Elohim Bijbel

2 Korintiërs 9

12345678910111213

De broers die vooruitgaan, wie zaait zal oogsten, een blijmoedige gever en dank aan Elohim

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De broers gaan vooruit

1Want wat de dienst voor de heiligen betreft, is het voor mij overbodig om jullie te schrijven.
Περὶ
(Peri)
over
μὲν
(men)
wel
γὰρ
(gar)
want
τῆς
(tes)
de
διακονίας
(diakonias)
dienst
τῆς
(tes)
die
εἰς
(eis)
naar
τοὺς
(tous)
de
ἁγίους
(hagious)
heiligen
περισσόν
(perisson)
overbodig
μοί
(moi)
mij
ἐστιν
(estin)
is
τὸ
(to)
het
γράφειν
(graphein)
schrijven
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

διακονία (diakonia), ‘dienst’: de collecte voor de heiligen, zie 8:4.

In 1 Kor. 16:1 heet dezelfde inzameling λογεία (logeia), ‘inzameling’. περισσός (perissos), ‘overbodig’.

Zie ook 2 Kor. 8:4; 1 Kor. 16:1–4.

2Ik ken immers jullie bereidheid. Daarover roem ik tegenover de Macedoniërs: Achaje is sinds vorig jaar gereed. Jullie ijver heeft de meesten aangespoord.
οἶδα
(oida)
ik weet
γὰρ
(gar)
want
τὴν
(ten)
de
προθυμίαν
(prothymian)
bereidheid
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἣν
(hen)
die
ὑπὲρ
(hyper)
over
ὑμῶν
(hymon)
jullie
καυχῶμαι
(kauchomai)
roem ik
Μακεδόσιν
(Makedosin)
aan Macedoniërs
ὅτι
(hoti)
dat
Ἀχαΐα
(Achaia)
Achaje
παρεσκεύασται
(pareskeuastai)
gereed is
ἀπὸ
(apo)
sinds
πέρυσι
(perysi)
vorig jaar
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
ζῆλος
(zelos)
ijver
ἠρέθισε
(erethise)
prikkelde
τοὺς
(tous)
de
πλείονας
(pleionas)
meesten
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Achaje (ongeveer): Achaje was de Romeinse provincie in het zuiden van Griekenland, met Korinte als hoofdstad en Athene als bekendste stad.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

Achaje: de Romeinse provincie in het zuiden van Griekenland, met Korinte. ἐρεθίζω (erethizo), ‘aansporen, prikkelen’.

‘Sinds vorig jaar’: zie 8:10.

Paulus roemt (καυχάομαι) over de Korintiërs bij de Macedoniërs, en omgekeerd (8:1–5).

Zie ook 2 Kor. 8:10; Hand. 18:12.

3Ik heb de broers gestuurd, opdat onze roem over jullie in dit opzicht niet leeg wordt gemaakt, en opdat jullie gereed zijn, zoals ik zei.
ἔπεμψα
(epempsa)
ik zond
δὲ
(de)
maar
τοὺς
(tous)
de
ἀδελφούς
(adelphous)
broers
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
τὸ
(to)
de
καύχημα
(kauchema)
roem
ἡμῶν
(hemon)
onze
τὸ
(to)
die
ὑπὲρ
(hyper)
over
ὑμῶν
(hymon)
jullie
κενωθῇ
(kenothe)
leeg gemaakt wordt
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
μέρει
(merei)
opzicht
τούτῳ
(touto)
dit
ἵνα
(hina)
opdat
καθὼς
(kathos)
zoals
ἔλεγον
(elegon)
ik zei
παρεσκευασμένοι
(pareskeuasmenoi)
voorbereid
ἦτε
(ete)
jullie zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

καύχημα (kauchema), ‘roem’. κενόω (kenoo), ‘leeg maken’: te schande laten worden.

4Anders zouden wij, als Macedoniërs met mij meekomen en jullie niet voorbereid vinden, beschaamd worden – om niet te zeggen jullie – in dit vertrouwen.
μή
(me)
dat niet
πως
(pos)
misschien
ἐὰν
(ean)
als
ἔλθωσιν
(elthosin)
komen
σὺν
(syn)
met
ἐμοὶ
(emoi)
mij
Μακεδόνες
(Makedones)
Macedoniërs
καὶ
(kai)
en
εὕρωσιν
(heurosin)
vinden
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἀπαρασκευάστους
(aparaskeuastous)
onvoorbereid
καταισχυνθῶμεν
(kataischynthomen)
beschaamd worden
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
λέγωμεν
(legomen)
wij zeggen
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
ὑποστάσει
(hypostasei)
vertrouwen
ταύτῃ
(taute)
dit
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑπόστασις (hypostasis), ‘vertrouwen, zekerheid’: letterlijk ‘wat eronder staat’, de grond waarop men staat.

Het gaat om de zekerheid waarmee Paulus over de Korintiërs heeft gesproken.

De zin is in het Grieks kort en wij laten de gedachtegang staan.

5Daarom achtte ik het nodig de broers te verzoeken vooruit naar jullie te gaan. Zij moeten jullie vooraf beloofde zegen van tevoren in orde brengen, zodat zij klaarligt als een zegen en niet als hebzucht.
ἀναγκαῖον
(anankaion)
noodzakelijk
οὖν
(oun)
dan
ἡγησάμην
(hegesamen)
achtte ik
παρακαλέσαι
(parakalesai)
te verzoeken
τοὺς
(tous)
de
ἀδελφοὺς
(adelphous)
broers
ἵνα
(hina)
opdat
προέλθωσιν
(proelthosin)
zij vooruitgaan
εἰς
(eis)
naar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
καὶ
(kai)
en
προκαταρτίσωσι
(prokatartisosi)
van tevoren in orde brengen
τὴν
(ten)
de
προεπηγγελμένην
(proepengelmenen)
vooraf beloofde
εὐλογίαν
(eulogian)
zegen
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
ταύτην
(tauten)
deze
ἑτοίμην
(hetoimen)
gereed
εἶναι
(einai)
te zijn
οὕτως
(houtos)
zo
ὡς
(hos)
als
εὐλογίαν
(eulogian)
zegen
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
ὡς
(hos)
als
πλεονεξίαν
(pleonexian)
hebzucht
Bron: SBLGNT
Uitleg

εὐλογία (eulogia), ‘zegen’: hier de gave als zegen; wij houden ‘zegen’, ook in vers 6. πλεονεξία (pleonexia), ‘hebzucht’: meer willen hebben, zie 7:2. προκαταρτίζω (prokatartizo), ‘van tevoren in orde brengen’. παρακαλέω (parakaleo), hier ‘verzoeken’.

Zie ook2 Kor 9:6

Wie zaait, zal oogsten

6Maar dit: wie spaarzaam zaait, zal ook spaarzaam oogsten. En wie met zegeningen zaait, zal ook met zegeningen oogsten.
Τοῦτο
(Touto)
dit
δέ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
σπείρων
(speiron)
zaaiende
φειδομένως
(pheidomenos)
spaarzaam
φειδομένως
(pheidomenos)
spaarzaam
καὶ
(kai)
ook
θερίσει
(therisei)
zal oogsten
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
σπείρων
(speiron)
zaaiende
ἐπ’
(ep’)
bij
εὐλογίαις
(eulogiais)
zegeningen
ἐπ’
(ep’)
bij
εὐλογίαις
(eulogiais)
zegeningen
καὶ
(kai)
ook
θερίσει
(therisei)
zal oogsten
Bron: SBLGNT
Uitleg

φειδομένως (feidomenos), ‘spaarzaam’.

Het Grieks begint met ‘dit’ zonder werkwoord; wij vertalen ‘maar dit:’.

Het zaaien en oogsten is een beeld voor het geven.

Zie ook Gal. 6:7–9.

7Ieder moet geven zoals hij in zijn hart besloten heeft, niet uit verdriet of uit dwang. Want Elohim heeft een blijmoedige gever lief.
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
καθὼς
(kathos)
zoals
προῄρηται
(proeretai)
hij heeft voorgenomen
τῇ
(te)
in het
καρδίᾳ
(kardia)
hart
μὴ
(me)
niet
ἐκ
(ek)
uit
λύπης
(lypes)
verdriet
ἢ
(e)
of
ἐξ
(ex)
uit
ἀνάγκης
(anankes)
dwang
ἱλαρὸν
(hilaron)
blijmoedige
γὰρ
(gar)
want
δότην
(doten)
gever
ἀγαπᾷ
(agapa)
heeft lief
ὁ
(ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft geen werkwoord bij ‘ieder’; wij vullen ‘moet geven’ aan uit de zin. λύπη (lype), ‘verdriet’; ἀνάγκη (anagke), ‘dwang’. ἱλαρός (hilaros), ‘blijmoedig’.

De laatste zin klinkt als een Schriftwoord over zaaien en geven.

Het dichtst erbij staan Spr. 22:8–9, maar ons Hebreeuws zegt daar iets anders (‘Wie onrecht zaait, oogst onheil’ en ‘Wie goed van oog is, wordt gezegend’).

Wij zetten de zin daarom niet tussen aanhalingstekens.

Zie ook Spr. 22:8; Spr. 22:9.

Elohim geeft overvloed

8Elohim is machtig om alle genade overvloedig naar jullie te laten komen. Zo hebben jullie in alles altijd volledige toereikendheid en zijn jullie overvloedig in elk goed werk.
δυνατεῖ
(dynatei)
is machtig
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
πᾶσαν
(pasan)
alle
χάριν
(charin)
genade
περισσεῦσαι
(perisseusai)
overvloedig te maken
εἰς
(eis)
naar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἵνα
(hina)
opdat
ἐν
(en)
in
παντὶ
(panti)
alles
πάντοτε
(pantote)
altijd
πᾶσαν
(pasan)
alle
αὐτάρκειαν
(autarkeian)
toereikendheid
ἔχοντες
(echontes)
hebbend
περισσεύητε
(perisseuete)
jullie overvloedig zijn
εἰς
(eis)
tot
πᾶν
(pan)
elk
ἔργον
(ergon)
werk
ἀγαθόν
(agathon)
goed
Bron: SBLGNT
Uitleg

δυνατέω (dynateo), ‘machtig zijn’. αὐτάρκεια (autarkeia), ‘toereikendheid’: genoeg hebben aan wat er is. πάντοτε (pantote), ‘altijd’.

Het Grieks heeft in deze zin vijf keer ‘alle’ of ‘alles’; wij laten dat staan.

9Zoals geschreven staat: „Hij heeft uitgestrooid, hij heeft aan de armen gegeven. Zijn gerechtigheid blijft voor altijd.”
καθὼς
(kathos)
zoals
γέγραπται
(gegraptai)
geschreven staat
Ἐσκόρπισεν
(Eskorpisen)
hij heeft uitgestrooid
ἔδωκεν
(edoken)
hij heeft gegeven
τοῖς
(tois)
aan de
πένησιν
(penesin)
armen
ἡ
(he)
de
δικαιοσύνη
(dikaiosyne)
gerechtigheid
αὐτοῦ
(autou)
zijn
μένει
(menei)
blijft
εἰς
(eis)
tot
τὸν
(ton)
de
αἰῶνα
(aiona)
eeuwigheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ps. 112:9.

In ons Hebreeuws: ‘Hij heeft uitgestrooid en aan de armen gegeven.

Zijn gerechtigheid houdt stand voor altijd.’

In de psalm is de rechtvaardige man het onderwerp.

Paulus past het toe op de gever.

Het citaat is zwart.

Zie ook Ps. 112:9.

Zie ookPs 112:9
10Hij die zaad verschaft aan wie zaait en brood tot voedsel, zal jullie zaad verschaffen en vermeerderen. Hij zal de opbrengst van jullie gerechtigheid laten groeien.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
ἐπιχορηγῶν
(epichoregon)
die verschaft
σπόρον
(sporon)
zaad
τῷ
(to)
aan de
σπείροντι
(speironti)
zaaiende
καὶ
(kai)
en
ἄρτον
(arton)
brood
εἰς
(eis)
tot
βρῶσιν
(brosin)
voedsel
χορηγήσει
(choregesei)
zal verschaffen
καὶ
(kai)
en
πληθυνεῖ
(plethynei)
zal vermenigvuldigen
τὸν
(ton)
het
σπόρον
(sporon)
zaad
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
καὶ
(kai)
en
αὐξήσει
(auxesei)
zal laten groeien
τὰ
(ta)
de
γενήματα
(genemata)
opbrengst
τῆς
(tes)
van de
δικαιοσύνης
(dikaiosynes)
gerechtigheid
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιχορηγέω (epichoregeo), ‘verschaffen’. γένημα (genema), ‘opbrengst’.

Het eerste deel lijkt op Jes. 55:10; het laatste op Hos. 10:12, ‘Zaai voor jullie gerechtigheid’.

Zie ook Jes. 55:10; Hos. 10:12.

11Zo worden jullie in alles rijk gemaakt tot alle mildheid, die door ons dank aan Elohim bewerkt.
ἐν
(en)
in
παντὶ
(panti)
alles
πλουτιζόμενοι
(ploutizomenoi)
rijk gemaakt wordend
εἰς
(eis)
tot
πᾶσαν
(pasan)
alle
ἁπλότητα
(haploteta)
mildheid
ἥτις
(hetis)
die
κατεργάζεται
(katergazetai)
bewerkt
δι’
(di’)
door
ἡμῶν
(hemon)
ons
εὐχαριστίαν
(eucharistian)
dank
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἁπλότης (haplotes), ‘mildheid’: zie 8:2. εὐχαριστία (eucharistia), ‘dank’.

Dank aan Elohim

12Want de dienst van deze bediening vult niet alleen de tekorten van de heiligen aan, maar is ook overvloedig door veel dank aan Elohim.
ὅτι
(hoti)
omdat
ἡ
(he)
de
διακονία
(diakonia)
dienst
τῆς
(tes)
van de
λειτουργίας
(leitourgias)
bediening
ταύτης
(tautes)
deze
οὐ
(ou)
niet
μόνον
(monon)
alleen
ἐστὶν
(estin)
is
προσαναπληροῦσα
(prosanaplerousa)
aanvullend
τὰ
(ta)
de
ὑστερήματα
(hysteremata)
tekorten
τῶν
(ton)
van de
ἁγίων
(hagion)
heiligen
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
περισσεύουσα
(perisseuousa)
overvloedig
διὰ
(dia)
door
πολλῶν
(pollon)
veel
εὐχαριστιῶν
(eucharistion)
dank
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

λειτουργία (leitourgia), ‘bediening’: een openbare dienst; het woord wordt ook gebruikt voor de dienst in de tempel (vergelijk Luc. 1:23). διακονία (diakonia), ‘dienst’. ὑστέρημα (hysterema), ‘tekort’: zie 8:14.

Zie ook Luc. 1:23.

Zie ookLuc 1:23
13Door de beproefdheid van deze dienst verheerlijken zij Elohim om de onderwerping van jullie belijdenis aan de goede boodschap van de Messias. Ook om de mildheid van de bijdrage aan hen en aan allen verheerlijken zij Hem.
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
de
δοκιμῆς
(dokimes)
beproefdheid
τῆς
(tes)
van de
διακονίας
(diakonias)
dienst
ταύτης
(tautes)
deze
δοξάζοντες
(doxazontes)
verheerlijkend
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
ἐπὶ
(epi)
om
τῇ
(te)
de
ὑποταγῇ
(hypotage)
onderwerping
τῆς
(tes)
van de
ὁμολογίας
(homologias)
belijdenis
ὑμῶν
(hymon)
jullie
εἰς
(eis)
aan
τὸ
(to)
de
εὐαγγέλιον
(euangelion)
goede boodschap
τοῦ
(tou)
van de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
καὶ
(kai)
en
ἁπλότητι
(haploteti)
mildheid
τῆς
(tes)
van de
κοινωνίας
(koinonias)
bijdrage
εἰς
(eis)
aan
αὐτοὺς
(autous)
hen
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
aan
πάντας
(pantas)
allen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks noemt geen onderwerp bij ‘verheerlijken’; wij vertalen ‘zij’ (de heiligen, vers 12). δοκιμή (dokime), ‘beproefdheid’: bewezen echtheid, zie 2:9 en 8:2. ὑποταγή (hypotage), ‘onderwerping’. ὁμολογία (homologia), ‘belijdenis’. κοινωνία (koinonia), ‘bijdrage’: letterlijk ‘gemeenschap’, zie 8:4.

Zie ook 2 Kor. 8:4.

14En in hun gebed voor jullie verlangen zij naar jullie, vanwege de overweldigende genade van Elohim over jullie.
καὶ
(kai)
en
αὐτῶν
(auton)
hun
δεήσει
(deesei)
in gebed
ὑπὲρ
(hyper)
voor
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἐπιποθούντων
(epipothounton)
verlangend
ὑμᾶς
(hymas)
naar jullie
διὰ
(dia)
vanwege
τὴν
(ten)
de
ὑπερβάλλουσαν
(hyperballousan)
overweldigende
χάριν
(charin)
genade
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐφ’
(eph’)
op
ὑμῖν
(hymin)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιποθέω (epipotheo), ‘verlangen naar’. ὑπερβάλλω (hyperballo), ‘overtreffen, overweldigend zijn’.

15Dank aan Elohim voor Zijn onuitsprekelijke gave.
χάρις
(charis)
dank
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
ἐπὶ
(epi)
voor
τῇ
(te)
de
ἀνεκδιηγήτῳ
(anekdiegeto)
onuitsprekelijke
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
δωρεᾷ
(dorea)
gave
Bron: SBLGNT
Uitleg

δωρεά (dorea), ‘gave’. ἀνεκδιήγητος (anekdiegetos), ‘onuitsprekelijk, niet te beschrijven’.

De tekst zegt niet welke gave bedoeld is. χάρις (charis), hier ‘dank’: zie 8:16.

Zie ook 2 Kor. 8:16.

Zie ook2 Kor 8:16