Elohim Bijbel

Jozua 13

123456789101112131415161718192021222324

Het land dat nog overblijft en het erfdeel ten oosten van de Jordaan

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het land dat nog overblijft

1Jozua was oud geworden, hoogbejaard. Yahweh zei tegen hem: „Jij bent oud geworden, hoogbejaard. Er is nog heel veel land over om in bezit te nemen.
וִיהוֹשֻׁ֣עַ
(vihoshua)
en Jozua
זָקֵ֔ן
(zaqen)
oud
בָּ֖א
(ba)
gekomen
בַּיָּמִ֑ים
(bayamim)
in dagen
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
אֵלָ֗יו
(elav)
tegen hem
אַתָּ֤ה
(ata)
jij
זָקַ֨נְתָּה֙
(zaqanta)
bent oud geworden
בָּ֣אתָ
(bata)
bent gekomen
בַיָּמִ֔ים
(bayamim)
in dagen
וְהָאָ֛רֶץ
(vehaarets)
en het land
נִשְׁאֲרָ֥ה
(nishara)
is overgebleven
הַרְבֵּֽה
(harbe)
veel
מְאֹ֖ד
(meod)
zeer
לְרִשְׁתָּֽהּ
(lerishtah)
om in bezit te nemen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בָּא בַּיָּמִים (ba bajamim), ‘gekomen in de dagen’: hoogbejaard.

Zo ook in Gen. 24:1.

2Dit is het land dat nog overblijft: alle gebieden van de Filistijnen en heel Gesur.
זֹ֥את
(zot)
dit
הָאָ֖רֶץ
(haarets)
het land
הַנִּשְׁאָ֑רֶת
(hanisharet)
dat overblijft
כָּל
(kal)
alle
גְּלִיל֥וֹת
(gelilot)
gebieden van
הַפְּלִשְׁתִּ֖ים
(hapelishtim)
de Filistijnen
וְכָל
(vekhal)
en heel
הַגְּשׁוּרִֽי
(hageshuri)
de Gesuriet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Gesur: in vers 2 gaat het waarschijnlijk om de Gesurieten in het zuiden, bij de Filistijnen (1 Sam. 27:8).

In vers 13 gaat het om Gesur in het noorden, bij de Hermon en het meer van Galilea.

De ligging van het zuidelijke Gesur is onzeker.

Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod.

Zie Gesuriërs in het zuiden (ligging onzeker): Dit zijn de Gesurieten in het zuiden, bij de Filistijnen en in de richting van Sur (Jozua 13:2; 1 Samuël 27:8).

Het is niet het koninkrijk Gesur in het noorden.

De ligging is niet zeker.

3Van de Sihor, die tegenover Egypte ligt, tot de grens van Ekron in het noorden: dat wordt gerekend als Kanaänitisch. De vijf vorsten van de Filistijnen zijn de Gazaniet, de Asdodiet, de Askeloniet, de Gattiet en de Ekroniet. En de Awwieten.
מִֽן
(min)
van
הַשִּׁיח֞וֹר
(hashichor)
de Sihor
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
עַל
(al)
voor
פְּנֵ֣י
(penei)
het aangezicht van
מִצְרַ֗יִם
(mitsrayim)
Egypte
וְעַ֨ד
(vead)
en tot
גְּב֤וּל
(gevul)
de grens van
עֶקְרוֹן֙
(eqron)
Ekron
צָפ֔וֹנָה
(tsafona)
noordwaarts
לַֽכְּנַעֲנִ֖י
(lakenaani)
voor de Kanaäniet
תֵּחָשֵׁ֑ב
(techashev)
wordt gerekend
חֲמֵ֣שֶׁת
(chameshet)
vijf
סַרְנֵ֣י
(sarnei)
vorsten van
פְלִשְׁתִּ֗ים
(pelishtim)
Filistijnen
הָעַזָּתִ֤י
(haazati)
de Gazaniet
וְהָאַשְׁדּוֹדִי֙
(vehaashdodi)
en de Asdodiet
הָאֶשְׁקְלוֹנִ֣י
(haeshqeloni)
de Askeloniet
הַגִּתִּ֔י
(hagiti)
de Gattiet
וְהָעֶקְרוֹנִ֖י
(vehaeqroni)
en de Ekroniet
וְהָעַוִּֽים
(vehaavim)
en de Awwieten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De Sihor is waarschijnlijk een oostelijke arm van de Nijl of de beek van Egypte (Wadi el-Arisj, Egypte).

De ligging is onzeker.

De vijf steden van de Filistijnen liggen in het zuidwesten van Israël: Gaza, Asdod, Askelon, Gat en Ekron (nu Khirbet el-Muqanna).

Gat is waarschijnlijk Tell es-Safi.

Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod.

Uitleg

סֶרֶן (seren), ‘vorst’: de titel van de heersers van de Filistijnse steden.

Awwieten (הָעַוִּים, ha-awwim): zie Deut. 2:23.

4In het zuiden: heel het land van de Kanaänieten, en Meara, dat bij de Sidoniërs hoort, tot Afek, tot de grens van de Amorieten.
מִתֵּימָ֞ן
(miteiman)
vanuit het zuiden
כָּל
(kal)
heel
אֶ֣רֶץ
(erets)
het land van
הַֽכְּנַעֲנִ֗י
(hakenaani)
de Kanaäniet
וּמְעָרָ֛ה
(umeara)
en Meara
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
לַצִּידֹנִ֖ים
(latsidonim)
van de Sidoniërs
עַד
(ad)
tot
אֲפֵ֑קָה
(afeqa)
Afek
עַ֖ד
(ad)
tot
גְּב֥וּל
(gevul)
de grens van
הָאֱמֹרִֽי
(haemori)
de Amoriet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Meara en Afek: de ligging is onzeker.

Meara ligt misschien in het gebied van Sidon (Libanon).

Afek is misschien Afqa in Libanon, of een stad in het noorden van Israël.

Lezing

Het eerste woord van dit vers, מִתֵּימָן (mittéman), ‘vanuit het zuiden’, wordt ook wel bij de Awwieten in vers 3 gelezen.

Wij laten het dit vers beginnen.

5Ook het land van de Gebalieten en heel de Libanon, in het oosten, van Baäl-Gad onder de berg Hermon tot Lebo-Chamat.
וְהָאָ֣רֶץ
(vehaarets)
en het land van
הַגִּבְלִ֗י
(hagivli)
de Gebaliet
וְכָל
(vekhal)
en heel
הַלְּבָנוֹן֙
(halevanon)
de Libanon
מִזְרַ֣ח
(mizrach)
oostwaarts van
הַשֶּׁ֔מֶשׁ
(hashemesh)
de zon
מִבַּ֣עַל
(mibaal)
van Baäl
גָּ֔ד
(gad)
Gad
תַּ֖חַת
(tachat)
onder
הַר
(har)
de berg
חֶרְמ֑וֹן
(chermon)
Hermon
עַ֖ד
(ad)
tot
לְב֥וֹא
(levo)
de ingang van
חֲמָֽת
(chamat)
Chamat
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Gebal is Byblos, nu Jbeil aan de kust van Libanon.

Baäl-Gad ligt onder de Hermon, in het zuiden van Libanon (de ligging is onzeker).

Chamat is Hama in Syrië.

Zie Hamat: Hamat (Hama) ligt aan de Orontes, in het huidige Syrië.

Uitleg

לְבוֹא חֲמָת (lebo Chamat), ‘de ingang van Chamat’: de pas in het noorden van het land.

Zo ook in Num. 34:8.

6Alle bewoners van het bergland, van de Libanon tot Misrefot-Majim, alle Sidoniërs: Ik zelf zal hen voor de zonen van Israël uit verdrijven. Laat het alleen aan Israël als erfdeel toevallen, zoals Ik je geboden heb.
כָּל
(kal)
alle
יֹשְׁבֵ֣י
(yoshevei)
bewoners van
הָ֠הָר
(hahar)
het bergland
מִֽן
(min)
van
הַלְּבָנ֞וֹן
(halevanon)
de Libanon
עַד
(ad)
tot
מִשְׂרְפֹ֥ת
(misrefot)
Misrefot
מַ֨יִם֙
(mayim)
Majim
כָּל
(kal)
alle
צִ֣ידֹנִ֔ים
(tsidonim)
Sidoniërs
אָֽנֹכִי֙
(anokhi)
Ik
אוֹרִישֵׁ֔ם
(orishem)
zal hen verdrijven
מִפְּנֵ֖י
(mipenei)
voor
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
רַ֠ק
(raq)
alleen
הַפִּלֶ֤הָ
(hapileha)
laat het vallen
לְיִשְׂרָאֵל֙
(leyisrael)
aan Israël
בְּֽנַחֲלָ֔ה
(benachala)
als erfdeel
כַּאֲשֶׁ֖ר
(kaasher)
zoals
צִוִּיתִֽיךָ
(tsivitikha)
Ik heb geboden jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Misrefot-Majim lag aan de kust ten zuiden van Sidon in Libanon (de ligging is onzeker).

Uitleg

הַפִּלָהּ (happilah), ‘laat het vallen’: het werkwoord hoort bij het werpen van het lot.

Zie Joz. 14:2.

7Verdeel nu dit land als erfdeel aan de negen stammen en aan de helft van de stam Manasse.”
וְעַתָּ֗ה
(veata)
en nu
חַלֵּ֞ק
(chaleq)
verdeel
אֶת
(et)
(obj.)
הָאָ֧רֶץ
(haarets)
het land
הַזֹּ֛את
(hazot)
dit
בְּנַחֲלָ֖ה
(benachala)
als erfdeel
לְתִשְׁעַ֣ת
(letishat)
aan de negen
הַשְּׁבָטִ֑ים
(hashevatim)
stammen
וַחֲצִ֖י
(vachatsi)
en de helft van
הַשֵּׁ֥בֶט
(hashevet)
de stam
הַֽמְנַשֶּֽׁה
(hamnashe)
van Manasse
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Wij laten de toespraak van Yahweh hier eindigen.

Vers 8 spreekt over Mozes als ‘dienaar van Yahweh’.

Dat past bij de verteller.

Het land ten oosten van de Jordaan

8Met hem hebben de Rubenieten en de Gadieten hun erfdeel ontvangen. Mozes heeft het hun gegeven aan de overkant van de Jordaan, in het oosten, zoals Mozes, de dienaar van Yahweh, het hun gegeven heeft:
עִמּ֗וֹ
(imo)
met hem
הָרֽאוּבֵנִי֙
(haruveni)
de Rubeniet
וְהַגָּדִ֔י
(vehagadi)
en de Gadiet
לָקְח֖וּ
(laqechu)
hebben ontvangen
נַחֲלָתָ֑ם
(nachalatam)
hun erfdeel
אֲשֶׁר֩
(asher)
dat
נָתַ֨ן
(natan)
heeft gegeven
לָהֶ֜ם
(lahem)
hun
מֹשֶׁ֗ה
(moshe)
Mozes
בְּעֵ֤בֶר
(beever)
aan de overkant van
הַיַּרְדֵּן֙
(hayarden)
de Jordaan
מִזְרָ֔חָה
(mizracha)
oostwaarts
כַּאֲשֶׁר֙
(kaasher)
zoals
נָתַ֣ן
(natan)
heeft gegeven
לָהֶ֔ם
(lahem)
hun
מֹשֶׁ֖ה
(moshe)
Mozes
עֶ֥בֶד
(eved)
dienaar van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Uitleg

‘Met hem’ is de andere helft van de stam Manasse, die in vers 7 wordt genoemd.

9Dat loopt vanaf Aroër, dat aan de oever van de beek Arnon ligt, met de stad midden in de beek. Daarbij hoort heel het plateau van Medeba tot Dibon.
מֵעֲרוֹעֵ֡ר
(mearoer)
vanaf Aroër
אֲשֶׁר֩
(asher)
dat
עַל
(al)
aan
שְׂפַת
(sefat)
de oever van
נַ֨חַל
(nachal)
de beek
אַרְנ֜וֹן
(arnon)
Arnon
וְהָעִ֨יר
(vehair)
en de stad
אֲשֶׁ֧ר
(asher)
die
בְּתוֹךְ
(betokh)
midden in
הַנַּ֛חַל
(hanachal)
de beek
וְכָל
(vekhal)
en heel
הַמִּישֹׁ֥ר
(hamishor)
het plateau
מֵידְבָ֖א
(meideva)
van Medeba
עַד
(ad)
tot
דִּיבֽוֹן
(divon)
Dibon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Aroër ligt aan de Arnon (nu Khirbet Arair, Jordanië).

Medeba is nu Madaba en Dibon is nu Dhiban, beide in Jordanië.

Het plateau is het vlakke hoogland ten oosten van de Zoutzee.

Uitleg

מִישׁוֹר (mishor), ‘plateau’: het vlakke hoogland.

Zie Deut. 3:10.

10Ook alle steden van Sichon, de koning van de Amorieten, die koning was in Chesbon, tot de grens van de zonen van Ammon.
וְכֹ֗ל
(vekhol)
en alle
עָרֵי֙
(arei)
steden van
סִיחוֹן֙
(sichon)
Sichon
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
הָאֱמֹרִ֔י
(haemori)
de Amoriet
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
מָלַ֖ךְ
(malakh)
was koning
בְּחֶשְׁבּ֑וֹן
(becheshbon)
in Chesbon
עַד
(ad)
tot
גְּב֖וּל
(gevul)
de grens van
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
עַמּֽוֹן
(amon)
Ammon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Chesbon is nu Hesban in Jordanië.

De zonen van Ammon woonden rond Rabba, het huidige Amman.

11Ook Gilead, het gebied van de Gesurieten en de Maächatieten, heel de berg Hermon en heel Basan tot Salka.
וְהַגִּלְעָ֞ד
(vehagilad)
en Gilead
וּגְב֧וּל
(ugevul)
en het gebied van
הַגְּשׁוּרִ֣י
(hageshuri)
de Gesuriet
וְהַמַּעֲכָתִ֗י
(vehamaakhati)
en de Maächatiet
וְכֹ֨ל
(vekhol)
en heel
הַ֥ר
(har)
de berg
חֶרְמ֛וֹן
(chermon)
Hermon
וְכָל
(vekhal)
en heel
הַבָּשָׁ֖ן
(habashan)
Basan
עַד
(ad)
tot
סַלְכָֽה
(salkha)
Salka
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De Hermon, Basan en Salka: zie Deut. 3:9–10.

De Gesurieten en Maächatieten: zie Deut. 3:14.

Zie Gilead: Gilead is het bergland ten oosten van de Jordaan, tussen de Jarmoek en de Dode Zee.

12Ook heel het koninkrijk van Og in Basan. Hij was koning in Astarot en in Edrei. Hij was nog over van de rest van de Refaïeten. Mozes versloeg hen en verdreef hen.
כָּל
(kal)
heel
מַמְלְכ֥וּת
(mamlekhut)
het koninkrijk van
עוֹג֙
(og)
Og
בַּבָּשָׁ֔ן
(babashan)
in Basan
אֲשֶׁר
(asher)
die
מָלַ֥ךְ
(malakh)
was koning
בְּעַשְׁתָּר֖וֹת
(beashtarot)
in Astarot
וּבְאֶדְרֶ֑עִי
(uveedrei)
en in Edrei
ה֤וּא
(hu)
hij
נִשְׁאַר֙
(nishar)
was over
מִיֶּ֣תֶר
(miyeter)
van de rest van
הָרְפָאִ֔ים
(harefaim)
de Refaïeten
וַיַּכֵּ֥ם
(vayakem)
en versloeg hen
מֹשֶׁ֖ה
(moshe)
Mozes
וַיֹּרִשֵֽׁם
(vayorishem)
en verdreef hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Astarot is waarschijnlijk Tell Aschtara en Edrei is nu Daraa, beide in het zuiden van Syrië.

Zie Basan: Basan ligt ten oosten van het meer van Galilea en de Jordaan, in het zuidwesten van het huidige Syrië en het noorden van Jordanië.

Uitleg

רְפָאִים (refaim), ‘Refaïeten’: een volk van grote mensen.

Zie Deut. 3:11.

13De zonen van Israël verdreven de Gesurieten en de Maächatieten niet. Gesur en Maächat wonen te midden van Israël, tot op deze dag.
וְלֹ֤א
(velo)
en niet
הוֹרִ֨ישׁוּ֙
(horishu)
verdreven
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
אֶת
(et)
(obj.)
הַגְּשׁוּרִ֖י
(hageshuri)
de Gesuriet
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַמַּעֲכָתִ֑י
(hamaakhati)
de Maächatiet
וַיֵּ֨שֶׁב
(vayeshev)
en woont
גְּשׁ֤וּר
(geshur)
Gesur
וּמַֽעֲכָת֙
(umaakhat)
en Maächat
בְּקֶ֣רֶב
(beqerev)
te midden van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
עַ֖ד
(ad)
tot
הַיּ֥וֹם
(hayom)
de dag
הַזֶּֽה
(haze)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Gesur (ligging onzeker): Gesur was een klein Aramees koninkrijk ten oosten van de Jordaan en het meer van Galilea, in de Golan en het zuiden van Syrië.

De precieze plaats is niet bekend.

14Alleen aan de stam Levi gaf Mozes geen erfdeel. Zijn erfdeel zijn de vuuroffers van Yahweh, de Elohim van Israël, zoals Hij tot hem gesproken heeft.
רַ֚ק
(raq)
alleen
לְשֵׁ֣בֶט
(leshevet)
aan de stam
הַלֵּוִ֔י
(halevi)
Levi
לֹ֥א
(lo)
niet
נָתַ֖ן
(natan)
heeft gegeven
נַחֲלָ֑ה
(nachala)
erfdeel
אִשֵּׁ֨י
(ishei)
vuuroffers van
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֤י
(elohei)
de Elohim van
יִשְׂרָאֵל֙
(yisrael)
Israël
ה֣וּא
(hu)
zij
נַחֲלָת֔וֹ
(nachalato)
zijn erfdeel
כַּאֲשֶׁ֖ר
(kaasher)
zoals
דִּבֶּר
(diber)
Hij sprak
לֽוֹ
(lo)
tot hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Yahweh zelf is het erfdeel van Levi: zie Num. 18:20 en Deut. 18:1–2.

Lezing

In de grondtekst staat alleen ‘hij gaf’.

Uit vers 33 blijkt dat Mozes bedoeld is.

Het erfdeel van Ruben

15Mozes gaf een erfdeel aan de stam van de zonen van Ruben, naar hun families.
וַיִּתֵּ֣ן
(vayiten)
en gaf
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
לְמַטֵּ֥ה
(lemate)
aan de stam
בְנֵֽי
(benei)
van de zonen van
רְאוּבֵ֖ן
(reuven)
Ruben
לְמִשְׁפְּחֹתָֽם
(lemishpechotam)
naar hun families
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het Hebreeuws noemt bij ‘gaf’ geen voorwerp, ook niet in vers 24 en 29.

Wij vullen ‘een erfdeel’ aan, naar vers 8 en 33.

16Hun gebied begon bij Aroër, dat aan de oever van de beek Arnon ligt, met de stad midden in de beek. Daarbij hoorde heel het plateau bij Medeba.
וַיְהִ֨י
(vayhi)
en het was
לָהֶ֜ם
(lahem)
voor hen
הַגְּב֗וּל
(hagevul)
het gebied
מֵעֲרוֹעֵ֡ר
(mearoer)
vanaf Aroër
אֲשֶׁר֩
(asher)
dat
עַל
(al)
aan
שְׂפַת
(sefat)
de oever van
נַ֨חַל
(nachal)
de beek
אַרְנ֜וֹן
(arnon)
Arnon
וְהָעִ֨יר
(vehair)
en de stad
אֲשֶׁ֧ר
(asher)
die
בְּתוֹךְ
(betokh)
midden in
הַנַּ֛חַל
(hanachal)
de beek
וְכָל
(vekhal)
en heel
הַמִּישֹׁ֖ר
(hamishor)
het plateau
עַל
(al)
bij
מֵידְבָֽא
(meideva)
Medeba
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Aroër: Aroër lag aan de rand van de Arnonkloof, bij het huidige Khirbet Arair in Jordanië.

Zie Arnon: De Arnon (Wadi Mudjib) stroomt van het oosten naar de Dode Zee en vormde de grens van Moab.

Zie Medeba: Medeba is het huidige Madaba, op het plateau ten oosten van de Dode Zee.

Uitleg

גְּבוּל (gevul) betekent ‘grens’ en ook ‘gebied’.

Wij vertalen ‘gebied’ als het woord een landstreek aanduidt (vers 11, 16, 23, 25, 30).

Wij vertalen ‘grens’ als het woord een grenslijn aanduidt (vers 10 en 26).

17Ook Chesbon en al zijn steden op het plateau: Dibon, Bamot-Baäl en Bet-Baäl-Meon.
חֶשְׁבּ֥וֹן
(cheshbon)
Chesbon
וְכָל
(vekhal)
en alle
עָרֶ֖יהָ
(areiha)
haar steden
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
בַּמִּישֹׁ֑ר
(bamishor)
op het plateau
דִּיבוֹן֙
(divon)
Dibon
וּבָמ֣וֹת
(uvamot)
en Bamot
בַּ֔עַל
(baal)
Baäl
וּבֵ֖ית
(uveit)
en Bet
בַּ֥עַל
(baal)
Baäl
מְעֽוֹן
(meon)
Meon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Bamot-Baäl en Bet-Baäl-Meon (nu Ma’in) liggen op het plateau in Jordanië.

Zie Num. 22:41 en Num. 32:38.

Zie Chesbon: Chesbon (Tel Hesban) ligt in het huidige Jordanië, ten zuidwesten van Amman.

Zie Dibon: Dibon (nu Dhiban) lag ten noorden van de Arnon, in het huidige Jordanië.

18Ook Jahaz, Kedemot en Mefaät.
וְיַ֥הְצָה
(veyahtsa)
en Jahaz
וּקְדֵמֹ֖ת
(uqedemot)
en Kedemot
וּמֵפָֽעַת
(umefaat)
en Mefaät
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Jahaz, Kedemot en Mefaät: de ligging is onzeker, ten noorden van de Arnon.

Mefaät is waarschijnlijk Umm er-Rasas in Jordanië.

Zie Num. 21:23.

19Ook Kirjatajim, Sibma en Tseret-Hasjachar, op de berg in de vallei.
וְקִרְיָתַ֣יִם
(veqiryatayim)
en Kirjatajim
וְשִׂבְמָ֔ה
(vesivma)
en Sibma
וְצֶ֥רֶת
(vetseret)
en Tseret
הַשַּׁ֖חַר
(hashachar)
Hasjachar
בְּהַ֥ר
(behar)
op de berg
הָעֵֽמֶק
(haemeq)
van de vallei
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Kirjatajim is waarschijnlijk Khirbet el-Qureiyat in Jordanië.

De ligging van Sibma en Tseret-Hasjachar is onzeker.

20Ook Bet-Peor, de hellingen van de Pisga en Bet-Jesimot.
וּבֵ֥ית
(uveit)
en Bet
פְּע֛וֹר
(peor)
Peor
וְאַשְׁדּ֥וֹת
(veashdot)
en de hellingen van
הַפִּסְגָּ֖ה
(hapisga)
de Pisga
וּבֵ֥ית
(uveit)
en Bet
הַיְשִׁמֽוֹת
(hayshimot)
Jesimot
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Bet-Peor en de hellingen van de Pisga liggen bij de berg Nebo (zie Deut. 3:17 en 3:29).

Bet-Jesimot is waarschijnlijk Tell el-Azeime in de Jordaanvallei.

21Ook alle steden van het plateau en heel het koninkrijk van Sichon, de koning van de Amorieten, die koning was in Chesbon. Mozes had hem verslagen, en ook de leiders van Midian: Evi, Rekem, Zur, Chur en Reba, de vorsten van Sichon, de bewoners van het land.
וְכֹל֙
(vekhol)
en alle
עָרֵ֣י
(arei)
steden van
הַמִּישֹׁ֔ר
(hamishor)
het plateau
וְכָֽל
(vekhal)
en heel
מַמְלְכ֗וּת
(mamlekhut)
het koninkrijk van
סִיחוֹן֙
(sichon)
Sichon
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
הָאֱמֹרִ֔י
(haemori)
de Amoriet
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
מָלַ֖ךְ
(malakh)
was koning
בְּחֶשְׁבּ֑וֹן
(becheshbon)
in Chesbon
אֲשֶׁר֩
(asher)
die
הִכָּ֨ה
(hika)
heeft verslagen
מֹשֶׁ֜ה
(moshe)
Mozes
אֹת֣וֹ
(oto)
hem
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
נְשִׂיאֵ֣י
(nesiei)
leiders van
מִדְיָ֗ן
(midyan)
Midian
אֶת
(et)
(obj.)
אֱוִ֤י
(evi)
Evi
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
רֶ֨קֶם֙
(reqem)
Rekem
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
צ֤וּר
(tsur)
Zur
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
חוּר֙
(chur)
Chur
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
רֶ֔בַע
(reva)
Reba
נְסִיכֵ֣י
(nesikhei)
vorsten van
סִיח֔וֹן
(sichon)
Sichon
יֹשְׁבֵ֖י
(yoshevei)
bewoners van
הָאָֽרֶץ
(haarets)
het land
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Chesbon: Chesbon (Tel Hesban) ligt in het huidige Jordanië, ten zuidwesten van Amman.

Uitleg

Num. 31:8 noemt Evi, Rekem, Zur, Chur en Reba ‘koningen van Midian’.

Hier heten zij ‘leiders van Midian’ en ‘vorsten van Sichon’.

Wij vertalen elk woord zoals het in de grondtekst staat.

22Ook Bileam, de zoon van Beor, de waarzegger, doodden de zonen van Israël met het zwaard, bij hun gesneuvelden.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
בִּלְעָ֥ם
(bilam)
Bileam
בֶּן
(ben)
zoon van
בְּע֖וֹר
(beor)
Beor
הַקּוֹסֵ֑ם
(haqosem)
de waarzegger
הָרְג֧וּ
(haregu)
doodden
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֛ל
(yisrael)
Israël
בַּחֶ֖רֶב
(bacherev)
met het zwaard
אֶל
(el)
bij
חַלְלֵיהֶֽם
(challeihem)
hun gesneuvelden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קוֹסֵם (qosem), ‘waarzegger’: zie Deut. 18:10.

Over Bileam, zie Num. 22–24 en Num. 31:8.

23Het gebied van de zonen van Ruben was de Jordaan en zijn gebied. Dit is het erfdeel van de zonen van Ruben, naar hun families: de steden met hun dorpen.
וַיְהִ֗י
(vayhi)
en het was
גְּבוּל֙
(gevul)
het gebied van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
רְאוּבֵ֔ן
(reuven)
Ruben
הַיַּרְדֵּ֖ן
(hayarden)
de Jordaan
וּגְב֑וּל
(ugevul)
en zijn gebied
זֹ֣את
(zot)
dit
נַחֲלַ֤ת
(nachalat)
erfdeel van
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
רְאוּבֵן֙
(reuven)
Ruben
לְמִשְׁפְּחֹתָ֔ם
(lemishpechotam)
naar hun families
הֶעָרִ֖ים
(hearim)
de steden
וְחַצְרֵיהֶֽן
(vechatsreihen)
en hun dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Het erfdeel van Gad

24Mozes gaf een erfdeel aan de stam Gad, aan de zonen van Gad, naar hun families.
וַיִּתֵּ֤ן
(vayiten)
en gaf
מֹשֶׁה֙
(moshe)
Mozes
לְמַטֵּה
(lemate)
aan de stam
גָ֔ד
(gad)
Gad
לִבְנֵי
(livnei)
aan de zonen van
גָ֖ד
(gad)
Gad
לְמִשְׁפְּחֹתָֽם
(lemishpechotam)
naar hun families
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
25Hun gebied was Jaëzer, alle steden van Gilead en de helft van het land van de zonen van Ammon, tot Aroër, dat tegenover Rabba ligt.
וַיְהִ֤י
(vayhi)
en het was
לָהֶם֙
(lahem)
voor hen
הַגְּב֔וּל
(hagevul)
het gebied
יַעְזֵר֙
(yazer)
Jaëzer
וְכָל
(vekhal)
en alle
עָרֵ֣י
(arei)
steden van
הַגִּלְעָ֔ד
(hagilad)
Gilead
וַחֲצִ֕י
(vachatsi)
en de helft van
אֶ֖רֶץ
(erets)
het land van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
עַמּ֑וֹן
(amon)
Ammon
עַד
(ad)
tot
עֲרוֹעֵ֕ר
(aroer)
Aroër
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
dat
עַל
(al)
voor
פְּנֵ֥י
(penei)
het aangezicht van
רַבָּֽה
(raba)
Rabba
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Jaëzer: zie Num. 32:1.

Rabba is nu Amman in Jordanië.

Aroër is hier een andere plaats dan Aroër aan de Arnon (vers 9).

Zie Gilead: Gilead is het bergland ten oosten van de Jordaan, tussen de Jarmoek en de Dode Zee.

Zie Ammon: Ammon ligt ten oosten van de Jordaan, rond het huidige Amman in Jordanië.

26Ook van Chesbon tot Ramat-Hammispe en Betonim, en van Machanajim tot de grens van Debir.
וּמֵחֶשְׁבּ֛וֹן
(umecheshbon)
en van Chesbon
עַד
(ad)
tot
רָמַ֥ת
(ramat)
Ramat
הַמִּצְפֶּ֖ה
(hamitspe)
Hammispe
וּבְטֹנִ֑ים
(uvetonim)
en Betonim
וּמִֽמַּחֲנַ֖יִם
(umimachanayim)
en van Machanajim
עַד
(ad)
tot
גְּב֥וּל
(gevul)
de grens van
לִדְבִֽר
(lidvir)
Debir
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Ramat-Hammispe, Betonim en Machanajim liggen in het noorden van Gilead (Jordanië).

Hun precieze ligging is onzeker.

Zie Chesbon: Chesbon (Tel Hesban) ligt in het huidige Jordanië, ten zuidwesten van Amman.

Zie Mahanaïm (ligging onzeker): Mahanaïm lag in Gilead, bij de Jabbok.

De precieze plaats is niet zeker.

Lezing

In plaats van ‘Debir’ lezen sommigen Lo-Debar (2 Sam. 9:4).

Wij volgen de tekst zoals hij staat.

27Ook in de vallei: Bet-Haram, Bet-Nimra, Sukkot en Zafon, de rest van het koninkrijk van Sichon, de koning van Chesbon. Ook de Jordaan en zijn gebied, tot de rand van de zee van Kinneret, aan de overkant van de Jordaan, in het oosten.
וּבָעֵ֡מֶק
(uvaemeq)
en in de vallei
בֵּ֣ית
(beit)
Bet
הָרָם֩
(haram)
Haram
וּבֵ֨ית
(uveit)
en Bet
נִמְרָ֜ה
(nimra)
Nimra
וְסֻכּ֣וֹת
(vesukot)
en Sukkot
וְצָפ֗וֹן
(vetsafon)
en Zafon
יֶ֚תֶר
(yeter)
de rest van
מַמְלְכ֗וּת
(mamlekhut)
het koninkrijk van
סִיחוֹן֙
(sichon)
Sichon
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
חֶשְׁבּ֔וֹן
(cheshbon)
Chesbon
הַיַּרְדֵּ֖ן
(hayarden)
de Jordaan
וּגְבֻ֑ל
(ugevul)
en zijn gebied
עַד
(ad)
tot
קְצֵה֙
(qetse)
de rand van
יָם
(yam)
de zee van
כִּנֶּ֔רֶת
(kineret)
Kinneret
עֵ֥בֶר
(ever)
aan de overkant van
הַיַּרְדֵּ֖ן
(hayarden)
de Jordaan
מִזְרָֽחָה
(mizracha)
oostwaarts
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Bet-Nimra is waarschijnlijk Tell Nimrin in de Jordaanvallei.

Sukkot is waarschijnlijk Tell Deir Alla.

De ligging van Zafon is onzeker.

De zee van Kinneret is het meer van Galilea.

Zie Chesbon: Chesbon (Tel Hesban) ligt in het huidige Jordanië, ten zuidwesten van Amman.

Lezing

Bet-Haram heet in Num. 32:36 Bet-Haran.

Wij houden beide namen zoals zij staan.

28Dit is het erfdeel van de zonen van Gad, naar hun families: de steden met hun dorpen.
זֹ֛את
(zot)
dit
נַחֲלַ֥ת
(nachalat)
erfdeel van
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
גָ֖ד
(gad)
Gad
לְמִשְׁפְּחֹתָ֑ם
(lemishpechotam)
naar hun families
הֶעָרִ֖ים
(hearim)
de steden
וְחַצְרֵיהֶֽם
(vechatsreihem)
en hun dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Het erfdeel van de helft van Manasse

29Mozes gaf een erfdeel aan de helft van de stam Manasse. Het was voor de helft van de stam van de zonen van Manasse, naar hun families.
וַיִּתֵּ֣ן
(vayiten)
en gaf
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
לַחֲצִ֖י
(lachatsi)
aan de helft van
שֵׁ֣בֶט
(shevet)
de stam
מְנַשֶּׁ֑ה
(menashe)
Manasse
וַיְהִ֗י
(vayhi)
en het was
לַחֲצִ֛י
(lachatsi)
voor de helft van
מַטֵּ֥ה
(mate)
de stam van
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
מְנַשֶּׁ֖ה
(menashe)
Manasse
לְמִשְׁפְּחוֹתָֽם
(lemishpechotam)
naar hun families
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30Hun gebied begon bij Machanajim: heel Basan, heel het koninkrijk van Og, de koning van Basan, en alle Chavvot-Jaïr die in Basan liggen, 60 steden.
וַיְהִ֣י
(vayhi)
en het was
גְבוּלָ֗ם
(gevulam)
hun gebied
מִמַּחֲנַ֨יִם
(mimachanayim)
vanaf Machanajim
כָּֽל
(kal)
heel
הַבָּשָׁ֜ן
(habashan)
Basan
כָּֽל
(kal)
heel
מַמְלְכ֣וּת
(mamlekhut)
het koninkrijk van
ע֣וֹג
(og)
Og
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
הַבָּשָׁ֗ן
(habashan)
Basan
וְכָל
(vekhal)
en alle
חַוֺּ֥ת
(chavot)
Chavvot
יָאִ֛יר
(yair)
Jaïr
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
בַּבָּשָׁ֖ן
(babashan)
in Basan
שִׁשִּׁ֥ים
(shishim)
60
עִֽיר
(ir)
steden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Mahanaïm (ligging onzeker): Mahanaïm lag in Gilead, bij de Jabbok.

De precieze plaats is niet zeker.

Zie Basan: Basan ligt ten oosten van het meer van Galilea en de Jordaan, in het zuidwesten van het huidige Syrië en het noorden van Jordanië.

Uitleg

חַוֺּת יָאִיר (Chavvot Jaïr), ‘tentdorpen van Jaïr’.

Zie Num. 32:41 en Deut. 3:14.

31De helft van Gilead, Astarot en Edrei, steden van het koninkrijk van Og in Basan, was voor de zonen van Machir, de zoon van Manasse. Het was voor de helft van de zonen van Machir, naar hun families.
וַחֲצִ֤י
(vachatsi)
en de helft van
הַגִּלְעָד֙
(hagilad)
Gilead
וְעַשְׁתָּר֣וֹת
(veashtarot)
en Astarot
וְאֶדְרֶ֔עִי
(veedrei)
en Edrei
עָרֵ֛י
(arei)
steden van
מַמְלְכ֥וּת
(mamlekhut)
het koninkrijk van
ע֖וֹג
(og)
Og
בַּבָּשָׁ֑ן
(babashan)
in Basan
לִבְנֵ֤י
(livnei)
voor de zonen van
מָכִיר֙
(makhir)
Machir
בֶּן
(ben)
zoon van
מְנַשֶּׁ֔ה
(menashe)
Manasse
לַחֲצִ֥י
(lachatsi)
voor de helft van
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
מָכִ֖יר
(makhir)
Machir
לְמִשְׁפְּחוֹתָֽם
(lemishpechotam)
naar hun families
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Gilead: Gilead is het bergland ten oosten van de Jordaan, tussen de Jarmoek en de Dode Zee.

Zie Astarot: Astarot wordt gezocht bij Tell Ashtara, in het zuiden van Syrië.

Zie Edrei: Edrei is het huidige Daraa, in het zuiden van Syrië.

Zie Basan: Basan ligt ten oosten van het meer van Galilea en de Jordaan, in het zuidwesten van het huidige Syrië en het noorden van Jordanië.

32Dit is wat Mozes als erfdeel verdeelde op de vlakten van Moab, aan de overkant van de Jordaan bij Jericho, in het oosten.
אֵ֕לֶּה
(ele)
dit
אֲשֶׁר
(asher)
wat
נִחַ֥ל
(nichal)
als erfdeel verdeelde
מֹשֶׁ֖ה
(moshe)
Mozes
בְּעַֽרְב֣וֹת
(bearvot)
op de vlakten van
מוֹאָ֑ב
(moav)
Moab
מֵעֵ֛בֶר
(meever)
aan de overkant van
לְיַרְדֵּ֥ן
(leyarden)
de Jordaan
יְרִיח֖וֹ
(yericho)
Jericho
מִזְרָֽחָה
(mizracha)
oostwaarts
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Vlakten van Moab: De vlakten van Moab liggen in het Jordaandal, ten oosten van de Jordaan, tegenover Jericho.

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Zie Jericho: Jericho ligt in het Jordaandal, ongeveer 25 km ten noordoosten van Jeruzalem.

33Maar aan de stam Levi gaf Mozes geen erfdeel. Yahweh, de Elohim van Israël, is hun erfdeel, zoals Hij tot hen gesproken heeft.
וּלְשֵׁ֨בֶט֙
(uleshevet)
en aan de stam
הַלֵּוִ֔י
(halevi)
Levi
לֹֽא
(lo)
niet
נָתַ֥ן
(natan)
heeft gegeven
מֹשֶׁ֖ה
(moshe)
Mozes
נַחֲלָ֑ה
(nachala)
erfdeel
יְהוָ֞ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֤י
(elohei)
de Elohim van
יִשְׂרָאֵל֙
(yisrael)
Israël
ה֣וּא
(hu)
Hij
נַחֲלָתָ֔ם
(nachalatam)
hun erfdeel
כַּאֲשֶׁ֖ר
(kaasher)
zoals
דִּבֶּ֥ר
(diber)
Hij sprak
לָהֶֽם
(lahem)
tot hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)