Open in de app Alle boeken Job ← 12 14 → Job 13 Job wil zijn zaak aan El voorleggen
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Job wil met El twisten 1 „Zie, mijn oog heeft dit alles gezien, mijn oor heeft het gehoord en begrepen.
וַתָּ֥בֶן
(vataven)
en begreep
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
2 Wat jullie weten, weet ik ook. Ik sta niet onder jullie.
כְּֽ֭דַעְתְּכֶם
(kedatekhem)
zoals jullie weten
יָדַ֣עְתִּי
(yadati)
weet ik
נֹפֵ֖ל
(nofel)
ben ik gevallen
מִכֶּֽם
(mikem)
beneden jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3 Maar ik wil tot Sjaddai spreken. Ik verlang ernaar mijn zaak aan El voor te leggen.
אֲדַבֵּ֑ר
(adaber)
wil spreken
וְהוֹכֵ֖חַ
(vehokheach)
en aanvoeren
אֶחְפָּֽץ
(echpats)
verlang ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Job wil niet met zijn vrienden debatteren maar met Sjaddai zelf.
Het beeld is dat van een rechtszaak (vers 18–19): Job is de aanklager die zijn zaak voorlegt.
4 Jullie smeren leugens bij elkaar, waardeloze artsen zijn jullie allemaal.
טֹֽפְלֵי
(tofelei)
smeerders van
רֹפְאֵ֖י
(rofeei)
artsen van
אֱלִ֣ל
(elil)
waardeloosheid
כֻּלְּכֶֽם
(kulekhem)
jullie allen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
טֹפְלֵי־שֶׁקֶר (tofle sheqer), ‘leugensmeerders’: ze smeren leugens op Job zoals men pleister smeert.
רֹפְאֵי אֱלִל (rof’e elil), ‘waardeloze artsen’: ze willen genezen met woorden die niets doen.
5 Wilden jullie maar zwijgen. Dat zou jullie als wijsheid worden aangerekend.
הַחֲרֵ֣שׁ
(hacharesh)
zwijgend
תַּחֲרִישׁ֑וּן
(tacharishun)
zwijgden jullie
וּתְהִ֖י
(utehi)
en het zou zijn
לָכֶ֣ם
(lakhem)
voor jullie
לְחָכְמָֽה
(lechakhema)
tot wijsheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6 Hoor toch mijn verweer, luister naar de pleidooien van mijn lippen.
תוֹכַחְתִּ֑י
(tokhachti)
mijn verweer
וְרִב֖וֹת
(verivot)
en pleidooien van
שְׂפָתַ֣י
(sefatay)
mijn lippen
הַקְשִֽׁיבוּ
(haqshivu)
luister
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7 Spreken jullie onrecht voor El en bedrog voor Hem?
תְּדַבְּר֣וּ
(tedaberu)
spreken jullie
תְּֽדַבְּר֥וּ
(tedaberu)
spreken jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Job beschuldigt zijn vrienden dat zij, door Elohim te verdedigen met onwaarheden, Hem zelf onrecht aandoen.
Dit is een belangrijk punt: aan het einde van het boek zegt Yahweh dat Jobs vrienden niet recht over Hem gesproken hebben, zoals Job (42:7).
8 Kiezen jullie partij voor Hem? Voeren jullie de zaak voor El?
הֲפָנָ֥יו
(hafanav)
Zijn gezicht?
תִּשָּׂא֑וּן
(tisaun)
verheffen jullie
תְּרִיבֽוּן
(terivun)
twisten jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9 Is het goed als Hij jullie doorgrondt? Of kunnen jullie Hem bedriegen zoals men mensen bedriegt?
הֲ֭טוֹב
(hatov)
is het goed
יַחְקֹ֣ר
(yachqor)
Hij onderzoekt
כְּהָתֵ֥ל
(kehatel)
zoals bedriegen
בֶּ֝אֱנ֗וֹשׁ
(beenosh)
een sterveling
תְּהָתֵ֥לּוּ
(tehatelu)
bedriegen jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10 Hij zal jullie zeker terechtwijzen als jullie in het geheim partij kiezen.
הוֹכֵ֣חַ
(hokheach)
terechtwijzen
יוֹכִ֣יחַ
(yokhiach)
zal Hij
בַּ֝סֵּ֗תֶר
(baseter)
in het verborgen
תִּשָּׂאֽוּן
(tisaun)
jullie verheffen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11 Zal Zijn majesteit jullie niet doen schrikken en Zijn vrees over jullie vallen?
שְׂ֭אֵתוֹ
(seeto)
Zijn verhevenheid
תְּבַעֵ֣ת
(tevaet)
zal doen schrikken
וּ֝פַחְדּ֗וֹ
(ufachdo)
en Zijn vrees
עֲלֵיכֶֽם
(aleikhem)
op jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12 Jullie gezegden zijn spreuken van as, jullie verdedigingswerken zijn van klei.
זִֽ֭כְרֹנֵיכֶם
(zikhroneikhem)
jullie herinneringen
מִשְׁלֵי
(mishlei)
spreuken van
גַּבֵּיכֶֽם
(gabeikhem)
jullie schilden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Al doodt Hij mij, ik wacht op Hem 13 Zwijg en laat mij spreken, en laat over mij komen wat wil.
הַחֲרִ֣ישׁוּ
(hacharishu)
zwijg
מִ֭מֶּנִּי
(mimeni)
van mij
וַאֲדַבְּרָה
(vaadabera)
en laat spreken
וְיַעֲבֹ֖ר
(veyaavor)
en kome over
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14 Waarom zou ik mijn vlees tussen mijn tanden nemen en mijn leven in mijn hand leggen?
אֶשָּׂ֣א
(esa)
zou ik nemen
בְשָׂרִ֣י
(besari)
mijn vlees
בְשִׁנָּ֑י
(beshinay)
tussen mijn tanden
וְ֝נַפְשִׁ֗י
(venafshi)
en mijn leven
אָשִׂ֥ים
(asim)
zou ik leggen
בְּכַפִּֽי
(bekhapi)
in mijn hand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15 Zie, Hij doodt mij, ik blijf op Hem wachten. Maar mijn wegen zal ik voor Zijn gezicht verdedigen.
יִ֭קְטְלֵנִי
(yiqteleni)
Hij doodt mij
אֲיַחֵ֑ל
(ayachel)
zal ik wachten
דְּ֝רָכַ֗י
(derakhay)
mijn wegen
פָּנָ֥יו
(panav)
Zijn gezicht
אוֹכִֽיחַ
(okhiach)
zal ik verdedigen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
De geschreven tekst (ketiv) heeft לֹא (lo), ‘niet’: ‘Zie, Hij doodt mij, ik heb geen hoop.’
De lezing in de marge (qere) heeft לוֹ (lo), ‘op Hem’: ‘ik wacht op Hem.’
Wij volgen de qere, die ook in de grondtekst staat.
Het tweede deel van het vers, ‘maar mijn wegen zal ik voor Zijn gezicht verdedigen’, past bij beide lezingen: Job blijft vasthouden aan zijn recht.
16 Ook dat zal mijn redding zijn, want een goddeloze komt niet voor Zijn gezicht.
לִֽישׁוּעָ֑ה
(lishua)
tot redding
לְ֝פָנָ֗יו
(lefanav)
voor Zijn gezicht
חָנֵ֥ף
(chanef)
een goddeloze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חָנֵף (chanef), ‘goddeloze’: Job zegt dat zijn bereidheid om voor Elohim te verschijnen zijn onschuld bewijst, want een goddeloze zou dat niet durven.
In de Griekse vertaling luidt het begin ‘dit zal mij tot redding zijn’; Paulus gebruikt dezelfde woorden in Fil. 1:19.
17 Luister goed naar mijn woorden, laat mijn verklaring in jullie oren komen.
מִלָּתִ֑י
(milati)
mijn woord
וְ֝אַֽחֲוָתִ֗י
(veachavati)
en mijn verklaring
בְּאָזְנֵיכֶֽם
(beazeneikhem)
in jullie oren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18 Zie, ik heb mijn zaak voorbereid. Ik weet dat ik gelijk zal krijgen.
עָרַ֣כְתִּי
(arakhti)
ik heb geordend
מִשְׁפָּ֑ט
(mishpat)
de zaak
יָ֝דַ֗עְתִּי
(yadati)
ik weet
אֶצְדָּֽק
(etsdaq)
gelijk zal krijgen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19 Wie wil met mij twisten? Dan zou ik nu zwijgen en sterven.
אַחֲרִ֣ישׁ
(acharish)
zou ik zwijgen
וְאֶגְוָֽע
(veegva)
en sterven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Job stelt voorwaarden aan Eloah 20 Doe mij slechts twee dingen niet aan, dan zal ik mij niet voor U verbergen.
שְׁ֭תַּיִם
(shetayim)
twee dingen
מִ֝פָּנֶ֗יךָ
(mipaneikha)
voor Uw gezicht
אֶסָּתֵֽר
(esater)
zal ik me verbergen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De twee dingen volgen in vers 21: Elohim moet Zijn hand van Job wegnemen en Zijn schrik laten rusten.
Daarna kan het gesprek beginnen (vers 22).
21 Neem Uw hand van mij weg en laat Uw schrik mij niet verschrikken.
כַּ֭פְּךָ
(kapekha)
Uw hand
הַרְחַ֑ק
(harchaq)
verwijder
וְ֝אֵ֥מָתְךָ֗
(veematekha)
en Uw schrik
תְּבַעֲתַֽנִּי
(tevaatani)
verschrikke mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22 Roep dan, en ik zal antwoorden, of laat mij spreken en antwoord mij.
וְאָנֹכִ֣י
(veanokhi)
en ik
אֶֽעֱנֶ֑ה
(eene)
zal antwoorden
אֲ֝דַבֵּ֗ר
(adaber)
ik zal spreken
וַהֲשִׁיבֵֽנִי
(vahashiveni)
en antwoord mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
23 Hoeveel schulden en zonden heb ik? Laat mij mijn overtreding en mijn zonde weten.
עֲוֺנ֣וֹת
(avonot)
schulden
וְחַטָּא֑וֹת
(vechataot)
en zonden
פִּֽשְׁעִ֥י
(pishi)
mijn overtreding
וְ֝חַטָּאתִ֗י
(vechatati)
en mijn zonde
הֹדִיעֵֽנִי
(hodieni)
maak mij bekend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24 Waarom verbergt U Uw gezicht en beschouwt U mij als Uw vijand?
פָנֶ֥יךָ
(paneikha)
Uw gezicht
תַסְתִּ֑יר
(tastir)
verbergt U
וְתַחְשְׁבֵ֖נִי
(vetachsheveni)
en rekent U mij
לְאוֹיֵ֣ב
(leoyev)
tot vijand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
25 Wilt U een verwaaid blad schrik aanjagen, of droog stro achtervolgen?
תַּעֲר֑וֹץ
(taarots)
wilt U doen schrikken
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
תִּרְדֹּֽף
(tirdof)
achtervolgt U
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Job noemt zichzelf een verwaaid blad en droog stro: zo klein dat het eigenlijk geen zin heeft dat Eloah hem vervolgt.
26 Want U schrijft bittere dingen over mij op en laat mij de schuld van mijn jeugd erven.
תִכְתֹּ֣ב
(tikhtov)
U schrijft
מְרֹר֑וֹת
(merorot)
bitterheden
וְ֝תוֹרִישֵׁ֗נִי
(vetorisheni)
en laat mij erven
עֲוֺנ֥וֹת
(avonot)
schulden van
נְעוּרָֽי
(neuray)
mijn jeugd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
27 U zet mijn voeten in de blokken, bewaakt al mijn paden en trekt een lijn om de zolen van mijn voeten.
וְתָ֘שֵׂ֤ם
(vetasem)
en U zet
בַּסַּ֨ד
(basad)
in het blok
רַגְלַ֗י
(raglay)
mijn voeten
וְתִשְׁמ֥וֹר
(vetishmor)
en bewaakt
אָרְחוֹתָ֑י
(arechotay)
mijn paden
שָׁרְשֵׁ֥י
(shareshei)
de zolen van
רַ֝גְלַ֗י
(raglay)
mijn voeten
תִּתְחַקֶּֽה
(titchaqe)
trekt U een lijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
סַד (sad), ‘blok’, is een houten blok om de voeten van een gevangene vast te zetten (zie 33:11).
‘Een lijn trekken om de zolen’ is een beeld van strikte bewaking: Job kan geen stap verzetten zonder dat Eloah het ziet.
28 En hij vergaat als iets wat rot is, als een kleed dat de mot heeft opgegeten.”
כְּרָקָ֣ב
(keraqav)
als iets wat rot is
כְּ֝בֶ֗גֶד
(keveged)
als een kleed
אֲכָ֣לוֹ
(akhalo)
heeft het opgegeten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)