Elohim Bijbel

1 Korintiërs 7

12345678910111213141516

Huwelijk, ongehuwd zijn en de roeping

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Over huwelijk en ongehuwd zijn

1Over wat jullie geschreven hebben: ‘Het is goed voor een mens geen vrouw aan te raken.’
Περὶ
(Peri)
over
δὲ
(de)
maar
ὧν
(hon)
wat
ἐγράψατε
(egrapsate)
jullie hebben geschreven
καλὸν
(kalon)
goed
ἀνθρώπῳ
(anthropo)
voor een mens
γυναικὸς
(gynaikos)
vrouw
μὴ
(me)
niet
ἅπτεσθαι
(haptesthai)
aan te raken
Bron: SBLGNT
Uitleg

Περὶ δὲ ὧν ἐγράψατε (Peri de hon egrapsate), ‘over wat jullie geschreven hebben’: vanaf hier antwoordt Paulus op vragen uit een brief van de gemeente, zoals ook in 7:25, 8:1, 12:1, 16:1 en 16:12. ἄνθρωπος (anthropos), ‘mens’: hier ‘man’; wij houden ‘mens’. ἅπτομαι (haptomai), ‘aanraken’: hier seksueel omgaan met.

Na ‘over wat jullie geschreven hebben’ volgt een uitspraak uit hun brief.

Het Grieks heeft geen aanhalingstekens; wij zetten enkele aanhalingstekens ‘…’ om dit zichtbaar te maken, zoals bij de andere leuzen in de brief (6:12–13; 8:1; 8:4).

Paulus’ antwoord begint in vers 2 met ‘Maar’.

Zie ook1 Kor 7:2
2Maar vanwege de ontucht: laat ieder man zijn eigen vrouw hebben, en laat elke vrouw haar eigen man hebben.
διὰ
(dia)
vanwege
δὲ
(de)
maar
τὰς
(tas)
de
πορνείας
(porneias)
ontucht
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
τὴν
(ten)
de
ἑαυτοῦ
(heautou)
eigen
γυναῖκα
(gynaika)
vrouw
ἐχέτω
(echeto)
laat hebben
καὶ
(kai)
en
ἑκάστη
(hekaste)
elke vrouw
τὸν
(ton)
de
ἴδιον
(idion)
eigen
ἄνδρα
(andra)
man
ἐχέτω
(echeto)
laat hebben
Bron: SBLGNT
Uitleg

πορνεία (porneia), ‘ontucht’: seksuele immoraliteit in het algemeen; het Grieks heeft het meervoud (‘de gevallen van ontucht’). ἐχέτω (echeto), ‘laat hij hebben’: de gebiedende wijs in de derde persoon.

Paulus noemt man en vrouw telkens naast elkaar, ook in de verzen 3–5.

3Laat de man aan de vrouw de verschuldigde plicht geven. Evenzo ook de vrouw aan de man.
τῇ
(te)
aan de
γυναικὶ
(gynaiki)
vrouw
ὁ
(ho)
de
ἀνὴρ
(aner)
man
τὴν
(ten)
de
ὀφειλὴν
(opheilen)
verschuldigde plicht
ἀποδιδότω
(apodidoto)
laat geven
ὁμοίως
(homoios)
evenzo
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
ἡ
(he)
de
γυνὴ
(gyne)
vrouw
τῷ
(to)
aan de
ἀνδρί
(andri)
man
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὀφειλή (opheile), ‘schuld, verschuldigde plicht’: wat men de ander verschuldigd is.

Het Grieks zegt niet met zoveel woorden waarover het gaat; de verzen 2 en 4–5 wijzen op de gemeenschap in het huwelijk.

4De vrouw heeft geen gezag over haar eigen lichaam, maar de man. Evenzo heeft ook de man geen gezag over zijn eigen lichaam, maar de vrouw.
ἡ
(he)
de
γυνὴ
(gyne)
vrouw
τοῦ
(tou)
over het
ἰδίου
(idiou)
eigen
σώματος
(somatos)
lichaam
οὐκ
(ouk)
niet
ἐξουσιάζει
(exousiazei)
heeft gezag
ἀλλὰ
(alla)
maar
ὁ
(ho)
de
ἀνήρ
(aner)
man
ὁμοίως
(homoios)
evenzo
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
ὁ
(ho)
de
ἀνὴρ
(aner)
man
τοῦ
(tou)
over het
ἰδίου
(idiou)
eigen
σώματος
(somatos)
lichaam
οὐκ
(ouk)
niet
ἐξουσιάζει
(exousiazei)
heeft gezag
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἡ
(he)
de
γυνή
(gyne)
vrouw
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐξουσιάζω (exousiazo), ‘gezag hebben over’: hetzelfde woord als in 6:12, verwant aan ἐξουσία (exousia), ‘gezag’.

De zin is symmetrisch: man en vrouw hebben beiden ‘geen gezag over het eigen lichaam’, maar de ander heeft dat.

5Beroof elkaar niet, behalve misschien in onderling overleg voor een tijd, om tijd te hebben voor het gebed en weer bij elkaar te zijn. Dit opdat Satan jullie niet op de proef stelt vanwege jullie gebrek aan zelfbeheersing.
μὴ
(me)
niet
ἀποστερεῖτε
(apostereite)
beroof
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
εἰ
(ei)
tenzij
μήτι
(meti)
misschien
ἂν
(an)
wellicht
ἐκ
(ek)
uit
συμφώνου
(symphonou)
overeenstemming
πρὸς
(pros)
voor
καιρὸν
(kairon)
een tijd
ἵνα
(hina)
opdat
σχολάσητε
(scholasete)
jullie tijd hebben
τῇ
(te)
voor het
προσευχῇ
(proseuche)
gebed
καὶ
(kai)
en
πάλιν
(palin)
weer
ἐπὶ
(epi)
op
τὸ
(to)
het
αὐτὸ
(auto)
zelfde
ἦτε
(ete)
jullie zijn
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
πειράζῃ
(peiraze)
op de proef stelt
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ὁ
(ho)
de
Σατανᾶς
(Satanas)
Satan
διὰ
(dia)
vanwege
τὴν
(ten)
het
ἀκρασίαν
(akrasian)
gebrek aan zelfbeheersing
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀποστερέω (apostereo), ‘beroven, onthouden’: hetzelfde woord als in 6:7–8; hier ‘elkaar iets onthouden’. σχολάζω (scholazo), ‘tijd hebben voor, vrij zijn voor’. ἐκ συμφώνου (ek symphonou), ‘in overeenstemming’, ‘in onderling overleg’. Σατανᾶς (Satanas), ‘Satan’; πειράζω (peirazo), ‘op de proef stellen’. ἀκρασία (akrasia), ‘gebrek aan zelfbeheersing’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier de woorden ‘σχολάσητε’ (scholasete), ‘jullie hebben tijd voor’, en ‘ἦτε’ (ete), ‘jullie zijn’: in sommige handschriften staat een andere lezing.

Wij volgen de SBLGNT.

6Dit zeg ik als toegeeflijkheid, niet als bevel.
τοῦτο
(touto)
dit
δὲ
(de)
maar
λέγω
(lego)
ik zeg
κατὰ
(kata)
als
συγγνώμην
(syngnomen)
toegeeflijkheid
οὐ
(ou)
niet
κατ’
(kat’)
als
ἐπιταγήν
(epitagen)
bevel
Bron: SBLGNT
Uitleg

συγγνώμη (sygnome), ‘toegeeflijkheid’: letterlijk ‘mee-weten’, een toegeving. ἐπιταγή (epitage), ‘bevel’.

Het Grieks zegt niet of ‘dit’ terugslaat op vers 2–5 of op vers 5 alleen.

7Ik wil dat alle mensen zijn zoals ook ik zelf. Maar ieder heeft zijn eigen genadegave van Elohim: de een zo, de ander zo.
θέλω
(thelo)
ik wil
δὲ
(de)
maar
πάντας
(pantas)
alle
ἀνθρώπους
(anthropous)
mensen
εἶναι
(einai)
te zijn
ὡς
(hos)
zoals
καὶ
(kai)
ook
ἐμαυτόν
(emauton)
mijzelf
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
ἴδιον
(idion)
eigen
ἔχει
(echei)
heeft
χάρισμα
(charisma)
genadegave
ἐκ
(ek)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
ὁ
(ho)
de
μὲν
(men)
een
οὕτως
(houtos)
zo
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
ander
οὕτως
(houtos)
zo
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks zegt niet op welk punt Paulus zegt ‘zoals ikzelf’; de verzen 8 en 32–34 wijzen op ongehuwd zijn. χάρισμα (charisma), ‘genadegave’: een gave van Elohim.

‘De een zo, de ander zo’: het Grieks noemt niet wat de twee manieren zijn; de samenhang wijst op ongehuwd zijn en gehuwd zijn.

Aan de ongehuwden en de weduwen

8Aan de ongehuwden en de weduwen zeg ik: het is goed voor hen als zij blijven zoals ook ik.
Λέγω
(Lego)
ik zeg
δὲ
(de)
maar
τοῖς
(tois)
aan de
ἀγάμοις
(agamois)
ongehuwden
καὶ
(kai)
en
ταῖς
(tais)
aan de
χήραις
(cherais)
weduwen
καλὸν
(kalon)
goed
αὐτοῖς
(autois)
voor hen
ἐὰν
(ean)
als
μείνωσιν
(meinosin)
zij blijven
ὡς
(hos)
zoals
κἀγώ
(kago)
ook ik
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄγαμος (agamos), ‘ongehuwde’: iemand zonder echtgenoot of echtgenote; het woord omvat in dit hoofdstuk ook wie gescheiden is of weduwnaar (vers 11, 32, 34). χήρα (chera), ‘weduwe’.

9Maar als zij zich niet beheersen, laten zij trouwen, want het is beter te trouwen dan te branden.
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
οὐκ
(ouk)
niet
ἐγκρατεύονται
(enkrateuontai)
zij beheersen zich
γαμησάτωσαν
(gamesatosan)
laten trouwen
κρεῖττον
(kreitton)
beter
γάρ
(gar)
want
ἐστιν
(estin)
is
γαμῆσαι
(gamesai)
te trouwen
ἢ
(e)
dan
πυροῦσθαι
(pyrousthai)
te branden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐγκρατεύομαι (enkrateuomai), ‘zich beheersen’. πυρόομαι (pyroomai), ‘branden’: het Grieks zegt niet waarvan; de samenhang wijst op verlangen.

Aan de gehuwden

10Aan de gehuwden gebied ik, niet ik maar de Heer, dat een vrouw zich niet van haar man scheidt.
Τοῖς
(Tois)
aan de
δὲ
(de)
maar
γεγαμηκόσιν
(gegamekosin)
gehuwden
παραγγέλλω
(parangello)
ik gebied
οὐκ
(ouk)
niet
ἐγὼ
(ego)
ik
ἀλλὰ
(alla)
maar
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
γυναῖκα
(gynaika)
vrouw
ἀπὸ
(apo)
van
ἀνδρὸς
(andros)
man
μὴ
(me)
niet
χωρισθῆναι
(choristhenai)
zich te scheiden
Bron: SBLGNT
Uitleg

παραγγέλλω (parangello), ‘gebieden’.

‘Niet ik maar de Heer’: Paulus verwijst naar een uitspraak van Yeshua over echtscheiding; dit is geen aanhaling van woorden van Yeshua, dus zwart. χωρίζω (chorizo), ‘scheiden, zich afscheiden’: een vorm die ‘zich scheiden’ en ‘gescheiden worden’ kan betekenen.

Zie ook Matt. 5:32; Matt. 19:6–9; Mark. 10:11–12.

11Maar als zij zich toch scheidt, laat zij ongehuwd blijven of zich met haar man laten verzoenen. En een man mag zijn vrouw niet wegsturen.
ἐὰν
(ean)
als
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
χωρισθῇ
(choristhe)
zij zich scheidt
μενέτω
(meneto)
laat blijven
ἄγαμος
(agamos)
ongehuwd
ἢ
(e)
of
τῷ
(to)
met de
ἀνδρὶ
(andri)
man
καταλλαγήτω
(katallageto)
laat zich verzoenen
καὶ
(kai)
en
ἄνδρα
(andra)
man
γυναῖκα
(gynaika)
vrouw
μὴ
(me)
niet
ἀφιέναι
(aphienai)
wegsturen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het gebod is dat zij zich niet scheidt; deze zin zegt wat zij doet als het toch gebeurt. ἀφίημι (aphiemi), ‘wegsturen, laten gaan’: hier een man die zijn vrouw wegstuurt, scheidt. καταλλάσσω (katallasso), ‘verzoenen’.

Aan de overigen: het gemengde huwelijk

12Aan de overigen zeg ik, ik en niet de Heer. Als een broer een ongelovige vrouw heeft en zij ermee instemt bij hem te wonen, laat hij haar niet wegsturen.
Τοῖς
(Tois)
aan de
δὲ
(de)
maar
λοιποῖς
(loipois)
overigen
λέγω
(lego)
ik zeg
ἐγώ
(ego)
ik
οὐχ
(ouch)
niet
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
iemand
ἀδελφὸς
(adelphos)
broer
γυναῖκα
(gynaika)
vrouw
ἔχει
(echei)
heeft
ἄπιστον
(apiston)
ongelovige
καὶ
(kai)
en
αὕτη
(haute)
zij
συνευδοκεῖ
(syneudokei)
stemt in
οἰκεῖν
(oikein)
te wonen
μετ’
(met’)
met
αὐτοῦ
(autou)
hem
μὴ
(me)
niet
ἀφιέτω
(aphieto)
laat wegsturen
αὐτήν
(auten)
haar
Bron: SBLGNT
Uitleg

οἱ λοιποί (hoi loipoi), ‘de overigen’: vers 10 gaat over gehuwde gelovigen; nu gaat het over een gelovige die met een ongelovige is gehuwd.

‘Ik en niet de Heer’: Paulus zegt dat dit zijn eigen woord is, anders dan in vers 10; het is geen aanhaling, dus zwart. ἄπιστος (apistos), ‘ongelovige’. συνευδοκέω (syneudokeo), ‘instemmen’: samen goedvinden.

Zie ook1 Kor 7:10
13En een vrouw die een ongelovige man heeft, als hij ermee instemt bij haar te wonen, laat zij de man niet wegsturen.
καὶ
(kai)
en
γυνὴ
(gyne)
vrouw
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
iemand
ἔχει
(echei)
heeft
ἄνδρα
(andra)
man
ἄπιστον
(apiston)
ongelovige
καὶ
(kai)
en
οὗτος
(houtos)
hij
συνευδοκεῖ
(syneudokei)
stemt in
οἰκεῖν
(oikein)
te wonen
μετ’
(met’)
met
αὐτῆς
(autes)
haar
μὴ
(me)
niet
ἀφιέτω
(aphieto)
laat wegsturen
τὸν
(ton)
de
ἄνδρα
(andra)
man
Bron: SBLGNT
Uitleg

De vrouw met een ongelovige man: dezelfde regel als in vers 12. οἰκέω (oikeo), ‘wonen’.

Het Grieks heeft ‘laat zij de man niet wegsturen’ (ἀφιέτω, aphieto): dezelfde regel voor man en vrouw.

Zie ook1 Kor 7:12
14Want de ongelovige man is geheiligd in de vrouw, en de ongelovige vrouw is geheiligd in de broer. Anders zouden jullie kinderen onrein zijn, maar nu zijn zij heilig.
ἡγίασται
(hegiastai)
is geheiligd
γὰρ
(gar)
want
ὁ
(ho)
de
ἀνὴρ
(aner)
man
ὁ
(ho)
de
ἄπιστος
(apistos)
ongelovige
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
γυναικί
(gynaiki)
vrouw
καὶ
(kai)
en
ἡγίασται
(hegiastai)
is geheiligd
ἡ
(he)
de
γυνὴ
(gyne)
vrouw
ἡ
(he)
de
ἄπιστος
(apistos)
ongelovige
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ἀδελφῷ
(adelpho)
broer
ἐπεὶ
(epei)
anders
ἄρα
(ara)
dan
τὰ
(ta)
de
τέκνα
(tekna)
kinderen
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
ἀκάθαρτά
(akatharta)
onrein
ἐστιν
(estin)
zijn
νῦν
(nyn)
nu
δὲ
(de)
maar
ἅγιά
(hagia)
heilig
ἐστιν
(estin)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’: afzonderen voor Elohim.

‘Geheiligd in de vrouw’: het Grieks zegt niet verder wat dit inhoudt. ἀκάθαρτος (akathartos), ‘onrein’ staat tegenover ἅγιος (hagios), ‘heilig’.

Het Grieks heeft ‘in de broer’ in de tweede helft: de gelovige man is ‘broer’.

15Maar als de ongelovige zich scheidt, laat hij zich scheiden. De broer of de zuster is in zulke gevallen niet tot knecht gemaakt. In vrede heeft Elohim ons geroepen.
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
ἄπιστος
(apistos)
ongelovige
χωρίζεται
(chorizetai)
zich scheidt
χωριζέσθω
(chorizestho)
laat zich scheiden
οὐ
(ou)
niet
δεδούλωται
(dedoulotai)
is tot knecht gemaakt
ὁ
(ho)
de
ἀδελφὸς
(adelphos)
broer
ἢ
(e)
of
ἡ
(he)
de
ἀδελφὴ
(adelphe)
zuster
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
τοιούτοις
(toioutois)
zulke gevallen
ἐν
(en)
in
δὲ
(de)
maar
εἰρήνῃ
(eirene)
vrede
κέκληκεν
(kekleken)
heeft geroepen
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ὁ
(ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

χωρίζεται (chorizetai), ‘zich scheidt’: hier beslist de ongelovige zelf. δουλόω (douloo), ‘tot knecht maken’, ‘binden’: de gelovige is in zulke gevallen niet gebonden.

Het Grieks heeft ἡμᾶς (hemas), ‘ons’.

‘In vrede’: de roeping is een roeping tot vrede.

Lezing

De SBLGNT markeert hier ‘ἡμᾶς’ (hemas), ‘ons’: in sommige handschriften staat een andere lezing.

Wij volgen de SBLGNT.

16Want wat weet jij, vrouw, of je de man zult redden? Of wat weet jij, man, of je de vrouw zult redden?
τί
(ti)
wat
γὰρ
(gar)
want
οἶδας
(oidas)
weet jij
γύναι
(gynai)
vrouw
εἰ
(ei)
of
τὸν
(ton)
de
ἄνδρα
(andra)
man
σώσεις
(soseis)
zul je redden
ἢ
(e)
of
τί
(ti)
wat
οἶδας
(oidas)
weet jij
ἄνερ
(aner)
man
εἰ
(ei)
of
τὴν
(ten)
de
γυναῖκα
(gynaika)
vrouw
σώσεις
(soseis)
zul je redden
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft εἰ (ei), ‘of’: de vraag kan op twijfel wijzen (‘misschien red je hem niet’) of op hoop (‘misschien red je hem wel’).

Wij houden ‘of’. σῴζω (sozo), ‘redden’.

Ieder blijft in zijn roeping

17Alleen: zoals de Heer aan ieder heeft toebedeeld, zoals Elohim ieder heeft geroepen, zo moet hij wandelen. Zo geef ik opdracht in alle gemeenten.
Εἰ
(Ei)
behalve
μὴ
(me)
dat
ἑκάστῳ
(hekasto)
aan ieder
ὡς
(hos)
zoals
ἐμέρισεν
(emerisen)
heeft toebedeeld
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
ἕκαστον
(hekaston)
ieder
ὡς
(hos)
zoals
κέκληκεν
(kekleken)
heeft geroepen
ὁ
(ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
οὕτως
(houtos)
zo
περιπατείτω
(peripateito)
moet wandelen
καὶ
(kai)
en
οὕτως
(houtos)
zo
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἐκκλησίαις
(ekklesiais)
gemeenten
πάσαις
(pasais)
alle
διατάσσομαι
(diatassomai)
geef ik opdracht
Bron: SBLGNT
Uitleg

Εἰ μὴ (Ei me), ‘alleen’: letterlijk ‘als niet’; Paulus maakt een voorbehoud bij het voorgaande. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: leven.

‘De Heer … Elohim’: het Grieks heeft κύριος (kyrios) bij het toebedelen en θεός bij het roepen; wij vertalen ‘Heer’ en ‘Elohim’. διατάσσω (diatasso), ‘opdracht geven’, ‘regelen’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier de woorden ‘ἐμέρισεν’ (emerisen), ‘heeft toebedeeld’, ‘κύριος’ (kyrios) en ‘θεός’ (theos): in sommige handschriften staat een andere lezing.

Wij volgen de SBLGNT.

18Is iemand besneden geroepen? Hij moet het niet ongedaan maken. Is iemand in onbesnedenheid geroepen? Hij moet zich niet laten besnijden.
περιτετμημένος
(peritetmemenos)
besneden
τις
(tis)
iemand
ἐκλήθη
(eklethe)
werd geroepen
μὴ
(me)
niet
ἐπισπάσθω
(epispastho)
laat ongedaan maken
ἐν
(en)
in
ἀκροβυστίᾳ
(akrobystia)
onbesnedenheid
κέκληταί
(kekletai)
is geroepen
τις
(tis)
iemand
μὴ
(me)
niet
περιτεμνέσθω
(peritemnestho)
laat zich besnijden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπισπάομαι (epispaomai), ‘ongedaan maken’: letterlijk ‘naar zich toe trekken’: het teken van de besnijdenis ongedaan maken. περιτέμνω (peritemno), ‘besnijden’; ἀκροβυστία (akrobystia), ‘onbesnedenheid’, letterlijk ‘voorhuid’.

19De besnijdenis is niets en de onbesnedenheid is niets, maar het houden van de geboden van Elohim.
ἡ
(he)
de
περιτομὴ
(peritome)
besnijdenis
οὐδέν
(ouden)
niets
ἐστιν
(estin)
is
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
ἀκροβυστία
(akrobystia)
onbesnedenheid
οὐδέν
(ouden)
niets
ἐστιν
(estin)
is
ἀλλὰ
(alla)
maar
τήρησις
(teresis)
het houden
ἐντολῶν
(entolon)
van geboden
θεοῦ
(theou)
van Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

τήρησις ἐντολῶν θεοῦ (teresis entolon theou), ‘het houden van de geboden van Elohim’: het Grieks heeft na ‘maar’ geen werkwoord; wij houden de korte vorm. ἐντολή (entole), ‘gebod’.

Vergelijk Gal. 5:6 (‘geloof dat door liefde werkzaam is’) en Gal. 6:15 (‘nieuwe schepping’).

Zie ook Gal. 5:6; Gal. 6:15.

20Ieder moet blijven in de roeping waarin hij geroepen werd.
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
κλήσει
(klesei)
roeping
ᾗ
(he)
waarin
ἐκλήθη
(eklethe)
hij werd geroepen
ἐν
(en)
in
ταύτῃ
(taute)
deze
μενέτω
(meneto)
laat blijven
Bron: SBLGNT
Uitleg

κλῆσις (klesis), ‘roeping’: hier de toestand waarin iemand zich bevond toen Elohim hem riep (vers 17–24). μένω (meno), ‘blijven’.

21Ben je als knecht geroepen? Maak je daar geen zorgen over. Maar als je ook vrij kunt worden, maak daar dan liever gebruik van.
Δοῦλος
(Doulos)
knecht
ἐκλήθης
(eklethes)
werd je geroepen
μή
(me)
niet
σοι
(soi)
je
μελέτω
(meleto)
laat het een zorg zijn
ἀλλ’
(all’)
maar
εἰ
(ei)
als
καὶ
(kai)
ook
δύνασαι
(dynasai)
je kunt
ἐλεύθερος
(eleutheros)
vrij
γενέσθαι
(genesthai)
worden
μᾶλλον
(mallon)
liever
χρῆσαι
(chresai)
maak gebruik
Bron: SBLGNT
Uitleg

δοῦλος (doulos), ‘knecht’; in de oude wereld ook ‘slaaf’.

Het Grieks heeft χρῆσαι (chresai), ‘maak gebruik’ zonder voorwerp: het kan bedoelen ‘maak gebruik van de vrijheid’ of ‘maak liever gebruik van je toestand als knecht’.

Wij houden de eerste lezing, maar het Grieks laat het open. ἐλεύθερος (eleutheros), ‘vrij’.

22Want de knecht die in de Heer geroepen is, is een vrijgelatene van de Heer. Evenzo is de vrije die geroepen is, een knecht van de Messias.
ὁ
(ho)
de
γὰρ
(gar)
want
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
κληθεὶς
(kletheis)
geroepen
δοῦλος
(doulos)
knecht
ἀπελεύθερος
(apeleutheros)
vrijgelatene
κυρίου
(kyriou)
van de Heer
ἐστίν
(estin)
is
ὁμοίως
(homoios)
evenzo
ὁ
(ho)
de
ἐλεύθερος
(eleutheros)
vrije
κληθεὶς
(kletheis)
geroepen
δοῦλός
(doulos)
knecht
ἐστιν
(estin)
is
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπελεύθερος (apeleutheros), ‘vrijgelatene’: iemand die uit slavernij is vrijgelaten.

‘In de Heer’: Yeshua.

‘Knecht van de Messias’: δοῦλος Χριστοῦ (doulos Christou).

23Jullie zijn voor een prijs gekocht. Word geen knechten van mensen.
τιμῆς
(times)
voor een prijs
ἠγοράσθητε
(egorasthete)
jullie zijn gekocht
μὴ
(me)
niet
γίνεσθε
(ginesthe)
word
δοῦλοι
(douloi)
knechten
ἀνθρώπων
(anthropon)
van mensen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀγοράζω (agorazo), ‘kopen’: zoals in 6:20. τιμή (time), ‘prijs’.

Paulus noemt niet wat de prijs was.

Zie ook 1 Kor. 6:20.

Zie ook1 Kor 6:20
24Ieder moet, broers, blijven in wat hij geroepen werd, bij Elohim.
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
wat
ἐκλήθη
(eklethe)
hij werd geroepen
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
ἐν
(en)
in
τούτῳ
(touto)
dit
μενέτω
(meneto)
laat blijven
παρὰ
(para)
bij
θεῷ
(theo)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἀδελφοί (adelphoi), ‘broers’: in het Grieks ook zusters in de gemeente. παρὰ θεῷ (para theo), ‘bij Elohim’: in Zijn tegenwoordigheid.

Over de maagden

25Over de maagden heb ik geen bevel van de Heer. Wel geef ik een mening, als iemand die door de Heer barmhartigheid heeft ontvangen om trouw te zijn.
Περὶ
(Peri)
over
δὲ
(de)
maar
τῶν
(ton)
de
παρθένων
(parthenon)
maagden
ἐπιταγὴν
(epitagen)
bevel
κυρίου
(kyriou)
van de Heer
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχω
(echo)
ik heb
γνώμην
(gnomen)
mening
δὲ
(de)
maar
δίδωμι
(didomi)
ik geef
ὡς
(hos)
als
ἠλεημένος
(eleemenos)
barmhartigheid ontvangen hebbend
ὑπὸ
(hypo)
door
κυρίου
(kyriou)
de Heer
πιστὸς
(pistos)
trouw
εἶναι
(einai)
te zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρθένος (parthenos), ‘maagd’: een jonge, nog niet gehuwde vrouw. ἐπιταγὴν κυρίου (epitagen kyriou), ‘bevel van de Heer’. γνώμη (gnome), ‘mening, oordeel’. ἐλεέω (eleeo), ‘barmhartigheid bewijzen’. πιστός (pistos), ‘trouw’: zoals in 1 Kor. 4:2; een mens die men kan vertrouwen.

Zie ook1 Kor 4:2
26Ik meen dus dat dit goed is vanwege de huidige nood: dat het goed is voor een mens zo te zijn.
νομίζω
(nomizo)
ik meen
οὖν
(oun)
dus
τοῦτο
(touto)
dit
καλὸν
(kalon)
goed
ὑπάρχειν
(hyparchein)
te zijn
διὰ
(dia)
vanwege
τὴν
(ten)
de
ἐνεστῶσαν
(enestosan)
huidige
ἀνάγκην
(ananken)
nood
ὅτι
(hoti)
dat
καλὸν
(kalon)
goed
ἀνθρώπῳ
(anthropo)
voor een mens
τὸ
(to)
het
οὕτως
(houtos)
zo
εἶναι
(einai)
te zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀνάγκη (anagke), ‘nood’: ook ‘dwang’ of ‘benauwdheid’. ἐνεστῶσα (enestosa) betekent ‘aanwezig, huidig’.

Het Grieks zegt niet wat de nood is; vers 29–31 spreken over de ingekorte tijd. τὸ οὕτως εἶναι (to houtos einai), ‘zo te zijn’: te blijven zoals men is, zie vers 27.

27Ben je aan een vrouw gebonden? Zoek geen losmaking. Ben je van een vrouw losgemaakt? Zoek geen vrouw.
δέδεσαι
(dedesai)
je bent gebonden
γυναικί
(gynaiki)
aan een vrouw
μὴ
(me)
niet
ζήτει
(zetei)
zoek
λύσιν
(lysin)
losmaking
λέλυσαι
(lelysai)
je bent losgemaakt
ἀπὸ
(apo)
van
γυναικός
(gynaikos)
een vrouw
μὴ
(me)
niet
ζήτει
(zetei)
zoek
γυναῖκα
(gynaika)
een vrouw
Bron: SBLGNT
Uitleg

δέω (deo), ‘binden’; λύσις (lysis), ‘losmaking’; λύω (lyo), ‘losmaken’.

‘Losgemaakt van een vrouw’: het Grieks omvat wie nooit gehuwd was, gescheiden is of weduwnaar is.

De woorden gelden voor de man, die hier wordt aangesproken (‘je’).

28Maar ook als je trouwt, heb je niet gezondigd. En als de maagd trouwt, heeft zij niet gezondigd. Maar zulke mensen zullen verdrukking hebben in het vlees, en ik spaar jullie.
ἐὰν
(ean)
als
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
γαμήσῃς
(gameses)
je trouwt
οὐχ
(ouch)
niet
ἥμαρτες
(hemartes)
heb je gezondigd
καὶ
(kai)
en
ἐὰν
(ean)
als
γήμῃ
(geme)
trouwt
ἡ
(he)
de
παρθένος
(parthenos)
maagd
οὐχ
(ouch)
niet
ἥμαρτεν
(hemarten)
heeft zij gezondigd
θλῖψιν
(thlipsin)
verdrukking
δὲ
(de)
maar
τῇ
(te)
in het
σαρκὶ
(sarki)
vlees
ἕξουσιν
(hexousin)
zullen hebben
οἱ
(hoi)
de
τοιοῦτοι
(toioutoi)
zulke mensen
ἐγὼ
(ego)
ik
δὲ
(de)
maar
ὑμῶν
(hymon)
jullie
φείδομαι
(pheidomai)
spaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἥμαρτες (hemartes), ‘je hebt gezondigd’. θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking, benauwdheid’.

‘In het vlees’: σάρξ (sarx), ‘vlees’: hier het aardse bestaan. φείδομαι (pheidomai), ‘sparen, ontzien’.

De tijd is ingekort

29Dit zeg ik, broers: de tijd is ingekort. Verder: opdat ook zij die een vrouw hebben, zijn alsof zij er geen hebben,
τοῦτο
(touto)
dit
δέ
(de)
maar
φημι
(phemi)
zeg ik
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
ὁ
(ho)
de
καιρὸς
(kairos)
tijd
συνεσταλμένος
(synestalmenos)
ingekort
ἐστίν
(estin)
is
τὸ
(to)
het
λοιπὸν
(loipon)
overige
ἵνα
(hina)
opdat
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
zij die
ἔχοντες
(echontes)
hebben
γυναῖκας
(gynaikas)
vrouwen
ὡς
(hos)
alsof
μὴ
(me)
niet
ἔχοντες
(echontes)
hebbend
ὦσιν
(osin)
zij zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

καιρός (kairos), ‘tijd’: een bepaald, vastgesteld tijdstip. συνεσταλμένος (synestalmenos), ‘ingekort’: letterlijk ‘samengetrokken’, zoals een zeil wordt opgehaald. τὸ λοιπόν (to loipon), ‘verder, voortaan’.

De zin loopt door tot vers 31 met telkens ‘alsof niet’ (ὡς μή, hos me).

Zie ook1 Kor 7:31
30en zij die huilen, alsof zij niet huilen, en zij die zich verheugen, alsof zij zich niet verheugen, en zij die kopen, alsof zij niets bezitten,
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
zij die
κλαίοντες
(klaiontes)
huilen
ὡς
(hos)
alsof
μὴ
(me)
niet
κλαίοντες
(klaiontes)
huilend
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
zij die
χαίροντες
(chairontes)
zich verheugen
ὡς
(hos)
alsof
μὴ
(me)
niet
χαίροντες
(chairontes)
zich verheugend
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
zij die
ἀγοράζοντες
(agorazontes)
kopen
ὡς
(hos)
alsof
μὴ
(me)
niet
κατέχοντες
(katechontes)
bezittend
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατέχω (katecho), ‘vasthouden, bezitten’.

De vijf voorbeelden (vrouw hebben, huilen, zich verheugen, kopen, de wereld gebruiken) beschrijven een houding: aan niets gebonden.

31en zij die de wereld gebruiken, alsof zij die niet ten volle gebruiken. Want de gedaante van deze wereld gaat voorbij.
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
zij die
χρώμενοι
(chromenoi)
gebruiken
τὸν
(ton)
de
κόσμον
(kosmon)
wereld
ὡς
(hos)
alsof
μὴ
(me)
niet
καταχρώμενοι
(katachromenoi)
ten volle gebruikend
παράγει
(paragei)
gaat voorbij
γὰρ
(gar)
want
τὸ
(to)
de
σχῆμα
(schema)
gedaante
τοῦ
(tou)
van de
κόσμου
(kosmou)
wereld
τούτου
(toutou)
deze
Bron: SBLGNT
Uitleg

καταχράομαι (katachraomai), ‘volledig gebruiken’ of ‘misbruiken’: het voorvoegsel kata kan het gebruik versterken of er een negatieve kleur aan geven.

Wij houden ‘ten volle gebruiken’; de betekenis is dat men zich niet laat meeslepen. σχῆμα (schema), ‘gedaante, uiterlijke vorm’. παράγω (parago), ‘voorbijgaan’.

Zorgeloos voor de Heer

32Ik wil dat jullie zonder zorgen zijn. De ongehuwde man is bezorgd voor de zaken van de Heer: hoe hij de Heer kan behagen.
Θέλω
(Thelo)
ik wil
δὲ
(de)
maar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἀμερίμνους
(amerimnous)
zonder zorgen
εἶναι
(einai)
te zijn
ὁ
(ho)
de
ἄγαμος
(agamos)
ongehuwde
μεριμνᾷ
(merimna)
is bezorgd
τὰ
(ta)
de dingen
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
πῶς
(pos)
hoe
ἀρέσῃ
(arese)
hij behaagt
τῷ
(to)
de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀμέριμνος (amerimnos), ‘zonder zorgen’; μεριμνάω (merimnao), ‘bezorgd zijn’: hetzelfde woord als in Matt. 6:25–34 (‘maak je geen zorgen’).

Wij houden ‘bezorgd zijn’ voor wat de eigen taak met zich meebrengt. ἀρέσκω (aresko), ‘behagen’.

Zie ook Matt. 6:25.

33Maar de gehuwde man is bezorgd voor de zaken van de wereld: hoe hij zijn vrouw kan behagen,
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
γαμήσας
(gamesas)
gehuwde
μεριμνᾷ
(merimna)
is bezorgd
τὰ
(ta)
de dingen
τοῦ
(tou)
van de
κόσμου
(kosmou)
wereld
πῶς
(pos)
hoe
ἀρέσῃ
(arese)
hij behaagt
τῇ
(te)
de
γυναικί
(gynaiki)
vrouw
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘De zaken van de wereld’ (τὰ τοῦ κόσμου, ta tou kosmou): het gewone dagelijkse leven, niet het kwaad.

34en hij is verdeeld. Ook de ongehuwde vrouw en de maagd zijn bezorgd voor de zaken van de Heer, opdat zij heilig zijn in lichaam en geest. Maar de gehuwde vrouw is bezorgd voor de zaken van de wereld: hoe zij haar man kan behagen.
καὶ
(kai)
en
μεμέρισται
(memeristai)
is verdeeld
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
γυνὴ
(gyne)
vrouw
ἡ
(he)
de
ἄγαμος
(agamos)
ongehuwde
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
παρθένος
(parthenos)
maagd
μεριμνᾷ
(merimna)
is bezorgd
τὰ
(ta)
de dingen
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἵνα
(hina)
opdat
ᾖ
(e)
zij is
ἁγία
(hagia)
heilig
καὶ
(kai)
zowel
τῷ
(to)
in het
σώματι
(somati)
lichaam
καὶ
(kai)
als
τῷ
(to)
in de
πνεύματι
(pneumati)
geest
ἡ
(he)
de
δὲ
(de)
maar
γαμήσασα
(gamesasa)
gehuwde
μεριμνᾷ
(merimna)
is bezorgd
τὰ
(ta)
de dingen
τοῦ
(tou)
van de
κόσμου
(kosmou)
wereld
πῶς
(pos)
hoe
ἀρέσῃ
(arese)
zij behaagt
τῷ
(to)
de
ἀνδρί
(andri)
man
Bron: SBLGNT
Uitleg

μερίζω (merizo), ‘verdelen’: μεμέρισται (memeristai), ‘hij is verdeeld’.

Het Grieks laat open of dit afsluit wat over de man is gezegd, of de volgende zin inleidt (‘verdeeld is ook de ongehuwde vrouw…’).

De zin noemt ‘de ongehuwde vrouw en de maagd’ naast elkaar; het Grieks heeft één werkwoord.

‘Heilig in lichaam en geest’: ἁγία (hagia).

35Dit zeg ik tot jullie eigen nut. Het is niet om jullie een strik om te doen, maar met het oog op wat betamelijk is en op ongestoorde toewijding aan de Heer.
τοῦτο
(touto)
dit
δὲ
(de)
maar
πρὸς
(pros)
met het oog op
τὸ
(to)
het
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
αὐτῶν
(auton)
zelf
σύμφορον
(symphoron)
nut
λέγω
(lego)
ik zeg
οὐχ
(ouch)
niet
ἵνα
(hina)
opdat
βρόχον
(brochon)
strik
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἐπιβάλω
(epibalo)
ik omdoe
ἀλλὰ
(alla)
maar
πρὸς
(pros)
met het oog op
τὸ
(to)
het
εὔσχημον
(euschemon)
betamelijke
καὶ
(kai)
en
εὐπάρεδρον
(euparedron)
toewijding
τῷ
(to)
aan de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
ἀπερισπάστως
(aperispastos)
ongestoord
Bron: SBLGNT
Uitleg

βρόχος (brochos), ‘strik, lus’: een beeld uit de jacht: een lus waarmee dieren worden gevangen. εὔσχημον (euschemon), ‘betamelijk, welvoeglijk’. εὐπάρεδρος (euparedros), ‘vast aanwezig bij, toegewijd’ en ἀπερισπάστως (aperispastos), ‘ongestoord’: het verwante περισπάομαι (perispaomai) staat in Luc. 10:40 (‘in beslag genomen worden’).

Zie ook Luc. 10:40.

Zie ookLuc 10:40

De maagd en het huwelijk

36Maar als iemand meent zich onbetamelijk te gedragen tegenover zijn maagd, als zij de bloei van haar leeftijd voorbij is, en het zo moet gebeuren, laat hij doen wat hij wil. Hij zondigt niet. Laat hen trouwen.
Εἰ
(Ei)
als
δέ
(de)
maar
τις
(tis)
iemand
ἀσχημονεῖν
(aschemonein)
zich onbetamelijk te gedragen
ἐπὶ
(epi)
tegenover
τὴν
(ten)
de
παρθένον
(parthenon)
maagd
αὐτοῦ
(autou)
van hem
νομίζει
(nomizei)
meent
ἐὰν
(ean)
als
ᾖ
(e)
zij is
ὑπέρακμος
(hyperakmos)
voorbij de bloei
καὶ
(kai)
en
οὕτως
(houtos)
zo
ὀφείλει
(opheilei)
het moet
γίνεσθαι
(ginesthai)
gebeuren
ὃ
(ho)
wat
θέλει
(thelei)
hij wil
ποιείτω
(poieito)
laat hij doen
οὐχ
(ouch)
niet
ἁμαρτάνει
(hamartanei)
hij zondigt
γαμείτωσαν
(gameitosan)
laten zij trouwen
Bron: SBLGNT
Uitleg

De verzen 36–38 zijn moeilijk.

Het Grieks heeft ‘zijn maagd’ (τὴν παρθένον αὐτοῦ): dat kan een man zijn die verloofd is met zijn verloofde, of een vader (of voogd) met zijn dochter.

De tekst zegt het niet; wij vertalen letterlijk. ἀσχημονέω (aschemoneo), ‘zich onbetamelijk gedragen’: hier misschien zijn verloofde niet laten trouwen. ὑπέρακμος (hyperakmos), ‘voorbij de bloei’: de leeftijd waarop trouwen gebruikelijk is. γαμείτωσαν (gameitosan), ‘laten zij trouwen’: meervoud, de twee.

37Maar wie standvastig in zijn hart staat, geen dwang heeft maar gezag heeft over zijn eigen wil, zal goed doen. Hij heeft dit in zijn eigen hart besloten: zijn eigen maagd te bewaren.
ὃς
(hos)
wie
δὲ
(de)
maar
ἕστηκεν
(hesteken)
staat
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
καρδίᾳ
(kardia)
hart
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἑδραῖος
(hedraios)
standvastig
μὴ
(me)
niet
ἔχων
(echon)
hebbend
ἀνάγκην
(ananken)
dwang
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
δὲ
(de)
maar
ἔχει
(echei)
heeft
περὶ
(peri)
over
τοῦ
(tou)
de
ἰδίου
(idiou)
eigen
θελήματος
(thelematos)
wil
καὶ
(kai)
en
τοῦτο
(touto)
dit
κέκρικεν
(kekriken)
heeft besloten
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
ἰδίᾳ
(idia)
eigen
καρδίᾳ
(kardia)
hart
τηρεῖν
(terein)
te bewaren
τὴν
(ten)
de
ἑαυτοῦ
(heautou)
zijn eigen
παρθένον
(parthenon)
maagd
καλῶς
(kalos)
goed
ποιήσει
(poiesei)
zal doen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἑδραῖος (hedraios), ‘standvastig’; ἀνάγκη (anagke), ‘dwang’; ἐξουσία (exousia), ‘gezag’; θέλημα (thelema), ‘wil’.

Het Grieks is hier één lange zin, die wij splitsen. τηρέω (tereo), ‘bewaren, in acht nemen’.

38Zodat ook wie zijn maagd ten huwelijk geeft, goed doet, en wie haar niet ten huwelijk geeft, beter zal doen.
ὥστε
(hoste)
zodat
καὶ
(kai)
ook
ὁ
(ho)
die
γαμίζων
(gamizon)
ten huwelijk geeft
τὴν
(ten)
de
παρθένον
(parthenon)
maagd
ἑαυτοῦ
(heautou)
zijn eigen
καλῶς
(kalos)
goed
ποιεῖ
(poiei)
doet
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
die
μὴ
(me)
niet
γαμίζων
(gamizon)
ten huwelijk geeft
κρεῖσσον
(kreisson)
beter
ποιήσει
(poiesei)
zal doen
Bron: SBLGNT
Uitleg

γαμίζω (gamizo), ‘ten huwelijk geven’: het werkwoord kan in dit gebruik ook ‘laten trouwen’ of ‘trouwen’ betekenen.

Wij houden ‘ten huwelijk geven’. κρεῖσσον (kreisson), ‘beter’.

De vrouw en haar man

39Een vrouw is gebonden zolang haar man leeft. Maar als de man is ontslapen, is zij vrij om te trouwen met wie zij wil, alleen in de Heer.
Γυνὴ
(Gyne)
vrouw
δέδεται
(dedetai)
is gebonden
ἐφ’
(eph’)
voor
ὅσον
(hoson)
zoveel
χρόνον
(chronon)
tijd
ζῇ
(ze)
hij leeft
ὁ
(ho)
de
ἀνὴρ
(aner)
man
αὐτῆς
(autes)
haar
ἐὰν
(ean)
als
δὲ
(de)
maar
κοιμηθῇ
(koimethe)
is ontslapen
ὁ
(ho)
de
ἀνήρ
(aner)
man
ἐλευθέρα
(eleuthera)
vrij
ἐστὶν
(estin)
is
ᾧ
(ho)
met wie
θέλει
(thelei)
zij wil
γαμηθῆναι
(gamethenai)
te trouwen
μόνον
(monon)
alleen
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg

κοιμάομαι (koimaomai), ‘ontslapen’: letterlijk ‘in slaap vallen’, een omschrijving voor sterven.

‘Alleen in de Heer’ (μόνον ἐν κυρίῳ, monon en kyrio): met een gelovige.

Zie ook Rom. 7:2–3.

40Gelukkiger is zij als zij zo blijft, naar mijn mening. Maar ik meen dat ook ik de Geest van Elohim heb.
μακαριωτέρα
(makariotera)
gelukkiger
δέ
(de)
maar
ἐστιν
(estin)
is zij
ἐὰν
(ean)
als
οὕτως
(houtos)
zo
μείνῃ
(meine)
zij blijft
κατὰ
(kata)
volgens
τὴν
(ten)
de
ἐμὴν
(emen)
mijn
γνώμην
(gnomen)
mening
δοκῶ
(doko)
ik meen
δὲ
(de)
maar
κἀγὼ
(kago)
ook ik
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ἔχειν
(echein)
te hebben
Bron: SBLGNT
Uitleg

μακαριωτέρα (makariotera), ‘gelukkiger’: van het woord voor ‘gelukkig’ in Matt. 5:3.

Paulus zegt ‘naar mijn mening’ (γνώμη, gnome) en sluit af met δοκέω (dokeo), ‘menen’: ‘ik meen dat ook ik de Geest van Elohim heb’.

Het Grieks heeft geen lidwoord bij πνεῦμα θεοῦ; wij schrijven ‘de Geest van Elohim’.

Zie ookMat 5:3