Yeshua is de weg naar de Vader en belooft de Helper
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Yeshua gaat een plaats voor Zijn leerlingen klaarmaken
1Laat jullie hart niet verontrust zijn. Geloof in Elohim, en geloof ook in Mij.
Μὴ
(Me)
niet
ταρασσέσθω
(tarassestho)
laat verontrust zijn
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἡ
(he)
het
καρδία
(kardia)
hart
πιστεύετε
(pisteuete)
geloof
εἰς
(eis)
in
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
in
ἐμὲ
(eme)
Mij
πιστεύετε
(pisteuete)
geloof
Bron: SBLGNT
Uitleg
πιστεύετε (pisteuete), ‘geloof’: de vorm kan een bevel zijn of een vaststelling (‘jullie geloven’).
Wij lezen beide keren een bevel.
2In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen. Zo niet, dan zou Ik jullie gezegd hebben dat Ik ga om een plaats voor jullie klaar te maken.
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
οἰκίᾳ
(oikia)
huis
τοῦ
(tou)
van de
πατρός
(patros)
Vader
μου
(mou)
Mijn
μοναὶ
(monai)
woningen
πολλαί
(pollai)
veel
εἰσιν
(eisin)
zijn
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
μή
(me)
niet
εἶπον
(eipon)
zou gezegd hebben
ἂν
(an)
zou
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
πορεύομαι
(poreuomai)
Ik ga
ἑτοιμάσαι
(hetoimasai)
om klaar te maken
τόπον
(topon)
plaats
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg
μονή (mone), ‘woning’: van μένω (meno), ‘blijven’; zie ook 14:23 en 15:4.
ὅτι (hoti) kan ‘dat’ of ‘want’ betekenen. Wij lezen ‘dat’: ‘zou Ik jullie gezegd hebben dat Ik ga …’. Bij ‘want’ luidt de zin: ‘Zo niet, dan had Ik het jullie gezegd, want Ik ga om een plaats voor jullie klaar te maken.’
3En als Ik ga en een plaats voor jullie klaarmaak, kom Ik weer. Dan zal Ik jullie tot Mij nemen, zodat ook jullie zijn waar Ik ben.
καὶ
(kai)
en
ἐὰν
(ean)
als
πορευθῶ
(poreutho)
Ik ga
καὶ
(kai)
en
ἑτοιμάσω
(hetoimaso)
klaarmaak
τόπον
(topon)
plaats
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
πάλιν
(palin)
weer
ἔρχομαι
(erchomai)
kom Ik
καὶ
(kai)
en
παραλήμψομαι
(paralempsomai)
zal Ik nemen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
πρὸς
(pros)
tot
ἐμαυτόν
(emauton)
Mijzelf
ἵνα
(hina)
opdat
ὅπου
(hopou)
waar
εἰμὶ
(eimi)
ben
ἐγὼ
(ego)
Ik
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἦτε
(ete)
zijn
Bron: SBLGNT
4En waar Ik heen ga, kennen jullie de weg.”
καὶ
(kai)
en
ὅπου
(hopou)
waar
ἐγὼ
(ego)
Ik
ὑπάγω
(hypago)
heen ga
οἴδατε
(oidate)
kennen jullie
τὴν
(ten)
de
ὁδόν
(hodon)
weg
Bron: SBLGNT
De weg naar de Vader
5Tomas zei tegen Hem: „Heer, wij weten niet waar U heen gaat. Hoe kunnen wij de weg kennen?”
6Yeshua zei tegen hem: „Ik ben de weg en de waarheid en het leven. Niemand komt bij de Vader dan door Mij.
λέγει
(legei)
zegt
αὐτῷ
(auto)
tegen hem
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
Ἐγώ
(Ego)
Ik
εἰμι
(eimi)
ben
ἡ
(he)
de
ὁδὸς
(hodos)
weg
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
ἀλήθεια
(aletheia)
waarheid
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
het
ζωή
(zoe)
leven
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
ἔρχεται
(erchetai)
komt
πρὸς
(pros)
bij
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
Vader
εἰ
(ei)
tenzij
μὴ
(me)
niet
δι’
(di’)
door
ἐμοῦ
(emou)
Mij
Bron: SBLGNT
7Als jullie Mij gekend hadden, zouden jullie ook Mijn Vader kennen. Vanaf nu kennen jullie Hem en hebben jullie Hem gezien.”
εἰ
(ei)
als
ἐγνώκειτέ
(egnokeite)
jullie gekend hadden
με
(me)
Mij
καὶ
(kai)
ook
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
Vader
μου
(mou)
Mijn
ἂν
(an)
zouden
ᾔδειτε
(edeite)
jullie kennen
ἀπ’
(ap’)
vanaf
ἄρτι
(arti)
nu
γινώσκετε
(ginoskete)
kennen jullie
αὐτὸν
(auton)
Hem
καὶ
(kai)
en
ἑωράκατε
(heorakate)
hebben gezien
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het Grieks gebruikt twee werkwoorden voor ‘kennen’: γινώσκω (ginosko) en οἶδα (oida).
Wij geven beide weer met ‘kennen’.
Filippus vraagt om de Vader te zien
8Filippus zei tegen Hem: „Heer, toon ons de Vader, en het is genoeg voor ons.”
Λέγει
(Legei)
zegt
αὐτῷ
(auto)
tegen Hem
Φίλιππος
(Philippos)
Filippus
Κύριε
(Kyrie)
Heer
δεῖξον
(deixon)
toon
ἡμῖν
(hemin)
ons
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
Vader
καὶ
(kai)
en
ἀρκεῖ
(arkei)
is genoeg
ἡμῖν
(hemin)
voor ons
Bron: SBLGNT
9Yeshua zei tegen hem: „Zo lang ben Ik bij jullie, en toch ken je Mij niet, Filippus? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Hoe kun je zeggen: ‘Toon ons de Vader’?
λέγει
(legei)
zegt
αὐτῷ
(auto)
tegen hem
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
Τοσούτῳ
(Tosouto)
zo lange
χρόνῳ
(chrono)
tijd
μεθ’
(meth’)
met
ὑμῶν
(hymon)
jullie
εἰμι
(eimi)
ben Ik
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἔγνωκάς
(egnokas)
ken je
με
(me)
Mij
Φίλιππε
(Philippe)
Filippus
ὁ
(ho)
wie
ἑωρακὼς
(heorakos)
gezien heeft
ἐμὲ
(eme)
Mij
ἑώρακεν
(heoraken)
heeft gezien
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
Vader
πῶς
(pos)
hoe
σὺ
(sy)
jij
λέγεις
(legeis)
zegt
Δεῖξον
(Deixon)
toon
ἡμῖν
(hemin)
ons
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
Vader
Bron: SBLGNT
10Geloof je niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij? De woorden die Ik tot jullie zeg, spreek Ik niet uit Mijzelf. Maar de Vader die in Mij blijft, doet Zijn werken.
οὐ
(ou)
niet
πιστεύεις
(pisteueis)
geloof je
ὅτι
(hoti)
dat
ἐγὼ
(ego)
Ik
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
πατρὶ
(patri)
Vader
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
Vader
ἐν
(en)
in
ἐμοί
(emoi)
Mij
ἐστιν
(estin)
is
τὰ
(ta)
de
ῥήματα
(rhemata)
woorden
ἃ
(ha)
die
ἐγὼ
(ego)
Ik
λέγω
(lego)
zeg
ὑμῖν
(hymin)
tot jullie
ἀπ’
(ap’)
uit
ἐμαυτοῦ
(emautou)
Mijzelf
οὐ
(ou)
niet
λαλῶ
(lalo)
spreek Ik
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
πατὴρ
(pater)
Vader
ἐν
(en)
in
ἐμοὶ
(emoi)
Mij
μένων
(menon)
blijvend
ποιεῖ
(poiei)
doet
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
11Geloof Mij dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij. Zo niet, geloof dan vanwege de werken zelf.
πιστεύετέ
(pisteuete)
geloof
μοι
(moi)
Mij
ὅτι
(hoti)
dat
ἐγὼ
(ego)
Ik
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
πατρὶ
(patri)
Vader
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
Vader
ἐν
(en)
in
ἐμοί
(emoi)
Mij
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
μή
(me)
niet
διὰ
(dia)
vanwege
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
αὐτὰ
(auta)
zelf
πιστεύετε
(pisteuete)
geloof
Bron: SBLGNT
12Voorwaar, voorwaar, Ik zeg jullie: wie in Mij gelooft, zal ook hij de werken doen die Ik doe. En grotere dan deze zal hij doen, want Ik ga naar de Vader.
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὁ
(ho)
wie
πιστεύων
(pisteuon)
gelooft
εἰς
(eis)
in
ἐμὲ
(eme)
Mij
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
ἃ
(ha)
die
ἐγὼ
(ego)
Ik
ποιῶ
(poio)
doe
κἀκεῖνος
(kakeinos)
ook hij
ποιήσει
(poiesei)
zal doen
καὶ
(kai)
en
μείζονα
(meizona)
grotere
τούτων
(touton)
dan deze
ποιήσει
(poiesei)
zal doen
ὅτι
(hoti)
want
ἐγὼ
(ego)
Ik
πρὸς
(pros)
naar
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
Vader
πορεύομαι
(poreuomai)
ga
Bron: SBLGNT
13En alles wat jullie vragen in Mijn naam, dat zal Ik doen, opdat de Vader verheerlijkt wordt in de Zoon.
καὶ
(kai)
en
ὅ
(ho)
alles
τι
(ti)
wat
ἂν
(an)
ook maar
αἰτήσητε
(aitesete)
jullie vragen
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματί
(onomati)
naam
μου
(mou)
Mijn
τοῦτο
(touto)
dit
ποιήσω
(poieso)
zal Ik doen
ἵνα
(hina)
opdat
δοξασθῇ
(doxasthe)
verheerlijkt wordt
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
Vader
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
υἱῷ
(huio)
Zoon
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὄνομα (onoma), ‘naam’: in de Schrift staat de naam voor wie iemand is en met welk gezag hij komt. αἰτέω (aiteo), ‘vragen’ (om iets); in 14:16 staat ἐρωτάω (erotao), ‘vragen’ (een verzoek richten tot iemand).
17de Geest van de waarheid. De wereld kan Hem niet ontvangen, omdat zij Hem niet ziet en niet kent. Jullie kennen Hem, want Hij blijft bij jullie en zal in jullie zijn.
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
τῆς
(tes)
van de
ἀληθείας
(aletheias)
waarheid
ὃ
(ho)
die
ὁ
(ho)
de
κόσμος
(kosmos)
wereld
οὐ
(ou)
niet
δύναται
(dynatai)
kan
λαβεῖν
(labein)
ontvangen
ὅτι
(hoti)
omdat
οὐ
(ou)
niet
θεωρεῖ
(theorei)
ziet
αὐτὸ
(auto)
Hem
οὐδὲ
(oude)
en niet
γινώσκει
(ginoskei)
kent
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
γινώσκετε
(ginoskete)
kennen
αὐτό
(auto)
Hem
ὅτι
(hoti)
omdat
παρ’
(par’)
bij
ὑμῖν
(hymin)
jullie
μένει
(menei)
blijft
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἔσται
(estai)
zal zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
πνεῦμα τῆς ἀληθείας (pneuma tes aletheias), ‘Geest van de waarheid’: de Geest van Elohim; zie 14:26.
Lezing
Sommige handschriften hebben ‘is in jullie’ (ἐστίν); de SBLGNT heeft ‘zal zijn’ (ἔσται).
18Ik zal jullie niet als wezen achterlaten. Ik kom naar jullie toe.
Οὐκ
(Ouk)
niet
ἀφήσω
(apheso)
zal achterlaten
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ὀρφανούς
(orphanous)
wezen
ἔρχομαι
(erchomai)
kom Ik
πρὸς
(pros)
naar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὀρφανός (orphanos), ‘wees’: iemand zonder ouders; wij vertalen ‘wezen’.
19Nog even, en de wereld ziet Mij niet meer. Maar jullie zien Mij, want Ik leef en jullie zullen leven.
ἔτι
(eti)
nog
μικρὸν
(mikron)
even
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
κόσμος
(kosmos)
wereld
με
(me)
Mij
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
θεωρεῖ
(theorei)
ziet
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
δὲ
(de)
maar
θεωρεῖτέ
(theoreite)
zien
με
(me)
Mij
ὅτι
(hoti)
omdat
ἐγὼ
(ego)
Ik
ζῶ
(zo)
leef
καὶ
(kai)
en
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ζήσετε
(zesete)
zullen leven
Bron: SBLGNT
20Op die dag zullen jullie weten dat Ik in Mijn Vader ben, en jullie in Mij, en Ik in jullie.
ἐν
(en)
op
ἐκείνῃ
(ekeine)
die
τῇ
(te)
de
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
γνώσεσθε
(gnosesthe)
zullen weten
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ἐγὼ
(ego)
Ik
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
πατρί
(patri)
Vader
μου
(mou)
Mijn
καὶ
(kai)
en
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἐν
(en)
in
ἐμοὶ
(emoi)
Mij
κἀγὼ
(kago)
en Ik
ἐν
(en)
in
ὑμῖν
(hymin)
jullie
Bron: SBLGNT
21Wie Mijn geboden heeft en ze onderhoudt, die is het die Mij liefheeft. En wie Mij liefheeft, zal door Mijn Vader liefgehad worden. Ook Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem tonen.”
ὁ
(ho)
wie
ἔχων
(echon)
heeft
τὰς
(tas)
de
ἐντολάς
(entolas)
geboden
μου
(mou)
Mijn
καὶ
(kai)
en
τηρῶν
(teron)
onderhoudt
αὐτὰς
(autas)
ze
ἐκεῖνός
(ekeinos)
die
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
degene
ἀγαπῶν
(agapon)
die liefheeft
με
(me)
Mij
ὁ
(ho)
wie
δὲ
(de)
maar
ἀγαπῶν
(agapon)
liefheeft
με
(me)
Mij
ἀγαπηθήσεται
(agapethesetai)
zal liefgehad worden
ὑπὸ
(hypo)
door
τοῦ
(tou)
de
πατρός
(patros)
Vader
μου
(mou)
Mijn
κἀγὼ
(kago)
en Ik
ἀγαπήσω
(agapeso)
zal liefhebben
αὐτὸν
(auton)
hem
καὶ
(kai)
en
ἐμφανίσω
(emphaniso)
zal tonen
αὐτῷ
(auto)
aan hem
ἐμαυτόν
(emauton)
Mijzelf
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐμφανίζω (emphanizo), ‘tonen’: zichtbaar maken.
Hetzelfde woord staat in 14:22.
Yeshua zal Zich tonen aan wie Hem liefheeft
22Judas, niet Iskariot, zei tegen Hem: „Heer, wat is er gebeurd dat U Uzelf aan ons gaat tonen en niet aan de wereld?”
λέγει
(legei)
zegt
αὐτῷ
(auto)
tegen Hem
Ἰούδας
(Ioudas)
Judas
οὐχ
(ouch)
niet
ὁ
(ho)
de
Ἰσκαριώτης
(Iskariotes)
Iskariot
Κύριε
(Kyrie)
Heer
τί
(ti)
wat
γέγονεν
(gegonen)
is gebeurd
ὅτι
(hoti)
dat
ἡμῖν
(hemin)
aan ons
μέλλεις
(melleis)
U gaat
ἐμφανίζειν
(emphanizein)
tonen
σεαυτὸν
(seauton)
Uzelf
καὶ
(kai)
en
οὐχὶ
(ouchi)
niet
τῷ
(to)
aan de
κόσμῳ
(kosmo)
wereld
Bron: SBLGNT
Uitleg
Dit is een andere leerling met de naam Judas, niet Judas Iskariot.
23Yeshua antwoordde en zei tegen hem: „Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord onderhouden. Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen naar hem toe komen en bij hem een woning maken.
ἀπεκρίθη
(apekrithe)
antwoordde
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτῷ
(auto)
tegen hem
Ἐάν
(Ean)
als
τις
(tis)
iemand
ἀγαπᾷ
(agapa)
liefheeft
με
(me)
Mij
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
μου
(mou)
Mijn
τηρήσει
(teresei)
zal onderhouden
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
πατήρ
(pater)
Vader
μου
(mou)
Mijn
ἀγαπήσει
(agapesei)
zal liefhebben
αὐτόν
(auton)
hem
καὶ
(kai)
en
πρὸς
(pros)
naar
αὐτὸν
(auton)
hem
ἐλευσόμεθα
(eleusometha)
zullen komen
καὶ
(kai)
en
μονὴν
(monen)
woning
παρ’
(par’)
bij
αὐτῷ
(auto)
hem
ποιησόμεθα
(poiesometha)
zullen maken
Bron: SBLGNT
Uitleg
μονή (mone), ‘woning’: zie 14:2.
‘Wij’ staat met een hoofdletter, omdat Yeshua over Zichzelf en de Vader spreekt.
24Wie Mij niet liefheeft, onderhoudt Mijn woorden niet. En het woord dat jullie horen, is niet van Mij, maar van de Vader die Mij gestuurd heeft.
ὁ
(ho)
wie
μὴ
(me)
niet
ἀγαπῶν
(agapon)
liefheeft
με
(me)
Mij
τοὺς
(tous)
de
λόγους
(logous)
woorden
μου
(mou)
Mijn
οὐ
(ou)
niet
τηρεῖ
(terei)
onderhoudt
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
ὃν
(hon)
dat
ἀκούετε
(akouete)
jullie horen
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
ἐμὸς
(emos)
van Mij
ἀλλὰ
(alla)
maar
τοῦ
(tou)
van de
πέμψαντός
(pempsantos)
die gestuurd heeft
με
(me)
Mij
πατρός
(patros)
Vader
Bron: SBLGNT
25Dit heb Ik jullie gezegd terwijl Ik bij jullie blijf.
Ταῦτα
(Tauta)
dit
λελάληκα
(lelaleka)
heb gezegd
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
παρ’
(par’)
bij
ὑμῖν
(hymin)
jullie
μένων
(menon)
blijvend
Bron: SBLGNT
26Maar de Helper, de Heilige Geest, die de Vader zal sturen in Mijn naam: Hij zal jullie alles leren. En Hij zal jullie herinneren aan alles wat Ik jullie gezegd heb.
27Vrede laat Ik jullie na; Mijn vrede geef Ik jullie. Ik geef jullie niet zoals de wereld geeft. Laat jullie hart niet verontrust zijn en niet bang worden.
εἰρήνην
(eirenen)
vrede
ἀφίημι
(aphiemi)
laat Ik na
ὑμῖν
(hymin)
jullie
εἰρήνην
(eirenen)
vrede
τὴν
(ten)
de
ἐμὴν
(emen)
Mijn
δίδωμι
(didomi)
geef Ik
ὑμῖν
(hymin)
jullie
οὐ
(ou)
niet
καθὼς
(kathos)
zoals
ὁ
(ho)
de
κόσμος
(kosmos)
wereld
δίδωσιν
(didosin)
geeft
ἐγὼ
(ego)
Ik
δίδωμι
(didomi)
geef Ik
ὑμῖν
(hymin)
jullie
μὴ
(me)
niet
ταρασσέσθω
(tarassestho)
laat verontrust zijn
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἡ
(he)
het
καρδία
(kardia)
hart
μηδὲ
(mede)
en niet
δειλιάτω
(deiliato)
laat bang worden
Bron: SBLGNT
Uitleg
εἰρήνη (eirene), ‘vrede’: de Hebreeuwse שָׁלוֹם (shalom), die ook als gewone groet gebruikt wordt.
28Jullie hebben gehoord dat Ik tegen jullie gezegd heb: ‘Ik ga heen en Ik kom naar jullie toe.’ Als jullie Mij liefhadden, zouden jullie blij zijn dat Ik naar de Vader ga, want de Vader is groter dan Ik.