Elohim Bijbel

Exodus 21

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940

Rechtsregels over slaven en lichamelijk letsel

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het boek van het verbond: de rechtsregels

1„Dit zijn de rechtsregels die je hun moet voorleggen:
וְאֵ֨לֶּה֙
(veele)
en dit zijn
הַמִּשְׁפָּטִ֔ים
(hamishpatim)
de rechtsregels
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
תָּשִׂ֖ים
(tasim)
je zult voorleggen
לִפְנֵיהֶֽם
(lifneihem)
voor hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Hier begint het ‘boek van het verbond’ (24:7), de rechtsregels van 21:1–23:33.

Deze toespraak van Yahweh loopt door tot 23:33.

Naar de Hebreeuwse tekst eindigt dit hoofdstuk met vers 37.

De meeste Nederlandse vertalingen tellen dit als 22:1; de verzen 22:1–30 hier komen dus overeen met 22:2–31 elders.

Hebreeuwse slaven

2Wanneer je een Hebreeuwse slaaf koopt, moet hij zes jaar dienen, en in het zevende jaar gaat hij vrij weg, zonder te betalen.
כִּ֤י
(ki)
wanneer
תִקְנֶה֙
(tiqne)
je koopt
עֶ֣בֶד
(eved)
een slaaf
עִבְרִ֔י
(ivri)
Hebreeuwse
שֵׁ֥שׁ
(shesh)
zes
שָׁנִ֖ים
(shanim)
jaren
יַעֲבֹ֑ד
(yaavod)
zal hij dienen
וּבַ֨שְּׁבִעִ֔ת
(uvasheviit)
en in het zevende
יֵצֵ֥א
(yetse)
zal hij uitgaan
לַֽחָפְשִׁ֖י
(lachafeshi)
als vrije
חִנָּֽם
(chinam)
om niet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֶבֶד עִבְרִי (eved ivri), ‘een Hebreeuwse slaaf’: een lid van het eigen volk dat door schuld in dienst is gekomen.

Vergelijk Deut. 15:12–18; Lev. 25:39–43.

3Als hij alleen kwam, gaat hij alleen weg; als hij de man van een vrouw was, gaat zijn vrouw met hem weg.
אִם
(im)
als
בְּגַפּ֥וֹ
(begapo)
alleen
יָבֹ֖א
(yavo)
komt hij
בְּגַפּ֣וֹ
(begapo)
alleen
יֵצֵ֑א
(yetse)
gaat hij uit
אִם
(im)
als
בַּ֤עַל
(baal)
meester van
אִשָּׁה֙
(isha)
een vrouw
ה֔וּא
(hu)
hij
וְיָצְאָ֥ה
(veyatsea)
dan gaat uit
אִשְׁתּ֖וֹ
(ishto)
zijn vrouw
עִמּֽוֹ
(imo)
met hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4Als zijn heer hem een vrouw heeft gegeven en zij hem zonen of dochters heeft gebaard, dan blijven de vrouw en haar kinderen van haar heer, en gaat hij alleen weg.
אִם
(im)
als
אֲדֹנָיו֙
(adonav)
zijn heer
יִתֶּן
(yiten)
geeft
ל֣וֹ
(lo)
hem
אִשָּׁ֔ה
(isha)
een vrouw
וְיָלְדָה
(veyaleda)
en zij baart
ל֥וֹ
(lo)
hem
בָנִ֖ים
(banim)
zonen
א֣וֹ
(o)
of
בָנ֑וֹת
(banot)
dochters
הָאִשָּׁ֣ה
(haisha)
de vrouw
וִילָדֶ֗יהָ
(viladeiha)
en haar kinderen
תִּהְיֶה֙
(tihye)
zullen zijn
לַֽאדֹנֶ֔יהָ
(ladoneiha)
van haar heer
וְה֖וּא
(vehu)
en hij
יֵצֵ֥א
(yetse)
zal uitgaan
בְגַפּֽוֹ
(begapo)
alleen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Maar als de slaaf nadrukkelijk zegt: ‘Ik heb mijn heer lief, mijn vrouw en mijn zonen; ik wil niet vrij weggaan,’
וְאִם
(veim)
en als
אָמֹ֤ר
(amor)
zeggen
יֹאמַר֙
(yomar)
zal zeggen
הָעֶ֔בֶד
(haeved)
de slaaf
אָהַ֨בְתִּי֙
(ahavti)
ik heb liefgehad
אֶת
(et)
(obj.)
אֲדֹנִ֔י
(adoni)
mijn heer
אֶת
(et)
(obj.)
אִשְׁתִּ֖י
(ishti)
mijn vrouw
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
בָּנָ֑י
(banay)
mijn zonen
לֹ֥א
(lo)
niet
אֵצֵ֖א
(etse)
zal ik uitgaan
חָפְשִֽׁי
(chafeshi)
vrij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6dan moet zijn heer hem voor Elohim brengen. Zijn heer moet hem bij de deur of de deurpost brengen en zijn oor met een els doorboren, en hij zal hem voor altijd dienen.
וְהִגִּישׁ֤וֹ
(vehigisho)
en zal brengen
אֲדֹנָיו֙
(adonav)
zijn heer
אֶל
(el)
naar
הָ֣אֱלֹהִ֔ים
(haElohim)
Elohim
וְהִגִּישׁוֹ֙
(vehigisho)
en hij zal brengen
אֶל
(el)
naar
הַדֶּ֔לֶת
(hadelet)
de deur
א֖וֹ
(o)
of
אֶל
(el)
naar
הַמְּזוּזָ֑ה
(hamezuza)
de deurpost
וְרָצַ֨ע
(veratsa)
en doorboren
אֲדֹנָ֤יו
(adonav)
zijn heer
אֶת
(et)
(obj.)
אָזְנוֹ֙
(azeno)
zijn oor
בַּמַּרְצֵ֔עַ
(bamartsea)
met de els
וַעֲבָד֖וֹ
(vaavado)
en hij zal dienen
לְעֹלָֽם
(leolam)
voor altijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הָאֱלֹהִים (ha'elohim) betekent hier ‘Elohim’ of ‘de rechters’ (vergelijk 22:7–8).

Bedoeld is dat de zaak voor het heiligdom of voor rechters wordt gebracht.

Het doorboren van het oor met een els tegen de deur maakt de slaaf blijvend deel van het huis.

Zie Deut. 15:17.

7Wanneer een man zijn dochter als slavin verkoopt, gaat zij niet vrij weg zoals de slaven.
וְכִֽי
(vekhi)
en wanneer
יִמְכֹּ֥ר
(yimkor)
verkoopt
אִ֛ישׁ
(ish)
een man
אֶת
(et)
(obj.)
בִּתּ֖וֹ
(bito)
zijn dochter
לְאָמָ֑ה
(leama)
als slavin
לֹ֥א
(lo)
niet
תֵצֵ֖א
(tetse)
zal ze uitgaan
כְּצֵ֥את
(ketset)
zoals het uitgaan van
הָעֲבָדִֽים
(haavadim)
de slaven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Als zij in de ogen van haar heer niet bevalt, terwijl hij haar voor zichzelf bestemd had, dan moet hij haar laten vrijkopen. Aan een vreemd volk mag hij haar niet verkopen, omdat hij trouweloos aan haar heeft gehandeld.
אִם
(im)
als
רָעָ֞ה
(raa)
slecht
בְּעֵינֵ֧י
(beeinei)
in de ogen van
אֲדֹנֶ֛יהָ
(adoneiha)
haar heer
אֲשֶׁר
(asher)
die
ל֥וֹ
(lo)
voor zichzelf
יְעָדָ֖הּ
(yeadah)
haar bestemd had
וְהֶפְדָּ֑הּ
(vehefdah)
dan laat hij haar vrijkopen
לְעַ֥ם
(leam)
aan een volk
נָכְרִ֛י
(nakheri)
vreemd
לֹא
(lo)
niet
יִמְשֹׁ֥ל
(yimshol)
heeft hij macht
לְמָכְרָ֖הּ
(lemakherah)
om haar te verkopen
בְּבִגְדוֹ
(bevigdo)
in zijn trouweloos handelen
בָֽהּ
(bah)
met haar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

De geschreven tekst (ketib) heeft לֹא (lo), ‘niet’: ‘die haar niet bestemd had’; de gelezen tekst (qere) heeft לוֹ (lo), ‘voor zichzelf’.

Wij volgen de gelezen tekst.

9Als hij haar voor zijn zoon bestemt, moet hij haar behandelen volgens het recht van dochters.
וְאִם
(veim)
en als
לִבְנ֖וֹ
(livno)
voor zijn zoon
יִֽיעָדֶ֑נָּה
(yiadena)
hij haar bestemt
כְּמִשְׁפַּ֥ט
(kemishpat)
volgens het recht van
הַבָּנ֖וֹת
(habanot)
de dochters
יַעֲשֶׂה
(yaase)
zal hij doen
לָּֽהּ
(lah)
met haar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Als hij nog een andere vrouw voor zich neemt, mag hij haar voeding, haar kleding en haar recht op de echtelijke omgang niet verminderen.
אִם
(im)
als
אַחֶ֖רֶת
(acheret)
een andere
יִֽקַּֽח
(yiqach)
hij neemt
ל֑וֹ
(lo)
voor zich
שְׁאֵרָ֛הּ
(sheerah)
haar voeding
כְּסוּתָ֥הּ
(kesutah)
haar kleding
וְעֹנָתָ֖הּ
(veonatah)
en haar echtelijk recht
לֹ֥א
(lo)
niet
יִגְרָֽע
(yigra)
zal hij verminderen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֹנָתָהּ (onatah) is waarschijnlijk ‘haar recht op de echtelijke omgang’; de betekenis is niet helemaal zeker.

11Als hij deze drie dingen niet voor haar doet, dan gaat zij vrij weg, zonder betaling, zonder geld.
וְאִם
(veim)
en als
שְׁלָ֨שׁ
(shelash)
drie
אֵ֔לֶּה
(ele)
deze
לֹ֥א
(lo)
niet
יַעֲשֶׂ֖ה
(yaase)
hij doet
לָ֑הּ
(lah)
voor haar
וְיָצְאָ֥ה
(veyatsea)
dan gaat ze uit
חִנָּ֖ם
(chinam)
om niet
אֵ֥ין
(ein)
zonder
כָּֽסֶף
(kasef)
geld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Doodslag en moord

12Wie iemand zo slaat dat hij sterft, moet zeker gedood worden.
מַכֵּ֥ה
(make)
slaande
אִ֛ישׁ
(ish)
een man
וָמֵ֖ת
(vamet)
en hij sterft
מ֥וֹת
(mot)
doden
יוּמָֽת
(yumat)
zal gedood worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13Maar als iemand niet op de loer lag en Elohim het door zijn hand liet gebeuren, dan zal Ik je een plaats aanwijzen waar hij heen kan vluchten.
וַאֲשֶׁר֙
(vaasher)
en wie
לֹ֣א
(lo)
niet
צָדָ֔ה
(tsada)
op de loer lag
וְהָאֱלֹהִ֖ים
(vehaelohim)
en Elohim
אִנָּ֣ה
(ina)
liet overkomen
לְיָד֑וֹ
(leyado)
in zijn hand
וְשַׂמְתִּ֤י
(vesamti)
dan zal Ik aanwijzen
לְךָ֙
(lekha)
aan jou
מָק֔וֹם
(maqom)
een plaats
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
waar
יָנ֖וּס
(yanus)
hij kan vluchten
שָֽׁמָּה
(shama)
daarheen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit is de eerste aanwijzing voor de vrijsteden.

Zie Num. 35:9–34; Deut. 19:1–13.

14Maar als iemand zijn naaste moedwillig en met list doodt, haal hem dan weg, zelfs van Mijn altaar, om hem te laten sterven.
וְכִֽי
(vekhi)
en wanneer
יָזִ֥ד
(yazid)
handelt vermetel
אִ֛ישׁ
(ish)
een man
עַל
(al)
tegen
רֵעֵ֖הוּ
(reehu)
zijn naaste
לְהָרְג֣וֹ
(leharego)
om hem te doden
בְעָרְמָ֑ה
(bearema)
met list
מֵעִ֣ם
(meim)
van bij
מִזְבְּחִ֔י
(mizbechi)
Mijn altaar
תִּקָּחֶ֖נּוּ
(tiqachenu)
zul je hem nemen
לָמֽוּת
(lamut)
om te sterven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Wie moedwillig doodt, vindt zelfs bij het altaar geen bescherming.

Vergelijk 1 Kon. 2:28–34.

15Wie zijn vader of zijn moeder slaat, moet zeker gedood worden.
וּמַכֵּ֥ה
(umake)
en wie slaat
אָבִ֛יו
(aviv)
zijn vader
וְאִמּ֖וֹ
(veimo)
en zijn moeder
מ֥וֹת
(mot)
doden
יוּמָֽת
(yumat)
zal gedood worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16Wie een mens steelt en hem verkoopt, of hij wordt in zijn bezit gevonden, moet zeker gedood worden.
וְגֹנֵ֨ב
(vegonev)
en wie steelt
אִ֧ישׁ
(ish)
een man
וּמְכָר֛וֹ
(umekharo)
en hem verkoopt
וְנִמְצָ֥א
(venimtsa)
en gevonden wordt
בְיָד֖וֹ
(beyado)
in zijn hand
מ֥וֹת
(mot)
doden
יוּמָֽת
(yumat)
zal gedood worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het gaat om mensenroof, niet om diefstal van goederen.

Zie Deut. 24:7.

17Wie zijn vader of zijn moeder vervloekt, moet zeker gedood worden.
וּמְקַלֵּ֥ל
(umeqalel)
en wie vervloekt
אָבִ֛יו
(aviv)
zijn vader
וְאִמּ֖וֹ
(veimo)
en zijn moeder
מ֥וֹת
(mot)
doden
יוּמָֽת
(yumat)
zal gedood worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Letsel

18Wanneer mannen ruzie krijgen en de een de ander met een steen of met de vuist slaat, zodat hij niet sterft maar bedlegerig wordt,
וְכִֽי
(vekhi)
en wanneer
יְרִיבֻ֣ן
(yerivun)
twisten
אֲנָשִׁ֔ים
(anashim)
mannen
וְהִכָּה
(vehika)
en slaat
אִישׁ֙
(ish)
een man
אֶת
(et)
(obj.)
רֵעֵ֔הוּ
(reehu)
zijn naaste
בְּאֶ֖בֶן
(beeven)
met een steen
א֣וֹ
(o)
of
בְאֶגְרֹ֑ף
(beegrof)
met een vuist
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
יָמ֖וּת
(yamut)
sterft
וְנָפַ֥ל
(venafal)
maar valt
לְמִשְׁכָּֽב
(lemishkav)
op het bed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19en hij weer opstaat en buiten op zijn stok rondloopt, dan is degene die hem sloeg vrij van straf. Alleen moet hij hem de tijd vergoeden die hij verloren heeft en zorgen dat hij volledig geneest.
אִם
(im)
als
יָק֞וּם
(yaqum)
opstaat
וְהִתְהַלֵּ֥ךְ
(vehithalekh)
en rondloopt
בַּח֛וּץ
(bachuts)
buiten
עַל
(al)
op
מִשְׁעַנְתּ֖וֹ
(mishanto)
zijn stok
וְנִקָּ֣ה
(veniqa)
dan is vrij
הַמַּכֶּ֑ה
(hamake)
de slaande
רַ֥ק
(raq)
alleen
שִׁבְתּ֛וֹ
(shivto)
zijn stilzitten
יִתֵּ֖ן
(yiten)
hij zal geven
וְרַפֹּ֥א
(verapo)
en genezing
יְרַפֵּֽא
(yerape)
hij laat genezen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שִׁבְתּוֹ (shivto) is letterlijk ‘zijn stilzitten’, dus de tijd dat hij door zijn letsel niet kon werken.

20Wanneer iemand zijn slaaf of zijn slavin met een stok slaat en die sterft onder zijn hand, dan moet dat zeker gewroken worden.
וְכִֽי
(vekhi)
en wanneer
יַכֶּה֩
(yake)
slaat
אִ֨ישׁ
(ish)
een man
אֶת
(et)
(obj.)
עַבְדּ֜וֹ
(avdo)
zijn slaaf
א֤וֹ
(o)
of
אֶת
(et)
(obj.)
אֲמָתוֹ֙
(amato)
zijn slavin
בַּשֵּׁ֔בֶט
(bashevet)
met een stok
וּמֵ֖ת
(umet)
en hij sterft
תַּ֣חַת
(tachat)
onder
יָד֑וֹ
(yado)
zijn hand
נָקֹ֖ם
(naqom)
wraak
יִנָּקֵֽם
(yinaqem)
zal gewroken worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נָקֹם יִנָּקֵם (naqom yinnaqem), ‘zeker gewroken worden’: een straf, waarvan de vorm hier niet wordt bepaald.

21Maar als hij nog een dag of twee dagen blijft leven, wordt dat niet gewroken, want hij is zijn bezit.
אַ֥ךְ
(akh)
maar
אִם
(im)
als
י֛וֹם
(yom)
een dag
א֥וֹ
(o)
of
יוֹמַ֖יִם
(yomayim)
twee dagen
יַעֲמֹ֑ד
(yaamod)
hij blijft staan
לֹ֣א
(lo)
niet
יֻקַּ֔ם
(yuqam)
wordt gewroken
כִּ֥י
(ki)
want
כַסְפּ֖וֹ
(kaspo)
zijn geld
הֽוּא
(hu)
hij is
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22Wanneer mannen vechten en een zwangere vrouw stoten, zodat haar kinderen eruit komen, maar er geen ernstig letsel is, dan moet hij zeker beboet worden, zoals de man van de vrouw hem oplegt. Hij moet het betalen volgens de rechters.
וְכִֽי
(vekhi)
en wanneer
יִנָּצ֣וּ
(yinatsu)
vechten
אֲנָשִׁ֗ים
(anashim)
mannen
וְנָ֨גְפ֜וּ
(venagefu)
en stoten
אִשָּׁ֤ה
(isha)
een vrouw
הָרָה֙
(hara)
zwanger
וְיָצְא֣וּ
(veyatseu)
en komen uit
יְלָדֶ֔יהָ
(yeladeiha)
haar kinderen
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
יִהְיֶ֖ה
(yihye)
is
אָס֑וֹן
(ason)
letsel
עָנ֣וֹשׁ
(anosh)
boete opleggen
יֵעָנֵ֗שׁ
(yeanesh)
wordt hij beboet
כַּֽאֲשֶׁ֨ר
(kaasher)
zoals
יָשִׁ֤ית
(yashit)
oplegt
עָלָיו֙
(alav)
hem
בַּ֣עַל
(baal)
meester van
הָֽאִשָּׁ֔ה
(haisha)
de vrouw
וְנָתַ֖ן
(venatan)
en hij geeft
בִּפְלִלִֽים
(biflilim)
volgens de rechters
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בִּפְלִלִים (bifelilim) is ‘volgens (de uitspraak van) rechters’.

Het Hebreeuwse woord אָסוֹן (ason) voor ‘ernstig letsel’ betekent een schade die verder gaat dan een gewone verwonding.

23Maar als er ernstig letsel is, dan moet je leven geven voor leven,
וְאִם
(veim)
en als
אָס֖וֹן
(ason)
ernstig letsel
יִהְיֶ֑ה
(yihye)
is
וְנָתַתָּ֥ה
(venatata)
dan geef je
נֶ֖פֶשׁ
(nefesh)
leven
תַּ֥חַת
(tachat)
voor
נָֽפֶשׁ
(nafesh)
leven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24oog voor oog, tand voor tand, hand voor hand, voet voor voet,
עַ֚יִן
(ayin)
oog
תַּ֣חַת
(tachat)
voor
עַ֔יִן
(ayin)
oog
שֵׁ֖ן
(shen)
tand
תַּ֣חַת
(tachat)
voor
שֵׁ֑ן
(shen)
tand
יָ֚ד
(yad)
hand
תַּ֣חַת
(tachat)
voor
יָ֔ד
(yad)
hand
רֶ֖גֶל
(regel)
voet
תַּ֥חַת
(tachat)
voor
רָֽגֶל
(ragel)
voet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit is het beginsel van gelijke vergelding: de straf mag niet groter zijn dan de schade.

Zie ook Lev. 24:19–20; Deut. 19:21; Matt. 5:38–42.

25brandwond voor brandwond, wond voor wond, striem voor striem.
כְּוִיָּה֙
(keviya)
brandwond
תַּ֣חַת
(tachat)
voor
כְּוִיָּ֔ה
(keviya)
brandwond
פֶּ֖צַע
(petsa)
wond
תַּ֣חַת
(tachat)
voor
פָּ֑צַע
(patsa)
wond
חַבּוּרָ֕ה
(chabura)
striem
תַּ֖חַת
(tachat)
voor
חַבּוּרָֽה
(chabura)
striem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26Wanneer iemand het oog van zijn slaaf of van zijn slavin slaat en het vernielt, moet hij hen vrij laten gaan voor hun oog.
וְכִֽי
(vekhi)
en wanneer
יַכֶּ֨ה
(yake)
slaat
אִ֜ישׁ
(ish)
een man
אֶת
(et)
(obj.)
עֵ֥ין
(ein)
oog van
עַבְדּ֛וֹ
(avdo)
zijn slaaf
אֽוֹ
(o)
of
אֶת
(et)
(obj.)
עֵ֥ין
(ein)
oog van
אֲמָת֖וֹ
(amato)
zijn slavin
וְשִֽׁחֲתָ֑הּ
(veshichatah)
en vernietigt het
לַֽחָפְשִׁ֥י
(lachafeshi)
als vrije
יְשַׁלְּחֶ֖נּוּ
(yeshalechenu)
zal hij hem laten gaan
תַּ֥חַת
(tachat)
in plaats van
עֵינֽוֹ
(eino)
zijn oog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Wie een slaaf blijvend lichamelijk letsel toebrengt, moet hem vrij laten.

27En als hij een tand van zijn slaaf of van zijn slavin uitslaat, moet hij hen vrij laten gaan voor hun tand.
וְאִם
(veim)
en als
שֵׁ֥ן
(shen)
tand van
עַבְדּ֛וֹ
(avdo)
zijn slaaf
אֽוֹ
(o)
of
שֵׁ֥ן
(shen)
tand van
אֲמָת֖וֹ
(amato)
zijn slavin
יַפִּ֑יל
(yapil)
hij laat uitvallen
לַֽחָפְשִׁ֥י
(lachafeshi)
als vrije
יְשַׁלְּחֶ֖נּוּ
(yeshalechenu)
laat hij hem gaan
תַּ֥חַת
(tachat)
in plaats van
שִׁנּֽוֹ
(shino)
zijn tand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Schade door een stier

28Wanneer een stier een man of een vrouw stoot en die sterft, moet de stier zeker gestenigd worden en mag zijn vlees niet gegeten worden. Maar de eigenaar van de stier is onschuldig.
וְכִֽי
(vekhi)
en wanneer
יִגַּ֨ח
(yigach)
stoot
שׁ֥וֹר
(shor)
een stier
אֶת
(et)
(obj.)
אִ֛ישׁ
(ish)
man
א֥וֹ
(o)
of
אֶת
(et)
(obj.)
אִשָּׁ֖ה
(isha)
vrouw
וָמֵ֑ת
(vamet)
en hij sterft
סָק֨וֹל
(saqol)
stenigen
יִסָּקֵ֜ל
(yisaqel)
zal gestenigd worden
הַשּׁ֗וֹר
(hashor)
de stier
וְלֹ֤א
(velo)
en niet
יֵאָכֵל֙
(yeakhel)
zal gegeten worden
אֶת
(et)
(obj.)
בְּשָׂר֔וֹ
(besaro)
zijn vlees
וּבַ֥עַל
(uvaal)
en de meester van
הַשּׁ֖וֹר
(hashor)
de stier
נָקִֽי
(naqi)
onschuldig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De stier wordt gestenigd; zijn vlees mag niet gegeten worden omdat hij bloedschuld op zich heeft geladen (vergelijk Gen. 9:5).

29Maar als de stier al eerder stotend was, en zijn eigenaar was gewaarschuwd en hield hem niet vast, en hij doodt een man of een vrouw, dan moet de stier gestenigd worden en ook zijn eigenaar gedood worden.
וְאִ֡ם
(veim)
en als
שׁוֹר֩
(shor)
stier
נַגָּ֨ח
(nagach)
stotend
ה֜וּא
(hu)
hij
מִתְּמֹ֣ל
(mitemol)
van gisteren
שִׁלְשֹׁ֗ם
(shilshom)
eergisteren
וְהוּעַ֤ד
(vehuad)
en gewaarschuwd
בִּבְעָלָיו֙
(bivalav)
zijn eigenaar
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יִשְׁמְרֶ֔נּוּ
(yishmerenu)
hij bewaakt hem
וְהֵמִ֥ית
(vehemit)
en hij doodt
אִ֖ישׁ
(ish)
man
א֣וֹ
(o)
of
אִשָּׁ֑ה
(isha)
vrouw
הַשּׁוֹר֙
(hashor)
de stier
יִסָּקֵ֔ל
(yisaqel)
zal gestenigd worden
וְגַם
(vegam)
en ook
בְּעָלָ֖יו
(bealav)
zijn eigenaar
יוּמָֽת
(yumat)
zal gedood worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30Als hem losgeld wordt opgelegd, dan moet hij als losprijs voor zijn leven geven wat hem wordt opgelegd.
אִם
(im)
als
כֹּ֖פֶר
(kofer)
losgeld
יוּשַׁ֣ת
(yushat)
wordt opgelegd
עָלָ֑יו
(alav)
hem
וְנָתַן֙
(venatan)
dan geeft hij
פִּדְיֹ֣ן
(pidyon)
als lossing van
נַפְשׁ֔וֹ
(nafsho)
zijn leven
כְּכֹ֥ל
(kekhol)
volgens alles
אֲשֶׁר
(asher)
wat
יוּשַׁ֖ת
(yushat)
wordt opgelegd
עָלָֽיו
(alav)
hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
31Of de stier nu een zoon stoot of een dochter, volgens deze rechtsregel moet met hem gedaan worden.
אוֹ
(o)
of
בֵ֥ן
(ben)
een zoon
יִגָּ֖ח
(yigach)
hij stoot
אוֹ
(o)
of
בַ֣ת
(bat)
een dochter
יִגָּ֑ח
(yigach)
hij stoot
כַּמִּשְׁפָּ֥ט
(kamishpat)
volgens het recht
הַזֶּ֖ה
(haze)
dit
יֵעָ֥שֶׂה
(yease)
zal gedaan worden
לּֽוֹ
(lo)
hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
32Als de stier een slaaf of een slavin stoot, moet hij dertig sikkels zilver aan hun heer geven, en de stier wordt gestenigd.
אִם
(im)
als
עֶ֛בֶד
(eved)
een slaaf
יִגַּ֥ח
(yigach)
stoot
הַשּׁ֖וֹר
(hashor)
de stier
א֣וֹ
(o)
of
אָמָ֑ה
(ama)
een slavin
כֶּ֣סֶף
(kesef)
zilver
שְׁלֹשִׁ֣ים
(sheloshim)
dertig
שְׁקָלִ֗ים
(sheqalim)
sikkels
יִתֵּן֙
(yiten)
hij zal geven
לַֽאדֹנָ֔יו
(ladonav)
aan zijn heer
וְהַשּׁ֖וֹר
(vehashor)
en de stier
יִסָּקֵֽל
(yisaqel)
zal gestenigd worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dertig sikkels zilver is de prijs van een slaaf (vergelijk Zach. 11:12–13; Matt. 27:3–10).

Een sikkel weegt ongeveer 11,4 gram; dertig sikkels zijn dus ongeveer 342 gram zilver.

Schade door een put

33Wanneer iemand een put openlaat of een put graaft en hem niet afdekt, en er valt een stier of een ezel in,
וְכִֽי
(vekhi)
en wanneer
יִפְתַּ֨ח
(yiftach)
opent
אִ֜ישׁ
(ish)
een man
בּ֗וֹר
(bor)
een put
א֠וֹ
(o)
of
כִּֽי
(ki)
wanneer
יִכְרֶ֥ה
(yikhre)
graaft
אִ֛ישׁ
(ish)
een man
בֹּ֖ר
(bor)
een put
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יְכַסֶּ֑נּוּ
(yekhasenu)
hem bedekt
וְנָֽפַל
(venafal)
en valt
שָׁ֥מָּה
(shama)
daarin
שּׁ֖וֹר
(shor)
een stier
א֥וֹ
(o)
of
חֲמֽוֹר
(chamor)
een ezel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
34dan moet de eigenaar van de put het vergoeden: hij moet het geld aan de eigenaar teruggeven, en het dode dier is van hem.
בַּ֤עַל
(baal)
eigenaar van
הַבּוֹר֙
(habor)
de put
יְשַׁלֵּ֔ם
(yeshalem)
moet betalen
כֶּ֖סֶף
(kesef)
geld
יָשִׁ֣יב
(yashiv)
hij moet teruggeven
לִבְעָלָ֑יו
(livalav)
aan zijn eigenaar
וְהַמֵּ֖ת
(vehamet)
en het dode
יִֽהְיֶה
(yihye)
zal zijn
לּֽוֹ
(lo)
van hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Schade tussen dieren

35Wanneer de stier van de een de stier van een ander dodelijk verwondt, dan moeten zij de levende stier verkopen en de opbrengst delen. Ook het dode dier moeten zij delen.
וְכִֽי
(vekhi)
en wanneer
יִגֹּ֧ף
(yigof)
stoot
שֽׁוֹר
(shor)
stier van
אִ֛ישׁ
(ish)
een man
אֶת
(et)
(obj.)
שׁ֥וֹר
(shor)
stier van
רֵעֵ֖הוּ
(reehu)
zijn naaste
וָמֵ֑ת
(vamet)
en hij sterft
וּמָ֨כְר֜וּ
(umakheru)
dan verkopen zij
אֶת
(et)
(obj.)
הַשּׁ֤וֹר
(hashor)
de stier
הַחַי֙
(hachay)
de levende
וְחָצ֣וּ
(vechatsu)
en delen
אֶת
(et)
(obj.)
כַּסְפּ֔וֹ
(kaspo)
zijn geld
וְגַ֥ם
(vegam)
en ook
אֶת
(et)
(obj.)
הַמֵּ֖ת
(hamet)
de dode
יֶֽחֱצֽוּן
(yechetsun)
zullen zij delen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
36Maar als bekend was dat de stier al eerder stotend was en zijn eigenaar hem niet vasthield, dan moet hij zeker een stier voor een stier vergoeden. Het dode dier is van hem.
א֣וֹ
(o)
of
נוֹדַ֗ע
(noda)
bekend was
כִּ֠י
(ki)
dat
שׁ֣וֹר
(shor)
stier
נַגָּ֥ח
(nagach)
stotend
הוּא֙
(hu)
hij
מִתְּמ֣וֹל
(mitemol)
gisteren
שִׁלְשֹׁ֔ם
(shilshom)
eergisteren
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
יִשְׁמְרֶ֖נּוּ
(yishmerenu)
hij bewaakte hem
בְּעָלָ֑יו
(bealav)
zijn eigenaar
שַׁלֵּ֨ם
(shalem)
betalen
יְשַׁלֵּ֥ם
(yeshalem)
moet betalen
שׁוֹר֙
(shor)
stier
תַּ֣חַת
(tachat)
voor
הַשּׁ֔וֹר
(hashor)
de stier
וְהַמֵּ֖ת
(vehamet)
en het dode
יִֽהְיֶה
(yihye)
zal zijn
לּֽוֹ
(lo)
van hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Diefstal van vee

37Wanneer iemand een stier of een schaap steelt en het slacht of verkoopt, moet hij vijf runderen voor de stier vergoeden en vier stuks kleinvee voor het schaap.
כִּ֤י
(ki)
wanneer
יִגְנֹֽב
(yignov)
steelt
אִישׁ֙
(ish)
een man
שׁ֣וֹר
(shor)
stier
אוֹ
(o)
of
שֶׂ֔ה
(se)
schaap
וּטְבָח֖וֹ
(utevacho)
en het slacht
א֣וֹ
(o)
of
מְכָר֑וֹ
(mekharo)
het verkoopt
חֲמִשָּׁ֣ה
(chamisha)
vijf
בָקָ֗ר
(baqar)
runderen
יְשַׁלֵּם֙
(yeshalem)
betaalt hij
תַּ֣חַת
(tachat)
voor
הַשּׁ֔וֹר
(hashor)
de stier
וְאַרְבַּע
(vearba)
en vier
צֹ֖אן
(tson)
schapen
תַּ֥חַת
(tachat)
voor
הַשֶּֽׂה
(hase)
het schaap
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Hebreeuwse versnummering; in veel Nederlandse bijbels is dit 22:1.