Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Het boek van het verbond: de rechtsregels
1„Dit zijn de rechtsregels die je hun moet voorleggen:
וְאֵ֨לֶּה֙
(veele)
en dit zijn
הַמִּשְׁפָּטִ֔ים
(hamishpatim)
de rechtsregels
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
תָּשִׂ֖ים
(tasim)
je zult voorleggen
לִפְנֵיהֶֽם
(lifneihem)
voor hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Hier begint het ‘boek van het verbond’ (24:7), de rechtsregels van 21:1–23:33.
Deze toespraak van Yahweh loopt door tot 23:33.
Naar de Hebreeuwse tekst eindigt dit hoofdstuk met vers 37.
De meeste Nederlandse vertalingen tellen dit als 22:1; de verzen 22:1–30 hier komen dus overeen met 22:2–31 elders.
4Als zijn heer hem een vrouw heeft gegeven en zij hem zonen of dochters heeft gebaard, dan blijven de vrouw en haar kinderen van haar heer, en gaat hij alleen weg.
אִם
(im)
als
אֲדֹנָיו֙
(adonav)
zijn heer
יִתֶּן
(yiten)
geeft
ל֣וֹ
(lo)
hem
אִשָּׁ֔ה
(isha)
een vrouw
וְיָלְדָה
(veyaleda)
en zij baart
ל֥וֹ
(lo)
hem
בָנִ֖ים
(banim)
zonen
א֣וֹ
(o)
of
בָנ֑וֹת
(banot)
dochters
הָאִשָּׁ֣ה
(haisha)
de vrouw
וִילָדֶ֗יהָ
(viladeiha)
en haar kinderen
תִּהְיֶה֙
(tihye)
zullen zijn
לַֽאדֹנֶ֔יהָ
(ladoneiha)
van haar heer
וְה֖וּא
(vehu)
en hij
יֵצֵ֥א
(yetse)
zal uitgaan
בְגַפּֽוֹ
(begapo)
alleen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Maar als de slaaf nadrukkelijk zegt: ‘Ik heb mijn heer lief, mijn vrouw en mijn zonen; ik wil niet vrij weggaan,’
וְאִם
(veim)
en als
אָמֹ֤ר
(amor)
zeggen
יֹאמַר֙
(yomar)
zal zeggen
הָעֶ֔בֶד
(haeved)
de slaaf
אָהַ֨בְתִּי֙
(ahavti)
ik heb liefgehad
אֶת
(et)
(obj.)
אֲדֹנִ֔י
(adoni)
mijn heer
אֶת
(et)
(obj.)
אִשְׁתִּ֖י
(ishti)
mijn vrouw
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
בָּנָ֑י
(banay)
mijn zonen
לֹ֥א
(lo)
niet
אֵצֵ֖א
(etse)
zal ik uitgaan
חָפְשִֽׁי
(chafeshi)
vrij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6dan moet zijn heer hem voor Elohim brengen. Zijn heer moet hem bij de deur of de deurpost brengen en zijn oor met een els doorboren, en hij zal hem voor altijd dienen.
וְהִגִּישׁ֤וֹ
(vehigisho)
en zal brengen
אֲדֹנָיו֙
(adonav)
zijn heer
אֶל
(el)
naar
הָ֣אֱלֹהִ֔ים
(haElohim)
Elohim
וְהִגִּישׁוֹ֙
(vehigisho)
en hij zal brengen
אֶל
(el)
naar
הַדֶּ֔לֶת
(hadelet)
de deur
א֖וֹ
(o)
of
אֶל
(el)
naar
הַמְּזוּזָ֑ה
(hamezuza)
de deurpost
וְרָצַ֨ע
(veratsa)
en doorboren
אֲדֹנָ֤יו
(adonav)
zijn heer
אֶת
(et)
(obj.)
אָזְנוֹ֙
(azeno)
zijn oor
בַּמַּרְצֵ֔עַ
(bamartsea)
met de els
וַעֲבָד֖וֹ
(vaavado)
en hij zal dienen
לְעֹלָֽם
(leolam)
voor altijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הָאֱלֹהִים (ha'elohim) betekent hier ‘Elohim’ of ‘de rechters’ (vergelijk 22:7–8).
Bedoeld is dat de zaak voor het heiligdom of voor rechters wordt gebracht.
Het doorboren van het oor met een els tegen de deur maakt de slaaf blijvend deel van het huis.
8Als zij in de ogen van haar heer niet bevalt, terwijl hij haar voor zichzelf bestemd had, dan moet hij haar laten vrijkopen. Aan een vreemd volk mag hij haar niet verkopen, omdat hij trouweloos aan haar heeft gehandeld.
אִם
(im)
als
רָעָ֞ה
(raa)
slecht
בְּעֵינֵ֧י
(beeinei)
in de ogen van
אֲדֹנֶ֛יהָ
(adoneiha)
haar heer
אֲשֶׁר
(asher)
die
ל֥וֹ
(lo)
voor zichzelf
יְעָדָ֖הּ
(yeadah)
haar bestemd had
וְהֶפְדָּ֑הּ
(vehefdah)
dan laat hij haar vrijkopen
לְעַ֥ם
(leam)
aan een volk
נָכְרִ֛י
(nakheri)
vreemd
לֹא
(lo)
niet
יִמְשֹׁ֥ל
(yimshol)
heeft hij macht
לְמָכְרָ֖הּ
(lemakherah)
om haar te verkopen
בְּבִגְדוֹ
(bevigdo)
in zijn trouweloos handelen
בָֽהּ
(bah)
met haar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
De geschreven tekst (ketib) heeft לֹא (lo), ‘niet’: ‘die haar niet bestemd had’; de gelezen tekst (qere) heeft לוֹ (lo), ‘voor zichzelf’.
19en hij weer opstaat en buiten op zijn stok rondloopt, dan is degene die hem sloeg vrij van straf. Alleen moet hij hem de tijd vergoeden die hij verloren heeft en zorgen dat hij volledig geneest.
אִם
(im)
als
יָק֞וּם
(yaqum)
opstaat
וְהִתְהַלֵּ֥ךְ
(vehithalekh)
en rondloopt
בַּח֛וּץ
(bachuts)
buiten
עַל
(al)
op
מִשְׁעַנְתּ֖וֹ
(mishanto)
zijn stok
וְנִקָּ֣ה
(veniqa)
dan is vrij
הַמַּכֶּ֑ה
(hamake)
de slaande
רַ֥ק
(raq)
alleen
שִׁבְתּ֛וֹ
(shivto)
zijn stilzitten
יִתֵּ֖ן
(yiten)
hij zal geven
וְרַפֹּ֥א
(verapo)
en genezing
יְרַפֵּֽא
(yerape)
hij laat genezen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שִׁבְתּוֹ (shivto) is letterlijk ‘zijn stilzitten’, dus de tijd dat hij door zijn letsel niet kon werken.
22Wanneer mannen vechten en een zwangere vrouw stoten, zodat haar kinderen eruit komen, maar er geen ernstig letsel is, dan moet hij zeker beboet worden, zoals de man van de vrouw hem oplegt. Hij moet het betalen volgens de rechters.
וְכִֽי
(vekhi)
en wanneer
יִנָּצ֣וּ
(yinatsu)
vechten
אֲנָשִׁ֗ים
(anashim)
mannen
וְנָ֨גְפ֜וּ
(venagefu)
en stoten
אִשָּׁ֤ה
(isha)
een vrouw
הָרָה֙
(hara)
zwanger
וְיָצְא֣וּ
(veyatseu)
en komen uit
יְלָדֶ֔יהָ
(yeladeiha)
haar kinderen
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
יִהְיֶ֖ה
(yihye)
is
אָס֑וֹן
(ason)
letsel
עָנ֣וֹשׁ
(anosh)
boete opleggen
יֵעָנֵ֗שׁ
(yeanesh)
wordt hij beboet
כַּֽאֲשֶׁ֨ר
(kaasher)
zoals
יָשִׁ֤ית
(yashit)
oplegt
עָלָיו֙
(alav)
hem
בַּ֣עַל
(baal)
meester van
הָֽאִשָּׁ֔ה
(haisha)
de vrouw
וְנָתַ֖ן
(venatan)
en hij geeft
בִּפְלִלִֽים
(biflilim)
volgens de rechters
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בִּפְלִלִים (bifelilim) is ‘volgens (de uitspraak van) rechters’.
Het Hebreeuwse woord אָסוֹן (ason) voor ‘ernstig letsel’ betekent een schade die verder gaat dan een gewone verwonding.
27En als hij een tand van zijn slaaf of van zijn slavin uitslaat, moet hij hen vrij laten gaan voor hun tand.
וְאִם
(veim)
en als
שֵׁ֥ן
(shen)
tand van
עַבְדּ֛וֹ
(avdo)
zijn slaaf
אֽוֹ
(o)
of
שֵׁ֥ן
(shen)
tand van
אֲמָת֖וֹ
(amato)
zijn slavin
יַפִּ֑יל
(yapil)
hij laat uitvallen
לַֽחָפְשִׁ֥י
(lachafeshi)
als vrije
יְשַׁלְּחֶ֖נּוּ
(yeshalechenu)
laat hij hem gaan
תַּ֥חַת
(tachat)
in plaats van
שִׁנּֽוֹ
(shino)
zijn tand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Schade door een stier
28Wanneer een stier een man of een vrouw stoot en die sterft, moet de stier zeker gestenigd worden en mag zijn vlees niet gegeten worden. Maar de eigenaar van de stier is onschuldig.
וְכִֽי
(vekhi)
en wanneer
יִגַּ֨ח
(yigach)
stoot
שׁ֥וֹר
(shor)
een stier
אֶת
(et)
(obj.)
אִ֛ישׁ
(ish)
man
א֥וֹ
(o)
of
אֶת
(et)
(obj.)
אִשָּׁ֖ה
(isha)
vrouw
וָמֵ֑ת
(vamet)
en hij sterft
סָק֨וֹל
(saqol)
stenigen
יִסָּקֵ֜ל
(yisaqel)
zal gestenigd worden
הַשּׁ֗וֹר
(hashor)
de stier
וְלֹ֤א
(velo)
en niet
יֵאָכֵל֙
(yeakhel)
zal gegeten worden
אֶת
(et)
(obj.)
בְּשָׂר֔וֹ
(besaro)
zijn vlees
וּבַ֥עַל
(uvaal)
en de meester van
הַשּׁ֖וֹר
(hashor)
de stier
נָקִֽי
(naqi)
onschuldig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De stier wordt gestenigd; zijn vlees mag niet gegeten worden omdat hij bloedschuld op zich heeft geladen (vergelijk Gen. 9:5).
29Maar als de stier al eerder stotend was, en zijn eigenaar was gewaarschuwd en hield hem niet vast, en hij doodt een man of een vrouw, dan moet de stier gestenigd worden en ook zijn eigenaar gedood worden.
וְאִ֡ם
(veim)
en als
שׁוֹר֩
(shor)
stier
נַגָּ֨ח
(nagach)
stotend
ה֜וּא
(hu)
hij
מִתְּמֹ֣ל
(mitemol)
van gisteren
שִׁלְשֹׁ֗ם
(shilshom)
eergisteren
וְהוּעַ֤ד
(vehuad)
en gewaarschuwd
בִּבְעָלָיו֙
(bivalav)
zijn eigenaar
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יִשְׁמְרֶ֔נּוּ
(yishmerenu)
hij bewaakt hem
וְהֵמִ֥ית
(vehemit)
en hij doodt
אִ֖ישׁ
(ish)
man
א֣וֹ
(o)
of
אִשָּׁ֑ה
(isha)
vrouw
הַשּׁוֹר֙
(hashor)
de stier
יִסָּקֵ֔ל
(yisaqel)
zal gestenigd worden
וְגַם
(vegam)
en ook
בְּעָלָ֖יו
(bealav)
zijn eigenaar
יוּמָֽת
(yumat)
zal gedood worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
35Wanneer de stier van de een de stier van een ander dodelijk verwondt, dan moeten zij de levende stier verkopen en de opbrengst delen. Ook het dode dier moeten zij delen.
וְכִֽי
(vekhi)
en wanneer
יִגֹּ֧ף
(yigof)
stoot
שֽׁוֹר
(shor)
stier van
אִ֛ישׁ
(ish)
een man
אֶת
(et)
(obj.)
שׁ֥וֹר
(shor)
stier van
רֵעֵ֖הוּ
(reehu)
zijn naaste
וָמֵ֑ת
(vamet)
en hij sterft
וּמָ֨כְר֜וּ
(umakheru)
dan verkopen zij
אֶת
(et)
(obj.)
הַשּׁ֤וֹר
(hashor)
de stier
הַחַי֙
(hachay)
de levende
וְחָצ֣וּ
(vechatsu)
en delen
אֶת
(et)
(obj.)
כַּסְפּ֔וֹ
(kaspo)
zijn geld
וְגַ֥ם
(vegam)
en ook
אֶת
(et)
(obj.)
הַמֵּ֖ת
(hamet)
de dode
יֶֽחֱצֽוּן
(yechetsun)
zullen zij delen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
36Maar als bekend was dat de stier al eerder stotend was en zijn eigenaar hem niet vasthield, dan moet hij zeker een stier voor een stier vergoeden. Het dode dier is van hem.
א֣וֹ
(o)
of
נוֹדַ֗ע
(noda)
bekend was
כִּ֠י
(ki)
dat
שׁ֣וֹר
(shor)
stier
נַגָּ֥ח
(nagach)
stotend
הוּא֙
(hu)
hij
מִתְּמ֣וֹל
(mitemol)
gisteren
שִׁלְשֹׁ֔ם
(shilshom)
eergisteren
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
יִשְׁמְרֶ֖נּוּ
(yishmerenu)
hij bewaakte hem
בְּעָלָ֑יו
(bealav)
zijn eigenaar
שַׁלֵּ֨ם
(shalem)
betalen
יְשַׁלֵּ֥ם
(yeshalem)
moet betalen
שׁוֹר֙
(shor)
stier
תַּ֣חַת
(tachat)
voor
הַשּׁ֔וֹר
(hashor)
de stier
וְהַמֵּ֖ת
(vehamet)
en het dode
יִֽהְיֶה
(yihye)
zal zijn
לּֽוֹ
(lo)
van hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Diefstal van vee
37Wanneer iemand een stier of een schaap steelt en het slacht of verkoopt, moet hij vijf runderen voor de stier vergoeden en vier stuks kleinvee voor het schaap.
כִּ֤י
(ki)
wanneer
יִגְנֹֽב
(yignov)
steelt
אִישׁ֙
(ish)
een man
שׁ֣וֹר
(shor)
stier
אוֹ
(o)
of
שֶׂ֔ה
(se)
schaap
וּטְבָח֖וֹ
(utevacho)
en het slacht
א֣וֹ
(o)
of
מְכָר֑וֹ
(mekharo)
het verkoopt
חֲמִשָּׁ֣ה
(chamisha)
vijf
בָקָ֗ר
(baqar)
runderen
יְשַׁלֵּם֙
(yeshalem)
betaalt hij
תַּ֣חַת
(tachat)
voor
הַשּׁ֔וֹר
(hashor)
de stier
וְאַרְבַּע
(vearba)
en vier
צֹ֖אן
(tson)
schapen
תַּ֥חַת
(tachat)
voor
הַשֶּֽׂה
(hase)
het schaap
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Hebreeuwse versnummering; in veel Nederlandse bijbels is dit 22:1.