Het land dat nog overblijft en het erfdeel ten oosten van de Jordaan
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Het land dat nog overblijft
1Jozua was oud geworden, hoogbejaard. Yahweh zei tegen hem: „Jij bent oud geworden, hoogbejaard. Er is nog heel veel land over om in bezit te nemen.
וִיהוֹשֻׁ֣עַ
(vihoshua)
en Jozua
זָקֵ֔ן
(zaqen)
oud
בָּ֖א
(ba)
gekomen
בַּיָּמִ֑ים
(bayamim)
in dagen
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
אֵלָ֗יו
(elav)
tegen hem
אַתָּ֤ה
(ata)
jij
זָקַ֨נְתָּה֙
(zaqanta)
bent oud geworden
בָּ֣אתָ
(bata)
bent gekomen
בַיָּמִ֔ים
(bayamim)
in dagen
וְהָאָ֛רֶץ
(vehaarets)
en het land
נִשְׁאֲרָ֥ה
(nishara)
is overgebleven
הַרְבֵּֽה
(harbe)
veel
מְאֹ֖ד
(meod)
zeer
לְרִשְׁתָּֽהּ
(lerishtah)
om in bezit te nemen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בָּא בַּיָּמִים (ba bajamim), ‘gekomen in de dagen’: hoogbejaard.
2Dit is het land dat nog overblijft: alle gebieden van de Filistijnen en heel Gesur.
זֹ֥את
(zot)
dit
הָאָ֖רֶץ
(haarets)
het land
הַנִּשְׁאָ֑רֶת
(hanisharet)
dat overblijft
כָּל
(kal)
alle
גְּלִיל֥וֹת
(gelilot)
gebieden van
הַפְּלִשְׁתִּ֖ים
(hapelishtim)
de Filistijnen
וְכָל
(vekhal)
en heel
הַגְּשׁוּרִֽי
(hageshuri)
de Gesuriet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Gesur: in vers 2 gaat het waarschijnlijk om de Gesurieten in het zuiden, bij de Filistijnen (1 Sam. 27:8).
In vers 13 gaat het om Gesur in het noorden, bij de Hermon en het meer van Galilea.
De ligging van het zuidelijke Gesur is onzeker.
Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod.
Zie Gesuriërs in het zuiden (ligging onzeker): Dit zijn de Gesurieten in het zuiden, bij de Filistijnen en in de richting van Sur (Jozua 13:2; 1 Samuël 27:8).
3Van de Sihor, die tegenover Egypte ligt, tot de grens van Ekron in het noorden: dat wordt gerekend als Kanaänitisch. De vijf vorsten van de Filistijnen zijn de Gazaniet, de Asdodiet, de Askeloniet, de Gattiet en de Ekroniet. En de Awwieten.
מִֽן
(min)
van
הַשִּׁיח֞וֹר
(hashichor)
de Sihor
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
עַל
(al)
voor
פְּנֵ֣י
(penei)
het aangezicht van
מִצְרַ֗יִם
(mitsrayim)
Egypte
וְעַ֨ד
(vead)
en tot
גְּב֤וּל
(gevul)
de grens van
עֶקְרוֹן֙
(eqron)
Ekron
צָפ֔וֹנָה
(tsafona)
noordwaarts
לַֽכְּנַעֲנִ֖י
(lakenaani)
voor de Kanaäniet
תֵּחָשֵׁ֑ב
(techashev)
wordt gerekend
חֲמֵ֣שֶׁת
(chameshet)
vijf
סַרְנֵ֣י
(sarnei)
vorsten van
פְלִשְׁתִּ֗ים
(pelishtim)
Filistijnen
הָעַזָּתִ֤י
(haazati)
de Gazaniet
וְהָאַשְׁדּוֹדִי֙
(vehaashdodi)
en de Asdodiet
הָאֶשְׁקְלוֹנִ֣י
(haeshqeloni)
de Askeloniet
הַגִּתִּ֔י
(hagiti)
de Gattiet
וְהָעֶקְרוֹנִ֖י
(vehaeqroni)
en de Ekroniet
וְהָעַוִּֽים
(vehaavim)
en de Awwieten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
De Sihor is waarschijnlijk een oostelijke arm van de Nijl of de beek van Egypte (Wadi el-Arisj, Egypte).
De ligging is onzeker.
De vijf steden van de Filistijnen liggen in het zuidwesten van Israël: Gaza, Asdod, Askelon, Gat en Ekron (nu Khirbet el-Muqanna).
Gat is waarschijnlijk Tell es-Safi.
Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod.
Uitleg
סֶרֶן (seren), ‘vorst’: de titel van de heersers van de Filistijnse steden.
6Alle bewoners van het bergland, van de Libanon tot Misrefot-Majim, alle Sidoniërs: Ik zelf zal hen voor de zonen van Israël uit verdrijven. Laat het alleen aan Israël als erfdeel toevallen, zoals Ik je geboden heb.
כָּל
(kal)
alle
יֹשְׁבֵ֣י
(yoshevei)
bewoners van
הָ֠הָר
(hahar)
het bergland
מִֽן
(min)
van
הַלְּבָנ֞וֹן
(halevanon)
de Libanon
עַד
(ad)
tot
מִשְׂרְפֹ֥ת
(misrefot)
Misrefot
מַ֨יִם֙
(mayim)
Majim
כָּל
(kal)
alle
צִ֣ידֹנִ֔ים
(tsidonim)
Sidoniërs
אָֽנֹכִי֙
(anokhi)
Ik
אוֹרִישֵׁ֔ם
(orishem)
zal hen verdrijven
מִפְּנֵ֖י
(mipenei)
voor
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
רַ֠ק
(raq)
alleen
הַפִּלֶ֤הָ
(hapileha)
laat het vallen
לְיִשְׂרָאֵל֙
(leyisrael)
aan Israël
בְּֽנַחֲלָ֔ה
(benachala)
als erfdeel
כַּאֲשֶׁ֖ר
(kaasher)
zoals
צִוִּיתִֽיךָ
(tsivitikha)
Ik heb geboden jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Misrefot-Majim lag aan de kust ten zuiden van Sidon in Libanon (de ligging is onzeker).
Uitleg
הַפִּלָהּ (happilah), ‘laat het vallen’: het werkwoord hoort bij het werpen van het lot.
8Met hem hebben de Rubenieten en de Gadieten hun erfdeel ontvangen. Mozes heeft het hun gegeven aan de overkant van de Jordaan, in het oosten, zoals Mozes, de dienaar van Yahweh, het hun gegeven heeft:
עִמּ֗וֹ
(imo)
met hem
הָרֽאוּבֵנִי֙
(haruveni)
de Rubeniet
וְהַגָּדִ֔י
(vehagadi)
en de Gadiet
לָקְח֖וּ
(laqechu)
hebben ontvangen
נַחֲלָתָ֑ם
(nachalatam)
hun erfdeel
אֲשֶׁר֩
(asher)
dat
נָתַ֨ן
(natan)
heeft gegeven
לָהֶ֜ם
(lahem)
hun
מֹשֶׁ֗ה
(moshe)
Mozes
בְּעֵ֤בֶר
(beever)
aan de overkant van
הַיַּרְדֵּן֙
(hayarden)
de Jordaan
מִזְרָ֔חָה
(mizracha)
oostwaarts
כַּאֲשֶׁר֙
(kaasher)
zoals
נָתַ֣ן
(natan)
heeft gegeven
לָהֶ֔ם
(lahem)
hun
מֹשֶׁ֖ה
(moshe)
Mozes
עֶ֥בֶד
(eved)
dienaar van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.
Uitleg
‘Met hem’ is de andere helft van de stam Manasse, die in vers 7 wordt genoemd.
12Ook heel het koninkrijk van Og in Basan. Hij was koning in Astarot en in Edrei. Hij was nog over van de rest van de Refaïeten. Mozes versloeg hen en verdreef hen.
כָּל
(kal)
heel
מַמְלְכ֥וּת
(mamlekhut)
het koninkrijk van
עוֹג֙
(og)
Og
בַּבָּשָׁ֔ן
(babashan)
in Basan
אֲשֶׁר
(asher)
die
מָלַ֥ךְ
(malakh)
was koning
בְּעַשְׁתָּר֖וֹת
(beashtarot)
in Astarot
וּבְאֶדְרֶ֑עִי
(uveedrei)
en in Edrei
ה֤וּא
(hu)
hij
נִשְׁאַר֙
(nishar)
was over
מִיֶּ֣תֶר
(miyeter)
van de rest van
הָרְפָאִ֔ים
(harefaim)
de Refaïeten
וַיַּכֵּ֥ם
(vayakem)
en versloeg hen
מֹשֶׁ֖ה
(moshe)
Mozes
וַיֹּרִשֵֽׁם
(vayorishem)
en verdreef hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Astarot is waarschijnlijk Tell Aschtara en Edrei is nu Daraa, beide in het zuiden van Syrië.
Zie Basan: Basan ligt ten oosten van het meer van Galilea en de Jordaan, in het zuidwesten van het huidige Syrië en het noorden van Jordanië.
Uitleg
רְפָאִים (refaim), ‘Refaïeten’: een volk van grote mensen.
13De zonen van Israël verdreven de Gesurieten en de Maächatieten niet. Gesur en Maächat wonen te midden van Israël, tot op deze dag.
וְלֹ֤א
(velo)
en niet
הוֹרִ֨ישׁוּ֙
(horishu)
verdreven
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
אֶת
(et)
(obj.)
הַגְּשׁוּרִ֖י
(hageshuri)
de Gesuriet
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַמַּעֲכָתִ֑י
(hamaakhati)
de Maächatiet
וַיֵּ֨שֶׁב
(vayeshev)
en woont
גְּשׁ֤וּר
(geshur)
Gesur
וּמַֽעֲכָת֙
(umaakhat)
en Maächat
בְּקֶ֣רֶב
(beqerev)
te midden van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
עַ֖ד
(ad)
tot
הַיּ֥וֹם
(hayom)
de dag
הַזֶּֽה
(haze)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Gesur (ligging onzeker): Gesur was een klein Aramees koninkrijk ten oosten van de Jordaan en het meer van Galilea, in de Golan en het zuiden van Syrië.
21Ook alle steden van het plateau en heel het koninkrijk van Sichon, de koning van de Amorieten, die koning was in Chesbon. Mozes had hem verslagen, en ook de leiders van Midian: Evi, Rekem, Zur, Chur en Reba, de vorsten van Sichon, de bewoners van het land.
וְכֹל֙
(vekhol)
en alle
עָרֵ֣י
(arei)
steden van
הַמִּישֹׁ֔ר
(hamishor)
het plateau
וְכָֽל
(vekhal)
en heel
מַמְלְכ֗וּת
(mamlekhut)
het koninkrijk van
סִיחוֹן֙
(sichon)
Sichon
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
הָאֱמֹרִ֔י
(haemori)
de Amoriet
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
מָלַ֖ךְ
(malakh)
was koning
בְּחֶשְׁבּ֑וֹן
(becheshbon)
in Chesbon
אֲשֶׁר֩
(asher)
die
הִכָּ֨ה
(hika)
heeft verslagen
מֹשֶׁ֜ה
(moshe)
Mozes
אֹת֣וֹ
(oto)
hem
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
נְשִׂיאֵ֣י
(nesiei)
leiders van
מִדְיָ֗ן
(midyan)
Midian
אֶת
(et)
(obj.)
אֱוִ֤י
(evi)
Evi
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
רֶ֨קֶם֙
(reqem)
Rekem
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
צ֤וּר
(tsur)
Zur
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
חוּר֙
(chur)
Chur
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
רֶ֔בַע
(reva)
Reba
נְסִיכֵ֣י
(nesikhei)
vorsten van
סִיח֔וֹן
(sichon)
Sichon
יֹשְׁבֵ֖י
(yoshevei)
bewoners van
הָאָֽרֶץ
(haarets)
het land
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Chesbon: Chesbon (Tel Hesban) ligt in het huidige Jordanië, ten zuidwesten van Amman.
Uitleg
Num. 31:8 noemt Evi, Rekem, Zur, Chur en Reba ‘koningen van Midian’.
Hier heten zij ‘leiders van Midian’ en ‘vorsten van Sichon’.
Wij vertalen elk woord zoals het in de grondtekst staat.
23Het gebied van de zonen van Ruben was de Jordaan en zijn gebied. Dit is het erfdeel van de zonen van Ruben, naar hun families: de steden met hun dorpen.
וַיְהִ֗י
(vayhi)
en het was
גְּבוּל֙
(gevul)
het gebied van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
רְאוּבֵ֔ן
(reuven)
Ruben
הַיַּרְדֵּ֖ן
(hayarden)
de Jordaan
וּגְב֑וּל
(ugevul)
en zijn gebied
זֹ֣את
(zot)
dit
נַחֲלַ֤ת
(nachalat)
erfdeel van
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
רְאוּבֵן֙
(reuven)
Ruben
לְמִשְׁפְּחֹתָ֔ם
(lemishpechotam)
naar hun families
הֶעָרִ֖ים
(hearim)
de steden
וְחַצְרֵיהֶֽן
(vechatsreihen)
en hun dorpen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.
Het erfdeel van Gad
24Mozes gaf een erfdeel aan de stam Gad, aan de zonen van Gad, naar hun families.
וַיִּתֵּ֤ן
(vayiten)
en gaf
מֹשֶׁה֙
(moshe)
Mozes
לְמַטֵּה
(lemate)
aan de stam
גָ֔ד
(gad)
Gad
לִבְנֵי
(livnei)
aan de zonen van
גָ֖ד
(gad)
Gad
לְמִשְׁפְּחֹתָֽם
(lemishpechotam)
naar hun families
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
27Ook in de vallei: Bet-Haram, Bet-Nimra, Sukkot en Zafon, de rest van het koninkrijk van Sichon, de koning van Chesbon. Ook de Jordaan en zijn gebied, tot de rand van de zee van Kinneret, aan de overkant van de Jordaan, in het oosten.
וּבָעֵ֡מֶק
(uvaemeq)
en in de vallei
בֵּ֣ית
(beit)
Bet
הָרָם֩
(haram)
Haram
וּבֵ֨ית
(uveit)
en Bet
נִמְרָ֜ה
(nimra)
Nimra
וְסֻכּ֣וֹת
(vesukot)
en Sukkot
וְצָפ֗וֹן
(vetsafon)
en Zafon
יֶ֚תֶר
(yeter)
de rest van
מַמְלְכ֗וּת
(mamlekhut)
het koninkrijk van
סִיחוֹן֙
(sichon)
Sichon
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
חֶשְׁבּ֔וֹן
(cheshbon)
Chesbon
הַיַּרְדֵּ֖ן
(hayarden)
de Jordaan
וּגְבֻ֑ל
(ugevul)
en zijn gebied
עַד
(ad)
tot
קְצֵה֙
(qetse)
de rand van
יָם
(yam)
de zee van
כִּנֶּ֔רֶת
(kineret)
Kinneret
עֵ֥בֶר
(ever)
aan de overkant van
הַיַּרְדֵּ֖ן
(hayarden)
de Jordaan
מִזְרָֽחָה
(mizracha)
oostwaarts
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Bet-Nimra is waarschijnlijk Tell Nimrin in de Jordaanvallei.
Sukkot is waarschijnlijk Tell Deir Alla.
De ligging van Zafon is onzeker.
De zee van Kinneret is het meer van Galilea.
Zie Chesbon: Chesbon (Tel Hesban) ligt in het huidige Jordanië, ten zuidwesten van Amman.
31De helft van Gilead, Astarot en Edrei, steden van het koninkrijk van Og in Basan, was voor de zonen van Machir, de zoon van Manasse. Het was voor de helft van de zonen van Machir, naar hun families.
וַחֲצִ֤י
(vachatsi)
en de helft van
הַגִּלְעָד֙
(hagilad)
Gilead
וְעַשְׁתָּר֣וֹת
(veashtarot)
en Astarot
וְאֶדְרֶ֔עִי
(veedrei)
en Edrei
עָרֵ֛י
(arei)
steden van
מַמְלְכ֥וּת
(mamlekhut)
het koninkrijk van
ע֖וֹג
(og)
Og
בַּבָּשָׁ֑ן
(babashan)
in Basan
לִבְנֵ֤י
(livnei)
voor de zonen van
מָכִיר֙
(makhir)
Machir
בֶּן
(ben)
zoon van
מְנַשֶּׁ֔ה
(menashe)
Manasse
לַחֲצִ֥י
(lachatsi)
voor de helft van
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
מָכִ֖יר
(makhir)
Machir
לְמִשְׁפְּחוֹתָֽם
(lemishpechotam)
naar hun families
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Gilead: Gilead is het bergland ten oosten van de Jordaan, tussen de Jarmoek en de Dode Zee.
Zie Astarot: Astarot wordt gezocht bij Tell Ashtara, in het zuiden van Syrië.
Zie Edrei: Edrei is het huidige Daraa, in het zuiden van Syrië.
Zie Basan: Basan ligt ten oosten van het meer van Galilea en de Jordaan, in het zuidwesten van het huidige Syrië en het noorden van Jordanië.