Elohim Bijbel

Genesis 10

1234567891011121314151617181920212223242526272829303132333435363738394041424344454647484950

De volkerenlijst

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De zonen van Jafeth

1Dit is de geschiedenis van de zonen van Noach: Sem, Cham en Jafeth. Na de vloed werden hun zonen geboren.
וְאֵ֨לֶּה֙
(veele)
en dezen
תּוֹלְדֹ֣ת
(toledot)
geschiedenis van
בְּנֵי
(benei)
zonen van
נֹ֔חַ
(noach)
Noach
שֵׁ֖ם
(shem)
Sem
חָ֣ם
(cham)
Cham
וָיָ֑פֶת
(vayafet)
en Jafeth
וַיִּוָּלְד֥וּ
(vayivaledu)
en werden geboren
לָהֶ֛ם
(lahem)
aan hen
בָּנִ֖ים
(banim)
zonen
אַחַ֥ר
(achar)
na
הַמַּבּֽוּל
(hamabul)
de vloed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Aanvullend

Jubileeën 8:10–9:15 vertelt hoe Noach de aarde onder zijn zonen verdeelt; Jasher 7:1 noemt dezelfde namen.

2De zonen van Jafeth waren Gomer, Magog, Madai, Javan, Tubal, Mesech en Tiras.
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
יֶ֔פֶת
(yefet)
Jafeth
גֹּ֣מֶר
(gomer)
Gomer
וּמָג֔וֹג
(umagog)
en Magog
וּמָדַ֖י
(umaday)
en Madai
וְיָוָ֣ן
(veyavan)
en Javan
וְתֻבָ֑ל
(vetuval)
en Tubal
וּמֶ֖שֶׁךְ
(umeshekh)
en Mesech
וְתִירָֽס
(vetiras)
en Tiras
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Madai zijn de Meden, in het noordwesten van het huidige Iran.

Javan zijn de Ioniërs, aan de westkust van het huidige Turkije en in Griekenland.

Tubal en Mesech worden gewoonlijk gezocht in het midden en oosten van het huidige Turkije.

De ligging van Gomer en Magog is onzeker.

Uitleg

Dit hoofdstuk noemt namen van mensen die ook namen van volken zijn.

Aanvullend

Jasher 17:1 vertelt van een oorlog tussen de zonen van Kittim en de zonen van Tubal; Genesis noemt die niet.

3De zonen van Gomer waren Askenaz, Rifat en Togarma.
וּבְנֵ֖י
(uvenei)
en zonen van
גֹּ֑מֶר
(gomer)
Gomer
אַשְׁכֲּנַ֥ז
(ashkanaz)
Askenaz
וְרִיפַ֖ת
(verifat)
en Rifat
וְתֹגַרְמָֽה
(vetogarma)
en Togarma
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4De zonen van Javan waren Elisa, Tarsis, de Kittim en de Dodanim.
וּבְנֵ֥י
(uvenei)
en zonen van
יָוָ֖ן
(yavan)
Javan
אֱלִישָׁ֣ה
(elisha)
Elisa
וְתַרְשִׁ֑ישׁ
(vetarshish)
en Tarsis
כִּתִּ֖ים
(kitim)
Kittim
וְדֹדָנִֽים
(vedodanim)
en Dodanim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

כִּתִּים (Kittim) is Cyprus, genoemd naar de stad Kition, bij het huidige Larnaka.

אֱלִישָׁה (Elisa) wordt vaak gelijkgesteld met Alasia, waarschijnlijk ook Cyprus.

תַּרְשִׁישׁ (Tarsis) is waarschijnlijk Tarsus in Cilicia, in het zuidoosten van het huidige Turkije; zeker is dat niet.

Uitleg

דֹּדָנִים (Dodanim) staat hier; in 1 Kronieken 1:7 staat רֹדָנִים (Rodanim), vermoedelijk de bewoners van Rodos.

5Van hen uit scheidden zich de kustlanden van de volken af, in hun landen: ieder naar zijn taal, volgens hun families, in hun volken.
מֵ֠אֵלֶּה
(meele)
van dezen
נִפְרְד֞וּ
(nifredu)
scheidden zich af
אִיֵּ֤י
(iyei)
eilanden van
הַגּוֹיִם֙
(hagoyim)
de volken
בְּאַרְצֹתָ֔ם
(beartsotam)
in hun landen
אִ֖ישׁ
(ish)
man
לִלְשֹׁנ֑וֹ
(lilshono)
naar zijn taal
לְמִשְׁפְּחֹתָ֖ם
(lemishpechotam)
naar hun families
בְּגוֹיֵהֶֽם
(begoyehem)
in hun volken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אִיֵּי הַגּוֹיִם (iyei hagoyim), ‘kustlanden’ of ‘eilanden van de volken’: de gebieden aan de zee, aan de rand van de bekende wereld.

נִפְרְדוּ (nifredu) betekent ‘zich afscheiden’, ‘zich verspreiden’.

De zonen van Cham

6De zonen van Cham waren Kush, Misraïm, Put en Kanaän.
וּבְנֵ֖י
(uvenei)
en zonen van
חָ֑ם
(cham)
Cham
כּ֥וּשׁ
(kush)
Kush
וּמִצְרַ֖יִם
(umitsrayim)
en Misraïm
וּפ֥וּט
(ufut)
en Put
וּכְנָֽעַן
(ukhenaan)
en Kanaän
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

כּוּשׁ (Kush) is het gebied ten zuiden van Egypte, ongeveer het huidige Soedan.

מִצְרַיִם (Misraïm) is Egypte.

פּוּט (Put) wordt gewoonlijk bij Libië geplaatst.

כְּנַעַן (Kanaän) is het land aan de oostkust van de Middellandse Zee.

7De zonen van Kush waren Seba, Havila, Sabta, Raäma en Sabteka. De zonen van Raäma waren Sjeba en Dedan.
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en zonen van
כ֔וּשׁ
(kush)
Kush
סְבָא֙
(seva)
Seba
וַֽחֲוִילָ֔ה
(vachavila)
en Havila
וְסַבְתָּ֥ה
(vesavta)
en Sabta
וְרַעְמָ֖ה
(verama)
en Raäma
וְסַבְתְּכָ֑א
(vesavtekha)
en Sabteka
וּבְנֵ֥י
(uvenei)
en zonen van
רַעְמָ֖ה
(rama)
Raäma
שְׁבָ֥א
(sheva)
Sjeba
וּדְדָֽן
(udedan)
en Dedan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Kush werd de vader van Nimrod. Hij begon een held te zijn op de aarde.
וְכ֖וּשׁ
(vekhush)
en Kush
יָלַ֣ד
(yalad)
verwekte
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
נִמְרֹ֑ד
(nimrod)
Nimrod
ה֣וּא
(hu)
hij
הֵחֵ֔ל
(hechel)
begon
לִֽהְי֥וֹת
(lihyot)
te zijn
גִּבֹּ֖ר
(gibor)
held
בָּאָֽרֶץ
(baarets)
op de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גִּבֹּר (gibbor), ‘held’, ‘machtig man’, is hetzelfde woord als in 6:4.

הֵחֵל (hechel), ‘hij begon’.

Aanvullend

Jasher 7:23–25 noemt Nimrod de zoon van Kush en vertelt over de huiden die Elohim voor Adam maakte (Gen. 3:21).

9Hij was een machtig jager voor het aangezicht van Yahweh. Daarom zegt men: „Zoals Nimrod, een machtig jager voor het aangezicht van Yahweh.”
הֽוּא
(hu)
hij
הָיָ֥ה
(haya)
was
גִבֹּֽר
(gibor)
held van
צַ֖יִד
(tsayid)
jacht
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
עַל
(al)
op
כֵּן֙
(ken)
zo
יֵֽאָמַ֔ר
(yeamar)
wordt gezegd
כְּנִמְרֹ֛ד
(kenimrod)
zoals Nimrod
גִּבּ֥וֹר
(gibor)
held van
צַ֖יִד
(tsayid)
jacht
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לִפְנֵי יְהוָה (lifnei Yahweh) is letterlijk ‘voor het aangezicht van Yahweh’.

Dat kan ‘in Yahweh’s ogen’ betekenen, maar ook ‘tegenover Yahweh’.

Het Hebreeuws kiest geen van beide.

10Het begin van zijn koninkrijk was Babel, Erech, Akkad en Kalne, in het land Sinear.
וַתְּהִ֨י
(vatehi)
en was
רֵאשִׁ֤ית
(reshit)
begin van
מַמְלַכְתּוֹ֙
(mamlakhto)
zijn koninkrijk
בָּבֶ֔ל
(bavel)
Babel
וְאֶ֖רֶךְ
(veerekh)
en Erech
וְאַכַּ֣ד
(veakad)
en Akkad
וְכַלְנֵ֑ה
(vekhalne)
en Kalne
בְּאֶ֖רֶץ
(beerets)
in het land van
שִׁנְעָֽר
(shinar)
Sinear
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Babel ligt aan de Eufraat in het huidige Irak.

Erech is Uruk (Warka, Irak).

Akkad is niet teruggevonden; Kalne is onzeker.

Sinear (Shinar) is de streek Sumer en Babylonië, het zuiden van het huidige Irak.

11Uit dat land ging Assur uit en bouwde Nineve, Rechobot-Ir en Kalach,
מִן
(min)
uit
הָאָ֥רֶץ
(haarets)
het land
הַהִ֖וא
(hahi)
dat
יָצָ֣א
(yatsa)
ging uit
אַשּׁ֑וּר
(ashur)
Assur
וַיִּ֨בֶן֙
(vayiven)
en bouwde
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
נִ֣ינְוֵ֔ה
(nineve)
Nineve
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
רְחֹבֹ֥ת
(rechovot)
Rechobot
עִ֖יר
(ir)
Ir
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
כָּֽלַח
(kalach)
Kalach
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Nineve ligt bij het huidige Mosul (Irak), Kalach is Nimrud (Irak).

Uitleg

Het Hebreeuws laat open of Assur hier een persoon is (‘Assur ging uit’) of het land (‘hij ging uit naar Assur’).

רְחֹבֹת עִיר (Rechobot-Ir) is ‘pleinen van de stad’ en is waarschijnlijk een naam.

12en Resen, tussen Nineve en Kalach. Dat is de grote stad.
וְֽאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
רֶ֔סֶן
(resen)
Resen
בֵּ֥ין
(bein)
tussen
נִֽינְוֵ֖ה
(nineve)
Nineve
וּבֵ֣ין
(uvein)
en tussen
כָּ֑לַח
(kalach)
Kalach
הִ֖וא
(hi)
zij
הָעִ֥יר
(hair)
de stad
הַגְּדֹלָֽה
(hagedola)
de grote
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Resen is niet teruggevonden.

Uitleg

הִוא הָעִיר הַגְּדֹלָה (hi ha’ir hagedolah), ‘dat is de grote stad’, kan op Resen slaan of op Nineve, Resen en Kalach samen.

13Misraïm werd de vader van de Ludim, de Anamim, de Lehabim en de Naftuchim,
וּמִצְרַ֡יִם
(umitsrayim)
en Misraïm
יָלַ֞ד
(yalad)
verwekte
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
לוּדִ֧ים
(ludim)
Ludim
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
עֲנָמִ֛ים
(anamim)
Anamim
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
לְהָבִ֖ים
(lehavim)
Lehabim
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
נַפְתֻּחִֽים
(naftuchim)
Naftuchim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De namen op -im (Ludim, Anamim, Lehabim, Naftuchim) zijn meervouden: het gaat om volken.

Misraïm zelf heeft een dubbele vorm, voor Boven- en Beneden-Egypte.

14de Patrusim, de Kasluchim, waaruit de Filistijnen zijn voortgekomen, en de Kaftorim.
וְֽאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
פַּתְרֻסִ֞ים
(patrusim)
Patrusim
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
כַּסְלֻחִ֗ים
(kasluchim)
Kasluchim
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
waaruit
יָצְא֥וּ
(yatseu)
kwamen
מִשָּׁ֛ם
(misham)
vandaar
פְּלִשְׁתִּ֖ים
(pelishtim)
Filistijnen
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
כַּפְתֹּרִֽים
(kaftorim)
Kaftorim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dat de Filistijnen ‘waaruit’ voortkomen kan slaan op de Kasluchim of op de Kaftorim.

Amos 9:7 en Jeremia 47:4 laten de Filistijnen uit Kaftor komen, gewoonlijk gelezen als Kreta.

15Kanaän werd de vader van Sidon, zijn eerstgeborene, en van Het,
וּכְנַ֗עַן
(ukhenaan)
en Kanaän
יָלַ֛ד
(yalad)
verwekte
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
צִידֹ֥ן
(tsidon)
Sidon
בְּכֹר֖וֹ
(bekhoro)
zijn eerstgeborene
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
חֵֽת
(chet)
Het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

צִידֹן (Sidon) is de oude havenstad aan de kust van het huidige Libanon (Saida).

Uitleg

חֵת (Het) is de stamvader van de Hettieten.

16de Jebusiet, de Amoriet en de Girgasiet,
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
הַיְבוּסִי֙
(hayvusi)
de Jebusiet
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
הָ֣אֱמֹרִ֔י
(haemori)
de Amoriet
וְאֵ֖ת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
הַגִּרְגָּשִֽׁי
(hagirgashi)
de Girgasiet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17de Chiviet, de Arkiet en de Siniet,
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
הַֽחִוִּ֥י
(hachivi)
de Chiviet
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
הַֽעַרְקִ֖י
(haarqi)
de Arkiet
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
הַסִּינִֽי
(hasini)
de Siniet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookGen 34:2
18de Arvadiet, de Zemariet en de Chamatiet. Daarna verspreidden de families van de Kanaänieten zich.
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
הָֽאַרְוָדִ֥י
(haarvadi)
de Arvadiet
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
הַצְּמָרִ֖י
(hatsemari)
de Zemariet
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
הַֽחֲמָתִ֑י
(hachamati)
de Chamatiet
וְאַחַ֣ר
(veachar)
en daarna
נָפֹ֔צוּ
(nafotsu)
verspreidden zich
מִשְׁפְּח֖וֹת
(mishpechot)
families van
הַֽכְּנַעֲנִֽי
(hakenaani)
de Kanaäniet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נָפֹצוּ (nafotsu), ‘verspreidden zich’, is van פּוּץ (puts), zoals in 11:4 en 11:8–9; in 9:19 staat de verwante stam נפץ.

19De grens van de Kanaänieten liep van Sidon, in de richting van Gerar, tot Gaza; in de richting van Sodom, Gomorra, Adma en Zeboïm, tot Lesa.
וַֽיְהִ֞י
(vayhi)
en was
גְּב֤וּל
(gevul)
grens van
הַֽכְּנַעֲנִי֙
(hakenaani)
de Kanaäniet
מִצִּידֹ֔ן
(mitsidon)
van Sidon
בֹּאֲכָ֥ה
(boakha)
als je komt naar
גְרָ֖רָה
(gerara)
Gerar
עַד
(ad)
tot
עַזָּ֑ה
(aza)
Gaza
בֹּאֲכָ֞ה
(boakha)
als je komt naar
סְדֹ֧מָה
(sedoma)
Sodom
וַעֲמֹרָ֛ה
(vaamora)
en Gomorra
וְאַדְמָ֥ה
(veadma)
en Adma
וּצְבֹיִ֖ם
(utsevoyim)
en Zeboïm
עַד
(ad)
tot
לָֽשַׁע
(lasha)
Lesa
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Gerar ligt in de Negev, ten zuidoosten van het huidige Gaza.

Lesa is niet teruggevonden.

Uitleg

De ligging van Sodom, Gomorra, Adma en Zeboïm is onzeker: gezocht wordt in de Jordaanvallei ten noorden van de Dode Zee (voorgesteld wordt Tall el-Hammam) of ten zuiden ervan.

בֹּאֲכָה (bo’akha) is letterlijk ‘als je komt naar’.

20Dit zijn de zonen van Cham, volgens hun families, hun talen, hun landen en hun volken.
אֵ֣לֶּה
(ele)
dezen
בְנֵי
(benei)
zonen van
חָ֔ם
(cham)
Cham
לְמִשְׁפְּחֹתָ֖ם
(lemishpechotam)
naar hun families
לִלְשֹֽׁנֹתָ֑ם
(lilshonotam)
naar hun talen
בְּאַרְצֹתָ֖ם
(beartsotam)
in hun landen
בְּגוֹיֵהֶֽם
(begoyehem)
in hun volken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De zonen van Sem

21Ook aan Sem, de vader van alle zonen van Eber, werden nakomelingen geboren. Hij was de oudere broer van Jafeth.
וּלְשֵׁ֥ם
(uleshem)
en voor Sem
יֻלַּ֖ד
(yulad)
werd geboren
גַּם
(gam)
ook
ה֑וּא
(hu)
hij
אֲבִי֙
(avi)
vader van
כָּל
(kal)
alle
בְּנֵי
(benei)
zonen van
עֵ֔בֶר
(ever)
Eber
אֲחִ֖י
(achi)
broer van
יֶ֥פֶת
(yefet)
Jafeth
הַגָּדֽוֹל
(hagadol)
de grote
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Hebreeuws zegt alleen יֻלַּד (yullad), ‘er werd geboren’.

‘Nakomelingen’ is toegevoegd.

הַגָּדוֹל (hagadol), ‘de grote’, kan slaan op Sem (de oudere broer van Jafeth) of op Jafeth (de oudste broer).

Hier is gekozen voor het eerste.

עֵבֶר (Eber) wordt vaak verbonden met het woord ‘Hebreeën’.

22De zonen van Sem waren Elam, Assur, Arpachsad, Lud en Aram.
בְּנֵ֥י
(benei)
zonen van
שֵׁ֖ם
(shem)
Sem
עֵילָ֣ם
(eilam)
Elam
וְאַשּׁ֑וּר
(veashur)
en Assur
וְאַרְפַּכְשַׁ֖ד
(vearpakhshad)
en Arpachsad
וְל֥וּד
(velud)
en Lud
וַֽאֲרָֽם
(vaaram)
en Aram
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

עֵילָם (Elam) ligt in het zuidwesten van het huidige Iran.

אַשּׁוּר (Assur) is het noorden van het huidige Irak, rond de oude stad Assur aan de Tigris.

אֲרָם (Aram) is het gebied van het huidige Syrië.

De ligging van Arpachsad is onzeker.

Lud wordt gewoonlijk bij Lydië gezocht, in het westen van het huidige Turkije.

23De zonen van Aram waren Us, Chul, Gether en Mas.
וּבְנֵ֖י
(uvenei)
en zonen van
אֲרָ֑ם
(aram)
Aram
ע֥וּץ
(uts)
Us
וְח֖וּל
(vechul)
en Chul
וְגֶ֥תֶר
(vegeter)
en Gether
וָמַֽשׁ
(vamash)
en Mas
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24Arpachsad werd de vader van Selach, en Selach werd de vader van Eber.
וְאַרְפַּכְשַׁ֖ד
(vearpakhshad)
en Arpachsad
יָלַ֣ד
(yalad)
verwekte
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
שָׁ֑לַח
(shalach)
Selach
וְשֶׁ֖לַח
(veshelach)
en Selach
יָלַ֥ד
(yalad)
verwekte
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
עֵֽבֶר
(ever)
Eber
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
25Aan Eber werden twee zonen geboren. De naam van de ene was Peleg, want in zijn dagen werd de aarde verdeeld. De naam van zijn broer was Joktan.
וּלְעֵ֥בֶר
(uleever)
en voor Eber
יֻלַּ֖ד
(yulad)
werd geboren
שְׁנֵ֣י
(shenei)
twee
בָנִ֑ים
(banim)
zonen
שֵׁ֣ם
(shem)
naam van
הָֽאֶחָ֞ד
(haechad)
de ene
פֶּ֗לֶג
(peleg)
Peleg
כִּ֤י
(ki)
want
בְיָמָיו֙
(beyamav)
in zijn dagen
נִפְלְגָ֣ה
(niflega)
werd verdeeld
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
de aarde
וְשֵׁ֥ם
(veshem)
en naam van
אָחִ֖יו
(achiv)
zijn broer
יָקְטָֽן
(yaqetan)
Joktan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פֶּלֶג (Peleg) betekent ‘verdeling’.

נִפְלְגָה (niflegah), ‘werd verdeeld’, speelt daarmee.

Het gaat om de verdeling van de aarde of de volken, waarover hoofdstuk 11 vertelt.

26Joktan werd de vader van Almodad, Sjelef, Chazarmaveth, Jerach,
וְיָקְטָ֣ן
(veyaqetan)
en Joktan
יָלַ֔ד
(yalad)
verwekte
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
אַלְמוֹדָ֖ד
(almodad)
Almodad
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
שָׁ֑לֶף
(shalef)
Sjelef
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
חֲצַרְמָ֖וֶת
(chatsarmavet)
Chazarmaveth
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
יָֽרַח
(yarach)
Jerach
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
27Hadoram, Uzal, Dikla,
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
הֲדוֹרָ֥ם
(hadoram)
Hadoram
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
אוּזָ֖ל
(uzal)
Uzal
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
דִּקְלָֽה
(diqla)
Dikla
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
28Obal, Abimaël, Sjeba,
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
עוֹבָ֥ל
(oval)
Obal
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
אֲבִֽימָאֵ֖ל
(avimael)
Abimaël
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
שְׁבָֽא
(sheva)
Sjeba
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
29Ofir, Havila en Jobab. Al deze waren zonen van Joktan.
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
אוֹפִ֥ר
(ofir)
Ofir
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
חֲוִילָ֖ה
(chavila)
Havila
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
יוֹבָ֑ב
(yovav)
Jobab
כָּל
(kal)
alle
אֵ֖לֶּה
(ele)
dezen
בְּנֵ֥י
(benei)
zonen van
יָקְטָֽן
(yaqetan)
Joktan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30Hun woongebied liep van Mesa, in de richting van Sefar, de oostelijke berg.
וַֽיְהִ֥י
(vayhi)
en was
מוֹשָׁבָ֖ם
(moshavam)
hun woonplaats
מִמֵּשָׁ֑א
(mimesha)
van Mesa
בֹּאֲכָ֥ה
(boakha)
als je komt naar
סְפָ֖רָה
(sefara)
Sefar
הַ֥ר
(har)
berg van
הַקֶּֽדֶם
(haqedem)
het oosten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Mesa en Sefar zijn niet zeker te plaatsen.

Het gaat om het zuiden van het Arabische schiereiland.

Sefar is mogelijk Zafar in Jemen.

Zie ookNum 23:7
31Dit zijn de zonen van Sem, volgens hun families, hun talen, hun landen en hun volken.
אֵ֣לֶּה
(ele)
dezen
בְנֵי
(benei)
zonen van
שֵׁ֔ם
(shem)
Sem
לְמִשְׁפְּחֹתָ֖ם
(lemishpechotam)
naar hun families
לִלְשֹׁנֹתָ֑ם
(lilshonotam)
naar hun talen
בְּאַרְצֹתָ֖ם
(beartsotam)
in hun landen
לְגוֹיֵהֶֽם
(legoyehem)
in hun volken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
32Dit zijn de families van de zonen van Noach, volgens hun geslachten, in hun volken. Van hen uit scheidden de volken zich af op de aarde, na de vloed.
אֵ֣לֶּה
(ele)
dezen
מִשְׁפְּחֹ֧ת
(mishpechot)
families van
בְּנֵי
(benei)
zonen van
נֹ֛חַ
(noach)
Noach
לְתוֹלְדֹתָ֖ם
(letoledotam)
naar hun geslachten
בְּגוֹיֵהֶ֑ם
(begoyehem)
in hun volken
וּמֵאֵ֜לֶּה
(umeele)
en van dezen
נִפְרְד֧וּ
(nifredu)
scheidden zich af
הַגּוֹיִ֛ם
(hagoyim)
de volken
בָּאָ֖רֶץ
(baarets)
op de aarde
אַחַ֥ר
(achar)
na
הַמַּבּֽוּל
(hamabul)
de vloed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)