Elohim Bijbel

Deuteronomium 3

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334

Og van Basan, het land oost van de Jordaan en Mozes' gebed

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De overwinning op Og, de koning van Basan

1Wij keerden om en trokken op over de weg naar Basan. Og, de koning van Basan, trok ons tegemoet, hij en heel zijn volk, om te strijden bij Edrei.
וַנֵּ֣פֶן
(vanefen)
en wij keerden om
וַנַּ֔עַל
(vanaal)
en wij trokken op
דֶּ֖רֶךְ
(derekh)
de weg naar
הַבָּשָׁ֑ן
(habashan)
Basan
וַיֵּצֵ֣א
(vayetse)
en trok uit
עוֹג֩
(og)
Og
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
הַבָּשָׁ֨ן
(habashan)
Basan
לִקְרָאתֵ֜נוּ
(liqratenu)
ons tegemoet
ה֧וּא
(hu)
hij
וְכָל
(vekhal)
en heel
עַמּ֛וֹ
(amo)
zijn volk
לַמִּלְחָמָ֖ה
(lamilchama)
ter oorlog
אֶדְרֶֽעִי
(edrei)
bij Edrei
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Basan is het vruchtbare gebied ten oosten van het meer van Galilea (nu de Golanhoogten en de Hauran, in het zuiden van Syrië en het noorden van Jordanië).

Edrei: zie 1:4.

2Yahweh zei tegen mij: „Wees niet bang voor hem. Want Ik heb hem, heel zijn volk en zijn land in je hand gegeven. Je zult met hem doen zoals je gedaan hebt met Sichon, de koning van de Amorieten die in Chesbon woonde.”
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֵלַי֙
(elay)
tot mij
אַל
(al)
niet
תִּירָ֣א
(tira)
wees bang
אֹת֔וֹ
(oto)
voor hem
כִּ֣י
(ki)
want
בְיָדְךָ֞
(beyadekha)
in je hand
נָתַ֧תִּי
(natati)
Ik heb gegeven
אֹת֛וֹ
(oto)
hem
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
heel
עַמּ֖וֹ
(amo)
zijn volk
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
אַרְצ֑וֹ
(artso)
zijn land
וְעָשִׂ֣יתָ
(veasita)
en je zult doen
לּ֔וֹ
(lo)
met hem
כַּאֲשֶׁ֣ר
(kaasher)
zoals
עָשִׂ֗יתָ
(asita)
je hebt gedaan
לְסִיחֹן֙
(lesichon)
met Sichon
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
הָֽאֱמֹרִ֔י
(haemori)
de Amoriet
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
יוֹשֵׁ֖ב
(yoshev)
woonde
בְּחֶשְׁבּֽוֹן
(becheshbon)
in Chesbon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Chesbon: Chesbon (Tel Hesban) ligt in het huidige Jordanië, ten zuidwesten van Amman.

3Yahweh, onze Elohim, gaf ook Og, de koning van Basan, en heel zijn volk in onze hand. Wij versloegen hem, totdat er niemand van hem over was.
וַיִּתֵּן֩
(vayiten)
en gaf
יְהוָ֨ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֜ינוּ
(eloheinu)
onze Elohim
בְּיָדֵ֗נוּ
(beyadenu)
in onze hand
גַּ֛ם
(gam)
ook
אֶת
(et)
(obj.)
ע֥וֹג
(og)
Og
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
הַבָּשָׁ֖ן
(habashan)
Basan
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
heel
עַמּ֑וֹ
(amo)
zijn volk
וַנַּכֵּ֕הוּ
(vanakehu)
en wij sloegen hem
עַד
(ad)
tot
בִּלְתִּ֥י
(bilti)
niet
הִשְׁאִֽיר
(hishir)
was overgelaten
ל֖וֹ
(lo)
aan hem
שָׂרִֽיד
(sarid)
overlevende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Basan: Basan ligt ten oosten van het meer van Galilea en de Jordaan, in het zuidwesten van het huidige Syrië en het noorden van Jordanië.

4Wij namen toen al zijn steden in. Er was geen stad die wij niet van hen namen: 60 steden, heel het gebied van Argob, het koninkrijk van Og in Basan.
וַנִּלְכֹּ֤ד
(vanilkod)
en wij namen in
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
עָרָיו֙
(arav)
zijn steden
בָּעֵ֣ת
(baet)
in tijd
הַהִ֔וא
(hahi)
die
לֹ֤א
(lo)
niet
הָֽיְתָה֙
(hayeta)
was
קִרְיָ֔ה
(qirya)
stad
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
לֹא
(lo)
niet
לָקַ֖חְנוּ
(laqachnu)
wij namen
מֵֽאִתָּ֑ם
(meitam)
van hen
שִׁשִּׁ֥ים
(shishim)
zestig
עִיר֙
(ir)
steden
כָּל
(kal)
heel
חֶ֣בֶל
(chevel)
het gebied van
אַרְגֹּ֔ב
(argov)
Argob
מַמְלֶ֥כֶת
(mamlekhet)
het koninkrijk van
ע֖וֹג
(og)
Og
בַּבָּשָֽׁן
(babashan)
in Basan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Argob is het gebied in Basan met veel basaltrotsen, waarschijnlijk de Lejah in het zuiden van Syrië.

De ligging is waarschijnlijk, niet zeker.

5Al die steden waren versterkt met een hoge muur, met deuren en grendel. Daarnaast waren er heel veel dorpen zonder muren.
כָּל
(kal)
al
אֵ֜לֶּה
(ele)
deze
עָרִ֧ים
(arim)
steden
בְּצֻר֛וֹת
(betsurot)
versterkt
חוֹמָ֥ה
(choma)
muur
גְבֹהָ֖ה
(gevoha)
hoge
דְּלָתַ֣יִם
(delatayim)
deuren
וּבְרִ֑יחַ
(uveriach)
en grendel
לְבַ֛ד
(levad)
afgezien van
מֵעָרֵ֥י
(mearei)
de steden van
הַפְּרָזִ֖י
(haperazi)
de open dorpen
הַרְבֵּ֥ה
(harbe)
vele
מְאֹֽד
(meod)
zeer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פְּרָזִי (perazi), ‘open dorp’: een dorp zonder stadsmuur.

6Wij legden ze onder de ban: elke stad, de mannen, de vrouwen en de kleine kinderen. Zo hadden wij ook gedaan met Sichon, de koning van Chesbon.
וַנַּחֲרֵ֣ם
(vanacharem)
en wij legden onder de ban
אוֹתָ֔ם
(otam)
hen
כַּאֲשֶׁ֣ר
(kaasher)
zoals
עָשִׂ֔ינוּ
(asinu)
wij deden
לְסִיחֹ֖ן
(lesichon)
met Sichon
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
חֶשְׁבּ֑וֹן
(cheshbon)
Chesbon
הַחֲרֵם֙
(hacharem)
het onder de ban leggen van
כָּל
(kal)
elke
עִ֣יר
(ir)
stad
מְתִ֔ם
(metim)
van mannen
הַנָּשִׁ֖ים
(hanashim)
de vrouwen
וְהַטָּֽף
(vehataf)
en de kleine kinderen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Chesbon: Chesbon (Tel Hesban) ligt in het huidige Jordanië, ten zuidwesten van Amman.

Uitleg

Zie de voetnoot bij 2:34 over de ban.

7Maar al het vee en de buit van de steden roofden wij voor onszelf.
וְכָל
(vekhal)
en al
הַבְּהֵמָ֛ה
(habehema)
het vee
וּשְׁלַ֥ל
(ushelal)
en de buit van
הֶעָרִ֖ים
(hearim)
de steden
בַּזּ֥וֹנוּ
(bazonu)
roofden wij
לָֽנוּ
(lanu)
voor ons
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Het land oost van de Jordaan

8Zo namen wij in die tijd het land uit de hand van de twee koningen van de Amorieten. Dat lag aan de overkant van de Jordaan, van de beek Arnon tot de berg Hermon.
וַנִּקַּ֞ח
(vaniqach)
en wij namen
בָּעֵ֤ת
(baet)
in tijd
הַהִוא֙
(hahi)
die
אֶת
(et)
(obj.)
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
het land
מִיַּ֗ד
(miyad)
uit de hand van
שְׁנֵי֙
(shenei)
twee
מַלְכֵ֣י
(malkhei)
koningen van
הָאֱמֹרִ֔י
(haemori)
de Amoriet
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
בְּעֵ֣בֶר
(beever)
aan de overkant van
הַיַּרְדֵּ֑ן
(hayarden)
de Jordaan
מִנַּ֥חַל
(minachal)
van de beek
אַרְנֹ֖ן
(arnon)
Arnon
עַד
(ad)
tot
הַ֥ר
(har)
de berg
חֶרְמֽוֹן
(chermon)
Hermon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Zie Arnon: De Arnon (Wadi Mudjib) stroomt van het oosten naar de Dode Zee en vormde de grens van Moab.

Zie Hermon: De Hermon is de hoogste berg van het gebied, op de grens van het huidige Libanon en Syrië.

9De Sidoniërs noemen de Hermon Sirjon, en de Amorieten noemen hem Senir.
צִידֹנִ֛ים
(tsidonim)
Sidoniërs
יִקְרְא֥וּ
(yiqreu)
noemen
לְחֶרְמ֖וֹן
(lechermon)
de Hermon
שִׂרְיֹ֑ן
(siryon)
Sirjon
וְהָ֣אֱמֹרִ֔י
(vehaemori)
en de Amoriet
יִקְרְאוּ
(yiqreu)
noemt
ל֖וֹ
(lo)
hem
שְׂנִֽיר
(senir)
Senir
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De Hermon is de hoge berg op de grens van Libanon en Syrië.

De Sidoniërs zijn de bewoners van Sidon in Libanon.

10Het waren alle steden van het plateau, heel Gilead en heel Basan, tot Salka en Edrei, steden van het koninkrijk van Og in Basan.
כֹּ֣ל
(kol)
alle
עָרֵ֣י
(arei)
steden van
הַמִּישֹׁ֗ר
(hamishor)
het plateau
וְכָל
(vekhal)
en heel
הַגִּלְעָד֙
(hagilad)
Gilead
וְכָל
(vekhal)
en heel
הַבָּשָׁ֔ן
(habashan)
Basan
עַד
(ad)
tot
סַלְכָ֖ה
(salkha)
Salka
וְאֶדְרֶ֑עִי
(veedrei)
en Edrei
עָרֵ֛י
(arei)
steden van
מַמְלֶ֥כֶת
(mamlekhet)
het koninkrijk van
ע֖וֹג
(og)
Og
בַּבָּשָֽׁן
(babashan)
in Basan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Salka lag in het oosten van Basan, bij het huidige Salkhad in Syrië (waarschijnlijk).

Zie Gilead: Gilead is het bergland ten oosten van de Jordaan, tussen de Jarmoek en de Dode Zee.

Zie Edrei: Edrei is het huidige Daraa, in het zuiden van Syrië.

11Want alleen Og, de koning van Basan, was nog over van de rest van de Refaïeten. Zie, zijn bed was een bed van ijzer. Staat het niet in Rabba van de zonen van Ammon? Het is 9 el lang en 4 el breed, naar de el van een man.
כִּ֣י
(ki)
want
רַק
(raq)
alleen
ע֞וֹג
(og)
Og
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
הַבָּשָׁ֗ן
(habashan)
Basan
נִשְׁאַר֮
(nishar)
was overgebleven
מִיֶּ֣תֶר
(miyeter)
van de rest van
הָרְפָאִים֒
(harefaim)
de Refaïeten
הִנֵּ֤ה
(hine)
zie
עַרְשׂוֹ֙
(arso)
zijn bed
עֶ֣רֶשׂ
(eres)
bed van
בַּרְזֶ֔ל
(barzel)
ijzer
הֲלֹ֣ה
(halo)
is het niet
הִ֔וא
(hi)
het
בְּרַבַּ֖ת
(berabat)
in Rabba van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
עַמּ֑וֹן
(amon)
Ammon
תֵּ֧שַׁע
(tesha)
negen
אַמּ֣וֹת
(amot)
el
אָרְכָּ֗הּ
(arkah)
zijn lengte
וְאַרְבַּ֥ע
(vearba)
en vier
אַמּ֛וֹת
(amot)
el
רָחְבָּ֖הּ
(rachbah)
zijn breedte
בְּאַמַּת
(beamat)
naar de el van
אִֽישׁ
(ish)
een man
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Rabba is de hoofdstad van Ammon, het huidige Amman in Jordanië.

Zie Basan: Basan ligt ten oosten van het meer van Galilea en de Jordaan, in het zuidwesten van het huidige Syrië en het noorden van Jordanië.

Uitleg

אַמָּה (amah), ‘el’: ongeveer 45 centimeter.

Een bed van 9 bij 4 el is ongeveer 4 meter lang en 1,8 meter breed.

עֶרֶשׂ (eres), ‘bed’: het kan ook een rustbed of een kist zijn. Het is ‘van ijzer’; sommigen denken aan een hard zwart gesteente.

De verdeling over Ruben, Gad en de helft van Manasse

12Dit land namen wij in die tijd in bezit. Vanaf Aroër, dat aan de beek Arnon ligt, gaf ik aan de Rubenieten en de Gadieten. Ook de helft van het bergland Gilead met zijn steden gaf ik aan hen.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הָאָ֧רֶץ
(haarets)
het land
הַזֹּ֛את
(hazot)
dit
יָרַ֖שְׁנוּ
(yarashnu)
namen wij in bezit
בָּעֵ֣ת
(baet)
in tijd
הַהִ֑וא
(hahi)
die
מֵעֲרֹעֵ֞ר
(mearoer)
vanaf Aroër
אֲשֶׁר
(asher)
dat
עַל
(al)
aan
נַ֣חַל
(nachal)
de beek
אַרְנֹ֗ן
(arnon)
Arnon
וַחֲצִ֤י
(vachatsi)
en de helft van
הַֽר
(har)
het bergland
הַגִּלְעָד֙
(hagilad)
Gilead
וְעָרָ֔יו
(vearav)
en zijn steden
נָתַ֕תִּי
(natati)
gaf ik
לָרֻֽאוּבֵנִ֖י
(laruuveni)
aan de Rubeniet
וְלַגָּדִֽי
(velagadi)
en aan de Gadiet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Aroër: Aroër lag aan de rand van de Arnonkloof, bij het huidige Khirbet Arair in Jordanië.

Zie Arnon: De Arnon (Wadi Mudjib) stroomt van het oosten naar de Dode Zee en vormde de grens van Moab.

Zie Gilead: Gilead is het bergland ten oosten van de Jordaan, tussen de Jarmoek en de Dode Zee.

13De rest van Gilead en heel Basan, het koninkrijk van Og, gaf ik aan de halve stam van Manasse. Heel het gebied van Argob, heel dat Basan, wordt het land van de Refaïeten genoemd.
וְיֶ֨תֶר
(veyeter)
en de rest van
הַגִּלְעָ֤ד
(hagilad)
Gilead
וְכָל
(vekhal)
en heel
הַבָּשָׁן֙
(habashan)
Basan
מַמְלֶ֣כֶת
(mamlekhet)
het koninkrijk van
ע֔וֹג
(og)
Og
נָתַ֕תִּי
(natati)
gaf ik
לַחֲצִ֖י
(lachatsi)
aan de helft van
שֵׁ֣בֶט
(shevet)
de stam
הַֽמְנַשֶּׁ֑ה
(hamnashe)
Manasse
כֹּ֣ל
(kol)
heel
חֶ֤בֶל
(chevel)
het gebied van
הָֽאַרְגֹּב֙
(haargov)
Argob
לְכָל
(lekhal)
heel
הַבָּשָׁ֔ן
(habashan)
Basan
הַה֥וּא
(hahu)
dat
יִקָּרֵ֖א
(yiqare)
wordt genoemd
אֶ֥רֶץ
(erets)
het land van
רְפָאִֽים
(refaim)
Refaïeten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Gilead: Gilead is het bergland ten oosten van de Jordaan, tussen de Jarmoek en de Dode Zee.

Zie Argob: Argob is een steenachtig gebied in Basan, de huidige Lejah in het zuiden van Syrië.

Uitleg

Manasse is een zoon van Jozef (Gen. 41:51).

Zijn stam is verdeeld: de helft woont ten oosten, de helft ten westen van de Jordaan (Num. 32:33).

14Jaïr, de zoon van Manasse, nam heel het gebied van Argob, tot aan de grens van de Gesurieten en de Maächatieten. Hij noemde Basan naar zichzelf: Chavvot-Jaïr, tot op deze dag.
יָאִ֣יר
(yair)
Jaïr
בֶּן
(ben)
de zoon van
מְנַשֶּׁ֗ה
(menashe)
Manasse
לָקַח֙
(laqach)
nam
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
heel
חֶ֣בֶל
(chevel)
het gebied van
אַרְגֹּ֔ב
(argov)
Argob
עַד
(ad)
tot
גְּב֥וּל
(gevul)
de grens van
הַגְּשׁוּרִ֖י
(hageshuri)
de Gesuriet
וְהַמַּֽעֲכָתִ֑י
(vehamaakhati)
en de Maächatiet
וַיִּקְרָא֩
(vayiqra)
en hij noemde
אֹתָ֨ם
(otam)
hen
עַל
(al)
naar
שְׁמ֤וֹ
(shemo)
zijn naam
אֶת
(et)
(obj.)
הַבָּשָׁן֙
(habashan)
Basan
חַוֺּ֣ת
(chavot)
Havvot
יָאִ֔יר
(yair)
Jaïr
עַ֖ד
(ad)
tot
הַיּ֥וֹם
(hayom)
de dag
הַזֶּֽה
(haze)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De Gesurieten en Maächatieten woonden in het noordwesten van Basan, nabij de Hermon en het meer van Galilea.

Zie Argob: Argob is een steenachtig gebied in Basan, de huidige Lejah in het zuiden van Syrië.

Uitleg

חַוֺּת יָאִיר (Chavvot Jair), ‘tentdorpen van Jaïr’.

Zie Num. 32:41.

15Aan Machir gaf ik Gilead.
וּלְמָכִ֖יר
(ulemakhir)
en aan Machir
נָתַ֥תִּי
(natati)
gaf ik
אֶת
(et)
(obj.)
הַגִּלְעָֽד
(hagilad)
Gilead
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Gilead: Gilead is het bergland ten oosten van de Jordaan, tussen de Jarmoek en de Dode Zee.

Uitleg

Machir is een zoon van Manasse (Num. 26:29; 32:39–40).

16Aan de Rubenieten en de Gadieten gaf ik het gebied van Gilead tot de beek Arnon. Het midden van de beek was de grens. Ook gaf ik hun het gebied tot de beek Jabbok, de grens van de zonen van Ammon,
וְלָרֻאוּבֵנִ֨י
(velaruuveni)
en aan de Rubeniet
וְלַגָּדִ֜י
(velagadi)
en aan de Gadiet
נָתַ֤תִּי
(natati)
gaf ik
מִן
(min)
van
הַגִּלְעָד֙
(hagilad)
Gilead
וְעַד
(vead)
en tot
נַ֣חַל
(nachal)
de beek
אַרְנֹ֔ן
(arnon)
Arnon
תּ֥וֹךְ
(tokh)
het midden van
הַנַּ֖חַל
(hanachal)
de beek
וּגְבֻ֑ל
(ugevul)
en grens
וְעַד֙
(vead)
en tot
יַבֹּ֣ק
(yaboq)
Jabbok
הַנַּ֔חַל
(hanachal)
de beek
גְּב֖וּל
(gevul)
grens van
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
עַמּֽוֹן
(amon)
Ammon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Gilead: Gilead is het bergland ten oosten van de Jordaan, tussen de Jarmoek en de Dode Zee.

Zie Arnon: De Arnon (Wadi Mudjib) stroomt van het oosten naar de Dode Zee en vormde de grens van Moab.

Zie Jabbok: De Jabbok is een zijrivier van de Jordaan, ten oosten van de rivier.

Zie Ammon: Ammon ligt ten oosten van de Jordaan, rond het huidige Amman in Jordanië.

17En ik gaf hun de Araba met de Jordaan als grens, van Kinneret tot de zee van de Araba, de Zoutzee. Dat is onder de hellingen van de Pisga, in het oosten.
וְהָֽעֲרָבָ֖ה
(vehaarava)
en de Araba
וְהַיַּרְדֵּ֣ן
(vehayarden)
en de Jordaan
וּגְבֻ֑ל
(ugevul)
en grens
מִכִּנֶּ֗רֶת
(mikineret)
van Kinneret
וְעַ֨ד
(vead)
en tot
יָ֤ם
(yam)
de zee van
הָֽעֲרָבָה֙
(haarava)
de Araba
יָ֣ם
(yam)
de zee
הַמֶּ֔לַח
(hamelach)
de Zoutzee
תַּ֛חַת
(tachat)
onder
אַשְׁדֹּ֥ת
(ashdot)
de hellingen van
הַפִּסְגָּ֖ה
(hapisga)
de Pisga
מִזְרָֽחָה
(mizracha)
oostwaarts
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Kinneret is het meer van Galilea in het noorden van Israël.

De Zoutzee is de Dode Zee.

De Pisga is een bergrug ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Zie Araba: De Araba is het diepe dal ten zuiden van de Dode Zee, tot aan de Golf van Akaba.

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Zie Nebo en Pisga: De Nebo en de Pisga liggen in het gebergte Abarim, ten oosten van de Dode Zee, ten westen van Madaba in Jordanië.

Het bevel aan de stammen oost van de Jordaan

18In die tijd gaf ik jullie dit bevel: „Yahweh, jullie Elohim, heeft jullie dit land gegeven om het in bezit te nemen. Gewapend moeten jullie oversteken voor jullie broeders, de zonen van Israël, alle strijdbare mannen.
וָאֲצַ֣ו
(vaatsav)
en ik gebood
אֶתְכֶ֔ם
(etkhem)
jullie
בָּעֵ֥ת
(baet)
in tijd
הַהִ֖וא
(hahi)
die
לֵאמֹ֑ר
(lemor)
zeggende
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵיכֶ֗ם
(eloheikhem)
jullie Elohim
נָתַ֨ן
(natan)
heeft gegeven
לָכֶ֜ם
(lakhem)
aan jullie
אֶת
(et)
(obj.)
הָאָ֤רֶץ
(haarets)
het land
הַזֹּאת֙
(hazot)
dit
לְרִשְׁתָּ֔הּ
(lerishtah)
om het in bezit te nemen
חֲלוּצִ֣ים
(chalutsim)
gewapend
תַּֽעַבְר֗וּ
(taavru)
zullen jullie oversteken
לִפְנֵ֛י
(lifnei)
voor
אֲחֵיכֶ֥ם
(acheikhem)
jullie broeders
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
כָּל
(kal)
alle
בְּנֵי
(benei)
zonen van
חָֽיִל
(chayil)
kracht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19Alleen jullie vrouwen, jullie kleine kinderen en jullie vee moeten blijven in de steden die ik jullie gegeven heb. Ik weet dat jullie veel vee hebben.
רַ֠ק
(raq)
alleen
נְשֵׁיכֶ֣ם
(nesheikhem)
jullie vrouwen
וְטַפְּכֶם֮
(vetapekhem)
en jullie kleine kinderen
וּמִקְנֵכֶם֒
(umiqnekhem)
en jullie vee
יָדַ֕עְתִּי
(yadati)
ik weet
כִּֽי
(ki)
dat
מִקְנֶ֥ה
(miqne)
vee
רַ֖ב
(rav)
veel
לָכֶ֑ם
(lakhem)
aan jullie
יֵֽשְׁבוּ֙
(yeshevu)
zullen blijven
בְּעָ֣רֵיכֶ֔ם
(beareikhem)
in jullie steden
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
נָתַ֖תִּי
(natati)
Ik heb gegeven
לָכֶֽם
(lakhem)
aan jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20Dat moet duren totdat Yahweh jullie broeders rust geeft, zoals jullie. Dat duurt totdat ook zij het land in bezit nemen dat Yahweh, jullie Elohim, hun geeft aan de overkant van de Jordaan. Daarna mag ieder van jullie terugkeren naar zijn bezit dat ik jullie gegeven heb.”
עַ֠ד
(ad)
tot
אֲשֶׁר
(asher)
dat
יָנִ֨יחַ
(yaniach)
rust geeft
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
לַֽאֲחֵיכֶם֮
(laacheikhem)
aan jullie broeders
כָּכֶם֒
(kakhem)
zoals jullie
וְיָרְשׁ֣וּ
(veyareshu)
en zij zullen in bezit nemen
גַם
(gam)
ook
הֵ֔ם
(hem)
zij
אֶת
(et)
(obj.)
הָאָ֕רֶץ
(haarets)
het land
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
יְהוָ֧ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵיכֶ֛ם
(eloheikhem)
jullie Elohim
נֹתֵ֥ן
(noten)
geeft
לָהֶ֖ם
(lahem)
aan hen
בְּעֵ֣בֶר
(beever)
aan de overkant van
הַיַּרְדֵּ֑ן
(hayarden)
de Jordaan
וְשַׁבְתֶּ֗ם
(veshavtem)
en jullie zullen terugkeren
אִ֚ישׁ
(ish)
ieder
לִֽירֻשָּׁת֔וֹ
(lirushato)
naar zijn bezit
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
נָתַ֖תִּי
(natati)
ik heb gegeven
לָכֶֽם
(lakhem)
aan jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

21Ook aan Jozua gaf ik in die tijd dit bevel: „Je eigen ogen hebben alles gezien. Dat is wat Yahweh, jullie Elohim, met deze twee koningen gedaan heeft. Zo zal Yahweh doen met alle koninkrijken waar jij heen trekt.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
יְהוֹשׁ֣וּעַ
(yehoshua)
Jozua
צִוֵּ֔יתִי
(tsiveiti)
gebood ik
בָּעֵ֥ת
(baet)
in tijd
הַהִ֖וא
(hahi)
die
לֵאמֹ֑ר
(lemor)
zeggende
עֵינֶ֣יךָ
(eineikha)
je ogen
הָרֹאֹ֗ת
(haroot)
die zagen
אֵת֩
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alles
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
wat
עָשָׂ֜ה
(asa)
heeft gedaan
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵיכֶם֙
(eloheikhem)
jullie Elohim
לִשְׁנֵי֙
(lishnei)
aan twee
הַמְּלָכִ֣ים
(hamelakhim)
de koningen
הָאֵ֔לֶּה
(haele)
deze
כֵּֽן
(ken)
zo
יַעֲשֶׂ֤ה
(yaase)
zal doen
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
לְכָל
(lekhal)
aan alle
הַמַּמְלָכ֔וֹת
(hamamlakhot)
de koninkrijken
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
waar
אַתָּ֖ה
(ata)
jij
עֹבֵ֥ר
(over)
trekt
שָֽׁמָּה
(shama)
daarheen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22Wees niet bang voor hen, want Yahweh, jullie Elohim, is het die voor jullie strijdt.”
לֹ֖א
(lo)
niet
תְִּירָא֑וּם
(tieraum)
wees bang voor hen
כִּ֚י
(ki)
want
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹֽהֵיכֶ֔ם
(eloheikhem)
jullie Elohim
ה֖וּא
(hu)
Hij
הַנִּלְחָ֥ם
(hanilcham)
is die strijdt
לָכֶֽם
(lakhem)
voor jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Mozes smeekt om het land in te mogen

23In die tijd smeekte ik Yahweh om gunst:
וָאֶתְחַנַּ֖ן
(vaetchanan)
en ik smeekte om gunst
אֶל
(el)
tot
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
בָּעֵ֥ת
(baet)
in tijd
הַהִ֖וא
(hahi)
die
לֵאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וָאֶתְחַנַּן (waetchannan), ‘ik smeekte om gunst’: van חֵן (chen), ‘gunst’.

Een smeekbede om genade.

24„Mijn Heer Yahweh, U bent begonnen Uw dienaar Uw grootheid en Uw sterke hand te laten zien. Want welke god is er in de hemel en op de aarde die zulke werken doet als U, en zulke machtige daden?
אֲדֹנָ֣י
(adonay)
mijn Heer
יְהוִ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
אַתָּ֤ה
(ata)
U
הַֽחִלּ֨וֹתָ֙
(hachilota)
bent begonnen
לְהַרְא֣וֹת
(leharot)
te laten zien
אֶֽת
(et)
(obj.)
עַבְדְּךָ֔
(avdekha)
Uw dienaar
אֶ֨ת
(et)
(obj.)
גָּדְלְךָ֔
(gadelekha)
Uw grootheid
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
יָדְךָ֖
(yadekha)
Uw hand
הַחֲזָקָ֑ה
(hachazaqa)
de sterke
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
want
מִי
(mi)
wie
אֵל֙
(el)
god
בַּשָּׁמַ֣יִם
(bashamayim)
in de hemel
וּבָאָ֔רֶץ
(uvaarets)
en op de aarde
אֲשֶׁר
(asher)
die
יַעֲשֶׂ֥ה
(yaase)
zou doen
כְמַעֲשֶׂ֖יךָ
(kemaaseikha)
zoals Uw werken
וְכִגְבוּרֹתֶֽךָ
(vekhigvurotekha)
en zoals Uw machtige daden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲדֹנָי יְהוִה (Adonai Yahweh), ‘mijn Heer Yahweh’.

Adonai is hier de aanspreekvorm voor Yahweh.

25Laat mij toch oversteken en het goede land zien dat aan de overkant van de Jordaan ligt, dit goede bergland en de Libanon.”
אֶעְבְּרָה
(ebera)
laat mij oversteken
נָּ֗א
(na)
toch
וְאֶרְאֶה֙
(veere)
en laat mij zien
אֶת
(et)
(obj.)
הָאָ֣רֶץ
(haarets)
het land
הַטּוֹבָ֔ה
(hatova)
goede
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
dat
בְּעֵ֣בֶר
(beever)
aan de overkant van
הַיַּרְדֵּ֑ן
(hayarden)
de Jordaan
הָהָ֥ר
(hahar)
het bergland
הַטּ֛וֹב
(hatov)
goede
הַזֶּ֖ה
(haze)
dit
וְהַלְּבָנֽוֹן
(vehalevanon)
en de Libanon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Zie Libanon: Libanon is het bergland ten noorden van het land van Israël, langs de oostkust van de Middellandse Zee.

26Maar Yahweh was verbolgen op mij, om jullie, en Hij luisterde niet naar mij. Yahweh zei tegen mij: „Het is genoeg voor je. Spreek Mij hierover niet meer aan.
וַיִּתְעַבֵּ֨ר
(vayitaber)
en was verbolgen
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
בִּי֙
(bi)
op mij
לְמַ֣עַנְכֶ֔ם
(lemaankhem)
om jullie
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
שָׁמַ֖ע
(shama)
luisterde
אֵלָ֑י
(elay)
naar mij
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֵלַי֙
(elay)
tot mij
רַב
(rav)
genoeg
לָ֔ךְ
(lakh)
voor jou
אַל
(al)
niet
תּ֗וֹסֶף
(tosef)
voeg toe
דַּבֵּ֥ר
(daber)
te spreken
אֵלַ֛י
(elay)
tot Mij
ע֖וֹד
(od)
nog
בַּדָּבָ֥ר
(badavar)
over de zaak
הַזֶּֽה
(haze)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Mozes mag het land niet in: zie ook 1:37 en Num. 20:12; 27:12–14.

27Ga naar de top van de Pisga en sla je ogen op naar het westen, het noorden, het zuiden en het oosten. Kijk met je eigen ogen, want je zult deze Jordaan niet oversteken.
עֲלֵ֣ה
(ale)
ga op
רֹ֣אשׁ
(rosh)
de top van
הַפִּסְגָּ֗ה
(hapisga)
de Pisga
וְשָׂ֥א
(vesa)
en sla op
עֵינֶ֛יךָ
(eineikha)
je ogen
יָ֧מָּה
(yama)
naar het westen
וְצָפֹ֛נָה
(vetsafona)
en noordwaarts
וְתֵימָ֥נָה
(veteimana)
en zuidwaarts
וּמִזְרָ֖חָה
(umizracha)
en oostwaarts
וּרְאֵ֣ה
(uree)
en zie
בְעֵינֶ֑יךָ
(beeineikha)
met je ogen
כִּי
(ki)
want
לֹ֥א
(lo)
niet
תַעֲבֹ֖ר
(taavor)
zul je oversteken
אֶת
(et)
(obj.)
הַיַּרְדֵּ֥ן
(hayarden)
de Jordaan
הַזֶּֽה
(haze)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De top van de Pisga ligt ten oosten van de Dode Zee.

Vanaf Nebo zag Mozes het land (Deut. 34:1).

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

28Geef Jozua opdracht, maak hem sterk en geef hem moed. Want hij zal voor dit volk uit oversteken en hij zal hun het land als erfdeel geven dat je zult zien.”
וְצַ֥ו
(vetsav)
en geef opdracht
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוֹשֻׁ֖עַ
(yehoshua)
Jozua
וְחַזְּקֵ֣הוּ
(vechazeqehu)
en maak hem sterk
וְאַמְּצֵ֑הוּ
(veametsehu)
en maak hem moedig
כִּי
(ki)
want
ה֣וּא
(hu)
hij
יַעֲבֹ֗ר
(yaavor)
zal oversteken
לִפְנֵי֙
(lifnei)
voor
הָעָ֣ם
(haam)
het volk
הַזֶּ֔ה
(haze)
dit
וְהוּא֙
(vehu)
en hij
יַנְחִ֣יל
(yanchil)
zal laten erven
אוֹתָ֔ם
(otam)
hen
אֶת
(et)
(obj.)
הָאָ֖רֶץ
(haarets)
het land
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
תִּרְאֶֽה
(tire)
je zult zien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
29Wij bleven in het dal, tegenover Bet-Peor.
וַנֵּ֣שֶׁב
(vaneshev)
en wij bleven
בַּגָּ֔יְא
(bagaye)
in het dal
מ֖וּל
(mul)
tegenover
בֵּ֥ית
(beit)
Bet
פְּעֽוֹר
(peor)
Peor
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Bet-Peor (‘huis van Peor’) lag in het dal ten oosten van de Jordaan, in Moab, tegenover Jericho.

De juiste plek is onzeker.

Zie Num. 25:3.