Elohim Bijbel

Numeri 26

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536

De tweede telling en de verdeling van het land

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het bevel om te tellen

1Yahweh zei tegen Mozes en tegen Eleazar, de zoon van Aäron, de priester:
וַיֹּ֤אמֶר
(vayomer)
en zei
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tegen
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
וְאֶ֧ל
(veel)
en tegen
אֶלְעָזָ֛ר
(elazar)
Eleazar
בֶּן
(ben)
zoon van
אַהֲרֹ֥ן
(aharon)
Aäron
הַכֹּהֵ֖ן
(hakohen)
de priester
לֵאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookNum 25:9
2„Neem de som op van heel de gemeenschap van de zonen van Israël, naar hun vaderhuizen. Dat geldt voor ieder van 20 jaar en ouder die in Israël met het leger uittrekt.”
שְׂא֞וּ
(seu)
neem op
אֶת
(et)
(obj.)
רֹ֣אשׁ
(rosh)
de som van
כָּל
(kal)
heel
עֲדַ֣ת
(adat)
de gemeenschap van
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
מִבֶּ֨ן
(miben)
van zoon van
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
שָׁנָ֛ה
(shana)
jaar
וָמַ֖עְלָה
(vamala)
en ouder
לְבֵ֣ית
(leveit)
naar het huis van
אֲבֹתָ֑ם
(avotam)
hun vaderen
כָּל
(kal)
ieder
יֹצֵ֥א
(yotse)
die uittrekt
צָבָ֖א
(tsava)
leger
בְּיִשְׂרָאֵֽל
(beyisrael)
in Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׂאוּ אֶת־רֹאשׁ (se’u et-rosh), ‘neem de som op’: letterlijk ‘hef het hoofd op’.

Wij vertalen zoals in Exod. 30:12.

Het bevel is gelijk aan dat in Num. 1:2–3.

בֵּית אָבוֹת (beit avot), ‘vaderhuis’: de familie van de vader, kleiner dan een stam.

צָבָא (tsava), ‘leger’: ieder man die kan uittrekken om te strijden.

3Mozes en Eleazar, de priester, spraken met hen in de vlakten van Moab, bij de Jordaan bij Jericho:
וַיְדַבֵּ֨ר
(vaydaber)
en sprak
מֹשֶׁ֜ה
(moshe)
Mozes
וְאֶלְעָזָ֧ר
(veelazar)
en Eleazar
הַכֹּהֵ֛ן
(hakohen)
de priester
אֹתָ֖ם
(otam)
met hen
בְּעַֽרְבֹ֣ת
(bearvot)
in de vlakten van
מוֹאָ֑ב
(moav)
Moab
עַל
(al)
bij
יַרְדֵּ֥ן
(yarden)
de Jordaan van
יְרֵח֖וֹ
(yerecho)
Jericho
לֵאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De vlakten van Moab (עַרְבוֹת מוֹאָב) liggen ten oosten van de Jordaan, tegenover Jericho, in het huidige Jordanië.

Hier ligt het kamp van Israël.

Zie Vlakten van Moab: De vlakten van Moab liggen in het Jordaandal, ten oosten van de Jordaan, tegenover Jericho.

4„Tel hen van 20 jaar en ouder, zoals Yahweh Mozes en de zonen van Israël heeft geboden, die uit het land Egypte zijn getrokken.”
מִבֶּ֛ן
(miben)
van zoon van
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
שָׁנָ֖ה
(shana)
jaar
וָמָ֑עְלָה
(vamaela)
en ouder
כַּאֲשֶׁר֩
(kaasher)
zoals
צִוָּ֨ה
(tsiva)
heeft geboden
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
מֹשֶׁה֙
(moshe)
Mozes
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
הַיֹּצְאִ֖ים
(hayotseim)
die uitgingen
מֵאֶ֥רֶץ
(meerets)
uit het land van
מִצְרָֽיִם
(mitsrayim)
Egypte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Lezing

In het Hebreeuws ontbreekt hier een werkwoord.

Wij vullen ‘Tel hen’ aan, naar het bevel in vers 2.

Ruben

5Ruben, de eerstgeborene van Israël. De zonen van Ruben. Chanoch: de familie van de Chanochieten. Van Pallu: de familie van de Palluïeten.
רְאוּבֵ֖ן
(reuven)
Ruben
בְּכ֣וֹר
(bekhor)
eerstgeborene van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
רְאוּבֵ֗ן
(reuven)
Ruben
חֲנוֹךְ֙
(chanokh)
Chanoch
מִשְׁפַּ֣חַת
(mishpachat)
familie van
הַחֲנֹכִ֔י
(hachanokhi)
de Chanochiet
לְפַלּ֕וּא
(lefalu)
van Pallu
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַפַּלֻּאִֽי
(hapalui)
de Palluïet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Deze tweede telling volgt de volgorde van de stammen in Num. 1, met Ruben eerst.

In vers 28–37 staan Manasse en Efraïm onder Jozef.

מִשְׁפָּחָה (mishpachah), ‘familie’: een groep binnen de stam. De naam van een familie eindigt in het Hebreeuws op ‘-i’ (הַחֲנֹכִי, hachanochi). Wij geven dit weer met ‘-ieten’: de Chanochieten, de Palluïeten, enzovoort.

6Van Chezron: de familie van de Chezronieten. Van Karmi: de familie van de Karmieten.
לְחֶצְרֹ֕ן
(lechetsron)
van Chezron
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַֽחֶצְרוֹנִ֑י
(hachetsroni)
de Chezroniet
לְכַרְמִ֕י
(lekharmi)
van Karmi
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַכַּרְמִֽי
(hakarmi)
de Karmiet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Dit zijn de families van de Rubenieten. Hun getelden waren 43.730.
אֵ֖לֶּה
(ele)
dit zijn
מִשְׁפְּחֹ֣ת
(mishpechot)
families van
הָרֻֽאוּבֵנִ֑י
(haruuveni)
de Rubeniet
וַיִּהְי֣וּ
(vayihyu)
en waren
פְקֻדֵיהֶ֗ם
(pequdeihem)
hun getelden
שְׁלֹשָׁ֤ה
(shelosha)
drie
וְאַרְבָּעִים֙
(vearbaim)
en veertig
אֶ֔לֶף
(elef)
duizend
וּשְׁבַ֥ע
(usheva)
en zeven
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
וּשְׁלֹשִֽׁים
(usheloshim)
en dertig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8De zonen van Pallu: Eliab.
וּבְנֵ֥י
(uvenei)
en de zonen van
פַלּ֖וּא
(palu)
Pallu
אֱלִיאָֽב
(eliav)
Eliab
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9De zonen van Eliab: Nemoeël, Datan en Abiram. Dit zijn Datan en Abiram, de afgevaardigden van de gemeenschap. Zij streden tegen Mozes en tegen Aäron in de aanhang van Korach, toen zij tegen Yahweh streden.
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en de zonen van
אֱלִיאָ֔ב
(eliav)
Eliab
נְמוּאֵ֖ל
(nemuel)
Nemoeël
וְדָתָ֣ן
(vedatan)
en Datan
וַאֲבִירָ֑ם
(vaaviram)
en Abiram
הֽוּא
(hu)
hij
דָתָ֨ן
(datan)
Datan
וַאֲבִירָ֜ם
(vaaviram)
en Abiram
קְרִיאֵ֣י
(qeriei)
de afgevaardigden van
הָעֵדָ֗ה
(haeda)
de gemeenschap
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
die
הִצּ֜וּ
(hitsu)
streden
עַל
(al)
tegen
מֹשֶׁ֤ה
(moshe)
Mozes
וְעַֽל
(veal)
en tegen
אַהֲרֹן֙
(aharon)
Aäron
בַּעֲדַת
(baadat)
in de aanhang van
קֹ֔רַח
(qorach)
Korach
בְּהַצֹּתָ֖ם
(behatsotam)
toen zij streden
עַל
(al)
tegen
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קְרִיאֵי הָעֵדָה (qeri’ei ha’edah), ‘afgevaardigden van de gemeenschap’: mannen die voor de gemeenschap waren geroepen.

Het woord lijkt op קְרוּאֵי (qeru’ei) in Num. 16:2.

הִצּוּ (hitsu), ‘zij streden’: zij gingen de strijd aan. De opstand van Korach, Datan en Abiram staat in Num. 16.

10De aarde opende haar mond en verslond hen en Korach, toen die gemeenschap stierf. Toen verteerde het vuur de 250 man. Zij werden een waarschuwend voorbeeld.
וַתִּפְתַּ֨ח
(vatiftach)
en opende
הָאָ֜רֶץ
(haarets)
de aarde
אֶת
(et)
(obj.)
פִּ֗יהָ
(piha)
haar mond
וַתִּבְלַ֥ע
(vativla)
en verslond
אֹתָ֛ם
(otam)
hen
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
קֹ֖רַח
(qorach)
Korach
בְּמ֣וֹת
(bemot)
bij het sterven van
הָעֵדָ֑ה
(haeda)
de gemeenschap
בַּאֲכֹ֣ל
(baakhol)
toen verteerde
הָאֵ֗שׁ
(haesh)
het vuur
אֵ֣ת
(et)
(obj.)
חֲמִשִּׁ֤ים
(chamishim)
vijftig
וּמָאתַ֨יִם֙
(umatayim)
en tweehonderd
אִ֔ישׁ
(ish)
man
וַיִּהְי֖וּ
(vayihyu)
en zij werden
לְנֵֽס
(lenes)
tot waarschuwend voorbeeld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֵס (nes), ‘waarschuwend voorbeeld’: het woord betekent ook ‘banier’ of ‘teken’.

Hier is het een teken dat anderen waarschuwt.

Zie Num. 17:1–5 voor het teken van de wierookpannen en Num. 16:31–35 voor de gebeurtenis.

11De zonen van Korach stierven niet.
וּבְנֵי
(uvenei)
en de zonen van
קֹ֖רַח
(qorach)
Korach
לֹא
(lo)
niet
מֵֽתוּ
(metu)
zij stierven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De zonen van Korach bleven in leven.

Zie Exod. 6:24 voor hun namen.

Simeon

12De zonen van Simeon, naar hun families. Van Nemoeël: de familie van de Nemoëlieten. Van Jamin: de familie van de Jaminieten. Van Jachin: de familie van de Jachinieten.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
שִׁמְעוֹן֮
(shimon)
Simeon
לְמִשְׁפְּחֹתָם֒
(lemishpechotam)
naar hun families
לִנְמוּאֵ֗ל
(linmuel)
van Nemoeël
מִשְׁפַּ֨חַת֙
(mishpachat)
familie van
הַנְּמ֣וּאֵלִ֔י
(hanemueli)
de Nemoëliet
לְיָמִ֕ין
(leyamin)
van Jamin
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַיָּמִינִ֑י
(hayamini)
de Jaminiet
לְיָכִ֕ין
(leyakhin)
van Jachin
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַיָּכִינִֽי
(hayakhini)
de Jachiniet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Simeon heeft hier vijf families.

De namen verschillen van Gen. 46:10 en Exod. 6:15: Nemoeël staat daar als Jemoeël, Jachin als Jakin, Zerach als Zohar.

Ohad staat hier niet meer in de lijst.

13Van Zerach: de familie van de Zerachieten. Van Sjaül: de familie van de Sjaülieten.
לְזֶ֕רַח
(lezerach)
van Zerach
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַזַּרְחִ֑י
(hazarchi)
de Zerachiet
לְשָׁא֕וּל
(leshaul)
van Sjaül
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַשָּׁאוּלִֽי
(hashauli)
de Sjaüliet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookGen 46:10
14Dit zijn de families van de Simeonieten: 22.200.
אֵ֖לֶּה
(ele)
dit zijn
מִשְׁפְּחֹ֣ת
(mishpechot)
families van
הַשִּׁמְעֹנִ֑י
(hashimoni)
de Simeoniet
שְׁנַ֧יִם
(shenayim)
twee
וְעֶשְׂרִ֛ים
(veesrim)
en twintig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וּמָאתָֽיִם
(umatayim)
en tweehonderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Gad

15De zonen van Gad, naar hun families. Van Zefon: de familie van de Zefonieten. Van Chaggi: de familie van de Chaggieten. Van Sjoeni: de familie van de Sjoenieten.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
גָד֮
(gad)
Gad
לְמִשְׁפְּחֹתָם֒
(lemishpechotam)
naar hun families
לִצְפ֗וֹן
(litsfon)
van Zefon
מִשְׁפַּ֨חַת֙
(mishpachat)
familie van
הַצְּפוֹנִ֔י
(hatsefoni)
de Zefoniet
לְחַגִּ֕י
(lechagi)
van Chaggi
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַֽחַגִּ֑י
(hachagi)
de Chaggiet
לְשׁוּנִ֕י
(leshuni)
van Sjoeni
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַשּׁוּנִֽי
(hashuni)
de Sjoeniet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De namen van Gad verschillen deels van Gen. 46:16.

Zefon staat daar als Zifjon en Ozni als Ezbon.

Wij volgen elke keer het Hebreeuws van de tekst zelf.

16Van Ozni: de familie van de Oznieten. Van Eri: de familie van de Erieten.
לְאָזְנִ֕י
(leazeni)
van Ozni
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הָאָזְנִ֑י
(haazeni)
de Ozniet
לְעֵרִ֕י
(leeri)
van Eri
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הָעֵרִֽי
(haeri)
de Eriet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookGen 46:16
17Van Arod: de familie van de Arodieten. Van Areli: de familie van de Areliëten.
לַאֲר֕וֹד
(laarod)
van Arod
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הָאֲרוֹדִ֑י
(haarodi)
de Arodiet
לְאַ֨רְאֵלִ֔י
(leareli)
van Areli
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הָאַרְאֵלִֽי
(haareli)
de Areliet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookGen 46:16
18Dit zijn de families van de zonen van Gad, naar hun getelden: 40.500.
אֵ֛לֶּה
(ele)
dit zijn
מִשְׁפְּחֹ֥ת
(mishpechot)
families van
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
גָ֖ד
(gad)
Gad
לִפְקֻדֵיהֶ֑ם
(lifqudeihem)
naar hun getelden
אַרְבָּעִ֥ים
(arbaim)
veertig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וַחֲמֵ֥שׁ
(vachamesh)
en vijf
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Juda

19De zonen van Juda: Er en Onan. Er en Onan stierven in het land Kanaän.
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
יְהוּדָ֖ה
(yehuda)
Juda
עֵ֣ר
(er)
Er
וְאוֹנָ֑ן
(veonan)
en Onan
וַיָּ֥מָת
(vayamat)
en stierf
עֵ֛ר
(er)
Er
וְאוֹנָ֖ן
(veonan)
en Onan
בְּאֶ֥רֶץ
(beerets)
in het land
כְּנָֽעַן
(kenaan)
Kanaän
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Kanaän: Kanaän is het land aan de oostkust van de Middellandse Zee, ongeveer het gebied van het huidige Israël, de Palestijnse gebieden en Libanon.

Uitleg

Het verhaal van Er en Onan staat in Gen. 38:3–10.

20De zonen van Juda, naar hun families. Van Sela: de familie van de Selanieten. Van Peres: de familie van de Peresieten. Van Zerach: de familie van de Zerachieten.
וַיִּהְי֣וּ
(vayihyu)
en waren
בְנֵי
(benei)
de zonen van
יְהוּדָה֮
(yehuda)
Juda
לְמִשְׁפְּחֹתָם֒
(lemishpechotam)
naar hun families
לְשֵׁלָ֗ה
(leshela)
van Sela
מִשְׁפַּ֨חַת֙
(mishpachat)
familie van
הַשֵּׁ֣לָנִ֔י
(hashelani)
de Selaniet
לְפֶ֕רֶץ
(leferets)
van Peres
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַפַּרְצִ֑י
(hapartsi)
de Peresiet
לְזֶ֕רַח
(lezerach)
van Zerach
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַזַּרְחִֽי
(hazarchi)
de Zerachiet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21De zonen van Peres. Van Chezron: de familie van de Chezronieten. Van Chamoel: de familie van de Chamoelieten.
וַיִּהְי֣וּ
(vayihyu)
en waren
בְנֵי
(benei)
de zonen van
פֶ֔רֶץ
(perets)
Peres
לְחֶצְרֹ֕ן
(lechetsron)
van Chezron
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַֽחֶצְרֹנִ֑י
(hachetsroni)
de Chezroniet
לְחָמ֕וּל
(lechamul)
van Chamoel
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הֶחָמוּלִֽי
(hechamuli)
de Chamoeliet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22Dit zijn de families van Juda, naar hun getelden: 76.500.
אֵ֛לֶּה
(ele)
dit zijn
מִשְׁפְּחֹ֥ת
(mishpechot)
families van
יְהוּדָ֖ה
(yehuda)
Juda
לִפְקֻדֵיהֶ֑ם
(lifqudeihem)
naar hun getelden
שִׁשָּׁ֧ה
(shisha)
zes
וְשִׁבְעִ֛ים
(veshivim)
en zeventig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וַחֲמֵ֥שׁ
(vachamesh)
en vijf
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Issachar

23De zonen van Issachar, naar hun families. Van Tola: de familie van de Tolaïeten. Van Pua: de familie van de Punieten.
בְּנֵ֤י
(benei)
de zonen van
יִשָּׂשכָר֙
(yisashkhar)
Issachar
לְמִשְׁפְּחֹתָ֔ם
(lemishpechotam)
naar hun families
תּוֹלָ֕ע
(tola)
Tola
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַתּוֹלָעִ֑י
(hatolai)
de Tolaïet
לְפֻוָ֕ה
(lefuva)
van Pua
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַפּוּנִֽי
(hapuni)
de Puniet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פֻוָּה (Puvah) en de familie הַפּוּנִי (hapuni): in Gen. 46:13 staat de naam als Pua.

De familie heet hier de Punieten.

24Van Jasjoev: de familie van de Jasjoevieten. Van Simron: de familie van de Simronieten.
לְיָשׁ֕וּב
(leyashuv)
van Jasjoev
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַיָּשׁוּבִ֑י
(hayashuvi)
de Jasjoeviet
לְשִׁמְרֹ֕ן
(leshimron)
van Simron
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַשִּׁמְרֹנִֽי
(hashimroni)
de Simroniet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

In Gen. 46:13 staat in de Masoretische tekst Job (אִיּוֹב).

De Septuaginta en de Samaritaanse Pentateuch hebben daar Jasjoev (יָשׁוּב), zoals hier.

Zie ookGen 46:13
25Dit zijn de families van Issachar, naar hun getelden: 64.300.
אֵ֛לֶּה
(ele)
dit zijn
מִשְׁפְּחֹ֥ת
(mishpechot)
families van
יִשָּׂשכָ֖ר
(yisashkhar)
Issachar
לִפְקֻדֵיהֶ֑ם
(lifqudeihem)
naar hun getelden
אַרְבָּעָ֧ה
(arbaa)
vier
וְשִׁשִּׁ֛ים
(veshishim)
en zestig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וּשְׁלֹ֥שׁ
(ushelosh)
en drie
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Zebulon

26De zonen van Zebulon, naar hun families. Van Sered: de familie van de Sardieten. Van Elon: de familie van de Elonieten. Van Jachleël: de familie van de Jachleëlieten.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
זְבוּלֻן֮
(zevulun)
Zebulon
לְמִשְׁפְּחֹתָם֒
(lemishpechotam)
naar hun families
לְסֶ֗רֶד
(lesered)
van Sered
מִשְׁפַּ֨חַת֙
(mishpachat)
familie van
הַסַּרְדִּ֔י
(hasardi)
de Sardiet
לְאֵל֕וֹן
(leelon)
van Elon
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הָאֵלֹנִ֑י
(haeloni)
de Eloniet
לְיַ֨חְלְאֵ֔ל
(leyachleel)
van Jachleël
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַיַּחְלְאֵלִֽי
(hayachleeli)
de Jachleëliet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
27Dit zijn de families van de Zebulonieten, naar hun getelden: 60.500.
אֵ֛לֶּה
(ele)
dit zijn
מִשְׁפְּחֹ֥ת
(mishpechot)
families van
הַזְּבוּלֹנִ֖י
(hazevuloni)
de Zebuloniet
לִפְקֻדֵיהֶ֑ם
(lifqudeihem)
naar hun getelden
שִׁשִּׁ֥ים
(shishim)
zestig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וַחֲמֵ֥שׁ
(vachamesh)
en vijf
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Jozef: Manasse en Efraïm

28De zonen van Jozef, naar hun families: Manasse en Efraïm.
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
יוֹסֵ֖ף
(yosef)
Jozef
לְמִשְׁפְּחֹתָ֑ם
(lemishpechotam)
naar hun families
מְנַשֶּׁ֖ה
(menashe)
Manasse
וְאֶפְרָֽיִם
(veefrayim)
en Efraïm
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
29De zonen van Manasse. Van Machir: de familie van de Machirieten. Machir werd de vader van Gilead. Van Gilead: de familie van de Gileadieten.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
מְנַשֶּׁ֗ה
(menashe)
Manasse
לְמָכִיר֙
(lemakhir)
van Machir
מִשְׁפַּ֣חַת
(mishpachat)
familie van
הַמָּכִירִ֔י
(hamakhiri)
de Machiriet
וּמָכִ֖יר
(umakhir)
en Machir
הוֹלִ֣יד
(holid)
werd vader van
אֶת
(et)
(obj.)
גִּלְעָ֑ד
(gilad)
Gilead
לְגִלְעָ֕ד
(legilad)
van Gilead
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַגִּלְעָדִֽי
(hagiladi)
de Gileadiet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Machir is de oudste zoon van Manasse.

Zijn nakomelingen vestigen zich later in Gilead (zie Num. 32:39–40).

30Dit zijn de zonen van Gilead. Van Iëzer: de familie van de Iëzerieten. Van Chelek: de familie van de Chelkieten.
אֵ֚לֶּה
(ele)
dit zijn
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
גִלְעָ֔ד
(gilad)
Gilead
אִיעֶ֕זֶר
(iezer)
Iëzer
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הָאִֽיעֶזְרִ֑י
(haiezri)
de Iëzeriet
לְחֵ֕לֶק
(lecheleq)
van Chelek
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַֽחֶלְקִֽי
(hachelqi)
de Chelkiet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Iëzer (אִיעֶזֶר) is dezelfde naam als Abiëzer in Joz. 17:2.

31Van Asriël: de familie van de Asriëlieten. Van Sjechem: de familie van de Sjechemieten.
וְאַ֨שְׂרִיאֵ֔ל
(veasriel)
en Asriël
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הָֽאַשְׂרִֽאֵלִ֑י
(haasrieli)
de Asriëliet
וְשֶׁ֕כֶם
(veshekhem)
en Sjechem
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַשִּׁכְמִֽי
(hashikhmi)
de Sjechemiet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
32Van Sjemida: de familie van de Sjemidaïeten. Van Chefer: de familie van de Cheferieten.
וּשְׁמִידָ֕ע
(ushemida)
en Sjemida
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַשְּׁמִידָעִ֑י
(hashemidai)
de Sjemidaïet
וְחֵ֕פֶר
(vechefer)
en Chefer
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַֽחֶפְרִֽי
(hachefri)
de Cheferiet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
33Selofchad, de zoon van Chefer, had geen zonen, maar alleen dochters. De namen van de dochters van Selofchad: Machla, Noa, Chogla, Milka en Tirza.
וּצְלָפְחָ֣ד
(utselafechad)
en Selofchad
בֶּן
(ben)
zoon van
חֵ֗פֶר
(chefer)
Chefer
לֹא
(lo)
niet
הָ֥יוּ
(hayu)
waren
ל֛וֹ
(lo)
voor hem
בָּנִ֖ים
(banim)
zonen
כִּ֣י
(ki)
maar
אִם
(im)
alleen
בָּנ֑וֹת
(banot)
dochters
וְשֵׁם֙
(veshem)
en naam van
בְּנ֣וֹת
(benot)
de dochters van
צְלָפְחָ֔ד
(tselafechad)
Selofchad
מַחְלָ֣ה
(machla)
Machla
וְנֹעָ֔ה
(venoa)
en Noa
חָגְלָ֥ה
(chagela)
Chogla
מִלְכָּ֖ה
(milka)
Milka
וְתִרְצָֽה
(vetirtsa)
en Tirza
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Selofchad is de vader van vijf dochters.

Hun verhaal volgt in Num. 27:1–11 en Num. 36.

De naam Selofchad schrijven wij met een ‘S’; het Hebreeuws heeft hier de letter tsade (צ).

34Dit zijn de families van Manasse. Hun getelden waren 52.700.
אֵ֖לֶּה
(ele)
dit zijn
מִשְׁפְּחֹ֣ת
(mishpechot)
families van
מְנַשֶּׁ֑ה
(menashe)
Manasse
וּפְקֻ֣דֵיהֶ֔ם
(ufequdeihem)
en hun getelden
שְׁנַ֧יִם
(shenayim)
twee
וַחֲמִשִּׁ֛ים
(vachamishim)
en vijftig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וּשְׁבַ֥ע
(usheva)
en zeven
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
35Dit zijn de zonen van Efraïm, naar hun families. Van Sjoetelach: de familie van de Sjoetelachieten. Van Becher: de familie van de Bachrieten. Van Tachan: de familie van de Tachanieten.
אֵ֣לֶּה
(ele)
dit zijn
בְנֵי
(benei)
de zonen van
אֶפְרַיִם֮
(efrayim)
Efraïm
לְמִשְׁפְּחֹתָם֒
(lemishpechotam)
naar hun families
לְשׁוּתֶ֗לַח
(leshutelach)
van Sjoetelach
מִשְׁפַּ֨חַת֙
(mishpachat)
familie van
הַשֻּׁ֣תַלְחִ֔י
(hashutalchi)
de Sjoetelachiet
לְבֶ֕כֶר
(levekher)
van Becher
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַבַּכְרִ֑י
(habakhri)
de Bachriet
לְתַ֕חַן
(letachan)
van Tachan
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַֽתַּחֲנִֽי
(hatachani)
de Tachaniet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
36Dit zijn de zonen van Sjoetelach. Van Eran: de familie van de Eranieten.
וְאֵ֖לֶּה
(veele)
en dit zijn
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
שׁוּתָ֑לַח
(shutalach)
Sjoetelach
לְעֵרָ֕ן
(leeran)
van Eran
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הָעֵרָנִֽי
(haerani)
de Eraniet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
37Dit zijn de families van de zonen van Efraïm, naar hun getelden: 32.500. Dit zijn de zonen van Jozef, naar hun families.
אֵ֣לֶּה
(ele)
dit zijn
מִשְׁפְּחֹ֤ת
(mishpechot)
families van
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
אֶפְרַ֨יִם֙
(efrayim)
Efraïm
לִפְקֻ֣דֵיהֶ֔ם
(lifqudeihem)
naar hun getelden
שְׁנַ֧יִם
(shenayim)
twee
וּשְׁלֹשִׁ֛ים
(usheloshim)
en dertig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וַחֲמֵ֣שׁ
(vachamesh)
en vijf
מֵא֑וֹת
(meot)
honderd
אֵ֥לֶּה
(ele)
dit zijn
בְנֵי
(benei)
de zonen van
יוֹסֵ֖ף
(yosef)
Jozef
לְמִשְׁפְּחֹתָֽם
(lemishpechotam)
naar hun families
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Benjamin

38De zonen van Benjamin, naar hun families. Van Bela: de familie van de Belaïeten. Van Asjbel: de familie van de Asjbelieten. Van Achiram: de familie van de Achiramieten.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
בִנְיָמִן֮
(binyamin)
Benjamin
לְמִשְׁפְּחֹתָם֒
(lemishpechotam)
naar hun families
לְבֶ֗לַע
(levela)
van Bela
מִשְׁפַּ֨חַת֙
(mishpachat)
familie van
הַבַּלְעִ֔י
(habali)
de Belaïet
לְאַשְׁבֵּ֕ל
(leashbel)
van Asjbel
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הָֽאַשְׁבֵּלִ֑י
(haashbeli)
de Asjbeliet
לַאֲחִירָ֕ם
(laachiram)
van Achiram
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הָאֲחִירָמִֽי
(haachirami)
de Achiramiet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
39Van Sjefufam: de familie van de Sjefufamieten. Van Chufam: de familie van de Chufamieten.
לִשְׁפוּפָ֕ם
(lishfufam)
van Sjefufam
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַשּׁוּפָמִ֑י
(hashufami)
de Sjefufamiet
לְחוּפָ֕ם
(lechufam)
van Chufam
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַחוּפָמִֽי
(hachufami)
de Chufamiet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookGen 46:21
40De zonen van Bela waren Ard en Naäman. Ard: de familie van de Ardieten. Van Naäman: de familie van de Naämieten.
וַיִּהְי֥וּ
(vayihyu)
en waren
בְנֵי
(benei)
de zonen van
בֶ֖לַע
(bela)
Bela
אַ֣רְדְּ
(ard)
Ard
וְנַעֲמָ֑ן
(venaaman)
en Naäman
מִשְׁפַּ֨חַת֙
(mishpachat)
familie van
הָֽאַרְדִּ֔י
(haardi)
de Ardiet
לְנַֽעֲמָ֔ן
(lenaaman)
van Naäman
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַֽנַּעֲמִֽי
(hanaami)
de Naämiet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Gen. 46:21 noemt Ard en Naäman zonen van Benjamin.

Hier zijn zij zonen van Bela, de zoon van Benjamin.

41Dit zijn de zonen van Benjamin, naar hun families. Hun getelden waren 45.600.
אֵ֥לֶּה
(ele)
dit zijn
בְנֵי
(benei)
de zonen van
בִנְיָמִ֖ן
(binyamin)
Benjamin
לְמִשְׁפְּחֹתָ֑ם
(lemishpechotam)
naar hun families
וּפְקֻ֣דֵיהֶ֔ם
(ufequdeihem)
en hun getelden
חֲמִשָּׁ֧ה
(chamisha)
vijf
וְאַרְבָּעִ֛ים
(vearbaim)
en veertig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וְשֵׁ֥שׁ
(veshesh)
en zes
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Dan

42Dit zijn de zonen van Dan, naar hun families. Van Sjoecham: de familie van de Sjoechamieten. Dit zijn de families van Dan, naar hun families.
אֵ֤לֶּה
(ele)
dit zijn
בְנֵי
(benei)
de zonen van
דָן֙
(dan)
Dan
לְמִשְׁפְּחֹתָ֔ם
(lemishpechotam)
naar hun families
לְשׁוּחָ֕ם
(leshucham)
van Sjoecham
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַשּׁוּחָמִ֑י
(hashuchami)
de Sjoechamiet
אֵ֛לֶּה
(ele)
dit zijn
מִשְׁפְּחֹ֥ת
(mishpechot)
families van
דָּ֖ן
(dan)
Dan
לְמִשְׁפְּחֹתָֽם
(lemishpechotam)
naar hun families
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookGen 46:23
43Alle families van de Sjoechamieten, naar hun getelden: 64.400.
כָּל
(kal)
alle
מִשְׁפְּחֹ֥ת
(mishpechot)
families van
הַשּׁוּחָמִ֖י
(hashuchami)
de Sjoechamiet
לִפְקֻדֵיהֶ֑ם
(lifqudeihem)
naar hun getelden
אַרְבָּעָ֧ה
(arbaa)
vier
וְשִׁשִּׁ֛ים
(veshishim)
en zestig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וְאַרְבַּ֥ע
(vearba)
en vier
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Aser

44De zonen van Aser, naar hun families. Van Jimna: de familie van de Jimnaïeten. Van Jisjwi: de familie van de Jisjwieten. Van Beria: de familie van de Beriieten.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
אָשֵׁר֮
(asher)
Aser
לְמִשְׁפְּחֹתָם֒
(lemishpechotam)
naar hun families
לְיִמְנָ֗ה
(leyimna)
van Jimna
מִשְׁפַּ֨חַת֙
(mishpachat)
familie van
הַיִּמְנָ֔ה
(hayimna)
de Jimnaïet
לְיִשְׁוִ֕י
(leyishvi)
van Jisjwi
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַיִּשְׁוִ֑י
(hayishvi)
de Jisjwiet
לִבְרִיעָ֕ה
(livria)
van Beria
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַבְּרִיעִֽי
(haberii)
de Beriiet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
45Van de zonen van Beria. Van Cheber: de familie van de Cheberieten. Van Malkiël: de familie van de Malkiëlieten.
לִבְנֵ֣י
(livnei)
van de zonen van
בְרִיעָ֔ה
(beria)
Beria
לְחֶ֕בֶר
(lechever)
van Cheber
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַֽחֶבְרִ֑י
(hachevri)
de Cheberiet
לְמַ֨לְכִּיאֵ֔ל
(lemalkiel)
van Malkiël
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַמַּלְכִּיאֵלִֽי
(hamalkieli)
de Malkiëliet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
46De naam van de dochter van Aser was Serach.
וְשֵׁ֥ם
(veshem)
en naam van
בַּת
(bat)
dochter van
אָשֵׁ֖ר
(asher)
Aser
שָֽׂרַח
(sarach)
Serach
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Serach is de enige vrouw in deze lijst, naast de dochters van Selofchad (vers 33).

Zij staat ook in Gen. 46:17.

47Dit zijn de families van de zonen van Aser, naar hun getelden: 53.400.
אֵ֛לֶּה
(ele)
dit zijn
מִשְׁפְּחֹ֥ת
(mishpechot)
families van
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
אָשֵׁ֖ר
(asher)
Aser
לִפְקֻדֵיהֶ֑ם
(lifqudeihem)
naar hun getelden
שְׁלֹשָׁ֧ה
(shelosha)
drie
וַחֲמִשִּׁ֛ים
(vachamishim)
en vijftig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וְאַרְבַּ֥ע
(vearba)
en vier
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Naftali

48De zonen van Naftali, naar hun families. Van Jachtseël: de familie van de Jachtseëlieten. Van Guni: de familie van de Gunieten.
בְּנֵ֤י
(benei)
de zonen van
נַפְתָּלִי֙
(naftali)
Naftali
לְמִשְׁפְּחֹתָ֔ם
(lemishpechotam)
naar hun families
לְיַ֨חְצְאֵ֔ל
(leyachtseel)
van Jachtseël
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַיַּחְצְאֵלִ֑י
(hayachtseeli)
de Jachtseëliet
לְגוּנִ֕י
(leguni)
van Guni
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַגּוּנִֽי
(haguni)
de Guniet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
49Van Jezer: de familie van de Jezerieten. Van Sjillem: de familie van de Sjillemieten.
לְיֵ֕צֶר
(leyetser)
van Jezer
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַיִּצְרִ֑י
(hayitsri)
de Jezeriet
לְשִׁלֵּ֕ם
(leshilem)
van Sjillem
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַשִּׁלֵּמִֽי
(hashilemi)
de Sjillemiet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
50Dit zijn de families van Naftali, naar hun families. Hun getelden waren 45.400.
אֵ֛לֶּה
(ele)
dit zijn
מִשְׁפְּחֹ֥ת
(mishpechot)
families van
נַפְתָּלִ֖י
(naftali)
Naftali
לְמִשְׁפְּחֹתָ֑ם
(lemishpechotam)
naar hun families
וּפְקֻ֣דֵיהֶ֔ם
(ufequdeihem)
en hun getelden
חֲמִשָּׁ֧ה
(chamisha)
vijf
וְאַרְבָּעִ֛ים
(vearbaim)
en veertig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וְאַרְבַּ֥ע
(vearba)
en vier
מֵאֽוֹת
(meot)
honderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De totale telling

51Dit zijn de getelden van de zonen van Israël: 601.730.
אֵ֗לֶּה
(ele)
dit zijn
פְּקוּדֵי֙
(pequdei)
de getelden van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
שֵׁשׁ
(shesh)
zes
מֵא֥וֹת
(meot)
honderd
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
וָאָ֑לֶף
(vaalef)
en duizend
שְׁבַ֥ע
(sheva)
zeven
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
וּשְׁלֹשִֽׁים
(usheloshim)
en dertig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het totaal van de eerste telling was 603.550 (Num. 1:46).

Nu zijn er 601.730 getelden, 1.820 minder.

De verdeling van het land

52Yahweh sprak tot Mozes:
וַיְדַבֵּ֥ר
(vaydaber)
en sprak
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tegen
מֹשֶׁ֥ה
(moshe)
Mozes
לֵּאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
53„Aan hen moet het land als erfdeel worden verdeeld, naar het aantal namen.
לָאֵ֗לֶּה
(laele)
aan deze
תֵּחָלֵ֥ק
(techaleq)
zal verdeeld worden
הָאָ֛רֶץ
(haarets)
het land
בְּנַחֲלָ֖ה
(benachala)
als erfdeel
בְּמִסְפַּ֥ר
(bemispar)
naar het aantal van
שֵׁמֽוֹת
(shemot)
namen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
54Aan wie in aantal groot is, moet je zijn erfdeel groter maken. Aan wie in aantal klein is, moet je zijn erfdeel kleiner maken. Ieder moet zijn erfdeel krijgen naar zijn getelden.
לָרַ֗ב
(larav)
aan wie groot is
תַּרְבֶּה֙
(tarbe)
zul je groter maken
נַחֲלָת֔וֹ
(nachalato)
zijn erfdeel
וְלַמְעַ֕ט
(velamat)
en aan wie klein is
תַּמְעִ֖יט
(tamit)
zul je kleiner maken
נַחֲלָת֑וֹ
(nachalato)
zijn erfdeel
אִ֚ישׁ
(ish)
ieder
לְפִ֣י
(lefi)
naar
פְקֻדָ֔יו
(pequdav)
zijn getelden
יֻתַּ֖ן
(yutan)
zal gegeven worden
נַחֲלָתֽוֹ
(nachalato)
zijn erfdeel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het erfdeel hangt af van de grootte van de stam.

De verdeling gebeurt per stam en per familie naar het aantal getelden, en de plaats ervan wordt door het lot bepaald (vers 55–56).

55Maar het land moet bij loting worden verdeeld. Zij zullen het erven naar de namen van de stammen van hun vaderen.
אַךְ
(akh)
maar
בְּגוֹרָ֕ל
(begoral)
bij loting
יֵחָלֵ֖ק
(yechaleq)
zal verdeeld worden
אֶת
(et)
(obj.)
הָאָ֑רֶץ
(haarets)
het land
לִשְׁמ֥וֹת
(lishmot)
naar de namen van
מַטּוֹת
(matot)
stammen van
אֲבֹתָ֖ם
(avotam)
hun vaderen
יִנְחָֽלוּ
(yinchalu)
zij zullen erven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גּוֹרָל (goral), ‘lot’: een steen of stokje dat wordt getrokken om een keuze te laten bepalen.

Zie Num. 33:54 en Num. 34:13.

56Naar de uitspraak van het lot moet zijn erfdeel worden verdeeld, tussen de velen en de weinigen.”
עַל
(al)
naar
פִּי֙
(pi)
de uitspraak van
הַגּוֹרָ֔ל
(hagoral)
het lot
תֵּחָלֵ֖ק
(techaleq)
zal verdeeld worden
נַחֲלָת֑וֹ
(nachalato)
zijn erfdeel
בֵּ֥ין
(bein)
tussen
רַ֖ב
(rav)
de velen
לִמְעָֽט
(limat)
en de weinigen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De Levieten

57Dit zijn de getelden van de Levieten, naar hun families. Van Gersjon: de familie van de Gersjonieten. Van Kehat: de familie van de Kehatieten. Van Merari: de familie van de Merarieten.
וְאֵ֨לֶּה
(veele)
en dit zijn
פְקוּדֵ֣י
(pequdei)
de getelden van
הַלֵּוִי֮
(halevi)
de Leviet
לְמִשְׁפְּחֹתָם֒
(lemishpechotam)
naar hun families
לְגֵרְשׁ֗וֹן
(legereshon)
van Gersjon
מִשְׁפַּ֨חַת֙
(mishpachat)
familie van
הַגֵּ֣רְשֻׁנִּ֔י
(hagereshuni)
de Gersjoniet
לִקְהָ֕ת
(liqhat)
van Kehat
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַקְּהָתִ֑י
(haqehati)
de Kehatiet
לִמְרָרִ֕י
(limrari)
van Merari
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַמְּרָרִֽי
(hamerari)
de Merariet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
58Dit zijn de families van Levi. De familie van de Libnieten, de familie van de Hebronieten, de familie van de Machlieten, de familie van de Musieten, de familie van de Korachieten. Kehat werd de vader van Amram.
אֵ֣לֶּה
(ele)
dit zijn
מִשְׁפְּחֹ֣ת
(mishpechot)
families van
לֵוִ֗י
(levi)
Levi
מִשְׁפַּ֨חַת
(mishpachat)
familie van
הַלִּבְנִ֜י
(halivni)
de Libniet
מִשְׁפַּ֤חַת
(mishpachat)
familie van
הַֽחֶבְרֹנִי֙
(hachevroni)
de Hebroniet
מִשְׁפַּ֤חַת
(mishpachat)
familie van
הַמַּחְלִי֙
(hamachli)
de Machliet
מִשְׁפַּ֣חַת
(mishpachat)
familie van
הַמּוּשִׁ֔י
(hamushi)
de Musiet
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַקָּרְחִ֑י
(haqarechi)
de Korachiet
וּקְהָ֖ת
(uqehat)
en Kehat
הוֹלִ֥ד
(holid)
werd vader van
אֶת
(et)
(obj.)
עַמְרָֽם
(amram)
Amram
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit zijn de vijf families van Levi die uit zijn drie zonen komen: de Libnieten (van Gersjon), de Hebronieten (van Kehat), de Machlieten en Musieten (van Merari) en de Korachieten (van Kehat via Jishar).

Zie Exod. 6:17–25.

59De naam van de vrouw van Amram was Jochebed, de dochter van Levi. Zij is in Egypte aan Levi geboren. Zij beviel Amram van Aäron, van Mozes en van Mirjam, hun zuster.
וְשֵׁ֣ם
(veshem)
en naam van
אֵ֣שֶׁת
(eshet)
de vrouw van
עַמְרָ֗ם
(amram)
Amram
יוֹכֶ֨בֶד֙
(yokheved)
Jochebed
בַּת
(bat)
dochter van
לֵוִ֔י
(levi)
Levi
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
die
יָלְדָ֥ה
(yaleda)
baarde
אֹתָ֛הּ
(otah)
haar
לְלֵוִ֖י
(lelevi)
aan Levi
בְּמִצְרָ֑יִם
(bemitsrayim)
in Egypte
וַתֵּ֣לֶד
(vateled)
en zij baarde
לְעַמְרָ֗ם
(leamram)
aan Amram
אֶֽת
(et)
(obj.)
אַהֲרֹן֙
(aharon)
Aäron
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
וְאֵ֖ת
(veet)
en (obj.)
מִרְיָ֥ם
(miryam)
Mirjam
אֲחֹתָֽם
(achotam)
hun zuster
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

Volgens deze tekst is Jochebed in Egypte aan Levi geboren.

Zij is dan een zus van Kehat en de tante van Amram (Exod. 6:20).

60Aan Aäron werden geboren Nadab en Abihu, Eleazar en Itamar.
וַיִּוָּלֵ֣ד
(vayivaled)
en werden geboren
לְאַהֲרֹ֔ן
(leaharon)
aan Aäron
אֶת
(et)
(obj.)
נָדָ֖ב
(nadav)
Nadab
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
אֲבִיה֑וּא
(avihu)
Abihu
אֶת
(et)
(obj.)
אֶלְעָזָ֖ר
(elazar)
Eleazar
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
אִיתָמָֽר
(itamar)
Itamar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
61Nadab en Abihu stierven, toen zij vreemd vuur voor het aangezicht van Yahweh brachten.
וַיָּ֥מָת
(vayamat)
en stierf
נָדָ֖ב
(nadav)
Nadab
וַאֲבִיה֑וּא
(vaavihu)
en Abihu
בְּהַקְרִיבָ֥ם
(behaqrivam)
toen zij brachten
אֵשׁ
(esh)
vuur
זָרָ֖ה
(zara)
vreemd
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het verhaal staat in Lev. 10:1–2; zie ook Num. 3:4.

62Hun getelden waren 23.000, alles wat mannelijk is, van een maand en ouder. Zij werden namelijk niet geteld onder de zonen van Israël. Want er werd hun geen erfdeel gegeven onder de zonen van Israël.
וַיִּהְי֣וּ
(vayihyu)
en waren
פְקֻדֵיהֶ֗ם
(pequdeihem)
hun getelden
שְׁלֹשָׁ֤ה
(shelosha)
drie
וְעֶשְׂרִים֙
(veesrim)
en twintig
אֶ֔לֶף
(elef)
duizend
כָּל
(kal)
alles
זָכָ֖ר
(zakhar)
wat mannelijk is
מִבֶּן
(miben)
van zoon van
חֹ֣דֶשׁ
(chodesh)
een maand
וָמָ֑עְלָה
(vamaela)
en ouder
כִּ֣י
(ki)
want
לֹ֣א
(lo)
niet
הָתְפָּקְד֗וּ
(hatpaqedu)
werden geteld
בְּתוֹךְ֙
(betokh)
te midden van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
כִּ֠י
(ki)
want
לֹא
(lo)
niet
נִתַּ֤ן
(nitan)
werd gegeven
לָהֶם֙
(lahem)
aan hen
נַחֲלָ֔ה
(nachala)
erfdeel
בְּת֖וֹךְ
(betokh)
te midden van
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De Levieten worden apart geteld, van een maand en ouder (Num. 3:15).

Zij krijgen geen erfdeel in het land (Num. 18:20–24).

Het aantal in Num. 3:39 is 22.000.

Niemand uit de eerste telling

63Dit zijn de getelden van Mozes en Eleazar, de priester. Zij telden de zonen van Israël in de vlakten van Moab, bij de Jordaan bij Jericho.
אֵ֚לֶּה
(ele)
dit zijn
פְּקוּדֵ֣י
(pequdei)
de getelden van
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
וְאֶלְעָזָ֖ר
(veelazar)
en Eleazar
הַכֹּהֵ֑ן
(hakohen)
de priester
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
die
פָּֽקְד֜וּ
(paqedu)
telden
אֶת
(et)
(obj.)
בְּנֵ֤י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵל֙
(yisrael)
Israël
בְּעַֽרְבֹ֣ת
(bearvot)
in de vlakten van
מוֹאָ֔ב
(moav)
Moab
עַ֖ל
(al)
bij
יַרְדֵּ֥ן
(yarden)
de Jordaan van
יְרֵחֽוֹ
(yerecho)
Jericho
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Vlakten van Moab: De vlakten van Moab liggen in het Jordaandal, ten oosten van de Jordaan, tegenover Jericho.

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Zie Jericho: Jericho ligt in het Jordaandal, ongeveer 25 km ten noordoosten van Jeruzalem.

Zie ookNum 26:3
64Onder hen was niemand van de getelden van Mozes en Aäron, de priester, die de zonen van Israël in de woestijn Sinaï telden.
וּבְאֵ֨לֶּה֙
(uveele)
en onder deze
לֹא
(lo)
niet
הָ֣יָה
(haya)
was
אִ֔ישׁ
(ish)
man
מִפְּקוּדֵ֣י
(mipequdei)
van de getelden van
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
וְאַהֲרֹ֖ן
(veaharon)
en Aäron
הַכֹּהֵ֑ן
(hakohen)
de priester
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
פָּקְד֛וּ
(paqedu)
telden
אֶת
(et)
(obj.)
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
בְּמִדְבַּ֥ר
(bemidbar)
in de woestijn van
סִינָֽי
(sinay)
Sinaï
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Sinaï: De berg Sinaï wordt van oudsher gezocht bij de Gebel Musa, in het zuiden van het schiereiland Sinaï.

65Want Yahweh had over hen gezegd: „Zij zullen zeker sterven in de woestijn.” Er bleef niemand van hen over, behalve Kaleb, de zoon van Jefunne, en Jozua, de zoon van Nun.
כִּֽי
(ki)
want
אָמַ֤ר
(amar)
zei
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
לָהֶ֔ם
(lahem)
over hen
מ֥וֹת
(mot)
sterven
יָמֻ֖תוּ
(yamutu)
zullen zij sterven
בַּמִּדְבָּ֑ר
(bamidbar)
in de woestijn
וְלֹא
(velo)
en niet
נוֹתַ֤ר
(notar)
bleef over
מֵהֶם֙
(mehem)
van hen
אִ֔ישׁ
(ish)
man
כִּ֚י
(ki)
maar
אִם
(im)
als
כָּלֵ֣ב
(kalev)
Kaleb
בֶּן
(ben)
zoon van
יְפֻנֶּ֔ה
(yefune)
Jefunne
וִיהוֹשֻׁ֖עַ
(vihoshua)
en Jozua
בִּן
(bin)
zoon van
נֽוּן
(nun)
Nun
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zie Num. 14:28–30, waar Yahweh Kaleb en Jozua uitzondert.