Elohim Bijbel

Hebreeën 3

12345678910111213

De Messias trouw als Zoon over Zijn huis; Verhard jullie harten niet

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Yeshua, trouw zoals Mozes, en meer dan Mozes

1Daarom, heilige broers, deelhebbers aan een hemelse roeping, let goed op Yeshua, de apostel en hogepriester van onze belijdenis,
Ὅθεν
(Hothen)
Daarom
ἀδελφοὶ
(adelphoi)
broers
ἅγιοι
(hagioi)
heilige
κλήσεως
(kleseos)
van een roeping
ἐπουρανίου
(epouraniou)
hemelse
μέτοχοι
(metochoi)
deelhebbers
κατανοήσατε
(katanoesate)
let goed op
τὸν
(ton)
de
ἀπόστολον
(apostolon)
apostel
καὶ
(kai)
en
ἀρχιερέα
(archierea)
hogepriester
τῆς
(tes)
van de
ὁμολογίας
(homologias)
belijdenis
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit is de eerste keer dat de brief de lezers aanspreekt. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: zie bij 2:11. ἅγιοι (hagioi), ‘heilige’: de toegewijden, het volk dat voor Elohim apart staat. κλῆσις (klesis), ‘roeping’; ἐπουράνιος (epouranios), ‘hemels’. μέτοχοι (metochoi), ‘deelhebbers’: wie deel heeft aan iets; zo ook in 3:14 en 6:4. κατανοέω (katanoeo), ‘goed letten op, aandachtig beschouwen’. ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: letterlijk ‘gezondene’; Yeshua wordt alleen hier zo genoemd. ὁμολογία (homologia), ‘belijdenis’: wat wij openlijk erkennen; zo ook 4:14.

De zin loopt door in vers 2.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ‘Yeshua’ (Ἰησοῦν) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ookHeb 3:2
2die trouw is aan Hem die Hem gemaakt heeft, zoals ook Mozes in Zijn huis.
πιστὸν
(piston)
trouw
ὄντα
(onta)
zijnde
τῷ
(to)
aan Hem die
ποιήσαντι
(poiesanti)
gemaakt heeft
αὐτὸν
(auton)
Hem
ὡς
(hos)
zoals
καὶ
(kai)
ook
Μωϋσῆς
(Moyses)
Mozes
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
οἴκῳ
(oiko)
huis
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ποιέω (poieo), ‘maken’: het kan ook ‘aanstellen’ betekenen; het Grieks zegt niet in welke zin.

‘Zijn huis’ is het huis van Elohim, zoals in Num. 12:7: ‘in heel Mijn huis is hij betrouwbaar’.

Daar spreekt Yahweh over Mozes.

Zie ook Num. 12:7.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ‘in’ (ἐν) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ookNum 12:7
3Want Hij is meer heerlijkheid waardig geacht dan Mozes, voor zover wie het huis gebouwd heeft meer eer heeft dan het huis.
πλείονος
(pleionos)
van meer
γὰρ
(gar)
want
οὗτος
(houtos)
Deze
δόξης
(doxes)
heerlijkheid
παρὰ
(para)
dan
Μωϋσῆν
(Moysen)
Mozes
ἠξίωται
(exiotai)
is waardig geacht
καθ’
(kath’)
in de mate
ὅσον
(hoson)
dat
πλείονα
(pleiona)
meer
τιμὴν
(timen)
eer
ἔχει
(echei)
heeft
τοῦ
(tou)
dan het
οἴκου
(oikou)
huis
ὁ
(ho)
hij die
κατασκευάσας
(kataskeuasas)
gebouwd heeft
αὐτόν
(auton)
het
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀξιόω (axioo), ‘waardig achten’. κατασκευάζω (kataskeuazo), ‘bouwen, inrichten’. οἶκος (oikos), ‘huis’: ook ‘huisgezin, volk’; zo ook in de verzen 5–6.

De vergelijking is: wie het huis bouwt, heeft meer eer dan het huis.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ‘Hij … heerlijkheid’ (οὗτος δόξης) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

4Want elk huis wordt door iemand gebouwd, maar wie alles gebouwd heeft, is Elohim.
πᾶς
(pas)
elk
γὰρ
(gar)
want
οἶκος
(oikos)
huis
κατασκευάζεται
(kataskeuazetai)
wordt gebouwd
ὑπό
(hypo)
door
τινος
(tinos)
iemand
ὁ
(ho)
hij die
δὲ
(de)
maar
πάντα
(panta)
alles
κατασκευάσας
(kataskeuasas)
gebouwd heeft
θεός
(theos)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het vers zet ‘iemand’ tegenover ‘Elohim’: elk huis heeft een bouwer, en de bouwer van alles is Elohim.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ‘maar’ (δέ) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

5En Mozes was wel trouw in heel Zijn huis als dienaar, tot een getuigenis van wat gesproken zou worden,
καὶ
(kai)
en
Μωϋσῆς
(Moyses)
Mozes
μὲν
(men)
wel
πιστὸς
(pistos)
trouw
ἐν
(en)
in
ὅλῳ
(holo)
heel
τῷ
(to)
het
οἴκῳ
(oiko)
huis
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ὡς
(hos)
als
θεράπων
(therapon)
dienaar
εἰς
(eis)
tot
μαρτύριον
(martyrion)
getuigenis
τῶν
(ton)
van wat
λαληθησομένων
(lalethesomenon)
gesproken zal worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

θεράπων (therapon), ‘dienaar’: een persoonlijke dienaar; het is niet hetzelfde Griekse woord als δοῦλος (‘knecht’) of διάκονος (‘dienaar’).

In Num. 12:7 staat ‘Mijn dienaar Mozes’. μαρτύριον (martyrion), ‘getuigenis’: Mozes’ dienst wees vooruit op wat nog gesproken zou worden.

De zin loopt door in vers 6.

Zie ook Num. 12:7.

6maar de Messias als Zoon over Zijn huis. Zijn huis zijn wij, als wij de vrijmoedigheid en de roem van de hoop vasthouden.
Χριστὸς
(Christos)
de Messias
δὲ
(de)
maar
ὡς
(hos)
als
υἱὸς
(huios)
Zoon
ἐπὶ
(epi)
over
τὸν
(ton)
het
οἶκον
(oikon)
huis
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ὃς
(hos)
wiens
οἶκός
(oikos)
huis
ἐσμεν
(esmen)
zijn
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ἐὰν
(ean)
als
τὴν
(ten)
de
παρρησίαν
(parresian)
vrijmoedigheid
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
καύχημα
(kauchema)
roem
τῆς
(tes)
van de
ἐλπίδος
(elpidos)
hoop
κατάσχωμεν
(kataschomen)
wij vasthouden
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft hier geen werkwoord; ‘was trouw’ uit vers 5 loopt door. ἐπί (epi) met de vierde naamval: ‘over’.

‘Zijn huis’: het Grieks (αὐτοῦ) zegt niet of dit het huis van Elohim is, zoals in vers 2 en 5, of het huis van de Zoon zelf; wij laten dat open. ὃς οἶκός ἐσμεν ἡμεῖς (hos oikos esmen hemeis), letterlijk ‘wiens huis zijn wij’. καύχημα (kauchema), ‘roem’: waarop wij ons beroemen. παρρησία (parresia), ‘vrijmoedigheid’.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ‘wiens’ (ὅς), ‘als’ (ἐάν) en ‘hoop’ (ἐλπίδος).

Wij volgen de SBLGNT.

Vandaag, als jullie Zijn stem horen

7Daarom, zoals de Heilige Geest zegt: „Vandaag, als jullie Zijn stem horen,
Διό
(Dio)
daarom
καθὼς
(kathos)
zoals
λέγει
(legei)
zegt
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
τὸ
(to)
de
ἅγιον
(hagion)
Heilige
Σήμερον
(Semeron)
vandaag
ἐὰν
(ean)
als
τῆς
(tes)
van de
φωνῆς
(phones)
stem
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἀκούσητε
(akousete)
jullie horen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vanaf hier haalt Hebreeën Ps. 95:7–11 aan (Hebreeuwse telling, ook in Nederlandse bijbels 95:7–11) en zegt dat de Heilige Geest spreekt.

Ons Hebreeuws heeft ‘Vandaag, als jullie naar Zijn stem luisteren’; het gaat in de psalm door met de woorden van Yahweh.

Het ‘Vandaag’ keert terug in 3:13, 3:15 en 4:7.

Zie ook Ps. 95:7–11.

8verhard jullie harten niet, zoals bij de verbittering, op de dag van de beproeving in de woestijn,
μὴ
(me)
niet
σκληρύνητε
(sklerynete)
verhardt
τὰς
(tas)
de
καρδίας
(kardias)
harten
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ὡς
(hos)
zoals
ἐν
(en)
bij
τῷ
(to)
de
παραπικρασμῷ
(parapikrasmo)
verbittering
κατὰ
(kata)
op
τὴν
(ten)
de
ἡμέραν
(hemeran)
dag
τοῦ
(tou)
van de
πειρασμοῦ
(peirasmou)
beproeving
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐρήμῳ
(eremo)
woestijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

σκληρύνω (skleryno), ‘verharden’.

Het Hebreeuws van de psalm heeft twee plaatsnamen: Meriba (מְרִיבָה, meriva), ‘twist’, en Massa (מַסָּה, massa), ‘proeven, beproeving’.

Hebreeën vertaalt ze met παραπικρασμός (parapikrasmos), ‘verbittering’, en πειρασμός (peirasmos), ‘beproeving’.

Vanaf hier spreekt Yahweh Zelf in de eerste persoon; zoals in Ps. 95:8–11 staan deze woorden rood.

Zie ook Exod. 17:7; Num. 20:13.

9waar jullie vaders Mij op de proef stelden, bij een toetsing, en Mijn werken zagen
οὗ
(hou)
waar
ἐπείρασαν
(epeirasan)
op de proef stelden
οἱ
(hoi)
de
πατέρες
(pateres)
vaders
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἐν
(en)
bij
δοκιμασίᾳ
(dokimasia)
een toetsing
καὶ
(kai)
en
εἶδον
(eidon)
zagen
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
μου
(mou)
Mijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft bij ‘op de proef stelden’ geen lijdend voorwerp; wij vullen ‘Mij’ aan, zoals het Hebreeuws van Ps. 95:9 heeft. δοκιμασία (dokimasia), ‘toetsing’: ons Hebreeuws heeft ‘zij toetsten Mij’.

‘Zagen Mijn werken’: zie Num. 14:22.

Zie ook Num. 14:22.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ‘op de proef stelden’ (ἐπείρασαν) en bij ‘bij een toetsing’ (ἐν δοκιμασίᾳ).

Wij volgen de SBLGNT.

10veertig jaar lang. Daarom walgde Ik van deze generatie en zei Ik: ‘Altijd dwalen zij met het hart. Zij hebben Mijn wegen niet gekend.’
τεσσεράκοντα
(tesserakonta)
veertig
ἔτη
(ete)
jaar
διὸ
(dio)
daarom
προσώχθισα
(prosochthisa)
walgde Ik
τῇ
(te)
van de
γενεᾷ
(genea)
generatie
ταύτῃ
(taute)
deze
καὶ
(kai)
en
εἶπον
(eipon)
zei Ik
Ἀεὶ
(Aei)
altijd
πλανῶνται
(planontai)
dwalen zij
τῇ
(te)
met het
καρδίᾳ
(kardia)
hart
αὐτοὶ
(autoi)
zij
δὲ
(de)
maar
οὐκ
(ouk)
niet
ἔγνωσαν
(egnosan)
hebben gekend
τὰς
(tas)
de
ὁδούς
(hodous)
wegen
μου
(mou)
Mijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Wij volgen de leestekens van de SBLGNT: ‘veertig jaar’ hoort bij ‘zagen Mijn werken’.

Ons Hebreeuws heeft ‘Veertig jaar lang walgde Ik van die generatie’, en in vers 17 hoort het ook bij ‘walgde’; het Grieks laat dus beide opvattingen toe. προσοχθίζω (prosochthizo), ‘walgen, afkeer hebben’. πλανάω (planao), ‘dwalen’.

‘Met het hart’ (τῇ καρδίᾳ): het hart is de zetel van denken en willen.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ‘deze’ (ταύτῃ) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ookHeb 3:17
11Zo zwoer Ik in Mijn toorn: ‘Nooit zullen zij in Mijn rust ingaan.’”
ὡς
(hos)
zo
ὤμοσα
(omosa)
Ik zwoer
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ὀργῇ
(orge)
toorn
μου
(mou)
Mijn
Εἰ
(Ei)
nooit
εἰσελεύσονται
(eiseleusontai)
zullen zij ingaan
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
κατάπαυσίν
(katapausin)
rust
μου
(mou)
Mijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὡς (hos), ‘zoals, zodat’: wij vertalen ‘Zo’; ons Hebreeuws heeft ‘daarom’.

De Griekse woorden εἰ εἰσελεύσονται (ei eiseleusontai) zijn letterlijk ‘als zij ingaan’: een eedformule uit het Hebreeuws, die betekent ‘zij zullen zeker niet ingaan’. κατάπαυσις (katapausis), ‘rust’: de plaats van rust; in Ps. 95:11 is dat het land.

Het woord keert terug in 4:1–11.

Zie ook Num. 14:23; Deut. 12:9.

Pas op voor een hart van ongeloof

12Kijk uit, broers, dat er niet ooit in iemand van jullie een boos hart van ongeloof is, dat zich afkeert van de levende Elohim.
βλέπετε
(blepete)
kijk uit
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
μήποτε
(mepote)
opdat niet ooit
ἔσται
(estai)
zal zijn
ἔν
(en)
in
τινι
(tini)
iemand
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
καρδία
(kardia)
hart
πονηρὰ
(ponera)
boos
ἀπιστίας
(apistias)
van ongeloof
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
ἀποστῆναι
(apostenai)
afvallen
ἀπὸ
(apo)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
ζῶντος
(zontos)
levende
Bron: SBLGNT
Uitleg

βλέπω (blepo), ‘uitkijken, oppassen’. ἀπιστία (apistia), ‘ongeloof’. ἀφίστημι (aphistemi), ‘afvallen, zich afkeren’.

‘De levende Elohim’ (θεὸς ζῶν, theos zon): Hij is niet dood als de afgoden.

13Maar spoor elkaar elke dag aan, zolang het ‘Vandaag’ genoemd wordt, opdat niemand van jullie verhard wordt door het bedrog van de zonde.
ἀλλὰ
(alla)
maar
παρακαλεῖτε
(parakaleite)
spoort aan
ἑαυτοὺς
(heautous)
elkaar
καθ’
(kath’)
elke
ἑκάστην
(hekasten)
enkele
ἡμέραν
(hemeran)
dag
ἄχρις
(achris)
zolang
οὗ
(hou)
dat
τὸ
(to)
het
Σήμερον
(Semeron)
Vandaag
καλεῖται
(kaleitai)
wordt genoemd
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
σκληρυνθῇ
(sklerynthe)
verhard wordt
τις
(tis)
iemand
ἐξ
(ex)
uit
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἀπάτῃ
(apate)
door bedrog
τῆς
(tes)
van de
ἁμαρτίας
(hamartias)
zonde
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρακαλέω (parakaleo), ‘aansporen, bemoedigen’. ἑαυτούς (heautous) is letterlijk ‘uzelf’; hier ‘elkaar’. ἀπάτη (apate), ‘bedrog’: de zonde laat het anders voorkomen dan het is.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ‘iemand uit jullie’ (τις ἐξ ὑμῶν) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

14Want wij zijn deelhebbers aan de Messias geworden, als wij het begin van de grondslag tot het einde stevig vasthouden.
μέτοχοι
(metochoi)
deelhebbers
γὰρ
(gar)
want
τοῦ
(tou)
aan de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
γεγόναμεν
(gegonamen)
wij zijn geworden
ἐάνπερ
(eanper)
als tenminste
τὴν
(ten)
het
ἀρχὴν
(archen)
begin
τῆς
(tes)
van de
ὑποστάσεως
(hypostaseos)
grondslag
μέχρι
(mechri)
tot
τέλους
(telous)
einde
βεβαίαν
(bebaian)
vast
κατάσχωμεν
(kataschomen)
wij vasthouden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑπόστασις (hypostasis), ‘grondslag’: wat onder iets ligt en het draagt; het woord kan ook ‘zekerheid, vertrouwen’ betekenen (zie 1:3 en 11:1).

‘Het begin van de grondslag’ is de grond waarop wij in het begin staan, of ons eerste vertrouwen. ἐάνπερ (eanper), ‘als tenminste’. βεβαίαν (bebaian), ‘vast’.

‘Deelhebbers aan de Messias’ kan ook ‘deelhebbers met de Messias’ zijn.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ‘aan de Messias … geworden’ (τοῦ Χριστοῦ γεγόναμεν) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

15Zolang gezegd wordt: „Vandaag, als jullie Zijn stem horen, verhard jullie harten niet, zoals bij de verbittering.”
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
λέγεσθαι
(legesthai)
gezegd worden
Σήμερον
(Semeron)
vandaag
ἐὰν
(ean)
als
τῆς
(tes)
van de
φωνῆς
(phones)
stem
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἀκούσητε
(akousete)
jullie horen
Μὴ
(Me)
niet
σκληρύνητε
(sklerynete)
verhardt
τὰς
(tas)
de
καρδίας
(kardias)
harten
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ὡς
(hos)
zoals
ἐν
(en)
bij
τῷ
(to)
de
παραπικρασμῷ
(parapikrasmo)
verbittering
Bron: SBLGNT
Uitleg

Hier herhaalt Hebreeën de aanhaling van vers 7–8.

Het Grieks zegt niet wie spreekt; de woorden staan zwart. παραπικρασμός (parapikrasmos), ‘verbittering’: zie vers 8.

16Wie waren het immers die hoorden en toch verbitterden? Waren het niet allen die door Mozes uit Egypte waren uitgetrokken?
τίνες
(tines)
wie
γὰρ
(gar)
want
ἀκούσαντες
(akousantes)
gehoord hebbend
παρεπίκραναν
(parepikranan)
verbitterden
ἀλλ’
(all’)
maar
οὐ
(ou)
niet
πάντες
(pantes)
allen
οἱ
(hoi)
die
ἐξελθόντες
(exelthontes)
uitgetrokken zijn
ἐξ
(ex)
uit
Αἰγύπτου
(Aigyptou)
Egypte
διὰ
(dia)
door
Μωϋσέως
(Moyseos)
Mozes
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

παραπικραίνω (parapikraino), ‘verbitteren’: zij verbitterden Elohim.

Het Grieks laat open of τίνες (tines) ‘wie?’ is, zoals wij vertalen, of τινές ‘sommigen’; dan luidt de zin: ‘Sommigen verbitterden na het horen, maar niet allen die uit Egypte uitgetrokken waren.’

Zie ook Num. 14:2; Num. 14:22.

17En van wie walgde Hij veertig jaar? Was het niet van hen die gezondigd hadden, wier lijken in de woestijn vielen?
τίσιν
(tisin)
aan wie
δὲ
(de)
maar
προσώχθισεν
(prosochthisen)
walgde Hij
τεσσεράκοντα
(tesserakonta)
veertig
ἔτη
(ete)
jaar
οὐχὶ
(ouchi)
niet
τοῖς
(tois)
van hen die
ἁμαρτήσασιν
(hamartesasin)
gezondigd hebben
ὧν
(hon)
van wie
τὰ
(ta)
de
κῶλα
(kola)
lijken
ἔπεσεν
(epesen)
vielen
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐρήμῳ
(eremo)
woestijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

κῶλον (kolon), ‘lid, ledemaat’: het gaat om de lichamen die in de woestijn vielen; ons Hebreeuws van Num. 14:29 heeft ‘lijken’ (פְּגָרִים, pegarim). ἁμαρτάνω (hamartano), ‘zondigen’.

De veertig jaar: Num. 14:33–34.

Zie ook Num. 14:29; Num. 14:33–34.

18En aan wie zwoer Hij dat zij niet in Zijn rust zouden ingaan, als niet aan hen die ongehoorzaam waren?
τίσιν
(tisin)
aan wie
δὲ
(de)
maar
ὤμοσεν
(omosen)
zwoer Hij
μὴ
(me)
niet
εἰσελεύσεσθαι
(eiseleusesthai)
zouden ingaan
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
κατάπαυσιν
(katapausin)
rust
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
εἰ
(ei)
als
μὴ
(me)
niet
τοῖς
(tois)
aan hen die
ἀπειθήσασιν
(apeithesasin)
ongehoorzaam waren
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὄμνυμι (omnymi), ‘zweren’: Elohim zwoer in Num. 14:23 en 14:30 dat zij het land niet zouden zien. ἀπειθέω (apeitheo), ‘ongehoorzaam zijn’; het tegenovergestelde van πείθω, ‘overtuigen’.

Zie ook 4:6 en 4:11.

Zie ook Num. 14:23; Num. 14:30.

19En wij zien dat zij vanwege ongeloof niet konden ingaan.
καὶ
(kai)
en
βλέπομεν
(blepomen)
wij zien
ὅτι
(hoti)
dat
οὐκ
(ouk)
niet
ἠδυνήθησαν
(edynethesan)
zij konden
εἰσελθεῖν
(eiselthein)
ingaan
δι’
(di’)
vanwege
ἀπιστίαν
(apistian)
ongeloof
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπιστία (apistia), ‘ongeloof’.

Het vers noemt de oorzaak: ongeloof.

Dit vers sluit de gedachte van de verzen 12–19 af en leidt naar 4:1.