Het recht van de apostel en zijn afstand ervan: allen alles geworden, de wedstrijd
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Het recht van de apostel
1Ben ik niet vrij? Ben ik niet een apostel? Heb ik Yeshua, onze Heer, niet gezien? Zijn jullie niet mijn werk in de Heer?
Οὐκ
(Ouk)
niet
εἰμὶ
(eimi)
ben ik
ἐλεύθερος
(eleutheros)
vrij
οὐκ
(ouk)
niet
εἰμὶ
(eimi)
ben ik
ἀπόστολος
(apostolos)
apostel
οὐχὶ
(ouchi)
niet
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
τὸν
(ton)
de
κύριον
(kyrion)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
ἑόρακα
(heoraka)
heb ik gezien
οὐ
(ou)
niet
τὸ
(to)
het
ἔργον
(ergon)
werk
μου
(mou)
mijn
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἐστε
(este)
zijn
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐλεύθερος (eleutheros), ‘vrij’. ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: iemand die gezonden is. ἑόρακα (heoraka), ‘ik heb gezien’: de Griekse tijd wijst op een gebeurtenis die blijvend is.
Paulus bedoelt zijn ontmoeting met de verrezen Yeshua; zie 1 Kor. 15:8 en Hand. 9:3–6. ἔργον (ergon), ‘werk’. ἐν κυρίῳ (en kyrio), ‘in de Heer’: de Heer is Yeshua.
2Als ik voor anderen geen apostel ben, dan ben ik het toch zeker voor jullie. Want jullie zijn in de Heer het zegel van mijn apostelschap.
εἰ
(ei)
als
ἄλλοις
(allois)
voor anderen
οὐκ
(ouk)
niet
εἰμὶ
(eimi)
ben ik
ἀπόστολος
(apostolos)
apostel
ἀλλά
(alla)
maar
γε
(ge)
toch
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
εἰμι
(eimi)
ben ik het
ἡ
(he)
het
γὰρ
(gar)
want
σφραγίς
(sphragis)
zegel
μου
(mou)
van mij
τῆς
(tes)
van het
ἀποστολῆς
(apostoles)
apostelschap
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἐστε
(este)
zijn
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg
σφραγίς (sfragis), ‘zegel’: een stempel die echtheid aantoont.
De gemeente in Korinte bewijst dat Paulus’ apostelschap echt is.
3Dit is mijn verdediging tegenover wie mij onderzoeken.
Ἡ
(He)
de
ἐμὴ
(eme)
mijn
ἀπολογία
(apologia)
verdediging
τοῖς
(tois)
tegenover wie
ἐμὲ
(eme)
mij
ἀνακρίνουσίν
(anakrinousin)
onderzoeken
ἐστιν
(estin)
is
αὕτη
(haute)
dit
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀπολογία (apologia), ‘verdediging’. ἀνακρίνω (anakrino), ‘onderzoeken’: ook ‘ondervragen, ter verantwoording roepen’; zo ook in 1 Kor. 2:14–15 en 4:3–4.
4Hebben wij dan niet het recht om te eten en te drinken?
μὴ
(me)
dan
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχομεν
(echomen)
hebben wij
ἐξουσίαν
(exousian)
recht
φαγεῖν
(phagein)
te eten
καὶ
(kai)
en
πεῖν
(pein)
te drinken
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐξουσία (exousia), ‘recht’: ook ‘bevoegdheid, vrijheid, gezag’.
Het woord staat in dit hoofdstuk in de verzen 4, 5, 6, 12 en 18 en betekent steeds het recht dat Paulus als apostel heeft.
Wij houden ‘recht’ waar het om een bevoegdheid gaat (ook 8:9) en ‘gezag’ waar het om zeggenschap gaat (11:10; 15:24). μὴ οὐκ (me ouk) leidt een vraag in waarop het antwoord ‘ja’ moet zijn.
Paulus zegt hier ‘wij’, ook in de verzen 5, 6, 11 en 12; vanaf vers 15 zegt hij ‘ik’.
7Wie dient ooit als soldaat op eigen kosten? Wie plant een wijngaard en eet niet van zijn vrucht? Wie weidt een kudde en eet niet van de melk van de kudde?
τίς
(tis)
wie
στρατεύεται
(strateuetai)
dient als soldaat
ἰδίοις
(idiois)
op eigen
ὀψωνίοις
(opsoniois)
kosten
ποτέ
(pote)
ooit
τίς
(tis)
wie
φυτεύει
(phyteuei)
plant
ἀμπελῶνα
(ampelona)
wijngaard
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
de
καρπὸν
(karpon)
vrucht
αὐτοῦ
(autou)
ervan
οὐκ
(ouk)
niet
ἐσθίει
(esthiei)
eet
τίς
(tis)
wie
ποιμαίνει
(poimainei)
weidt
ποίμνην
(poimnen)
kudde
καὶ
(kai)
en
ἐκ
(ek)
van
τοῦ
(tou)
de
γάλακτος
(galaktos)
melk
τῆς
(tes)
van de
ποίμνης
(poimnes)
kudde
οὐκ
(ouk)
niet
ἐσθίει
(esthiei)
eet
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὀψώνιον (opsonion), ‘soldij’: het loon of onderhoud van een soldaat; ‘op eigen kosten’ is: zelf de soldij betalen. ποιμαίνω (poimaino), ‘weiden’: een kudde hoeden.
8Zeg ik dit naar menselijke maat? Of zegt de wet dit ook niet?
Μὴ
(Me)
niet
κατὰ
(kata)
naar
ἄνθρωπον
(anthropon)
mens
ταῦτα
(tauta)
dit
λαλῶ
(lalo)
zeg ik
ἢ
(e)
of
καὶ
(kai)
ook
ὁ
(ho)
de
νόμος
(nomos)
wet
ταῦτα
(tauta)
dit
οὐ
(ou)
niet
λέγει
(legei)
zegt
Bron: SBLGNT
Uitleg
κατὰ ἄνθρωπον (kata anthropon), ‘naar menselijke maat’: zoals mensen redeneren. νόμος (nomos), ‘wet’: hier de tora, de eerste vijf boeken en het onderwijs van Mozes.
9Want in de wet van Mozes staat geschreven: „Je mag een dorsende stier niet muilbanden.” Is Elohim soms bezorgd om de stieren?
ἐν
(en)
in
γὰρ
(gar)
want
τῷ
(to)
de
Μωϋσέως
(Moyseos)
van Mozes
νόμῳ
(nomo)
wet
γέγραπται
(gegraptai)
is geschreven
Οὐ
(Ou)
niet
κημώσεις
(kemoseis)
zult muilbanden
βοῦν
(boun)
stier
ἀλοῶντα
(aloonta)
dorsend
μὴ
(me)
soms
τῶν
(ton)
de
βοῶν
(boon)
stieren
μέλει
(melei)
is bezorgd
τῷ
(to)
de
θεῷ
(theo)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg
Aanhaling van Deut. 25:4.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Je mag een stier niet muilbanden als hij aan het dorsen is’.
De Griekse tekst heeft: ‘Je mag een dorsende stier niet muilbanden’. κημόω (kemoo), ‘muilbanden’: de bek dichtbinden. μέλει (melei), ‘bezorgd zijn om’.
De vraag verwacht ‘nee’: Paulus bedoelt dat het gebod meer dan de dieren raakt.
10Of zegt Hij het zeker ter wille van ons? Want ter wille van ons is het geschreven dat de ploeger moet ploegen in hoop, en de dorser in de hoop deel te krijgen.
ἢ
(e)
of
δι’
(di’)
ter wille van
ἡμᾶς
(hemas)
ons
πάντως
(pantos)
zeker
λέγει
(legei)
zegt Hij
δι’
(di’)
ter wille van
ἡμᾶς
(hemas)
ons
γὰρ
(gar)
want
ἐγράφη
(egraphe)
is geschreven
ὅτι
(hoti)
dat
ὀφείλει
(opheilei)
moet
ἐπ’
(ep’)
in
ἐλπίδι
(elpidi)
hoop
ὁ
(ho)
de
ἀροτριῶν
(arotrion)
ploeger
ἀροτριᾶν
(arotrian)
ploegen
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
ἀλοῶν
(aloon)
dorser
ἐπ’
(ep’)
in
ἐλπίδι
(elpidi)
hoop
τοῦ
(tou)
de
μετέχειν
(metechein)
deel te hebben
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het Grieks heeft bij ‘Hij zegt het’ geen onderwerp; wij lezen Elohim, de gever van de wet. πάντως (pantos), ‘zeker, in elk geval’. ἀροτριάω (arotriao), ‘ploegen’; ἀλοάω (aloao), ‘dorsen’.
Het Grieks laat het werkwoord bij ‘de dorser’ weg; wij laten het ook weg. μετέχω (metecho), ‘deelhebben’: een deel van de opbrengst krijgen.
11Als wij voor jullie het geestelijke gezaaid hebben, is het dan veel als wij van jullie het vleselijke zullen oogsten?
εἰ
(ei)
als
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
τὰ
(ta)
het
πνευματικὰ
(pneumatika)
geestelijke
ἐσπείραμεν
(espeiramen)
hebben gezaaid
μέγα
(mega)
veel
εἰ
(ei)
als
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
τὰ
(ta)
het
σαρκικὰ
(sarkika)
vleselijke
θερίσομεν
(therisomen)
zullen oogsten
Bron: SBLGNT
Uitleg
πνευματικά (pneumatika), ‘het geestelijke’: wat de Geest geeft, de boodschap. σαρκικά (sarkika), ‘het vleselijke’: wat bij het vlees hoort, de aardse en stoffelijke dingen zoals eten en geld; σάρξ (sarx), ‘vlees’. σπείρω (speiro), ‘zaaien’; θερίζω (therizo), ‘oogsten’.
12Als anderen aan dit recht op jullie deelhebben, wij dan niet nog meer? Maar wij hebben van dit recht geen gebruik gemaakt. Wij verdragen alles, om de goede boodschap van de Messias geen hindernis in de weg te leggen.
εἰ
(ei)
als
ἄλλοι
(alloi)
anderen
τῆς
(tes)
het
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
ἐξουσίας
(exousias)
recht
μετέχουσιν
(metechousin)
deelhebben
οὐ
(ou)
niet
μᾶλλον
(mallon)
meer
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
Ἀλλ’
(All’)
maar
οὐκ
(ouk)
niet
ἐχρησάμεθα
(echresametha)
hebben gebruikt
τῇ
(te)
het
ἐξουσίᾳ
(exousia)
recht
ταύτῃ
(taute)
dit
ἀλλὰ
(alla)
maar
πάντα
(panta)
alles
στέγομεν
(stegomen)
verdragen wij
ἵνα
(hina)
opdat
μή
(me)
niet
τινα
(tina)
enige
ἐγκοπὴν
(enkopen)
hindernis
δῶμεν
(domen)
wij geven
τῷ
(to)
aan de
εὐαγγελίῳ
(euangelio)
goede boodschap
τοῦ
(tou)
van de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐξουσία (exousia), ‘recht’: zie vers 4. στέγω (stego), ‘verdragen’: ook ‘dichthouden, dekken’. ἐγκοπή (enkope), ‘hindernis’: een belemmering in de weg.
13Weten jullie niet dat wie de heilige diensten verrichten, eten van wat van de tempel is? En dat wie bij het altaar dienen, met het altaar delen?
οὐκ
(ouk)
niet
οἴδατε
(oidate)
weten jullie
ὅτι
(hoti)
dat
οἱ
(hoi)
wie
τὰ
(ta)
de
ἱερὰ
(hiera)
heilige diensten
ἐργαζόμενοι
(ergazomenoi)
verrichten
τὰ
(ta)
het
ἐκ
(ek)
van
τοῦ
(tou)
de
ἱεροῦ
(hierou)
tempel
ἐσθίουσιν
(esthiousin)
eten
οἱ
(hoi)
wie
τῷ
(to)
bij het
θυσιαστηρίῳ
(thysiasterio)
altaar
παρεδρεύοντες
(paredreuontes)
dienen
τῷ
(to)
met het
θυσιαστηρίῳ
(thysiasterio)
altaar
συμμερίζονται
(symmerizontai)
delen
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἱερά (hiera), ‘heilige diensten’: de heilige dingen en taken van de tempel; ἱερόν (hieron), ‘tempel’. θυσιαστήριον (thysiasterion), ‘altaar’. συμμερίζομαι (symmerizomai), ‘samen delen’: de dienaars van het altaar krijgen een deel van de offers.
15Maar ik heb van niets hiervan gebruik gemaakt. Ik heb dit ook niet geschreven opdat het zo met mij gebeurt. Want het is voor mij beter te sterven dan … Niemand zal mijn roem ledig maken.
Ἐγὼ
(Ego)
ik
δὲ
(de)
maar
οὐ
(ou)
niet
κέχρημαι
(kechremai)
heb gebruikt
οὐδενὶ
(oudeni)
niets
τούτων
(touton)
hiervan
οὐκ
(ouk)
niet
ἔγραψα
(egrapsa)
heb ik geschreven
δὲ
(de)
maar
ταῦτα
(tauta)
dit
ἵνα
(hina)
opdat
οὕτως
(houtos)
zo
γένηται
(genetai)
gebeurt
ἐν
(en)
bij
ἐμοί
(emoi)
mij
καλὸν
(kalon)
goed
γάρ
(gar)
want
μοι
(moi)
voor mij
μᾶλλον
(mallon)
meer
ἀποθανεῖν
(apothanein)
te sterven
ἤ
(e)
dan
τὸ
(to)
de
καύχημά
(kauchema)
roem
μου
(mou)
mijn
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
κενώσει
(kenosei)
zal ledig maken
Bron: SBLGNT
Uitleg
κέχρημαι (kechremai), ‘ik heb gebruik gemaakt’. καύχημα (kauchema), ‘roem’.
De Griekse zin breekt na ‘dan’ af en gaat verder met een nieuwe zin; wij laten de breuk zien met ‘…’ en zetten ‘niemand’ in de nieuwe zin voorop. κενόω (kenoo), ‘ledig maken’: tot niets maken.
16Want als ik de goede boodschap breng, is dat voor mij geen reden tot roem. Want een dwang ligt op mij. Want wee mij als ik de goede boodschap niet breng!
ἐὰν
(ean)
als
γὰρ
(gar)
want
εὐαγγελίζωμαι
(euangelizomai)
ik de goede boodschap breng
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
μοι
(moi)
voor mij
καύχημα
(kauchema)
roem
ἀνάγκη
(ananke)
dwang
γάρ
(gar)
want
μοι
(moi)
voor mij
ἐπίκειται
(epikeitai)
ligt op
οὐαὶ
(ouai)
wee
γάρ
(gar)
want
μοί
(moi)
mij
ἐστιν
(estin)
is
ἐὰν
(ean)
als
μὴ
(me)
niet
εὐαγγελίσωμαι
(euangelisomai)
ik de goede boodschap breng
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀνάγκη (anagke), ‘dwang, noodzaak’: Paulus kan niet kiezen of hij de goede boodschap brengt. οὐαί (ouai), ‘wee’.
17Want als ik dit vrijwillig doe, heb ik loon. Maar als ik het onvrijwillig doe, is mij een beheer toevertrouwd.
εἰ
(ei)
als
γὰρ
(gar)
want
ἑκὼν
(hekon)
vrijwillig
τοῦτο
(touto)
dit
πράσσω
(prasso)
doe
μισθὸν
(misthon)
loon
ἔχω
(echo)
heb ik
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
ἄκων
(akon)
onvrijwillig
οἰκονομίαν
(oikonomian)
beheer
πεπίστευμαι
(pepisteumai)
is mij toevertrouwd
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἑκών (hekon), ‘vrijwillig’; ἄκων (akon), ‘onvrijwillig, tegen wil en dank’. μισθός (misthos), ‘loon’. οἰκονομία (oikonomia), ‘beheer’: de taak van een beheerder die het eigendom van een ander beheert. πεπίστευμαι (pepisteumai), ‘mij is toevertrouwd’.
18Wat is dan mijn loon? Dit: terwijl ik de goede boodschap breng, bied ik de goede boodschap zonder kosten aan. Zo gebruik ik mijn recht in de goede boodschap niet ten volle.
τίς
(tis)
wat
οὖν
(oun)
dan
μού
(mou)
mijn
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
het
μισθός
(misthos)
loon
ἵνα
(hina)
opdat
εὐαγγελιζόμενος
(euangelizomenos)
de goede boodschap brengend
ἀδάπανον
(adapanon)
zonder kosten
θήσω
(theso)
zal stellen
τὸ
(to)
de
εὐαγγέλιον
(euangelion)
goede boodschap
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
μὴ
(me)
niet
καταχρήσασθαι
(katachresasthai)
ten volle gebruiken
τῇ
(te)
het
ἐξουσίᾳ
(exousia)
recht
μου
(mou)
mijn
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
εὐαγγελίῳ
(euangelio)
goede boodschap
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀδάπανος (adapanos), ‘zonder kosten’. καταχράομαι (katachraomai), ‘ten volle gebruiken’: het Grieks kan ook ‘misbruiken’ betekenen.
Paulus kiest ervoor zijn recht niet ten volle te gebruiken.
Allen alles geworden
19Want hoewel ik vrij ben van allen, heb ik mijzelf aan allen tot knecht gemaakt, om de meesten te winnen.
Ἐλεύθερος
(Eleutheros)
vrij
γὰρ
(gar)
want
ὢν
(on)
zijnde
ἐκ
(ek)
van
πάντων
(panton)
allen
πᾶσιν
(pasin)
aan allen
ἐμαυτὸν
(emauton)
mijzelf
ἐδούλωσα
(edoulosa)
heb ik tot knecht gemaakt
ἵνα
(hina)
opdat
τοὺς
(tous)
de
πλείονας
(pleionas)
meesten
κερδήσω
(kerdeso)
ik win
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐδούλωσα (edoulosa), ‘ik heb tot knecht gemaakt’, van δοῦλος (doulos), ‘knecht’: letterlijk ‘slaaf’. κερδαίνω (kerdaino), ‘winnen’. τοὺς πλείονας (tous pleionas), ‘de meesten’: ook ‘meer’ of ‘een groter aantal’.
20Voor de Joden werd ik als een Jood, om Joden te winnen. Voor wie onder de wet zijn, werd ik als iemand onder de wet, om wie onder de wet zijn te winnen. Zelf ben ik niet onder de wet.
καὶ
(kai)
en
ἐγενόμην
(egenomen)
werd ik
τοῖς
(tois)
voor de
Ἰουδαίοις
(Ioudaiois)
Joden
ὡς
(hos)
als
Ἰουδαῖος
(Ioudaios)
Jood
ἵνα
(hina)
opdat
Ἰουδαίους
(Ioudaious)
Joden
κερδήσω
(kerdeso)
ik win
τοῖς
(tois)
voor wie
ὑπὸ
(hypo)
onder
νόμον
(nomon)
wet
ὡς
(hos)
als
ὑπὸ
(hypo)
onder
νόμον
(nomon)
wet
μὴ
(me)
niet
ὢν
(on)
zijnde
αὐτὸς
(autos)
zelf
ὑπὸ
(hypo)
onder
νόμον
(nomon)
wet
ἵνα
(hina)
opdat
τοὺς
(tous)
wie
ὑπὸ
(hypo)
onder
νόμον
(nomon)
wet
κερδήσω
(kerdeso)
ik win
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὑπὸ νόμον (hypo nomon), ‘onder de wet’: wie leeft onder de tora van Mozes.
‘Joden’ zijn hier Israëlieten die de wet houden.
Het Grieks heeft de tussenzin ‘hoewel ik zelf niet onder de wet ben’ midden in de zin; wij zetten hem als aparte zin erachter.
Paulus bedoelt dat hij zich in gewoonten aanpast, zonder zelf door de wet gebonden te zijn.
21Voor wie zonder wet zijn, werd ik als iemand zonder wet, om wie zonder wet zijn te winnen. Ik ben niet zonder wet voor Elohim, maar gebonden aan de wet van de Messias.
τοῖς
(tois)
voor wie
ἀνόμοις
(anomois)
zonder wet
ὡς
(hos)
als
ἄνομος
(anomos)
zonder wet
μὴ
(me)
niet
ὢν
(on)
zijnde
ἄνομος
(anomos)
zonder wet
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ἀλλ’
(all’)
maar
ἔννομος
(ennomos)
gebonden aan de wet
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
ἵνα
(hina)
opdat
κερδάνω
(kerdano)
ik win
τοὺς
(tous)
wie
ἀνόμους
(anomous)
zonder wet
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἄνομος (anomos), ‘zonder wet’: wie buiten de wet van Mozes staat, de volken. ἔννομος Χριστοῦ (ennomos Christou), ‘gebonden aan de wet van de Messias’: letterlijk ‘in de wet van de Messias’.
Het Grieks heeft ‘al ben ik niet zonder wet voor Elohim’ als tussenzin; wij maken er een aparte zin van.
23Alles doe ik ter wille van de goede boodschap, om er deelgenoot van te worden.
πάντα
(panta)
alles
δὲ
(de)
maar
ποιῶ
(poio)
doe ik
διὰ
(dia)
ter wille van
τὸ
(to)
de
εὐαγγέλιον
(euangelion)
goede boodschap
ἵνα
(hina)
opdat
συγκοινωνὸς
(synkoinonos)
deelgenoot
αὐτοῦ
(autou)
ervan
γένωμαι
(genomai)
ik word
Bron: SBLGNT
Uitleg
συγκοινωνός (synkoinonos), ‘deelgenoot’, van κοινωνία (koinonia), ‘gemeenschap’: Paulus wil zelf delen in de goede boodschap, in wat deze brengt.
De wedstrijd
24Weten jullie niet dat wie in het stadion hardlopen, allen wel lopen, maar dat één de prijs ontvangt? Loop zo dat jullie hem grijpen.
Οὐκ
(Ouk)
niet
οἴδατε
(oidate)
weten jullie
ὅτι
(hoti)
dat
οἱ
(hoi)
wie
ἐν
(en)
in
σταδίῳ
(stadio)
stadion
τρέχοντες
(trechontes)
hardlopen
πάντες
(pantes)
allen
μὲν
(men)
wel
τρέχουσιν
(trechousin)
lopen
εἷς
(heis)
één
δὲ
(de)
maar
λαμβάνει
(lambanei)
ontvangt
τὸ
(to)
de
βραβεῖον
(brabeion)
prijs
οὕτως
(houtos)
zo
τρέχετε
(trechete)
loop
ἵνα
(hina)
opdat
καταλάβητε
(katalabete)
jullie grijpen
Bron: SBLGNT
Uitleg
στάδιον (stadion), ‘stadion’: de renbaan. βραβεῖον (brabeion), ‘prijs’: de prijs van de winnaar. καταλαμβάνω (katalambano), ‘grijpen’: ook ‘bemachtigen, te pakken krijgen’.
Het Grieks noemt geen voorwerp; wij lezen de prijs en schrijven ‘hem’.
25Ieder die aan de wedstrijd meedoet, beheerst zich in alles. Zij doen dat om een vergankelijke krans te ontvangen, maar wij een onvergankelijke.
πᾶς
(pas)
ieder
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
die
ἀγωνιζόμενος
(agonizomenos)
meedoet aan de wedstrijd
πάντα
(panta)
alles
ἐγκρατεύεται
(enkrateuetai)
beheerst zich
ἐκεῖνοι
(ekeinoi)
zij
μὲν
(men)
wel
οὖν
(oun)
dan
ἵνα
(hina)
opdat
φθαρτὸν
(phtharton)
vergankelijke
στέφανον
(stephanon)
krans
λάβωσιν
(labosin)
ze ontvangen
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
δὲ
(de)
maar
ἄφθαρτον
(aphtharton)
onvergankelijke
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀγωνίζομαι (agonizomai), ‘meedoen aan een wedstrijd, strijden’. ἐγκρατεύομαι (enkrateuomai), ‘zich beheersen’: zich onthouden van wat de wedstrijd schaadt; verwant met ἐγκράτεια (enkrateia), ‘zelfbeheersing’ in Gal. 5:23. στέφανος (stefanos), ‘krans’: de prijs van de winnaar. φθαρτός (fthartos), ‘vergankelijk’; ἄφθαρτος (afthartos), ‘onvergankelijk’.
26Ik loop dus zo, niet in het ongewisse. Ik bokst zo, niet als iemand die lucht slaat.
ἐγὼ
(ego)
ik
τοίνυν
(toinyn)
dus
οὕτως
(houtos)
zo
τρέχω
(trecho)
loop
ὡς
(hos)
als
οὐκ
(ouk)
niet
ἀδήλως
(adelos)
in het ongewisse
οὕτως
(houtos)
zo
πυκτεύω
(pykteuo)
bokst ik
ὡς
(hos)
als
οὐκ
(ouk)
niet
ἀέρα
(aera)
lucht
δέρων
(deron)
slaand
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀδήλως (adelos), ‘in het ongewisse’: ook ‘zonder duidelijk doel’. πυκτεύω (pykteuo), ‘boksen’. ἀέρα δέρων (aera deron), ‘lucht slaand’: een bokser die in de lucht slaat en niemand raakt.
27Maar ik tuchtig mijn lichaam en maak het tot knecht, opdat ik niet, nadat ik aan anderen heb verkondigd, zelf afgekeurd word.
ἀλλὰ
(alla)
maar
ὑπωπιάζω
(hypopiazo)
tuchtig ik
μου
(mou)
mijn
τὸ
(to)
het
σῶμα
(soma)
lichaam
καὶ
(kai)
en
δουλαγωγῶ
(doulagogo)
maak het tot knecht
μή
(me)
niet
πως
(pos)
op enige wijze
ἄλλοις
(allois)
aan anderen
κηρύξας
(keryxas)
verkondigd hebbend
αὐτὸς
(autos)
zelf
ἀδόκιμος
(adokimos)
afgekeurd
γένωμαι
(genomai)
ik word
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὑπωπιάζω (hypopiazo), ‘tuchtigen’: letterlijk ‘onder het oog slaan’, een blauw oog slaan; een woord uit het boksen. δουλαγωγέω (doulagogeo), ‘tot knecht maken’: letterlijk ‘als knecht wegleiden’. κηρύσσω (kerysso), ‘verkondigen’: als heraut uitroepen. ἀδόκιμος (adokimos), ‘afgekeurd’: niet de toets doorstaan.
Paulus bedoelt dat hij zelf niet buiten de prijs wil vallen.