Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Het bevel om te tellen
1Yahweh zei tegen Mozes en tegen Eleazar, de zoon van Aäron, de priester:
וַיֹּ֤אמֶר
(vayomer)
en zei
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tegen
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
וְאֶ֧ל
(veel)
en tegen
אֶלְעָזָ֛ר
(elazar)
Eleazar
בֶּן
(ben)
zoon van
אַהֲרֹ֥ן
(aharon)
Aäron
הַכֹּהֵ֖ן
(hakohen)
de priester
לֵאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
2„Neem de som op van heel de gemeenschap van de zonen van Israël, naar hun vaderhuizen. Dat geldt voor ieder van 20 jaar en ouder die in Israël met het leger uittrekt.”
שְׂא֞וּ
(seu)
neem op
אֶת
(et)
(obj.)
רֹ֣אשׁ
(rosh)
de som van
כָּל
(kal)
heel
עֲדַ֣ת
(adat)
de gemeenschap van
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
מִבֶּ֨ן
(miben)
van zoon van
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
שָׁנָ֛ה
(shana)
jaar
וָמַ֖עְלָה
(vamala)
en ouder
לְבֵ֣ית
(leveit)
naar het huis van
אֲבֹתָ֑ם
(avotam)
hun vaderen
כָּל
(kal)
ieder
יֹצֵ֥א
(yotse)
die uittrekt
צָבָ֖א
(tsava)
leger
בְּיִשְׂרָאֵֽל
(beyisrael)
in Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שְׂאוּ אֶת־רֹאשׁ (se’u et-rosh), ‘neem de som op’: letterlijk ‘hef het hoofd op’.
Wij vertalen zoals in Exod. 30:12.
Het bevel is gelijk aan dat in Num. 1:2–3.
בֵּית אָבוֹת (beit avot), ‘vaderhuis’: de familie van de vader, kleiner dan een stam.
צָבָא (tsava), ‘leger’: ieder man die kan uittrekken om te strijden.
5Ruben, de eerstgeborene van Israël. De zonen van Ruben. Chanoch: de familie van de Chanochieten. Van Pallu: de familie van de Palluïeten.
רְאוּבֵ֖ן
(reuven)
Ruben
בְּכ֣וֹר
(bekhor)
eerstgeborene van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
רְאוּבֵ֗ן
(reuven)
Ruben
חֲנוֹךְ֙
(chanokh)
Chanoch
מִשְׁפַּ֣חַת
(mishpachat)
familie van
הַחֲנֹכִ֔י
(hachanokhi)
de Chanochiet
לְפַלּ֕וּא
(lefalu)
van Pallu
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַפַּלֻּאִֽי
(hapalui)
de Palluïet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Deze tweede telling volgt de volgorde van de stammen in Num. 1, met Ruben eerst.
In vers 28–37 staan Manasse en Efraïm onder Jozef.
מִשְׁפָּחָה (mishpachah), ‘familie’: een groep binnen de stam. De naam van een familie eindigt in het Hebreeuws op ‘-i’ (הַחֲנֹכִי, hachanochi). Wij geven dit weer met ‘-ieten’: de Chanochieten, de Palluïeten, enzovoort.
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9De zonen van Eliab: Nemoeël, Datan en Abiram. Dit zijn Datan en Abiram, de afgevaardigden van de gemeenschap. Zij streden tegen Mozes en tegen Aäron in de aanhang van Korach, toen zij tegen Yahweh streden.
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en de zonen van
אֱלִיאָ֔ב
(eliav)
Eliab
נְמוּאֵ֖ל
(nemuel)
Nemoeël
וְדָתָ֣ן
(vedatan)
en Datan
וַאֲבִירָ֑ם
(vaaviram)
en Abiram
הֽוּא
(hu)
hij
דָתָ֨ן
(datan)
Datan
וַאֲבִירָ֜ם
(vaaviram)
en Abiram
קְרִיאֵ֣י
(qeriei)
de afgevaardigden van
הָעֵדָ֗ה
(haeda)
de gemeenschap
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
die
הִצּ֜וּ
(hitsu)
streden
עַל
(al)
tegen
מֹשֶׁ֤ה
(moshe)
Mozes
וְעַֽל
(veal)
en tegen
אַהֲרֹן֙
(aharon)
Aäron
בַּעֲדַת
(baadat)
in de aanhang van
קֹ֔רַח
(qorach)
Korach
בְּהַצֹּתָ֖ם
(behatsotam)
toen zij streden
עַל
(al)
tegen
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
קְרִיאֵי הָעֵדָה (qeri’ei ha’edah), ‘afgevaardigden van de gemeenschap’: mannen die voor de gemeenschap waren geroepen.
Het woord lijkt op קְרוּאֵי (qeru’ei) in Num. 16:2.
הִצּוּ (hitsu), ‘zij streden’: zij gingen de strijd aan. De opstand van Korach, Datan en Abiram staat in Num. 16.
10De aarde opende haar mond en verslond hen en Korach, toen die gemeenschap stierf. Toen verteerde het vuur de 250 man. Zij werden een waarschuwend voorbeeld.
וַתִּפְתַּ֨ח
(vatiftach)
en opende
הָאָ֜רֶץ
(haarets)
de aarde
אֶת
(et)
(obj.)
פִּ֗יהָ
(piha)
haar mond
וַתִּבְלַ֥ע
(vativla)
en verslond
אֹתָ֛ם
(otam)
hen
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
קֹ֖רַח
(qorach)
Korach
בְּמ֣וֹת
(bemot)
bij het sterven van
הָעֵדָ֑ה
(haeda)
de gemeenschap
בַּאֲכֹ֣ל
(baakhol)
toen verteerde
הָאֵ֗שׁ
(haesh)
het vuur
אֵ֣ת
(et)
(obj.)
חֲמִשִּׁ֤ים
(chamishim)
vijftig
וּמָאתַ֨יִם֙
(umatayim)
en tweehonderd
אִ֔ישׁ
(ish)
man
וַיִּהְי֖וּ
(vayihyu)
en zij werden
לְנֵֽס
(lenes)
tot waarschuwend voorbeeld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נֵס (nes), ‘waarschuwend voorbeeld’: het woord betekent ook ‘banier’ of ‘teken’.
Hier is het een teken dat anderen waarschuwt.
Zie Num. 17:1–5 voor het teken van de wierookpannen en Num. 16:31–35 voor de gebeurtenis.
12De zonen van Simeon, naar hun families. Van Nemoeël: de familie van de Nemoëlieten. Van Jamin: de familie van de Jaminieten. Van Jachin: de familie van de Jachinieten.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
שִׁמְעוֹן֮
(shimon)
Simeon
לְמִשְׁפְּחֹתָם֒
(lemishpechotam)
naar hun families
לִנְמוּאֵ֗ל
(linmuel)
van Nemoeël
מִשְׁפַּ֨חַת֙
(mishpachat)
familie van
הַנְּמ֣וּאֵלִ֔י
(hanemueli)
de Nemoëliet
לְיָמִ֕ין
(leyamin)
van Jamin
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַיָּמִינִ֑י
(hayamini)
de Jaminiet
לְיָכִ֕ין
(leyakhin)
van Jachin
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַיָּכִינִֽי
(hayakhini)
de Jachiniet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Simeon heeft hier vijf families.
De namen verschillen van Gen. 46:10 en Exod. 6:15: Nemoeël staat daar als Jemoeël, Jachin als Jakin, Zerach als Zohar.
15De zonen van Gad, naar hun families. Van Zefon: de familie van de Zefonieten. Van Chaggi: de familie van de Chaggieten. Van Sjoeni: de familie van de Sjoenieten.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
גָד֮
(gad)
Gad
לְמִשְׁפְּחֹתָם֒
(lemishpechotam)
naar hun families
לִצְפ֗וֹן
(litsfon)
van Zefon
מִשְׁפַּ֨חַת֙
(mishpachat)
familie van
הַצְּפוֹנִ֔י
(hatsefoni)
de Zefoniet
לְחַגִּ֕י
(lechagi)
van Chaggi
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַֽחַגִּ֑י
(hachagi)
de Chaggiet
לְשׁוּנִ֕י
(leshuni)
van Sjoeni
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַשּׁוּנִֽי
(hashuni)
de Sjoeniet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De namen van Gad verschillen deels van Gen. 46:16.
Zefon staat daar als Zifjon en Ozni als Ezbon.
Wij volgen elke keer het Hebreeuws van de tekst zelf.
19De zonen van Juda: Er en Onan. Er en Onan stierven in het land Kanaän.
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
יְהוּדָ֖ה
(yehuda)
Juda
עֵ֣ר
(er)
Er
וְאוֹנָ֑ן
(veonan)
en Onan
וַיָּ֥מָת
(vayamat)
en stierf
עֵ֛ר
(er)
Er
וְאוֹנָ֖ן
(veonan)
en Onan
בְּאֶ֥רֶץ
(beerets)
in het land
כְּנָֽעַן
(kenaan)
Kanaän
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Kanaän: Kanaän is het land aan de oostkust van de Middellandse Zee, ongeveer het gebied van het huidige Israël, de Palestijnse gebieden en Libanon.
20De zonen van Juda, naar hun families. Van Sela: de familie van de Selanieten. Van Peres: de familie van de Peresieten. Van Zerach: de familie van de Zerachieten.
וַיִּהְי֣וּ
(vayihyu)
en waren
בְנֵי
(benei)
de zonen van
יְהוּדָה֮
(yehuda)
Juda
לְמִשְׁפְּחֹתָם֒
(lemishpechotam)
naar hun families
לְשֵׁלָ֗ה
(leshela)
van Sela
מִשְׁפַּ֨חַת֙
(mishpachat)
familie van
הַשֵּׁ֣לָנִ֔י
(hashelani)
de Selaniet
לְפֶ֕רֶץ
(leferets)
van Peres
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַפַּרְצִ֑י
(hapartsi)
de Peresiet
לְזֶ֕רַח
(lezerach)
van Zerach
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַזַּרְחִֽי
(hazarchi)
de Zerachiet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26De zonen van Zebulon, naar hun families. Van Sered: de familie van de Sardieten. Van Elon: de familie van de Elonieten. Van Jachleël: de familie van de Jachleëlieten.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
זְבוּלֻן֮
(zevulun)
Zebulon
לְמִשְׁפְּחֹתָם֒
(lemishpechotam)
naar hun families
לְסֶ֗רֶד
(lesered)
van Sered
מִשְׁפַּ֨חַת֙
(mishpachat)
familie van
הַסַּרְדִּ֔י
(hasardi)
de Sardiet
לְאֵל֕וֹן
(leelon)
van Elon
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הָאֵלֹנִ֑י
(haeloni)
de Eloniet
לְיַ֨חְלְאֵ֔ל
(leyachleel)
van Jachleël
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַיַּחְלְאֵלִֽי
(hayachleeli)
de Jachleëliet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
35Dit zijn de zonen van Efraïm, naar hun families. Van Sjoetelach: de familie van de Sjoetelachieten. Van Becher: de familie van de Bachrieten. Van Tachan: de familie van de Tachanieten.
אֵ֣לֶּה
(ele)
dit zijn
בְנֵי
(benei)
de zonen van
אֶפְרַיִם֮
(efrayim)
Efraïm
לְמִשְׁפְּחֹתָם֒
(lemishpechotam)
naar hun families
לְשׁוּתֶ֗לַח
(leshutelach)
van Sjoetelach
מִשְׁפַּ֨חַת֙
(mishpachat)
familie van
הַשֻּׁ֣תַלְחִ֔י
(hashutalchi)
de Sjoetelachiet
לְבֶ֕כֶר
(levekher)
van Becher
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַבַּכְרִ֑י
(habakhri)
de Bachriet
לְתַ֕חַן
(letachan)
van Tachan
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַֽתַּחֲנִֽי
(hatachani)
de Tachaniet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
38De zonen van Benjamin, naar hun families. Van Bela: de familie van de Belaïeten. Van Asjbel: de familie van de Asjbelieten. Van Achiram: de familie van de Achiramieten.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
בִנְיָמִן֮
(binyamin)
Benjamin
לְמִשְׁפְּחֹתָם֒
(lemishpechotam)
naar hun families
לְבֶ֗לַע
(levela)
van Bela
מִשְׁפַּ֨חַת֙
(mishpachat)
familie van
הַבַּלְעִ֔י
(habali)
de Belaïet
לְאַשְׁבֵּ֕ל
(leashbel)
van Asjbel
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הָֽאַשְׁבֵּלִ֑י
(haashbeli)
de Asjbeliet
לַאֲחִירָ֕ם
(laachiram)
van Achiram
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הָאֲחִירָמִֽי
(haachirami)
de Achiramiet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
44De zonen van Aser, naar hun families. Van Jimna: de familie van de Jimnaïeten. Van Jisjwi: de familie van de Jisjwieten. Van Beria: de familie van de Beriieten.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
אָשֵׁר֮
(asher)
Aser
לְמִשְׁפְּחֹתָם֒
(lemishpechotam)
naar hun families
לְיִמְנָ֗ה
(leyimna)
van Jimna
מִשְׁפַּ֨חַת֙
(mishpachat)
familie van
הַיִּמְנָ֔ה
(hayimna)
de Jimnaïet
לְיִשְׁוִ֕י
(leyishvi)
van Jisjwi
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַיִּשְׁוִ֑י
(hayishvi)
de Jisjwiet
לִבְרִיעָ֕ה
(livria)
van Beria
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַבְּרִיעִֽי
(haberii)
de Beriiet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
54Aan wie in aantal groot is, moet je zijn erfdeel groter maken. Aan wie in aantal klein is, moet je zijn erfdeel kleiner maken. Ieder moet zijn erfdeel krijgen naar zijn getelden.
לָרַ֗ב
(larav)
aan wie groot is
תַּרְבֶּה֙
(tarbe)
zul je groter maken
נַחֲלָת֔וֹ
(nachalato)
zijn erfdeel
וְלַמְעַ֕ט
(velamat)
en aan wie klein is
תַּמְעִ֖יט
(tamit)
zul je kleiner maken
נַחֲלָת֑וֹ
(nachalato)
zijn erfdeel
אִ֚ישׁ
(ish)
ieder
לְפִ֣י
(lefi)
naar
פְקֻדָ֔יו
(pequdav)
zijn getelden
יֻתַּ֖ן
(yutan)
zal gegeven worden
נַחֲלָתֽוֹ
(nachalato)
zijn erfdeel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het erfdeel hangt af van de grootte van de stam.
De verdeling gebeurt per stam en per familie naar het aantal getelden, en de plaats ervan wordt door het lot bepaald (vers 55–56).
57Dit zijn de getelden van de Levieten, naar hun families. Van Gersjon: de familie van de Gersjonieten. Van Kehat: de familie van de Kehatieten. Van Merari: de familie van de Merarieten.
וְאֵ֨לֶּה
(veele)
en dit zijn
פְקוּדֵ֣י
(pequdei)
de getelden van
הַלֵּוִי֮
(halevi)
de Leviet
לְמִשְׁפְּחֹתָם֒
(lemishpechotam)
naar hun families
לְגֵרְשׁ֗וֹן
(legereshon)
van Gersjon
מִשְׁפַּ֨חַת֙
(mishpachat)
familie van
הַגֵּ֣רְשֻׁנִּ֔י
(hagereshuni)
de Gersjoniet
לִקְהָ֕ת
(liqhat)
van Kehat
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַקְּהָתִ֑י
(haqehati)
de Kehatiet
לִמְרָרִ֕י
(limrari)
van Merari
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַמְּרָרִֽי
(hamerari)
de Merariet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
58Dit zijn de families van Levi. De familie van de Libnieten, de familie van de Hebronieten, de familie van de Machlieten, de familie van de Musieten, de familie van de Korachieten. Kehat werd de vader van Amram.
אֵ֣לֶּה
(ele)
dit zijn
מִשְׁפְּחֹ֣ת
(mishpechot)
families van
לֵוִ֗י
(levi)
Levi
מִשְׁפַּ֨חַת
(mishpachat)
familie van
הַלִּבְנִ֜י
(halivni)
de Libniet
מִשְׁפַּ֤חַת
(mishpachat)
familie van
הַֽחֶבְרֹנִי֙
(hachevroni)
de Hebroniet
מִשְׁפַּ֤חַת
(mishpachat)
familie van
הַמַּחְלִי֙
(hamachli)
de Machliet
מִשְׁפַּ֣חַת
(mishpachat)
familie van
הַמּוּשִׁ֔י
(hamushi)
de Musiet
מִשְׁפַּ֖חַת
(mishpachat)
familie van
הַקָּרְחִ֑י
(haqarechi)
de Korachiet
וּקְהָ֖ת
(uqehat)
en Kehat
הוֹלִ֥ד
(holid)
werd vader van
אֶת
(et)
(obj.)
עַמְרָֽם
(amram)
Amram
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Dit zijn de vijf families van Levi die uit zijn drie zonen komen: de Libnieten (van Gersjon), de Hebronieten (van Kehat), de Machlieten en Musieten (van Merari) en de Korachieten (van Kehat via Jishar).
59De naam van de vrouw van Amram was Jochebed, de dochter van Levi. Zij is in Egypte aan Levi geboren. Zij beviel Amram van Aäron, van Mozes en van Mirjam, hun zuster.
וְשֵׁ֣ם
(veshem)
en naam van
אֵ֣שֶׁת
(eshet)
de vrouw van
עַמְרָ֗ם
(amram)
Amram
יוֹכֶ֨בֶד֙
(yokheved)
Jochebed
בַּת
(bat)
dochter van
לֵוִ֔י
(levi)
Levi
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
die
יָלְדָ֥ה
(yaleda)
baarde
אֹתָ֛הּ
(otah)
haar
לְלֵוִ֖י
(lelevi)
aan Levi
בְּמִצְרָ֑יִם
(bemitsrayim)
in Egypte
וַתֵּ֣לֶד
(vateled)
en zij baarde
לְעַמְרָ֗ם
(leamram)
aan Amram
אֶֽת
(et)
(obj.)
אַהֲרֹן֙
(aharon)
Aäron
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
וְאֵ֖ת
(veet)
en (obj.)
מִרְיָ֥ם
(miryam)
Mirjam
אֲחֹתָֽם
(achotam)
hun zuster
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
Volgens deze tekst is Jochebed in Egypte aan Levi geboren.
Zij is dan een zus van Kehat en de tante van Amram (Exod. 6:20).
62Hun getelden waren 23.000, alles wat mannelijk is, van een maand en ouder. Zij werden namelijk niet geteld onder de zonen van Israël. Want er werd hun geen erfdeel gegeven onder de zonen van Israël.
וַיִּהְי֣וּ
(vayihyu)
en waren
פְקֻדֵיהֶ֗ם
(pequdeihem)
hun getelden
שְׁלֹשָׁ֤ה
(shelosha)
drie
וְעֶשְׂרִים֙
(veesrim)
en twintig
אֶ֔לֶף
(elef)
duizend
כָּל
(kal)
alles
זָכָ֖ר
(zakhar)
wat mannelijk is
מִבֶּן
(miben)
van zoon van
חֹ֣דֶשׁ
(chodesh)
een maand
וָמָ֑עְלָה
(vamaela)
en ouder
כִּ֣י
(ki)
want
לֹ֣א
(lo)
niet
הָתְפָּקְד֗וּ
(hatpaqedu)
werden geteld
בְּתוֹךְ֙
(betokh)
te midden van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
כִּ֠י
(ki)
want
לֹא
(lo)
niet
נִתַּ֤ן
(nitan)
werd gegeven
לָהֶם֙
(lahem)
aan hen
נַחֲלָ֔ה
(nachala)
erfdeel
בְּת֖וֹךְ
(betokh)
te midden van
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De Levieten worden apart geteld, van een maand en ouder (Num. 3:15).
Zij krijgen geen erfdeel in het land (Num. 18:20–24).
65Want Yahweh had over hen gezegd: „Zij zullen zeker sterven in de woestijn.” Er bleef niemand van hen over, behalve Kaleb, de zoon van Jefunne, en Jozua, de zoon van Nun.
כִּֽי
(ki)
want
אָמַ֤ר
(amar)
zei
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
לָהֶ֔ם
(lahem)
over hen
מ֥וֹת
(mot)
sterven
יָמֻ֖תוּ
(yamutu)
zullen zij sterven
בַּמִּדְבָּ֑ר
(bamidbar)
in de woestijn
וְלֹא
(velo)
en niet
נוֹתַ֤ר
(notar)
bleef over
מֵהֶם֙
(mehem)
van hen
אִ֔ישׁ
(ish)
man
כִּ֚י
(ki)
maar
אִם
(im)
als
כָּלֵ֣ב
(kalev)
Kaleb
בֶּן
(ben)
zoon van
יְפֻנֶּ֔ה
(yefune)
Jefunne
וִיהוֹשֻׁ֖עַ
(vihoshua)
en Jozua
בִּן
(bin)
zoon van
נֽוּן
(nun)
Nun
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Zie Num. 14:28–30, waar Yahweh Kaleb en Jozua uitzondert.