Elohim Bijbel

Spreuken 18

12345678910111213141516171819202122232425262728293031

Woorden, de dwaas en de toren van Yahweh's naam

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

1Wie zich afzondert, zoekt zijn eigen begeerte; tegen elk degelijk beleid breekt hij los.
לְֽ֭תַאֲוָה
(letaava)
naar begeerte
יְבַקֵּ֣שׁ
(yevaqesh)
zoekt
נִפְרָ֑ד
(nifrad)
wie zich afzondert
בְּכָל
(bekhal)
tegen alle
תּ֝וּשִׁיָּ֗ה
(tushiya)
degelijk beleid
יִתְגַּלָּֽע
(yitgala)
breekt hij los
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Deze spreuk is moeilijk.

נִפְרָד (nifrad), ‘wie zich afzondert’, zoekt zijn eigen begeerte (תַּאֲוָה, ta'avah) en breekt los tegen elk degelijk beleid.

תּוּשִׁיָּה (tushiyyah), ‘degelijk beleid’: zoals in Spr. 2:7 en 8:14; bruikbaar inzicht dat werkt. Het woord is zeldzaam.

יִתְגַּלָּע (yitgalla), ‘breekt los’: hetzelfde werkwoord als in 17:14. De betekenis is niet helemaal zeker.

2Een dwaas heeft geen lust in verstand, maar alleen in het openbaren van zijn hart.
לֹֽא
(lo)
niet
יַחְפֹּ֣ץ
(yachpots)
heeft lust
כְּ֭סִיל
(kesil)
een dwaas
בִּתְבוּנָ֑ה
(bitvuna)
in verstand
כִּ֝֗י
(ki)
maar
אִֽם
(im)
alleen
בְּהִתְגַּלּ֥וֹת
(behitgalot)
in het openbaren van
לִבּֽוֹ
(libo)
zijn hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תְּבוּנָה (tevunah), ‘verstand’; בְּהִתְגַּלּוֹת לִבּוֹ (behitgallot libbo), ‘in het openbaren van zijn hart’: de dwaas wil zijn eigen mening kwijt, niet leren.

3Als een goddeloze komt, komt ook minachting, en met schande komt hoon.
בְּֽבוֹא
(bevo)
bij het komen van
רָ֭שָׁע
(rasha)
een goddeloze
בָּ֣א
(ba)
komt
גַם
(gam)
ook
בּ֑וּז
(buz)
minachting
וְֽעִם
(veim)
en met
קָל֥וֹן
(qalon)
schande
חֶרְפָּֽה
(cherpa)
hoon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בּוּז (buz), ‘minachting’; קָלוֹן (qalon), ‘schande’; חֶרְפָּה (cherpah), ‘hoon’: de goddeloze brengt deze drie met zich mee.

4Diepe wateren zijn de woorden uit de mond van een man; een opwellende beek is de bron van wijsheid.
מַ֣יִם
(mayim)
wateren
עֲ֭מֻקִּים
(amuqim)
diep
דִּבְרֵ֣י
(divrei)
de woorden van
פִי
(pi)
de mond van
אִ֑ישׁ
(ish)
een man
נַ֥חַל
(nachal)
een beek
נֹ֝בֵ֗עַ
(novea)
opwellend
מְק֣וֹר
(meqor)
een bron van
חָכְמָֽה
(chakhema)
wijsheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Het gezicht van een goddeloze opheffen is niet goed, om de rechtvaardige in het recht te buigen.
שְׂאֵ֣ת
(seet)
opheffen
פְּנֵי
(penei)
het gezicht van
רָשָׁ֣ע
(rasha)
een goddeloze
לֹא
(lo)
niet
ט֑וֹב
(tov)
goed
לְהַטּ֥וֹת
(lehatot)
om te buigen
צַ֝דִּ֗יק
(tsadiq)
de rechtvaardige
בַּמִּשְׁפָּֽט
(bamishpat)
in het recht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׂאֵת פְּנֵי (se'et pene), ‘het gezicht opheffen’: partijdig zijn en iemand ontzien om zijn persoon.

Vergelijk Lev. 19:15.

לְהַטּוֹת (lehattot), ‘buigen’: het recht verdraaien of de rechtvaardige zijn recht ontnemen. Zie ook 17:23.

6De lippen van een dwaas komen in ruzie, en zijn mond roept om slagen.
שִׂפְתֵ֣י
(siftei)
de lippen van
כְ֭סִיל
(kesil)
een dwaas
יָבֹ֣אֽוּ
(yavou)
komen
בְרִ֑יב
(beriv)
in ruzie
וּ֝פִ֗יו
(ufiv)
en zijn mond
לְֽמַהֲלֻמ֥וֹת
(lemahalumot)
om slagen
יִקְרָֽא
(yiqra)
roept
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מַהֲלֻמוֹת (mahalumot), ‘slagen’: een zeldzaam woord; de dwaas lokt door zijn gepraat slagen uit.

7De mond van een dwaas is zijn verderf, en zijn lippen zijn een strik voor zijn ziel.
פִּֽי
(pi)
de mond van
כְ֭סִיל
(kesil)
een dwaas
מְחִתָּה
(mechita)
verderf
ל֑וֹ
(lo)
voor hem
וּ֝שְׂפָתָ֗יו
(usefatav)
en zijn lippen
מוֹקֵ֥שׁ
(moqesh)
een strik voor
נַפְשֽׁוֹ
(nafsho)
zijn ziel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְחִתָּה (mechittah), ‘verderf’: ook ‘schrik, instorting’.

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: hier het leven.

8De woorden van een roddelaar zijn als lekkernijen, en zij dalen af in de kamers van de buik.
דִּבְרֵ֣י
(divrei)
de woorden van
נִ֭רְגָּן
(nirgan)
een roddelaar
כְּמִֽתְלַהֲמִ֑ים
(kemitlahamim)
zijn als lekkernijen
וְ֝הֵ֗ם
(vehem)
en zij
יָרְד֥וּ
(yaredu)
dalen af
חַדְרֵי
(chadrei)
in de kamers van
בָֽטֶן
(baten)
de buik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כְּמִתְלַהֲמִים (kemitlahamim), ‘als lekkernijen’: een zeldzaam woord.

Het kan ook ‘gretig geslikt’ betekenen.

De spreuk staat ook in Spr. 26:22, in dezelfde woorden.

נִרְגָּן (nirgan), ‘roddelaar’: zie 16:28.

9Ook wie slap is in zijn werk, is een broer van een verwoester.
גַּ֭ם
(gam)
ook
מִתְרַפֶּ֣ה
(mitrape)
wie slap is
בִמְלַאכְתּ֑וֹ
(bimlakhto)
in zijn werk
אָ֥ח
(ach)
een broer
ה֝֗וּא
(hu)
is hij
לְבַ֣עַל
(levaal)
van een heer van
מַשְׁחִֽית
(mashchit)
verwoesting
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בַּעַל מַשְׁחִית (ba'al mashchit), ‘verwoester’: letterlijk ‘heer van verderf’.

Nalatigheid verwoest net zo goed als vernieling; de luiaard is de broer van de verwoester.

Vergelijk Spr. 12:24 en 19:15.

10De naam van Yahweh is een toren van kracht; de rechtvaardige rent erheen en is veilig.
מִגְדַּל
(migdal)
een toren van
עֹ֭ז
(oz)
kracht
שֵׁ֣ם
(shem)
de naam van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
בּֽוֹ
(bo)
daarheen
יָר֖וּץ
(yaruts)
rent
צַדִּ֣יק
(tsadiq)
de rechtvaardige
וְנִשְׂגָּֽב
(venisgav)
en is veilig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שֵׁם יְהוָה (shem Yahweh), ‘de naam van Yahweh’: Yahweh zelf, zoals Hij Zich bekend maakt.

Vergelijk Ps. 20:2 en Ps. 124:8.

נִשְׂגָּב (nisgav), ‘is veilig’: letterlijk ‘wordt te hoog gesteld’, onbereikbaar voor wie hem wil raken. Hetzelfde werkwoord staat in 18:11.

11Het vermogen van de rijke is zijn sterke stad, en in zijn verbeelding is het als een hoge muur.
ה֣וֹן
(hon)
het vermogen van
עָ֭שִׁיר
(ashir)
de rijke
קִרְיַ֣ת
(qiryat)
de stad van
עֻזּ֑וֹ
(uzo)
zijn kracht
וּכְחוֹמָ֥ה
(ukhechoma)
en als een muur
נִ֝שְׂגָּבָ֗ה
(nisgava)
hoge
בְּמַשְׂכִּיתֽוֹ
(bemaskito)
in zijn verbeelding
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dezelfde eerste helft staat in Spr. 10:15.

בְּמַשְׂכִּיתוֹ (bemaskito), ‘in zijn verbeelding’: een zeldzaam woord, ook ‘afbeelding’ of ‘voorstelling’ (Lev. 26:1).

De rijke denkt dat zijn bezit hem beschermt.

Hier staat het tegenover de naam van Yahweh in 18:10.

12Voor de ondergang verheft zich het hart van een man, en voor de eer gaat nederigheid.
לִפְנֵי
(lifnei)
voor
שֶׁ֭בֶר
(shever)
de ondergang
יִגְבַּ֣הּ
(yigbah)
verheft zich
לֵב
(lev)
het hart van
אִ֑ישׁ
(ish)
een man
וְלִפְנֵ֖י
(velifnei)
en voor
כָב֣וֹד
(kavod)
eer
עֲנָוָֽה
(anava)
nederigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De tweede helft is gelijk aan Spr. 15:33b.

Vergelijk Spr. 16:18 voor ‘voor de ondergang’.

כָּבוֹד (kavod), ‘eer’: bij een mens ‘eer’; bij Yahweh ‘heerlijkheid’.

13Wie antwoordt voordat hij hoort: zotheid is dat voor hem, en schande.
מֵשִׁ֣יב
(meshiv)
wie antwoordt
דָּ֭בָר
(davar)
een woord
בְּטֶ֣רֶם
(beterem)
voordat
יִשְׁמָ֑ע
(yishma)
hij hoort
אִוֶּ֥לֶת
(ivelet)
zotheid
הִיא
(hi)
is het
ל֝֗וֹ
(lo)
voor hem
וּכְלִמָּֽה
(ukhelima)
en schande
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אִוֶּלֶת (ivvelet), ‘zotheid’: zie 16:22.

14De geest van een man houdt zijn ziekte overeind, maar een verslagen geest, wie kan die dragen?
רֽוּחַ
(ruach)
de geest van
אִ֭ישׁ
(ish)
een man
יְכַלְכֵּ֣ל
(yekhalkel)
houdt overeind
מַחֲלֵ֑הוּ
(machalehu)
zijn ziekte
וְר֥וּחַ
(veruach)
maar een geest
נְ֝כֵאָ֗ה
(nekhea)
verslagen
מִ֣י
(mi)
wie
יִשָּׂאֶֽנָּה
(yisaena)
kan haar dragen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רוּחַ (ruach), ‘geest’: de innerlijke kracht die een mens door ziekte heen draagt.

Zonder die kracht, met een verslagen geest, is niets te dragen.

Vergelijk 17:22.

15Het hart van een inzichtige verwerft kennis, en het oor van de wijzen zoekt kennis.
לֵ֣ב
(lev)
het hart van
נָ֭בוֹן
(navon)
een inzichtige
יִקְנֶה
(yiqne)
verwerft
דָּ֑עַת
(daat)
kennis
וְאֹ֥זֶן
(veozen)
en het oor van
חֲ֝כָמִ֗ים
(chakhamim)
wijzen
תְּבַקֶּשׁ
(tevaqesh)
zoekt
דָּֽעַת
(daat)
kennis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16De gift van een mens maakt ruimte voor hem en leidt hem voor het gezicht van grote mannen.
מַתָּ֣ן
(matan)
de gift van
אָ֭דָם
(adam)
een mens
יַרְחִ֣יב
(yarchiv)
maakt ruim
ל֑וֹ
(lo)
voor hem
וְלִפְנֵ֖י
(velifnei)
en voor het gezicht van
גְדֹלִ֣ים
(gedolim)
grote mannen
יַנְחֶֽנּוּ
(yanchenu)
leidt zij hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מַתָּן (mattan), ‘gift’: een gift opent deuren.

De spreuk zegt niet dat dit goed of fout is.

17De eerste in zijn zaak is rechtvaardig; dan komt zijn naaste en onderzoekt hem.
צַדִּ֣יק
(tsadiq)
rechtvaardig
הָרִאשׁ֣וֹן
(harishon)
de eerste
בְּרִיב֑וֹ
(berivo)
in zijn zaak
וּבָֽא
(uva)
dan komt
רֵ֝עֵ֗הוּ
(reehu)
zijn naaste
וַחֲקָרֽוֹ
(vachaqaro)
en onderzoekt hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּרִיבוֹ (verivo), ‘in zijn zaak’: riv betekent ‘ruzie’ en ook ‘rechtszaak’; hier gaat het om een zaak voor de rechter.

Wie het eerst spreekt, lijkt gelijk te hebben, totdat de ander hem ondervraagt.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is יָבֹא (yavo), ‘komt’.

De gelezen vorm (qere) is וּבָא (uva), ‘en komt’.

Wij volgen het qere; de betekenis blijft gelijk.

18Het lot doet twisten ophouden en scheidt tussen machtigen.
מִ֭דְיָנִים
(midyanim)
twisten
יַשְׁבִּ֣ית
(yashbit)
doet ophouden
הַגּוֹרָ֑ל
(hagoral)
het lot
וּבֵ֖ין
(uvein)
en tussen
עֲצוּמִ֣ים
(atsumim)
machtigen
יַפְרִֽיד
(yafrid)
scheidt het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַגּוֹרָל (hagoral), ‘het lot’: bij een twist werd soms door het lot beslist, zoals in 16:33.

Het lot beslist tussen sterke partijen.

מִדְיָנִים (midyanim), ‘twisten’: zo ook in 18:19.

19Een gekrenkte broer is sterker dan een sterke stad, en twisten zijn als de grendel van een burcht.
אָ֗ח
(ach)
een broer
נִפְשָׁ֥ע
(nifsha)
gekrenkt
מִקִּרְיַת
(miqiryat)
meer dan een stad van
עֹ֑ז
(oz)
kracht
וּ֝מִדְיָנִ֗ים
(umidyanim)
en twisten
כִּבְרִ֥יחַ
(kivriach)
zijn als een grendel van
אַרְמֽוֹן
(armon)
een burcht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Hebreeuws is kort: ‘een gekrenkte broer, [meer] dan een sterke stad’.

Wij vullen niets aan buiten ‘sterker dan’.

Veel vertalers lezen: ‘een gekrenkte broer is moeilijker te winnen dan een sterke stad’.

נִפְשָׁע (nifsha): een broer tegen wie een overtreding (פֶּשַׁע, pesha) is begaan.

מִדְיָנִים (midyanim), ‘twisten’: ketiv (de geschreven tekst) heeft מדונים (madonim), een ander woord voor ‘twisten’. Het verschil is klein.

אַרְמוֹן (armon), ‘burcht’: de versterkte toren van een paleis.

20Van de vrucht van de mond van een man wordt zijn buik verzadigd; van de opbrengst van zijn lippen wordt hij verzadigd.
מִפְּרִ֣י
(miperi)
van de vrucht van
פִי
(pi)
de mond van
אִ֭ישׁ
(ish)
een man
תִּשְׂבַּ֣ע
(tisba)
wordt verzadigd
בִּטְנ֑וֹ
(bitno)
zijn buik
תְּבוּאַ֖ת
(tevuat)
van de opbrengst van
שְׂפָתָ֣יו
(sefatav)
zijn lippen
יִשְׂבָּֽע
(yisba)
wordt hij verzadigd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21Dood en leven zijn in de hand van de tong, en wie haar liefheeft, eet haar vrucht.
מָ֣וֶת
(mavet)
dood
וְ֭חַיִּים
(vechayim)
en leven
בְּיַד
(beyad)
in de hand van
לָשׁ֑וֹן
(lashon)
de tong
וְ֝אֹהֲבֶ֗יהָ
(veohaveiha)
en wie haar liefheeft
יֹאכַ֥ל
(yokhal)
eet
פִּרְיָֽהּ
(piryah)
haar vrucht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּיַד־לָשׁוֹן (beyad-lashon), ‘in de hand van de tong’: de tong heeft de macht over leven en dood.

Wie veel spreekt, krijgt de gevolgen.

Vergelijk Spr. 12:14 en 13:3.

22Wie een vrouw vindt, vindt iets goeds en verkrijgt welbehagen van Yahweh.
מָצָ֣א
(matsa)
wie vindt
אִ֭שָּׁה
(isha)
een vrouw
מָ֣צָא
(matsa)
vindt
ט֑וֹב
(tov)
iets goeds
וַיָּ֥פֶק
(vayafeq)
en verkrijgt
רָ֝צ֗וֹן
(ratson)
welbehagen
מֵיְהוָֽה
(meYahweh)
van Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אִשָּׁה (ishah), ‘vrouw’: ook ‘echtgenote’.

Vergelijk Spr. 12:4 en 19:14.

רָצוֹן (ratson), ‘welbehagen’: zoals in 16:13 en 16:15.

Lezing

Sommige oude vertalingen hebben ‘een goede vrouw’.

Wij volgen de Hebreeuwse tekst.

23De berooide spreekt smeekbeden, maar de rijke antwoordt hard.
תַּחֲנוּנִ֥ים
(tachanunim)
smeekbeden
יְדַבֶּר
(yedaber)
spreekt
רָ֑שׁ
(rash)
de berooide
וְ֝עָשִׁ֗יר
(veashir)
maar de rijke
יַעֲנֶ֥ה
(yaane)
antwoordt
עַזּֽוֹת
(azot)
hard
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רָשׁ (rash), ‘berooide’: zie 17:5.

עַזּוֹת (azzot), ‘hard’: letterlijk ‘hardheden’.

24Een man met naasten kan zichzelf te gronde richten, maar er is er een die liefheeft en nauwer aanhangt dan een broer.
אִ֣ישׁ
(ish)
een man van
רֵ֭עִים
(reim)
naasten
לְהִתְרֹעֵ֑עַ
(lehitroea)
om zich te gronde te richten
וְיֵ֥שׁ
(veyesh)
maar er is
אֹ֝הֵ֗ב
(ohev)
een die liefheeft
דָּבֵ֥ק
(daveq)
aanhangend
מֵאָֽח
(meach)
meer dan een broer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

לְהִתְרֹעֵעַ (lehitro'ea), ‘om zich te gronde te richten’: de klinkers van de Masoretische tekst lezen een zeldzame vorm van רָעַע (ra'a), ‘breken, verwoesten’.

Een andere lezing is לְהִתְרֵעַ (lehitre'a), ‘om zich als naaste te gedragen’, van רֵעַ (re'a), ‘naaste’ (ook ‘vriend’).

Dan zegt de spreuk: ‘Een man met naasten moet zelf een naaste zijn’.

De betekenis is onzeker.

Wij volgen de klinkers.

אֹהֵב (ohev), ‘die liefheeft’: een liefhebbende vriend, die trouwer is dan een broer. Zie ook 17:17.