Elohim Bijbel

Ezechiël 27

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748

Klaaglied over Tyrus, het prachtige koopmansschip dat vergaat

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Een klaaglied over Tyrus

1Het woord van Yahweh kwam tot mij:
וַיְהִ֥י
(vayhi)
en het was
דְבַר
(devar)
woord van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֵלַ֥י
(elay)
tot mij
לֵאמֹֽר
(lemor)
zeggend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
2„Jij nu, mensenkind, hef een klaaglied aan over Tyrus.
וְאַתָּ֣ה
(veata)
en jij
בֶן
(ben)
zoon van
אָדָ֔ם
(adam)
mens
שָׂ֥א
(sa)
hef op
עַל
(al)
over
צֹ֖ר
(tsor)
Tyrus
קִינָֽה
(qina)
klaaglied
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Tyrus: Tyrus ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon.

Uitleg

קינה (qinah), ‘klaaglied’: een lied bij een sterfgeval of ramp, zoals in 26:17.

Het klaaglied loopt van vers 3 tot en met 36.

Tyrus is hier een prachtig koopmansschip dat vergaat.

In het klaaglied spreekt Yahweh niet zelf in de eerste persoon. Wij hebben het daarom zwart gelaten, als klaagzang van de profeet; alleen de opdracht aan Ezechiël (vers 2–3a) staat rood.

3Zeg tegen Tyrus, die woont bij de ingangen van de zee en handelt met de volken naar vele kustlanden:” Zo zegt Heer Yahweh: Tyrus, jij hebt gezegd: ‘Ik ben volmaakt van schoonheid.’
וְאָמַרְתָּ֣
(veamarta)
en je zult zeggen
לְצ֗וֹר
(letsor)
aan Tyrus
הַיֹּשֶׁ֨בֶת֙
(hayoshevet)
die woont
עַל
(al)
bij
מְבוֹאֹ֣ת
(mevoot)
ingangen van
יָ֔ם
(yam)
zee
רֹכֶ֨לֶת֙
(rokhelet)
handelaarster van
הָֽעַמִּ֔ים
(haamim)
de volken
אֶל
(el)
naar
אִיִּ֖ים
(iyim)
kustlanden
רַבִּ֑ים
(rabim)
vele
כֹּ֤ה
(ko)
zo
אָמַר֙
(amar)
zegt
אֲדֹנָ֣י
(adonay)
Heer
יְהוִ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
צ֕וֹר
(tsor)
Tyrus
אַ֣תְּ
(at)
jij
אָמַ֔רְתְּ
(amart)
je hebt gezegd
אֲנִ֖י
(ani)
ik
כְּלִ֥ילַת
(kelilat)
volmaaktheid van
יֹֽפִי
(yofi)
schoonheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Tyrus: Tyrus ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon.

Uitleg

כלילת יפי (kelilat yofi), ‘volmaakt van schoonheid’: letterlijk ‘volmaaktheid van schoonheid’.

Tyrus prijst zichzelf als een prachtig schip.

Lezing

In de geschreven tekst (ketiv) staat הישבתי (hayyoshavti), ‘ik woon’.

De voorgelezen tekst (qere) is הישׁבת (hayyoshevet), ‘die woont’.

Wij volgen de qere.

Tyrus als schip

4In het hart van de zeeën liggen je grenzen. Je bouwers hebben je schoonheid volmaakt gemaakt.
בְּלֵ֥ב
(belev)
in het hart van
יַמִּ֖ים
(yamim)
zeeën
גְּבוּלָ֑יִךְ
(gevulayikh)
je grenzen
בֹּנַ֕יִךְ
(bonayikh)
je bouwers
כָּלְל֖וּ
(kalelu)
hebben volmaakt
יָפְיֵֽךְ
(yafeyekh)
je schoonheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het beeld van het schip begint: de ‘grenzen’ (גבוליך, gevulayikh) zijn de randen van het schip, midden in de zee.

Zie ookEzech 26:5
5Van cipressen uit Senir bouwden zij al je planken. Zij namen een ceder uit de Libanon om een mast voor je te maken.
בְּרוֹשִׁ֤ים
(beroshim)
cipressen
מִשְּׂנִיר֙
(misenir)
uit Senir
בָּ֣נוּ
(banu)
zij bouwden
לָ֔ךְ
(lakh)
voor jou
אֵ֖ת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alle
לֻֽחֹתָ֑יִם
(luchotayim)
planken
אֶ֤רֶז
(erez)
ceder
מִלְּבָנוֹן֙
(milevanon)
uit de Libanon
לָקָ֔חוּ
(laqachu)
zij namen
לַעֲשׂ֥וֹת
(laasot)
om te maken
תֹּ֖רֶן
(toren)
mast
עָלָֽיִךְ
(alayikh)
over jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Senir (Hermon): Senir is de Amorietische naam voor de Hermon (Deuteronomium 3:9), op de grens van het huidige Libanon en Syrië.

Zie Libanon: Libanon is het bergland ten noorden van het land van Israël, langs de oostkust van de Middellandse Zee.

Uitleg

משׂניר (mishsenir), ‘uit Senir’: Senir is de Amorietische naam van de Hermon; zie Deut. 3:9.

לחתים (lachtim): een ongewone vorm die alleen hier voorkomt. Waarschijnlijk ‘planken’ of ‘platen’.

תרן (toren), ‘mast’: zie ook Jes. 33:23.

6Van eiken uit Basan maakten zij je roeiriemen. Je dekplanken maakten zij van ivoor, ingelegd in buxushout van de kusten van Kittim.
אַלּוֹנִים֙
(alonim)
eiken
מִבָּ֔שָׁן
(mibashan)
uit Basan
עָשׂ֖וּ
(asu)
zij maakten
מִשּׁוֹטָ֑יִךְ
(mishotayikh)
je roeiriemen
קַרְשֵׁ֤ךְ
(qarshekh)
je dekplanken
עָֽשׂוּ
(asu)
zij maakten
שֵׁן֙
(shen)
ivoor
בַּת
(bat)
dochter van
אֲשֻׁרִ֔ים
(ashurim)
buksbomen
מֵאִיֵּ֖י
(meiyei)
van de kustlanden van
כִּתִּיִּֽים
(kitiyim)
Kittim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Basan: Basan ligt ten oosten van het meer van Galilea en de Jordaan, in het zuidwesten van het huidige Syrië en het noorden van Jordanië.

Zie Kittim: Kittim is waarschijnlijk Cyprus, of de kusten van de Middellandse Zee in het algemeen.

Uitleg

קרשׁך (qerashekha), ‘je dekplanken’: het woord betekent ‘planken’; hier waarschijnlijk het dek of de wand van het schip.

בת אשׁרים (bat ashurim): letterlijk ‘dochter van ashur-hout’. De betekenis is onzeker. Wij denken aan buxushout waarin het ivoor was ingelegd.

כתיים (Kittim): waarschijnlijk Cyprus; zie Jes. 23:1.

7Fijn linnen met borduurwerk uit Egypte was je zeil, om je tot vaandel te dienen. Blauwpurper en roodpurper van de kusten van Elisa was je overkapping.
שֵׁשׁ
(shesh)
fijn linnen
בְּרִקְמָ֤ה
(beriqma)
met borduurwerk
מִמִּצְרַ֨יִם֙
(mimitsrayim)
uit Egypte
הָיָ֣ה
(haya)
was
מִפְרָשֵׂ֔ךְ
(mifrasekh)
je zeil
לִהְי֥וֹת
(lihyot)
om te zijn
לָ֖ךְ
(lakh)
voor jou
לְנֵ֑ס
(lenes)
tot vaandel
תְּכֵ֧לֶת
(tekhelet)
blauwpurper
וְאַרְגָּמָ֛ן
(veargaman)
en roodpurper
מֵאִיֵּ֥י
(meiyei)
van de kustlanden van
אֱלִישָׁ֖ה
(elisha)
Elisa
הָיָ֥ה
(haya)
was
מְכַסֵּֽךְ
(mekhasekh)
je overkapping
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Zie Elisa (Alasia, Cyprus; ligging onzeker): Elisa (Elisja) is waarschijnlijk Alasia, het oude Cyprus.

Dit is niet helemaal zeker.

Uitleg

לנס (nes), ‘vaandel’: het zeil met borduurwerk diende als vlag, zodat men het schip van ver herkende.

תכלת (tekhelet), ‘blauwpurper’, en וארגמן (argaman), ‘roodpurper’: zoals in Exod. 25:4.

אלישׁה (Elishah), ‘Elisa’: een kustland in het westen, zoals in Gen. 10:4. Het is niet de profeet Elisa.

8De inwoners van Sidon en Arvad waren je roeiers. Je wijzen, Tyrus, waren in je: zij waren je stuurlieden.
יֹשְׁבֵ֤י
(yoshevei)
bewoners van
צִידוֹן֙
(tsidon)
Sidon
וְאַרְוַ֔ד
(vearvad)
en Arvad
הָי֥וּ
(hayu)
zij waren
שָׁטִ֖ים
(shatim)
roeiers
לָ֑ךְ
(lakh)
voor jou
חֲכָמַ֤יִךְ
(chakhamayikh)
je wijzen
צוֹר֙
(tsor)
Tyrus
הָ֣יוּ
(hayu)
zij waren
בָ֔ךְ
(bakh)
in jou
הֵ֖מָּה
(hema)
zij
חֹבְלָֽיִךְ
(chovelayikh)
je stuurlieden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Sidon: Sidon ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon.

Zie Arvad (Ruad): Arvad (Aruad) was een Fenicische eilandstad, het huidige Arwad (Ruad) voor de kust van Syrië.

Zie Tyrus: Tyrus ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon.

Uitleg

Sidon en Arvad zijn Fenicische steden aan de kust, net als Tyrus.

חבליך (chovelayikh), ‘je stuurlieden’: de mannen die het schip sturen en bedienen.

9De oudsten van Gebal en haar wijzen waren in je en herstelden je lekken. Alle schepen van de zee met hun zeelieden waren in je om je koopwaar te ruilen.
זִקְנֵ֨י
(ziqnei)
oudsten van
גְבַ֤ל
(geval)
Gebal
וַחֲכָמֶ֨יהָ֙
(vachakhameiha)
en haar wijzen
הָ֣יוּ
(hayu)
zij waren
בָ֔ךְ
(bakh)
in jou
מַחֲזִיקֵ֖י
(machaziqei)
herstellers van
בִּדְקֵ֑ךְ
(bidqekh)
je lek
כָּל
(kal)
alle
אֳנִיּ֨וֹת
(oniyot)
schepen van
הַיָּ֤ם
(hayam)
de zee
וּמַלָּֽחֵיהֶם֙
(umalacheihem)
en hun zeelieden
הָ֣יוּ
(hayu)
zij waren
בָ֔ךְ
(bakh)
in jou
לַעֲרֹ֖ב
(laarov)
om te ruilen
מַעֲרָבֵֽךְ
(maaravekh)
je koopwaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Gebal: Gebal (Byblos) lag aan de kust van het huidige Libanon.

Uitleg

גבל (Gebal): een Fenicische kuststad ten noorden van Tyrus; zie Joz. 13:5.

מחזיקי בדקך (machziqei vadeqekh), ‘herstellers van je lekken’: letterlijk ‘zij die je lek vasthouden’, de mannen die gaten dichten.

10Perzië, Lud en Put waren in je leger, je krijgslieden. Schild en helm hingen zij in je op. Zij gaven je glans.
פָּרַ֨ס
(paras)
Perzië
וְל֤וּד
(velud)
en Lud
וּפוּט֙
(ufut)
en Put
הָי֣וּ
(hayu)
zij waren
בְחֵילֵ֔ךְ
(becheilekh)
in je leger
אַנְשֵׁ֖י
(anshei)
mannen van
מִלְחַמְתֵּ֑ךְ
(milchamtekh)
je oorlog
מָגֵ֤ן
(magen)
schild
וְכוֹבַע֙
(vekhova)
en helm
תִּלּוּ
(tilu)
zij hingen
בָ֔ךְ
(bakh)
in jou
הֵ֖מָּה
(hema)
zij
נָתְנ֥וּ
(natenu)
zij gaven
הֲדָרֵֽךְ
(hadarekh)
je glans
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Perzië (Parsa): Perzië (Parsa) is het kerngebied van de Perzen, het huidige Fars in het zuiden van Iran, rond Persepolis.

Het Perzische rijk reikte veel verder.

Uitleg

פרס (Paras), ‘Perzië’, ולוד (Lud) en ופוט (Put): volken ver weg.

Zij dienen als huurlingen in het leger van Tyrus.

De ligging van Lud en Put is onzeker.

11De mannen van Arvad en je leger stonden rondom op je muren, en de Gammadim in je torens. Zij hingen hun schilden rondom aan je muren. Zij maakten je schoonheid volmaakt.
בְּנֵ֧י
(benei)
zonen van
אַרְוַ֣ד
(arvad)
Arvad
וְחֵילֵ֗ךְ
(vecheilekh)
en je leger
עַל
(al)
op
חוֹמוֹתַ֨יִךְ֙
(chomotayikh)
je muren
סָבִ֔יב
(saviv)
rondom
וְגַ֨מָּדִ֔ים
(vegamadim)
en Gammadim
בְּמִגְדְּלוֹתַ֖יִךְ
(bemigdelotayikh)
in je torens
הָי֑וּ
(hayu)
zij waren
שִׁלְטֵיהֶ֞ם
(shilteihem)
hun schilden
תִּלּ֤וּ
(tilu)
zij hingen
עַל
(al)
aan
חוֹמוֹתַ֨יִךְ֙
(chomotayikh)
je muren
סָבִ֔יב
(saviv)
rondom
הֵ֖מָּה
(hema)
zij
כָּלְל֥וּ
(kalelu)
hebben volmaakt
יָפְיֵֽךְ
(yafeyekh)
je schoonheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Arvad (Ruad): Arvad (Aruad) was een Fenicische eilandstad, het huidige Arwad (Ruad) voor de kust van Syrië.

Uitleg

וגמדים (gammadim) komt alleen hier voor; de betekenis is onzeker.

Het kan een volk of een plaats zijn, of mannen die op de torens wacht houden.

Schilden aan de muur hangen is een teken van pracht en kracht.

De handelaren van Tyrus

12Tarsis was je handelaar vanwege de overvloed van allerlei rijkdom. Met zilver, ijzer, tin en lood betaalden zij voor je ruilwaar.
תַּרְשִׁ֥ישׁ
(tarshish)
Tarsis
סֹחַרְתֵּ֖ךְ
(sochartekh)
je handelaar
מֵרֹ֣ב
(merov)
vanwege overvloed van
כָּל
(kal)
alle
ה֑וֹן
(hon)
rijkdom
בְּכֶ֤סֶף
(bekhesef)
met zilver
בַּרְזֶל֙
(barzel)
ijzer
בְּדִ֣יל
(bedil)
tin
וְעוֹפֶ֔רֶת
(veoferet)
en lood
נָתְנ֖וּ
(natenu)
zij gaven
עִזְבוֹנָֽיִךְ
(izvonayikh)
je ruilwaren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Tarsis (Tarsus?; ligging onzeker): De ligging van Tarsis is onzeker.

Vaak wordt gedacht aan Tartessos in het zuiden van Spanje, maar ook aan Tarsus in Cilicië.

Op deze kaart staat Tarsus; Spanje valt buiten het kaartbeeld.

Uitleg

תרשׁישׁ (Tarshish), ‘Tarsis’: de ligging is onzeker; vaak gezocht in het uiterste westen van de Middellandse Zee.

Zie ook Jona 1:3.

עזבוניך (izvonayikh), ‘je ruilwaar’: een woord dat alleen in dit hoofdstuk voorkomt. Het betekent waarschijnlijk wat tegen betaling of ruil verhandeld wordt.

13Javan, Tubal en Mesech waren je handelaars. Met mensenzielen en koperen voorwerpen betaalden zij je ruilwaar.
יָוָ֤ן
(yavan)
Javan
תֻּבַל֙
(tuval)
Tubal
וָמֶ֔שֶׁךְ
(vameshekh)
en Mesech
הֵ֖מָּה
(hema)
zij
רֹֽכְלָ֑יִךְ
(rokhelayikh)
je handelaars
בְּנֶ֤פֶשׁ
(benefesh)
met zielen van
אָדָם֙
(adam)
mens
וּכְלֵ֣י
(ukhelei)
en voorwerpen van
נְחֹ֔שֶׁת
(nechoshet)
koper
נָתְנ֖וּ
(natenu)
zij gaven
מַעֲרָבֵֽךְ
(maaravekh)
je ruilwaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יון (Yavan), תבל (Tuval) en ומשׁך (Meshekh) staan ook in de volkenlijst van Gen. 10:2.

Het zijn volken ver in het noorden en westen.

בנפשׁ אדם (benefesh adam), ‘met mensenzielen’: letterlijk ‘met zielen van mensen’, dat wil zeggen slaven.

14Uit het huis van Togarma brachten zij paarden, ruiters en muildieren als betaling voor je ruilwaar.
מִבֵּ֖ית
(mibeit)
uit het huis van
תּוֹגַרְמָ֑ה
(togarma)
Togarma
סוּסִ֤ים
(susim)
paarden
וּפָֽרָשִׁים֙
(ufarashim)
en ruiters
וּפְרָדִ֔ים
(uferadim)
en muildieren
נָתְנ֖וּ
(natenu)
zij gaven
עִזְבוֹנָֽיִךְ
(izvonayikh)
je ruilwaren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תוגרמה (Togarmah), ‘Togarma’: een zoon van Gomer (1 Kron. 1:6).

De ligging van het land is onzeker; waarschijnlijk in het noorden.

ופרשׁים (parashim) betekent ‘ruiters’ of ‘rijpaarden’.

15De zonen van Dedan waren je handelaars. Vele kustlanden hadden hun handel in jouw hand. Hoorns van ivoor en ebbenhout brachten zij je als betaling.
בְּנֵ֤י
(benei)
zonen van
דְדָן֙
(dedan)
Dedan
רֹֽכְלַ֔יִךְ
(rokhelayikh)
je handelaars
אִיִּ֥ים
(iyim)
kustlanden
רַבִּ֖ים
(rabim)
vele
סְחֹרַ֣ת
(sechorat)
handel van
יָדֵ֑ךְ
(yadekh)
je hand
קַרְנ֥וֹת
(qarnot)
hoorns van
שֵׁן֙
(shen)
ivoor
וְהָבְנִ֔ים
(vehavenim)
en ebbenhout
הֵשִׁ֖יבוּ
(heshivu)
zij brachten terug
אֶשְׁכָּרֵֽךְ
(eshkarekh)
je betaling
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Dedan (Al-Ula?): Dedan wordt waarschijnlijk gezocht bij Al-Ula, een oase in het noordwesten van Saoedi-Arabië, aan de karavaanroute.

Uitleg

דדן (Dedan): een volk en handelsplaats in Arabië; zie vers 20 en 25:13.

סחרת ידך (sachorat yadekh), ‘handel van je hand’: zij dreven handel onder jouw macht.

והבנים (havnim), ‘ebbenhout’: het woord komt alleen hier voor.

אשׁכרך (eshkarekh), ‘je betaling’: ook ‘geschenk’ of ‘tribuut’.

16Aram was je handelaar vanwege de overvloed van je werken. Met turkoois, purper, borduurwerk, fijn linnen, koraal en robijn betaalden zij voor je ruilwaar.
אֲרָ֥ם
(aram)
Aram
סֹחַרְתֵּ֖ךְ
(sochartekh)
je handelaar
מֵרֹ֣ב
(merov)
vanwege overvloed van
מַעֲשָׂ֑יִךְ
(maasayikh)
je werken
בְּ֠נֹפֶךְ
(benofekh)
met turkoois
אַרְגָּמָ֨ן
(argaman)
purper
וְרִקְמָ֤ה
(veriqma)
en borduurwerk
וּבוּץ֙
(uvuts)
en fijn linnen
וְרָאמֹ֣ת
(veramot)
en koraal
וְכַדְכֹּ֔ד
(vekhadkod)
en robijn
נָתְנ֖וּ
(natenu)
zij gaven
בְּעִזְבוֹנָֽיִךְ
(beizvonayikh)
in je ruilwaren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Aram: Aram is het gebied van de Arameeërs, in het huidige Syrië.

Uitleg

ארם (Aram): het gebied rond Damascus.

Sommige oude vertalingen lezen hier anders.

בנפך (nofekh), ‘turkoois’ (zoals Exod. 28:18); וראמת (ra’mot), ‘koraal’ (zoals Job 28:18); וכדכד (kadkod), ‘robijn’ (zoals Jes. 54:12). Sommige van deze steennamen zijn onzeker.

17Juda en het land Israël waren je handelaars. Met tarwe uit Minnit, Pannag, honing, olie en balsem betaalden zij je ruilwaar.
יְהוּדָה֙
(yehuda)
Juda
וְאֶ֣רֶץ
(veerets)
en land van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
הֵ֖מָּה
(hema)
zij
רֹכְלָ֑יִךְ
(rokhelayikh)
je handelaren
בְּחִטֵּ֣י
(bechitei)
met tarwe van
מִ֠נִּית
(minit)
Minnit
וּפַנַּ֨ג
(ufanag)
en Pannag
וּדְבַ֤שׁ
(udevash)
en honing
וָשֶׁ֨מֶן֙
(vashemen)
en olie
וָצֹ֔רִי
(vatsori)
en balsem
נָתְנ֖וּ
(natenu)
zij gaven
מַעֲרָבֵֽךְ
(maaravekh)
je ruilwaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Minnit en Abel-Keramim (ligging onzeker): Minnit en Abel-Keramim lagen in het gebied van Ammon, ten oosten van de Jordaan.

De precieze plaats is niet bekend.

Uitleg

מנית (Minnit): een plaats in Ammon; zie Richt. 11:33.

De ligging is onzeker.

ופנג (Pannag) komt alleen hier voor; de betekenis is onzeker. Het kan een zoete lekkernij zijn of een plaatsnaam.

וצרי (tsori), ‘balsem’: een geurige hars, bekend uit Gilead; zie Gen. 37:25.

18Damascus was je handelaar vanwege de overvloed van je werken en de overvloed van allerlei rijkdom, met wijn van Chelbon en witte wol.
דַּמֶּ֧שֶׂק
(dameseq)
Damascus
סֹחַרְתֵּ֛ךְ
(sochartekh)
je handelaar
בְּרֹ֥ב
(berov)
vanwege overvloed van
מַעֲשַׂ֖יִךְ
(maasayikh)
je werken
מֵרֹ֣ב
(merov)
vanwege overvloed van
כָּל
(kal)
alle
ה֑וֹן
(hon)
rijkdom
בְּיֵ֥ין
(beyein)
met wijn van
חֶלְבּ֖וֹן
(chelbon)
Chelbon
וְצֶ֥מֶר
(vetsemer)
en wol van
צָֽחַר
(tsachar)
wit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Damascus: Damascus ligt aan de voet van het Antilibanon, in het huidige Syrië.

Zie Chelbon (Halbun?; ligging onzeker): Chelbon (Helbon) was bekend om zijn wijn; het wordt gezocht bij het huidige Halbun, ten noorden van Damascus.

Dit is niet zeker.

Uitleg

חלבון (Chelbon): een plaats bij Damascus, bekend om zijn wijn.

De ligging is onzeker.

וצמר צחר (tsemer tsachar), ‘witte wol’: tsachar betekent ‘wit’ of ‘glanzend’; het kan ook een plaatsnaam zijn.

19Dan en Javan uit Uzal betaalden voor je ruilwaar. Bewerkt ijzer, kassia en kalmoes waren in je koopwaar.
וְדָ֤ן
(vedan)
en Dan
וְיָוָן֙
(veyavan)
en Javan
מְאוּזָּ֔ל
(meuzal)
uit Uzal
בְּעִזְבוֹנַ֖יִךְ
(beizvonayikh)
voor je ruilwaren
נָתָ֑נּוּ
(natanu)
zij gaven
בַּרְזֶ֤ל
(barzel)
ijzer
עָשׁוֹת֙
(ashot)
bewerkt
קִדָּ֣ה
(qida)
kassia
וְקָנֶ֔ה
(veqane)
en kalmoes
בְּמַעֲרָבֵ֖ךְ
(bemaaravekh)
in je koopwaar
הָיָֽה
(haya)
was
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

ודן ויון מאוזל (vedan veyavan me’uzal): het Hebreeuws is hier onzeker.

‘Dan’ is waarschijnlijk niet de stam Dan.

Sommigen lezen ‘Wedan’ als plaatsnaam.

Uzal is een plaats of streek van onzekere ligging.

קדה (qiddah), ‘kassia’, en וקנה (qaneh), ‘kalmoes’ (letterlijk ‘riet’): welriekende planten voor specerijen.

20Dedan was je handelaar in zadeldekens om op te rijden.
דְּדָן֙
(dedan)
Dedan
רֹֽכַלְתֵּ֔ךְ
(rokhaltekh)
je handelaar
בְבִגְדֵי
(bevigdei)
in kleden van
חֹ֖פֶשׁ
(chofesh)
zadeldek
לְרִכְבָּֽה
(lerikhba)
om te rijden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Dedan (Al-Ula?): Dedan wordt waarschijnlijk gezocht bij Al-Ula, een oase in het noordwesten van Saoedi-Arabië, aan de karavaanroute.

Uitleg

בבגדי חפשׁ (bigdei chofesh), ‘zadeldekens’: chofesh komt alleen hier voor.

De betekenis volgt uit het slot, ‘om te rijden’.

21Arabië en alle vorsten van Kedar waren handelaars in jouw hand. Met lammeren, rammen en bokken waren zij je handelaars.
עֲרַב֙
(arav)
Arabië
וְכָל
(vekhal)
en alle
נְשִׂיאֵ֣י
(nesiei)
vorsten van
קֵדָ֔ר
(qedar)
Kedar
הֵ֖מָּה
(hema)
zij
סֹחֲרֵ֣י
(socharei)
handelaars van
יָדֵ֑ךְ
(yadekh)
je hand
בְּכָרִ֤ים
(bekharim)
met lammeren
וְאֵילִים֙
(veeilim)
en rammen
וְעַתּוּדִ֔ים
(veatudim)
en bokken
בָּ֖ם
(bam)
daarmee
סֹחֲרָֽיִךְ
(socharayikh)
je handelaars
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Arabië (ongeveer): Arabië is het woestijngebied ten oosten en zuiden van Israël.

De grenzen zijn niet scherp te trekken.

Zie Kedar (ligging onzeker): Kedar is een Arabisch nomadenvolk (Genesis 25:13), dat in de woestijn ten oosten en zuiden van Kanaän woonde, in het noordwesten van Arabië.

De precieze ligging is niet zeker.

Uitleg

ערב (Arav), ‘Arabië’, en קדר (Qedar), ‘Kedar’: nomadische stammen in de Arabische woestijn; zie Jes. 21:16.

22De handelaars van Sjeba en Raäma waren je handelaars. Met het beste van alle specerijen, allerlei kostbare stenen en goud betaalden zij je ruilwaar.
רֹכְלֵ֤י
(rokhelei)
handelaars van
שְׁבָא֙
(sheva)
Sjeba
וְרַעְמָ֔ה
(verama)
en Raäma
הֵ֖מָּה
(hema)
zij
רֹכְלָ֑יִךְ
(rokhelayikh)
je handelaars
בְּרֹ֨אשׁ
(berosh)
met het beste van
כָּל
(kal)
alle
בֹּ֜שֶׂם
(bosem)
specerij
וּבְכָל
(uvekhal)
en met alle
אֶ֤בֶן
(even)
steen
יְקָרָה֙
(yeqara)
kostbare
וְזָהָ֔ב
(vezahav)
en goud
נָתְנ֖וּ
(natenu)
zij gaven
עִזְבוֹנָֽיִךְ
(izvonayikh)
je ruilwaren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שׁבא (Sheva), ‘Sjeba’, en ורעמה (Ra’mah), ‘Raäma’: handelsvolken in Zuid-Arabië, bekend om specerijen en goud; zie 1 Kon. 10:1–2.

23Haran, Kanne en Eden, de handelaars van Sjeba, Assyrië en Kilmad, waren je handelaars.
חָרָ֤ן
(charan)
Haran
וְכַנֵּה֙
(vekhane)
en Kanne
וָעֶ֔דֶן
(vaeden)
en Eden
רֹכְלֵ֖י
(rokhelei)
handelaars van
שְׁבָ֑א
(sheva)
Sjeba
אַשּׁ֖וּר
(ashur)
Assyrië
כִּלְמַ֥ד
(kilmad)
Kilmad
רֹכַלְתֵּֽךְ
(rokhaltekh)
je handelaars
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Charan: Charan (Harran) lag in het zuiden van het huidige Turkije, bij de grens met Syrië, in het noorden van Mesopotamië.

Zie Assur (Assyrië): Assur is een stad en een gebied aan de Tigris, in het noorden van het huidige Irak.

Uitleg

חרן (Charan), ‘Haran’: een stad in het noorden van Mesopotamië; zie 2 Kon. 19:12.

וכנה (Kanneh) en כלמד (Kilmad) zijn plaatsen in Mesopotamië van onzekere ligging.

ועדן (Eden) is hier niet de hof van Eden, maar een landstreek of stad; zie ‘de zonen van Eden’ in 2 Kon. 19:12.

24Zij waren je handelaars in prachtige stoffen, in mantels van blauwpurper en borduurwerk, en in kisten met veelkleurige stoffen, vastgebonden met koorden en van ceder, in je handel.
הֵ֤מָּה
(hema)
zij
רֹכְלַ֨יִךְ֙
(rokhelayikh)
je handelaars
בְּמַכְלֻלִ֔ים
(bemakhlulim)
in prachtstoffen
בִּגְלוֹמֵי֙
(biglomei)
in mantels van
תְּכֵ֣לֶת
(tekhelet)
blauwpurper
וְרִקְמָ֔ה
(veriqma)
en borduurwerk
וּבְגִנְזֵ֖י
(uveginzei)
en in kisten van
בְּרֹמִ֑ים
(beromim)
veelkleurige stoffen
בַּחֲבָלִ֧ים
(bachavalim)
in koorden
חֲבֻשִׁ֛ים
(chavushim)
gebonden
וַאֲרֻזִ֖ים
(vaaruzim)
en ceder
בְּמַרְכֻלְתֵּֽךְ
(bemarkhultekh)
in je handel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

במכללים (makhlulim), ‘prachtstoffen’: een woord dat alleen hier voorkomt; het betekent iets als ‘volmaakte, prachtige kleding’.

ברמים (barmim), ‘veelkleurige stoffen’: komt alleen hier voor; de betekenis is onzeker.

Zie ook2 Kon 2:8

De schipbreuk

25De schepen van Tarsis waren je karavanen voor je ruilwaar. Zo werd je vol en zeer zwaar beladen in het hart van de zeeën.
אֳנִיּ֣וֹת
(oniyot)
schepen van
תַּרְשִׁ֔ישׁ
(tarshish)
Tarsis
שָׁרוֹתַ֖יִךְ
(sharotayikh)
je karavanen
מַעֲרָבֵ֑ךְ
(maaravekh)
voor je ruilwaar
וַתִּמָּלְאִ֧י
(vatimalei)
en je werd vol
וַֽתִּכְבְּדִ֛י
(vatikhbedi)
en je werd zwaar
מְאֹ֖ד
(meod)
zeer
בְּלֵ֥ב
(belev)
in het hart van
יַמִּֽים
(yamim)
zeeën
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Tarsis (Tarsus?; ligging onzeker): De ligging van Tarsis is onzeker.

Vaak wordt gedacht aan Tartessos in het zuiden van Spanje, maar ook aan Tarsus in Cilicië.

Op deze kaart staat Tarsus; Spanje valt buiten het kaartbeeld.

Uitleg

שׁרותיך (shirotayikh) komt alleen hier voor.

Sommigen leiden het af van ‘zingen’ (de schepen ‘zongen’ van je handel), anderen van ‘reizen’ (karavanen).

Wij vertalen ‘karavanen’.

26In grote wateren brachten je roeiers je. De oostenwind heeft je verbrijzeld in het hart van de zeeën.
בְּמַ֤יִם
(bemayim)
in wateren
רַבִּים֙
(rabim)
grote
הֱבִיא֔וּךְ
(heviukh)
brachten je
הַשָּׁטִ֖ים
(hashatim)
de roeiers
אֹתָ֑ךְ
(otakh)
jou
ר֚וּחַ
(ruach)
wind
הַקָּדִ֔ים
(haqadim)
de oosten
שְׁבָרֵ֖ךְ
(shevarekh)
verbrijzelde je
בְּלֵ֥ב
(belev)
in het hart van
יַמִּֽים
(yamim)
zeeën
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רוח הקדים (ruach haqqadim), ‘de oostenwind’: een hete, verwoestende wind uit de woestijn.

Hij deed ook de zee wijken in Exod. 14:21.

27Je rijkdom, je ruilwaar en je koopwaar, je zeelieden en je stuurlieden, wie je lekken herstelt en je koopwaar ruilt, al je krijgslieden en heel de menigte die in je midden is: zij zullen vallen in het hart van de zeeën op de dag van je val.
הוֹנֵךְ֙
(honekh)
je rijkdom
וְעִזְבוֹנַ֔יִךְ
(veizvonayikh)
en je ruilwaren
מַעֲרָבֵ֕ךְ
(maaravekh)
je koopwaar
מַלָּחַ֖יִךְ
(malachayikh)
je zeelieden
וְחֹבְלָ֑יִךְ
(vechovelayikh)
en je stuurlieden
מַחֲזִיקֵ֣י
(machaziqei)
herstellers van
בִדְקֵ֣ך
(bidqekh)
je lek
וְֽעֹרְבֵ֣י
(veorevei)
en ruilers van
מַ֠עֲרָבֵךְ
(maaravekh)
je koopwaar
וְכָל
(vekhal)
en alle
אַנְשֵׁ֨י
(anshei)
mannen van
מִלְחַמְתֵּ֜ךְ
(milchamtekh)
je oorlog
אֲשֶׁר
(asher)
die
בָּ֗ךְ
(bakh)
in jou
וּבְכָל
(uvekhal)
en in heel
קְהָלֵךְ֙
(qehalekh)
je menigte
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
בְּתוֹכֵ֔ךְ
(betokhekh)
in je midden
יִפְּלוּ֙
(yipelu)
zullen vallen
בְּלֵ֣ב
(belev)
in het hart van
יַמִּ֔ים
(yamim)
zeeën
בְּי֖וֹם
(beyom)
op de dag van
מַפַּלְתֵּֽךְ
(mapaltekh)
je val
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het vers is één lange opsomming die eindigt met ‘zullen vallen’.

Wij houden de opsomming bij elkaar.

28Bij het geluid van het geschreeuw van je stuurlieden beven de voorlanden.
לְק֖וֹל
(leqol)
bij het geluid van
זַעֲקַ֣ת
(zaaqat)
geschreeuw van
חֹבְלָ֑יִךְ
(chovelayikh)
je stuurlieden
יִרְעֲשׁ֖וּ
(yirashu)
zullen beven
מִגְרֹשֽׁוֹת
(migroshot)
voorlanden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מגרשׁות (migrashot), ‘voorlanden’: de weidegronden en open velden rond een stad of haven; zie Num. 35:2.

De rouw van de zeelieden

29Alle roeiers, zeelieden en alle stuurlieden van de zee komen van hun schepen af en blijven op het land staan.
וְֽיָרְד֞וּ
(veyaredu)
en zij zullen afdalen
מֵאָנִיּֽוֹתֵיהֶ֗ם
(meaniyoteihem)
van hun schepen
כֹּ֚ל
(kol)
alle
תֹּפְשֵׂ֣י
(tofesei)
grijpers van
מָשׁ֔וֹט
(mashot)
roeiriem
מַלָּחִ֕ים
(malachim)
zeelieden
כֹּ֖ל
(kol)
alle
חֹבְלֵ֣י
(chovelei)
stuurlieden van
הַיָּ֑ם
(hayam)
de zee
אֶל
(el)
naar
הָאָ֖רֶץ
(haarets)
het land
יַעֲמֹֽדוּ
(yaamodu)
zij zullen staan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30Zij laten hun stem over je horen en schreeuwen bitter. Zij strooien stof op hun hoofd en wentelen zich in as.
וְהִשְׁמִ֤יעוּ
(vehishmiu)
en zij zullen laten horen
עָלַ֨יִךְ֙
(alayikh)
over jou
בְּקוֹלָ֔ם
(beqolam)
met hun stem
וְיִזְעֲק֖וּ
(veyizaqu)
en zij zullen schreeuwen
מָרָ֑ה
(mara)
bitter
וְיַעֲל֤וּ
(veyaalu)
en zij zullen laten opgaan
עָֽפָר֙
(afar)
stof
עַל
(al)
op
רָ֣אשֵׁיהֶ֔ם
(rasheihem)
hun hoofden
בָּאֵ֖פֶר
(baefer)
in as
יִתְפַּלָּֽשׁוּ
(yitpalashu)
zij zullen zich wentelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Stof op het hoofd strooien en zich in as wentelen zijn tekenen van rouw; zie ook Job 2:12.

31Zij scheren zich kaal om jou en omgorden zich met rouwkleed. Zij wenen om jou met bitterheid van ziel, met een bittere rouwklacht.
וְהִקְרִ֤יחוּ
(vehiqrichu)
en zij zullen kaal scheren
אֵלַ֨יִךְ֙
(elayikh)
om jou
קָרְחָ֔ה
(qarecha)
kaalheid
וְחָגְר֖וּ
(vechageru)
en zij zullen omgorden
שַׂקִּ֑ים
(saqim)
rouwkleden
וּבָכ֥וּ
(uvakhu)
en zij zullen wenen
אֵלַ֛יִךְ
(elayikh)
om jou
בְּמַר
(bemar)
met bitterheid van
נֶ֖פֶשׁ
(nefesh)
ziel
מִסְפֵּ֥ד
(misped)
rouwklacht
מָֽר
(mar)
bittere
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het hoofd kaal scheren en een rouwkleed (saq) omgorden zijn tekenen van rouw; zie Jes. 15:2–3.

32Hun zonen heffen een klaaglied over je aan en klagen om je: ‘Wie was als Tyrus, als de verstomde midden in de zee?’
וְנָשְׂא֨וּ
(venaseu)
en zij zullen opheffen
אֵלַ֤יִךְ
(elayikh)
over jou
בְּנִיהֶם֙
(benihem)
hun zonen
קִינָ֔ה
(qina)
klaaglied
וְקוֹנְנ֖וּ
(veqonenu)
en zij zullen klagen
עָלָ֑יִךְ
(alayikh)
over jou
מִ֣י
(mi)
wie
כְצ֔וֹר
(ketsor)
zoals Tyrus
כְּדֻמָ֖ה
(keduma)
zoals de verstomde
בְּת֥וֹךְ
(betokh)
midden in
הַיָּֽם
(hayam)
de zee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Tyrus: Tyrus ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon.

Uitleg

בניהם (beneihem) betekent letterlijk ‘hun zonen’.

Sommigen lezen hier een ander woord.

Wij volgen het Hebreeuws.

כדמה (kidemah), ‘als de verstomde’: komt van een werkwoord dat ‘stil worden’ betekent; sommigen denken aan ‘vernietigd’. De betekenis is niet helemaal zeker.

33Wanneer je ruilwaar uit de zeeën kwam, verzadigde je vele volken. Met de overvloed van je rijkdom en je ruilwaar maakte je de koningen van de aarde rijk.
בְּצֵ֤את
(betset)
bij het uitgaan van
עִזְבוֹנַ֨יִךְ֙
(izvonayikh)
je ruilwaren
מִיַּמִּ֔ים
(miyamim)
uit de zeeën
הִשְׂבַּ֖עַתְּ
(hisbaat)
je verzadigde
עַמִּ֣ים
(amim)
volken
רַבִּ֑ים
(rabim)
vele
בְּרֹ֤ב
(berov)
met overvloed van
הוֹנַ֨יִךְ֙
(honayikh)
je rijkdom
וּמַ֣עֲרָבַ֔יִךְ
(umaaravayikh)
en je ruilwaar
הֶעֱשַׁ֖רְתְּ
(heeshart)
je maakte rijk
מַלְכֵי
(malkhei)
koningen van
אָֽרֶץ
(arets)
aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
34Nu je verbrijzeld bent op de zeeën, in de diepten van het water, zijn je ruilwaar en heel je menigte in je midden gevallen.
עֵ֛ת
(et)
tijd
נִשְׁבֶּ֥רֶת
(nishberet)
je bent verbrijzeld
מִיַּמִּ֖ים
(miyamim)
van de zeeën
בְּמַֽעֲמַקֵּי
(bemaamaqei)
in de diepten van
מָ֑יִם
(mayim)
water
מַעֲרָבֵ֥ךְ
(maaravekh)
je ruilwaar
וְכָל
(vekhal)
en heel
קְהָלֵ֖ךְ
(qehalekh)
je menigte
בְּתוֹכֵ֥ךְ
(betokhekh)
in je midden
נָפָֽלוּ
(nafalu)
zij zijn gevallen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עת נשׁברת (et nishbereth), ‘nu je verbrijzeld bent’: letterlijk ‘tijd (dat) je verbrijzeld bent’.

Het Hebreeuws is kort en de zin loopt door tot het einde van het vers.

35Alle bewoners van de kustlanden zijn ontzet over je. Hun koningen huiveren hevig; hun gezichten trillen.
כֹּ֚ל
(kol)
alle
יֹשְׁבֵ֣י
(yoshevei)
bewoners van
הָאִיִּ֔ים
(haiyim)
de kustlanden
שָׁמְמ֖וּ
(shamemu)
zij zijn ontzet
עָלָ֑יִךְ
(alayikh)
over jou
וּמַלְכֵיהֶם֙
(umalkheihem)
en hun koningen
שָׂ֣עֲרוּ
(saaru)
zij huiveren
שַׂ֔עַר
(saar)
huivering
רָעֲמ֖וּ
(raamu)
zij trillen
פָּנִֽים
(panim)
gezichten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
36De handelaars onder de volken sissen over je. Je bent een schrik geworden en je bestaat niet meer, voor eeuwig.
סֹֽחֲרִים֙
(socharim)
handelaars
בָּ֣עַמִּ֔ים
(baamim)
onder de volken
שָׁרְק֖וּ
(sharequ)
zij sissen
עָלָ֑יִךְ
(alayikh)
over jou
בַּלָּה֣וֹת
(balahot)
schrikken
הָיִ֔ית
(hayit)
je bent geworden
וְאֵינֵ֖ךְ
(veeinekh)
en je bent niet meer
עַד
(ad)
tot
עוֹלָֽם
(olam)
eeuwigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בלהות (ballahot), ‘schrik’: zie 26:21.

שׁרקו (shareqû), ‘zij sissen’: een geluid van schrik en spot bij het zien van een ramp.

Met dit vers eindigt het klaaglied.