Elohim Bijbel

Jona 2

1234

Jona in de buik van de vis

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De grote vis

1Yahweh liet een grote vis komen om Jona in te slikken. Jona was drie dagen en drie nachten in de buik van de vis.
וַיְמַ֤ן
(vayman)
en liet komen
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
דָּ֣ג
(dag)
een vis
גָּד֔וֹל
(gadol)
grote
לִבְלֹ֖עַ
(livloa)
om in te slikken
אֶת
(et)
(obj.)
יוֹנָ֑ה
(yona)
Jona
וַיְהִ֤י
(vayhi)
en was
יוֹנָה֙
(yona)
Jona
בִּמְעֵ֣י
(bimei)
in de buik van
הַדָּ֔ג
(hadag)
de vis
שְׁלֹשָׁ֥ה
(shelosha)
drie
יָמִ֖ים
(yamim)
dagen
וּשְׁלֹשָׁ֥ה
(ushelosha)
en drie
לֵילֽוֹת
(leilot)
nachten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de Hebreeuwse telling begint hier hoofdstuk 2.

Nederlandse bijbels tellen dit vers als Jona 1:17; Hebr. 2:2–11 is dan NL 2:1–10.

וַיְמַן (vayman), ‘liet komen’: Yahweh wijst de vis aan, Hij zorgt dat de vis er is. Het werkwoord is manah, ‘aanwijzen, aanstellen’.

דָּג גָּדוֹל (dag gadol), ‘een grote vis’: het woord noemt geen soort vis. In vers 2 staat ‘de vis’ in een vrouwelijke vorm (הַדָּגָה, haddagah).

De drie dagen en drie nachten komen ook voor in Matt. 12:40.

Het gebed van Jona

2Jona bad tot Yahweh, zijn Elohim, uit de buik van de vis.
וַיִּתְפַּלֵּ֣ל
(vayitpalel)
en bad
יוֹנָ֔ה
(yona)
Jona
אֶל
(el)
tot
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהָ֑יו
(elohav)
zijn Elohim
מִמְּעֵ֖י
(mimeei)
uit de buik van
הַדָּגָֽה
(hadaga)
de vis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het gebed in vers 3–10 lijkt op de dankpsalmen: het spreekt over nood, golven, Sjeol en de kuil, en eindigt met een dankbelofte.

Jona spreekt alsof hij al gered is.

Vergelijk Ps. 42:8.

3Hij zei: „In mijn nood riep ik tot Yahweh, en Hij antwoordde mij. Uit de schoot van Sjeol riep ik om hulp. U hoorde mijn stem.
וַיֹּ֗אמֶר
(vayomer)
en hij zei
קָ֠רָאתִי
(qarati)
ik riep
מִצָּ֥רָה
(mitsara)
uit nood
לִ֛י
(li)
mijn
אֶל
(el)
tot
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
וַֽיַּעֲנֵ֑נִי
(vayaaneni)
en Hij antwoordde mij
מִבֶּ֧טֶן
(mibeten)
uit de schoot van
שְׁא֛וֹל
(sheol)
Sjeol
שִׁוַּ֖עְתִּי
(shivati)
riep ik om hulp
שָׁמַ֥עְתָּ
(shamata)
U hoorde
קוֹלִֽי
(qoli)
mijn stem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁאוֹל (sheol), ‘Sjeol’: het dodenrijk.

מִבֶּטֶן (beten), ‘buik, schoot’: het is alsof Jona uit de schoot van het dodenrijk om hulp roept.

In dit vers gaat Jona midden in de zin van ‘Hij’ (Yahweh) naar ‘U’ over. Wij laten dat zo staan.

4U wierp mij in de diepte, in het hart van de zeeën. De stroom omringde mij. Al Uw branding en Uw golven gingen over mij heen.
וַתַּשְׁלִיכֵ֤נִי
(vatashlikheni)
en U wierp mij
מְצוּלָה֙
(metsula)
in de diepte
בִּלְבַ֣ב
(bilvav)
in het hart van
יַמִּ֔ים
(yamim)
de zeeën
וְנָהָ֖ר
(venahar)
en de stroom
יְסֹבְבֵ֑נִי
(yesoveveni)
omringde mij
כָּל
(kal)
al
מִשְׁבָּרֶ֥יךָ
(mishbareikha)
Uw branding
וְגַלֶּ֖יךָ
(vegaleikha)
en Uw golven
עָלַ֥י
(alay)
over mij
עָבָֽרוּ
(avaru)
gingen heen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְצוּלָה (metsulah), ‘diepte’; מִשְׁבָּרֶיךָ (mishbareka), ‘Uw branding’, en וְגַלֶּיךָ (galleka), ‘Uw golven’: Jona ziet de golven als golven van Yahweh Zelf.

Dezelfde beelden staan in Ps. 42:8.

5Ik zei: ‘Ik ben verdreven uit Uw ogen. Toch zal ik weer kijken naar Uw heilige tempel.’
וַאֲנִ֣י
(vaani)
en ik
אָמַ֔רְתִּי
(amarti)
zei
נִגְרַ֖שְׁתִּי
(nigrashti)
ik ben verdreven
מִנֶּ֣גֶד
(mineged)
van voor
עֵינֶ֑יךָ
(eineikha)
Uw ogen
אַ֚ךְ
(akh)
toch
אוֹסִ֣יף
(osif)
zal ik opnieuw
לְהַבִּ֔יט
(lehabit)
kijken
אֶל
(el)
naar
הֵיכַ֖ל
(heikhal)
de tempel van
קָדְשֶֽׁךָ
(qadeshekha)
Uw heiligheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הֵיכַל קָדְשֶׁךָ (heikal qodshekha), ‘Uw heilige tempel’: dat kan de tempel in Jeruzalem zijn, maar ook Yahweh’s woning in de hemel.

6Water omsloot mij tot aan mijn ziel. De diepte omringde mij. Riet was om mijn hoofd gewikkeld.
אֲפָפ֤וּנִי
(afafuni)
omsloten mij
מַ֨יִם֙
(mayim)
wateren
עַד
(ad)
tot aan
נֶ֔פֶשׁ
(nefesh)
de ziel
תְּה֖וֹם
(tehom)
de diepte
יְסֹבְבֵ֑נִי
(yesoveveni)
omringde mij
ס֖וּף
(suf)
riet
חָב֥וּשׁ
(chavush)
was gewikkeld
לְרֹאשִֽׁי
(leroshi)
om mijn hoofd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het woord kan ook ‘keel’ of ‘leven’ betekenen.

‘Tot aan de ziel’ betekent dat het leven zelf bedreigd werd.

סוּף (suf), ‘riet’: planten die in of aan het water groeien. Sommigen denken aan zeewier. Dezelfde letters staan in ‘de Rietzee’ (Exod. 13:18).

7Ik daalde af tot de voet van de bergen. De aarde: haar grendels waren voor eeuwig om mij heen. Maar U haalde mijn leven op uit de kuil, Yahweh, mijn Elohim.
לְקִצְבֵ֤י
(leqitsvei)
bij de uiteinden van
הָרִים֙
(harim)
bergen
יָרַ֔דְתִּי
(yaradti)
daalde ik af
הָאָ֛רֶץ
(haarets)
de aarde
בְּרִחֶ֥יהָ
(bericheiha)
haar grendels
בַעֲדִ֖י
(baadi)
om mij heen
לְעוֹלָ֑ם
(leolam)
voor eeuwig
וַתַּ֧עַל
(vataal)
maar U haalde op
מִשַּׁ֛חַת
(mishachat)
uit de kuil
חַיַּ֖י
(chayay)
mijn leven
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהָֽי
(elohay)
mijn Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לְקִצְבֵי (qitsvei), ‘uiteinden’: wij vertalen ‘tot de voet van de bergen’, de plek waar de bergen op de zeebodem rusten.

בְּרִחֶיהָ (berichehah), ‘haar grendels’: de grendels van een poort. Het beeld is dat de aarde Jona als een gevangene opsluit.

מִשַּׁחַת (shachat), ‘kuil’: een beeld voor het dodenrijk of het graf.

8Toen mijn ziel in mij verzwakte, dacht ik aan Yahweh. Mijn gebed kwam tot U, in Uw heilige tempel.
בְּהִתְעַטֵּ֤ף
(behitatef)
toen verzwakte
עָלַי֙
(alay)
in mij
נַפְשִׁ֔י
(nafshi)
mijn ziel
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
זָכָ֑רְתִּי
(zakharti)
dacht ik
וַתָּב֤וֹא
(vatavo)
en kwam
אֵלֶ֨יךָ֙
(eleikha)
tot U
תְּפִלָּתִ֔י
(tefilati)
mijn gebed
אֶל
(el)
in
הֵיכַ֖ל
(heikhal)
de tempel van
קָדְשֶֽׁךָ
(qadeshekha)
Uw heiligheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Zij die vasthouden aan dampen van leegte, laten hun trouw varen.
מְשַׁמְּרִ֖ים
(meshamerim)
zij die vasthouden aan
הַבְלֵי
(havlei)
dampen van
שָׁ֑וְא
(shave)
leegte
חַסְדָּ֖ם
(chasdam)
hun trouw
יַעֲזֹֽבוּ
(yaazovu)
laten zij varen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַבְלֵי שָׁוְא (havlei shav), ‘dampen van leegte’: nietige, waardeloze dingen, vaak afgoden.

Het woord havel (‘damp’) staat ook in Prediker.

חַסְדָּם (chasdam), ‘hun trouw’: dat kan hun eigen trouw zijn, of de trouw die Yahweh hun geeft. Beide lezingen zijn mogelijk.

10Maar ik zal U met een stem van dankzegging slachtoffers brengen. Wat ik beloofd heb, zal ik nakomen. De redding is van Yahweh.”
וַאֲנִ֗י
(vaani)
maar ik
בְּק֤וֹל
(beqol)
met de stem van
תּוֹדָה֙
(toda)
dankzegging
אֶזְבְּחָה
(ezbecha)
zal ik slachtoffers brengen
לָּ֔ךְ
(lakh)
aan U
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
wat
נָדַ֖רְתִּי
(nadarti)
ik heb beloofd
אֲשַׁלֵּ֑מָה
(ashalema)
zal ik nakomen
יְשׁוּעָ֖תָה
(yeshuata)
redding
לַיהוָֽה
(laYahweh)
is van Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תּוֹדָה (todah), ‘dankzegging’: een dankoffer met een lofzang.

יְשׁוּעָתָה לַיהוָה (yeshuatah laYahweh), ‘de redding is van Yahweh’: redding komt van Yahweh alleen. Het woord ‘redding’ is verwant aan de naam Yeshua.

Jona op het droge

11Yahweh sprak tot de vis, en die braakte Jona uit op het droge.
וַיֹּ֥אמֶר
(vayomer)
en sprak
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
לַדָּ֑ג
(ladag)
tot de vis
וַיָּקֵ֥א
(vayaqe)
en die braakte uit
אֶת
(et)
(obj.)
יוֹנָ֖ה
(yona)
Jona
אֶל
(el)
op
הַיַּבָּשָֽׁה
(hayabasha)
het droge
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וַיָּקֵא (vayyaqe), ‘en die braakte uit’: Yahweh geeft het bevel en de vis gehoorzaamt.