Elohim Bijbel

Romeinen 9

12345678910111213141516

Het verdriet om Israël, Elohims keuze en de steen van aanstoot

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Paulus' verdriet om zijn volk

1Ik zeg de waarheid in de Messias. Ik lieg niet. Mijn geweten getuigt met mij mee in de Heilige Geest:
Ἀλήθειαν
(Aletheian)
waarheid
λέγω
(lego)
zeg ik
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
οὐ
(ou)
niet
ψεύδομαι
(pseudomai)
lieg ik
συμμαρτυρούσης
(symmartyrouses)
meegetuigend
μοι
(moi)
met mij
τῆς
(tes)
het
συνειδήσεώς
(syneideseos)
geweten
μου
(mou)
mijn
ἐν
(en)
in
πνεύματι
(pneumati)
Geest
ἁγίῳ
(hagio)
heilige
Bron: SBLGNT
Uitleg

συμμαρτυρέω (symmartyreo), ‘meegetuigen’: zijn geweten getuigt met hem mee. συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’: het innerlijke besef van goed en kwaad.

‘In de Messias’ (ἐν Χριστῷ, en Christo) is een vaste formule van Paulus: hij spreekt als iemand die bij de Messias hoort.

‘In de Heilige Geest’ hoort bij ‘getuigt’.

Hoofdstuk 9 begint een nieuw onderdeel van de brief, na 8:39.

Zie ook Rom. 8:39.

Zie ookRom 8:39
2dat ik grote droefheid heb en een onophoudelijke pijn in mijn hart.
ὅτι
(hoti)
dat
λύπη
(lype)
droefheid
μοί
(moi)
voor mij
ἐστιν
(estin)
is
μεγάλη
(megale)
groot
καὶ
(kai)
en
ἀδιάλειπτος
(adialeiptos)
onophoudelijke
ὀδύνη
(odyne)
pijn
τῇ
(te)
in het
καρδίᾳ
(kardia)
hart
μου
(mou)
mijn
Bron: SBLGNT
3Want ik wenste zelf vervloekt te zijn, weg van de Messias, voor mijn broers, mijn verwanten naar het vlees.
ηὐχόμην
(eychomen)
wenste ik
γὰρ
(gar)
want
ἀνάθεμα
(anathema)
vervloekt
εἶναι
(einai)
te zijn
αὐτὸς
(autos)
zelf
ἐγὼ
(ego)
ik
ἀπὸ
(apo)
weg van
τοῦ
(tou)
de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
ὑπὲρ
(hyper)
voor
τῶν
(ton)
de
ἀδελφῶν
(adelphon)
broers
μου
(mou)
mijn
τῶν
(ton)
de
συγγενῶν
(syngenon)
verwanten
μου
(mou)
mijn
κατὰ
(kata)
naar
σάρκα
(sarka)
vlees
Bron: SBLGNT
Uitleg

ηὐχόμην (euchomen), ‘ik wenste’: de Griekse onvoltooid verleden tijd kan ook ‘ik zou kunnen wensen’ of ‘ik was bezig te wensen’ betekenen. ἀνάθεμα (anathema), ‘vervloekt’: aan de ban gewijd, zoals in Gal. 1:8–9.

‘Weg van de Messias’ (ἀπὸ τοῦ Χριστοῦ): van Hem gescheiden. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook zusters; hier zijn het Paulus’ volksgenoten, ‘mijn verwanten naar het vlees’. σάρξ (sarx), ‘vlees’: hier de afstamming.

Vergelijk de bede van Mozes in Exod. 32:32.

Zie ook Gal. 1:8; Exod. 32:32.

4Zij zijn Israëlieten. Van hen zijn de aanneming als zoon, de heerlijkheid, de verbonden, de wetgeving, de eredienst en de beloften;
οἵτινές
(hoitines)
zij die
εἰσιν
(eisin)
zijn
Ἰσραηλῖται
(Israelitai)
Israëlieten
ὧν
(hon)
van wie
ἡ
(he)
de
υἱοθεσία
(huiothesia)
aanneming als zoon
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
δόξα
(doxa)
heerlijkheid
καὶ
(kai)
en
αἱ
(hai)
de
διαθῆκαι
(diathekai)
verbonden
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
νομοθεσία
(nomothesia)
wetgeving
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
λατρεία
(latreia)
eredienst
καὶ
(kai)
en
αἱ
(hai)
de
ἐπαγγελίαι
(epangeliai)
beloften
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἰσραηλῖται (Israelitai), ‘Israëlieten’: nakomelingen van Jakob, die Israël heet. υἱοθεσία (huiothesia), ‘aanneming als zoon’: Israël wordt in Exod. 4:22 en Hos. 11:1 de zoon van Yahweh genoemd. δόξα (doxa), ‘heerlijkheid’. διαθῆκαι (diathekai), ‘verbonden’: in het meervoud. νομοθεσία (nomothesia), ‘wetgeving’: het geven van de wet. λατρεία (latreia), ‘eredienst’: de dienst aan Elohim. ἐπαγγελίαι (epangeliai), ‘beloften’.

Zie ook Exod. 4:22; Hos. 11:1.

5van hen zijn de vaders, en uit hen komt de Messias, wat het vlees betreft, die boven alles is, Elohim, geprezen tot in eeuwigheid. Amen.
ὧν
(hon)
van wie
οἱ
(hoi)
de
πατέρες
(pateres)
vaders
καὶ
(kai)
en
ἐξ
(ex)
uit
ὧν
(hon)
wie
ὁ
(ho)
de
χριστὸς
(christos)
Messias
τὸ
(to)
wat
κατὰ
(kata)
naar
σάρκα
(sarka)
vlees
ὁ
(ho)
die
ὢν
(on)
is
ἐπὶ
(epi)
boven
πάντων
(panton)
alles
θεὸς
(theos)
Elohim
εὐλογητὸς
(eulogetos)
geprezen
εἰς
(eis)
tot in
τοὺς
(tous)
de
αἰῶνας
(aionas)
eeuwigheid
ἀμήν
(amen)
amen
Bron: SBLGNT
Uitleg

De zinsbouw van dit vers is omstreden.

De SBLGNT zet komma’s na ‘vlees’ en na ‘alles’ en een punt na ‘eeuwigheid’.

Daardoor hoort alles bij de Messias: ‘die boven alles is, Elohim, geprezen tot in eeuwigheid’.

Wij volgen die interpunctie.

Het Grieks laat ook een andere lezing toe, met een punt na ‘vlees’: dan begint een aparte lofprijs, ‘Hij die boven alles is, Elohim, zij geprezen tot in eeuwigheid’.

Het Grieks heeft geen werkwoord bij εὐλογητός (eulogetos), ‘geprezen’. τὸ κατὰ σάρκα (to kata sarka), ‘wat het vlees betreft’: wat zijn menselijke afkomst aangaat. ὁ χριστός (ho christos), ‘de Messias’.

Zie ook Rom. 1:3–4; Filip. 3:5.

Niet allen uit Israël zijn Israël

6Het is niet zo dat het woord van Elohim vervallen is. Want niet allen die uit Israël zijn, zijn Israël;
Οὐχ
(Ouch)
niet
οἷον
(hoion)
zoals
δὲ
(de)
maar
ὅτι
(hoti)
dat
ἐκπέπτωκεν
(ekpeptoken)
is vervallen
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
οὐ
(ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
πάντες
(pantes)
allen
οἱ
(hoi)
die
ἐξ
(ex)
uit
Ἰσραήλ
(Israel)
Israël
οὗτοι
(houtoi)
dezen
Ἰσραήλ
(Israel)
Israël
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκπίπτω (ekpipto), ‘vervallen’: ook ‘uitvallen, mislukken’.

Het woord Ἰσραήλ (Israel) staat in dit vers tweemaal: Paulus onderscheidt binnen het volk dat uit Jakob (Israël) voortkomt.

7en ook niet: omdat zij zaad van Abraham zijn, zijn allen kinderen. Maar: „In Isaak zal jouw zaad genoemd worden.”
οὐδ’
(oud’)
en niet
ὅτι
(hoti)
dat
εἰσὶν
(eisin)
zijn
σπέρμα
(sperma)
zaad
Ἀβραάμ
(Abraam)
van Abraham
πάντες
(pantes)
allen
τέκνα
(tekna)
kinderen
ἀλλ’
(all’)
maar
Ἐν
(En)
in
Ἰσαὰκ
(Isaak)
Isaak
κληθήσεταί
(klethesetai)
zal genoemd worden
σοι
(soi)
voor jou
σπέρμα
(sperma)
zaad
Bron: SBLGNT
Uitleg

Citaat uit Gen. 21:12.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Door Isaak zal jouw nageslacht genoemd worden’; de Griekse tekst is hetzelfde in betekenis. σπέρμα (sperma), ‘zaad’: Hebreeuws זֶרַע (zera), ‘zaad, nageslacht’; wij houden ‘zaad’ zoals in Gal. 3:16. τέκνα (tekna), ‘kinderen’.

Zie ook Gen. 21:12; Gal. 3:16.

8Dat wil zeggen: niet de kinderen van het vlees, dezen zijn kinderen van Elohim, maar de kinderen van de belofte worden als zaad gerekend.
τοῦτ’
(tout’)
dit
ἔστιν
(estin)
is
οὐ
(ou)
niet
τὰ
(ta)
de
τέκνα
(tekna)
kinderen
τῆς
(tes)
van het
σαρκὸς
(sarkos)
vlees
ταῦτα
(tauta)
dezen
τέκνα
(tekna)
kinderen
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἀλλὰ
(alla)
maar
τὰ
(ta)
de
τέκνα
(tekna)
kinderen
τῆς
(tes)
van de
ἐπαγγελίας
(epangelias)
belofte
λογίζεται
(logizetai)
worden gerekend
εἰς
(eis)
tot
σπέρμα
(sperma)
zaad
Bron: SBLGNT
Uitleg

λογίζομαι (logizomai), ‘rekenen, tellen’: hetzelfde woord als ‘toerekenen’ in Gen. 15:6.

‘Kinderen van de belofte’ komt ook voor in Gal. 4:28.

Zie ook Gal. 4:28.

9Want dit is een woord van belofte: „Rond deze tijd zal Ik komen, en Sarah zal een zoon hebben.”
ἐπαγγελίας
(epangelias)
van belofte
γὰρ
(gar)
want
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
οὗτος
(houtos)
dit
Κατὰ
(Kata)
naar
τὸν
(ton)
de
καιρὸν
(kairon)
tijd
τοῦτον
(touton)
deze
ἐλεύσομαι
(eleusomai)
zal Ik komen
καὶ
(kai)
en
ἔσται
(estai)
zal zijn
τῇ
(te)
aan
Σάρρᾳ
(Sarra)
Sarah
υἱός
(huios)
een zoon
Bron: SBLGNT
Uitleg

Naar Gen. 18:10 en 18:14.

Ons Hebreeuws heeft in 18:10: ‘Ik kom zeker bij je terug, wanneer de tijd van het leven aanbreekt, en dan heeft Sarah, je vrouw, een zoon’; 18:14 heeft: ‘Op de vastgestelde tijd kom Ik bij je terug’.

Paulus voegt beide samen.

In Genesis spreekt Yahweh zelf in de eerste persoon (Ik); daarom staat het citaat rood.

Zie ook Gen. 18:10; Gen. 18:14.

10En niet alleen dat, maar ook Rebekka, die zwanger was van één man, van Isaak, onze vader:
οὐ
(ou)
niet
μόνον
(monon)
alleen
δέ
(de)
maar
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
Ῥεβέκκα
(Rhebekka)
Rebekka
ἐξ
(ex)
uit
ἑνὸς
(henos)
één
κοίτην
(koiten)
bed
ἔχουσα
(echousa)
hebbend
Ἰσαὰκ
(Isaak)
Isaak
τοῦ
(tou)
de
πατρὸς
(patros)
vader
ἡμῶν
(hemon)
onze
Bron: SBLGNT
Uitleg

κοίτη (koite), ‘bed’: κοίτην ἔχειν (koiten echein), letterlijk ‘een bed hebben’, betekent hier zwanger worden.

Beide kinderen, Jakob en Ezau, hebben dezelfde vader en dezelfde moeder.

Zie ook Gen. 25:21–26.

11want toen zij nog niet geboren waren en niets goeds of slechts hadden gedaan, opdat het voornemen van Elohim naar de uitverkiezing zou blijven,
μήπω
(mepo)
nog niet
γὰρ
(gar)
want
γεννηθέντων
(gennethenton)
geboren zijnde
μηδὲ
(mede)
noch
πραξάντων
(praxanton)
gedaan hebbend
τι
(ti)
iets
ἀγαθὸν
(agathon)
goeds
ἢ
(e)
of
φαῦλον
(phaulon)
slechts
ἵνα
(hina)
opdat
ἡ
(he)
het
κατ’
(kat’)
naar
ἐκλογὴν
(eklogen)
uitverkiezing
πρόθεσις
(prothesis)
voornemen
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
μένῃ
(mene)
zou blijven
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκλογή (ekloge), ‘uitverkiezing’: het uitkiezen. πρόθεσις (prothesis), ‘voornemen’: letterlijk ‘wat vooraf wordt neergelegd’, het plan.

De zin loopt door in vers 12.

Zie ookRom 9:12
12niet uit werken, maar uit Hem die roept, werd tegen haar gezegd: „De grotere zal de kleinere dienen.”
οὐκ
(ouk)
niet
ἐξ
(ex)
uit
ἔργων
(ergon)
werken
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
hem die
καλοῦντος
(kalountos)
roept
ἐρρέθη
(errethe)
werd gezegd
αὐτῇ
(aute)
tegen haar
ὅτι
(hoti)
dat
Ὁ
(Ho)
de
μείζων
(meizon)
grotere
δουλεύσει
(douleusei)
zal dienen
τῷ
(to)
aan de
ἐλάσσονι
(elassoni)
kleinere
Bron: SBLGNT
Uitleg

Citaat uit Gen. 25:23.

Ons Hebreeuws heeft רַב (rav), ‘groot’, en צָעִיר (tsa’ir), ‘klein’; ons Genesis vertaalt dat met ‘de oudste’ en ‘de jongste’.

De Griekse tekst heeft μείζων (meizon), ‘groter’, en ἐλάσσων (elasson), ‘kleiner’; wij houden de Griekse woorden. τοῦ καλοῦντος (tou kalountos), ‘van Hem die roept’: de roeping door Elohim.

Zie ook Gen. 25:23.

Zie ookGen 25:23
13Zoals geschreven staat: „Jakob heb Ik liefgehad, maar Ezau heb Ik gehaat.”
καθὼς
(kathos)
zoals
γέγραπται
(gegraptai)
geschreven staat
Τὸν
(Ton)
de
Ἰακὼβ
(Iakob)
Jakob
ἠγάπησα
(egapesa)
heb Ik liefgehad
τὸν
(ton)
de
δὲ
(de)
maar
Ἠσαῦ
(Esau)
Ezau
ἐμίσησα
(emisesa)
heb Ik gehaat
Bron: SBLGNT
Uitleg

Citaat uit Mal. 1:2–3, waar Yahweh in de eerste persoon spreekt; daarom staat het rood. μισέω (miseo), ‘haten’: in de Bijbel staat dit woord ook tegenover ‘meer liefhebben’.

In Gen. 29:30–31 staat ‘hij hield meer van Rachel dan van Lea’ en ‘Lea was niet bemind’ (Hebreeuws שְׂנוּאָה, senu’a, ‘gehaat’); vergelijk Luc. 14:26.

In Maleachi volgt op ‘gehaat’ dat Ezau’s bergen woestenij zijn gemaakt; Jakob en Ezau staan daar ook voor hun nakomelingen.

Zie ook Mal. 1:2–3; Gen. 29:30–31; Luc. 14:26.

Is er onrecht bij Elohim?

14Wat zullen wij dan zeggen? Is er onrecht bij Elohim? Dat nooit!
Τί
(Ti)
wat
οὖν
(oun)
dan
ἐροῦμεν
(eroumen)
zullen wij zeggen
μὴ
(me)
niet soms
ἀδικία
(adikia)
onrecht
παρὰ
(para)
bij
τῷ
(to)
de
θεῷ
(theo)
Elohim
μὴ
(me)
niet
γένοιτο
(genoito)
moge het zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

μὴ γένοιτο (me genoito): ‘Dat nooit!’, zoals in Gal. 3:21. ἀδικία (adikia), ‘onrecht’.

Zie ook Gal. 3:21.

Zie ookGal 3:21
15Want tegen Mozes zegt Hij: „Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontferm, en Ik zal medelijden hebben met wie Ik medelijden heb.”
τῷ
(to)
aan
Μωϋσεῖ
(Moysei)
Mozes
γὰρ
(gar)
want
λέγει
(legei)
zegt Hij
Ἐλεήσω
(Eleeso)
zal Ik Mij ontfermen
ὃν
(hon)
over wie
ἂν
(an)
ook maar
ἐλεῶ
(eleo)
Ik Mij ontferm
καὶ
(kai)
en
οἰκτιρήσω
(oiktireso)
zal Ik medelijden hebben
ὃν
(hon)
met wie
ἂν
(an)
ook maar
οἰκτίρω
(oiktiro)
Ik medelijden heb
Bron: SBLGNT
Uitleg

Citaat uit Exod. 33:19, waar Yahweh zelf spreekt; het staat rood.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Ik zal genadig zijn voor wie Ik genadig ben, en Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontferm’.

De Griekse tekst heeft ἐλεέω (eleeo), ‘zich ontfermen’, en οἰκτίρω (oiktiro), ‘medelijden hebben’.

Zie ook Exod. 33:19.

Zie ookEx 33:19
16Zo hangt het dus niet af van wie wil, ook niet van wie rent, maar van Elohim die zich ontfermt.
ἄρα
(ara)
dus
οὖν
(oun)
dan
οὐ
(ou)
niet
τοῦ
(tou)
van hem die
θέλοντος
(thelontos)
wil
οὐδὲ
(oude)
noch
τοῦ
(tou)
van hem die
τρέχοντος
(trechontos)
rent
ἀλλὰ
(alla)
maar
τοῦ
(tou)
van de
ἐλεῶντος
(eleontos)
zich ontfermende
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

τρέχω (trecho), ‘rennen’: beeld van inspanning. ἐλεέω (eleeo), ‘zich ontfermen’: zoals in vers 15.

Zie ookRom 9:15
17Want de Schrift zegt tegen Farao: „Juist hiervoor heb Ik je doen opstaan, om in jou Mijn kracht te tonen, en opdat Mijn naam verkondigd wordt op heel de aarde.”
λέγει
(legei)
zegt
γὰρ
(gar)
want
ἡ
(he)
de
γραφὴ
(graphe)
Schrift
τῷ
(to)
aan
Φαραὼ
(Pharao)
Farao
ὅτι
(hoti)
dat
Εἰς
(Eis)
tot
αὐτὸ
(auto)
ditzelfde
τοῦτο
(touto)
juist dit
ἐξήγειρά
(exegeira)
heb Ik doen opstaan
σε
(se)
jou
ὅπως
(hopos)
opdat
ἐνδείξωμαι
(endeixomai)
Ik toon
ἐν
(en)
in
σοὶ
(soi)
jou
τὴν
(ten)
de
δύναμίν
(dynamin)
kracht
μου
(mou)
Mijn
καὶ
(kai)
en
ὅπως
(hopos)
opdat
διαγγελῇ
(diangele)
wordt verkondigd
τὸ
(to)
de
ὄνομά
(onoma)
naam
μου
(mou)
Mijn
ἐν
(en)
op
πάσῃ
(pase)
heel
τῇ
(te)
de
γῇ
(ge)
aarde
Bron: SBLGNT
Uitleg

Citaat uit Exod. 9:16, waar Yahweh zelf spreekt; het staat rood.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Ik heb je laten blijven staan, om je Mijn kracht te laten zien en opdat Mijn naam op de hele aarde wordt verteld’.

De Griekse tekst heeft ἐξεγείρω (exegeiro), ‘doen opstaan, wakker maken’, en ‘verkondigd wordt’ (διαγγέλλω, diaggello).

‘De Schrift zegt’: de Schrift wordt als spreker genoemd.

Zie ook Exod. 9:16.

Zie ookEx 9:16
18Dus ontfermt Hij Zich over wie Hij wil, en wie Hij wil, verhardt Hij.
ἄρα
(ara)
dus
οὖν
(oun)
dan
ὃν
(hon)
wie
θέλει
(thelei)
Hij wil
ἐλεεῖ
(eleei)
ontfermt Hij Zich
ὃν
(hon)
wie
δὲ
(de)
maar
θέλει
(thelei)
Hij wil
σκληρύνει
(sklerynei)
verhardt Hij
Bron: SBLGNT
Uitleg

σκληρύνω (skleryno), ‘verharden’: het hart hard maken.

In Exodus staat dat Yahweh het hart van de farao sterk maakte (Exod. 4:21; 9:12) en dat de farao zijn eigen hart zwaar maakte (Exod. 8:11, in de Nederlandse telling 8:15; 9:34).

Zie ook Exod. 4:21; Exod. 9:12; Exod. 8:11.

De pottenbakker en de klei

19Je zult dan tegen mij zeggen: „Wat verwijt Hij dan nog? Want wie heeft zich tegen Zijn wil verzet?”
Ἐρεῖς
(Ereis)
zult zeggen
μοι
(moi)
tegen mij
οὖν
(oun)
dan
Τί
(Ti)
wat
οὖν
(oun)
dan
ἔτι
(eti)
nog
μέμφεται
(memphetai)
verwijt Hij
τῷ
(to)
aan de
γὰρ
(gar)
want
βουλήματι
(boulemati)
wil
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
τίς
(tis)
wie
ἀνθέστηκεν
(anthesteken)
heeft weerstaan
Bron: SBLGNT
Uitleg

Paulus laat hier een tegenstander spreken: ‘Je zult tegen mij zeggen’. βούλημα (boulema), ‘wil, besluit’. ἀνθίστημι (anthistemi), ‘zich verzetten, weerstaan’.

20Integendeel, o mens, wie ben jij, die Elohim tegenspreekt? Zal het gevormde tegen zijn vormer zeggen: „Waarom hebt U mij zo gemaakt?”
ὦ
(o)
o
ἄνθρωπε
(anthrope)
mens
μενοῦνγε
(menounge)
integendeel
σὺ
(sy)
jij
τίς
(tis)
wie
εἶ
(ei)
ben
ὁ
(ho)
die
ἀνταποκρινόμενος
(antapokrinomenos)
tegenspreekt
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
μὴ
(me)
niet soms
ἐρεῖ
(erei)
zal zeggen
τὸ
(to)
het
πλάσμα
(plasma)
gevormde
τῷ
(to)
aan de
πλάσαντι
(plasanti)
vormer
Τί
(Ti)
waarom
με
(me)
mij
ἐποίησας
(epoiesas)
hebt U gemaakt
οὕτως
(houtos)
zo
Bron: SBLGNT
Uitleg

μενοῦνγε (menounge), ‘integendeel’: Paulus wijst de tegenwerping af. πλάσμα (plasma), ‘het gevormde’, πλάσσω (plasso), ‘vormen’: beeld van het vormen van klei.

Het beeld van de klei en de vormer komt ook voor in Jes. 29:16 en 45:9.

‘U’ met hoofdletter: het gevormde richt zich tot de Vormer, Elohim.

Zie ook Jes. 29:16; Jes. 45:9.

21Of heeft de pottenbakker geen gezag over de klei, om uit hetzelfde kneedsel het ene vat tot eer te maken en het andere tot oneer?
ἢ
(e)
of
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχει
(echei)
heeft
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
ὁ
(ho)
de
κεραμεὺς
(kerameus)
pottenbakker
τοῦ
(tou)
over de
πηλοῦ
(pelou)
klei
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
het
αὐτοῦ
(autou)
zelfde
φυράματος
(phyramatos)
kneedsel
ποιῆσαι
(poiesai)
te maken
ὃ
(ho)
het ene
μὲν
(men)
wel
εἰς
(eis)
tot
τιμὴν
(timen)
eer
σκεῦος
(skeuos)
vat
ὃ
(ho)
het andere
δὲ
(de)
maar
εἰς
(eis)
tot
ἀτιμίαν
(atimian)
oneer
Bron: SBLGNT
Uitleg

κεραμεύς (kerameus), ‘pottenbakker’. φύραμα (fyrama), ‘kneedsel’: de gekneede kleimassa. σκεῦος (skeuos), ‘vat, voorwerp’. ἐξουσία (exousia), ‘gezag’: recht en macht.

Vergelijk het beeld van de pottenbakker in Jer. 18:1–6.

Zie ook Jer. 18:6.

Vaten van toorn en vaten van ontferming

22Wat nu als Elohim, die Zijn toorn wilde tonen en Zijn macht bekend wilde maken, met veel geduld vaten van toorn heeft verdragen, voor het verderf gereedgemaakt,
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
θέλων
(thelon)
willend
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐνδείξασθαι
(endeixasthai)
tonen
τὴν
(ten)
de
ὀργὴν
(orgen)
toorn
καὶ
(kai)
en
γνωρίσαι
(gnorisai)
bekend maken
τὸ
(to)
het
δυνατὸν
(dynaton)
machtige
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἤνεγκεν
(enenken)
heeft verdragen
ἐν
(en)
in
πολλῇ
(polle)
veel
μακροθυμίᾳ
(makrothymia)
geduld
σκεύη
(skeue)
vaten
ὀργῆς
(orges)
van toorn
κατηρτισμένα
(katertismena)
gereedgemaakt
εἰς
(eis)
tot
ἀπώλειαν
(apoleian)
verderf
Bron: SBLGNT
Uitleg

De verzen 22–24 zijn in het Grieks één zin die met ‘als’ (εἰ, ei) begint en geen hoofdzin heeft; wij vertalen ‘Wat nu als’ en sluiten af met een vraagteken in vers 24. ὀργή (orge), ‘toorn’. κατηρτισμένα (katertismena), ‘toegerust, gereedgemaakt’: een lijdende of middelvorm; de tekst zegt niet wie de vaten gereedmaakt, anders dan bij de vaten van ontferming in vers 23 (‘Hij tevoren gereedmaakte’). ἀπώλεια (apoleia), ‘verderf’. μακροθυμία (makrothymia), ‘geduld’: letterlijk ‘een lange adem’.

23en dat om de rijkdom van Zijn heerlijkheid bekend te maken over vaten van ontferming, die Hij tevoren gereedgemaakt heeft tot heerlijkheid,
καὶ
(kai)
en
ἵνα
(hina)
opdat
γνωρίσῃ
(gnorise)
Hij bekend maakt
τὸν
(ton)
de
πλοῦτον
(plouton)
rijkdom
τῆς
(tes)
van de
δόξης
(doxes)
heerlijkheid
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἐπὶ
(epi)
over
σκεύη
(skeue)
vaten
ἐλέους
(eleous)
van ontferming
ἃ
(ha)
die
προητοίμασεν
(proetoimasen)
Hij tevoren gereedmaakte
εἰς
(eis)
tot
δόξαν
(doxan)
heerlijkheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

προετοιμάζω (proetoimazo), ‘tevoren gereedmaken’. ἔλεος (eleos), ‘ontferming’. δόξα (doxa), ‘heerlijkheid’.

De zin loopt door in vers 24.

Zie ookRom 9:24
24over ons, die Hij ook geroepen heeft, niet alleen uit de Joden maar ook uit de volken?
οὓς
(hous)
die
καὶ
(kai)
ook
ἐκάλεσεν
(ekalesen)
heeft geroepen
ἡμᾶς
(hemas)
ons
οὐ
(ou)
niet
μόνον
(monon)
alleen
ἐξ
(ex)
uit
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
ἐξ
(ex)
uit
ἐθνῶν
(ethnon)
volken
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Ons’ zijn Paulus en zijn lezers, geroepen uit Joden en uit de volken (ἔθνη, ethne, ‘niet-Joden’).

De volgende verzen halen profeten aan.

Wat Hosea en Jesaja zeggen

25Zoals Hij ook zegt in Hosea: „Wie niet Mijn volk is, zal Ik Mijn volk noemen, en wie niet geliefd is, geliefd.”
ὡς
(hos)
zoals
καὶ
(kai)
ook
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
Ὡσηὲ
(Hosee)
Hosea
λέγει
(legei)
zegt Hij
Καλέσω
(Kaleso)
zal Ik noemen
τὸν
(ton)
wie
οὐ
(ou)
niet
λαόν
(laon)
volk
μου
(mou)
Mijn
λαόν
(laon)
volk
μου
(mou)
Mijn
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
wie
οὐκ
(ouk)
niet
ἠγαπημένην
(egapemenen)
geliefde
ἠγαπημένην
(egapemenen)
geliefde
Bron: SBLGNT
Uitleg

Naar Hos. 2:25 (in de Nederlandse telling is dit 2:23) en Hos. 2:1 (in de Nederlandse telling is dit 1:10).

Ons Hebreeuws heeft in 2:25: ‘Ik zal Mij ontfermen over Lo-Ruchama (niet ontfermd).

Ik zal tegen Lo-Ammi (niet-mijn-volk) zeggen: Mijn volk ben jij’.

De Griekse tekst heeft ‘Ik zal noemen’ en ‘niet geliefd’ (ἠγαπημένη, egapemene, ‘geliefd’).

Yahweh spreekt hier zelf in de eerste persoon; daarom staat het rood.

Zie ook Hos. 2:25; Hos. 2:1.

26„En het zal zijn: op de plaats waar tegen hen gezegd werd: ‘Jullie zijn niet Mijn volk’, daar zullen zij zonen van de levende Elohim genoemd worden.”
καὶ
(kai)
en
ἔσται
(estai)
zal zijn
ἐν
(en)
op
τῷ
(to)
de
τόπῳ
(topo)
plaats
οὗ
(hou)
waar
ἐρρέθη
(errethe)
werd gezegd
αὐτοῖς
(autois)
tegen hen
Οὐ
(Ou)
niet
λαός
(laos)
volk
μου
(mou)
Mijn
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἐκεῖ
(ekei)
daar
κληθήσονται
(klethesontai)
zullen genoemd worden
υἱοὶ
(huioi)
zonen
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ζῶντος
(zontos)
levende
Bron: SBLGNT
Uitleg

Naar Hos. 2:1 (in de Nederlandse telling is dit 1:10).

Ons Hebreeuws heeft: ‘En op de plaats waar tot hen gezegd werd: Jullie zijn niet Mijn volk, zal tot hen gezegd worden: Zonen van de levende El’.

De Griekse tekst heeft ‘daar zullen zij genoemd worden zonen van de levende Elohim’.

Het citaat staat rood, omdat Yahweh er zelf in spreekt (‘Mijn volk’).

Zie ook Hos. 2:1.

Zie ookHos 2:1
27Jesaja roept uit over Israël: „Al is het getal van de zonen van Israël als het zand van de zee, de rest zal gered worden;
Ἠσαΐας
(Esaias)
Jesaja
δὲ
(de)
maar
κράζει
(krazei)
roept
ὑπὲρ
(hyper)
over
τοῦ
(tou)
de
Ἰσραήλ
(Israel)
Israël
Ἐὰν
(Ean)
indien
ᾖ
(e)
is
ὁ
(ho)
het
ἀριθμὸς
(arithmos)
getal
τῶν
(ton)
van de
υἱῶν
(huion)
zonen
Ἰσραὴλ
(Israel)
van Israël
ὡς
(hos)
als
ἡ
(he)
het
ἄμμος
(ammos)
zand
τῆς
(tes)
van de
θαλάσσης
(thalasses)
zee
τὸ
(to)
de
ὑπόλειμμα
(hypoleimma)
rest
σωθήσεται
(sothesetai)
zal gered worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

Naar Jes. 10:22, met de woorden ‘het getal van de zonen van Israël als het zand van de zee’ (vergelijk Hos. 2:1).

Ons Hebreeuws heeft: ‘de overgeblevenen ervan zullen terugkeren’ (vergelijk Jes. 10:21); de Griekse tekst heeft ‘de rest zal gered worden’. ὑπόλειμμα (hypoleimma), ‘rest’: wat overblijft. κράζω (krazo), ‘roepen, uitroepen’.

Zie ook Jes. 10:22; Jes. 10:21; Hos. 2:1.

28want Yahweh zal een woord op de aarde doen: Hij voltooit het en maakt het kort.”
λόγον
(logon)
woord
γὰρ
(gar)
want
συντελῶν
(syntelon)
voltooiend
καὶ
(kai)
en
συντέμνων
(syntemnon)
afsnijdend
ποιήσει
(poiesei)
zal doen
κύριος
(kyrios)
Yahweh
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
Bron: SBLGNT
Uitleg

Naar Jes. 10:23.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Want een einde en een vastgesteld besluit voert Heer Yahweh van de legermachten uit, midden in heel het land’.

De Griekse tekst heeft: ‘een woord voltooiend en afsnijdend zal de Heer doen op de aarde’.

Wij schrijven ‘Yahweh’, omdat het Hebreeuws de naam heeft.

Zie ook Jes. 10:23.

Zie ookJes 10:23
29En zoals Jesaja tevoren gezegd heeft: „Als Yahweh van de legermachten ons geen zaad had laten overblijven, dan waren wij als Sodom geworden en aan Gomorra gelijk gemaakt.”
καὶ
(kai)
en
καθὼς
(kathos)
zoals
προείρηκεν
(proeireken)
heeft tevoren gezegd
Ἠσαΐας
(Esaias)
Jesaja
Εἰ
(Ei)
als
μὴ
(me)
niet
κύριος
(kyrios)
Yahweh
Σαβαὼθ
(Sabaoth)
van de legermachten
ἐγκατέλιπεν
(enkatelipen)
had overgelaten
ἡμῖν
(hemin)
aan ons
σπέρμα
(sperma)
zaad
ὡς
(hos)
als
Σόδομα
(Sodoma)
Sodom
ἂν
(an)
zouden
ἐγενήθημεν
(egenethemen)
wij zijn geworden
καὶ
(kai)
en
ὡς
(hos)
als
Γόμορρα
(Gomorra)
Gomorra
ἂν
(an)
zouden
ὡμοιώθημεν
(homoiothemen)
wij gelijk zijn gemaakt
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Sodom en Gomorra: De ligging van Sodom en Gomorra is niet met zekerheid bekend; ze worden bij de Dode Zee gezocht.

Uitleg

Citaat uit Jes. 1:9.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Als Yahweh van de legermachten ons niet een klein aantal overlevenden had laten overblijven’; de Griekse tekst heeft σπέρμα (sperma), ‘zaad’. Σαβαώθ (Sabaoth) is Hebreeuws צְבָאוֹת (tseva’ot), ‘legermachten’.

Sodom en Gomorra gingen onder, zie Gen. 19.

Zie ook Jes. 1:9; Gen. 19.

Zie ookJes 1:9

Israël en de steen van aanstoot

30Wat zullen wij dan zeggen? Dat volken die de gerechtigheid niet nastreefden, gerechtigheid hebben verkregen, en wel de gerechtigheid uit geloof;
Τί
(Ti)
wat
οὖν
(oun)
dan
ἐροῦμεν
(eroumen)
zullen wij zeggen
ὅτι
(hoti)
dat
ἔθνη
(ethne)
volken
τὰ
(ta)
die
μὴ
(me)
niet
διώκοντα
(diokonta)
najagen
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
κατέλαβεν
(katelaben)
hebben verkregen
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
δὲ
(de)
en wel
τὴν
(ten)
de
ἐκ
(ek)
uit
πίστεως
(pisteos)
geloof
Bron: SBLGNT
Uitleg

δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’: zie Gal. 2:21. διώκω (dioko), ‘najagen, nastreven’ en καταλαμβάνω (katalambano), ‘verkrijgen, grijpen’: beelden van een wedloop. ἔθνη (ethne), ‘volken’: niet-Joden.

Zie ook Gal. 2:21.

Zie ookGal 2:21
31maar Israël, dat een wet van gerechtigheid nastreefde, heeft die wet niet bereikt.
Ἰσραὴλ
(Israel)
Israël
δὲ
(de)
maar
διώκων
(diokon)
najagend
νόμον
(nomon)
wet
δικαιοσύνης
(dikaiosynes)
van gerechtigheid
εἰς
(eis)
tot
νόμον
(nomon)
wet
οὐκ
(ouk)
niet
ἔφθασεν
(ephthasen)
heeft bereikt
Bron: SBLGNT
Uitleg

νόμος δικαιοσύνης (nomos dikaiosynes), ‘een wet van gerechtigheid’: het Grieks zegt niet welke wet bedoeld is. φθάνω (fthano), ‘bereiken, aankomen’.

Het slot ‘tot wet’ (εἰς νόμον) is kort; wij vertalen ‘heeft die wet niet bereikt’.

Lezing

De SBLGNT markeert bij het tweede ‘wet’ een variant in andere handschriften; wij vertalen de SBLGNT-tekst.

32Waarom? Omdat het niet uit geloof was, maar alsof het uit werken was. Zij hebben zich gestoten aan de steen van de aanstoot,
διὰ
(dia)
om
τί
(ti)
wat
ὅτι
(hoti)
omdat
οὐκ
(ouk)
niet
ἐκ
(ek)
uit
πίστεως
(pisteos)
geloof
ἀλλ’
(all’)
maar
ὡς
(hos)
alsof
ἐξ
(ex)
uit
ἔργων
(ergon)
werken
προσέκοψαν
(prosekopsan)
hebben gestoten
τῷ
(to)
aan de
λίθῳ
(litho)
steen
τοῦ
(tou)
van de
προσκόμματος
(proskommatos)
aanstoot
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks laat het werkwoord weg: ‘omdat niet uit geloof, maar als uit werken’; wij vullen ‘het was’ aan. προσκόπτω (proskopto), ‘zich stoten’, πρόσκομμα (proskomma), ‘aanstoot, wat tot struikelen brengt’.

33zoals geschreven staat: „Zie, Ik leg in Sion een steen van aanstoot en een rots van struikeling, en wie op hem gelooft, zal niet beschaamd worden.”
καθὼς
(kathos)
zoals
γέγραπται
(gegraptai)
geschreven staat
Ἰδοὺ
(Idou)
zie
τίθημι
(tithemi)
Ik leg
ἐν
(en)
in
Σιὼν
(Sion)
Sion
λίθον
(lithon)
steen
προσκόμματος
(proskommatos)
van aanstoot
καὶ
(kai)
en
πέτραν
(petran)
rots
σκανδάλου
(skandalou)
van struikeling
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
wie
πιστεύων
(pisteuon)
gelooft
ἐπ’
(ep’)
op
αὐτῷ
(auto)
hem
οὐ
(ou)
niet
καταισχυνθήσεται
(kataischynthesetai)
zal beschaamd worden
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

Samengesteld uit Jes. 28:16 en Jes. 8:14.

Ons Hebreeuws heeft in 28:16: ‘Zie, Ik ben het die in Sion een steen legt … Wie gelooft, zal zich niet haasten’; de Griekse tekst heeft: ‘wie op hem gelooft, zal niet beschaamd worden’.

In 8:14 staat ‘een steen om aan te stoten en een rots om over te struikelen’.

Yahweh spreekt in de eerste persoon (‘Ik leg’); daarom staat het citaat rood. ἐπ᾽ αὐτῷ (ep autoi), ‘op hem’: het Grieks wijst terug op de steen; wij schrijven ‘hem’ met een kleine letter. σκάνδαλον (skandalon) is elders in deze brief ‘struikelblok’ (zie Rom. 14:13); hier staat het in een citaat en volgt ons Jes. 8:14: ‘een rots om over te struikelen’, dus ‘rots van struikeling’.

Zie ook Jes. 28:16; Jes. 8:14; Rom. 10:11; 1 Petr. 2:6.