Elohim Bijbel

Handelingen 10

12345678910111213141516171819202122232425262728

Cornelius, het visioen van Petrus en de Heilige Geest over de volken

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Cornelius in Caesarea

1In Caesarea was een man die Cornelius heette. Hij was hoofdman over honderd bij de cohort die de Italische genoemd wordt.
Ἀνὴρ
(Aner)
man
δέ
(de)
nu
τις
(tis)
een zekere
ἐν
(en)
in
Καισαρείᾳ
(Kaisareia)
Caesarea
ὀνόματι
(onomati)
genaamd
Κορνήλιος
(Kornelios)
Cornelius
ἑκατοντάρχης
(hekatontarches)
hoofdman over honderd
ἐκ
(ek)
uit
σπείρης
(speires)
cohort
τῆς
(tes)
de
καλουμένης
(kaloumenes)
genoemde
Ἰταλικῆς
(Italikes)
Italische
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Caesarea (Caesarea Maritima): Caesarea Maritima, door Herodes de Grote gebouwd, lag aan de kust van Israël, ongeveer 50 km ten noorden van Tel Aviv.

Het was het verblijf van de Romeinse stadhouder.

Uitleg

Κορνήλιος (Kornelios), ‘Cornelius’: een Latijnse naam. ἑκατοντάρχης (hekatontarches), ‘hoofdman over honderd’: een Romeinse officier; wij vertalen het woord overal zo (vergelijk Luc. 7:2). σπεῖρα (speira), ‘cohort’: een Romeinse legereenheid, zoals in Matt. 27:27.

Zie ook Luc. 7:2; Matt. 27:27.

2Hij was vroom en godvrezend, samen met heel zijn huis. Hij gaf het volk veel aalmoezen en smeekte Elohim voortdurend.
εὐσεβὴς
(eusebes)
vroom
καὶ
(kai)
en
φοβούμενος
(phoboumenos)
vrezend
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
σὺν
(syn)
met
παντὶ
(panti)
heel
τῷ
(to)
het
οἴκῳ
(oiko)
huis
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ποιῶν
(poion)
gevend
ἐλεημοσύνας
(eleemosynas)
aalmoezen
πολλὰς
(pollas)
vele
τῷ
(to)
aan het
λαῷ
(lao)
volk
καὶ
(kai)
en
δεόμενος
(deomenos)
smekend
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
διὰ
(dia)
door
παντός
(pantos)
altijd
Bron: SBLGNT
Uitleg

φοβούμενος τὸν θεόν (phoboumenos ton theon), ‘godvrezend’: zo worden mensen genoemd die Elohim van Israël eerden, zonder zich als proseliet (zie Hand. 6:5) bij het Jodendom aan te sluiten.

Wij vertalen deze uitdrukking overal zo. εὐσεβής (eusebes), ‘vroom’. ἐλεημοσύνη (eleemosyne), ‘aalmoes’: zie 9:36.

‘Het volk’ (λαός) is hier het Joodse volk.

Zie ook Hand. 6:5.

Zie ookHand 6:5
3Omstreeks het negende uur van de dag zag hij duidelijk in een visioen een engel van Elohim bij zich binnenkomen, die tegen hem zei: „Cornelius!”
εἶδεν
(eiden)
zag
ἐν
(en)
in
ὁράματι
(horamati)
visioen
φανερῶς
(phaneros)
duidelijk
ὡσεὶ
(hosei)
ongeveer
περὶ
(peri)
omstreeks
ὥραν
(horan)
uur
ἐνάτην
(enaten)
negende
τῆς
(tes)
van de
ἡμέρας
(hemeras)
dag
ἄγγελον
(angelon)
engel
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
εἰσελθόντα
(eiselthonta)
binnenkomend
πρὸς
(pros)
naar
αὐτὸν
(auton)
hem
καὶ
(kai)
en
εἰπόντα
(eiponta)
zeggend
αὐτῷ
(auto)
tot hem
Κορνήλιε
(Kornelie)
Cornelius
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Het negende uur van de dag’ is ongeveer drie uur ’s middags: de uren van de dag werden geteld vanaf zonsopgang, ongeveer zes uur ’s morgens. ὅραμα (horama), ‘visioen’; ἄγγελος τοῦ θεοῦ (angelos tou theou), ‘engel van Elohim’.

4Hij keek hem strak aan en werd bang. Hij zei: „Wat is er, heer?” De engel zei tegen hem: „Je gebeden en je aalmoezen zijn opgestegen als een gedachtenis voor Elohim.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
nu
ἀτενίσας
(atenisas)
strak aankijkend
αὐτῷ
(auto)
hem
καὶ
(kai)
en
ἔμφοβος
(emphobos)
bang
γενόμενος
(genomenos)
geworden
εἶπεν
(eipen)
zei
Τί
(Ti)
wat
ἐστιν
(estin)
is het
κύριε
(kyrie)
heer
εἶπεν
(eipen)
zei
δὲ
(de)
nu
αὐτῷ
(auto)
tot hem
Αἱ
(Hai)
de
προσευχαί
(proseuchai)
gebeden
σου
(sou)
je
καὶ
(kai)
en
αἱ
(hai)
de
ἐλεημοσύναι
(eleemosynai)
aalmoezen
σου
(sou)
je
ἀνέβησαν
(anebesan)
stegen op
εἰς
(eis)
tot
μνημόσυνον
(mnemosynon)
gedachtenis
ἔμπροσθεν
(emprosthen)
voor
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

κύριε (kyrie), ‘heer’, met kleine letter: Cornelius spreekt de engel eerbiedig aan. ἀτενίζω (atenizo), ‘strak aankijken’. μνημόσυνον (mnemosynon), ‘gedachtenis’: iets wat Elohim in gedachten houdt; vergelijk het ‘gedenkdeel’ van het graanoffer (Lev. 2:2).

De gebeden en aalmoezen van Cornelius zijn als een offer dat voor Elohim is opgestegen.

Zie ook Lev. 2:2.

Zie ookLev 2:2
5Stuur nu mannen naar Jafo en laat een zekere Simon halen, die Petrus genoemd wordt.
καὶ
(kai)
en
νῦν
(nyn)
nu
πέμψον
(pempson)
stuur
ἄνδρας
(andras)
mannen
εἰς
(eis)
naar
Ἰόππην
(Ioppen)
Jafo
καὶ
(kai)
en
μετάπεμψαι
(metapempsai)
laat halen
Σίμωνά
(Simona)
Simon
τινα
(tina)
een zekere
ὃς
(hos)
die
ἐπικαλεῖται
(epikaleitai)
wordt genoemd
Πέτρος
(Petros)
Petrus
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jafo: Jafo is het huidige Jaffa, aan de kust bij Tel Aviv.

Uitleg

μεταπέμπομαι (metapempomai), ‘laten halen’: iemand bij zich laten komen; van πέμπω (pempo), ‘sturen’.

Hier staat πέμψον, ‘stuur’; in 11:13 staat ἀπόστειλον, ‘zend’, van ἀποστέλλω (apostello), ‘zenden’.

6Hij is te gast bij een zekere Simon, een leerlooier, die een huis aan de zee heeft.”
οὗτος
(houtos)
deze
ξενίζεται
(xenizetai)
is te gast
παρά
(para)
bij
τινι
(tini)
een zekere
Σίμωνι
(Simoni)
Simon
βυρσεῖ
(byrsei)
leerlooier
ᾧ
(ho)
bij wie
ἐστιν
(estin)
is
οἰκία
(oikia)
huis
παρὰ
(para)
bij
θάλασσαν
(thalassan)
zee
Bron: SBLGNT
Uitleg

βυρσεύς (byrseus), ‘leerlooier’: zie 9:43. θάλασσα (thalassa), ‘zee’: de Middellandse Zee; Jafo ligt aan de kust.

7De engel die met hem sprak, ging weg. Toen riep hij twee van zijn huisknechten en een vrome soldaat uit de mannen die steeds bij hem waren.
ὡς
(hos)
toen
δὲ
(de)
nu
ἀπῆλθεν
(apelthen)
wegging
ὁ
(ho)
de
ἄγγελος
(angelos)
engel
ὁ
(ho)
die
λαλῶν
(lalon)
sprak
αὐτῷ
(auto)
tot hem
φωνήσας
(phonesas)
geroepen hebbend
δύο
(dyo)
twee
τῶν
(ton)
van de
οἰκετῶν
(oiketon)
huisknechten
καὶ
(kai)
en
στρατιώτην
(stratioten)
soldaat
εὐσεβῆ
(eusebe)
vrome
τῶν
(ton)
van degenen die
προσκαρτερούντων
(proskarterounton)
volhardden
αὐτῷ
(auto)
bij hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

οἰκέτης (oiketes), ‘huisknecht’: een knecht die bij het huis hoort, zoals in Luc. 16:13.

Zie ook Luc. 16:13.

Zie ookLuc 16:13
8Hij vertelde hun alles en zond hen naar Jafo.
καὶ
(kai)
en
ἐξηγησάμενος
(exegesamenos)
verteld hebbend
ἅπαντα
(hapanta)
alles
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
ἀπέστειλεν
(apesteilen)
zond
αὐτοὺς
(autous)
hen
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
Ἰόππην
(Ioppen)
Jafo
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jafo: Jafo is het huidige Jaffa, aan de kust bij Tel Aviv.

Het visioen van Petrus

9De volgende dag, terwijl zij onderweg waren en de stad naderden, ging Petrus omstreeks het zesde uur op het dak om te bidden.
Τῇ
(Te)
op de
δὲ
(de)
nu
ἐπαύριον
(epaurion)
volgende dag
ὁδοιπορούντων
(hodoiporounton)
onderweg zijnd
ἐκείνων
(ekeinon)
zij
καὶ
(kai)
en
τῇ
(te)
aan de
πόλει
(polei)
stad
ἐγγιζόντων
(engizonton)
naderend
ἀνέβη
(anebe)
ging omhoog
Πέτρος
(Petros)
Petrus
ἐπὶ
(epi)
op
τὸ
(to)
het
δῶμα
(doma)
dak
προσεύξασθαι
(proseuxasthai)
te bidden
περὶ
(peri)
omstreeks
ὥραν
(horan)
uur
ἕκτην
(hekten)
zesde
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Het zesde uur’ is ongeveer twaalf uur ’s middags. δῶμα (doma), ‘dak’: het dak van een huis, waar men kon verblijven en bidden; vergelijk Luc. 5:19.

Zie ook Luc. 5:19; Hand. 11:5–10.

10Hij werd erg hongerig en wilde eten. Terwijl zij het klaarmaakten, kwam er een vervoering over hem.
ἐγένετο
(egeneto)
werd
δὲ
(de)
nu
πρόσπεινος
(prospeinos)
erg hongerig
καὶ
(kai)
en
ἤθελεν
(ethelen)
wilde
γεύσασθαι
(geusasthai)
eten
παρασκευαζόντων
(paraskeuazonton)
klaarmakend
δὲ
(de)
nu
αὐτῶν
(auton)
zij
ἐγένετο
(egeneto)
kwam
ἐπ’
(ep’)
over
αὐτὸν
(auton)
hem
ἔκστασις
(ekstasis)
vervoering
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔκστασις (ekstasis), ‘vervoering’: letterlijk ‘buiten zichzelf staan’.

Het woord staat ook in 11:5; in Luc. 5:26 en Mark. 5:42 betekent het ‘verbazing’.

Zie ook Luc. 5:26; Mark. 5:42.

11Hij zag de hemel geopend en een voorwerp neerdalen, als een grote linnen doek, aan vier hoeken neergelaten op de aarde.
καὶ
(kai)
en
θεωρεῖ
(theorei)
zag
τὸν
(ton)
de
οὐρανὸν
(ouranon)
hemel
ἀνεῳγμένον
(aneogmenon)
geopend
καὶ
(kai)
en
καταβαῖνον
(katabainon)
neerdalend
σκεῦός
(skeuos)
voorwerp
τι
(ti)
een
ὡς
(hos)
als
ὀθόνην
(othonen)
linnen doek
μεγάλην
(megalen)
grote
τέσσαρσιν
(tessarsin)
aan vier
ἀρχαῖς
(archais)
hoeken
καθιέμενον
(kathiemenon)
neergelaten
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
Bron: SBLGNT
12Daarin waren alle viervoetige dieren en kruipende dieren van de aarde en vogels van de hemel.
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
welke
ὑπῆρχεν
(hyperchen)
waren
πάντα
(panta)
alle
τὰ
(ta)
de
τετράποδα
(tetrapoda)
viervoetige dieren
καὶ
(kai)
en
ἑρπετὰ
(herpeta)
kruipende dieren
τῆς
(tes)
van de
γῆς
(ges)
aarde
καὶ
(kai)
en
πετεινὰ
(peteina)
vogels
τοῦ
(tou)
van de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
Bron: SBLGNT
Uitleg

τετράποδα (tetrapoda), ‘viervoetige dieren’, ἑρπετά (herpeta), ‘kruipende dieren’ en πετεινά (peteina), ‘vogels’.

Het Grieks zegt ‘alle’: dus ook dieren die volgens Lev. 11 onrein waren.

Zie ook Lev. 11:1–47.

13Er kwam een stem tot hem: „Sta op, Petrus, slacht en eet.”
καὶ
(kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
kwam
φωνὴ
(phone)
stem
πρὸς
(pros)
tot
αὐτόν
(auton)
hem
Ἀναστάς
(Anastas)
opgestaan
Πέτρε
(Petre)
Petrus
θῦσον
(thyson)
slacht
καὶ
(kai)
en
φάγε
(phage)
eet
Bron: SBLGNT
Uitleg

θῦσον (thyson), ‘slacht’: het werkwoord voor het slachten van een dier, ook van een offerdier; hier om te eten. φωνή (phone), ‘stem’: het Grieks zegt niet wie spreekt.

Petrus antwoordt met ‘Heer’ (vers 14).

Zie ookHand 10:14
14Petrus zei: „Volstrekt niet, Heer! Want nooit heb ik iets onheiligs en onreins gegeten.”
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
nu
Πέτρος
(Petros)
Petrus
εἶπεν
(eipen)
zei
Μηδαμῶς
(Medamos)
volstrekt niet
κύριε
(kyrie)
Heer
ὅτι
(hoti)
want
οὐδέποτε
(oudepote)
nooit
ἔφαγον
(ephagon)
ik at
πᾶν
(pan)
alles
κοινὸν
(koinon)
onheilig
καὶ
(kai)
en
ἀκάθαρτον
(akatharton)
onrein
Bron: SBLGNT
Uitleg

κοινός (koinos), ‘onheilig’: letterlijk ‘gewoon, gemeen’: wat niet voor Elohim gewijd of toegestaan is.

In Mark. 7:2 vertalen wij hetzelfde woord met ‘onrein’ (bij handen); hier staat het naast ἀκάθαρτος (akathartos), ‘onrein’, en kiezen wij daarom ‘onheilig’.

Petrus had volgens de wetten over rein en onrein nooit zulk voedsel gegeten (Lev. 11).

Zie ook Lev. 11:1–47; Mark. 7:2.

15Voor de tweede keer kwam er weer een stem tot hem: „Wat Elohim gereinigd heeft, noem jij niet onheilig.”
καὶ
(kai)
en
φωνὴ
(phone)
stem
πάλιν
(palin)
opnieuw
ἐκ
(ek)
voor
δευτέρου
(deuterou)
de tweede keer
πρὸς
(pros)
tot
αὐτόν
(auton)
hem
Ἃ
(Ha)
wat
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐκαθάρισεν
(ekatharisen)
heeft gereinigd
σὺ
(sy)
jij
μὴ
(me)
niet
κοίνου
(koinou)
noem onheilig
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκαθάρισεν (ekatharisen), ‘heeft gereinigd’; κοινόω (koinoo), ‘onheilig noemen’.

Elohim bepaalt wat rein is.

In vers 28 past Petrus dit toe op mensen.

Zie ookHand 10:28
16Dit gebeurde driemaal, en meteen werd het voorwerp weer opgenomen in de hemel.
τοῦτο
(touto)
dit
δὲ
(de)
nu
ἐγένετο
(egeneto)
gebeurde
ἐπὶ
(epi)
tot
τρίς
(tris)
driemaal
καὶ
(kai)
en
εὐθὺς
(euthys)
meteen
ἀνελήμφθη
(anelemphthe)
werd opgenomen
τὸ
(to)
het
σκεῦος
(skeuos)
voorwerp
εἰς
(eis)
naar
τὸν
(ton)
de
οὐρανόν
(ouranon)
hemel
Bron: SBLGNT

De mannen van Cornelius bij Petrus

17Petrus was in zichzelf in verlegenheid over wat het visioen zou kunnen zijn dat hij gezien had. En zie, de mannen die door Cornelius gezonden waren, hadden naar het huis van Simon gevraagd en stonden bij de poort.
Ὡς
(Hos)
toen
δὲ
(de)
nu
ἐν
(en)
in
ἑαυτῷ
(heauto)
zichzelf
διηπόρει
(dieporei)
was in verlegenheid
ὁ
(ho)
de
Πέτρος
(Petros)
Petrus
τί
(ti)
wat
ἂν
(an)
misschien
εἴη
(eie)
zou zijn
τὸ
(to)
het
ὅραμα
(horama)
visioen
ὃ
(ho)
dat
εἶδεν
(eiden)
hij zag
ἰδοὺ
(idou)
zie
οἱ
(hoi)
de
ἄνδρες
(andres)
mannen
οἱ
(hoi)
die
ἀπεσταλμένοι
(apestalmenoi)
gezonden waren
ὑπὸ
(hypo)
door
τοῦ
(tou)
de
Κορνηλίου
(Korneliou)
Cornelius
διερωτήσαντες
(dierotesantes)
gevraagd hebbend
τὴν
(ten)
naar het
οἰκίαν
(oikian)
huis
τοῦ
(tou)
van de
Σίμωνος
(Simonos)
Simon
ἐπέστησαν
(epestesan)
stonden
ἐπὶ
(epi)
bij
τὸν
(ton)
de
πυλῶνα
(pylona)
poort
Bron: SBLGNT
18Zij riepen en vroegen of Simon, die Petrus genoemd wordt, hier te gast was.
καὶ
(kai)
en
φωνήσαντες
(phonesantes)
geroepen hebbend
ἐπυνθάνοντο
(epynthanonto)
vroegen
εἰ
(ei)
of
Σίμων
(Simon)
Simon
ὁ
(ho)
die
ἐπικαλούμενος
(epikaloumenos)
genoemd wordt
Πέτρος
(Petros)
Petrus
ἐνθάδε
(enthade)
hier
ξενίζεται
(xenizetai)
te gast is
Bron: SBLGNT
19Terwijl Petrus nadacht over het visioen, zei de Geest tegen hem: „Zie, er zijn mannen die je zoeken.
τοῦ
(tou)
van de
δὲ
(de)
nu
Πέτρου
(Petrou)
Petrus
διενθυμουμένου
(dienthymoumenou)
nadenkend
περὶ
(peri)
over
τοῦ
(tou)
het
ὁράματος
(horamatos)
visioen
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτῷ
(auto)
tot hem
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
Ἰδοὺ
(Idou)
zie
ἄνδρες
(andres)
mannen
ζητοῦντές
(zetountes)
zoekend
σε
(se)
je
Bron: SBLGNT
Uitleg

τὸ πνεῦμα (to pneuma), ‘de Geest’: de Geest van Elohim, die hier spreekt; wij schrijven Zijn woorden rood (vers 19–20), zoals de woorden van Yeshua.

Hetzelfde verhaal staat in 11:11–12.

Lezing

Sommige handschriften hebben hier ‘drie mannen’ in plaats van ‘mannen’ (vergelijk 11:11).

De SBLGNT heeft alleen ‘mannen’.

Zie ook Hand. 11:12.

Zie ookHand 11:12
20Maar sta op, ga naar beneden en ga zonder te twijfelen met hen mee, want Ik heb hen gezonden.”
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἀναστὰς
(anastas)
opgestaan
κατάβηθι
(katabethi)
ga naar beneden
καὶ
(kai)
en
πορεύου
(poreuou)
ga
σὺν
(syn)
met
αὐτοῖς
(autois)
hen
μηδὲν
(meden)
niets
διακρινόμενος
(diakrinomenos)
twijfelend
ὅτι
(hoti)
want
ἐγὼ
(ego)
Ik
ἀπέσταλκα
(apestalka)
heb gezonden
αὐτούς
(autous)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

διακρίνομαι (diakrinomai), ‘twijfelen’: letterlijk ‘onderscheid maken’, hier ‘aarzelen’ (ook 11:12). ἀπέσταλκα (apestalka), ‘Ik heb gezonden’, van ἀποστέλλω (apostello), ‘zenden’: de Geest zendt de mannen.

21Petrus ging naar de mannen toe en zei: „Zie, ik ben degene die jullie zoeken. Wat is de reden waarom jullie gekomen zijn?”
καταβὰς
(katabas)
afgedaald
δὲ
(de)
nu
Πέτρος
(Petros)
Petrus
πρὸς
(pros)
naar
τοὺς
(tous)
de
ἄνδρας
(andras)
mannen
εἶπεν
(eipen)
zei
Ἰδοὺ
(Idou)
zie
ἐγώ
(ego)
ik
εἰμι
(eimi)
ben
ὃν
(hon)
die
ζητεῖτε
(zeteite)
jullie zoeken
τίς
(tis)
welke
ἡ
(he)
de
αἰτία
(aitia)
reden
δι’
(di’)
waarom
ἣν
(hen)
die
πάρεστε
(pareste)
jullie er zijn
Bron: SBLGNT
22Zij zeiden: „Cornelius, een hoofdman over honderd, is een rechtvaardig man en godvrezend. Van hem wordt door het hele volk van de Joden goed getuigd. Hij heeft door een heilige engel de aanwijzing gekregen om je naar zijn huis te laten halen en woorden van je te horen.”
οἱ
(hoi)
zij
δὲ
(de)
nu
εἶπαν
(eipan)
zeiden
Κορνήλιος
(Kornelios)
Cornelius
ἑκατοντάρχης
(hekatontarches)
hoofdman over honderd
ἀνὴρ
(aner)
man
δίκαιος
(dikaios)
rechtvaardig
καὶ
(kai)
en
φοβούμενος
(phoboumenos)
vrezend
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
μαρτυρούμενός
(martyroumenos)
van wie getuigd wordt
τε
(te)
en
ὑπὸ
(hypo)
door
ὅλου
(holou)
heel
τοῦ
(tou)
het
ἔθνους
(ethnous)
volk
τῶν
(ton)
van de
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
ἐχρηματίσθη
(echrematisthe)
kreeg de aanwijzing
ὑπὸ
(hypo)
door
ἀγγέλου
(angelou)
engel
ἁγίου
(hagiou)
heilige
μεταπέμψασθαί
(metapempsasthai)
te laten halen
σε
(se)
je
εἰς
(eis)
naar
τὸν
(ton)
het
οἶκον
(oikon)
huis
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
ἀκοῦσαι
(akousai)
te horen
ῥήματα
(rhemata)
woorden
παρὰ
(para)
van
σοῦ
(sou)
jou
Bron: SBLGNT
Uitleg

μαρτυρούμενος (martyroumenos), ‘van wie getuigd wordt’: het woord ‘goed’ staat niet in het Grieks; de samenhang geeft het aan (zoals in 6:3). χρηματίζω (chrematizo), ‘de aanwijzing krijgen’: een aanwijzing van Elohim ontvangen (zie Matt. 2:12). ἔθνος (ethnos), ‘volk’: hier het Joodse volk.

Zie ook Hand. 6:3; Matt. 2:12.

23Petrus liet hen binnenkomen en nam hen op als gasten. De volgende dag stond hij op en ging met hen mee, en enkele broers uit Jafo gingen met hem mee.
εἰσκαλεσάμενος
(eiskalesamenos)
binnen geroepen hebbend
οὖν
(oun)
dus
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἐξένισεν
(exenisen)
nam op als gasten
Τῇ
(Te)
op de
δὲ
(de)
nu
ἐπαύριον
(epaurion)
volgende dag
ἀναστὰς
(anastas)
opgestaan
ἐξῆλθεν
(exelthen)
ging weg
σὺν
(syn)
met
αὐτοῖς
(autois)
hen
καί
(kai)
en
τινες
(tines)
enkelen
τῶν
(ton)
van de
ἀδελφῶν
(adelphon)
broers
τῶν
(ton)
die
ἀπὸ
(apo)
van
Ἰόππης
(Ioppes)
Jafo
συνῆλθον
(synelthon)
gingen mee
αὐτῷ
(auto)
met hem
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jafo: Jafo is het huidige Jaffa, aan de kust bij Tel Aviv.

Uitleg

ἐξένισεν (exenisen), ‘nam op als gasten’: Petrus ontving de mannen van Cornelius, waarschijnlijk niet-Joden, als gasten.

Vergelijk vers 28.

Zie ookHand 10:28

Petrus in het huis van Cornelius

24De volgende dag kwam hij in Caesarea. Cornelius verwachtte hen en had zijn familieleden en zijn naaste vrienden bijeengeroepen.
τῇ
(te)
op de
δὲ
(de)
nu
ἐπαύριον
(epaurion)
volgende dag
εἰσῆλθεν
(eiselthen)
kwam binnen
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
Καισάρειαν
(Kaisareian)
Caesarea
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
nu
Κορνήλιος
(Kornelios)
Cornelius
ἦν
(en)
was
προσδοκῶν
(prosdokon)
verwachtend
αὐτοὺς
(autous)
hen
συγκαλεσάμενος
(synkalesamenos)
bijeengeroepen hebbend
τοὺς
(tous)
de
συγγενεῖς
(syngeneis)
familieleden
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
ἀναγκαίους
(anankaious)
naaste
φίλους
(philous)
vrienden
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Caesarea (Caesarea Maritima): Caesarea Maritima, door Herodes de Grote gebouwd, lag aan de kust van Israël, ongeveer 50 km ten noorden van Tel Aviv.

Het was het verblijf van de Romeinse stadhouder.

25Toen Petrus naar binnen ging, ging Cornelius hem tegemoet, viel aan zijn voeten en boog zich neer.
ὡς
(hos)
toen
δὲ
(de)
nu
ἐγένετο
(egeneto)
het gebeurde
τοῦ
(tou)
dat
εἰσελθεῖν
(eiselthein)
binnenging
τὸν
(ton)
de
Πέτρον
(Petron)
Petrus
συναντήσας
(synantesas)
tegemoet gegaan
αὐτῷ
(auto)
hem
ὁ
(ho)
de
Κορνήλιος
(Kornelios)
Cornelius
πεσὼν
(peson)
gevallen
ἐπὶ
(epi)
op
τοὺς
(tous)
de
πόδας
(podas)
voeten
προσεκύνησεν
(prosekynesen)
boog zich neer
Bron: SBLGNT
Uitleg

προσεκύνησεν (prosekynesen), ‘boog zich neer’, van προσκυνέω (proskyneo): wij vertalen dit werkwoord overal met ‘zich neerbuigen’, ook bij Herodes en Satan (Matt. 2:8; Matt. 4:9).

Het kan eerbied voor een mens betekenen of aanbidding.

Petrus weigert het in vers 26.

Zie ook Matt. 2:8; Matt. 4:9.

26Petrus richtte hem op en zei: „Sta op. Ook ik ben zelf een mens.”
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
nu
Πέτρος
(Petros)
Petrus
ἤγειρεν
(egeiren)
richtte op
αὐτὸν
(auton)
hem
λέγων
(legon)
zeggend
Ἀνάστηθι
(Anastethi)
sta op
καὶ
(kai)
ook
ἐγὼ
(ego)
ik
αὐτὸς
(autos)
zelf
ἄνθρωπός
(anthropos)
mens
εἰμι
(eimi)
ben
Bron: SBLGNT
27Terwijl hij met hem sprak, ging hij naar binnen en trof er velen aan die bijeengekomen waren.
καὶ
(kai)
en
συνομιλῶν
(synomilon)
pratend
αὐτῷ
(auto)
met hem
εἰσῆλθεν
(eiselthen)
ging binnen
καὶ
(kai)
en
εὑρίσκει
(heuriskei)
vond
συνεληλυθότας
(synelelythotas)
bijeengekomen
πολλούς
(pollous)
velen
Bron: SBLGNT
28Hij zei tegen hen: „Jullie weten dat een Joodse man geen omgang mag hebben met iemand van een ander volk of bij hem mag komen. Maar mij heeft Elohim laten zien dat ik geen mens onheilig of onrein mag noemen.
ἔφη
(ephe)
zei
τε
(te)
en
πρὸς
(pros)
tot
αὐτούς
(autous)
hen
Ὑμεῖς
(Hymeis)
jullie
ἐπίστασθε
(epistasthe)
weten
ὡς
(hos)
dat
ἀθέμιτόν
(athemiton)
ongeoorloofd
ἐστιν
(estin)
is
ἀνδρὶ
(andri)
voor een man
Ἰουδαίῳ
(Ioudaio)
Joodse
κολλᾶσθαι
(kollasthai)
omgang te hebben
ἢ
(e)
of
προσέρχεσθαι
(proserchesthai)
te komen
ἀλλοφύλῳ
(allophylo)
bij iemand van een ander volk
κἀμοὶ
(kamoi)
en voor mij
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἔδειξεν
(edeixen)
heeft getoond
μηδένα
(medena)
niemand
κοινὸν
(koinon)
onheilig
ἢ
(e)
of
ἀκάθαρτον
(akatharton)
onrein
λέγειν
(legein)
te noemen
ἄνθρωπον
(anthropon)
mens
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀθέμιτος (athemitos), ‘niet toegestaan’: in strijd met het gebruik. κολλάομαι (kollaomai), ‘omgang hebben’: letterlijk ‘vastkleven’ (zie 9:26). ἀλλόφυλος (allophylos), ‘iemand van een ander volk’: hier een niet-Jood.

Petrus past het visioen van vers 15 toe op mensen: hij noemt niemand onheilig of onrein (zie vers 14).

29Daarom ben ik ook zonder tegen te sputteren gekomen toen men mij liet halen. Ik vraag dus: om welke reden hebben jullie mij laten halen?”
διὸ
(dio)
daarom
καὶ
(kai)
ook
ἀναντιρρήτως
(anantirretos)
zonder tegenspraak
ἦλθον
(elthon)
kwam ik
μεταπεμφθείς
(metapemphtheis)
ontboden
πυνθάνομαι
(pynthanomai)
ik vraag
οὖν
(oun)
dus
τίνι
(tini)
om welke
λόγῳ
(logo)
reden
μετεπέμψασθέ
(metepempsasthe)
jullie hebben laten halen
με
(me)
mij
Bron: SBLGNT
30Cornelius zei: „Vier dagen geleden, tot op dit uur, was ik om het negende uur aan het bidden in mijn huis. En zie, een man stond voor mij in stralende kleding,
Καὶ
(Kai)
en
ὁ
(ho)
de
Κορνήλιος
(Kornelios)
Cornelius
ἔφη
(ephe)
zei
Ἀπὸ
(Apo)
vanaf
τετάρτης
(tetartes)
vierde
ἡμέρας
(hemeras)
dag
μέχρι
(mechri)
tot
ταύτης
(tautes)
dit
τῆς
(tes)
het
ὥρας
(horas)
uur
ἤμην
(emen)
was ik
τὴν
(ten)
het
ἐνάτην
(enaten)
negende
προσευχόμενος
(proseuchomenos)
biddend
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
οἴκῳ
(oiko)
huis
μου
(mou)
mijn
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
ἀνὴρ
(aner)
man
ἔστη
(este)
stond
ἐνώπιόν
(enopion)
voor
μου
(mou)
mij
ἐν
(en)
in
ἐσθῆτι
(estheti)
kleding
λαμπρᾷ
(lampra)
stralende
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Vanaf de vierde dag tot dit uur’: Cornelius telt de dag van het visioen mee; wij schrijven ‘vier dagen geleden’.

Het visioen was op het negende uur (vers 3), en nu is het weer ongeveer het negende uur.

Lezing

In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) staat: ‘was ik aan het vasten, en om het negende uur aan het bidden’.

De SBLGNT heeft alleen: ‘was ik om het negende uur aan het bidden’.

Zie ookHand 10:3
31en hij zei: ‘Cornelius, je gebed is verhoord en aan je aalmoezen is gedacht voor Elohim.
καὶ
(kai)
en
φησί
(phesi)
zei
Κορνήλιε
(Kornelie)
Cornelius
εἰσηκούσθη
(eisekousthe)
is verhoord
σου
(sou)
je
ἡ
(he)
het
προσευχὴ
(proseuche)
gebed
καὶ
(kai)
en
αἱ
(hai)
de
ἐλεημοσύναι
(eleemosynai)
aalmoezen
σου
(sou)
je
ἐμνήσθησαν
(emnesthesan)
zijn herdacht
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐμνήσθησαν ἐνώπιον τοῦ θεοῦ (emnesthesan enopion tou theou), ‘er is gedacht … voor Elohim’: zie vers 4.

Zie ookHand 10:4
32Stuur dus naar Jafo en laat Simon roepen, die Petrus genoemd wordt. Hij is te gast in het huis van Simon, de leerlooier, aan de zee.’
πέμψον
(pempson)
stuur
οὖν
(oun)
dus
εἰς
(eis)
naar
Ἰόππην
(Ioppen)
Jafo
καὶ
(kai)
en
μετακάλεσαι
(metakalesai)
laat roepen
Σίμωνα
(Simona)
Simon
ὃς
(hos)
die
ἐπικαλεῖται
(epikaleitai)
wordt genoemd
Πέτρος
(Petros)
Petrus
οὗτος
(houtos)
deze
ξενίζεται
(xenizetai)
is te gast
ἐν
(en)
in
οἰκίᾳ
(oikia)
huis
Σίμωνος
(Simonos)
van Simon
βυρσέως
(byrseos)
leerlooier
παρὰ
(para)
bij
θάλασσαν
(thalassan)
zee
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jafo: Jafo is het huidige Jaffa, aan de kust bij Tel Aviv.

33Meteen heb ik dus naar je gestuurd, en jij hebt goed gedaan door te komen. Nu zijn wij dus allen voor Elohim aanwezig om alles te horen wat je door de Heer is opgedragen.”
ἐξαυτῆς
(exautes)
meteen
οὖν
(oun)
dus
ἔπεμψα
(epempsa)
stuurde ik
πρὸς
(pros)
naar
σέ
(se)
jou
σύ
(sy)
jij
τε
(te)
en
καλῶς
(kalos)
goed
ἐποίησας
(epoiesas)
deed
παραγενόμενος
(paragenomenos)
gekomen
νῦν
(nyn)
nu
οὖν
(oun)
dus
πάντες
(pantes)
allen
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
πάρεσμεν
(paresmen)
zijn aanwezig
ἀκοῦσαι
(akousai)
te horen
πάντα
(panta)
alles
τὰ
(ta)
wat
προστεταγμένα
(prostetagmena)
opgedragen is
σοι
(soi)
aan jou
ὑπὸ
(hypo)
door
τοῦ
(tou)
de
κυρίου
(kyriou)
Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑπὸ τοῦ κυρίου (hypo tou kyriou), ‘door de Heer’: wie bedoeld is, is niet zeker.

Cornelius kent de engel van Elohim (vers 3) en noemt in dezelfde zin Elohim; mogelijk is Elohim zelf bedoeld.

Wij schrijven ‘de Heer’, zoals de SBLGNT heeft.

Lezing

In sommige handschriften staat hier θεοῦ (theou), ‘Elohim’.

Zie ookHand 10:3

De toespraak van Petrus

34Petrus opende zijn mond en zei: „Naar waarheid begrijp ik dat Elohim niemand voortrekt,
Ἀνοίξας
(Anoixas)
geopend hebbend
δὲ
(de)
nu
Πέτρος
(Petros)
Petrus
τὸ
(to)
de
στόμα
(stoma)
mond
εἶπεν
(eipen)
zei
Ἐπ’
(Ep’)
in
ἀληθείας
(aletheias)
waarheid
καταλαμβάνομαι
(katalambanomai)
ik begrijp
ὅτι
(hoti)
dat
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
προσωπολήμπτης
(prosopolemptes)
voortrekker
ὁ
(ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

προσωπολήμπτης (prosopolemptes), ‘iemand die voortrekt’: letterlijk ‘iemand die het gezicht opheft’.

Vergelijk Deut. 10:17: ‘die niemand voortrekt’ (letterlijk: ‘het gezicht niet opheft’).

Petrus begrijpt nu dat Elohim niemand voortrekt vanwege afkomst.

Zie ook Deut. 10:17.

Zie ookDeut 10:17
35maar dat in elk volk wie Hem vreest en gerechtigheid doet, aangenaam is voor Hem.
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐν
(en)
in
παντὶ
(panti)
elk
ἔθνει
(ethnei)
volk
ὁ
(ho)
wie
φοβούμενος
(phoboumenos)
vreest
αὐτὸν
(auton)
Hem
καὶ
(kai)
en
ἐργαζόμενος
(ergazomenos)
doet
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
δεκτὸς
(dektos)
aangenaam
αὐτῷ
(auto)
voor Hem
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔθνος (ethnos), ‘volk’: hier elk volk, Joden en niet-Joden. δεκτός (dektos), ‘aangenaam’: door Elohim aanvaard. δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’.

36Dit is het woord dat Hij naar de zonen van Israël heeft gezonden: de goede boodschap van vrede door Yeshua de Messias. Deze is de Heer van allen.
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
ὃν
(hon)
dat
ἀπέστειλεν
(apesteilen)
Hij zond
τοῖς
(tois)
aan de
υἱοῖς
(huiois)
zonen
Ἰσραὴλ
(Israel)
van Israël
εὐαγγελιζόμενος
(euangelizomenos)
goede boodschap brengend
εἰρήνην
(eirenen)
vrede
διὰ
(dia)
door
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
οὗτός
(houtos)
Deze
ἐστιν
(estin)
is
πάντων
(panton)
van allen
κύριος
(kyrios)
Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks begint dit vers met ‘het woord’ (τὸν λόγον) in de vierde naamval, zonder werkwoord ervoor; de zin loopt door in vers 37.

Het Nederlands heeft een werkwoord nodig: wij beginnen met ‘Dit is’.

Het onderwerp van ἀπέστειλεν (apesteilen), ‘zond’, is Elohim (vers 34–35).

Vergelijk Ps. 107:20: ‘Hij zond Zijn woord en genas hen’. κύριος (kyrios), ‘Heer’: hier Yeshua, ‘de Heer van allen’.

Zie ook Ps. 107:20.

37Jullie weten wat er in heel Judea is gebeurd, beginnend vanuit Galilea, na de doop die Johannes verkondigd heeft:
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
οἴδατε
(oidate)
weten
τὸ
(to)
het
γενόμενον
(genomenon)
gebeurde
ῥῆμα
(rhema)
woord
καθ’
(kath’)
door
ὅλης
(holes)
heel
τῆς
(tes)
de
Ἰουδαίας
(Ioudaias)
Judea
ἀρξάμενος
(arxamenos)
beginnend
ἀπὸ
(apo)
vanuit
τῆς
(tes)
de
Γαλιλαίας
(Galilaias)
Galilea
μετὰ
(meta)
na
τὸ
(to)
de
βάπτισμα
(baptisma)
doop
ὃ
(ho)
die
ἐκήρυξεν
(ekeryxen)
verkondigde
Ἰωάννης
(Ioannes)
Johannes
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.

Het komt overeen met het oude Juda.

Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.

Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.

Uitleg

ῥῆμα (rhema), ‘woord’: ook ‘zaak, gebeurtenis’, zoals het Hebreeuwse דָּבָר (davar); wij schrijven ‘wat er gebeurd is’. βάπτισμα (baptisma), ‘doop’: de doop die Johannes verkondigde (Mark. 1:4; Luc. 3:3).

Zie ook Mark. 1:4; Luc. 3:3.

38Yeshua van Nazaret, hoe Elohim Hem gezalfd heeft met de Heilige Geest en met kracht. Hij ging rond, deed goed en genas allen die door de duivel onderdrukt werden, want Elohim was met Hem.
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
τὸν
(ton)
die
ἀπὸ
(apo)
van
Ναζαρέθ
(Nazareth)
Nazaret
ὡς
(hos)
hoe
ἔχρισεν
(echrisen)
heeft gezalfd
αὐτὸν
(auton)
Hem
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
πνεύματι
(pneumati)
met Geest
ἁγίῳ
(hagio)
heilige
καὶ
(kai)
en
δυνάμει
(dynamei)
kracht
ὃς
(hos)
die
διῆλθεν
(dielthen)
ging rond
εὐεργετῶν
(euergeton)
goed doend
καὶ
(kai)
en
ἰώμενος
(iomenos)
genezend
πάντας
(pantas)
allen
τοὺς
(tous)
die
καταδυναστευομένους
(katadynasteuomenous)
onderdrukt werden
ὑπὸ
(hypo)
door
τοῦ
(tou)
de
διαβόλου
(diabolou)
duivel
ὅτι
(hoti)
want
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἦν
(en)
was
μετ’
(met’)
met
αὐτοῦ
(autou)
Hem
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Nazaret: Nazaret (en-Nasira) ligt in Neder-Galilea, ten westen van het meer van Galilea, in het noorden van het huidige Israël.

Uitleg

ἔχρισεν (echrisen), ‘heeft gezalfd’, van χρίω (chrio); hieruit komt χριστός (christos), ‘Messias’, ‘gezalfde’.

De zalving met de Heilige Geest en kracht doet denken aan Yeshua’s doop (Luc. 3:22) en aan Jes. 61:1, dat Hij in Nazaret las (Luc. 4:18). διάβολος (diabolos), ‘duivel’.

Zie ook Jes. 61:1; Luc. 3:22; Luc. 4:18.

39Wij zijn getuigen van alles wat Hij gedaan heeft, zowel in het land van de Joden als in Jeruzalem. Hem hebben zij gedood door Hem aan een boom te hangen.
καὶ
(kai)
en
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
μάρτυρες
(martyres)
getuigen
πάντων
(panton)
van alles
ὧν
(hon)
wat
ἐποίησεν
(epoiesen)
Hij deed
ἔν
(en)
in
τε
(te)
zowel
τῇ
(te)
het
χώρᾳ
(chora)
land
τῶν
(ton)
van de
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
καὶ
(kai)
en
Ἰερουσαλήμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
ὃν
(hon)
wie
καὶ
(kai)
ook
ἀνεῖλαν
(aneilan)
zij doodden
κρεμάσαντες
(kremasantes)
hangend
ἐπὶ
(epi)
aan
ξύλου
(xylou)
boom
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

κρεμάσαντες ἐπὶ ξύλου (kremasantes epi xylou), ‘door Hem aan een boom te hangen’: ξύλον betekent ‘hout, boom’.

De uitdrukking is die van Deut. 21:22–23, waar iemand ‘aan een boom’ wordt gehangen en ‘een vervloeking van Elohim’ is.

Hier is het kruis bedoeld; vergelijk Gal. 3:13.

Zie ook Deut. 21:22–23; Gal. 3:13.

40Hem heeft Elohim op de derde dag opgewekt en Hem zichtbaar laten worden,
τοῦτον
(touton)
Hem
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἤγειρεν
(egeiren)
wekte op
τῇ
(te)
op de
τρίτῃ
(trite)
derde
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
καὶ
(kai)
en
ἔδωκεν
(edoken)
gaf
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἐμφανῆ
(emphane)
zichtbaar
γενέσθαι
(genesthai)
te worden
Bron: SBLGNT
41niet voor het hele volk, maar voor getuigen die tevoren door Elohim waren aangewezen: voor ons. Wij hebben met Hem gegeten en gedronken nadat Hij uit de doden was opgestaan.
οὐ
(ou)
niet
παντὶ
(panti)
aan heel
τῷ
(to)
het
λαῷ
(lao)
volk
ἀλλὰ
(alla)
maar
μάρτυσι
(martysi)
aan getuigen
τοῖς
(tois)
die
προκεχειροτονημένοις
(prokecheirotonemenois)
tevoren aangewezen zijn
ὑπὸ
(hypo)
door
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἡμῖν
(hemin)
aan ons
οἵτινες
(hoitines)
wij die
συνεφάγομεν
(synephagomen)
aten samen
καὶ
(kai)
en
συνεπίομεν
(synepiomen)
dronken samen
αὐτῷ
(auto)
met Hem
μετὰ
(meta)
na
τὸ
(to)
het
ἀναστῆναι
(anastenai)
opstaan
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἐκ
(ek)
uit
νεκρῶν
(nekron)
doden
Bron: SBLGNT
Uitleg

προχειροτονέω (procheirotoneo), ‘tevoren aanwijzen’: iemand van tevoren kiezen en aanstellen.

Dat Yeshua na Zijn opstanding met hen at, staat in Luc. 24:41–43 en Joh. 21:12–13.

Zie ook Luc. 24:41–43; Joh. 21:12–13.

42Hij gebood ons aan het volk te verkondigen en plechtig te getuigen dat Hij de door Elohim aangewezen rechter van levenden en doden is.
καὶ
(kai)
en
παρήγγειλεν
(parengeilen)
gebood
ἡμῖν
(hemin)
ons
κηρύξαι
(keryxai)
te verkondigen
τῷ
(to)
aan het
λαῷ
(lao)
volk
καὶ
(kai)
en
διαμαρτύρασθαι
(diamartyrasthai)
plechtig te getuigen
ὅτι
(hoti)
dat
οὗτός
(houtos)
Deze
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
ὡρισμένος
(horismenos)
aangewezene
ὑπὸ
(hypo)
door
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
κριτὴς
(krites)
rechter
ζώντων
(zonton)
van levenden
καὶ
(kai)
en
νεκρῶν
(nekron)
doden
Bron: SBLGNT
Uitleg

κριτὴς ζώντων καὶ νεκρῶν (krites zonton kai nekron), ‘rechter van levenden en doden’.

Vergelijk Joh. 5:22: de Vader heeft al het oordeel aan de Zoon gegeven.

Zie ook Joh. 5:22.

Zie ookJoh 5:22
43Van Hem getuigen alle profeten dat ieder die in Hem gelooft, door Zijn naam vergeving van zonden ontvangt.”
τούτῳ
(touto)
van Hem
πάντες
(pantes)
alle
οἱ
(hoi)
de
προφῆται
(prophetai)
profeten
μαρτυροῦσιν
(martyrousin)
getuigen
ἄφεσιν
(aphesin)
vergeving
ἁμαρτιῶν
(hamartion)
van zonden
λαβεῖν
(labein)
te ontvangen
διὰ
(dia)
door
τοῦ
(tou)
de
ὀνόματος
(onomatos)
naam
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
πάντα
(panta)
ieder
τὸν
(ton)
die
πιστεύοντα
(pisteuonta)
gelooft
εἰς
(eis)
in
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄφεσις ἁμαρτιῶν (aphesis hamartion), ‘vergeving van zonden’, zoals in Luc. 3:3.

Het Grieks noemt geen bepaalde profeet.

Zie ook Luc. 3:3.

Zie ookLuc 3:3

De Heilige Geest valt op de volken

44Terwijl Petrus nog deze woorden sprak, viel de Heilige Geest op allen die het woord hoorden.
Ἔτι
(Eti)
nog
λαλοῦντος
(lalountos)
sprekend
τοῦ
(tou)
de
Πέτρου
(Petrou)
Petrus
τὰ
(ta)
de
ῥήματα
(rhemata)
woorden
ταῦτα
(tauta)
deze
ἐπέπεσε
(epepese)
viel
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
τὸ
(to)
de
ἅγιον
(hagion)
Heilige
ἐπὶ
(epi)
op
πάντας
(pantas)
allen
τοὺς
(tous)
die
ἀκούοντας
(akouontas)
hoorden
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
Bron: SBLGNT
45De gelovigen uit de besnijdenis die met Petrus waren meegekomen, stonden versteld, omdat de gave van de Heilige Geest ook over de volken was uitgestort.
καὶ
(kai)
en
ἐξέστησαν
(exestesan)
stonden versteld
οἱ
(hoi)
de
ἐκ
(ek)
uit
περιτομῆς
(peritomes)
besnijdenis
πιστοὶ
(pistoi)
gelovigen
ὅσοι
(hosoi)
zovelen
συνῆλθαν
(synelthan)
meegekomen waren
τῷ
(to)
de
Πέτρῳ
(Petro)
Petrus
ὅτι
(hoti)
omdat
καὶ
(kai)
ook
ἐπὶ
(epi)
over
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
ἡ
(he)
de
δωρεὰ
(dorea)
gave
τοῦ
(tou)
van de
ἁγίου
(hagiou)
heilige
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
ἐκκέχυται
(ekkechytai)
is uitgestort
Bron: SBLGNT
Uitleg

οἱ ἐκ περιτομῆς πιστοί (hoi ek peritomes pistoi), ‘de gelovigen uit de besnijdenis’: de Joodse gelovigen die met Petrus waren meegekomen (vers 23). δωρεά (dorea), ‘gave’. ἐκχέω (ekcheo), ‘uitstorten’: vergelijk Joël 3:1 (in de Nederlandse telling is dit 2:28): ‘Ik stort Mijn Geest uit’.

Zie ook Joël 3:1; Hand. 11:15.

46Want zij hoorden hen in tongen spreken en Elohim groot maken. Toen antwoordde Petrus:
ἤκουον
(ekouon)
hoorden
γὰρ
(gar)
want
αὐτῶν
(auton)
hen
λαλούντων
(lalounton)
sprekend
γλώσσαις
(glossais)
in tongen
καὶ
(kai)
en
μεγαλυνόντων
(megalynonton)
groot makend
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
τότε
(tote)
toen
ἀπεκρίθη
(apekrithe)
antwoordde
Πέτρος
(Petros)
Petrus
Bron: SBLGNT
Uitleg

γλώσσαις (glossais), ‘in tongen’: het Grieks zegt alleen ‘in tongen’.

Vergelijk 2:4 en 19:6. μεγαλύνω (megalyno), ‘groot maken’: loven (zie Luc. 1:46).

Zie ook Hand. 2:4; Hand. 19:6.

47„Kan iemand het water weigeren, zodat dezen niet gedoopt worden, terwijl zij de Heilige Geest hebben ontvangen zoals ook wij?”
Μήτι
(Meti)
of soms
τὸ
(to)
het
ὕδωρ
(hydor)
water
δύναται
(dynatai)
kan
κωλῦσαί
(kolysai)
weigeren
τις
(tis)
iemand
τοῦ
(tou)
zodat
μὴ
(me)
niet
βαπτισθῆναι
(baptisthenai)
gedoopt worden
τούτους
(toutous)
dezen
οἵτινες
(hoitines)
die
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
τὸ
(to)
de
ἅγιον
(hagion)
Heilige
ἔλαβον
(elabon)
ontvingen
ὡς
(hos)
zoals
καὶ
(kai)
ook
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
Bron: SBLGNT
Uitleg

μήτι (meti): Petrus stelt een vraag waarop het antwoord ‘nee’ verwacht wordt. κωλύω (kolyo), ‘weigeren, tegenhouden’.

48Hij gaf het bevel dat zij gedoopt zouden worden in de naam van Yeshua de Messias. Toen vroegen zij hem enkele dagen te blijven.
προσέταξεν
(prosetaxen)
beval
δὲ
(de)
nu
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματι
(onomati)
naam
Ἰησοῦ
(Iesou)
van Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
βαπτισθῆναι
(baptisthenai)
gedoopt te worden
τότε
(tote)
toen
ἠρώτησαν
(erotesan)
vroegen
αὐτὸν
(auton)
hem
ἐπιμεῖναι
(epimeinai)
te blijven
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
τινάς
(tinas)
enkele
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks noemt hier alleen de naam van Yeshua de Messias; vergelijk Matt. 28:19.

Zie ook Matt. 28:19.

Zie ookMat 28:19