)
was
πλήρης
(pleres)
vol
ἔργων
(ergon)
van werken
ἀγαθῶν
(agathon)
goede
καὶ
(kai)
en
ἐλεημοσυνῶν
(eleemosynon)
van aalmoezen
ὧν
(hon)
die
ἐποίει
(epoiei)
zij deed
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jafo: Jafo is het huidige Jaffa, aan de kust bij Tel Aviv.
Uitleg
Ἰόππη (Ioppe), ‘Jafo’: dezelfde stad als Jafo in het Oude Testament (Joz. 19:46; Jona 1:3). Ταβιθά (Tabitha) is een Aramese naam; Δορκάς (Dorkas) is het Griekse woord voor ‘gazelle’, en Tabita betekent in het Aramees volgens de overlevering hetzelfde. μαθήτρια (mathetria), ‘leerlinge’: het vrouwelijke woord bij μαθητής, ‘leerling’; het komt in het Nieuwe Testament alleen hier voor. ἐλεημοσύνη (eleemosyne), ‘aalmoes’: een gift aan de armen.
38Lod ligt dicht bij Jafo. De leerlingen hoorden dat Petrus daar was. Zij zonden twee mannen naar hem toe met het verzoek: „Aarzel niet om tot bij ons te komen.”
ἐγγὺς
(engys)
nabij
δὲ
(de)
nu
οὔσης
(ouses)
zijnde
Λύδδας
(Lyddas)
Lod
τῇ
(te)
aan
Ἰόππῃ
(Ioppe)
Jafo
οἱ
(hoi)
de
μαθηταὶ
(mathetai)
leerlingen
ἀκούσαντες
(akousantes)
gehoord hebbend
ὅτι
(hoti)
dat
Πέτρος
(Petros)
Petrus
ἐστὶν
(estin)
is
ἐν
(en)
in
αὐτῇ
(aute)
haar
ἀπέστειλαν
(apesteilan)
zonden
δύο
(dyo)
twee
ἄνδρας
(andras)
mannen
πρὸς
(pros)
naar
αὐτὸν
(auton)
hem
παρακαλοῦντες
(parakalountes)
smekend
Μὴ
(Me)
niet
ὀκνήσῃς
(okneses)
aarzel
διελθεῖν
(dielthein)
door te gaan
ἕως
(heos)
tot
ἡμῶν
(hemon)
ons
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Lod: Lod (later Lydda) lag in de laagvlakte ten westen van Jeruzalem, bij het huidige Lod.
Zie Jafo: Jafo is het huidige Jaffa, aan de kust bij Tel Aviv.
39Petrus stond op en ging met hen mee. Toen hij er was aangekomen, brachten zij hem naar de bovenzaal. Alle weduwen stonden bij hem te huilen en lieten onderkleden en mantels zien die Dorkas gemaakt had toen zij nog bij hen was.
ἀναστὰς
(anastas)
opgestaan
δὲ
(de)
nu
Πέτρος
(Petros)
Petrus
συνῆλθεν
(synelthen)
ging mee
αὐτοῖς
(autois)
met hen
ὃν
(hon)
wie
παραγενόμενον
(paragenomenon)
aangekomen
ἀνήγαγον
(anegagon)
brachten omhoog
εἰς
(eis)
naar
τὸ
(to)
de
ὑπερῷον
(hyperoon)
bovenzaal
καὶ
(kai)
en
παρέστησαν
(parestesan)
stonden bij
αὐτῷ
(auto)
hem
πᾶσαι
(pasai)
alle
αἱ
(hai)
de
χῆραι
(cherai)
weduwen
κλαίουσαι
(klaiousai)
huilend
καὶ
(kai)
en
ἐπιδεικνύμεναι
(epideiknymenai)
tonend
χιτῶνας
(chitonas)
onderkleden
καὶ
(kai)
en
ἱμάτια
(himatia)
mantels
ὅσα
(hosa)
die
ἐποίει
(epoiei)
maakte
μετ’
(met’)
met
αὐτῶν
(auton)
hen
οὖσα
(ousa)
zijnde
ἡ
(he)
de
Δορκάς
(Dorkas)
Dorkas
Bron: SBLGNT
Uitleg
χιτών (chiton), ‘onderkleed’, en ἱμάτιον (himation), ‘mantel’: zoals in Matt. 5:40.
40Petrus zette iedereen buiten, knielde neer en bad. Hij wendde zich naar het lichaam en zei: „Tabita, sta op.” Zij opende haar ogen, zag Petrus en ging rechtop zitten.
ἐκβαλὼν
(ekbalon)
uitgedreven hebbend
δὲ
(de)
nu
ἔξω
(exo)
naar buiten
πάντας
(pantas)
allen
ὁ
(ho)
de
Πέτρος
(Petros)
Petrus
καὶ
(kai)
en
θεὶς
(theis)
gelegd hebbend
τὰ
(ta)
de
γόνατα
(gonata)
knieën
προσηύξατο
(proseyxato)
bad
καὶ
(kai)
en
ἐπιστρέψας
(epistrepsas)
omgekeerd
πρὸς
(pros)
naar
τὸ
(to)
het
σῶμα
(soma)
lichaam
εἶπεν
(eipen)
zei
Ταβιθά
(Tabitha)
Tabita
ἀνάστηθι
(anastethi)
sta op
ἡ
(he)
zij
δὲ
(de)
nu
ἤνοιξεν
(enoixen)
opende
τοὺς
(tous)
de
ὀφθαλμοὺς
(ophthalmous)
ogen
αὐτῆς
(autes)
haar
καὶ
(kai)
en
ἰδοῦσα
(idousa)
gezien hebbend
τὸν
(ton)
de
Πέτρον
(Petron)
Petrus
ἀνεκάθισεν
(anekathisen)
ging zitten
Bron: SBLGNT
Uitleg
Ταβιθά, ἀνάστηθι (Tabitha, anastethi), ‘Tabita, sta op’.
Vergelijk Mark. 5:41, waar Yeshua tot het meisje zegt: ‘Talitha koem’ (‘meisje, sta op’).