Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Alles is damp
1De woorden van Qohelet, de zoon van David, koning in Jeruzalem.
דִּבְרֵי֙
(divrei)
de woorden van
קֹהֶ֣לֶת
(qohelet)
Qohelet
בֶּן
(ben)
de zoon van
דָּוִ֔ד
(david)
David
מֶ֖לֶךְ
(melekh)
koning
בִּירוּשָׁלִָֽם
(birushaliam)
in Jeruzalem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
קֹהֶלֶת (qohelet), ‘Qohelet’: afgeleid van קָהָל (qahal), ‘vergadering’.
Het woord betekent iets als ‘verzamelaar’ of ‘spreker voor de vergadering’.
Traditioneel wordt het vertaald met ‘Prediker’.
In dit vers wordt over Qohelet gesproken in de derde persoon. Vanaf vers 2 spreekt hij zelf in de ‘ik’-vorm. De naam Salomo staat er niet.
13Ik gaf mijn hart om met wijsheid te onderzoeken en te doorzoeken alles wat onder de hemel gebeurt. Het is een kwade bezigheid, die Elohim aan de mensenkinderen gegeven heeft om zich ermee bezig te houden.
וְנָתַ֣תִּי
(venatati)
en ik gaf
אֶת
(et)
(obj.)
לִבִּ֗י
(libi)
mijn hart
לִדְר֤וֹשׁ
(lidrosh)
om te onderzoeken
וְלָתוּר֙
(velatur)
en te doorzoeken
בַּֽחָכְמָ֔ה
(bachakhema)
met wijsheid
עַ֛ל
(al)
over
כָּל
(kal)
alles
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
wat
נַעֲשָׂ֖ה
(naasa)
gedaan wordt
תַּ֣חַת
(tachat)
onder
הַשָּׁמָ֑יִם
(hashamayim)
de hemel
ה֣וּא
(hu)
het
עִנְיַ֣ן
(inyan)
bezigheid
רָ֗ע
(ra)
kwade
נָתַ֧ן
(natan)
heeft gegeven
אֱלֹהִ֛ים
(Elohim)
Elohim
לִבְנֵ֥י
(livnei)
aan de kinderen van
הָאָדָ֖ם
(haadam)
de mens
לַעֲנ֥וֹת
(laanot)
om bezig te zijn
בּֽוֹ
(bo)
ermee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הָאֱלֹהִים (ha’Elohim), ‘Elohim’: in dit boek staat vrijwel altijd het lidwoord bij Elohim.
Wij vertalen steeds ‘Elohim’.
עִנְיָן (inyan), ‘bezigheid’: een taak waar men zich mee bezighoudt. Zo ook 2:23, 2:26, 3:10.
לַעֲנוֹת בּוֹ (la’anot bo), ‘om zich ermee bezig te houden’: letterlijk ‘om erin bezig te zijn’. Dit kan ook ‘om er mee te worstelen’ betekenen.
בְּנֵי הָאָדָם (bene ha’adam), ‘mensenkinderen’: de mensen, de mensheid.
16Ik sprak met mijn hart en zei: „Zie, ik heb wijsheid groot gemaakt en vermeerderd boven allen die vóór mij over Jeruzalem waren.” En mijn hart heeft veel wijsheid en kennis gezien.
דִּבַּ֨רְתִּי
(dibarti)
ik sprak
אֲנִ֤י
(ani)
ik
עִם
(im)
met
לִבִּי֙
(libi)
mijn hart
לֵאמֹ֔ר
(lemor)
zeggende
אֲנִ֗י
(ani)
ik
הִנֵּ֨ה
(hine)
zie
הִגְדַּ֤לְתִּי
(higdalti)
ik heb groot gemaakt
וְהוֹסַ֨פְתִּי֙
(vehosafti)
en vermeerderd
חָכְמָ֔ה
(chakhema)
wijsheid
עַ֛ל
(al)
boven
כָּל
(kal)
allen
אֲשֶׁר
(asher)
die
הָיָ֥ה
(haya)
waren
לְפָנַ֖י
(lefanay)
vóór mij
עַל
(al)
over
יְרוּשָׁלִָ֑ם
(yerushaliam)
Jeruzalem
וְלִבִּ֛י
(velibi)
en mijn hart
רָאָ֥ה
(raa)
heeft gezien
הַרְבֵּ֖ה
(harbe)
veel
חָכְמָ֥ה
(chakhema)
wijsheid
וָדָֽעַת
(vadaat)
en kennis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.