Elohim Bijbel

Job 13

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142

Job wil zijn zaak aan El voorleggen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Job wil met El twisten

1„Zie, mijn oog heeft dit alles gezien, mijn oor heeft het gehoord en begrepen.
הֶן
(hen)
zie
כֹּ֭ל
(kol)
alles
רָאֲתָ֣ה
(raata)
zag
עֵינִ֑י
(eini)
mijn oog
שָֽׁמְעָ֥ה
(shamea)
hoorde
אָ֝זְנִ֗י
(azeni)
mijn oor
וַתָּ֥בֶן
(vataven)
en begreep
לָֽהּ
(lah)
het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
2Wat jullie weten, weet ik ook. Ik sta niet onder jullie.
כְּֽ֭דַעְתְּכֶם
(kedatekhem)
zoals jullie weten
יָדַ֣עְתִּי
(yadati)
weet ik
גַם
(gam)
ook
אָ֑נִי
(ani)
ik
לֹא
(lo)
niet
נֹפֵ֖ל
(nofel)
ben ik gevallen
אָנֹכִ֣י
(anokhi)
ik
מִכֶּֽם
(mikem)
beneden jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Maar ik wil tot Sjaddai spreken. Ik verlang ernaar mijn zaak aan El voor te leggen.
אוּלָ֗ם
(ulam)
maar
אֲ֭נִי
(ani)
ik
אֶל
(el)
tot
שַׁדַּ֣י
(shaday)
Sjaddai
אֲדַבֵּ֑ר
(adaber)
wil spreken
וְהוֹכֵ֖חַ
(vehokheach)
en aanvoeren
אֶל
(el)
tegenover
אֵ֣ל
(el)
El
אֶחְפָּֽץ
(echpats)
verlang ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Job wil niet met zijn vrienden debatteren maar met Sjaddai zelf.

Het beeld is dat van een rechtszaak (vers 18–19): Job is de aanklager die zijn zaak voorlegt.

4Jullie smeren leugens bij elkaar, waardeloze artsen zijn jullie allemaal.
וְֽאוּלָ֗ם
(veulam)
maar
אַתֶּ֥ם
(atem)
jullie
טֹֽפְלֵי
(tofelei)
smeerders van
שָׁ֑קֶר
(shaqer)
leugen
רֹפְאֵ֖י
(rofeei)
artsen van
אֱלִ֣ל
(elil)
waardeloosheid
כֻּלְּכֶֽם
(kulekhem)
jullie allen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

טֹפְלֵי־שֶׁקֶר (tofle sheqer), ‘leugensmeerders’: ze smeren leugens op Job zoals men pleister smeert.

רֹפְאֵי אֱלִל (rof’e elil), ‘waardeloze artsen’: ze willen genezen met woorden die niets doen.

5Wilden jullie maar zwijgen. Dat zou jullie als wijsheid worden aangerekend.
מִֽי
(mi)
wie
יִ֭תֵּן
(yiten)
geeft
הַחֲרֵ֣שׁ
(hacharesh)
zwijgend
תַּחֲרִישׁ֑וּן
(tacharishun)
zwijgden jullie
וּתְהִ֖י
(utehi)
en het zou zijn
לָכֶ֣ם
(lakhem)
voor jullie
לְחָכְמָֽה
(lechakhema)
tot wijsheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Hoor toch mijn verweer, luister naar de pleidooien van mijn lippen.
שִׁמְעוּ
(shimu)
hoor
נָ֥א
(na)
toch
תוֹכַחְתִּ֑י
(tokhachti)
mijn verweer
וְרִב֖וֹת
(verivot)
en pleidooien van
שְׂפָתַ֣י
(sefatay)
mijn lippen
הַקְשִֽׁיבוּ
(haqshivu)
luister
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Spreken jullie onrecht voor El en bedrog voor Hem?
הַ֭לְאֵל
(halel)
voor El?
תְּדַבְּר֣וּ
(tedaberu)
spreken jullie
עַוְלָ֑ה
(avla)
onrecht
וְ֝ל֗וֹ
(velo)
en voor Hem
תְּֽדַבְּר֥וּ
(tedaberu)
spreken jullie
רְמִיָּֽה
(remiya)
bedrog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Job beschuldigt zijn vrienden dat zij, door Elohim te verdedigen met onwaarheden, Hem zelf onrecht aandoen.

Dit is een belangrijk punt: aan het einde van het boek zegt Yahweh dat Jobs vrienden niet recht over Hem gesproken hebben, zoals Job (42:7).

8Kiezen jullie partij voor Hem? Voeren jullie de zaak voor El?
הֲפָנָ֥יו
(hafanav)
Zijn gezicht?
תִּשָּׂא֑וּן
(tisaun)
verheffen jullie
אִם
(im)
of
לָאֵ֥ל
(lael)
voor El
תְּרִיבֽוּן
(terivun)
twisten jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Is het goed als Hij jullie doorgrondt? Of kunnen jullie Hem bedriegen zoals men mensen bedriegt?
הֲ֭טוֹב
(hatov)
is het goed
כִּֽי
(ki)
dat
יַחְקֹ֣ר
(yachqor)
Hij onderzoekt
אֶתְכֶ֑ם
(etkhem)
jullie
אִם
(im)
of
כְּהָתֵ֥ל
(kehatel)
zoals bedriegen
בֶּ֝אֱנ֗וֹשׁ
(beenosh)
een sterveling
תְּהָתֵ֥לּוּ
(tehatelu)
bedriegen jullie
בֽוֹ
(bo)
Hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Hij zal jullie zeker terechtwijzen als jullie in het geheim partij kiezen.
הוֹכֵ֣חַ
(hokheach)
terechtwijzen
יוֹכִ֣יחַ
(yokhiach)
zal Hij
אֶתְכֶ֑ם
(etkhem)
jullie
אִם
(im)
als
בַּ֝סֵּ֗תֶר
(baseter)
in het verborgen
פָּנִ֥ים
(panim)
gezicht
תִּשָּׂאֽוּן
(tisaun)
jullie verheffen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11Zal Zijn majesteit jullie niet doen schrikken en Zijn vrees over jullie vallen?
הֲלֹ֣א
(halo)
niet?
שְׂ֭אֵתוֹ
(seeto)
Zijn verhevenheid
תְּבַעֵ֣ת
(tevaet)
zal doen schrikken
אֶתְכֶ֑ם
(etkhem)
jullie
וּ֝פַחְדּ֗וֹ
(ufachdo)
en Zijn vrees
יִפֹּ֥ל
(yipol)
valt
עֲלֵיכֶֽם
(aleikhem)
op jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Jullie gezegden zijn spreuken van as, jullie verdedigingswerken zijn van klei.
זִֽ֭כְרֹנֵיכֶם
(zikhroneikhem)
jullie herinneringen
מִשְׁלֵי
(mishlei)
spreuken van
אֵ֑פֶר
(efer)
as
לְגַבֵּי
(legabei)
tot
חֹ֝֗מֶר
(chomer)
klei
גַּבֵּיכֶֽם
(gabeikhem)
jullie schilden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Al doodt Hij mij, ik wacht op Hem

13Zwijg en laat mij spreken, en laat over mij komen wat wil.
הַחֲרִ֣ישׁוּ
(hacharishu)
zwijg
מִ֭מֶּנִּי
(mimeni)
van mij
וַאֲדַבְּרָה
(vaadabera)
en laat spreken
אָ֑נִי
(ani)
ik
וְיַעֲבֹ֖ר
(veyaavor)
en kome over
עָלַ֣י
(alay)
mij
מָֽה
(ma)
wat
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Waarom zou ik mijn vlees tussen mijn tanden nemen en mijn leven in mijn hand leggen?
עַל
(al)
waarom
מָ֤ה
(ma)
wat
אֶשָּׂ֣א
(esa)
zou ik nemen
בְשָׂרִ֣י
(besari)
mijn vlees
בְשִׁנָּ֑י
(beshinay)
tussen mijn tanden
וְ֝נַפְשִׁ֗י
(venafshi)
en mijn leven
אָשִׂ֥ים
(asim)
zou ik leggen
בְּכַפִּֽי
(bekhapi)
in mijn hand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15Zie, Hij doodt mij, ik blijf op Hem wachten. Maar mijn wegen zal ik voor Zijn gezicht verdedigen.
הֵ֣ן
(hen)
zie
יִ֭קְטְלֵנִי
(yiqteleni)
Hij doodt mij
ל֣וֹ
(lo)
op Hem (K: niet)
אֲיַחֵ֑ל
(ayachel)
zal ik wachten
אַךְ
(akh)
maar
דְּ֝רָכַ֗י
(derakhay)
mijn wegen
אֶל
(el)
voor
פָּנָ֥יו
(panav)
Zijn gezicht
אוֹכִֽיחַ
(okhiach)
zal ik verdedigen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft לֹא (lo), ‘niet’: ‘Zie, Hij doodt mij, ik heb geen hoop.’

De lezing in de marge (qere) heeft לוֹ (lo), ‘op Hem’: ‘ik wacht op Hem.’

Wij volgen de qere, die ook in de grondtekst staat.

Het tweede deel van het vers, ‘maar mijn wegen zal ik voor Zijn gezicht verdedigen’, past bij beide lezingen: Job blijft vasthouden aan zijn recht.

16Ook dat zal mijn redding zijn, want een goddeloze komt niet voor Zijn gezicht.
גַּם
(gam)
ook
הוּא
(hu)
dat
לִ֥י
(li)
voor mij
לִֽישׁוּעָ֑ה
(lishua)
tot redding
כִּי
(ki)
want
לֹ֥א
(lo)
niet
לְ֝פָנָ֗יו
(lefanav)
voor Zijn gezicht
חָנֵ֥ף
(chanef)
een goddeloze
יָבֽוֹא
(yavo)
komt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חָנֵף (chanef), ‘goddeloze’: Job zegt dat zijn bereidheid om voor Elohim te verschijnen zijn onschuld bewijst, want een goddeloze zou dat niet durven.

In de Griekse vertaling luidt het begin ‘dit zal mij tot redding zijn’; Paulus gebruikt dezelfde woorden in Fil. 1:19.

17Luister goed naar mijn woorden, laat mijn verklaring in jullie oren komen.
שִׁמְע֣וּ
(shimu)
hoor
שָׁ֭מוֹעַ
(shamoa)
luister
מִלָּתִ֑י
(milati)
mijn woord
וְ֝אַֽחֲוָתִ֗י
(veachavati)
en mijn verklaring
בְּאָזְנֵיכֶֽם
(beazeneikhem)
in jullie oren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Zie, ik heb mijn zaak voorbereid. Ik weet dat ik gelijk zal krijgen.
הִנֵּה
(hine)
zie
נָ֭א
(na)
toch
עָרַ֣כְתִּי
(arakhti)
ik heb geordend
מִשְׁפָּ֑ט
(mishpat)
de zaak
יָ֝דַ֗עְתִּי
(yadati)
ik weet
כִּֽי
(ki)
dat
אֲנִ֥י
(ani)
ik
אֶצְדָּֽק
(etsdaq)
gelijk zal krijgen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19Wie wil met mij twisten? Dan zou ik nu zwijgen en sterven.
מִי
(mi)
wie
ה֭וּא
(hu)
is dit
יָרִ֣יב
(yariv)
die twist
עִמָּדִ֑י
(imadi)
met mij
כִּֽי
(ki)
want
עַתָּ֖ה
(ata)
nu
אַחֲרִ֣ישׁ
(acharish)
zou ik zwijgen
וְאֶגְוָֽע
(veegva)
en sterven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Job stelt voorwaarden aan Eloah

20Doe mij slechts twee dingen niet aan, dan zal ik mij niet voor U verbergen.
אַךְ
(akh)
alleen
שְׁ֭תַּיִם
(shetayim)
twee dingen
אַל
(al)
niet
תַּ֣עַשׂ
(taas)
doe
עִמָּדִ֑י
(imadi)
met mij
אָ֥ז
(az)
dan
מִ֝פָּנֶ֗יךָ
(mipaneikha)
voor Uw gezicht
לֹ֣א
(lo)
niet
אֶסָּתֵֽר
(esater)
zal ik me verbergen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De twee dingen volgen in vers 21: Elohim moet Zijn hand van Job wegnemen en Zijn schrik laten rusten.

Daarna kan het gesprek beginnen (vers 22).

21Neem Uw hand van mij weg en laat Uw schrik mij niet verschrikken.
כַּ֭פְּךָ
(kapekha)
Uw hand
מֵעָלַ֣י
(mealay)
van mij
הַרְחַ֑ק
(harchaq)
verwijder
וְ֝אֵ֥מָתְךָ֗
(veematekha)
en Uw schrik
אַֽל
(al)
niet
תְּבַעֲתַֽנִּי
(tevaatani)
verschrikke mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22Roep dan, en ik zal antwoorden, of laat mij spreken en antwoord mij.
וּ֭קְרָא
(uqera)
en roep
וְאָנֹכִ֣י
(veanokhi)
en ik
אֶֽעֱנֶ֑ה
(eene)
zal antwoorden
אֽוֹ
(o)
of
אֲ֝דַבֵּ֗ר
(adaber)
ik zal spreken
וַהֲשִׁיבֵֽנִי
(vahashiveni)
en antwoord mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
23Hoeveel schulden en zonden heb ik? Laat mij mijn overtreding en mijn zonde weten.
כַּמָּ֣ה
(kama)
hoeveel
לִ֭י
(li)
heb ik
עֲוֺנ֣וֹת
(avonot)
schulden
וְחַטָּא֑וֹת
(vechataot)
en zonden
פִּֽשְׁעִ֥י
(pishi)
mijn overtreding
וְ֝חַטָּאתִ֗י
(vechatati)
en mijn zonde
הֹדִיעֵֽנִי
(hodieni)
maak mij bekend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24Waarom verbergt U Uw gezicht en beschouwt U mij als Uw vijand?
לָֽמָּה
(lama)
waarom
פָנֶ֥יךָ
(paneikha)
Uw gezicht
תַסְתִּ֑יר
(tastir)
verbergt U
וְתַחְשְׁבֵ֖נִי
(vetachsheveni)
en rekent U mij
לְאוֹיֵ֣ב
(leoyev)
tot vijand
לָֽךְ
(lakh)
voor U
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
25Wilt U een verwaaid blad schrik aanjagen, of droog stro achtervolgen?
הֶעָלֶ֣ה
(heale)
een blad
נִדָּ֣ף
(nidaf)
verwaaid
תַּעֲר֑וֹץ
(taarots)
wilt U doen schrikken
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
קַ֖שׁ
(qash)
stro
יָבֵ֣שׁ
(yavesh)
droog
תִּרְדֹּֽף
(tirdof)
achtervolgt U
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Job noemt zichzelf een verwaaid blad en droog stro: zo klein dat het eigenlijk geen zin heeft dat Eloah hem vervolgt.

26Want U schrijft bittere dingen over mij op en laat mij de schuld van mijn jeugd erven.
כִּֽי
(ki)
want
תִכְתֹּ֣ב
(tikhtov)
U schrijft
עָלַ֣י
(alay)
over mij
מְרֹר֑וֹת
(merorot)
bitterheden
וְ֝תוֹרִישֵׁ֗נִי
(vetorisheni)
en laat mij erven
עֲוֺנ֥וֹת
(avonot)
schulden van
נְעוּרָֽי
(neuray)
mijn jeugd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
27U zet mijn voeten in de blokken, bewaakt al mijn paden en trekt een lijn om de zolen van mijn voeten.
וְתָ֘שֵׂ֤ם
(vetasem)
en U zet
בַּסַּ֨ד
(basad)
in het blok
רַגְלַ֗י
(raglay)
mijn voeten
וְתִשְׁמ֥וֹר
(vetishmor)
en bewaakt
כָּל
(kal)
al
אָרְחוֹתָ֑י
(arechotay)
mijn paden
עַל
(al)
om
שָׁרְשֵׁ֥י
(shareshei)
de zolen van
רַ֝גְלַ֗י
(raglay)
mijn voeten
תִּתְחַקֶּֽה
(titchaqe)
trekt U een lijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סַד (sad), ‘blok’, is een houten blok om de voeten van een gevangene vast te zetten (zie 33:11).

‘Een lijn trekken om de zolen’ is een beeld van strikte bewaking: Job kan geen stap verzetten zonder dat Eloah het ziet.

28En hij vergaat als iets wat rot is, als een kleed dat de mot heeft opgegeten.”
וְ֭הוּא
(vehu)
en hij
כְּרָקָ֣ב
(keraqav)
als iets wat rot is
יִבְלֶ֑ה
(yivle)
vergaat
כְּ֝בֶ֗גֶד
(keveged)
als een kleed
אֲכָ֣לוֹ
(akhalo)
heeft het opgegeten
עָֽשׁ
(ash)
een mot
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)