Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Rond het bergland Seïr
1Toen keerden wij om en braken op naar de woestijn, de weg naar de Rietzee, zoals Yahweh tot mij had gesproken. Wij trokken lange tijd rond het bergland Seïr.
וַנֵּ֜פֶן
(vanefen)
en wij keerden om
וַנִּסַּ֤ע
(vanisa)
en wij braken op
הַמִּדְבָּ֨רָה֙
(hamidbara)
naar de woestijn
דֶּ֣רֶךְ
(derekh)
de weg naar
יַם
(yam)
de zee van
ס֔וּף
(suf)
Suf
כַּאֲשֶׁ֛ר
(kaasher)
zoals
דִּבֶּ֥ר
(diber)
had gesproken
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֵלָ֑י
(elay)
tot mij
וַנָּ֥סָב
(vanasav)
en wij trokken rond
אֶת
(et)
(obj.)
הַר
(har)
het bergland van
שֵׂעִ֖יר
(seir)
Seïr
יָמִ֥ים
(yamim)
dagen
רַבִּֽים
(rabim)
vele
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Rietzee: De Rietzee (Hebreeuws: Yam Suf) wordt gezocht in het gebied van de Bittermeren en de Golf van Suez.
De precieze plaats van de doortocht is niet zeker.
Zie Seïr: Seïr (Edom) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.
Uitleg
Rietzee: zie Exod. 13:18.
De tocht omlaag langs de Rietzee is de omweg waartoe Israël na de opstand werd veroordeeld (Num. 14:25).
4Geef het volk dit bevel: Jullie trekken door het gebied van jullie broeders, de zonen van Ezau, die in Seïr wonen. Zij zullen bang voor jullie zijn, maar wees heel voorzichtig.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הָעָם֮
(haam)
het volk
צַ֣ו
(tsav)
geef bevel
לֵאמֹר֒
(lemor)
zeggende
אַתֶּ֣ם
(atem)
jullie
עֹֽבְרִ֗ים
(overim)
trekken door
בִּגְבוּל֙
(bigvul)
het gebied van
אֲחֵיכֶ֣ם
(acheikhem)
jullie broeders
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
עֵשָׂ֔ו
(esav)
Ezau
הַיֹּשְׁבִ֖ים
(hayoshevim)
die wonen
בְּשֵׂעִ֑יר
(beseir)
in Seïr
וְיִֽירְא֣וּ
(veyireu)
en zij zullen bang zijn
מִכֶּ֔ם
(mikem)
voor jullie
וְנִשְׁמַרְתֶּ֖ם
(venishmartem)
en wees voorzichtig
מְאֹֽד
(meod)
zeer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Seïr is het bergland ten oosten van de Araba, in het zuiden van het huidige Jordanië.
Daar woonden de nakomelingen van Ezau, ook Edom genoemd (Gen. 36:8).
Uitleg
Ezau is de broer van Jakob; daarom heten de Edomieten ‘jullie broeders’.
5Begin geen strijd met hen. Want Ik zal jullie niets van hun land geven, zelfs geen voetbreed. Want Ik heb het bergland Seïr aan Ezau als bezit gegeven.
אַל
(al)
niet
תִּתְגָּר֣וּ
(titgaru)
begin strijd
בָ֔ם
(bam)
met hen
כִּ֠י
(ki)
want
לֹֽא
(lo)
niet
אֶתֵּ֤ן
(eten)
zal Ik geven
לָכֶם֙
(lakhem)
aan jullie
מֵֽאַרְצָ֔ם
(meartsam)
van hun land
עַ֖ד
(ad)
tot
מִדְרַ֣ךְ
(midrakh)
de tred van
כַּף
(kaf)
de voetzool van
רָ֑גֶל
(ragel)
voet
כִּֽי
(ki)
want
יְרֻשָּׁ֣ה
(yerusha)
bezit
לְעֵשָׂ֔ו
(leesav)
aan Ezau
נָתַ֖תִּי
(natati)
Ik heb gegeven
אֶת
(et)
(obj.)
הַ֥ר
(har)
het bergland van
שֵׂעִֽיר
(seir)
Seïr
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Seïr: Seïr (Edom) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.
Uitleg
מִדְרַךְ כַּף־רָגֶל (midrakh kaf-regel), ‘voetbreed’: letterlijk ‘de tred van een voetzool’, dus zelfs zo weinig als een voet beslaat.
7Want Yahweh, jullie Elohim, heeft jullie gezegend in al het werk van jullie hand. Hij heeft jullie tocht door deze grote woestijn gekend. Veertig jaar al is Yahweh, jullie Elohim, met jullie. Jullie hebben aan niets gebrek gehad.
כִּי֩
(ki)
want
יְהוָ֨ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֜יךָ
(eloheikha)
je Elohim
בֵּֽרַכְךָ֗
(berakhkha)
heeft gezegend
בְּכֹל֙
(bekhol)
in al
מַעֲשֵׂ֣ה
(maase)
het werk van
יָדֶ֔ךָ
(yadekha)
je hand
יָדַ֣ע
(yada)
heeft gekend
לֶכְתְּךָ֔
(lekhtekha)
je gaan
אֶת
(et)
(obj.)
הַמִּדְבָּ֥ר
(hamidbar)
de woestijn
הַגָּדֹ֖ל
(hagadol)
grote
הַזֶּ֑ה
(haze)
deze
זֶ֣ה
(ze)
deze
אַרְבָּעִ֣ים
(arbaim)
veertig
שָׁנָ֗ה
(shana)
jaar
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֨יךָ֙
(eloheikha)
je Elohim
עִמָּ֔ךְ
(imakh)
met je
לֹ֥א
(lo)
niet
חָסַ֖רְתָּ
(chasarta)
heb je gemist
דָּבָֽר
(davar)
iets
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
Wij lezen dit vers als woorden van Mozes tot het volk, niet als woorden van Yahweh: ‘veertig jaar al’ klopt met het moment waarop Mozes spreekt, niet met het moment van de tocht rond Seïr.
8Wij trokken langs onze broeders, de zonen van Ezau, die in Seïr wonen, weg van de weg van de Araba, van Elat en van Ezjon-Geber. Wij keerden om en trokken over de weg van de woestijn van Moab.
וַֽנַּעֲבֹ֞ר
(vanaavor)
en wij trokken langs
מֵאֵ֧ת
(meet)
weg van
אַחֵ֣ינוּ
(acheinu)
onze broeders
בְנֵי
(benei)
de zonen van
עֵשָׂ֗ו
(esav)
Ezau
הַיֹּֽשְׁבִים֙
(hayoshevim)
die wonen
בְּשֵׂעִ֔יר
(beseir)
in Seïr
מִדֶּ֨רֶךְ֙
(miderekh)
weg van de weg van
הָֽעֲרָבָ֔ה
(haarava)
de Araba
מֵאֵילַ֖ת
(meeilat)
van Elat
וּמֵעֶצְיֹ֣ן
(umeetsyon)
en van Ezjon
גָּ֑בֶר
(gaver)
Geber
וַנֵּ֨פֶן֙
(vanefen)
en wij keerden om
וַֽנַּעֲבֹ֔ר
(vanaavor)
en wij trokken
דֶּ֖רֶךְ
(derekh)
de weg van
מִדְבַּ֥ר
(midbar)
de woestijn van
מוֹאָֽב
(moav)
Moab
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Elat ligt aan de noordpunt van de Golf van Akaba, bij het huidige Akaba (Jordanië) en Eilat (Israël).
Ezjon-Geber lag daar vlakbij; de juiste plek is niet bekend.
Zie Seïr: Seïr (Edom) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.
Zie Araba: De Araba is het diepe dal ten zuiden van de Dode Zee, tot aan de Golf van Akaba.
Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.
9Yahweh zei tegen mij: „Bedreig Moab niet en begin geen oorlog met hen. Want Ik zal je niets van zijn land als bezit geven. Want Ar heb Ik aan de zonen van Lot als bezit gegeven.”
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
אֵלַ֗י
(elay)
tot mij
אֶל
(el)
niet
תָּ֨צַר֙
(tatsar)
bedreig
אֶת
(et)
(obj.)
מוֹאָ֔ב
(moav)
Moab
וְאַל
(veal)
en niet
תִּתְגָּ֥ר
(titgar)
begin strijd
בָּ֖ם
(bam)
met hen
מִלְחָמָ֑ה
(milchama)
oorlog
כִּ֠י
(ki)
want
לֹֽא
(lo)
niet
אֶתֵּ֨ן
(eten)
zal Ik geven
לְךָ֤
(lekha)
aan jou
מֵֽאַרְצוֹ֙
(meartso)
van zijn land
יְרֻשָּׁ֔ה
(yerusha)
bezit
כִּ֣י
(ki)
want
לִבְנֵי
(livnei)
aan de zonen van
ל֔וֹט
(lot)
Lot
נָתַ֥תִּי
(natati)
Ik heb gegeven
אֶת
(et)
(obj.)
עָ֖ר
(ar)
Ar
יְרֻשָּֽׁה
(yerusha)
bezit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Ar is een stad of gebied in Moab, ten oosten van de Dode Zee; de juiste plek is onzeker (Num. 21:15, 28).
12In Seïr woonden vroeger de Chorieten. De zonen van Ezau namen hun land in bezit, vernietigden hen voor hun ogen en gingen in hun plaats wonen. Zo deed Israël met het land dat het in bezit kreeg, dat Yahweh hun gaf.
וּבְשֵׂעִ֞יר
(uveseir)
en in Seïr
יָשְׁב֣וּ
(yashevu)
woonden
הַחֹרִים֮
(hachorim)
de Chorieten
לְפָנִים֒
(lefanim)
vroeger
וּבְנֵ֧י
(uvenei)
en de zonen van
עֵשָׂ֣ו
(esav)
Ezau
יִֽירָשׁ֗וּם
(yirashum)
namen hen in bezit
וַיַּשְׁמִידוּם֙
(vayashmidum)
en vernietigden hen
מִפְּנֵיהֶ֔ם
(mipeneihem)
voor hun aangezicht
וַיֵּשְׁב֖וּ
(vayeshevu)
en gingen wonen
תַּחְתָּ֑ם
(tachtam)
in hun plaats
כַּאֲשֶׁ֧ר
(kaasher)
zoals
עָשָׂ֣ה
(asa)
deed
יִשְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
לְאֶ֨רֶץ֙
(leerets)
met het land van
יְרֻשָּׁת֔וֹ
(yerushato)
zijn bezit
אֲשֶׁר
(asher)
dat
נָתַ֥ן
(natan)
gaf
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
לָהֶֽם
(lahem)
aan hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Chorieten (חֹרִים, chorim): de oorspronkelijke bewoners van Seïr (Gen. 14:6; 36:20).
14De tijd dat wij liepen van Kades-Barnea tot wij de beek Zered overstaken, was 38 jaar. Toen was heel het geslacht van de krijgers uit het kamp verdwenen, zoals Yahweh hun gezworen had.
וְהַיָּמִ֞ים
(vehayamim)
en de dagen
אֲשֶׁר
(asher)
die
הָלַ֣כְנוּ
(halakhnu)
wij liepen
מִקָּדֵ֣שׁ
(miqadesh)
van Kades
בַּרְנֵ֗עַ
(barnea)
Barnea
עַ֤ד
(ad)
tot
אֲשֶׁר
(asher)
dat
עָבַ֨רְנוּ֙
(avarnu)
wij overstaken
אֶת
(et)
(obj.)
נַ֣חַל
(nachal)
de beek
זֶ֔רֶד
(zered)
Zered
שְׁלֹשִׁ֥ים
(sheloshim)
dertig
וּשְׁמֹנֶ֖ה
(ushemone)
en acht
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
עַד
(ad)
tot
תֹּ֨ם
(tom)
verdween
כָּל
(kal)
heel
הַדּ֜וֹר
(hador)
het geslacht
אַנְשֵׁ֤י
(anshei)
de krijgers van
הַמִּלְחָמָה֙
(hamilchama)
de oorlog
מִקֶּ֣רֶב
(miqerev)
uit het midden van
הַֽמַּחֲנֶ֔ה
(hamachane)
het kamp
כַּאֲשֶׁ֛ר
(kaasher)
zoals
נִשְׁבַּ֥ע
(nishba)
had gezworen
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
לָהֶֽם
(lahem)
aan hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Kades: Kades (Kades-Barnea) ligt in het noorden van de Sinaïwoestijn, ten zuiden van de Negev.
Zie Zered: De Zered is de beek die waarschijnlijk het Wadi al-Hasa is.
Zij stroomt naar het zuidoostelijke deel van de Dode Zee.
Uitleg
Van Kades-Barnea tot de Zered is 38 jaar.
Samen met de tijd daarvoor komt dat op ongeveer veertig jaar sinds de uittocht (vergelijk Num. 14:33–34).
19Je komt dicht bij de zonen van Ammon. Bedreig hen niet en begin geen strijd met hen. Want Ik zal je niets van het land van de zonen van Ammon als bezit geven. Want Ik heb het aan de zonen van Lot als bezit gegeven.”
וְקָרַבְתָּ֗
(veqaravta)
en je zult dichtbij komen
מ֚וּל
(mul)
tegenover
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
עַמּ֔וֹן
(amon)
Ammon
אַל
(al)
niet
תְּצֻרֵ֖ם
(tetsurem)
bedreig hen
וְאַל
(veal)
en niet
תִּתְגָּ֣ר
(titgar)
begin strijd
בָּ֑ם
(bam)
met hen
כִּ֣י
(ki)
want
לֹֽא
(lo)
niet
אֶ֠תֵּן
(eten)
zal Ik geven
מֵאֶ֨רֶץ
(meerets)
van het land van
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
עַמּ֤וֹן
(amon)
Ammon
לְךָ֙
(lekha)
aan jou
יְרֻשָּׁ֔ה
(yerusha)
bezit
כִּ֥י
(ki)
want
לִבְנֵי
(livnei)
aan de zonen van
ל֖וֹט
(lot)
Lot
נְתַתִּ֥יהָ
(netatiha)
Ik heb het gegeven
יְרֻשָּֽׁה
(yerusha)
bezit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Ammon: Ammon ligt ten oosten van de Jordaan, rond het huidige Amman in Jordanië.
21Het was een groot, talrijk en lang volk, zoals de Anakieten. Maar Yahweh vernietigde hen voor hun ogen. De Ammonieten namen hun land in bezit en gingen in hun plaats wonen,
עַ֣ם
(am)
een volk
גָּד֥וֹל
(gadol)
groot
וְרַ֛ב
(verav)
en talrijk
וָרָ֖ם
(varam)
en lang
כָּעֲנָקִ֑ים
(kaanaqim)
als de Anakieten
וַיַּשְׁמִידֵ֤ם
(vayashmidem)
en vernietigde hen
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
מִפְּנֵיהֶ֔ם
(mipeneihem)
voor hun aangezicht
וַיִּירָשֻׁ֖ם
(vayirashum)
en zij namen hen in bezit
וַיֵּשְׁב֥וּ
(vayeshevu)
en gingen wonen
תַחְתָּֽם
(tachtam)
in hun plaats
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Ammon: Ammon ligt ten oosten van de Jordaan, rond het huidige Amman in Jordanië.
22zoals Hij deed voor de zonen van Ezau die in Seïr wonen, toen Hij de Chorieten voor hun ogen vernietigde. Zij namen hun land in bezit en gingen in hun plaats wonen, tot op deze dag.
כַּאֲשֶׁ֤ר
(kaasher)
zoals
עָשָׂה֙
(asa)
deed
לִבְנֵ֣י
(livnei)
voor de zonen van
עֵשָׂ֔ו
(esav)
Ezau
הַיֹּשְׁבִ֖ים
(hayoshevim)
die wonen
בְּשֵׂעִ֑יר
(beseir)
in Seïr
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
toen
הִשְׁמִ֤יד
(hishmid)
Hij vernietigde
אֶת
(et)
(obj.)
הַחֹרִי֙
(hachori)
de Choriet
מִפְּנֵיהֶ֔ם
(mipeneihem)
voor hun aangezicht
וַיִּֽירָשֻׁם֙
(vayirashum)
en zij namen hen in bezit
וַיֵּשְׁב֣וּ
(vayeshevu)
en gingen wonen
תַחְתָּ֔ם
(tachtam)
in hun plaats
עַ֖ד
(ad)
tot
הַיּ֥וֹם
(hayom)
de dag
הַזֶּֽה
(haze)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Seïr: Seïr (Edom) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.
24„Sta op, breek op en steek de beek Arnon over. Zie, Ik heb Sichon, de koning van Chesbon, de Amoriet, en zijn land in je hand gegeven. Begin het in bezit te nemen en begin de strijd tegen hem.
ק֣וּמוּ
(qumu)
sta op
סְּע֗וּ
(seu)
breek op
וְעִבְרוּ֮
(veivru)
en steek over
אֶת
(et)
(obj.)
נַ֣חַל
(nachal)
de beek
אַרְנֹן֒
(arnon)
Arnon
רְאֵ֣ה
(ree)
zie
נָתַ֣תִּי
(natati)
Ik heb gegeven
בְ֠יָדְךָ
(beyadekha)
in je hand
אֶת
(et)
(obj.)
סִיחֹ֨ן
(sichon)
Sichon
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
חֶשְׁבּ֧וֹן
(cheshbon)
Chesbon
הָֽאֱמֹרִ֛י
(haemori)
de Amoriet
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
אַרְצ֖וֹ
(artso)
zijn land
הָחֵ֣ל
(hachel)
begin
רָ֑שׁ
(rash)
neem in bezit
וְהִתְגָּ֥ר
(vehitgar)
en begin strijd
בּ֖וֹ
(bo)
tegen hem
מִלְחָמָֽה
(milchama)
oorlog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
De beek Arnon is nu de Wadi Mujib in Jordanië; zij mondt uit in de Dode Zee en vormde de grens van Moab met de Amorieten.
25Vandaag begin Ik de schrik en de angst voor jou te leggen op de volken onder heel de hemel. Wanneer zij van je horen, zullen zij beven en sidderen voor je.”
הַיּ֣וֹם
(hayom)
de dag
הַזֶּ֗ה
(haze)
deze
אָחֵל֙
(achel)
begin Ik
תֵּ֤ת
(tet)
te leggen
פַּחְדְּךָ֙
(pachdekha)
je schrik
וְיִרְאָ֣תְךָ֔
(veyiratekha)
en je angst
עַל
(al)
op
פְּנֵי֙
(penei)
het aangezicht van
הָֽעַמִּ֔ים
(haamim)
de volken
תַּ֖חַת
(tachat)
onder
כָּל
(kal)
heel
הַשָּׁמָ֑יִם
(hashamayim)
de hemel
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
יִשְׁמְעוּן֙
(yishmeun)
zullen horen
שִׁמְעֲךָ֔
(shimakha)
je bericht
וְרָגְז֥וּ
(veragezu)
en zullen beven
וְחָל֖וּ
(vechalu)
en zullen sidderen
מִפָּנֶֽיךָ
(mipaneikha)
voor je
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
29zoals de zonen van Ezau, die in Seïr wonen, en de Moabieten, die in Ar wonen, voor mij hebben gedaan. Dat blijft zo, totdat ik de Jordaan oversteek naar het land dat Yahweh, onze Elohim, ons geeft.”
כַּאֲשֶׁ֨ר
(kaasher)
zoals
עָֽשׂוּ
(asu)
deden
לִ֜י
(li)
voor mij
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
עֵשָׂ֗ו
(esav)
Ezau
הַיֹּֽשְׁבִים֙
(hayoshevim)
die wonen
בְּשֵׂעִ֔יר
(beseir)
in Seïr
וְהַמּ֣וֹאָבִ֔ים
(vehamoavim)
en de Moabieten
הַיֹּשְׁבִ֖ים
(hayoshevim)
die wonen
בְּעָ֑ר
(bear)
in Ar
עַ֤ד
(ad)
tot
אֲשֶֽׁר
(asher)
dat
אֶֽעֱבֹר֙
(eevor)
ik overstek
אֶת
(et)
(obj.)
הַיַּרְדֵּ֔ן
(hayarden)
de Jordaan
אֶל
(el)
naar
הָאָ֕רֶץ
(haarets)
het land
אֲשֶׁר
(asher)
dat
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֖ינוּ
(eloheinu)
onze Elohim
נֹתֵ֥ן
(noten)
geeft
לָֽנוּ
(lanu)
aan ons
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Seïr: Seïr (Edom) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.
Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.
Uitleg
Volgens Num. 20:14–21 weigerde Edom Israël de doortocht; Israël ging om Edom heen (Num. 21:4).
Hier gaat het erom dat Edom en Moab Israël voedsel en water verkochten.
30Maar Sichon, de koning van Chesbon, wilde ons niet laten doortrekken. Want Yahweh, jullie Elohim, had zijn geest verhard en zijn hart koppig gemaakt, om hem in jullie hand te geven, zoals het vandaag is.
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
אָבָ֗ה
(ava)
wilde
סִיחֹן֙
(sichon)
Sichon
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
חֶשְׁבּ֔וֹן
(cheshbon)
Chesbon
הַעֲבִרֵ֖נוּ
(haavirenu)
ons laten doortrekken
בּ֑וֹ
(bo)
door hem
כִּֽי
(ki)
want
הִקְשָׁה֩
(hiqsha)
had verhard
יְהוָ֨ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֜יךָ
(eloheikha)
je Elohim
אֶת
(et)
(obj.)
רוּח֗וֹ
(rucho)
zijn geest
וְאִמֵּץ֙
(veimets)
en maakte koppig
אֶת
(et)
(obj.)
לְבָב֔וֹ
(levavo)
zijn hart
לְמַ֛עַן
(lemaan)
opdat
תִּתּ֥וֹ
(tito)
Hij hem zou geven
בְיָדְךָ֖
(beyadekha)
in je hand
כַּיּ֥וֹם
(kayom)
zoals de dag
הַזֶּֽה
(haze)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Chesbon: Chesbon (Tel Hesban) ligt in het huidige Jordanië, ten zuidwesten van Amman.
Uitleg
Het ‘verharden’ van Sichons geest en hart is hetzelfde woord als bij de farao: zie Exod. 7:3.
36Aroër ligt aan de oever van de beek Arnon. Van Aroër en van de stad in het dal tot aan Gilead was er geen stad die te sterk voor ons was. Yahweh, onze Elohim, gaf alles aan ons over.
מֵֽעֲרֹעֵ֡ר
(mearoer)
van Aroër
אֲשֶׁר֩
(asher)
dat
עַל
(al)
aan
שְׂפַת
(sefat)
de oever van
נַ֨חַל
(nachal)
de beek
אַרְנֹ֜ן
(arnon)
Arnon
וְהָעִ֨יר
(vehair)
en de stad
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
בַּנַּ֨חַל֙
(banachal)
in het dal
וְעַד
(vead)
en tot
הַגִּלְעָ֔ד
(hagilad)
Gilead
לֹ֤א
(lo)
niet
הָֽיְתָה֙
(hayeta)
was
קִרְיָ֔ה
(qirya)
stad
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
שָׂגְבָ֖ה
(sageva)
te hoog was
מִמֶּ֑נּוּ
(mimenu)
voor ons
אֶת
(et)
(obj.)
הַכֹּ֕ל
(hakol)
alles
נָתַ֛ן
(natan)
gaf
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֖ינוּ
(eloheinu)
onze Elohim
לְפָנֵֽינוּ
(lefaneinu)
voor ons uit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Aroër lag aan de noordrand van de kloof van de Arnon, bij het huidige Aroer, Jordanië.
Gilead is het bergland ten oosten van de Jordaan, ten noorden van de Arnon.
37Alleen het land van de zonen van Ammon hebben jullie niet genaderd: heel de oever van de beek Jabbok en de steden van het bergland. Dat was alles wat Yahweh, onze Elohim, had geboden.
רַ֛ק
(raq)
alleen
אֶל
(el)
naar
אֶ֥רֶץ
(erets)
het land van
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
עַמּ֖וֹן
(amon)
Ammon
לֹ֣א
(lo)
niet
קָרָ֑בְתָּ
(qaravta)
heb je genaderd
כָּל
(kal)
heel
יַ֞ד
(yad)
de zijde van
נַ֤חַל
(nachal)
de beek
יַבֹּק֙
(yaboq)
Jabbok
וְעָרֵ֣י
(vearei)
en de steden van
הָהָ֔ר
(hahar)
het bergland
וְכֹ֥ל
(vekhol)
en alles
אֲשֶׁר
(asher)
wat
צִוָּ֖ה
(tsiva)
had geboden
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵֽינוּ
(eloheinu)
onze Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)