Elohim Bijbel

Jeremia 48

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940414243444546474849505152

Over Moab: het oordeel over zijn steden, zijn hoogmoed en zijn rouw

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Over Moab

1Over Moab. Zo zegt Yahweh van de legermachten, de Elohim van Israël: „Wee over Nebo, want het is verwoest. Kirjatajim is beschaamd en ingenomen. De vesting is beschaamd en ontsteld.
לְמוֹאָ֡ב
(lemoav)
over Moab
כֹּֽה
(ko)
zo
אָמַר֩
(amar)
zegt
יְהוָ֨ה
(Yahweh)
Yahweh
צְבָא֜וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
אֱלֹהֵ֣י
(elohei)
Elohim van
יִשְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
ה֤וֹי
(hoy)
wee
אֶל
(el)
over
נְבוֹ֙
(nevo)
Nebo
כִּ֣י
(ki)
want
שֻׁדָּ֔דָה
(shudada)
is verwoest
הֹבִ֥ישָׁה
(hovisha)
is beschaamd
נִלְכְּדָ֖ה
(nilkeda)
is ingenomen
קִרְיָתָ֑יִם
(qiryatayim)
Kirjatajim
הֹבִ֥ישָׁה
(hovisha)
is beschaamd
הַמִּשְׂגָּ֖ב
(hamisgav)
de vesting
וָחָֽתָּה
(vachata)
en is ontsteld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Zie Nebo en Pisga: De Nebo en de Pisga liggen in het gebergte Abarim, ten oosten van de Dode Zee, ten westen van Madaba in Jordanië.

Zie Kirjatajim (ligging onzeker): Kirjatajim wordt gezocht bij Khirbet el-Qureiyat, in Moab.

Dit is niet zeker.

Uitleg

Dit hoofdstuk gaat over Moab.

Het komt voor een groot deel overeen met Jes. 15–16.

Waar het Hebreeuws gelijk is, gebruiken wij dezelfde Nederlandse woorden.

יְהוָה צְבָאוֹת (Yahweh Tsevaot): zie Jer. 2:19.

נְבוֹ (Nevo), ‘Nebo’: een stad in Moab (Num. 32:3); zie Jes. 15:2. קִרְיָתַיִם (Qiryatayim), ‘Kirjatajim’: zie Joz. 13:19.

הַמִּשְׂגָּב (hammisgav), ‘de vesting’: letterlijk ‘de hoge, veilige plaats’. Het kan ook een plaatsnaam zijn. De betekenis is onzeker.

חַתָּה (chattah), ‘ontsteld’: het werkwoord kan ook ‘gebroken’ of ‘bang’ betekenen.

Na ‘Zo zegt Yahweh van de legermachten’ staat de toespraak rood, ook waar Yahweh in de derde persoon wordt genoemd. Zwart zijn de verzen 29, 31–34 en 36–39, met rood alleen 33b en 38b. De verzen 30 en 35 zijn geheel rood.

2Er is geen lof meer voor Moab. In Chesbon hebben zij onheil tegen haar bedacht: ‘Kom, laten wij haar uitroeien als volk.’ Ook jij, Madmen, moet zwijgen. Het zwaard gaat achter je aan.
אֵ֣ין
(ein)
er is niet
עוֹד֮
(od)
meer
תְּהִלַּ֣ת
(tehilat)
lof van
מוֹאָב֒
(moav)
Moab
בְּחֶשְׁבּ֗וֹן
(becheshbon)
in Chesbon
חָשְׁב֤וּ
(chashevu)
hebben bedacht
עָלֶ֨יהָ֙
(aleiha)
tegen haar
רָעָ֔ה
(raa)
kwaad
לְכ֖וּ
(lekhu)
kom
וְנַכְרִיתֶ֣נָּה
(venakhritena)
en laten wij haar uitroeien
מִגּ֑וֹי
(migoy)
als volk
גַּם
(gam)
ook
מַדְמֵ֣ן
(madmen)
Madmen
תִּדֹּ֔מִּי
(tidomi)
moet zwijgen
אַחֲרַ֖יִךְ
(acharayikh)
achter je
תֵּ֥לֶךְ
(telekh)
gaat
חָֽרֶב
(charev)
zwaard
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Zie Chesbon: Chesbon (Tel Hesban) ligt in het huidige Jordanië, ten zuidwesten van Amman.

Uitleg

תְּהִלַּת (tehillat), ‘lof’: de roem van Moab.

Er zijn twee woordspelingen: ‘Chesbon’ (חֶשְׁבּוֹן) en ‘zij hebben bedacht’ (חָשְׁבוּ, chashvu) klinken gelijk. ‘Madmen’ (מַדְמֵן) en ‘moet zwijgen’ (תִּדֹּמִּי, tiddommi) klinken ook gelijk.

מַדְמֵן (Madmen): een plaats in Moab; de ligging is onbekend. Het is waarschijnlijk niet dezelfde plaats als Madmena (Jes. 10:31).

3Een kreet klinkt uit Choronajim: verwoesting en grote ondergang.
ק֥וֹל
(qol)
geluid van
צְעָקָ֖ה
(tseaqa)
geschreeuw
מֵחֹֽרוֹנָ֑יִם
(mechoronayim)
uit Choronajim
שֹׁ֖ד
(shod)
verwoesting
וָשֶׁ֥בֶר
(vashever)
en ondergang
גָּדֽוֹל
(gadol)
grote
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Choronajim (Moab; ligging onzeker): Choronajim was een stad in het zuiden van Moab.

De precieze plaats is niet bekend.

Uitleg

שֹׁד וָשֶׁבֶר גָּדוֹל (shod vashever gadol), ‘verwoesting en grote ondergang’: voor ‘ondergang’ (sheber) zie Jes. 15:5.

4Moab is gebroken. Haar kleintjes laten een kreet horen.
נִשְׁבְּרָ֖ה
(nishbera)
is gebroken
מוֹאָ֑ב
(moav)
Moab
הִשְׁמִ֥יעוּ
(hishmiu)
zij laten horen
זְּעָקָ֖ה
(zeaqa)
kreet
צְעִירֶֽיהָ
(tseireiha)
haar kleintjes
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

צְעִירֶיהָ (tse’ireha), ‘haar kleintjes’: de jongsten of haar kleine steden.

Het woord klinkt als Zoar (vers 34; Jes. 15:5).

Wij volgen de gewone betekenis.

5Want de helling van Luchit gaan zij op onder tranen, steeds meer tranen. Want op de afdaling van Choronajim hebben de vijanden een noodkreet over de ondergang gehoord.
כִּ֚י
(ki)
want
מַעֲלֵ֣ה
(maale)
helling van
הַלּוּחִ֔ית
(haluchit)
de Luchit
בִּבְכִ֖י
(bivkhi)
onder tranen
יַֽעֲלֶה
(yaale)
gaat men op
בֶּ֑כִי
(bekhi)
tranen
כִּ֚י
(ki)
want
בְּמוֹרַ֣ד
(bemorad)
op de afdaling van
חוֹרֹנַ֔יִם
(choronayim)
Choronajim
צָרֵ֥י
(tsarei)
vijanden
צַֽעֲקַת
(tsaaqat)
noodkreet van
שֶׁ֖בֶר
(shever)
ondergang
שָׁמֵֽעוּ
(shameu)
hebben gehoord
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Choronajim (Moab; ligging onzeker): Choronajim was een stad in het zuiden van Moab.

De precieze plaats is niet bekend.

Uitleg

Dit vers komt gedeeltelijk overeen met Jes. 15:5.

Voor Luchit en Choronajim: zie Jes. 15:5.

בְּכִי יַעֲלֶה בְכִי (bekhi ya’aleh vekhi), ‘onder tranen, steeds meer tranen’: letterlijk ‘huilen gaat op huilen’.

צָרֵי (tsarei), ‘de vijanden’: het kan ook ‘de benauwden’ betekenen.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is הַלֻּחוֹת (halluchot), ‘de tafels’.

Het voorgelezen woord (qere) is הַלּוּחִית (halluchit), ‘Luchit’.

Wij volgen de qere, zoals in Jes. 15:5.

Zie ookJes 15:5
6Vlucht, red jullie leven en wees als een struik in de woestijn.
נֻ֖סוּ
(nusu)
vlucht
מַלְּט֣וּ
(maletu)
red
נַפְשְׁכֶ֑ם
(nafshekhem)
jullie leven
וְתִֽהְיֶ֕ינָה
(vetihyeina)
en wees
כַּעֲרוֹעֵ֖ר
(kaaroer)
als een struik
בַּמִּדְבָּֽר
(bamidbar)
in de woestijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֲרוֹעֵר (aro’er), ‘struik’: een struik in de woestijn.

Het woord is zeldzaam en de betekenis is onzeker.

Het klinkt als de naam van de stad Aroër (vers 19).

Moab wordt ingenomen

7Want omdat je vertrouwt op je werken en je schatten, word ook jij ingenomen. Kemosj trekt uit in ballingschap, zijn priesters en zijn oversten samen.
כִּ֠י
(ki)
want
יַ֣עַן
(yaan)
omdat
בִּטְחֵ֤ךְ
(bitchekh)
je vertrouwen
בְּמַעֲשַׂ֨יִךְ֙
(bemaasayikh)
op je werken
וּבְא֣וֹצְרוֹתַ֔יִךְ
(uveotserotayikh)
en op je schatten
גַּם
(gam)
ook
אַ֖תְּ
(at)
jij
תִּלָּכֵ֑דִי
(tilakhedi)
word ingenomen
וְיָצָ֤א
(veyatsa)
en trekt uit
כְמוֹשׁ֙
(kemosh)
Kemosj
בַּגּוֹלָ֔ה
(bagola)
in ballingschap
כֹּהֲנָ֥יו
(kohanav)
zijn priesters
וְשָׂרָ֖יו
(vesarav)
en zijn oversten
יַחְדָּֽיו
(yachdav)
samen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כְּמוֹשׁ (Kemosj): de god van Moab; zie 1 Kon. 11:7 en 2 Kon. 23:13.

Zijn beeld gaat met de priesters en oversten mee in ballingschap.

בְּמַעֲשַׂיִךְ (bema’asayikh), ‘op je werken’: wat je zelf hebt gemaakt, je bouwwerken en je bezit.

De slotwoorden ‘zijn priesters en zijn oversten samen’ staan ook in Jer. 49:3; vergelijk Amos 1:15.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is כְּמִישׁ (Kemish); het voorgelezen woord (qere) is כְּמוֹשׁ (Kemosj).

Wij volgen de qere.

8De verwoester komt over elke stad; geen enkele stad ontkomt. Het dal gaat verloren en het plateau wordt vernietigd, zoals Yahweh gesproken heeft.
וְיָבֹ֨א
(veyavo)
en komt
שֹׁדֵ֜ד
(shoded)
verwoester
אֶל
(el)
over
כָּל
(kal)
elke
עִ֗יר
(ir)
stad
וְעִיר֙
(veir)
en stad
לֹ֣א
(lo)
niet
תִמָּלֵ֔ט
(timalet)
ontkomt
וְאָבַ֥ד
(veavad)
en gaat verloren
הָעֵ֖מֶק
(haemeq)
het dal
וְנִשְׁמַ֣ד
(venishmad)
en wordt vernietigd
הַמִּישֹׁ֑ר
(hamishor)
het plateau
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
zoals
אָמַ֥ר
(amar)
heeft gesproken
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הָעֵמֶק (ha’emeq), ‘het dal’, en הַמִּישֹׁר (hammishor), ‘het plateau’: het plateau is de hoogvlakte van Moab (Joz. 13:9).

Het Hebreeuws zegt niet welk dal wordt bedoeld.

אָמַר יְהוָה (amar Yahweh), ‘zoals Yahweh gesproken heeft’: een verwijzing naar eerdere woorden van Yahweh; vergelijk Jes. 16:13.

9Geef Moab vleugels, want het zal zeker wegvliegen. Zijn steden worden een verwoesting, zonder bewoner daarin.
תְּנוּ
(tenu)
geef
צִ֣יץ
(tsits)
vleugels
לְמוֹאָ֔ב
(lemoav)
aan Moab
כִּ֥י
(ki)
want
נָצֹ֖א
(natso)
zeker
תֵּצֵ֑א
(tetse)
zal wegvliegen
וְעָרֶ֨יהָ֙
(veareiha)
en haar steden
לְשַׁמָּ֣ה
(leshama)
tot verwoesting
תִֽהְיֶ֔ינָה
(tihyeina)
zullen worden
מֵאֵ֥ין
(meein)
zonder
יוֹשֵׁ֖ב
(yoshev)
bewoner
בָּהֵֽן
(bahen)
daarin
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

צִיץ (tsits), ‘vleugels’: het woord betekent gewoonlijk ‘bloem’ of ‘schitterend sieraad’.

Wij kiezen ‘vleugels’.

De betekenis van dit vers is onzeker.

נָצֹא תֵּצֵא (natso tetse), ‘zal zeker wegvliegen’: de vorm van het werkwoord is onzeker.

10Vervloekt is wie het werk van Yahweh met nalatigheid doet. Vervloekt is wie zijn zwaard van bloed terughoudt.
אָר֗וּר
(arur)
vervloekt
עֹשֶׂ֛ה
(ose)
die doet
מְלֶ֥אכֶת
(melekhet)
werk van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
רְמִיָּ֑ה
(remiya)
nalatigheid
וְאָר֕וּר
(vearur)
en vervloekt
מֹנֵ֥עַ
(monea)
die terughoudt
חַרְבּ֖וֹ
(charbo)
zijn zwaard
מִדָּֽם
(midam)
van bloed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רְמִיָּה (remiyyah), ‘nalatigheid’: het woord betekent ook ‘bedrog’.

Wie het werk van Yahweh, het oordeel over Moab, met halve moeite uitvoert, is vervloekt.

‘Zijn zwaard van bloed terughouden’ betekent: niet doden.

Moab op zijn droesem

11Moab leefde zorgeloos van zijn jeugd af. Het lag stil op zijn droesem. Het is niet van vat tot vat geleegd en niet in ballingschap gegaan. Daarom is zijn smaak in hem gebleven en is zijn geur niet veranderd.
שַׁאֲנַ֨ן
(shaanan)
zorgeloos
מוֹאָ֜ב
(moav)
Moab
מִנְּעוּרָ֗יו
(mineurav)
vanaf zijn jeugd
וְשֹׁקֵ֥ט
(veshoqet)
en stil
הוּא֙
(hu)
hij
אֶל
(el)
op
שְׁמָרָ֔יו
(shemarav)
zijn droesem
וְלֹֽא
(velo)
en niet
הוּרַ֤ק
(huraq)
is geleegd
מִכְּלִי֙
(mikeli)
van vat
אֶל
(el)
tot
כֶּ֔לִי
(keli)
vat
וּבַגּוֹלָ֖ה
(uvagola)
en in ballingschap
לֹ֣א
(lo)
niet
הָלָ֑ךְ
(halakh)
is gegaan
עַל
(al)
daarom
כֵּ֗ן
(ken)
(zo)
עָמַ֤ד
(amad)
is gebleven
טַעְמוֹ֙
(tamo)
zijn smaak
בּ֔וֹ
(bo)
in hem
וְרֵיח֖וֹ
(vereicho)
en zijn geur
לֹ֥א
(lo)
niet
נָמָֽר
(namar)
is veranderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

שְׁמָרָיו (shemarav), ‘zijn droesem’: het bezinksel van wijn.

Wijn die lang op de droesem ligt, behoudt zijn smaak en geur.

Het beeld is een volk dat nooit is verstoord of weggevoerd.

12Daarom, zie, er komen dagen, godsspraak van Yahweh, dat Ik hem mensen stuur die vaten schuin houden. Zij zullen hem schuin houden, zijn vaten leegmaken en zijn kruiken stukslaan.
לָכֵ֞ן
(lakhen)
daarom
הִנֵּ֖ה
(hine)
zie
יָמִ֤ים
(yamim)
dagen
בָּאִים֙
(baim)
komend
נְאֻם
(neum)
godsspraak van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
וְשִׁלַּחְתִּי
(veshilachti)
en Ik zal sturen
ל֥וֹ
(lo)
naar hem
צֹעִ֖ים
(tsoim)
schuinhouders
וְצֵעֻ֑הוּ
(vetseuhu)
en zij houden hem schuin
וְכֵלָ֣יו
(vekhelav)
en zijn vaten
יָרִ֔יקוּ
(yariqu)
maken zij leeg
וְנִבְלֵיהֶ֖ם
(venivleihem)
en hun kruiken
יְנַפֵּֽצוּ
(yenapetsu)
slaan zij stuk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

צֹעִים (tso’im), ‘mensen die vaten schuin houden’: van het werkwoord tsa’ah, ‘schuin houden’.

Het beeld is wijnschenkers die de vaten leegmaken.

נְאֻם יְהוָה (ne’um Yahweh), ‘godsspraak van Yahweh’: zie Jer. 1:8.

13Moab zal beschaamd worden door Kemosj, zoals het huis van Israël beschaamd werd door Betel, hun vertrouwen.
וּבֹ֥שׁ
(uvosh)
en zal beschaamd zijn
מוֹאָ֖ב
(moav)
Moab
מִכְּמ֑וֹשׁ
(mikemosh)
door Kemosj
כַּאֲשֶׁר
(kaasher)
zoals
בֹּ֨שׁוּ֙
(boshu)
zijn beschaamd
בֵּ֣ית
(beit)
huis van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
מִבֵּ֥ית
(mibeit)
door het huis van
אֵ֖ל
(el)
El
מִבְטֶחָֽם
(mivtecham)
hun vertrouwen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Zie Betel: Betel ligt bij het huidige Beitin, ongeveer 17 km ten noorden van Jeruzalem.

Uitleg

Betel: de plaats van het gouden kalf van Jerobeam (1 Kon. 12:29).

Het huis van Israël vertrouwde daarop; het bracht geen redding.

Hoe kunnen jullie zeggen: wij zijn helden?

14Hoe kunnen jullie zeggen: ‘Wij zijn helden en krachtige mannen voor de strijd’?
אֵ֚יךְ
(eikh)
hoe
תֹּֽאמְר֔וּ
(tomru)
kunnen jullie zeggen
גִּבּוֹרִ֖ים
(giborim)
helden
אֲנָ֑חְנוּ
(anachenu)
wij
וְאַנְשֵׁי
(veanshei)
en mannen van
חַ֖יִל
(chayil)
kracht
לַמִּלְחָמָֽה
(lamilchama)
voor de strijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַנְשֵׁי חַיִל (anshe chayil), ‘krachtige mannen’: krijgslieden.

15Moab is verwoest; men is tegen zijn steden opgetrokken. De keur van zijn jonge mannen is afgedaald naar de slacht, godsspraak van de Koning. Yahweh van de legermachten is Zijn naam.
שֻׁדַּ֤ד
(shudad)
is verwoest
מוֹאָב֙
(moav)
Moab
וְעָרֶ֣יהָ
(veareiha)
en zijn steden
עָלָ֔ה
(ala)
men trekt op
וּמִבְחַ֥ר
(umivchar)
en de keur van
בַּֽחוּרָ֖יו
(bachurav)
zijn jonge mannen
יָרְד֣וּ
(yaredu)
zijn afgedaald
לַטָּ֑בַח
(latavach)
naar de slacht
נְאֻ֨ם
(neum)
godsspraak van
הַמֶּ֔לֶךְ
(hamelekh)
de Koning
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
צְבָא֖וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
שְׁמֽוֹ
(shemo)
Zijn naam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

וְעָרֶיהָ עָלָה (ve’areha alah): letterlijk ‘en zijn steden – hij is opgegaan’.

Het onderwerp staat er niet bij.

Het kan betekenen dat de vijand tegen de steden optrekt, of dat de steden in rook opgaan.

Wij kiezen het eerste.

נְאֻם הַמֶּלֶךְ (ne’um hammelekh), ‘godsspraak van de Koning’: zie 46:18. ‘Yahweh van de legermachten is Zijn naam’ staat zwart, zoals in 46:18.

16De ramp van Moab is nabij. Zijn onheil komt zeer snel.
קָר֥וֹב
(qarov)
nabij
אֵיד
(eid)
ramp van
מוֹאָ֖ב
(moav)
Moab
לָב֑וֹא
(lavo)
om te komen
וְרָ֣עָת֔וֹ
(veraato)
en zijn kwaad
מִהֲרָ֖ה
(mihara)
haastig
מְאֹֽד
(meod)
zeer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

אֵיד (eid), ‘ramp’: hetzelfde woord staat in 46:21.

רָעָה (ra’ah), ‘onheil’: zo vertalen wij het woord waar het om rampspoed gaat. Waar het om slechtheid gaat, schrijven wij ‘kwaad’.

17Toon medeleven met hem, allen om hem heen, en allen die zijn naam kennen. Zeg: ‘Hoe is de sterke scepter gebroken, de staf van pracht!’
נֻ֤דוּ
(nudu)
toon medeleven
לוֹ֙
(lo)
met hem
כָּל
(kal)
alle
סְבִיבָ֔יו
(sevivav)
rondom hem
וְכֹ֖ל
(vekhol)
en alle
יֹדְעֵ֣י
(yodeei)
kenners van
שְׁמ֑וֹ
(shemo)
zijn naam
אִמְר֗וּ
(imru)
zeg
אֵיכָ֤ה
(eikha)
hoe
נִשְׁבַּר֙
(nishbar)
is gebroken
מַטֵּה
(mate)
scepter van
עֹ֔ז
(oz)
kracht
מַקֵּ֖ל
(maqel)
staf van
תִּפְאָרָֽה
(tifara)
pracht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֻדוּ (nudu), ‘toon medeleven’: van het werkwoord nud, ‘het hoofd schudden’ als teken van medeleven.

מַטֵּה־עֹז (matteh oz), ‘sterke scepter’, en מַקֵּל תִּפְאָרָה (maqqel tif’arah), ‘staf van pracht’: beelden van de macht van Moab.

18Kom neer van je heerlijkheid en zit in dorst, jij die woont, Dochter Dibon. Want de verwoester van Moab is tegen je opgetrokken. Hij heeft je vestingen vernield.
רְדִ֤י
(redi)
kom neer
מִכָּבוֹד֙
(mikavod)
van heerlijkheid
וּשְׁבִ֣י
(ushevi)
en zit
בַצָּמָ֔א
(batsama)
in dorst
יֹשֶׁ֖בֶת
(yoshevet)
die woont
בַּת
(bat)
Dochter
דִּיב֑וֹן
(divon)
Dibon
כִּֽי
(ki)
want
שֹׁדֵ֤ד
(shoded)
verwoester van
מוֹאָב֙
(moav)
Moab
עָ֣לָה
(ala)
is opgetrokken
בָ֔ךְ
(bakh)
tegen je
שִׁחֵ֖ת
(shichet)
heeft vernield
מִבְצָרָֽיִךְ
(mivtsarayikh)
je vestingen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Dibon: Dibon (nu Dhiban) lag ten noorden van de Arnon, in het huidige Jordanië.

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

בַּת דִּיבוֹן (bat Divon), ‘Dochter Dibon’: de stad Dibon en haar inwoners, zoals ‘Dochter Sion’.

Voor Dibon zie Jes. 15:2.

19Ga langs de weg staan en kijk uit, bewoonster van Aroër. Vraag de vluchtende man en de ontkomende vrouw: ‘Wat is er gebeurd?’
אֶל
(el)
bij
דֶּ֛רֶךְ
(derekh)
de weg
עִמְדִ֥י
(imdi)
sta
וְצַפִּ֖י
(vetsapi)
en kijk uit
יוֹשֶׁ֣בֶת
(yoshevet)
bewoonster van
עֲרוֹעֵ֑ר
(aroer)
Aroër
שַׁאֲלִי
(shaali)
vraag
נָ֣ס
(nas)
de vluchteling
וְנִמְלָ֔טָה
(venimlata)
en de ontkomene
אִמְרִ֖י
(imri)
zeg
מַה
(ma)
wat
נִּֽהְיָֽתָה
(nihyata)
is gebeurd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Aroër: Aroër lag aan de rand van de Arnonkloof, bij het huidige Khirbet Arair in Jordanië.

Uitleg

עֲרוֹעֵר (Aro’er), ‘Aroër’: een stad aan de Arnon (Deut. 2:36).

Zie ook vers 6.

20Moab is beschaamd, want het is ontsteld. Jammert en schreeuwt. Maak bekend aan de Arnon dat Moab verwoest is.
הֹבִ֥ישׁ
(hovish)
is beschaamd
מוֹאָ֛ב
(moav)
Moab
כִּֽי
(ki)
want
חַ֖תָּה
(chata)
is ontsteld
הֵילִ֣ילוּ
(heililu)
jammert
וּֽזְעָ֑קוּ
(uzeaqu)
en schreeuwt
הַגִּ֣ידוּ
(hagidu)
maak bekend
בְאַרְנ֔וֹן
(bearnon)
bij de Arnon
כִּ֥י
(ki)
want
שֻׁדַּ֖ד
(shudad)
is verwoest
מוֹאָֽב
(moav)
Moab
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Zie Arnon: De Arnon (Wadi Mudjib) stroomt van het oosten naar de Dode Zee en vormde de grens van Moab.

Uitleg

אַרְנוֹן (Arnon): de rivier die de grens van Moab vormt (Num. 21:13).

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is הֵילִילִי (heilili), ‘jammer’ (vrouwelijk enkelvoud); het voorgelezen woord (qere) is הֵילִילוּ (heililu), ‘jammert’ (meervoud).

Ook וְזַעֲקִי (vezaaqi) is geschreven in het vrouwelijk enkelvoud en wordt voorgelezen als וּזְעָקוּ (uze’aqu), ‘en schreeuwt’.

Wij volgen de qere.

Het oordeel over de steden van Moab

21Het oordeel is gekomen over het land van het plateau, over Cholon, over Jahaz en over Mefaät,
וּמִשְׁפָּ֥ט
(umishpat)
en oordeel
בָּ֖א
(ba)
is gekomen
אֶל
(el)
naar
אֶ֣רֶץ
(erets)
land van
הַמִּישֹׁ֑ר
(hamishor)
het plateau
אֶל
(el)
naar
חֹל֥וֹן
(cholon)
Cholon
וְאֶל
(veel)
en naar
יַ֖הְצָה
(yahtsa)
Jahaz
וְעַל
(veal)
en over
מֵיפָֽעַת
(meifaat)
Mefaät
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jahaz: Jahaz lag op het plateau ten noorden van de Arnon.

De precieze plaats is niet zeker.

Zie Mefaät: Mefaät wordt gezocht bij Umm er-Rasas, in Jordanië.

Uitleg

מִשְׁפָּט (mishpat), ‘oordeel’: hier het vonnis.

Elders vertalen wij mishpat met ‘recht’.

חֹלוֹן (Cholon): een stad op het plateau van Moab. Het is niet dezelfde plaats als Cholon in Juda (Joz. 15:51). De ligging is onzeker.

יַהְצָה (Yahtsah), ‘Jahaz’: zie Jes. 15:4. Mefaät: zie Joz. 13:18.

22over Dibon, over Nebo en over Bet-Diblatajim,
וְעַל
(veal)
en over
דִּיב֣וֹן
(divon)
Dibon
וְעַל
(veal)
en over
נְב֔וֹ
(nevo)
Nebo
וְעַל
(veal)
en over
בֵּ֖ית
(beit)
Bet
דִּבְלָתָֽיִם
(divlatayim)
Diblatajim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Dibon: Dibon (nu Dhiban) lag ten noorden van de Arnon, in het huidige Jordanië.

Zie Nebo en Pisga: De Nebo en de Pisga liggen in het gebergte Abarim, ten oosten van de Dode Zee, ten westen van Madaba in Jordanië.

Uitleg

בֵּית דִּבְלָתַיִם (Bet Diblatayim), ‘Bet-Diblatajim’: waarschijnlijk dezelfde plaats als Almon-Diblatajim (Num. 33:46).

De ligging is onzeker.

23over Kirjatajim, over Bet-Gamul en over Bet-Meon,
וְעַ֧ל
(veal)
en over
קִרְיָתַ֛יִם
(qiryatayim)
Kirjatajim
וְעַל
(veal)
en over
בֵּ֥ית
(beit)
Bet
גָּמ֖וּל
(gamul)
Gamul
וְעַל
(veal)
en over
בֵּ֥ית
(beit)
Bet
מְעֽוֹן
(meon)
Meon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Kirjatajim (ligging onzeker): Kirjatajim wordt gezocht bij Khirbet el-Qureiyat, in Moab.

Dit is niet zeker.

Uitleg

בֵּית גָּמוּל (Bet Gamul), ‘Bet-Gamul’: een stad in Moab; de ligging is onbekend.

בֵּית מְעוֹן (Bet Me’on), ‘Bet-Meon’: waarschijnlijk dezelfde plaats als Bet-Baäl-Meon (Joz. 13:17).

24over Kerijot, over Bozra en over alle steden van het land Moab, de verre en de nabije.
וְעַל
(veal)
en over
קְרִיּ֖וֹת
(qeriyot)
Kerijot
וְעַל
(veal)
en over
בָּצְרָ֑ה
(batsera)
Bozra
וְעַ֗ל
(veal)
en over
כָּל
(kal)
alle
עָרֵי֙
(arei)
steden van
אֶ֣רֶץ
(erets)
land van
מוֹאָ֔ב
(moav)
Moab
הָרְחֹק֖וֹת
(harechoqot)
de verre
וְהַקְּרֹבֽוֹת
(vehaqerovot)
en de nabije
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Kerijot (Moab; ligging onzeker): Kerijot was een stad in Moab.

Voorgesteld zijn Khirbet el-Qureiyat en een plaats bij Dibon.

De ligging is niet zeker.

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

קְרִיּוֹת (Qeriyyot), ‘Kerijot’: een stad in Moab; zie Amos 2:2.

בָּצְרָה (Botsrah), ‘Bozra’: hier een stad in Moab. Het is niet dezelfde plaats als Bozra in Edom (Jes. 34:6). De ligging is onzeker.

25De hoorn van Moab is afgehouwen en zijn arm is gebroken, godsspraak van Yahweh.
נִגְדְּעָה֙
(nigdea)
is afgehouwen
קֶ֣רֶן
(qeren)
hoorn van
מוֹאָ֔ב
(moav)
Moab
וּזְרֹע֖וֹ
(uzeroo)
en zijn arm
נִשְׁבָּ֑רָה
(nishbara)
is gebroken
נְאֻ֖ם
(neum)
godsspraak van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

קֶרֶן (qeren), ‘hoorn’, en זְרוֹעַ (zero’a), ‘arm’: beelden van de kracht van Moab.

נְאֻם יְהוָה (ne’um Yahweh), ‘godsspraak van Yahweh’: zie Jer. 1:8.

Moab heeft zich groot gemaakt

26Maak hem dronken, want hij heeft zich groot gemaakt tegen Yahweh. Moab zal in zijn braaksel ploeteren en ook zelf een voorwerp van spot worden.
הַשְׁכִּירֻ֕הוּ
(hashkiruhu)
maak hem dronken
כִּ֥י
(ki)
want
עַל
(al)
tegen
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
הִגְדִּ֑יל
(higdil)
heeft zich groot gemaakt
וְסָפַ֤ק
(vesafaq)
en zal ploeteren
מוֹאָב֙
(moav)
Moab
בְּקִיא֔וֹ
(beqio)
in zijn braaksel
וְהָיָ֥ה
(vehaya)
en zal worden
לִשְׂחֹ֖ק
(lischoq)
tot spot
גַּם
(gam)
ook
הֽוּא
(hu)
hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

הַשְׁכִּירֻהוּ (hashkiruhu), ‘maak hem dronken’: het beeld is dat Moab de beker van Yahweh’s oordeel moet leegdrinken.

וְסָפַק (vesafaq), ‘en zal ploeteren’: het werkwoord betekent ‘slaan’ of ‘klappen’, hier met de handen of voeten in het braaksel. De betekenis is onzeker.

הִגְדִּיל (higdil), ‘heeft zich groot gemaakt’: hij heeft zich verheven tegen Yahweh; zie ook vers 42.

27Was Israël niet een voorwerp van spot voor jou? Werd hij soms onder dieven gevonden? Want zo vaak je over hem spreekt, schud je het hoofd.
וְאִ֣ם
(veim)
en indien
ל֣וֹא
(lo)
niet
הַשְּׂחֹ֗ק
(hasechoq)
de spot
הָיָ֤ה
(haya)
was
לְךָ֙
(lekha)
voor jou
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
אִם
(im)
indien
בְּגַנָּבִ֖ים
(beganavim)
onder dieven
נִמְצָ֑א
(nimtsa)
werd gevonden
כִּֽי
(ki)
want
מִדֵּ֧י
(midei)
telkens
דְבָרֶ֥יךָ
(devareikha)
je woorden
בּ֖וֹ
(bo)
over hem
תִּתְנוֹדָֽד
(titnodad)
schud je het hoofd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תִּתְנוֹדָד (titnodad), ‘schud je het hoofd’: een gebaar van spot of van medelijden.

Het werkwoord kan ook ‘rondzwerven’ betekenen.

De betekenis is hier onzeker.

28Verlaat de steden en woon op de rots, inwoners van Moab. Wees als een duif die nestelt aan de zijkanten van de opening van een kuil.”
עִזְב֤וּ
(izvu)
verlaat
עָרִים֙
(arim)
steden
וְשִׁכְנ֣וּ
(veshikhnu)
en woon
בַּסֶּ֔לַע
(basela)
op de rots
יֹשְׁבֵ֖י
(yoshevei)
inwoners van
מוֹאָ֑ב
(moav)
Moab
וִֽהְי֣וּ
(vihyu)
en wees
כְיוֹנָ֔ה
(keyona)
als een duif
תְּקַנֵּ֖ן
(teqanen)
die nestelt
בְּעֶבְרֵ֥י
(beevrei)
aan de zijkanten van
פִי
(pi)
opening van
פָֽחַת
(pachat)
kuil
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

סֶלַע (sela), ‘rots’: hier een gewone rots, geen plaatsnaam.

פִּי־פַחַת (pi-pachat), ‘de opening van een kuil’: een diepe kloof of put.

De hoogmoed van Moab

29Wij hebben de hoogmoed van Moab gehoord. Hij is zeer hoogmoedig: zijn hoogheid, zijn hoogmoed en zijn trots. Verheven is zijn hart.
שָׁמַ֥עְנוּ
(shamanu)
wij hebben gehoord
גְאוֹן
(geon)
hoogmoed van
מוֹאָ֖ב
(moav)
Moab
גֵּאֶ֣ה
(gee)
hoogmoedig
מְאֹ֑ד
(meod)
zeer
גָּבְה֧וֹ
(gaveho)
zijn hoogheid
וּגְאוֹנ֛וֹ
(ugeono)
en zijn hoogmoed
וְגַאֲוָת֖וֹ
(vegaavato)
en zijn trots
וְרֻ֥ם
(verum)
en verheven
לִבּֽוֹ
(libo)
zijn hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

Dit vers komt grotendeels overeen met Jes. 16:6.

Hier spreekt een groep (‘wij’); daarom staat het vers zwart, zoals Jes. 16:6.

גָּאוֹן (ga’on), ‘hoogmoed’, גַּאֲוָה (ga’avah), ‘trots’, en גָּבְהוֹ (govho), ‘zijn hoogheid’: drie woorden voor hoogmoed.

30„Ik ken zijn woede, godsspraak van Yahweh. Zijn grootspraak klopt niet. Zo hebben zij niet gehandeld.”
אֲנִ֤י
(ani)
Ik
יָדַ֨עְתִּי֙
(yadati)
ken
נְאֻם
(neum)
godsspraak van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
עֶבְרָת֖וֹ
(evrato)
zijn woede
וְלֹא
(velo)
en niet
כֵ֑ן
(ken)
zo
בַּדָּ֖יו
(badav)
zijn grootspraak
לֹא
(lo)
niet
כֵ֥ן
(ken)
zo
עָשֽׂוּ
(asu)
hebben gedaan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֶבְרָה (evrah), ‘woede’: zie Jes. 16:6, waar het woord ook staat.

בַּדָּיו (baddav), ‘zijn grootspraak’: zie Jes. 16:6.

Hier spreekt Yahweh zelf; daarom staat dit vers rood.

Rouw om de wijnstok van Sibma

31Daarom jammer ik om Moab. Voor heel Moab roep ik het uit. Om de mannen van Kir-Cheres zucht men.
עַל
(al)
daarom
כֵּן֙
(ken)
(zo)
עַל
(al)
om
מוֹאָ֣ב
(moav)
Moab
אֲיֵלִ֔יל
(ayelil)
ik jammer
וּלְמוֹאָ֥ב
(ulemoav)
en voor Moab
כֻּלֹּ֖ה
(kulo)
geheel
אֶזְעָ֑ק
(ezaq)
ik roep
אֶל
(el)
om
אַנְשֵׁ֥י
(anshei)
mannen van
קִֽיר
(qir)
Kir
חֶ֖רֶשׂ
(cheres)
Cheres
יֶהְגֶּֽה
(yehge)
zucht men
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Zie Kir-Cheres (Kir-Charaset, Kerak): Kir-Cheres is dezelfde stad als Kir-Charaset (Jesaja 16:7), meestal gelijkgesteld met Kerak, in Moab, ten oosten van de Zoutzee.

Uitleg

De spreker is niet aangegeven.

Wij lezen de profeet, zoals in Jes. 16:9 en 16:11; daarom staat het zwart.

קִיר חֶרֶשׂ (Qir Cheres), ‘Kir-Cheres’: zie Jes. 16:11.

יֶהְגֶּה (yehgeh), ‘zucht men’: het werkwoord kan ook ‘mompelen’ betekenen; zie Jes. 16:7.

32Meer dan het huilen van Jaëzer huil ik om jou, wijnstok van Sibma. Je scheuten trokken over de zee. Ze reikten tot de zee van Jaëzer. Over je zomerfruit en je wijnoogst is een verwoester gevallen.
מִבְּכִ֨י
(mibekhi)
meer dan het huilen van
יַעְזֵ֤ר
(yazer)
Jaëzer
אֶבְכֶּה
(evke)
ik huil
לָּךְ֙
(lakh)
om jou
הַגֶּ֣פֶן
(hagefen)
wijnstok
שִׂבְמָ֔ה
(sivma)
Sibma
נְטִֽישֹׁתַ֨יִךְ֙
(netishotayikh)
je scheuten
עָ֣בְרוּ
(averu)
zij trokken over
יָ֔ם
(yam)
zee
עַ֛ד
(ad)
tot
יָ֥ם
(yam)
zee van
יַעְזֵ֖ר
(yazer)
Jaëzer
נָגָ֑עוּ
(nagau)
zij reikten
עַל
(al)
over
קֵיצֵ֥ךְ
(qeitsekh)
je zomerfruit
וְעַל
(veal)
en over
בְּצִירֵ֖ךְ
(betsirekh)
je wijnoogst
שֹׁדֵ֥ד
(shoded)
verwoester
נָפָֽל
(nafal)
is gevallen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jaëzer: Jaëzer lag ten noorden van Chesbon, vermoedelijk in het gebied tussen Amman en As-Salt.

De precieze plaats is niet zeker.

Zie Sibma (ligging onzeker): Sibma lag in Moab, vlak bij Chesbon.

De precieze plaats is niet bekend.

Uitleg

Dit vers komt grotendeels overeen met Jes. 16:8–9.

Voor Jaëzer en Sibma: zie Jes. 16:8.

מִבְּכִי (mibbekhi), ‘meer dan het huilen van’: de voorzetsel min kan ‘meer dan’ of ‘van’ betekenen. In Jes. 16:9 staat ‘met het huilen van’.

נְטִישׁוֹתַיִךְ (netishotayikh), ‘je scheuten’: zie Jes. 16:8. De ‘zee’ is waarschijnlijk de Zoutzee.

שֹׁדֵד (shoded), ‘een verwoester’: in Jes. 16:9 staat op die plaats ‘jubelkreet’ (hedad).

33Vreugde en blijdschap worden weggenomen uit het boomgaardland en uit het land Moab. „Ik heb de wijn uit de perskuipen doen ophouden.” Niemand treedt de druiven meer met een jubelkreet. De jubelkreet is geen jubelkreet.
וְנֶאֶסְפָ֨ה
(veneesfa)
en wordt weggenomen
שִׂמְחָ֥ה
(simcha)
vreugde
וָגִ֛יל
(vagil)
en blijdschap
מִכַּרְמֶ֖ל
(mikarmel)
uit het boomgaardland
וּמֵאֶ֣רֶץ
(umeerets)
en uit het land van
מוֹאָ֑ב
(moav)
Moab
וְיַ֨יִן֙
(veyayin)
en wijn
מִיקָבִ֣ים
(miqavim)
uit de perskuipen
הִשְׁבַּ֔תִּי
(hishbati)
Ik heb doen ophouden
לֹֽא
(lo)
niet
יִדְרֹ֣ךְ
(yidrokh)
treedt men
הֵידָ֔ד
(heidad)
jubelkreet
הֵידָ֖ד
(heidad)
jubelkreet
לֹ֥א
(lo)
niet
הֵידָֽד
(heidad)
jubelkreet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

Dit vers komt grotendeels overeen met Jes. 16:10.

הַכַּרְמֶל (hakkarmel), ‘het boomgaardland’: zie Jes. 16:10.

Alleen ‘Ik heb de wijn uit de perskuipen doen ophouden’ staat rood, zoals ‘Ik heb de jubelkreet doen ophouden’ in Jes. 16:10. De rest van het vers is van de profeet.

הֵידָד (hedad), ‘jubelkreet’: zie Jes. 16:9.

34Van het geschreeuw van Chesbon tot Elale en tot Jahaz laten zij hun stem horen, van Zoar tot Choronajim en Eglat-Sjelisja. Want ook de wateren van Nimrim worden woestenijen.
מִזַּעֲקַ֨ת
(mizaaqat)
van het geschreeuw van
חֶשְׁבּ֜וֹן
(cheshbon)
Chesbon
עַד
(ad)
tot
אֶלְעָלֵ֗ה
(elale)
Elale
עַד
(ad)
tot
יַ֨הַץ֙
(yahats)
Jahaz
נָתְנ֣וּ
(natenu)
zij laten horen
קוֹלָ֔ם
(qolam)
hun stem
מִצֹּ֨עַר֙
(mitsoar)
van Zoar
עַד
(ad)
tot
חֹ֣רֹנַ֔יִם
(choronayim)
Choronajim
עֶגְלַ֖ת
(eglat)
Eglat
שְׁלִֽשִׁיָּ֑ה
(shelishiya)
Sjelisja
כִּ֚י
(ki)
want
גַּם
(gam)
ook
מֵ֣י
(mei)
wateren van
נִמְרִ֔ים
(nimrim)
Nimrim
לִמְשַׁמּ֖וֹת
(limshamot)
tot woestenijen
יִהְיֽוּ
(yihyu)
zullen worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Chesbon: Chesbon (Tel Hesban) ligt in het huidige Jordanië, ten zuidwesten van Amman.

Zie Elale: Elale (nu El-Al) lag ten noorden van Chesbon, in het huidige Jordanië.

Zie Jahaz: Jahaz lag op het plateau ten noorden van de Arnon.

De precieze plaats is niet zeker.

Zie Zoar: De ligging van Zoar is niet zeker; de plaats wordt ten zuidoosten van de Dode Zee gezocht.

Zie Choronajim (Moab; ligging onzeker): Choronajim was een stad in het zuiden van Moab.

De precieze plaats is niet bekend.

Zie Nimrim (Wadi en-Numeira?; ligging onzeker): De wateren van Nimrim worden meestal gezocht bij het Wadi en-Numeira, ten zuidoosten van de Zoutzee.

Dit is niet zeker.

Uitleg

Dit vers komt grotendeels overeen met Jes. 15:4–6.

Voor Chesbon, Elale, Jahaz, Zoar, Choronajim, Eglat-Sjelisja en Nimrim: zie Jes. 15:4–6.

עֶגְלַת שְׁלִשִׁיָּה (eglat shelishiyyah), ‘Eglat-Sjelisja’: zie Jes. 15:5.

35„Ik zal in Moab doen ophouden wie naar de hoogte opgaat en wie voor zijn goden offerrook laat opgaan, godsspraak van Yahweh.”
וְהִשְׁבַּתִּ֥י
(vehishbati)
en Ik zal doen ophouden
לְמוֹאָ֖ב
(lemoav)
in Moab
נְאֻם
(neum)
godsspraak van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
מַעֲלֶ֣ה
(maale)
wie opgaat
בָמָ֔ה
(bama)
naar de hoogte
וּמַקְטִ֖יר
(umaqtir)
en wie offerrook laat opgaan
לֵאלֹהָֽיו
(lelohav)
voor zijn goden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

מַעֲלֵה בָמָה (ma’aleh vamah), ‘wie naar de hoogte opgaat’: wie op een offerhoogte offert.

‘Hoogten’ (bamot) zijn plaatsen van afgodendienst.

נְאֻם יְהוָה (ne’um Yahweh): zie Jer. 1:8.

Daarom bruist mijn hart om Moab

36Daarom bruist mijn hart om Moab als fluiten, en mijn hart bruist om de mannen van Kir-Cheres als fluiten. Daarom is het overschot dat het heeft verworven, verloren.
עַל
(al)
daarom
כֵּ֞ן
(ken)
(zo)
לִבִּ֤י
(libi)
mijn hart
לְמוֹאָב֙
(lemoav)
om Moab
כַּחֲלִלִ֣ים
(kachalilim)
als fluiten
יֶהֱמֶ֔ה
(yeheme)
bruist
וְלִבִּי֙
(velibi)
en mijn hart
אֶל
(el)
om
אַנְשֵׁ֣י
(anshei)
mannen van
קִֽיר
(qir)
Kir
חֶ֔רֶשׂ
(cheres)
Cheres
כַּחֲלִילִ֖ים
(kachalilim)
als fluiten
יֶהֱמֶ֑ה
(yeheme)
bruist
עַל
(al)
daarom
כֵּ֛ן
(ken)
(zo)
יִתְרַ֥ת
(yitrat)
overschot van
עָשָׂ֖ה
(asa)
wat het heeft verworven
אָבָֽדוּ
(avadu)
is verloren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Zie Kir-Cheres (Kir-Charaset, Kerak): Kir-Cheres is dezelfde stad als Kir-Charaset (Jesaja 16:7), meestal gelijkgesteld met Kerak, in Moab, ten oosten van de Zoutzee.

Uitleg

Dit vers komt grotendeels overeen met Jes. 16:11 en 15:7.

יֶהֱמֶה (yehemeh), ‘bruist’: zie Jes. 16:11.

In Jes. 16:11 staat ‘lier’ (kinnor), hier ‘fluiten’ (chalilim): beide klinken als een klaagtoon.

יִתְרַת עָשָׂה (yitrat asah), ‘het overschot dat het heeft verworven’: zie Jes. 15:7.

De spreker is niet aangegeven. Wij lezen de profeet; daarom staat dit vers zwart.

37Want elk hoofd is kaal en elke baard is afgeschoren. Op alle handen zijn insnijdingen en om de heupen is een rouwkleed.
כִּ֤י
(ki)
want
כָל
(kal)
elk
רֹאשׁ֙
(rosh)
hoofd
קָרְחָ֔ה
(qarecha)
kaalheid
וְכָל
(vekhal)
en elke
זָקָ֖ן
(zaqan)
baard
גְּרֻעָ֑ה
(gerua)
is afgeschoren
עַ֤ל
(al)
op
כָּל
(kal)
alle
יָדַ֨יִם֙
(yadayim)
handen
גְּדֻדֹ֔ת
(gedudot)
insnijdingen
וְעַל
(veal)
en op
מָתְנַ֖יִם
(matenayim)
heupen
שָֽׂק
(saq)
rouwkleed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit vers komt grotendeels overeen met Jes. 15:2–3.

Kaal scheren, insnijdingen maken en een rouwkleed dragen zijn tekens van rouw; zie Jes. 15:2–3.

38Op alle daken van Moab en op zijn pleinen is alles rouwklacht. „Want Ik heb Moab gebroken als een vat waarin niemand behagen heeft, godsspraak van Yahweh.”
עַ֣ל
(al)
op
כָּל
(kal)
alle
גַּגּ֥וֹת
(gagot)
daken van
מוֹאָ֛ב
(moav)
Moab
וּבִרְחֹבֹתֶ֖יהָ
(uvirchovoteiha)
en op zijn pleinen
כֻּלֹּ֣ה
(kulo)
alles
מִסְפֵּ֑ד
(misped)
rouwklacht
כִּֽי
(ki)
want
שָׁבַ֣רְתִּי
(shavarti)
Ik heb gebroken
אֶת
(et)
(obj.)
מוֹאָ֗ב
(moav)
Moab
כִּכְלִ֛י
(kikhli)
als een vat
אֵֽין
(ein)
geen
חֵ֥פֶץ
(chefets)
behagen
בּ֖וֹ
(bo)
in hem
נְאֻם
(neum)
godsspraak van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

Dit vers komt grotendeels overeen met Jes. 15:3.

Vanaf ‘Want Ik heb Moab gebroken’ spreekt Yahweh zelf; daarom staat dit deel rood.

כִּכְלִי אֵין חֵפֶץ בּוֹ (kikhli ein chefets bo), ‘als een vat waarin niemand behagen heeft’: een weggegooid vat; zo ook Hos. 8:8.

39Hoe is het ontsteld! Jammert! Hoe heeft Moab de rug gekeerd, beschaamd! Moab wordt een voorwerp van spot en schrik voor allen om hem heen.
אֵ֥יךְ
(eikh)
hoe
חַ֨תָּה֙
(chata)
is ontsteld
הֵילִ֔ילוּ
(heililu)
jammert
אֵ֛יךְ
(eikh)
hoe
הִפְנָה
(hifna)
heeft gekeerd
עֹ֥רֶף
(oref)
de rug
מוֹאָ֖ב
(moav)
Moab
בּ֑וֹשׁ
(bosh)
beschaamd
וְהָיָ֥ה
(vehaya)
en wordt
מוֹאָ֛ב
(moav)
Moab
לִשְׂחֹ֥ק
(lischoq)
tot spot
וְלִמְחִתָּ֖ה
(velimchita)
en tot schrik
לְכָל
(lekhal)
voor allen
סְבִיבָֽיו
(sevivav)
rondom hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

הִפְנָה עֹרֶף (hifnah oref), ‘heeft de rug gekeerd’: letterlijk ‘heeft de nek gekeerd’.

Het is een beeld van vluchten of schaamte.

לִשְׂחֹק (lisechoq), ‘tot spot’: zie vers 26.

Als een arend over Moab

40Want zo zegt Yahweh: „Zie, als een arend duikt hij neer en hij spreidt zijn vleugels uit over Moab.
כִּי
(ki)
want
כֹה֙
(ko)
zo
אָמַ֣ר
(amar)
zegt
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
הִנֵּ֥ה
(hine)
zie
כַנֶּ֖שֶׁר
(kanesher)
als een arend
יִדְאֶ֑ה
(yide)
duikt hij neer
וּפָרַ֥שׂ
(ufaras)
en spreidt uit
כְּנָפָ֖יו
(kenafav)
zijn vleugels
אֶל
(el)
over
מוֹאָֽב
(moav)
Moab
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

נֶשֶׁר (nesher), ‘arend’: het woord kan ook ‘gier’ betekenen.

‘Hij’ is de vijand; het Hebreeuws noemt hem niet.

Vergelijk Jer. 49:22.

Vanaf hier spreekt Yahweh weer; daarom staat de rest van de toespraak rood, tot 47a.

41De steden worden ingenomen en de bergvesten worden bezet. Op die dag zal het hart van de helden van Moab zijn als het hart van een vrouw in barensnood.
נִלְכְּדָה֙
(nilkeda)
wordt ingenomen
הַקְּרִיּ֔וֹת
(haqeriyot)
de steden
וְהַמְּצָד֖וֹת
(vehametsadot)
en de bergvesten
נִתְפָּ֑שָׂה
(nitpasa)
worden bezet
וְֽ֠הָיָה
(vehaya)
en wordt
לֵ֞ב
(lev)
hart van
גִּבּוֹרֵ֤י
(giborei)
helden van
מוֹאָב֙
(moav)
Moab
בַּיּ֣וֹם
(bayom)
op dag
הַה֔וּא
(hahu)
die
כְּלֵ֖ב
(kelev)
als hart van
אִשָּׁ֥ה
(isha)
een vrouw
מְצֵרָֽה
(metsera)
in barensnood
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

הַקְּרִיּוֹת (haqqeriyyot), ‘de steden’: het kan ook de stad Kerijot zijn (vers 24).

מְצֵרָה (metserah), ‘in barensnood’: letterlijk ‘benauwd’. Dit vers komt grotendeels overeen met Jer. 49:22.

42Moab wordt vernietigd, het is geen volk meer, want het heeft zich groot gemaakt tegen Yahweh.
וְנִשְׁמַ֥ד
(venishmad)
en wordt vernietigd
מוֹאָ֖ב
(moav)
Moab
מֵעָ֑ם
(meam)
van volk
כִּ֥י
(ki)
want
עַל
(al)
tegen
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
הִגְדִּֽיל
(higdil)
heeft zich groot gemaakt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

הִגְדִּיל (higdil), ‘heeft zich groot gemaakt’: zie vers 26.

43Schrik, kuil en strik zijn over je, bewoner van Moab, godsspraak van Yahweh.
פַּ֥חַד
(pachad)
schrik
וָפַ֖חַת
(vafachat)
en kuil
וָפָ֑ח
(vafach)
en strik
עָלֶ֛יךָ
(aleikha)
over jou
יוֹשֵׁ֥ב
(yoshev)
bewoner van
מוֹאָ֖ב
(moav)
Moab
נְאֻם
(neum)
godsspraak van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

Dit vers komt grotendeels overeen met Jes. 24:17.

Hier staat ‘bewoner van Moab’ waar Jes. 24:17 ‘bewoner van de aarde’ heeft.

נְאֻם יְהוָה (ne’um Yahweh): zie Jer. 1:8.

44Wie vlucht voor de schrik, valt in de kuil. Wie uit de kuil omhoog komt, wordt gevangen in de strik. Want Ik breng over haar, over Moab, het jaar van hun straf, godsspraak van Yahweh.
הניס
(hnys)
wie vlucht
מִפְּנֵ֤י
(mipenei)
voor
הַפַּ֨חַד֙
(hapachad)
de schrik
יִפֹּ֣ל
(yipol)
valt
אֶל
(el)
in
הַפַּ֔חַת
(hapachat)
de kuil
וְהָֽעֹלֶה֙
(vehaole)
en wie omhoog komt
מִן
(min)
uit
הַפַּ֔חַת
(hapachat)
de kuil
יִלָּכֵ֖ד
(yilakhed)
wordt gevangen
בַּפָּ֑ח
(bapach)
in de strik
כִּֽי
(ki)
want
אָבִ֨יא
(avi)
Ik breng
אֵלֶ֧יהָ
(eleiha)
over haar
אֶל
(el)
over
מוֹאָ֛ב
(moav)
Moab
שְׁנַ֥ת
(shenat)
jaar van
פְּקֻדָּתָ֖ם
(pequdatam)
hun straf
נְאֻם
(neum)
godsspraak van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

Dit vers komt grotendeels overeen met Jes. 24:18.

In Jes. 24:18 staat ‘voor het geluid van de schrik’; hier ‘voor de schrik’.

פְּקֻדָּתָם (peqoddatam), ‘hun straf’: zie 46:21.

45In de schaduw van Chesbon blijven vluchtelingen zonder kracht staan. Want een vuur is uitgegaan uit Chesbon, een vlam uit het midden van Sichon. Het heeft de slapen van Moab verteerd, en de schedel van de zonen van het rumoer.
בְּצֵ֥ל
(betsel)
in de schaduw van
חֶשְׁבּ֛וֹן
(cheshbon)
Chesbon
עָמְד֖וּ
(amedu)
blijven staan
מִכֹּ֣חַ
(mikoach)
zonder kracht
נָסִ֑ים
(nasim)
vluchtelingen
כִּֽי
(ki)
want
אֵ֞שׁ
(esh)
vuur
יָצָ֣א
(yatsa)
is uitgegaan
מֵחֶשְׁבּ֗וֹן
(mecheshbon)
uit Chesbon
וְלֶֽהָבָה֙
(velehava)
en een vlam
מִבֵּ֣ין
(mibein)
uit het midden van
סִיח֔וֹן
(sichon)
Sichon
וַתֹּ֨אכַל֙
(vatokhal)
en het heeft verteerd
פְּאַ֣ת
(peat)
slapen van
מוֹאָ֔ב
(moav)
Moab
וְקָדְקֹ֖ד
(veqadeqod)
en de schedel van
בְּנֵ֥י
(benei)
zonen van
שָׁאֽוֹן
(shaon)
rumoer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Chesbon: Chesbon (Tel Hesban) ligt in het huidige Jordanië, ten zuidwesten van Amman.

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

Dit vers komt gedeeltelijk overeen met Num. 21:28 en Num. 24:17.

In Num. 21:28 staat ‘uit de stad van Sichon’; hier ‘uit het midden van Sichon’.

In Num. 24:17 staat ‘de slapen van Moab en alle zonen van Set’.

בְּנֵי שָׁאוֹן (bene sha’on), ‘de zonen van het rumoer’: een beeld voor het strijdlustige Moab. De betekenis is onzeker.

46Wee je, Moab! Verloren is het volk van Kemosj. Want men heeft je zonen als gevangenen genomen, en je dochters als gevangenen.
אוֹי
(oy)
wee
לְךָ֣
(lekha)
je
מוֹאָ֔ב
(moav)
Moab
אָבַ֖ד
(avad)
is verloren
עַם
(am)
volk van
כְּמ֑וֹשׁ
(kemosh)
Kemosj
כִּֽי
(ki)
want
לֻקְּח֤וּ
(luqechu)
hebben genomen
בָנֶ֨יךָ֙
(baneikha)
je zonen
בַּשֶּׁ֔בִי
(bashevi)
als gevangenen
וּבְנֹתֶ֖יךָ
(uvenoteikha)
en je dochters
בַּשִּׁבְיָֽה
(bashivya)
als gevangenen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

Dit vers komt gedeeltelijk overeen met Num. 21:29.

Hier staat ‘Verloren is het volk van Kemosj’ waar Num. 21:29 ‘Je bent verloren, volk van Kemosj’ heeft.

Het lot van Moab wordt gekeerd

47Maar Ik zal het lot van Moab keren in de laatste dagen, godsspraak van Yahweh.” Tot hier het oordeel over Moab.
וְשַׁבְתִּ֧י
(veshavti)
en Ik zal keren
שְׁבוּת
(shevut)
lot van
מוֹאָ֛ב
(moav)
Moab
בְּאַחֲרִ֥ית
(beacharit)
in de laatste
הַיָּמִ֖ים
(hayamim)
dagen
נְאֻם
(neum)
godsspraak van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
עַד
(ad)
tot
הֵ֖נָּה
(hena)
hier
מִשְׁפַּ֥ט
(mishpat)
oordeel over
מוֹאָֽב
(moav)
Moab
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

שׁוּב שְׁבוּת (shuv shevut), ‘het lot keren’: zoals Hos. 6:11, Amos 9:14 en Joël 4:1.

Het woord shevut kan ook ‘ballingschap’ betekenen.

אַחֲרִית הַיָּמִים (acharit hayamim), ‘de laatste dagen’: zoals Jes. 2:2.

עַד הֵנָּה מִשְׁפַּט מוֹאָב (ad hennah mishpat Mo’av), ‘Tot hier het oordeel over Moab’: dit is een opmerking van de schrijver aan het einde van het woord over Moab; daarom staat het zwart.