Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Baësa bouwt Rama
1In het zesendertigste jaar van de regering van Asa trok Baësa, de koning van Israël, op tegen Juda. Hij bouwde Rama, zodat niemand meer kon uitgaan of binnengaan bij Asa, de koning van Juda.
בִּשְׁנַ֨ת
(bishnat)
in het jaar van
שְׁלֹשִׁ֤ים
(sheloshim)
dertig
וָשֵׁשׁ֙
(vashesh)
en zes
לְמַלְכ֣וּת
(lemalkhut)
van de regering van
אָסָ֔א
(asa)
Asa
עָלָ֞ה
(ala)
trok op
בַּעְשָׁ֤א
(basha)
Baësa
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
יִשְׂרָאֵל֙
(yisrael)
Israël
עַל
(al)
tegen
יְהוּדָ֔ה
(yehuda)
Juda
וַיִּ֖בֶן
(vayiven)
en bouwde
אֶת
(et)
(obj.)
הָרָמָ֑ה
(harama)
Rama
לְבִלְתִּ֗י
(levilti)
om niet
תֵּ֚ת
(tet)
toe te laten
יוֹצֵ֣א
(yotse)
een uitgaande
וָבָ֔א
(vava)
en een inkomende
לְאָסָ֖א
(leasa)
naar Asa
מֶ֥לֶךְ
(melekh)
koning van
יְהוּדָֽה
(yehuda)
Juda
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Rama (er-Ram): Rama (nu er-Ram; ook Ramataim-Zofim, de woonplaats van Samuël) lag ongeveer 8 km ten noorden van Jeruzalem, in Benjamin.
De ligging van Samuëls Rama is niet helemaal zeker.
In Jozua 19 zijn andere plaatsen met deze naam bedoeld, in het noorden.
Uitleg
Rama (nu er-Ram) lag ongeveer 8 km ten noorden van Jeruzalem, in Benjamin.
Wie Rama bouwde, kon het verkeer van en naar Juda afsluiten.
In 1 Kon. 15:33 begint Baësa in het derde jaar van Asa en regeert hij 24 jaar. Dat past niet bij een aanval in het 36e jaar van Asa. Wij vertalen zoals het hier staat en rekenen de jaren niet na.
2Asa haalde zilver en goud tevoorschijn uit de schatkamers van het huis van Yahweh en van het huis van de koning. Hij liet Ben-Hadad, de koning van Aram, die in Damascus woonde, zeggen:
וַיֹּצֵ֨א
(vayotse)
en haalde tevoorschijn
אָסָ֜א
(asa)
Asa
כֶּ֣סֶף
(kesef)
zilver
וְזָהָ֗ב
(vezahav)
en goud
מֵאֹֽצְר֛וֹת
(meotserot)
uit schatkamers van
בֵּ֥ית
(beit)
huis van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
וּבֵ֣ית
(uveit)
en huis van
הַמֶּ֑לֶךְ
(hamelekh)
de koning
וַיִּשְׁלַ֗ח
(vayishlach)
en zond
אֶל
(el)
naar
בֶּן
(ben)
Ben
הֲדַד֙
(hadad)
Hadad
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
אֲרָ֔ם
(aram)
Aram
הַיּוֹשֵׁ֥ב
(hayoshev)
die woonde
בְּדַרְמֶ֖שֶׂק
(bedarmeseq)
in Damascus
לֵאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Aram: Aram is het gebied van de Arameeërs, in het huidige Syrië.
Zie Damascus: Damascus ligt aan de voet van het Antilibanon, in het huidige Syrië.
Uitleg
Damascus ligt in het huidige Syrië.
Ben-Hadad was de koning van Aram; zie 1 Kon. 15:18.
Hier staat dat Asa zilver en goud uit de schatkamers van het huis van Yahweh en van het huis van de koning haalde. Zo staat het ook in 1 Kon. 15:18. Daar noemt de tekst ook de namen van de vader en de grootvader van Ben-Hadad; hier ontbreken die.
Het Hebreeuws zegt alleen ‘hij zond naar Ben-Hadad … zeggende’. Wij schrijven ‘hij liet … zeggen’.
3„Er is een verbond tussen mij en jou, tussen mijn vader en jouw vader. Zie, ik stuur je zilver en goud. Ga, verbreek je verbond met Baësa, de koning van Israël, zodat hij van mij wegtrekt.”
בְּרִית֙
(berit)
verbond
בֵּינִ֣י
(beini)
tussen mij
וּבֵינֶ֔ךָ
(uveinekha)
en tussen jou
וּבֵ֥ין
(uvein)
en tussen
אָבִ֖י
(avi)
mijn vader
וּבֵ֣ין
(uvein)
en tussen
אָבִ֑יךָ
(avikha)
jouw vader
הִנֵּ֨ה
(hine)
zie
שָׁלַ֤חְתִּֽי
(shalachti)
ik heb gestuurd
לְךָ֙
(lekha)
aan jou
כֶּ֣סֶף
(kesef)
zilver
וְזָהָ֔ב
(vezahav)
en goud
לֵ֞ךְ
(lekh)
ga
הָפֵ֣ר
(hafer)
verbreek
בְּרִֽיתְךָ֗
(beritekha)
jouw verbond
אֶת
(et)
met
בַּעְשָׁא֙
(basha)
Baësa
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
וְיַעֲלֶ֖ה
(veyaale)
zodat hij wegtrekt
מֵעָלָֽי
(mealay)
van mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het verbond tussen Asa en Ben-Hadad wordt gelijk aan een verbond tussen hun vaders genoemd.
4Ben-Hadad luisterde naar koning Asa. Hij stuurde de aanvoerders van zijn legers tegen de steden van Israël. Zij sloegen Ijjon, Dan, Abel-Majim en alle voorraadplaatsen van de steden van Naftali.
וַיִּשְׁמַ֨ע
(vayishma)
en hoorde
בֶּן
(ben)
Ben
הֲדַ֜ד
(hadad)
Hadad
אֶל
(el)
naar
הַמֶּ֣לֶךְ
(hamelekh)
de koning
אָסָ֗א
(asa)
Asa
וַ֠יִּשְׁלַח
(vayishlach)
en zond
אֶת
(et)
(obj.)
שָׂרֵ֨י
(sarei)
aanvoerders van
הַחֲיָלִ֤ים
(hachayalim)
de legers
אֲשֶׁר
(asher)
die
לוֹ֙
(lo)
van hem
אֶל
(el)
tegen
עָרֵ֣י
(arei)
steden van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
וַיַּכּוּ֙
(vayaku)
en zij sloegen
אֶת
(et)
(obj.)
עִיּ֣וֹן
(iyon)
Ijjon
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
דָּ֔ן
(dan)
Dan
וְאֵ֖ת
(veet)
en (obj.)
אָבֵ֣ל
(avel)
Abel
מָ֑יִם
(mayim)
Majim
וְאֵ֥ת
(veet)
en (obj.)
כָּֽל
(kal)
alle
מִסְכְּנ֖וֹת
(miskenot)
voorraadplaatsen van
עָרֵ֥י
(arei)
steden van
נַפְתָּלִֽי
(naftali)
Naftali
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Dan: Dan lag in het uiterste noorden van het land, bij een bron van de Jordaan (Tel Dan).
Zie Ijjon: Ijjon wordt gezocht bij Tel Dibbin (Marj Ayyun), ten noorden van Dan, in het zuiden van het huidige Libanon.
Zie Abel-Majim (Abel-Bet-Maächa): Abel-Bet-Maäka (Tell Abil el-Qamh) lag in het noorden, bij Metoella, niet ver van Dan.
Zie Naftali: Naftali is het stamgebied in het noorden van Galilea, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.
Uitleg
Ijjon ligt in het noorden, bij het huidige Marj Ayyun in Libanon.
Dan ligt bij Tel Dan, in het noorden van Israël.
Abel-Majim is dezelfde plaats als Abel-Bet-Maächa in 1 Kon. 15:20; de ligging is bij Tel Abil el-Qamh, in het noorden van Israël, bij de grens met Libanon (waarschijnlijk).
אָבֵל מַיִם (Abel-Majim): in 1 Kon. 15:20 heet de plaats Abel-Bet-Maächa. Wij schrijven in elk boek de vorm die er staat.
מִסְכְּנוֹת (miskenot), ‘voorraadplaatsen’: plaatsen waar voorraden werden bewaard. Hier staat ‘alle voorraadplaatsen van de steden van Naftali’. In 1 Kon. 15:20 staat ‘heel Kinneret samen met heel het land Naftali’. Wij vertalen beide teksten zoals zij zijn.
7In die tijd kwam Chanani, de ziener, naar Asa, de koning van Juda. Hij zei tegen hem: „Je hebt gesteund op de koning van Aram en niet op Yahweh, je Elohim. Daarom is het leger van de koning van Aram uit je hand ontkomen.
וּבָעֵ֣ת
(uvaet)
en in tijd
הַהִ֗יא
(hahi)
die
בָּ֚א
(ba)
kwam
חֲנָ֣נִי
(chanani)
Chanani
הָרֹאֶ֔ה
(haroe)
de ziener
אֶל
(el)
naar
אָסָ֖א
(asa)
Asa
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
יְהוּדָ֑ה
(yehuda)
Juda
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en zei
אֵלָ֗יו
(elav)
tot hem
בְּהִשָּׁ֨עֶנְךָ֜
(behishaenkha)
omdat je steunde
עַל
(al)
op
מֶ֤לֶךְ
(melekh)
koning van
אֲרָם֙
(aram)
Aram
וְלֹ֤א
(velo)
en niet
נִשְׁעַ֨נְתָּ֙
(nishanta)
je steunde
עַל
(al)
op
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֔יךָ
(eloheikha)
je Elohim
עַל
(al)
daarom
כֵּ֗ן
(ken)
zo
נִמְלַ֛ט
(nimlat)
is ontkomen
חֵ֥יל
(cheil)
leger van
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
אֲרָ֖ם
(aram)
Aram
מִיָּדֶֽךָ
(miyadekha)
uit je hand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Aram: Aram is het gebied van de Arameeërs, in het huidige Syrië.
Uitleg
חֲנָנִי (Chanani), ‘Chanani’: de ziener.
Zijn zoon Jehu is de profeet die Baësa bestrafte (1 Kon. 16:1).
Zie ook 2 Kron. 19:2.
הָרֹאֶה (haro'eh), ‘de ziener’: iemand die van Elohim ziet wat hij moet zeggen. Zie 1 Sam. 9:9.
עַל־כֵּן (al ken), ‘daarom’: het volgende is het gevolg van de keuze van Asa. Wij schrijven het letterlijk.
9Want de ogen van Yahweh gaan over heel de aarde rond, om Zich sterk te tonen voor wie met een volledig hart bij Hem zijn. Hierin heb je dwaas gehandeld. Want van nu af aan zul je oorlogen hebben.”
כִּ֣י
(ki)
want
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
עֵינָ֞יו
(einav)
Zijn ogen
מְשֹׁטְט֤וֹת
(meshotetot)
zwervend
בְּכָל
(bekhal)
over heel
הָאָ֨רֶץ֙
(haarets)
de aarde
לְ֠הִתְחַזֵּק
(lehitchazeq)
om Zich sterk te tonen
עִם
(im)
met
לְבָבָ֥ם
(levavam)
hun hart
שָׁלֵ֛ם
(shalem)
volledig
אֵלָ֖יו
(elav)
naar Hem
נִסְכַּ֣לְתָּ
(niskalta)
je hebt dwaas gehandeld
עַל
(al)
over
זֹ֑את
(zot)
dit
כִּ֣י
(ki)
want
מֵעַ֔תָּה
(meata)
van nu af
יֵ֥שׁ
(yesh)
is er
עִמְּךָ֖
(imekha)
met jou
מִלְחָמֽוֹת
(milchamot)
oorlogen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
עֵינֵי יְהוָה (einei Yahweh), ‘de ogen van Yahweh’: Yahweh ziet alles en grijpt in.
Zie ook Spr. 15:3.
נִסְכַּלְתָּ (niskalta), ‘je hebt dwaas gehandeld’: van een werkwoord dat ‘dwaas zijn’ betekent. Zo vertalen wij het ook in 1 Sam. 13:13.
De toespraak van Chanani begint in vers 7 en eindigt hier. Hij is een profeet; zijn woorden staan in zwart.
10Asa werd boos op de ziener. Hij zette hem in de gevangenis, het huis van de blokken, want hij was woedend op hem om dit. Op dat moment onderdrukte Asa sommigen van het volk.
וַיִּכְעַ֨ס
(vayikhas)
en werd boos
אָסָ֜א
(asa)
Asa
אֶל
(el)
op
הָרֹאֶ֗ה
(haroe)
de ziener
וַֽיִּתְּנֵ֨הוּ֙
(vayitenehu)
en gaf hem
בֵּ֣ית
(beit)
huis van
הַמַּהְפֶּ֔כֶת
(hamahpekhet)
de blokken
כִּֽי
(ki)
want
בְזַ֥עַף
(bezaaf)
in woede
עִמּ֖וֹ
(imo)
met hem
עַל
(al)
over
זֹ֑את
(zot)
dit
וַיְרַצֵּ֥ץ
(vayratsets)
en onderdrukte
אָסָ֛א
(asa)
Asa
מִן
(min)
van
הָעָ֖ם
(haam)
het volk
בָּעֵ֥ת
(baet)
in tijd
הַהִֽיא
(hahi)
die
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בֵּית הַמַּהְפֶּכֶת (beit hamahpechet), ‘huis van de blokken’: een gevangenis waar gevangenen worden vastgezet.
Het woord mahpechet komt ook voor in Jer. 20:2.
וַיְרַצֵּץ (vayeratsets), ‘onderdrukte’: hard optreden tegen mensen. De tekst zegt niet wie het waren.
11Zie, de geschiedenis van Asa, van begin tot einde, staat geschreven in het dagboek van de koningen van Juda en Israël.
וְהִנֵּה֙
(vehine)
en zie
דִּבְרֵ֣י
(divrei)
woorden van
אָסָ֔א
(asa)
Asa
הָרִאשׁוֹנִ֖ים
(harishonim)
de eerste
וְהָאַחֲרוֹנִ֑ים
(vehaacharonim)
en de laatste
הִנָּ֤ם
(hinam)
zie ze
כְּתוּבִים֙
(ketuvim)
geschreven
עַל
(al)
in
סֵ֣פֶר
(sefer)
boek van
הַמְּלָכִ֔ים
(hamelakhim)
de koningen
לִיהוּדָ֖ה
(lihuda)
van Juda
וְיִשְׂרָאֵֽל
(veyisrael)
en Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
סֵפֶר הַמְּלָכִים לִיהוּדָה וְיִשְׂרָאֵל (sefer hamelakhim liyhudah veyisra'el), ‘boek van de koningen van Juda en Israël’: wij vertalen ‘dagboek van de koningen van Juda en Israël’, zoals ook in 1 Kon. 15:23 (‘dagboek van de koningen van Juda’).
Letterlijk staat in Koningen ‘boek van de woorden van de dagen’ (דִּבְרֵי הַיָּמִים, divrei hayamim).
Hier staat de kortere vorm.
Wat voor werk dit precies is, zegt de tekst niet.
דִּבְרֵי (divrei), ‘geschiedenis’: letterlijk ‘woorden’ of ‘zaken’. Zo vertalen wij het ook in 1 Kon. 15:23.
12In het negenendertigste jaar van zijn regering werd Asa ziek aan zijn voeten. Zijn ziekte was uiterst ernstig. Ook in zijn ziekte zocht hij Yahweh niet, maar de artsen.
וַיֶּחֱלֶ֣א
(vayechele)
en werd ziek
אָסָ֡א
(asa)
Asa
בִּשְׁנַת֩
(bishnat)
in jaar van
שְׁלוֹשִׁ֨ים
(sheloshim)
dertig
וָתֵ֤שַׁע
(vatesha)
en negen
לְמַלְכוּתוֹ֙
(lemalkhuto)
van zijn regering
בְּרַגְלָ֔יו
(beraglav)
aan zijn voeten
עַד
(ad)
tot
לְמַ֖עְלָה
(lemala)
in het uiterste
חָלְי֑וֹ
(chaleyo)
zijn ziekte
וְגַם
(vegam)
en ook
בְּחָלְיוֹ֙
(bechaleyo)
in zijn ziekte
לֹא
(lo)
niet
דָרַ֣שׁ
(darash)
zocht hij
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
כִּ֖י
(ki)
maar
בָּרֹפְאִֽים
(barofeim)
bij de artsen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רֹפְאִים (rofe'im), ‘artsen’: mensen die genezen.
Zie ook Gen. 50:2.
לְמַעְלָה (lema'lah), ‘uiterst’: letterlijk ‘naar boven’. Zo vertalen wij het ook in 2 Kron. 17:12.
14Zij begroeven hem in zijn graf dat hij voor zichzelf had uitgehouwen in de stad van David. Zij legden hem op een rustbed dat vol was met specerijen en allerlei soorten geurmengsels, bereid volgens het werk van een zalfmaker. Voor hem verbrandden zij een zeer groot vuur.
וַיִּקְבְּרֻ֣הוּ
(vayiqberuhu)
en begroeven hem
בְקִבְרֹתָ֗יו
(beqivrotav)
in zijn graven
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
כָּֽרָה
(kara)
hij had uitgehouwen
לוֹ֮
(lo)
voor hem
בְּעִ֣יר
(beir)
in de stad van
דָּוִיד֒
(david)
David
וַיַּשְׁכִּיבֻ֗הוּ
(vayashkivuhu)
en legden hem neer
בַּמִּשְׁכָּב֙
(bamishkav)
op een rustbed
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
dat
מִלֵּא֙
(mile)
was gevuld
בְּשָׂמִ֣ים
(besamim)
met specerijen
וּזְנִ֔ים
(uzenim)
en soorten
מְרֻקָּחִ֖ים
(meruqachim)
mengsels
בְּמִרְקַ֣חַת
(bemirqachat)
in het bereiden
מַעֲשֶׂ֑ה
(maase)
werk van
וַיִּשְׂרְפוּ
(vayisrefu)
en zij verbrandden
ל֥וֹ
(lo)
voor hem
שְׂרֵפָ֖ה
(serefa)
een brandvuur
גְּדוֹלָ֥ה
(gedola)
groot
עַד
(ad)
tot
לִמְאֹֽד
(limod)
uitermate
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
קְבָרוֹת (qevarot), ‘graven’: het Hebreeuws heeft hier het meervoud; wij schrijven ‘graf’.
מִרְקָחִים (mirqachim), ‘geurmengsels’: samengestelde geurstoffen, zoals zalven of balsems. De zin zegt dat de mengsels door een zalfmaker bereid waren.
שְׂרֵפָה (serefah), ‘vuur’: letterlijk ‘een verbranding’. De tekst zegt niet wat er verbrand werd. Zie ook Jer. 34:5, waar voor een koning ‘verbrandingen’ worden gemaakt.