Galaten 1
Aanhef, geen andere goede boodschap en de roeping van Paulus
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Paulus aan de gemeenten van Galatië
ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: iemand die gezonden is, met het gezag van wie hem zendt.
Paulus zegt dat zijn zending niet van mensen komt, maar van Yeshua de Messias en van Elohim, de Vader. Χριστός (Christos), ‘Messias’: de Gezalfde, Hebreeuws מָשִׁיחַ (mashiach). ἐγείρω (egeiro), ‘opwekken’: uit de dood laten opstaan.
Verzen 1–5 vormen één brief-aanhef: ‘Paulus … aan de gemeenten van Galatië: genade en vrede …’.
Zie ook Hand. 9:15.
Zie Galatië (ongeveer): Galatië is het binnenland van het huidige Turkije, rond Ankara.
Of Paulus de streek in het noorden bedoelt of de Romeinse provincie, die ook Pisidië en Lykaonië omvatte (met Ikonium, Lystra en Derbe), is niet zeker; het punt is bij benadering.
ἀδελφοί (adelphoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook de zusters in de gemeente; wij schrijven ‘broers’, zoals in Handelingen. ἐκκλησία (ekklesia), ‘gemeente’: de bijeengeroepen gelovigen.
Het meervoud ‘gemeenten’ wijst op meer plaatsen.
Galatië is een landstreek in het midden van het huidige Turkije.
Zie ook Hand. 16:6; Hand. 18:23.
χάρις (charis), ‘genade’, en εἰρήνη (eirene), ‘vrede’: de vaste groet van Paulus aan het begin van zijn brieven. κύριος (kyrios), ‘Heer’: hier Yeshua.
ἐξαιρέω (exaireo), ‘bevrijden’: iemand uit een macht wegtrekken. αἰών (aion), ‘eeuw’: een tijdperk; ‘de huidige boze eeuw’ is de wereldtijd waarin wij nu leven. θέλημα (thelema), ‘wil’.
Vergelijk 2:20, waar Paulus hetzelfde zegt over Yeshua.
Zie ook Gal. 2:20.
δόξα (doxa), ‘heerlijkheid’. εἰς τοὺς αἰῶνας τῶν αἰώνων (eis tous aionas ton aionon), letterlijk ‘tot in de eeuwen van de eeuwen’: voor altijd. ἀμήν (amen), ‘amen’: Hebreeuws אָמֵן, ‘zo is het’; hier de afsluiting van een lofprijzing.
Er is geen andere goede boodschap
θαυμάζω (thaumazo), ‘zich verbazen’.
Paulus begint deze brief zonder dankzegging en gaat meteen over tot een verwijt. μετατίθημι (metatithemi), ‘overstappen’: ook ‘van standpunt veranderen’ of ‘overlopen’.
‘Hem die jullie geroepen heeft’ is Elohim (vergelijk vers 15). ἕτερον (heteron), ‘een andere’.
ἄλλο (allo), ‘een andere’: een ander woord voor ‘andere’ dan ἕτερον (heteron) in vers 6.
Paulus zegt: een tweede goede boodschap bestaat niet.
De Griekse zin ‘die niet een andere is, als niet enigen zijn die …’ loopt niet soepel; wij maken er twee zinnen van. ταράσσω (tarasso), ‘in verwarring brengen’. μεταστρέφω (metastrefo), ‘verdraaien’: in het tegendeel veranderen.
εὐαγγελίζομαι (euangelizomai), ‘de goede boodschap brengen’. παρά (para) met ‘wat’: ‘anders dan’, ook ‘in strijd met’; de Griekse zin kan beide betekenen. ἀνάθεμα (anathema), ‘vervloekt’: iemand die aan het oordeel van Elohim is overgegeven. ἔστω (esto), ‘hij zij’: een wens of bevel.
Het Griekse woord in 3:10 en 3:13 is een ander woord, ἐπικατάρατος (epikataratos), dat wij ook met ‘vervloekt’ weergeven.
Zie ook Gal. 3:10; Gal. 3:13.
προειρήκαμεν (proeirekamen), ‘wij hebben eerder gezegd’: dat kan verwijzen naar vers 8 of naar wat Paulus eerder bij de gemeenten gezegd heeft.
Paulus herhaalt de vervloeking uit vers 8 met nadruk.
πείθω (peitho), ‘overtuigen’: ook ‘voor zich winnen’ of ‘gunstig stemmen’. ἀρέσκω (aresko), ‘behagen’. δοῦλος (doulos), ‘knecht’: letterlijk ‘slaaf’, iemand die helemaal aan zijn heer toebehoort; wij schrijven overal ‘knecht’.
De goede boodschap komt van Yeshua de Messias
γνωρίζω (gnorizo), ‘bekendmaken’. κατὰ ἄνθρωπον (kata anthropon), ‘naar menselijke maat’: volgens de mens, van menselijke oorsprong of aard.
Hetzelfde staat in 3:15.
Zie ook Gal. 3:15.
ἀποκάλυψις (apokalypsis), ‘onthulling’.
‘Onthulling van Yeshua de Messias’: het Griekse ‘van’ kan betekenen dat Yeshua de Messias Degene is die onthult, of dat Hij de inhoud van de onthulling is (vergelijk vers 16: ‘Zijn Zoon in mij te onthullen’).
Zie ook Hand. 9:3–6.
Van vervolger tot boodschapper
Ἰουδαϊσμός (Ioudaismos), ‘jodendom’: de levenswijze van de Joden volgens de wet en de overleveringen. ἀναστροφή (anastrofe), ‘levenswandel’: hoe iemand leeft. πορθέω (portheo), ‘verwoesten’: zoals in Hand. 9:21.
Vergelijk ook de woorden van Paulus over zijn vroegere leven in Hand. 22:4.
Zie ook Hand. 8:3; Hand. 9:1–2; Hand. 9:21; Hand. 22:4.
ζηλωτής (zelotes), ‘ijveraar’: iemand die vurig opkomt voor wat hij heilig acht. παράδοσις (paradosis), ‘overlevering’: wat door de voorouders is doorgegeven, ook uitleg van de wet die niet in de wet zelf staat; zie Matt. 15:2. συνηλικιώτης (synelikiotes), ‘leeftijdsgenoot’.
Zie ook Matt. 15:2; Hand. 22:3.
De verzen 15–16 vormen in het Grieks één zin: ‘toen Hij … het goed vond om Zijn Zoon in mij te onthullen …, ben ik meteen niet te rade gegaan bij vlees en bloed’.
Wij splitsen die in twee zinnen.
Het Grieks noemt Elohim hier niet bij naam: ‘Hij die mij afgezonderd heeft’. ἀφορίζω (aforizo), ‘afzonderen’: apart zetten voor een taak.
‘Vanaf de schoot van mijn moeder’ betekent: vanaf mijn geboorte.
Vergelijk de roeping van een profeet in Jer. 1:5 en Jes. 49:1.
Zie ook Jer. 1:5; Jes. 49:1.
ἐν ἐμοί (en emoi), ‘in mij’: ook ‘aan mij’ of ‘door mij’; de Zoon werd onthuld in Paulus zelf, vergelijk de verschijning bij Damascus. σάρξ (sarx), ‘vlees’, en αἷμα (haima), ‘bloed’: ‘vlees en bloed’ staat voor gewone mensen; zie bij 3:3 voor het woord ‘vlees’. προσανατίθεμαι (prosanatithemai), ‘te rade gaan bij’: iemand om raad of uitleg vragen.
Zie ook Hand. 9:3–6; Hand. 26:16–18.
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Zie Arabië (ongeveer): Arabië is het woestijngebied ten oosten en zuiden van Israël.
De grenzen zijn niet scherp te trekken.
Zie Damascus: Damascus ligt aan de voet van het Antilibanon, in het huidige Syrië.
Ἀραβία (Arabia), ‘Arabië’: het gebied ten oosten en zuiden van Damascus.
Wat Paulus daar deed en welke streek hij bedoelt, zegt de tekst niet.
Handelingen noemt deze reis niet; vergelijk Hand. 9:19–25.
Zie ook Hand. 9:19–25.
Het eerste bezoek aan Jeruzalem
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
ἱστορέω (historeo), ‘kennismaken met’: iemand bezoeken om hem te leren kennen. Κηφᾶς (Kefas), ‘Kefas’: Aramees, ‘rots’; dit is dezelfde man als Petrus (Grieks Πέτρος, ook ‘rots’).
De ‘drie jaar’ rekent men vanaf Paulus’ roeping of vanaf zijn terugkeer naar Damascus; de tekst zegt dat niet.
Zie ook Hand. 9:26–30; Joh. 1:42.
Ἰάκωβος ὁ ἀδελφὸς τοῦ κυρίου (Iakobos ho adelfos tou kyriou), ‘Jakobus, de broer van de Heer’: de Jakobus die later de gemeente in Jeruzalem leidt.
Het Grieks laat open of Paulus Jakobus ook ‘apostel’ noemt of hem alleen als uitzondering noemt. κύριος (kyrios), ‘Heer’: hier Yeshua.
Zie ook Matt. 13:55; Hand. 15:13.
ἰδού (idou), ‘zie’: Paulus bevestigt wat hij schrijft met een plechtige verzekering voor Elohim.
In Syrië en Cilicië
Zie Syrië (Romeinse provincie; ongeveer): Syrië was een Romeinse provincie ten noorden van Galilea, met Antiochië als hoofdstad.
De grenzen waren niet scherp.
Zie Cilicië (ongeveer): Cilicië was de kuststreek in het zuidoosten van het huidige Turkije, met Tarsus als belangrijkste stad.
De grenzen zijn bij benadering.
κλίμα (klima), ‘streek’: een landstreek.
Syrië en Cilicië liggen ten noorden van Israël; Tarsus, de stad van Paulus, lag in Cilicië.
Zie ook Hand. 9:30; Hand. 15:41.
Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.
Het komt overeen met het oude Juda.
ἀγνοούμενος τῷ προσώπῳ (agnooumenos to prosopo), ‘van gezicht onbekend’: de gemeenten kenden hem niet persoonlijk.
‘In de Messias’ zegt dat de gemeenten bij de Messias horen.
Paulus haalt aan wat de gemeenten van Judea over hem hoorden. πίστις (pistis), ‘geloof’: hier de inhoud van het geloof in de Messias.
‘Verwoesten’ is hetzelfde werkwoord als in vers 13.
ἐν ἐμοί (en emoi), ‘in mij’: ook ‘in mijn geval’ of ‘vanwege mij’; zij prezen Elohim om wat er met Paulus gebeurd was.
Het Nederlandse ‘om’ geeft dat weer.