Elohim Bijbel

Jesaja 50

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566

Verkocht om schuld en toch vrij te kopen; de Knecht die luistert

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De scheidingsbrief van jullie moeder

1Zo zegt Yahweh: „Waar is de scheidingsbrief van jullie moeder, waarmee Ik haar weggestuurd heb? Of wie van Mijn schuldeisers is het aan wie Ik jullie verkocht heb? Zie, om jullie ongerechtigheden zijn jullie verkocht, en om jullie overtredingen is jullie moeder weggestuurd.
כֹּ֣ה
(ko)
zo
אָמַ֣ר
(amar)
zegt
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
אֵ֣י
(ei)
waar
זֶ֠ה
(ze)
is
סֵ֣פֶר
(sefer)
brief van
כְּרִית֤וּת
(keritut)
scheiding van
אִמְּכֶם֙
(imekhem)
jullie moeder
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
waarmee
שִׁלַּחְתִּ֔יהָ
(shilachtiha)
Ik haar heb weggestuurd
א֚וֹ
(o)
of
מִ֣י
(mi)
wie
מִנּוֹשַׁ֔י
(minoshay)
van Mijn schuldeisers
אֲשֶׁר
(asher)
aan wie
מָכַ֥רְתִּי
(makharti)
Ik heb verkocht
אֶתְכֶ֖ם
(etkhem)
jullie
ל֑וֹ
(lo)
aan hem
הֵ֤ן
(hen)
zie
בַּעֲוֺנֹֽתֵיכֶם֙
(baavonoteikhem)
om jullie ongerechtigheden
נִמְכַּרְתֶּ֔ם
(nimkartem)
zijn jullie verkocht
וּבְפִשְׁעֵיכֶ֖ם
(uvefisheikhem)
en om jullie overtredingen
שֻׁלְּחָ֥ה
(shulecha)
is weggestuurd
אִמְּכֶֽם
(imekhem)
jullie moeder
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סֵפֶר כְּרִיתוּת (sefer keritut), ‘scheidingsbrief’: de brief waarmee een man zijn vrouw wegstuurt; zie Deut. 24:1.

Yahweh vraagt waar zo’n brief is.

Hij heeft Zijn volk, de ‘moeder’, niet voorgoed weggestuurd.

נוֹשַׁי (noshai), ‘Mijn schuldeisers’: iemand kon zijn kinderen verkopen om een schuld te betalen; vergelijk 2 Kon. 4:1. Yahweh heeft geen schuldeiser aan wie Hij Zijn kinderen heeft verkocht. Zij zijn verkocht om hun eigen schuld.

2Waarom ben Ik gekomen, en was er niemand? Waarom heb Ik geroepen, en gaf niemand antwoord? Is Mijn hand te kort om vrij te kopen? Of is er in Mij geen kracht om te bevrijden? Zie, met Mijn bedreiging droog Ik de zee op. Ik maak rivieren tot woestijn. Hun vis stinkt, omdat er geen water is, en sterft van dorst.
מַדּ֨וּעַ
(madua)
waarom
בָּ֜אתִי
(bati)
ben Ik gekomen
וְאֵ֣ין
(veein)
en niet is er
אִ֗ישׁ
(ish)
iemand
קָרָֽאתִי֮
(qarati)
heb Ik geroepen
וְאֵ֣ין
(veein)
en niet is er
עוֹנֶה֒
(one)
die antwoordt
הֲקָצ֨וֹר
(haqatsor)
is te kort
קָצְרָ֤ה
(qatsera)
kort geworden
יָדִי֙
(yadi)
Mijn hand
מִפְּד֔וּת
(mipedut)
om vrij te kopen
וְאִם
(veim)
of
אֵֽין
(ein)
niet is er
בִּ֥י
(bi)
in Mij
כֹ֖חַ
(koach)
kracht
לְהַצִּ֑יל
(lehatsil)
om te bevrijden
הֵ֣ן
(hen)
zie
בְּגַעֲרָתִ֞י
(begaarati)
met Mijn bedreiging
אַחֲרִ֣יב
(achariv)
droog Ik op
יָ֗ם
(yam)
zee
אָשִׂ֤ים
(asim)
Ik maak
נְהָרוֹת֙
(neharot)
rivieren
מִדְבָּ֔ר
(midbar)
tot woestijn
תִּבְאַ֤שׁ
(tivash)
stinkt
דְּגָתָם֙
(degatam)
hun vis
מֵאֵ֣ין
(meein)
omdat er niet is
מַ֔יִם
(mayim)
water
וְתָמֹ֖ת
(vetamot)
en sterft
בַּצָּמָֽא
(batsama)
van dorst
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פְּדוּת (pedut), ‘vrijkopen’: het werkwoord פָּדָה (padah) betekent ‘vrijkopen’, zoals in Deut. 7:8.

לְהַצִּיל (lehatsil), ‘bevrijden’: het werkwoord is hetzelfde als elders in dit boek voor ‘bevrijden’.

De verzen 2b–3 beschrijven Yahweh’s macht over zee, rivieren en hemel, zoals bij de uittocht uit Egypte.

3Ik bekleed de hemel met duisternis, en een rouwkleed maak Ik tot zijn bedekking.”
אַלְבִּ֥ישׁ
(albish)
Ik bekleed
שָׁמַ֖יִם
(shamayim)
hemel
קַדְר֑וּת
(qadrut)
met duisternis
וְשַׂ֖ק
(vesaq)
en rouwkleed
אָשִׂ֥ים
(asim)
maak Ik
כְּסוּתָֽם
(kesutam)
hun bedekking
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De Knecht luistert en laat zich slaan

4Heer Yahweh heeft mij de tong van een leerling gegeven, zodat ik weet hoe ik de vermoeide met een woord kan ondersteunen. Elke morgen wekt Hij, elke morgen wekt Hij mijn oor, zodat ik luister als een leerling.
אֲדֹנָ֣י
(adonay)
Heer
יְהֹוִ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
נָ֤תַן
(natan)
heeft gegeven
לִי֙
(li)
mij
לְשׁ֣וֹן
(leshon)
tong van
לִמּוּדִ֔ים
(limudim)
leerlingen
לָדַ֛עַת
(ladaat)
om te weten
לָע֥וּת
(laut)
te ondersteunen
אֶת
(et)
(obj.)
יָעֵ֖ף
(yaef)
de vermoeide
דָּבָ֑ר
(davar)
met een woord
יָעִ֣יר
(yair)
wekt Hij
בַּבֹּ֣קֶר
(baboqer)
elke morgen
בַּבֹּ֗קֶר
(baboqer)
elke morgen
יָעִ֥יר
(yair)
wekt Hij
לִי֙
(li)
mijn
אֹ֔זֶן
(ozen)
oor
לִשְׁמֹ֖עַ
(lishmoa)
om te luisteren
כַּלִּמּוּדִֽים
(kalimudim)
als leerlingen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Hier begint het derde knechtslied (50:4–9).

De Knecht spreekt zelf.

Hij noemt Yahweh ‘Heer Yahweh’ (zie Jes. 3:15).

לִמּוּדִים (limmudim), ‘leerlingen’: letterlijk ‘onderwezenen’. De Knecht heeft de tong en het oor van een leerling.

לָעוּת (la’ut), ‘te ondersteunen’: dit werkwoord komt alleen hier voor. De betekenis is onzeker; het kan ook ‘te bemoedigen’ of ‘te antwoorden’ betekenen.

5Heer Yahweh heeft mijn oor geopend. Ik was niet weerspannig en ik week niet terug.
אֲדֹנָ֤י
(adonay)
Heer
יְהוִה֙
(Yahweh)
Yahweh
פָּתַֽח
(patach)
heeft geopend
לִ֣י
(li)
mijn
אֹ֔זֶן
(ozen)
oor
וְאָנֹכִ֖י
(veanokhi)
en ik
לֹ֣א
(lo)
niet
מָרִ֑יתִי
(mariti)
was weerspannig
אָח֖וֹר
(achor)
achteruit
לֹ֥א
(lo)
niet
נְסוּגֹֽתִי
(nesugoti)
week ik terug
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Mijn rug gaf ik aan wie mij sloegen, en mijn wangen aan wie het haar uittrokken. Mijn gezicht verborg ik niet voor schande en speeksel.
גֵּוִי֙
(gevi)
mijn rug
נָתַ֣תִּי
(natati)
gaf ik
לְמַכִּ֔ים
(lemakim)
aan wie slaan
וּלְחָיַ֖י
(ulechayay)
en mijn wangen
לְמֹֽרְטִ֑ים
(lemoretim)
aan wie uittrekken
פָּנַי֙
(panay)
mijn gezicht
לֹ֣א
(lo)
niet
הִסְתַּ֔רְתִּי
(histarti)
verborg ik
מִכְּלִמּ֖וֹת
(mikelimot)
voor schande
וָרֹֽק
(varoq)
en speeksel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מֹרְטִים (moretim), ‘wie het haar uittrokken’: het werkwoord מָרַט (marat) betekent ‘haar uittrekken of kaal maken’.

Het Hebreeuws zegt hier niet dat het om de baard gaat.

כְּלִמּוֹת (kelimmot), ‘schande’: hetzelfde grondwoord als ‘te schande gemaakt’ in vers 7.

7Maar Heer Yahweh helpt mij. Daarom ben ik niet te schande gemaakt. Daarom heb ik mijn gezicht als een keisteen gemaakt, en ik weet dat ik niet beschaamd zal worden.
וַאדֹנָ֤י
(vadonay)
en Heer
יְהוִה֙
(Yahweh)
Yahweh
יַֽעֲזָר
(yaazar)
helpt
לִ֔י
(li)
mij
עַל
(al)
op
כֵּ֖ן
(ken)
zo
לֹ֣א
(lo)
niet
נִכְלָ֑מְתִּי
(nikhlamti)
ben ik te schande gemaakt
עַל
(al)
op
כֵּ֞ן
(ken)
zo
שַׂ֤מְתִּי
(samti)
heb ik gemaakt
פָנַי֙
(panay)
mijn gezicht
כַּֽחַלָּמִ֔ישׁ
(kachalamish)
als een keisteen
וָאֵדַ֖ע
(vaeda)
en ik weet
כִּי
(ki)
dat
לֹ֥א
(lo)
niet
אֵבֽוֹשׁ
(evosh)
ik beschaamd word
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חַלָּמִישׁ (challamish), ‘keisteen’: een zeer harde steen.

Hetzelfde woord staat in Deut. 8:15, daar vertaald als ‘harde rots’.

8Dichtbij is Hij die mij rechtvaardig verklaart. Wie wil een rechtszaak tegen mij voeren? Laten wij samen gaan staan. Wie is mijn tegenpartij in het recht? Laat hem naar mij toe komen.
קָרוֹב֙
(qarov)
dichtbij
מַצְדִּיקִ֔י
(matsdiqi)
is Hij die mij rechtvaardig verklaart
מִֽי
(mi)
wie
יָרִ֥יב
(yariv)
wil een rechtszaak voeren
אִתִּ֖י
(iti)
tegen mij
נַ֣עַמְדָה
(naamda)
laten wij gaan staan
יָּ֑חַד
(yachad)
samen
מִֽי
(mi)
wie
בַ֥עַל
(baal)
is tegenpartij van
מִשְׁפָּטִ֖י
(mishpati)
mijn recht
יִגַּ֥שׁ
(yigash)
laat hem naderen
אֵלָֽי
(elay)
tot mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מַצְדִּיקִי (matsdiqi), ‘Hij die mij rechtvaardig verklaart’: het werkwoord is הִצְדִּיק (hitsdiq), ‘rechtvaardig verklaren’.

Het tegenovergestelde staat in vers 9: הִרְשִׁיעַ (hirshia), ‘schuldig verklaren’.

בַּעַל מִשְׁפָּטִי (ba’al mishpati), ‘mijn tegenpartij in het recht’: letterlijk ‘de meester van mijn recht’.

9Zie, Heer Yahweh helpt mij. Wie zal mij schuldig verklaren? Zie, zij allen verslijten als een kleed. De mot vreet hen op.
הֵ֣ן
(hen)
zie
אֲדֹנָ֤י
(adonay)
Heer
יְהוִה֙
(Yahweh)
Yahweh
יַֽעֲזָר
(yaazar)
helpt
לִ֔י
(li)
mij
מִי
(mi)
wie
ה֖וּא
(hu)
is hij
יַרְשִׁיעֵ֑נִי
(yarshieni)
die mij schuldig verklaart
הֵ֤ן
(hen)
zie
כֻּלָּם֙
(kulam)
zij allen
כַּבֶּ֣גֶד
(kabeged)
als een kleed
יִבְל֔וּ
(yivlu)
verslijten
עָ֖שׁ
(ash)
mot
יֹאכְלֵֽם
(yokhlem)
vreet hen op
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Wie in de duisternis loopt

10Wie van jullie vreest Yahweh en luistert naar de stem van Zijn Knecht? Wie in de duisternis loopt en geen glans heeft, laat die vertrouwen op de naam van Yahweh en steunen op zijn Elohim.
מִ֤י
(mi)
wie
בָכֶם֙
(bakhem)
onder jullie
יְרֵ֣א
(yere)
vreest
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
שֹׁמֵ֖עַ
(shomea)
luistert
בְּק֣וֹל
(beqol)
naar de stem van
עַבְדּ֑וֹ
(avdo)
Zijn Knecht
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
הָלַ֣ךְ
(halakh)
wandelt
חֲשֵׁכִ֗ים
(chashekhim)
in de duisternis
וְאֵ֥ין
(veein)
en niet is er
נֹ֨גַהּ֙
(nogah)
glans
ל֔וֹ
(lo)
voor hem
יִבְטַח֙
(yivtach)
laat hem vertrouwen
בְּשֵׁ֣ם
(beshem)
op de naam van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
וְיִשָּׁעֵ֖ן
(veyishaen)
en laat hem steunen
בֵּאלֹהָֽיו
(belohav)
op zijn Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Wie hier spreekt, zegt het Hebreeuws niet.

Het kan de profeet zijn of Yahweh.

Wij zetten het zwart, omdat Yahweh in de derde persoon genoemd wordt.

עַבְדּוֹ (avdo), ‘Zijn Knecht’: hier staat de Knecht van het derde lied als titel; daarom met een hoofdletter.

Wie zelf vuur aansteekt

11„Zie, jullie allen die een vuur aansteken en jullie met vonken omgorden. Loop in het licht van jullie vuur en tussen de vonken die jullie hebben aangestoken. Dit krijgen jullie van Mijn hand: in smart zullen jullie neerliggen.”
הֵ֧ן
(hen)
zie
כֻּלְּכֶ֛ם
(kulekhem)
jullie allen
קֹ֥דְחֵי
(qodechei)
die aansteken
אֵ֖שׁ
(esh)
vuur
מְאַזְּרֵ֣י
(meazerei)
die omgorden
זִיק֑וֹת
(ziqot)
vonken
לְכ֣וּ
(lekhu)
loopt
בְּא֣וּר
(beur)
in het licht van
אֶשְׁכֶ֗ם
(eshkhem)
jullie vuur
וּבְזִיקוֹת֙
(uveziqot)
en in vonken
בִּֽעַרְתֶּ֔ם
(biartem)
die jullie hebben aangestoken
מִיָּדִי֙
(miyadi)
van Mijn hand
הָיְתָה
(hayeta)
is gekomen
זֹּ֣את
(zot)
dit
לָכֶ֔ם
(lakhem)
voor jullie
לְמַעֲצֵבָ֖ה
(lemaatseva)
in smart
תִּשְׁכָּבֽוּן
(tishkavun)
zullen jullie neerliggen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vanaf hier spreekt Yahweh zelf (‘Mijn hand’).

Zijn woorden staan rood.

מְאַזְּרֵי (me’azzerei), ‘die omgorden’: wie zich met vonken omgordt, gebruikt vuur als wapen of verlichting. Wat bedoeld wordt, is niet helemaal zeker. De zin zegt: wie zijn eigen licht maakt, zal in smart neerliggen.

מַעֲצֵבָה (ma’atsevah), ‘smart’: pijn of verdriet; het woord komt alleen hier voor.

Lezing

Sommige oude vertalingen lezen het eerste deel van het vers anders.

Wij volgen de Masoretische tekst.