Elohim Bijbel

1 Timotheüs 4

123456

Verboden van valse leraars, een goede dienaar van de Messias en een voorbeeld voor de gelovigen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Afval in latere tijden

1Maar de Geest zegt uitdrukkelijk dat in latere tijden sommigen zich van het geloof zullen afwenden. Zij houden zich dan aan misleidende geesten en aan onderwijs van demonen,
Τὸ
(To)
de
δὲ
(de)
maar
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
ῥητῶς
(rhetos)
uitdrukkelijk
λέγει
(legei)
zegt
ὅτι
(hoti)
dat
ἐν
(en)
in
ὑστέροις
(hysterois)
latere
καιροῖς
(kairois)
tijden
ἀποστήσονταί
(apostesontai)
zullen afvallen
τινες
(tines)
sommigen
τῆς
(tes)
van het
πίστεως
(pisteos)
geloof
προσέχοντες
(prosechontes)
zich houdend aan
πνεύμασι
(pneumasi)
geesten
πλάνοις
(planois)
misleidende
καὶ
(kai)
en
διδασκαλίαις
(didaskaliais)
onderwijs
δαιμονίων
(daimonion)
van demonen
Bron: SBLGNT
Uitleg

τὸ πνεῦμα (to pneuma), ‘de Geest’.

Wat de Geest zegt, wordt hier door Paulus weergegeven en niet als rechtstreekse aanhaling; daarom staat het zwart. ῥητῶς (retos), ‘uitdrukkelijk’: met zoveel woorden. ὕστεροι καιροί (hysteroi kairoi), ‘latere tijden’: de tekst zegt niet welke; vergelijk ‘de laatste dagen’ in 2 Tim. 3:1. ἀφίστημι (afistemi), ‘zich afwenden’: wegstaan van, afvallen. πλάνος (planos), ‘misleidend’. διδασκαλία (didaskalia), ‘onderwijs’: ‘onderwijs van demonen’ kan zijn: onderwijs dat van demonen komt of onderwijs over demonen; het Grieks heeft alleen de tweede naamval. δαιμόνιον (daimonion), ‘demon’.

Zie ook 2 Tim. 3:1; 2 Tim. 4:3–4; 1 Joh. 4:1.

2door de huichelarij van leugenaars, die in hun eigen geweten gebrandmerkt zijn.
ἐν
(en)
in
ὑποκρίσει
(hypokrisei)
huichelarij
ψευδολόγων
(pseudologon)
van leugenaars
κεκαυστηριασμένων
(kekausteriasmenon)
gebrandmerkt
τὴν
(ten)
het
ἰδίαν
(idian)
eigen
συνείδησιν
(syneidesin)
geweten
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑπόκρισις (hypokrisis), ‘huichelarij’; ψευδολόγος (pseudologos), ‘leugenaar’: wie leugens spreekt. καυτηριάζω (kautēriazo), ‘brandmerken’: met een gloeiend ijzer tekenen.

De Griekse vorm kan lijdend (‘gebrandmerkt zijn’) of wederkerend (‘zichzelf brandmerken’) verstaan worden; wij vertalen ‘in hun eigen geweten gebrandmerkt’.

Het geweten is de συνείδησις (syneidesis).

3Zij verbieden te trouwen en eisen dat men zich onthoudt van spijzen. Elohim heeft die geschapen om met dankzegging gebruikt te worden door de gelovigen en door hen die de waarheid volledig kennen.
κωλυόντων
(kolyonton)
verbiedend
γαμεῖν
(gamein)
te trouwen
ἀπέχεσθαι
(apechesthai)
zich te onthouden
βρωμάτων
(bromaton)
van spijzen
ἃ
(ha)
die
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἔκτισεν
(ektisen)
schiep
εἰς
(eis)
tot
μετάλημψιν
(metalempsin)
gebruik
μετὰ
(meta)
met
εὐχαριστίας
(eucharistias)
dankzegging
τοῖς
(tois)
aan de
πιστοῖς
(pistois)
gelovigen
καὶ
(kai)
en
ἐπεγνωκόσι
(epegnokosi)
volledig kennende
τὴν
(ten)
de
ἀλήθειαν
(aletheian)
waarheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft één werkwoord, κωλύω (koluo), ‘verbieden’, voor ‘te trouwen’ en ‘zich te onthouden van spijzen’.

Wij vullen ‘eisen dat men’ aan voor de tweede helft. βρῶμα (broma), ‘spijs’: voedsel.

De tekst zegt niet welke spijzen of welke verboden bedoeld zijn. ἐπιγινώσκω (epiginosko), ‘volledig kennen’: verwant met ἐπίγνωσις, ‘volle kennis’, in 2:4. πιστοῖς (pistois), ‘de gelovigen’: ook ‘de betrouwbaren’.

Zie ook 1 Tim. 2:4; Rom. 14:1–6; Kol. 2:16–23.

4Want alles wat Elohim geschapen heeft is goed, en niets is verwerpelijk als het met dankzegging ontvangen wordt,
ὅτι
(hoti)
omdat
πᾶν
(pan)
alles
κτίσμα
(ktisma)
geschapen
θεοῦ
(theou)
van Elohim
καλόν
(kalon)
goed
καὶ
(kai)
en
οὐδὲν
(ouden)
niets
ἀπόβλητον
(apobleton)
verwerpelijk
μετὰ
(meta)
met
εὐχαριστίας
(eucharistias)
dankzegging
λαμβανόμενον
(lambanomenon)
ontvangen wordend
Bron: SBLGNT
Uitleg

κτίσμα (ktisma), ‘wat geschapen is’: een schepsel, iets geschapen. ἀπόβλητος (apoblētos), ‘verwerpelijk’: wat men wegwerpt.

De redenering sluit aan bij Gen. 1:31, waar alles wat Elohim gemaakt had ‘zeer goed’ was.

Zie ook Gen. 1:31; Rom. 14:14; Mark. 7:19.

5want het wordt geheiligd door het woord van Elohim en door voorbede.
ἁγιάζεται
(hagiazetai)
wordt geheiligd
γὰρ
(gar)
want
διὰ
(dia)
door
λόγου
(logou)
woord
θεοῦ
(theou)
van Elohim
καὶ
(kai)
en
ἐντεύξεως
(enteuxeos)
voorbede
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’: apart zetten voor Elohim.

‘Het woord van Elohim’ kan de zegen zijn die over het voedsel wordt uitgesproken, of de Schrift; het Grieks zegt het niet. ἔντευξις (enteuxis), ‘voorbede’: hetzelfde woord als in 2:1.

Zie ook 1 Tim. 2:1.

Zie ook1 Tim 2:1

Een goede dienaar

6Als je dit de broers voorlegt, zul je een goede dienaar van Yeshua de Messias zijn. Je wordt gevoed met de woorden van het geloof en van het goede onderwijs dat je nauwgezet gevolgd hebt.
Ταῦτα
(Tauta)
dit
ὑποτιθέμενος
(hypotithemenos)
voorleggend
τοῖς
(tois)
aan de
ἀδελφοῖς
(adelphois)
broers
καλὸς
(kalos)
goed
ἔσῃ
(ese)
zult zijn
διάκονος
(diakonos)
dienaar
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
ἐντρεφόμενος
(entrephomenos)
gevoed
τοῖς
(tois)
met de
λόγοις
(logois)
woorden
τῆς
(tes)
van het
πίστεως
(pisteos)
geloof
καὶ
(kai)
en
τῆς
(tes)
van het
καλῆς
(kales)
goede
διδασκαλίας
(didaskalias)
onderwijs
ᾗ
(he)
dat
παρηκολούθηκας
(parekolouthekas)
je nauwgezet gevolgd hebt
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat in de gemeente ook de zusters, dus ‘broers en zusters’.

Wij houden ‘broers’ aan in deze brief. ὑποτίθημι (hypotithemi), ‘voorleggen’: iets onder de aandacht brengen. διάκονος (diakonos), ‘dienaar’. ἐντρέφω (entrefo), ‘voeden’: gevoed worden met. παρακολουθέω (parakoloutheo), ‘nauwgezet volgen’: ook ‘nagaan’.

Zie ook 2 Tim. 3:10.

Lezing

Bij ‘Yeshua de Messias’ markeert de SBLGNT een variant.

Wij vertalen steeds ‘Yeshua de Messias’.

Zie ook2 Tim 3:10
7Wijs de ongewijde, oudewijvenachtige mythen af. Oefen jezelf in vroomheid.
τοὺς
(tous)
de
δὲ
(de)
maar
βεβήλους
(bebelous)
ongewijde
καὶ
(kai)
en
γραώδεις
(graodeis)
oudewijvenachtige
μύθους
(mythous)
mythen
παραιτοῦ
(paraitou)
wijs af
γύμναζε
(gymnaze)
oefen
δὲ
(de)
maar
σεαυτὸν
(seauton)
jezelf
πρὸς
(pros)
tot
εὐσέβειαν
(eusebeian)
vroomheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

βέβηλος (bebelos), ‘ongewijd’: zoals in 1:9. γραώδης (graodes), ‘oudewijvenachtig’: letterlijk ‘wat bij oude vrouwen past’; het is een spottende uitdrukking voor kletsverhalen. μῦθος (mythos), ‘mythe’: een verhaal; zie 1:4. παραιτέομαι (paraiteomai), ‘afwijzen’: weigeren. γυμνάζω (gymnazo), ‘oefenen’: zoals een atleet; het woord ‘gymnastiek’ komt ervan. εὐσέβεια (eusebeia), ‘vroomheid’.

Zie ook 1 Tim. 1:4; 2 Tim. 2:16; 2 Tim. 4:4.

8Want lichamelijke oefening is voor weinig nuttig, maar de vroomheid is voor alles nuttig. Zij heeft belofte van het leven van nu en van het komende.
ἡ
(he)
de
γὰρ
(gar)
want
σωματικὴ
(somatike)
lichamelijke
γυμνασία
(gymnasia)
oefening
πρὸς
(pros)
voor
ὀλίγον
(oligon)
weinig
ἐστὶν
(estin)
is
ὠφέλιμος
(ophelimos)
nuttig
ἡ
(he)
de
δὲ
(de)
maar
εὐσέβεια
(eusebeia)
vroomheid
πρὸς
(pros)
voor
πάντα
(panta)
alles
ὠφέλιμός
(ophelimos)
nuttig
ἐστιν
(estin)
is
ἐπαγγελίαν
(epangelian)
belofte
ἔχουσα
(echousa)
hebbend
ζωῆς
(zoes)
van het leven
τῆς
(tes)
het
νῦν
(nyn)
nu
καὶ
(kai)
en
τῆς
(tes)
het
μελλούσης
(mellouses)
komende
Bron: SBLGNT
Uitleg

σωματικὴ γυμνασία (somatike gymnasia), ‘lichamelijke oefening’. πρὸς ὀλίγον (pros oligon), ‘voor weinig’: dat kan ‘voor een beetje’ of ‘voor korte tijd’ betekenen. ὠφέλιμος (ofelimos), ‘nuttig’. ἐπαγγελία (epangelia), ‘belofte’; τῆς νῦν καὶ τῆς μελλούσης (tes nyn kai tes mellouses), ‘van het leven van nu en van het komende’.

9Betrouwbaar is het woord en alle aanvaarding waard.
πιστὸς
(pistos)
betrouwbaar
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
καὶ
(kai)
en
πάσης
(pases)
van alle
ἀποδοχῆς
(apodoches)
aanvaarding
ἄξιος
(axios)
waard
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Griekse πιστὸς ὁ λόγος (pistos ho logos), ‘betrouwbaar is het woord’, is de vaste formule uit 1:15.

Zij verwijst hier vooruit naar vers 10 of terug naar vers 8; het Grieks zegt het niet.

Zie ook 1 Tim. 1:15; 1 Tim. 3:1; 2 Tim. 2:11; Tit. 3:8.

10Hiervoor immers werken wij hard en worden wij beschimpt, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende Elohim. Hij is de Redder van alle mensen, vooral van de gelovigen.
εἰς
(eis)
tot
τοῦτο
(touto)
dit
γὰρ
(gar)
immers
κοπιῶμεν
(kopiomen)
werken wij hard
καὶ
(kai)
en
ὀνειδιζόμεθα
(oneidizometha)
worden wij beschimpt
ὅτι
(hoti)
omdat
ἠλπίκαμεν
(elpikamen)
wij hebben gehoopt
ἐπὶ
(epi)
op
θεῷ
(theo)
Elohim
ζῶντι
(zonti)
levende
ὅς
(hos)
die
ἐστιν
(estin)
is
σωτὴρ
(soter)
Redder
πάντων
(panton)
van alle
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
μάλιστα
(malista)
vooral
πιστῶν
(piston)
van gelovigen
Bron: SBLGNT
Uitleg

κοπιάω (kopiao), ‘hard werken’: zich afmatten. ὀνειδίζω (oneidizo), ‘beschimpen’. ἠλπίκαμεν (elpikamen), ‘wij hebben gehoopt’: een voltooide tijd, ‘onze hoop gevestigd hebben’. θεὸς ζῶν (theos zon), ‘levende Elohim’: zoals in 3:15. σωτὴρ πάντων ἀνθρώπων (soter panton anthropon), ‘Redder van alle mensen’, μάλιστα πιστῶν (malista piston), ‘vooral van gelovigen’: de tekst zegt niet hoe dit zich verhoudt tot 2:4. σωτήρ staat hier van Elohim.

Zie ook 1 Tim. 2:3–4; 1 Tim. 3:15.

Lezing

Bij ‘immers’ (γάρ) en bij ‘worden wij beschimpt’ (ὀνειδιζόμεθα) markeert de SBLGNT varianten.

Wij volgen de SBLGNT.

Een voorbeeld voor de gelovigen

11Draag dit op en onderwijs het.
Παράγγελλε
(Parangelle)
draag op
ταῦτα
(tauta)
dit
καὶ
(kai)
en
δίδασκε
(didaske)
onderwijs
Bron: SBLGNT
Uitleg

παραγγέλλω (parangello), ‘opdragen’: een opdracht geven, zoals in 1:3.

12Laat niemand op je jeugd neerkijken, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen in woord, in gedrag, in liefde, in geloof, in zuiverheid.
μηδείς
(medeis)
niemand
σου
(sou)
van jou
τῆς
(tes)
de
νεότητος
(neotetos)
jeugd
καταφρονείτω
(kataphroneito)
laat neerkijken
ἀλλὰ
(alla)
maar
τύπος
(typos)
voorbeeld
γίνου
(ginou)
wees
τῶν
(ton)
van de
πιστῶν
(piston)
gelovigen
ἐν
(en)
in
λόγῳ
(logo)
woord
ἐν
(en)
in
ἀναστροφῇ
(anastrophe)
gedrag
ἐν
(en)
in
ἀγάπῃ
(agape)
liefde
ἐν
(en)
in
πίστει
(pistei)
geloof
ἐν
(en)
in
ἁγνείᾳ
(hagneia)
zuiverheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

νεότης (neotes), ‘jeugd’: Timoteüs is jong; een leeftijd noemt de tekst niet. τύπος (typos), ‘voorbeeld’: letterlijk ‘afdruk, beeld’; vergelijk Fil. 3:17. ἀναστροφή (anastrofe), ‘gedrag’: de manier van leven. ἁγνεία (hagneia), ‘zuiverheid’.

Zie ook Fil. 3:17; Tit. 2:7.

Lezing

Bij ‘liefde’ (ἀγάπῃ) markeert de SBLGNT een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

13Houd je, totdat ik kom, bezig met het voorlezen, de aansporing en het onderwijs.
ἕως
(heos)
totdat
ἔρχομαι
(erchomai)
ik kom
πρόσεχε
(proseche)
houd je bezig
τῇ
(te)
met het
ἀναγνώσει
(anagnosei)
voorlezen
τῇ
(te)
de
παρακλήσει
(paraklesei)
aansporing
τῇ
(te)
het
διδασκαλίᾳ
(didaskalia)
onderwijs
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀνάγνωσις (anagnosis), ‘voorlezen’: het (hardop) voorlezen, zoals in Hand. 13:15 en Kol. 4:16. παράκλησις (paraklesis), ‘aansporing’: ook ‘vertroosting’; zie het werkwoord ‘aansporen’ in 1:3. διδασκαλία (didaskalia), ‘onderwijs’.

Zie ook Hand. 13:15; Kol. 4:16.

14Verwaarloos de genadegave niet die in jou is, die je gegeven is door profetie, met oplegging van de handen van de raad van ouderen.
μὴ
(me)
niet
ἀμέλει
(amelei)
verwaarloos
τοῦ
(tou)
de
ἐν
(en)
in
σοὶ
(soi)
jou
χαρίσματος
(charismatos)
genadegave
ὃ
(ho)
die
ἐδόθη
(edothe)
werd gegeven
σοι
(soi)
aan jou
διὰ
(dia)
door
προφητείας
(propheteias)
profetie
μετὰ
(meta)
met
ἐπιθέσεως
(epitheseos)
oplegging
τῶν
(ton)
van de
χειρῶν
(cheiron)
handen
τοῦ
(tou)
van de
πρεσβυτερίου
(presbyteriou)
raad van ouderen
Bron: SBLGNT
Uitleg

χάρισμα (charisma), ‘genadegave’: wat uit genade geschonken is.

Het Grieks zegt niet welke gave bedoeld is.

‘Door profetie’ (διὰ προφητείας): een uitspraak die over Timoteüs gedaan is; vergelijk 1:18. ἐπίθεσις τῶν χειρῶν (epithesis ton cheiron), ‘oplegging van de handen’. πρεσβυτέριον (presbyterion), ‘raad van ouderen’: de groep van de πρεσβύτεροι (presbyteroi), ‘oudere mannen’ of ‘ouderen’; zie 5:17.

In 2 Tim. 1:6 gaat het om ‘de oplegging van mijn handen’.

Zie ook 1 Tim. 1:18; 1 Tim. 5:17; 1 Tim. 5:22; 2 Tim. 1:6.

15Overdenk dit, ga hierin op, opdat jouw vooruitgang voor allen openbaar is.
ταῦτα
(tauta)
dit
μελέτα
(meleta)
overdenk
ἐν
(en)
in
τούτοις
(toutois)
dezen
ἴσθι
(isthi)
wees
ἵνα
(hina)
opdat
σου
(sou)
jouw
ἡ
(he)
de
προκοπὴ
(prokope)
vooruitgang
φανερὰ
(phanera)
openbaar
ᾖ
(e)
is
πᾶσιν
(pasin)
voor allen
Bron: SBLGNT
Uitleg

μελετάω (meletao), ‘overdenken’: ook ‘oefenen, zich erin verdiepen’. ἐν τούτοις ἴσθι (en toutois isthi), ‘wees hierin’: ga hierin op. προκοπή (prokope), ‘vooruitgang’: groei, voortgang.

Lezing

Bij ‘is’ (ᾖ) markeert de SBLGNT een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

16Let op jezelf en op het onderwijs. Blijf daarbij, want als je dit doet, zul je zowel jezelf redden als hen die naar je luisteren.
ἔπεχε
(epeche)
let op
σεαυτῷ
(seauto)
jezelf
καὶ
(kai)
en
τῇ
(te)
op het
διδασκαλίᾳ
(didaskalia)
onderwijs
ἐπίμενε
(epimene)
blijf
αὐτοῖς
(autois)
daarbij
τοῦτο
(touto)
dit
γὰρ
(gar)
want
ποιῶν
(poion)
doend
καὶ
(kai)
zowel
σεαυτὸν
(seauton)
jezelf
σώσεις
(soseis)
zult redden
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
hen die
ἀκούοντάς
(akouontas)
horen
σου
(sou)
jou
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπέχω (epecho), ‘letten op’: aandacht richten op. σῴζω (sozo), ‘redden’: Timoteüs ‘redt’ zichzelf en zijn hoorders door vol te houden in het onderwijs; het Grieks zegt niet verder in welke zin.

Elders in deze brief is Elohim de Redder (2:3; 4:10).

Zie ook 1 Tim. 2:3; 1 Tim. 4:10.