2 Johannes 1
Wandelen in waarheid en liefde; hoed jullie voor verleiders
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Aanhef
ὁ πρεσβύτερος (ho presbyteros), ‘de oudere’: de schrijver noemt zijn naam niet.
Het woord betekent ‘oudere’ en ook ‘oudste’; in Hand. 15:2 is het de titel van gemeentelijke leiders (‘ouderlingen’).
Wij houden hier ‘de oudere’, zoals ook in 3 Joh. 1.
ἐκλεκτῇ κυρίᾳ (eklekte kyria), ‘uitverkoren vrouwe’: de tekst zegt niet of een gemeente of een persoon wordt aangesproken. In vers 13 heet ‘haar zuster’ ook ‘uitverkoren’. Het woord κυρία is het vrouwelijke van κύριος, ‘heer’. ‘Haar kinderen’ zijn de leden of de kinderen van de vrouwe.
ἐν ἀληθείᾳ (en aletheia), ‘in waarheid’: zonder lidwoord. ἀλήθεια (aletheia), ‘waarheid’, staat in deze korte brief vijf keer.
Zie ook Hand. 15:2.
χάρις ἔλεος εἰρήνη (charis eleos eirene), ‘genade, barmhartigheid, vrede’: een groet die in de brieven van Paulus voorkomt als ‘genade en vrede’ (bijv.
Gal. 1:3); met ‘barmhartigheid’ ook in 1 Tim. 1:2 en 2 Tim. 1:2.
‘De Zoon van de Vader’ (ὁ υἱὸς τοῦ πατρός): de Zoon in Zijn verhouding tot de Vader.
‘In waarheid en liefde’ hoort bij de groet.
De SBLGNT markeert hier een variant bij het voorzetsel ‘van’ (παρά) voor ‘Yeshua de Messias’; wij volgen de SBLGNT.
Zie ook Gal. 1:3; 1 Tim. 1:2; 2 Tim. 1:2.
Wandelen in waarheid en liefde
ἐχάρην (echaren), ‘ik heb mij verheugd’: vergelijk 3 Joh. 3. ἐκ τῶν τέκνων σου (ek ton teknon sou), ‘onder jouw kinderen’: letterlijk ‘uit jouw kinderen’; sommigen, niet allen. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: zie 1 Joh. 1:6. ἐντολή (entole), ‘gebod’; ‘een gebod van de Vader’: vergelijk de verzen 5 en 6.
ἐρωτάω (erotao), ‘verzoeken’: een vriendelijke vraag.
Het ‘oude’ gebod, dat in 1 Joh. 2:7–8 ‘nieuw’ en ‘oud’ heet, is het gebod om elkaar lief te hebben.
De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘nieuw … ik schrijf je’; wij volgen de SBLGNT.
Zie ook Joh. 13:34.
‘Daarin’ (ἐν αὐτῇ, en aute): het Griekse voornaamwoord is vrouwelijk en kan op ‘de liefde’ (ἀγάπη) of op ‘het gebod’ (ἐντολή) slaan; beide woorden zijn vrouwelijk.
Vergelijk 1 Joh. 5:3.
De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘het gebod is’; wij volgen de SBLGNT.
Verleiders
πλάνος (planos), ‘verleider’: iemand die laat dwalen; zie πλανάω in 1 Joh. 1:8. ὁμολογέω (homologeo), ‘belijden’: zie 1 Joh. 1:9. Ἰησοῦν Χριστὸν ἐρχόμενον ἐν σαρκί (Iesoun Christon erchomenon en sarki), ‘Yeshua de Messias komend in het vlees’: het Grieks heeft de tegenwoordige tijd (komend), terwijl 1 Joh. 4:2 de voltooide tijd heeft (gekomen). ἀντίχριστος (antichristos), ‘antichrist’: zie 1 Joh. 2:18.
De SBLGNT markeert hier een variant bij het werkwoord ‘zijn uitgegaan’ (ἐξῆλθον); wij volgen de SBLGNT.
βλέπω (blepo), ‘zien’, hier ‘toezien’, ‘oppassen’. μισθός (misthos), ‘loon’. πλήρης (pleres), ‘volledig’.
De SBLGNT markeert hier varianten bij ‘jullie verliezen’, bij ‘wij hebben gewerkt’ en bij ‘jullie ontvangen’; wij volgen de SBLGNT.
διδαχή (didache), ‘onderwijs’: zoals in Hand. 2:42. ἡ διδαχὴ τοῦ Χριστοῦ (he didache tou Christou), ‘het onderwijs van de Messias’: de genitief kan ‘het onderwijs dat de Messias gaf’ of ‘het onderwijs over de Messias’ betekenen. προάγω (proago), ‘vooruitgaan’, ‘verdergaan’: verder gaan dan het onderwijs.
De SBLGNT markeert hier varianten bij het werkwoord ‘verdergaat’ (προάγων) en bij het woord ‘onderwijs’ (διδαχῇ); wij volgen de SBLGNT.
Zie ook Hand. 2:42.
χαίρειν (chairein), ‘wees gegroet’: letterlijk ‘verheug u’, de gewone groet in een brief (zie Jak. 1:1).
Wie iemand zo begroet, heet in vers 11 deel te hebben aan zijn werken. οἰκία (oikia), ‘huis’: mogelijk het huis waar de gemeente samenkwam; de tekst zegt het niet.
Zie ook Jak. 1:1.
κοινωνέω (koinoneo), ‘gemeenschap hebben met’, ‘deelhebben aan’: verwant aan κοινωνία, ‘gemeenschap’ (1 Joh. 1:3). πονηρός (poneros), ‘boos’.
De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘wie … want’ (λέγων γάρ); wij volgen de SBLGNT.
Slot
χάρτης (chartes), ‘papier’: papyrus. μέλαν (melan), ‘inkt’: letterlijk ‘het zwarte’. στόμα πρὸς στόμα (stoma pros stoma), ‘van mond tot mond’: persoonlijk. χαρά (chara), ‘vreugde’: zie 1 Joh. 1:4.
De SBLGNT markeert hier varianten bij ‘te komen’ (γενέσθαι), bij ‘jullie’ (ὑμῶν) en bij ‘vervuld is’; wij volgen de SBLGNT.
ἀσπάζομαι (aspazomai), ‘groeten’.
Wie met ‘jouw uitverkoren zuster’ bedoeld wordt, zegt de tekst niet; zie vers 1.
De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘uitverkoren’ (ἐκλεκτῆς); wij volgen de SBLGNT.