Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De grote vis
1Yahweh liet een grote vis komen om Jona in te slikken. Jona was drie dagen en drie nachten in de buik van de vis.
וַיְמַ֤ן
(vayman)
en liet komen
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
דָּ֣ג
(dag)
een vis
גָּד֔וֹל
(gadol)
grote
לִבְלֹ֖עַ
(livloa)
om in te slikken
אֶת
(et)
(obj.)
יוֹנָ֑ה
(yona)
Jona
וַיְהִ֤י
(vayhi)
en was
יוֹנָה֙
(yona)
Jona
בִּמְעֵ֣י
(bimei)
in de buik van
הַדָּ֔ג
(hadag)
de vis
שְׁלֹשָׁ֥ה
(shelosha)
drie
יָמִ֖ים
(yamim)
dagen
וּשְׁלֹשָׁ֥ה
(ushelosha)
en drie
לֵילֽוֹת
(leilot)
nachten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
In de Hebreeuwse telling begint hier hoofdstuk 2.
Nederlandse bijbels tellen dit vers als Jona 1:17; Hebr. 2:2–11 is dan NL 2:1–10.
וַיְמַן (vayman), ‘liet komen’: Yahweh wijst de vis aan, Hij zorgt dat de vis er is. Het werkwoord is manah, ‘aanwijzen, aanstellen’.
דָּג גָּדוֹל (dag gadol), ‘een grote vis’: het woord noemt geen soort vis. In vers 2 staat ‘de vis’ in een vrouwelijke vorm (הַדָּגָה, haddagah).
De drie dagen en drie nachten komen ook voor in Matt. 12:40.
4U wierp mij in de diepte, in het hart van de zeeën. De stroom omringde mij. Al Uw branding en Uw golven gingen over mij heen.
וַתַּשְׁלִיכֵ֤נִי
(vatashlikheni)
en U wierp mij
מְצוּלָה֙
(metsula)
in de diepte
בִּלְבַ֣ב
(bilvav)
in het hart van
יַמִּ֔ים
(yamim)
de zeeën
וְנָהָ֖ר
(venahar)
en de stroom
יְסֹבְבֵ֑נִי
(yesoveveni)
omringde mij
כָּל
(kal)
al
מִשְׁבָּרֶ֥יךָ
(mishbareikha)
Uw branding
וְגַלֶּ֖יךָ
(vegaleikha)
en Uw golven
עָלַ֥י
(alay)
over mij
עָבָֽרוּ
(avaru)
gingen heen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מְצוּלָה (metsulah), ‘diepte’; מִשְׁבָּרֶיךָ (mishbareka), ‘Uw branding’, en וְגַלֶּיךָ (galleka), ‘Uw golven’: Jona ziet de golven als golven van Yahweh Zelf.
7Ik daalde af tot de voet van de bergen. De aarde: haar grendels waren voor eeuwig om mij heen. Maar U haalde mijn leven op uit de kuil, Yahweh, mijn Elohim.
לְקִצְבֵ֤י
(leqitsvei)
bij de uiteinden van
הָרִים֙
(harim)
bergen
יָרַ֔דְתִּי
(yaradti)
daalde ik af
הָאָ֛רֶץ
(haarets)
de aarde
בְּרִחֶ֥יהָ
(bericheiha)
haar grendels
בַעֲדִ֖י
(baadi)
om mij heen
לְעוֹלָ֑ם
(leolam)
voor eeuwig
וַתַּ֧עַל
(vataal)
maar U haalde op
מִשַּׁ֛חַת
(mishachat)
uit de kuil
חַיַּ֖י
(chayay)
mijn leven
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהָֽי
(elohay)
mijn Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
לְקִצְבֵי (qitsvei), ‘uiteinden’: wij vertalen ‘tot de voet van de bergen’, de plek waar de bergen op de zeebodem rusten.
בְּרִחֶיהָ (berichehah), ‘haar grendels’: de grendels van een poort. Het beeld is dat de aarde Jona als een gevangene opsluit.
מִשַּׁחַת (shachat), ‘kuil’: een beeld voor het dodenrijk of het graf.
10Maar ik zal U met een stem van dankzegging slachtoffers brengen. Wat ik beloofd heb, zal ik nakomen. De redding is van Yahweh.”
וַאֲנִ֗י
(vaani)
maar ik
בְּק֤וֹל
(beqol)
met de stem van
תּוֹדָה֙
(toda)
dankzegging
אֶזְבְּחָה
(ezbecha)
zal ik slachtoffers brengen
לָּ֔ךְ
(lakh)
aan U
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
wat
נָדַ֖רְתִּי
(nadarti)
ik heb beloofd
אֲשַׁלֵּ֑מָה
(ashalema)
zal ik nakomen
יְשׁוּעָ֖תָה
(yeshuata)
redding
לַיהוָֽה
(laYahweh)
is van Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
תּוֹדָה (todah), ‘dankzegging’: een dankoffer met een lofzang.
יְשׁוּעָתָה לַיהוָה (yeshuatah laYahweh), ‘de redding is van Yahweh’: redding komt van Yahweh alleen. Het woord ‘redding’ is verwant aan de naam Yeshua.