Elohim Bijbel

Handelingen 16

12345678910111213141516171819202122232425262728

Timoteüs, de roep uit Macedonië, Filippi: Lydia, het dienstmeisje en de cipier

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Timoteüs sluit zich aan

1Hij kwam ook aan in Derbe en in Lystra. En zie, daar was een leerling met de naam Timoteüs, zoon van een gelovige Joodse vrouw, maar met een Griekse vader.
Κατήντησεν
(Katentesen)
kwam aan
δὲ
(de)
nu
καὶ
(kai)
ook
εἰς
(eis)
in
Δέρβην
(Derben)
Derbe
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
in
Λύστραν
(Lystran)
Lystra
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
μαθητής
(mathetes)
leerling
τις
(tis)
een
ἦν
(en)
was
ἐκεῖ
(ekei)
daar
ὀνόματι
(onomati)
met naam
Τιμόθεος
(Timotheos)
Timoteüs
υἱὸς
(huios)
zoon
γυναικὸς
(gynaikos)
van een vrouw
Ἰουδαίας
(Ioudaias)
Joodse
πιστῆς
(pistes)
gelovige
πατρὸς
(patros)
van een vader
δὲ
(de)
maar
Ἕλληνος
(Hellenos)
Griek
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Derbe (Kerti Hüyük?; ligging onzeker): De ligging van Derbe is niet zeker.

Meestal wordt gedacht aan Kerti Hüyük, ten noordoosten van Karaman, in het binnenland van Zuid-Turkije.

Zie Lystra (Hatunsaray; ligging waarschijnlijk): Lystra wordt meestal gezocht bij het huidige Hatunsaray, ongeveer 40 km ten zuidwesten van Konya.

Dit is waarschijnlijk, maar niet helemaal zeker.

Uitleg

Τιμόθεος (Timotheos), ‘Timoteüs’: een jonge leerling uit Lystra, later een vaste medewerker van Paulus.

Zijn moeder was Joods en gelovig, zijn vader een Griek.

De naam van zijn moeder en van zijn vader noemt de tekst hier niet.

Zie ook Hand. 14:6.

Zie ook 2 Tim. 1:5; 2 Tim. 3:15.

2Er werd goed over hem getuigd door de broers in Lystra en Ikonium.
ὃς
(hos)
die
ἐμαρτυρεῖτο
(emartyreito)
werd getuigd
ὑπὸ
(hypo)
door
τῶν
(ton)
de
ἐν
(en)
in
Λύστροις
(Lystrois)
Lystra
καὶ
(kai)
en
Ἰκονίῳ
(Ikonio)
Ikonium
ἀδελφῶν
(adelphon)
broers
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Lystra (Hatunsaray; ligging waarschijnlijk): Lystra wordt meestal gezocht bij het huidige Hatunsaray, ongeveer 40 km ten zuidwesten van Konya.

Dit is waarschijnlijk, maar niet helemaal zeker.

Zie Ikonium: Ikonium is het huidige Konya, in het binnenland van Zuid-Turkije.

Uitleg

μαρτυρέω (martyreo), ‘getuigen’: hier ‘goed getuigenis krijgen’.

Wij schrijven ‘er werd goed over hem getuigd’.

3Paulus wilde dat deze man met hem meeging. Hij nam hem en besneed hem, vanwege de Joden die in die plaatsen waren, want allen wisten dat zijn vader een Griek was.
τοῦτον
(touton)
deze
ἠθέλησεν
(ethelesen)
wilde
ὁ
(ho)
de
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
σὺν
(syn)
met
αὐτῷ
(auto)
zich
ἐξελθεῖν
(exelthein)
uit te gaan
καὶ
(kai)
en
λαβὼν
(labon)
nemend
περιέτεμεν
(perietemen)
besneed
αὐτὸν
(auton)
hem
διὰ
(dia)
vanwege
τοὺς
(tous)
de
Ἰουδαίους
(Ioudaious)
Joden
τοὺς
(tous)
die
ὄντας
(ontas)
waren
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
τόποις
(topois)
plaatsen
ἐκείνοις
(ekeinois)
die
ᾔδεισαν
(edeisan)
wisten
γὰρ
(gar)
want
ἅπαντες
(hapantes)
allen
ὅτι
(hoti)
dat
Ἕλλην
(Hellen)
Griek
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
vader
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ὑπῆρχεν
(hyperchen)
was
Bron: SBLGNT
Uitleg

περιτέμνω (peritemno), ‘besnijden’.

Paulus laat Timoteüs besnijden ‘vanwege de Joden’, niet omdat het voor redding nodig is; dat was net besloten (15:1–11).

Timoteüs had een Joodse moeder, maar was niet besneden omdat zijn vader een Griek was.

Wij gaan hier niet verder dan wat de tekst zegt.

Zie ook Hand. 15:1–11.

4Terwijl zij de steden doortrokken, gaven zij hun de besluiten door die de apostelen en ouderlingen in Jeruzalem genomen hadden, om die te bewaren.
ὡς
(hos)
terwijl
δὲ
(de)
nu
διεπορεύοντο
(dieporeuonto)
zij reisden door
τὰς
(tas)
de
πόλεις
(poleis)
steden
παρεδίδοσαν
(paredidosan)
gaven door
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
φυλάσσειν
(phylassein)
te bewaren
τὰ
(ta)
de
δόγματα
(dogmata)
besluiten
τὰ
(ta)
die
κεκριμένα
(kekrimena)
genomen waren
ὑπὸ
(hypo)
door
τῶν
(ton)
de
ἀποστόλων
(apostolon)
apostelen
καὶ
(kai)
en
πρεσβυτέρων
(presbyteron)
ouderlingen
τῶν
(ton)
die
ἐν
(en)
in
Ἱεροσολύμοις
(Hierosolymois)
Jeruzalem
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

δόγμα (dogma), ‘besluit’: een officiële beslissing.

Dit zijn de besluiten van 15:28–29.

‘Bewaren’ (φυλάσσω, fylasso) betekent ook ‘onderhouden’ of ‘nakomen’.

Zie ook Hand. 15:28–29.

5De gemeenten werden dus versterkt in het geloof en namen elke dag toe in aantal.
αἱ
(hai)
de
μὲν
(men)
enerzijds
οὖν
(oun)
dus
ἐκκλησίαι
(ekklesiai)
gemeenten
ἐστερεοῦντο
(estereounto)
werden versterkt
τῇ
(te)
in het
πίστει
(pistei)
geloof
καὶ
(kai)
en
ἐπερίσσευον
(eperisseuon)
namen toe
τῷ
(to)
in
ἀριθμῷ
(arithmo)
aantal
καθ’
(kath’)
per
ἡμέραν
(hemeran)
dag
Bron: SBLGNT
Uitleg

στερεόω (stereoo), ‘versterken’: sterk en vast maken. περισσεύω (perisseuo), ‘toenemen’: meer worden.

De weg naar Macedonië

6Zij trokken door Frygië en het Galatische land, nadat de Heilige Geest hen had verhinderd het woord in Asia te spreken.
Διῆλθον
(Dielthon)
zij trokken door
δὲ
(de)
nu
τὴν
(ten)
de
Φρυγίαν
(Phrygian)
Frygië
καὶ
(kai)
en
Γαλατικὴν
(Galatiken)
Galatische
χώραν
(choran)
land
κωλυθέντες
(kolythentes)
verhinderd
ὑπὸ
(hypo)
door
τοῦ
(tou)
de
ἁγίου
(hagiou)
Heilige
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
λαλῆσαι
(lalesai)
te spreken
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
Ἀσίᾳ
(Asia)
Asia
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Frygië (ongeveer): Frygië was een streek in het westen en midden van het huidige Turkije.

De grenzen wisselden en zijn niet scherp.

Zie Galatië (ongeveer): Het Galatische land was het gebied rond het huidige Ankara, in het midden van Turkije.

De grenzen zijn bij benadering; de Romeinse provincie Galatië was groter.

Zie Asia (Romeinse provincie; ongeveer): Asia was de Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije, met Efeze als belangrijkste stad.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

Φρυγία (Frygia), ‘Frygië’: een landstreek in het midden van het huidige Turkije. Γαλατικὴ χώρα (Galatike chora), ‘Galatisch land’: het gebied van de Galaten. Ἀσία (Asia), ‘Asia’: de Romeinse provincie Asia, aan de westkust van het huidige Turkije; niet het werelddeel Azië. κωλύω (koluo), ‘verhinderen’.

De Heilige Geest spreekt hier niet in directe rede; daarom staat er niets rood.

Hoe de Geest hen tegenhield, zegt de tekst niet.

7Bij Mysië gekomen probeerden zij naar Bithynië te reizen, en de Geest van Yeshua liet het hun niet toe.
ἐλθόντες
(elthontes)
gekomen
δὲ
(de)
nu
κατὰ
(kata)
bij
τὴν
(ten)
het
Μυσίαν
(Mysian)
Mysië
ἐπείραζον
(epeirazon)
probeerden
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
het
Βιθυνίαν
(Bithynian)
Bithynië
πορευθῆναι
(poreuthenai)
te reizen
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
εἴασεν
(eiasen)
liet toe
αὐτοὺς
(autous)
hen
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
Ἰησοῦ
(Iesou)
van Yeshua
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Mysië (ongeveer): Mysië was de streek in het noordwesten van het huidige Turkije, ten zuiden van de Zee van Marmara.

De grenzen zijn bij benadering.

Zie Bithynië (ongeveer): Bithynië was de streek in het noorden van het huidige Turkije, aan de Zee van Marmara en de Zwarte Zee.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

Μυσία (Mysia), ‘Mysië’, en Βιθυνία (Bithynia), ‘Bithynië’: streken in het noordwesten van het huidige Turkije. τὸ πνεῦμα Ἰησοῦ (to pneuma Iesou), ‘de Geest van Yeshua’: dit staat zo in het Nieuwe Testament alleen hier.

Het is de Geest van vers 6; vergelijk Fil. 1:19 en Rom. 8:9.

Ook hier spreekt de Geest niet in directe rede.

Lezing

In sommige latere handschriften staat ‘de Geest’ zonder ‘van Yeshua’.

Wij volgen de SBLGNT.

8Zij trokken langs Mysië en gingen af naar Troas.
παρελθόντες
(parelthontes)
voorbijgegaan
δὲ
(de)
nu
τὴν
(ten)
het
Μυσίαν
(Mysian)
Mysië
κατέβησαν
(katebesan)
gingen af
εἰς
(eis)
naar
Τρῳάδα
(Troada)
Troas
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Mysië (ongeveer): Mysië was de streek in het noordwesten van het huidige Turkije, ten zuiden van de Zee van Marmara.

De grenzen zijn bij benadering.

Zie Troas (Alexandria Troas): Troas (Alexandria Troas) was een havenstad aan de kust van het noordwesten van Turkije, tegenover het eiland Tenedos.

Vanuit Troas voer Paulus naar Macedonië.

Uitleg

παρέρχομαι (parerchomai), ‘voorbijgaan’: hier ‘langs gaan’, niet stoppen om te spreken. Τρῳάς (Troas) was een havenstad aan de westkust van het huidige Turkije, bij het oude Troje.

9En in de nacht verscheen aan Paulus een visioen: een Macedonische man stond daar en smeekte hem: „Steek over naar Macedonië en help ons.”
καὶ
(kai)
en
ὅραμα
(horama)
visioen
διὰ
(dia)
in
νυκτὸς
(nyktos)
nacht
τῷ
(to)
aan
Παύλῳ
(Paulo)
Paulus
ὤφθη
(ophthe)
verscheen
ἀνὴρ
(aner)
man
Μακεδών
(Makedon)
Macedoniër
τις
(tis)
een
ἦν
(en)
was
ἑστὼς
(hestos)
staand
καὶ
(kai)
en
παρακαλῶν
(parakalon)
smekend
αὐτὸν
(auton)
hem
καὶ
(kai)
en
λέγων
(legon)
zeggend
Διαβὰς
(Diabas)
steek over
εἰς
(eis)
naar
Μακεδονίαν
(Makedonian)
Macedonië
βοήθησον
(boetheson)
help
ἡμῖν
(hemin)
ons
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

ὅραμα (horama), ‘visioen’: wat iemand te zien krijgt; vergelijk Hand. 9:10. Μακεδών (Makedon), ‘Macedoniër’: iemand uit Macedonië, in het noorden van het huidige Griekenland.

De man in het visioen spreekt; wij zetten zijn woorden zwart, want het is een mens. διαβαίνω (diabaino), ‘oversteken’: letterlijk ‘doorheen gaan’; hier de zee oversteken.

Zie ook Hand. 9:10.

Zie ookHand 9:10
10Toen hij het visioen had gezien, zochten wij meteen naar Macedonië te vertrekken. Wij concludeerden dat Elohim ons geroepen had om hun de goede boodschap te brengen.
ὡς
(hos)
toen
δὲ
(de)
nu
τὸ
(to)
het
ὅραμα
(horama)
visioen
εἶδεν
(eiden)
hij zag
εὐθέως
(eutheos)
meteen
ἐζητήσαμεν
(ezetesamen)
zochten wij
ἐξελθεῖν
(exelthein)
te vertrekken
εἰς
(eis)
naar
Μακεδονίαν
(Makedonian)
Macedonië
συμβιβάζοντες
(symbibazontes)
concluderend
ὅτι
(hoti)
dat
προσκέκληται
(proskekletai)
had geroepen
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
εὐαγγελίσασθαι
(euangelisasthai)
de goede boodschap te brengen
αὐτούς
(autous)
aan hen
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

Vanaf dit vers staat in de tekst ‘wij’ (ἐζητήσαμεν, ezetesamen, ‘wij zochten’): de schrijver rekent zich bij de reisgezellen.

Dat gaat door tot vers 17 en komt later terug (20:5 en verder).

Wij schrijven ‘wij’, zoals het Grieks.

Wie dat is, noemt de tekst niet. συμβιβάζω (symbibazo), ‘concluderen’: dingen bij elkaar brengen en daaruit een besluit trekken. εὐαγγελίζομαι (euangelizomai), ‘de goede boodschap brengen’.

De mannen halen het besluit uit het visioen; het Grieks zegt niet dat Elohim dit zelf zei.

Zie ookHand 16:17

In Filippi: Lydia

11Wij voeren uit Troas weg en gingen rechtstreeks naar Samothrake. De volgende dag gingen wij naar Neapolis.
Ἀναχθέντες
(Anachthentes)
uitgevaren
οὖν
(oun)
dus
ἀπὸ
(apo)
van
Τρῳάδος
(Troados)
Troas
εὐθυδρομήσαμεν
(euthydromesamen)
voeren wij rechtstreeks
εἰς
(eis)
naar
Σαμοθρᾴκην
(Samothraken)
Samothrake
τῇ
(te)
op de
δὲ
(de)
nu
ἐπιούσῃ
(epiouse)
volgende
εἰς
(eis)
naar
Νέαν
(Nean)
Nieuwe
Πόλιν
(Polin)
Stad
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Troas (Alexandria Troas): Troas (Alexandria Troas) was een havenstad aan de kust van het noordwesten van Turkije, tegenover het eiland Tenedos.

Vanuit Troas voer Paulus naar Macedonië.

Zie Samothrake: Samothrake is een bergachtig eiland in het noorden van de Egeïsche Zee.

Paulus legde er een nacht aan op weg naar Neapolis.

Zie Neapolis (nu Kavala): Neapolis was de havenstad van Filippi, aan de kust van Macedonië.

De stad heet nu Kavala.

Uitleg

ἀνάγομαι (anagomai), ‘uitvaren’: de zee op gaan. εὐθυδρομέω (euthydromeo), ‘rechtstreeks varen’: zonder koers te veranderen. Σαμοθρᾴκη (Samothrake) is een eiland in de Egeïsche Zee. Νέα Πόλις (Nea Polis), ‘Neapolis’: de havenstad van Filippi, letterlijk ‘Nieuwe Stad’.

12En vandaar gingen wij naar Filippi, een stad van het eerste district van Macedonië, een kolonie. Wij bleven enkele dagen in die stad.
κἀκεῖθεν
(kakeithen)
en vandaar
εἰς
(eis)
naar
Φιλίππους
(Philippous)
Filippi
ἥτις
(hetis)
die
ἐστὶν
(estin)
is
πρώτη
(prote)
eerste
τῆς
(tes)
van het
μερίδος
(meridos)
district
Μακεδονίας
(Makedonias)
van Macedonië
πόλις
(polis)
stad
κολωνία
(kolonia)
kolonie
ἦμεν
(emen)
wij waren
δὲ
(de)
nu
ἐν
(en)
in
ταύτῃ
(taute)
deze
τῇ
(te)
de
πόλει
(polei)
stad
διατρίβοντες
(diatribontes)
verblijvend
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
τινάς
(tinas)
enkele
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Filippi: Filippi lag in het oosten van Macedonië, ongeveer 15 km landinwaarts van de haven Neapolis.

Het was een Romeinse kolonie.

Het is niet de stad Caesarea Filippi uit de evangeliën.

Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

Φίλιπποι (Filippoi), ‘Filippi’: een stad in Macedonië. κολωνία (kolonia), ‘kolonie’: een Romeinse stad waar oud-soldaten woonden en waar Romeins recht gold. πρώτη τῆς μερίδος (prote tes meridos), ‘eerste van het district’: de tekst kan bedoelen ‘de belangrijkste’ of ‘de eerste die ze bereikten’.

Wij houden ‘eerste’.

Macedonië was verdeeld in vier districten.

13Op de dag van de sabbat gingen wij de stad uit, buiten de poort, langs een rivier, waar wij meenden dat een gebedsplaats was. Wij gingen zitten en spraken met de vrouwen die samengekomen waren.
τῇ
(te)
op de
τε
(te)
en
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
τῶν
(ton)
van de
σαββάτων
(sabbaton)
sabbat
ἐξήλθομεν
(exelthomen)
gingen wij uit
ἔξω
(exo)
buiten
τῆς
(tes)
de
πύλης
(pyles)
poort
παρὰ
(para)
langs
ποταμὸν
(potamon)
rivier
οὗ
(hou)
waar
ἐνομίζομεν
(enomizomen)
meenden wij
προσευχὴν
(proseuchen)
gebedsplaats
εἶναι
(einai)
te zijn
καὶ
(kai)
en
καθίσαντες
(kathisantes)
gezeten
ἐλαλοῦμεν
(elaloumen)
spraken wij
ταῖς
(tais)
tot de
συνελθούσαις
(synelthousais)
samengekomen
γυναιξίν
(gynaixin)
vrouwen
Bron: SBLGNT
Uitleg

προσευχή (proseuche), ‘gebedsplaats’: het gewone woord is ‘gebed’; hier een plek waar Joden bidden, zonder gebouw.

Dat zij naar de rivier gaan, kan betekenen dat er te weinig Joodse mannen in Filippi waren voor een synagoge; de tekst zegt het niet. ἐνομίζομεν (enomizomen), ‘wij meenden’: Lucas weet het zelf niet zeker.

14Een vrouw genaamd Lydia, een purperverkoopster uit de stad Thyatira, een godvrezende, luisterde. De Heer opende haar hart, zodat zij oplette op wat Paulus zei.
καί
(kai)
en
τις
(tis)
een
γυνὴ
(gyne)
vrouw
ὀνόματι
(onomati)
met naam
Λυδία
(Lydia)
Lydia
πορφυρόπωλις
(porphyropolis)
purperverkoopster
πόλεως
(poleos)
van de stad
Θυατείρων
(Thyateiron)
Thyatira
σεβομένη
(sebomene)
vererend
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
ἤκουεν
(ekouen)
luisterde
ἧς
(hes)
wier
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
διήνοιξεν
(dienoixen)
opende
τὴν
(ten)
het
καρδίαν
(kardian)
hart
προσέχειν
(prosechein)
om te letten
τοῖς
(tois)
op het
λαλουμένοις
(laloumenois)
gesprokene
ὑπὸ
(hypo)
door
τοῦ
(tou)
de
Παύλου
(Paulou)
Paulus
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Thyatira: Thyatira is het huidige Akhisar, in het westen van Turkije.

Lydia kwam er vandaan.

Uitleg

Λυδία (Lydia): een vrouw met een naam die ook ‘uit Lydië’ kan betekenen. πορφυρόπωλις (porfyropolis), ‘purperverkoopster’: purper was een dure, kostbare stof. Θυάτειρα (Thyateira), ‘Thyatira’: een stad in Lydië, in het huidige Turkije. σεβομένη τὸν θεόν (sebomene ton theon), ‘godvrezende’: een niet-Joodse vrouw die Elohim vereert; zie 13:16. ὁ κύριος (ho kyrios), ‘de Heer’: het Grieks maakt niet duidelijk of Elohim of Yeshua bedoeld is; wij schrijven ‘de Heer’. διανοίγω (dianoigo), ‘openen’: hetzelfde werkwoord als in Luc. 24:45.

Zie ook Hand. 13:16; Luc. 24:45.

15Toen zij en haar huis gedoopt waren, vroeg zij ons: „Als jullie mij gelovig in de Heer vinden, kom dan mijn huis binnen en blijf.” En zij drong bij ons aan.
ὡς
(hos)
toen
δὲ
(de)
nu
ἐβαπτίσθη
(ebaptisthe)
zij werd gedoopt
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
het
οἶκος
(oikos)
huis
αὐτῆς
(autes)
haar
παρεκάλεσεν
(parekalesen)
vroeg
λέγουσα
(legousa)
zeggend
Εἰ
(Ei)
als
κεκρίκατέ
(kekrikate)
jullie hebben geoordeeld
με
(me)
mij
πιστὴν
(pisten)
gelovig
τῷ
(to)
in de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
εἶναι
(einai)
te zijn
εἰσελθόντες
(eiselthontes)
binnengekomen
εἰς
(eis)
in
τὸν
(ton)
het
οἶκόν
(oikon)
huis
μου
(mou)
mijn
μένετε
(menete)
blijf
καὶ
(kai)
en
παρεβιάσατο
(parebiasato)
zij drong aan
ἡμᾶς
(hemas)
ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐβαπτίσθη (ebaptisthe), ‘zij werd gedoopt’: Lydia en haar huis. οἶκος (oikos), ‘huis’: hier het huishouden, de mensen die bij haar hoorden.

Het Grieks zegt niet wie dat waren. παραβιάζομαι (parabiazomai), ‘aandringen’: zoals in Luc. 24:29.

Ook hier is ‘de Heer’ waarschijnlijk Yeshua; vergelijk vers 14 en vers 31.

Zie ook Luc. 24:29.

Het dienstmeisje met een geest

16Toen wij naar de gebedsplaats gingen, kwam ons een dienstmeisje tegen dat een Python-geest had. Zij bracht haar heren veel winst op door waar te zeggen.
Ἐγένετο
(Egeneto)
het gebeurde
δὲ
(de)
nu
πορευομένων
(poreuomenon)
toen wij gingen
ἡμῶν
(hemon)
wij
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
προσευχὴν
(proseuchen)
gebedsplaats
παιδίσκην
(paidisken)
dienstmeisje
τινὰ
(tina)
een
ἔχουσαν
(echousan)
hebbend
πνεῦμα
(pneuma)
geest
πύθωνα
(pythona)
Python
ὑπαντῆσαι
(hypantesai)
tegemoet kwam
ἡμῖν
(hemin)
ons
ἥτις
(hetis)
die
ἐργασίαν
(ergasian)
verdienste
πολλὴν
(pollen)
veel
παρεῖχεν
(pareichen)
verschafte
τοῖς
(tois)
aan de
κυρίοις
(kyriois)
heren
αὐτῆς
(autes)
haar
μαντευομένη
(manteuomene)
waarzeggend
Bron: SBLGNT
Uitleg

παιδίσκη (paidiske), ‘dienstmeisje’: een slavin; hetzelfde woord als in Luc. 22:56. πύθων (pythoon), ‘Python’: de naam van de slang bij het orakel van Delphi; een ‘geest van Python’ is een geest van waarzeggerij.

Wij houden de naam, want het Nederlands heeft geen eigen woord. μαντεύομαι (manteuomai), ‘waarzeggen’. κύριοι (kyrioi), ‘heren’: hier de eigenaars van het meisje.

Zie ook Luc. 22:56.

Zie ookLuc 22:56
17Zij volgde Paulus en ons en riep: „Deze mensen zijn knechten van de Allerhoogste Elohim. Zij verkondigen jullie een weg van redding.”
αὕτη
(haute)
deze
κατακολουθοῦσα
(katakolouthousa)
volgend
τῷ
(to)
de
Παύλῳ
(Paulo)
Paulus
καὶ
(kai)
en
ἡμῖν
(hemin)
ons
ἔκραζεν
(ekrazen)
riep
λέγουσα
(legousa)
zeggend
Οὗτοι
(Houtoi)
deze
οἱ
(hoi)
de
ἄνθρωποι
(anthropoi)
mensen
δοῦλοι
(douloi)
knechten
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
τοῦ
(tou)
de
ὑψίστου
(hypsistou)
Allerhoogste
εἰσίν
(eisin)
zijn
οἵτινες
(hoitines)
die
καταγγέλλουσιν
(katangellousin)
verkondigen
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ὁδὸν
(hodon)
weg
σωτηρίας
(soterias)
van redding
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het meisje roept, maar de geest in haar spreekt door haar; daarom markeren wij de woorden als woorden van een geest en zetten wij ze niet rood. δοῦλοι (douloi), ‘knechten’: zoals overal. ὕψιστος (hypsistos), ‘Allerhoogste’: zoals in Luc. 1:32.

Hier is het een Griekse benaming voor Elohim. ὁδὸς σωτηρίας (hodos soterias), ‘weg van redding’.

Het gezegde is waar, maar komt uit een geest die Paulus tot last is (vers 18).

Lezing

Sommige handschriften hebben ‘ons’ in plaats van ‘jullie’.

Wij volgen de SBLGNT: ‘jullie’.

Zie ook Luc. 1:32.

18Dat deed zij vele dagen. Paulus werd daar moe van en draaide zich om. Hij zei tegen de geest: „Ik beveel je in de naam van Yeshua de Messias: ga van haar uit.” Op datzelfde uur ging de geest uit.
τοῦτο
(touto)
dit
δὲ
(de)
nu
ἐποίει
(epoiei)
deed zij
ἐπὶ
(epi)
gedurende
πολλὰς
(pollas)
vele
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
διαπονηθεὶς
(diaponetheis)
moe geworden
δὲ
(de)
nu
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
καὶ
(kai)
en
ἐπιστρέψας
(epistrepsas)
omgedraaid
τῷ
(to)
tot de
πνεύματι
(pneumati)
geest
εἶπεν
(eipen)
zei
Παραγγέλλω
(Parangello)
ik beveel
σοι
(soi)
je
ἐν
(en)
in
ὀνόματι
(onomati)
naam
Ἰησοῦ
(Iesou)
van Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
ἐξελθεῖν
(exelthein)
uit te gaan
ἀπ’
(ap’)
van
αὐτῆς
(autes)
haar
καὶ
(kai)
en
ἐξῆλθεν
(exelthen)
ging uit
αὐτῇ
(aute)
op dezelfde
τῇ
(te)
het
ὥρᾳ
(hora)
uur
Bron: SBLGNT
Uitleg

διαπονέομαι (diaponeomai), ‘moe worden’: ook ‘geërgerd worden’; hij is vermoeid van het vele herhalen. ἐπιστρέφω (epistrefo), ‘zich omdraaien’. παραγγέλλω (parangello), ‘bevelen’.

Paulus gebiedt in de naam van Yeshua, en spreekt dus zelf; zijn woorden zijn zwart.

Vergelijk Luc. 10:17.

Zie ook Luc. 10:17.

Zie ookLuc 10:17

Paulus en Silas in de gevangenis

19Toen haar heren zagen dat de hoop op hun winst was weggegaan, grepen zij Paulus en Silas. Zij sleepten hen naar de markt, naar de leiders.
Ἰδόντες
(Idontes)
gezien hebbend
δὲ
(de)
nu
οἱ
(hoi)
de
κύριοι
(kyrioi)
heren
αὐτῆς
(autes)
haar
ὅτι
(hoti)
dat
ἐξῆλθεν
(exelthen)
was weggegaan
ἡ
(he)
de
ἐλπὶς
(elpis)
hoop
τῆς
(tes)
van de
ἐργασίας
(ergasias)
winst
αὐτῶν
(auton)
hun
ἐπιλαβόμενοι
(epilabomenoi)
grijpend
τὸν
(ton)
de
Παῦλον
(Paulon)
Paulus
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
de
Σιλᾶν
(Silan)
Silas
εἵλκυσαν
(heilkysan)
sleepten
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
ἀγορὰν
(agoran)
markt
ἐπὶ
(epi)
naar
τοὺς
(tous)
de
ἄρχοντας
(archontas)
leiders
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐλπίς (elpis), ‘hoop’: hier wat zij van haar verwachtten. ἀγορά (agora), ‘markt’: het plein van de stad, waar recht gesproken werd. ἄρχοντες (archontes), ‘leiders’: zoals in 13:27.

Zie ook Hand. 13:27.

Zie ookHand 13:27
20Zij brachten hen bij de stadsbestuurders en zeiden: „Deze mensen brengen onze stad in verwarring. Zij zijn Joden
καὶ
(kai)
en
προσαγαγόντες
(prosagagontes)
gebracht hebbend
αὐτοὺς
(autous)
hen
τοῖς
(tois)
bij de
στρατηγοῖς
(strategois)
stadsbestuurders
εἶπαν
(eipan)
zeiden zij
Οὗτοι
(Houtoi)
deze
οἱ
(hoi)
de
ἄνθρωποι
(anthropoi)
mensen
ἐκταράσσουσιν
(ektarassousin)
brengen in verwarring
ἡμῶν
(hemon)
onze
τὴν
(ten)
de
πόλιν
(polin)
stad
Ἰουδαῖοι
(Ioudaioi)
Joden
ὑπάρχοντες
(hyparchontes)
zijnde
Bron: SBLGNT
Uitleg

στρατηγός (strategos), ‘stadsbestuurder’: een bestuurder van een stad in een Romeinse kolonie.

In de evangeliën heet het ‘bevelhebber’ (Luc. 22:52); hier is het een ander ambt. ἐκταράσσω (ektarasso), ‘in verwarring brengen’.

Paulus en Silas worden hier als Joden aangeklaagd; de aanklagers zeggen niets over het meisje of over hun winst.

Zie ook Luc. 22:52.

Zie ookLuc 22:52
21en verkondigen gebruiken die wij niet mogen aannemen of uitvoeren, terwijl wij Romeinen zijn.”
καὶ
(kai)
en
καταγγέλλουσιν
(katangellousin)
verkondigen
ἔθη
(ethe)
gebruiken
ἃ
(ha)
die
οὐκ
(ouk)
niet
ἔξεστιν
(exestin)
is toegestaan
ἡμῖν
(hemin)
ons
παραδέχεσθαι
(paradechesthai)
aan te nemen
οὐδὲ
(oude)
noch
ποιεῖν
(poiein)
uit te voeren
Ῥωμαίοις
(Rhomaiois)
Romeinen
οὖσιν
(ousin)
zijnde
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔθος (ethos), ‘gebruik’: zie 15:1. Ῥωμαῖος (Romaios), ‘Romein’: iemand met Romeins burgerrecht.

In een kolonie als Filippi werd daar veel waarde aan gehecht.

Zie ook Hand. 15:1.

Zie ookHand 15:1
22De menigte stond samen tegen hen op. De stadsbestuurders scheurden hun kleren af en gaven opdracht hen met roeden te slaan.
καὶ
(kai)
en
συνεπέστη
(synepeste)
stond samen op
ὁ
(ho)
de
ὄχλος
(ochlos)
menigte
κατ’
(kat’)
tegen
αὐτῶν
(auton)
hen
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
στρατηγοὶ
(strategoi)
stadsbestuurders
περιρήξαντες
(perirexantes)
afgescheurd hebbend
αὐτῶν
(auton)
hun
τὰ
(ta)
de
ἱμάτια
(himatia)
kleren
ἐκέλευον
(ekeleuon)
bevalen
ῥαβδίζειν
(rhabdizein)
met roeden te slaan
Bron: SBLGNT
Uitleg

περιρήγνυμι (perirhegnymi), ‘afscheuren’: de kleren van hun lichaam rukken. ῥαβδίζω (rhabdizo), ‘met roeden slaan’: een Romeinse straf.

Paulus noemt dit later zelf (2 Kor. 11:25; 1 Tess. 2:2).

23Nadat zij hun veel slagen hadden gegeven, wierpen zij hen in de gevangenis en droegen de cipier op hen veilig te bewaken.
πολλάς
(pollas)
veel
τε
(te)
en
ἐπιθέντες
(epithentes)
opgelegd hebbend
αὐτοῖς
(autois)
hun
πληγὰς
(plegas)
slagen
ἔβαλον
(ebalon)
wierpen
εἰς
(eis)
in
φυλακήν
(phylaken)
gevangenis
παραγγείλαντες
(parangeilantes)
opdracht gegeven hebbend
τῷ
(to)
aan de
δεσμοφύλακι
(desmophylaki)
cipier
ἀσφαλῶς
(asphalos)
veilig
τηρεῖν
(terein)
te bewaken
αὐτούς
(autous)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

δεσμοφύλαξ (desmofylax), ‘cipier’: wie de gevangenen bewaakt. πληγή (plege), ‘slag’: wat een striem achterlaat.

Opnieuw: de stadsbestuurders geven opdracht, de cipier moet bewaken.

24Nadat hij een opdracht als deze had gekregen, wierp hij hen in de binnenste gevangenis en zette hun voeten vast in het blok.
ὃς
(hos)
die
παραγγελίαν
(parangelian)
opdracht
τοιαύτην
(toiauten)
zo’n
λαβὼν
(labon)
ontvangen hebbend
ἔβαλεν
(ebalen)
wierp
αὐτοὺς
(autous)
hen
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
ἐσωτέραν
(esoteran)
binnenste
φυλακὴν
(phylaken)
gevangenis
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
πόδας
(podas)
voeten
ἠσφαλίσατο
(esphalisato)
zette vast
αὐτῶν
(auton)
hun
εἰς
(eis)
in
τὸ
(to)
het
ξύλον
(xylon)
blok
Bron: SBLGNT
Uitleg

ξύλον (xylon), ‘blok’: letterlijk ‘hout’.

Hier een houten blok waarin de voeten gevangen zaten. ἐσωτέρα φυλακή (esotera fylake), ‘binnenste gevangenis’: het deel dat het verst van de buitenwereld ligt.

De aardbeving en de cipier

25Rond middernacht baden Paulus en Silas en zongen lofzangen voor Elohim. De gevangenen luisterden naar hen.
Κατὰ
(Kata)
rond
δὲ
(de)
nu
τὸ
(to)
de
μεσονύκτιον
(mesonyktion)
middernacht
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
καὶ
(kai)
en
Σιλᾶς
(Silas)
Silas
προσευχόμενοι
(proseuchomenoi)
biddend
ὕμνουν
(hymnoun)
zongen lofzangen voor
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
ἐπηκροῶντο
(epekroonto)
luisterden
δὲ
(de)
nu
αὐτῶν
(auton)
naar hen
οἱ
(hoi)
de
δέσμιοι
(desmioi)
gevangenen
Bron: SBLGNT
Uitleg

μεσονύκτιον (mesonyktion), ‘middernacht’. ὑμνέω (hymneo), ‘een lofzang zingen’. ἐπακροάομαι (epakroaomai), ‘luisteren’: aandachtig luisteren, in het Nieuwe Testament alleen hier.

26Plotseling kwam er een grote aardbeving, zodat de fundamenten van de gevangenis wankelden. Meteen werden alle deuren geopend en raakten de boeien van allen los.
ἄφνω
(aphno)
plotseling
δὲ
(de)
nu
σεισμὸς
(seismos)
aardbeving
ἐγένετο
(egeneto)
kwam
μέγας
(megas)
grote
ὥστε
(hoste)
zodat
σαλευθῆναι
(saleuthenai)
wankelden
τὰ
(ta)
de
θεμέλια
(themelia)
fundamenten
τοῦ
(tou)
van de
δεσμωτηρίου
(desmoteriou)
gevangenis
ἠνεῴχθησαν
(eneochthesan)
werden geopend
δὲ
(de)
nu
παραχρῆμα
(parachrema)
meteen
αἱ
(hai)
de
θύραι
(thyrai)
deuren
πᾶσαι
(pasai)
alle
καὶ
(kai)
en
πάντων
(panton)
van allen
τὰ
(ta)
de
δεσμὰ
(desma)
boeien
ἀνέθη
(anethe)
raakten los
Bron: SBLGNT
Uitleg

σεισμός (seismos), ‘aardbeving’. θεμέλιον (themelion), ‘fundament’. δεσμά (desma), ‘boeien’: wat iemand vastbindt.

27De cipier werd wakker en zag dat de deuren van de gevangenis open waren. Hij trok zijn zwaard en stond op het punt zichzelf te doden, omdat hij dacht dat de gevangenen ontsnapt waren.
ἔξυπνος
(exypnos)
wakker
δὲ
(de)
nu
γενόμενος
(genomenos)
geworden
ὁ
(ho)
de
δεσμοφύλαξ
(desmophylax)
cipier
καὶ
(kai)
en
ἰδὼν
(idon)
gezien hebbend
ἀνεῳγμένας
(aneogmenas)
geopend
τὰς
(tas)
de
θύρας
(thyras)
deuren
τῆς
(tes)
van de
φυλακῆς
(phylakes)
gevangenis
σπασάμενος
(spasamenos)
getrokken hebbend
τὴν
(ten)
het
μάχαιραν
(machairan)
zwaard
ἤμελλεν
(emellen)
stond op het punt
ἑαυτὸν
(heauton)
zichzelf
ἀναιρεῖν
(anairein)
te doden
νομίζων
(nomizon)
denkend
ἐκπεφευγέναι
(ekpepheugenai)
ontsnapt te zijn
τοὺς
(tous)
de
δεσμίους
(desmious)
gevangenen
Bron: SBLGNT
Uitleg

De cipier stond verantwoordelijk voor de gevangenen.

De tekst zegt niet waarom hij zichzelf wilde doden; het ligt voor de hand dat hij een straf vreesde.

28Paulus riep met luide stem: „Doe jezelf geen kwaad, want wij zijn allemaal hier.”
ἐφώνησεν
(ephonesen)
riep
δὲ
(de)
nu
φωνῇ
(phone)
met stem
μεγάλῃ
(megale)
grote
ὁ
(ho)
de
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
λέγων
(legon)
zeggend
Μηδὲν
(Meden)
niets
πράξῃς
(praxes)
doe
σεαυτῷ
(seauto)
jezelf
κακόν
(kakon)
kwaads
ἅπαντες
(hapantes)
allen
γάρ
(gar)
want
ἐσμεν
(esmen)
zijn wij
ἐνθάδε
(enthade)
hier
Bron: SBLGNT
Uitleg

Paulus roept in het donker.

De tekst zegt niet hoe hij wist wat de cipier van plan was.

29Hij vroeg om licht, sprong naar binnen, en bevend viel hij neer voor Paulus en Silas.
αἰτήσας
(aitesas)
gevraagd hebbend
δὲ
(de)
nu
φῶτα
(phota)
licht
εἰσεπήδησεν
(eisepedesen)
sprong naar binnen
καὶ
(kai)
en
ἔντρομος
(entromos)
bevend
γενόμενος
(genomenos)
geworden
προσέπεσεν
(prosepesen)
viel neer
τῷ
(to)
voor
Παύλῳ
(Paulo)
Paulus
καὶ
(kai)
en
τῷ
(to)
voor
Σιλᾷ
(Sila)
Silas
Bron: SBLGNT
Uitleg

φῶτα (fota), ‘lichten’: in het meervoud; waarschijnlijk fakkels of lampen. ἔντρομος (entromos), ‘bevend’. προσπίπτω (prospipto), ‘neervallen’.

30Hij leidde hen naar buiten en zei: „Heren, wat moet ik doen om gered te worden?”
καὶ
(kai)
en
προαγαγὼν
(proagagon)
naar buiten geleid hebbend
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἔξω
(exo)
buiten
ἔφη
(ephe)
zei
Κύριοι
(Kyrioi)
heren
τί
(ti)
wat
με
(me)
mij
δεῖ
(dei)
het nodig is
ποιεῖν
(poiein)
te doen
ἵνα
(hina)
opdat
σωθῶ
(sotho)
ik gered word
Bron: SBLGNT
Uitleg

κύριοι (kyrioi), ‘heren’: een beleefde aanspreking. σῴζω (sozo), ‘redden’: wat de cipier bedoelt (gered van straf of gered voor Elohim), zegt de tekst niet.

Het antwoord in vers 31 gaat over redding door geloof; vergelijk Mark. 5:34.

Zie ook Mark. 5:34.

31Zij zeiden: „Geloof in de Heer Yeshua en je zult gered worden, jij en je huis.”
οἱ
(hoi)
zij
δὲ
(de)
nu
εἶπαν
(eipan)
zeiden
Πίστευσον
(Pisteuson)
geloof
ἐπὶ
(epi)
in
τὸν
(ton)
de
κύριον
(kyrion)
Heer
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
καὶ
(kai)
en
σωθήσῃ
(sothese)
je zult gered worden
σὺ
(sy)
jij
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
het
οἶκός
(oikos)
huis
σου
(sou)
je
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft ‘het huis’: de mensen van zijn huishouden.

De belofte geldt voor wie gelooft; het volgende vers vertelt dat zij allemaal het woord horen.

32Zij spraken het woord van de Heer tot hem, samen met allen in zijn huis.
καὶ
(kai)
en
ἐλάλησαν
(elalesan)
spraken
αὐτῷ
(auto)
tot hem
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
σὺν
(syn)
samen met
πᾶσι
(pasi)
allen
τοῖς
(tois)
die
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
οἰκίᾳ
(oikia)
huis
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft ‘het woord van de Heer’ (τοῦ κυρίου); zie 13:44.

Hier gaat het om de boodschap over Yeshua.

Zie ook Hand. 13:44.

Zie ookHand 13:44
33Op datzelfde uur van de nacht nam hij hen mee en wies hun striemen. Meteen werd hij gedoopt, hij en al de zijnen.
καὶ
(kai)
en
παραλαβὼν
(paralabon)
meegenomen hebbend
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἐν
(en)
in
ἐκείνῃ
(ekeine)
die
τῇ
(te)
het
ὥρᾳ
(hora)
uur
τῆς
(tes)
van de
νυκτὸς
(nyktos)
nacht
ἔλουσεν
(elousen)
wies hij
ἀπὸ
(apo)
van
τῶν
(ton)
de
πληγῶν
(plegon)
striemen
καὶ
(kai)
en
ἐβαπτίσθη
(ebaptisthe)
werd gedoopt
αὐτὸς
(autos)
hij
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
αὐτοῦ
(autou)
zijnen
πάντες
(pantes)
allen
παραχρῆμα
(parachrema)
meteen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔλουσεν ἀπὸ τῶν πληγῶν (elousen apo ton plegon), ‘hij waste hen van de slagen’: hij reinigde hun wonden. ἐβαπτίσθη (ebaptisthe), ‘werd gedoopt’: zoals Lydia en haar huis (vers 15).

Zie ook Hand. 16:15.

Zie ookHand 16:15
34Hij bracht hen naar boven in zijn huis en zette hun een maaltijd voor. Met heel zijn huis jubelde hij, omdat hij in Elohim geloofde.
ἀναγαγών
(anagagon)
naar boven geleid hebbend
τε
(te)
en
αὐτοὺς
(autous)
hen
εἰς
(eis)
naar
τὸν
(ton)
het
οἶκον
(oikon)
huis
παρέθηκεν
(paretheken)
zette voor
τράπεζαν
(trapezan)
maaltijd
καὶ
(kai)
en
ἠγαλλιάσατο
(egalliasato)
jubelde
πανοικεὶ
(panoikei)
met heel zijn huis
πεπιστευκὼς
(pepisteukos)
geloofd hebbend
τῷ
(to)
in
θεῷ
(theo)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρατίθημι τράπεζαν (paratithemi trapezan), ‘een tafel voorzetten’: een maaltijd aanbieden. ἀγαλλιάομαι (agalliaomai), ‘jubelen’: zoals in Luc. 1:47. πανοικεί (panoikei), ‘met heel zijn huis’.

Zie ook Luc. 1:47.

Zie ookLuc 1:47

Paulus en Silas worden vrijgelaten

35Toen het dag werd, zonden de stadsbestuurders de gerechtsdienaars met de boodschap: „Laat die mensen gaan.”
Ἡμέρας
(Hemeras)
dag
δὲ
(de)
nu
γενομένης
(genomenes)
geworden
ἀπέστειλαν
(apesteilan)
zonden
οἱ
(hoi)
de
στρατηγοὶ
(strategoi)
stadsbestuurders
τοὺς
(tous)
de
ῥαβδούχους
(rhabdouchous)
gerechtsdienaars
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Ἀπόλυσον
(Apolyson)
laat gaan
τοὺς
(tous)
de
ἀνθρώπους
(anthropous)
mensen
ἐκείνους
(ekeinous)
die
Bron: SBLGNT
Uitleg

ῥαβδοῦχος (rhabdouchos), ‘gerechtsdienaar’: letterlijk ‘roededrager’; de dienaren van de stadsbestuurders, die de roeden droegen.

Wat de stadsbestuurders bewoog, zegt de tekst niet.

36De cipier meldde deze woorden aan Paulus: „De stadsbestuurders hebben bericht gezonden dat jullie vrijgelaten moeten worden. Ga nu dus weg en reis in vrede.”
ἀπήγγειλεν
(apengeilen)
meldde
δὲ
(de)
nu
ὁ
(ho)
de
δεσμοφύλαξ
(desmophylax)
cipier
τοὺς
(tous)
de
λόγους
(logous)
woorden
τούτους
(toutous)
deze
πρὸς
(pros)
aan
τὸν
(ton)
de
Παῦλον
(Paulon)
Paulus
ὅτι
(hoti)
dat
Ἀπέσταλκαν
(Apestalkan)
hebben gezonden
οἱ
(hoi)
de
στρατηγοὶ
(strategoi)
stadsbestuurders
ἵνα
(hina)
opdat
ἀπολυθῆτε
(apolythete)
jullie vrijgelaten worden
νῦν
(nyn)
nu
οὖν
(oun)
dus
ἐξελθόντες
(exelthontes)
uitgegaan
πορεύεσθε
(poreuesthe)
reis
ἐν
(en)
in
εἰρήνῃ
(eirene)
vrede
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft ‘zij hebben gezonden’ (ἀπέσταλκαν) zonder object; wij vullen ‘bericht’ aan, omdat het Nederlands er een zin van moet maken.

37Maar Paulus zei tegen hen: „Zij hebben ons, mensen die Romeinen zijn, zonder vonnis in het openbaar geslagen en in de gevangenis geworpen. Jagen zij ons nu in het geheim weg? Nee, laten zij zelf komen en ons naar buiten leiden.”
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
nu
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
ἔφη
(ephe)
zei
πρὸς
(pros)
tegen
αὐτούς
(autous)
hen
Δείραντες
(Deirantes)
geslagen hebbend
ἡμᾶς
(hemas)
ons
δημοσίᾳ
(demosia)
in het openbaar
ἀκατακρίτους
(akatakritous)
onveroordeelde
ἀνθρώπους
(anthropous)
mensen
Ῥωμαίους
(Rhomaious)
Romeinse
ὑπάρχοντας
(hyparchontas)
zijnde
ἔβαλαν
(ebalan)
wierpen
εἰς
(eis)
in
φυλακήν
(phylaken)
gevangenis
καὶ
(kai)
en
νῦν
(nyn)
nu
λάθρᾳ
(lathra)
in het geheim
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ἐκβάλλουσιν
(ekballousin)
jagen zij weg
οὐ
(ou)
niet
γάρ
(gar)
want
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἐλθόντες
(elthontes)
gekomen
αὐτοὶ
(autoi)
zelf
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ἐξαγαγέτωσαν
(exagagetosan)
laten zij naar buiten leiden
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ῥωμαῖος (Romaios), ‘Romein’: een Romeinse burger mocht niet zonder vonnis worden geslagen of gevangengezet.

Paulus zegt dit pas nu. ἐκβάλλω (ekballo), ‘wegjagen’: letterlijk ‘naar buiten werpen’.

De tekst zegt niet waarom hij het eerder niet zei. οὐ γάρ (ou gar), letterlijk ‘nee, want’: een sterke weigering.

38De gerechtsdienaars meldden deze woorden aan de stadsbestuurders. Zij werden bang toen zij hoorden dat het Romeinen waren.
ἀπήγγειλαν
(apengeilan)
meldden
δὲ
(de)
nu
τοῖς
(tois)
aan de
στρατηγοῖς
(strategois)
stadsbestuurders
οἱ
(hoi)
de
ῥαβδοῦχοι
(rhabdouchoi)
gerechtsdienaars
τὰ
(ta)
de
ῥήματα
(rhemata)
woorden
ταῦτα
(tauta)
deze
ἐφοβήθησαν
(ephobethesan)
werden bang
δὲ
(de)
nu
ἀκούσαντες
(akousantes)
gehoord hebbend
ὅτι
(hoti)
dat
Ῥωμαῖοί
(Rhomaioi)
Romeinen
εἰσιν
(eisin)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

φοβέομαι (fobeomai), ‘bang zijn’.

De stadsbestuurders schrikken: zij hadden Romeinen mishandeld.

39Zij kwamen, smeekten hen, leidden hen naar buiten en vroegen hen de stad te verlaten.
καὶ
(kai)
en
ἐλθόντες
(elthontes)
gekomen
παρεκάλεσαν
(parekalesan)
smeekten
αὐτούς
(autous)
hen
καὶ
(kai)
en
ἐξαγαγόντες
(exagagontes)
naar buiten geleid hebbend
ἠρώτων
(eroton)
vroegen
ἀπελθεῖν
(apelthein)
weg te gaan
ἀπὸ
(apo)
uit
τῆς
(tes)
de
πόλεως
(poleos)
stad
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρακαλέω (parakaleo), ‘smeken’: hier het smeken, niet het bemoedigen. ἐρωτάω (erotao), ‘vragen’.

40Uit de gevangenis gekomen gingen zij naar Lydia. Toen zij de broers gezien hadden, bemoedigden zij hen en vertrokken.
ἐξελθόντες
(exelthontes)
uitgegaan
δὲ
(de)
nu
ἀπὸ
(apo)
uit
τῆς
(tes)
de
φυλακῆς
(phylakes)
gevangenis
εἰσῆλθον
(eiselthon)
gingen binnen
πρὸς
(pros)
bij
τὴν
(ten)
de
Λυδίαν
(Lydian)
Lydia
καὶ
(kai)
en
ἰδόντες
(idontes)
gezien hebbend
παρεκάλεσαν
(parekalesan)
bemoedigden
τοὺς
(tous)
de
ἀδελφοὺς
(adelphous)
broers
καὶ
(kai)
en
ἐξῆλθαν
(exelthan)
vertrokken
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρακαλέω (parakaleo), ‘bemoedigen’: hier een ander gebruik dan in vers 39.

Lydia heeft dus een huis in Filippi waar de broers samenkomen; meer zegt de tekst niet.

Het ‘wij’ van de verzen 10–17 staat hier niet meer: Lucas noemt alleen Paulus en Silas.

Zie ookHand 16:39