Romeinen 10
Het einde van de wet, het woord van het geloof en de boodschap aan Israël
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Ijver zonder inzicht
ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook zusters in de gemeente. εὐδοκία (eudokia), ‘verlangen, goede wens’: wat iemand van harte wil. δέησις (deesis), ‘smeekbede’. σωτηρία (soteria), ‘redding’.
‘Hen’ zijn Paulus’ volksgenoten, de Israëlieten van 9:3–4.
Zie ook Rom. 9:3.
ζῆλος (zelos), ‘ijver’: vurige inzet. ἐπίγνωσις (epignosis), ‘kennis, inzicht’: ook ‘erkenning’.
Paulus erkent hun ijver, maar zegt dat die niet op inzicht rust.
τέλος (telos), ‘einde’: het Griekse woord kan ook ‘doel’ of ‘voltooiing’ betekenen.
De zin kan dus gelezen worden als ‘de Messias is het einde van de wet’, ‘de Messias is het doel van de wet’ of ‘de Messias is de voltooiing van de wet’.
Wij houden ‘einde’ als letterlijke weergave.
In 9:31–32 gaat het over Israëls najagen van de wet; vergelijk Gal. 3:24, waar de wet een opvoeder tot de Messias heet.
Zie ook Rom. 9:31; Gal. 3:24.
De gerechtigheid uit de wet en uit geloof
Naar Lev. 18:5.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Jullie moeten Mijn voorschriften en Mijn rechtsregels bewaren.
De mens die ze doet, zal erdoor leven’.
Paulus noemt Mozes als schrijver en verbindt het woord met ‘de gerechtigheid uit de wet’.
Vergelijk Gal. 3:12.
Zie ook Lev. 18:5; Gal. 3:12.
Naar Deut. 30:12–14.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Het is niet in de hemel, zodat je zou zeggen: Wie gaat voor ons naar de hemel omhoog om het voor ons te halen?’
Paulus spreekt van ‘de gerechtigheid uit geloof’ als spreker en voegt een verklaring toe: ‘Dat wil zeggen: de Messias omlaag halen’. ἀναβαίνω (anabaino), ‘opstijgen’, καταγάγω (katagago), ‘omlaag brengen’.
Zie ook Deut. 30:12.
Naar Deut. 30:13.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Het is ook niet aan de overkant van de zee … Wie steekt voor ons de zee over?’
De Griekse tekst heeft ἄβυσσος (abyssos), ‘afgrond’, de diepte van de dood.
De verklaring ‘de Messias uit de doden omhoog halen’ is van Paulus.
Zie ook Deut. 30:13.
Naar Deut. 30:14.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Want het woord is heel dichtbij je, in je mond en in je hart, om het te doen’.
De Griekse tekst laat ‘om het te doen’ weg en voegt toe: ‘dat is het woord van het geloof dat wij verkondigen’. ῥῆμα (rema), ‘woord’. κηρύσσω (kerysso), ‘verkondigen’.
Zie ook Deut. 30:14.
Yeshua is Heer
κύριον Ἰησοῦν (kyrion Iesoun), letterlijk ‘Yeshua als Heer’: de belijdenis ‘Yeshua is Heer’.
In de citaten uit het Oude Testament in dit hoofdstuk staat κύριος waar het Hebreeuws Yahweh heeft (zie vers 13). ὁμολογέω (homologeo), ‘belijden’: hetzelfde zeggen, openlijk erkennen. ὁ θεὸς αὐτὸν ἤγειρεν ἐκ νεκρῶν (ho theos auton egeiren ek nekron), ‘Elohim heeft Hem uit de doden opgewekt’.
Zie ook 1 Kor. 12:3.
δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’; σωτηρία (soteria), ‘redding’.
Hart en mond staan naast elkaar, zoals in vers 9.
Citaat uit Jes. 28:16 (zie 9:33).
Ons Hebreeuws heeft: ‘Wie gelooft, zal zich niet haasten’; de Griekse tekst heeft ‘zal niet beschaamd worden’ en voegt ‘ieder’ (πᾶς, pas) toe, dat in ons Hebreeuws niet staat. ἐπ᾽ αὐτῷ (ep autoi), ‘op hem’: zie 9:33.
Zie ook Jes. 28:16; Rom. 9:33.
Citaat uit Joël 3:5 (in de Nederlandse telling is dit 2:32).
Ons Hebreeuws heeft: ‘ieder die de naam van Yahweh aanroept, zal ontkomen’; de Griekse tekst heeft σωθήσεται (sothesetai), ‘zal gered worden’.
Het Hebreeuws heeft de naam Yahweh; daarom schrijven wij ‘Yahweh’.
In het verband van de verzen 9–12 spreekt Paulus over Yeshua als Heer; het citaat vermeldt de naam van Yahweh.
Zie ook Joël 3:5.
Horen, geloven en verkondigen
Drie vragen die op elkaar volgen: aanroepen, geloven, horen. ἐπικαλέομαι (epikaleomai), ‘aanroepen’.
Het Grieks heeft ‘van wie zij niet gehoord hebben’ (οὗ, hou, een tweede naamval); wij schrijven ‘iemand van wie’.
Naar Jes. 52:7.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten van de boodschapper die vrede laat horen.
De boodschapper van het goede laat redding horen’.
De Griekse tekst heeft in het meervoud ‘van hen die de goede boodschap brengen van het goede’ en niet ‘op de bergen’. εὐαγγελίζομαι (euaggelizomai), ‘de goede boodschap brengen’. ἀποστέλλω (apostello), ‘zenden’.
Zie ook Jes. 52:7.
Citaat uit Jes. 53:1.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Wie heeft ons bericht geloofd?
En aan wie is de arm van Yahweh geopenbaard?’ ἀκοή (akoe), ‘bericht, het gehoorde’: hetzelfde woord als ‘het horen’ in vers 17. ὑπακούω (hypakouo), ‘gehoorzamen’: letterlijk ‘onder het horen zijn’.
Zie ook Jes. 53:1.
ἀκοή (akoe), ‘het horen’, ‘het gehoorde’: zie vers 16. ῥῆμα Χριστοῦ (rema Christou), ‘woord van de Messias’: de genitief kan ‘het woord dat de Messias spreekt’ of ‘het woord over de Messias’ betekenen.
De SBLGNT markeert bij ‘Messias’ een variant in andere handschriften; wij vertalen de SBLGNT-tekst.
Hebben zij het niet gehoord?
μενοῦνγε (menounge), ‘integendeel’.
Citaat uit Ps. 19:5 (in de Nederlandse telling 19:4).
Ons Hebreeuws heeft: ‘Over heel de aarde gaat hun lijn uit, en tot aan het einde van de wereld hun woorden’; de Griekse tekst heeft φθόγγος (fthoggos), ‘klank’, waar het Hebreeuws ‘lijn’ heeft.
In de psalm zijn ‘zij’ de hemelen (Ps. 19:2). οἰκουμένη (oikoumene), ‘bewoonde wereld’.
Zie ook Ps. 19:5; Ps. 19:2.
Citaat uit Deut. 32:21, waar Yahweh in de eerste persoon spreekt; daarom staat het rood.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Daarom zal Ik hen na-ijverig maken met wat geen volk is, met een dwaze natie zal Ik hen tot toorn prikkelen’. παραζηλόω (parazeloo), ‘naijverig maken’; παροργίζω (parorgizo), ‘tot toorn prikkelen’; ἀσύνετος (asynetos), ‘onverstandig’.
‘Mozes zegt’: de woorden staan in het lied van Mozes.
Zie ook Deut. 32:21; Rom. 11:11.
ἀποτολμάω (apotolmao), ‘durven, zich verstouten’.
Citaat uit Jes. 65:1, waar Yahweh in de eerste persoon spreekt; daarom staat het rood.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Ik liet Mij zoeken door wie niet naar Mij vroeg.
Ik liet Mij vinden door wie Mij niet zocht’.
De Griekse tekst heeft een andere volgorde en ‘ben Ik zichtbaar geworden’ (ἐμφανής, emfanes, ‘zichtbaar’).
Zie ook Jes. 65:1.
Citaat uit Jes. 65:2, waar Yahweh in de eerste persoon spreekt; daarom staat het rood.
Ons Hebreeuws heeft: ‘De hele dag heb Ik Mijn handen uitgestrekt naar een weerspannig volk’. ἀπειθέω (apeitheo), ‘ongehoorzaam zijn’; ἀντιλέγω (antilego), ‘tegenspreken’.
Het onderwerp van ‘zegt’ is niet genoemd; het sluit aan bij Jesaja in vers 20.
Zie ook Jes. 65:2.