Elohim Bijbel

2 Koningen 1

12345678910111213141516171819202122232425

Achazia, Baäl-Zebub en het vuur van Elia

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Moab komt in opstand

1Na de dood van Achab kwam Moab in opstand tegen Israël.
וַיִּפְשַׁ֤ע
(vayifsha)
en kwam in opstand
מוֹאָב֙
(moav)
Moab
בְּיִשְׂרָאֵ֔ל
(beyisrael)
tegen Israël
אַחֲרֵ֖י
(acharei)
na
מ֥וֹת
(mot)
de dood van
אַחְאָֽב
(achav)
Achab
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Uitleg

Moab ligt ten oosten van de Zoutzee, in het huidige Jordanië.

Dat is zeker.

וַיִּפְשַׁע (vayyifsha), ‘kwam in opstand’: Moab weigerde Israël nog langer te dienen en schatting te betalen. Zie 2 Kon. 3:4–5 en 2 Sam. 8:2.

De jaren van Achab eindigen in 1 Kon. 22:40.

Achazia en Baäl-Zebub

2Achazia viel door het traliewerk van zijn bovenkamer in Samaria en werd ziek. Hij stuurde boden en zei tegen hen: „Ga, raadpleeg Baäl-Zebub, de god van Ekron, of ik van deze ziekte zal herstellen.”
וַיִּפֹּ֨ל
(vayipol)
en viel
אֲחַזְיָ֜ה
(achazya)
Achazia
בְּעַ֣ד
(bead)
door
הַשְּׂבָכָ֗ה
(hasevakha)
het traliewerk
בַּעֲלִיָּת֛וֹ
(baaliyato)
in zijn bovenkamer
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
בְּשֹׁמְר֖וֹן
(beshomeron)
in Samaria
וַיָּ֑חַל
(vayachal)
en werd ziek
וַיִּשְׁלַ֣ח
(vayishlach)
en stuurde
מַלְאָכִ֔ים
(malakhim)
boden
וַיֹּ֤אמֶר
(vayomer)
en zei
אֲלֵהֶם֙
(alehem)
tegen hen
לְכ֣וּ
(lekhu)
gaat
דִרְשׁ֗וּ
(dirshu)
raadpleegt
בְּבַ֤עַל
(bevaal)
bij Baäl
זְבוּב֙
(zevuv)
Zebub
אֱלֹהֵ֣י
(elohei)
de god van
עֶקְר֔וֹן
(eqron)
Ekron
אִם
(im)
of
אֶחְיֶ֖ה
(echye)
ik zal herstellen
מֵחֳלִ֥י
(mecholi)
van mijn ziekte
זֶֽה
(ze)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Samaria: Samaria is de hoofdstad van het noordrijk Israël, gebouwd door Omri op een heuvel bij het huidige Sebastiya, ten noordwesten van Sichem.

Zie Ekron: Ekron wordt gezocht bij Khirbet el-Muqanna, in de kustvlakte.

Uitleg

Samaria ligt bij Sebastiya, ongeveer 10 km ten noordwesten van Nablus, op de Westelijke Jordaanoever.

Dat is zeker.

Ekron lag in de kustvlakte van de Filistijnen, waarschijnlijk bij Tel Miqne (Khirbet el-Muqanna) in het huidige Israël.

בַּעַל זְבוּב (Ba’al Zevuv), ‘Baäl-Zebub’: letterlijk ‘heer van de vliegen’. Zo staat het in de Masoretische tekst. Sommigen lezen Baäl-Zebul.

אֱלֹהֵי עֶקְרוֹן (Elohe Ekron), ‘de god van Ekron’: het woord Elohim schrijven wij voor een vreemde god met een kleine letter, als ‘god’.

הַשְּׂבָכָה (hassevakhah), ‘traliewerk’: een rooster van latten of takken voor een raam of een luik. De bovenkamer (עֲלִיָּה, aliyyah) is een kamer op het dak of op de eerste verdieping, zoals in 1 Kon. 17:19.

דִּרְשׁוּ (dirshu), ‘raadpleeg’: bij een god of een profeet navragen wat er gaat gebeuren. Dit werkwoord (דָּרַשׁ, darash) staat ook in de verzen 3, 6 en 16.

3De engel van Yahweh sprak tot Elia, de Tisbiet: „Sta op, ga omhoog, de boden van de koning van Samaria tegemoet. Zeg tegen hen: ‘Is het omdat er geen Elohim in Israël is dat jullie gaan om Baäl-Zebub, de god van Ekron, te raadplegen?
וּמַלְאַ֣ךְ
(umalakh)
en de engel van
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
דִּבֶּר֙
(diber)
sprak
אֶל
(el)
tot
אֵלִיָּ֣ה
(eliya)
Elia
הַתִּשְׁבִּ֔י
(hatishbi)
de Tisbiet
ק֣וּם
(qum)
sta op
עֲלֵ֔ה
(ale)
ga omhoog
לִקְרַ֖את
(liqrat)
om te ontmoeten
מַלְאֲכֵ֣י
(malakhei)
de boden van
מֶֽלֶךְ
(melekh)
de koning van
שֹׁמְר֑וֹן
(shomeron)
Samaria
וְדַבֵּ֣ר
(vedaber)
en spreek
אֲלֵהֶ֔ם
(alehem)
tot hen
הַֽמִבְּלִ֤י
(hamibeli)
is het omdat
אֵין
(ein)
er niet is
אֱלֹהִים֙
(Elohim)
Elohim
בְּיִשְׂרָאֵ֔ל
(beyisrael)
in Israël
אַתֶּם֙
(atem)
jullie
הֹֽלְכִ֔ים
(holekhim)
gaan
לִדְרֹ֕שׁ
(lidrosh)
om te raadplegen
בְּבַ֥עַל
(bevaal)
bij Baäl
זְב֖וּב
(zevuv)
Zebub
אֱלֹהֵ֥י
(elohei)
de god van
עֶקְרֽוֹן
(eqron)
Ekron
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Tisbe (ligging onzeker): Elia kwam uit Tisbe, in of bij Gilead.

De precieze plaats is niet bekend.

Zie Samaria: Samaria is de hoofdstad van het noordrijk Israël, gebouwd door Omri op een heuvel bij het huidige Sebastiya, ten noordwesten van Sichem.

Zie Ekron: Ekron wordt gezocht bij Khirbet el-Muqanna, in de kustvlakte.

Uitleg

De engel van Yahweh geeft Elia hier een opdracht.

Wij vertalen ‘de engel van Yahweh’ neutraal; zijn woorden staan zwart.

Zie ook 1 Kon. 19:5–7.

הַתִּשְׁבִּי (hattishbi), ‘de Tisbiet’: zie 1 Kon. 17:1.

De vraag ‘Is het omdat er geen Elohim in Israël is?’ gaat over de ontrouw van de koning. Hij vraagt een vreemde god om raad, terwijl Israël Yahweh heeft. Vergelijk 1 Kon. 22:52–54.

4Daarom, zo zegt Yahweh: Van het bed waarop je bent geklommen, zul je niet afkomen, want je zult zeker sterven.’” Elia ging weg.
וְלָכֵן֙
(velakhen)
en daarom
כֹּֽה
(ko)
zo
אָמַ֣ר
(amar)
zegt
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
הַמִּטָּ֞ה
(hamita)
het bed
אֲשֶׁר
(asher)
waarop
עָלִ֥יתָ
(alita)
je bent geklommen
שָּׁ֛ם
(sham)
daar
לֹֽא
(lo)
niet
תֵרֵ֥ד
(tered)
zul je afkomen
מִמֶּ֖נָּה
(mimena)
daarvan
כִּ֣י
(ki)
want
מ֣וֹת
(mot)
de dood
תָּמ֑וּת
(tamut)
zul je sterven
וַיֵּ֖לֶךְ
(vayelekh)
en ging
אֵלִיָּֽה
(eliya)
Elia
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In dit vers geeft de engel Elia de boodschap voor de koning mee.

Daarom staat ‘zo zegt Yahweh’ binnen de woorden van de engel.

מוֹת תָּמוּת (mot tamut), ‘je zult zeker sterven’: letterlijk ‘sterven zul je sterven’. Het herhaalde werkwoord maakt de uitspraak sterk.

5De boden keerden terug naar hem. Hij zei tegen hen: „Waarom zijn jullie teruggekomen?”
וַיָּשׁ֥וּבוּ
(vayashuvu)
en keerden terug
הַמַּלְאָכִ֖ים
(hamalakhim)
de boden
אֵלָ֑יו
(elav)
naar hem
וַיֹּ֥אמֶר
(vayomer)
en hij zei
אֲלֵיהֶ֖ם
(aleihem)
tegen hen
מַה
(ma)
waarom
זֶּ֥ה
(ze)
dit
שַׁבְתֶּֽם
(shavtem)
jullie zijn teruggekeerd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Zij zeiden tegen hem: „Een man kwam ons tegemoet. Hij zei tegen ons: ‘Ga, keer terug naar de koning die jullie gestuurd heeft. Zeg tegen hem: Zo zegt Yahweh: Is het omdat er geen Elohim in Israël is dat jij boden stuurt om Baäl-Zebub, de god van Ekron, te raadplegen? Daarom zul je van het bed waarop je bent geklommen niet afkomen, want je zult zeker sterven.’”
וַיֹּאמְר֨וּ
(vayomru)
en zeiden
אֵלָ֜יו
(elav)
tot hem
אִ֣ישׁ
(ish)
een man
עָלָ֣ה
(ala)
kwam omhoog
לִקְרָאתֵ֗נוּ
(liqratenu)
ons tegemoet
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en hij zei
אֵלֵינוּ֮
(eleinu)
tot ons
לְכ֣וּ
(lekhu)
gaat
שׁוּבוּ֮
(shuvu)
keert terug
אֶל
(el)
naar
הַמֶּ֣לֶךְ
(hamelekh)
de koning
אֲשֶׁר
(asher)
die
שָׁלַ֣ח
(shalach)
stuurde
אֶתְכֶם֒
(etkhem)
jullie
וְדִבַּרְתֶּ֣ם
(vedibartem)
en jullie zullen spreken
אֵלָ֗יו
(elav)
tot hem
כֹּ֚ה
(ko)
zo
אָמַ֣ר
(amar)
zegt
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
הַֽמִבְּלִ֤י
(hamibeli)
is het omdat
אֵין
(ein)
er niet is
אֱלֹהִים֙
(Elohim)
Elohim
בְּיִשְׂרָאֵ֔ל
(beyisrael)
in Israël
אַתָּ֣ה
(ata)
jij
שֹׁלֵ֔חַ
(sholeach)
stuurt
לִדְרֹ֕שׁ
(lidrosh)
om te raadplegen
בְּבַ֥עַל
(bevaal)
bij Baäl
זְב֖וּב
(zevuv)
Zebub
אֱלֹהֵ֣י
(elohei)
de god van
עֶקְר֑וֹן
(eqron)
Ekron
לָ֠כֵן
(lakhen)
daarom
הַמִּטָּ֞ה
(hamita)
het bed
אֲשֶׁר
(asher)
waarop
עָלִ֥יתָ
(alita)
je bent geklommen
שָּׁ֛ם
(sham)
daar
לֹֽא
(lo)
niet
תֵרֵ֥ד
(tered)
zul je afkomen
מִמֶּ֖נָּה
(mimena)
daarvan
כִּֽי
(ki)
want
מ֥וֹת
(mot)
de dood
תָּמֽוּת
(tamut)
zul je sterven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Ekron: Ekron wordt gezocht bij Khirbet el-Muqanna, in de kustvlakte.

Uitleg

Dit vers bevat een boodschap in een boodschap.

De boden vertellen wat de man (Elia) zei, en Elia herhaalt wat Yahweh hem had opgedragen.

Wij zetten de woorden van Elia tussen enkele aanhalingstekens.

Wat Elia namens Yahweh zegt (‘Zo zegt Yahweh …’) laten wij zonder extra tekens volgen.

7Hij zei tegen hen: „Hoe zag de man eruit die jullie tegemoet kwam en deze woorden tegen jullie sprak?”
וַיְדַבֵּ֣ר
(vaydaber)
en hij sprak
אֲלֵהֶ֔ם
(alehem)
tot hen
מֶ֚ה
(me)
wat
מִשְׁפַּ֣ט
(mishpat)
de wijze van
הָאִ֔ישׁ
(haish)
de man
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
עָלָ֖ה
(ala)
kwam omhoog
לִקְרַאתְכֶ֑ם
(liqratkhem)
jullie tegemoet
וַיְדַבֵּ֣ר
(vaydaber)
en sprak
אֲלֵיכֶ֔ם
(aleikhem)
tot jullie
אֶת
(et)
(obj.)
הַדְּבָרִ֖ים
(hadevarim)
de woorden
הָאֵֽלֶּה
(haele)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִשְׁפָּט (mishpat), ‘wijze’: dit woord is elders ‘recht’.

Hier gaat het om hoe de man was, dus zijn uiterlijk en kleding.

Wij vertalen ‘hoe zag hij eruit’.

8Zij zeiden tegen hem: „Een harige man. Om zijn heupen was een leren gordel gebonden.” Hij zei: „Het is Elia, de Tisbiet.”
וַיֹּאמְר֣וּ
(vayomru)
en zeiden
אֵלָ֗יו
(elav)
tot hem
אִ֚ישׁ
(ish)
een man
בַּ֣עַל
(baal)
bezitter van
שֵׂעָ֔ר
(sear)
haar
וְאֵז֥וֹר
(veezor)
en een gordel van
ע֖וֹר
(or)
leer
אָז֣וּר
(azur)
omgord
בְּמָתְנָ֑יו
(bematenav)
om zijn heupen
וַיֹּאמַ֕ר
(vayomar)
en hij zei
אֵלִיָּ֥ה
(eliya)
Elia
הַתִּשְׁבִּ֖י
(hatishbi)
de Tisbiet
הֽוּא
(hu)
hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Tisbe (ligging onzeker): Elia kwam uit Tisbe, in of bij Gilead.

De precieze plaats is niet bekend.

Uitleg

בַּעַל שֵׂעָר (ba’al se’ar), ‘harige man’: letterlijk ‘bezitter van haar’.

Het kan een man met veel lichaamshaar zijn, of een man in een kleed van haar (vergelijk Gen. 25:25).

Het Hebreeuws kiest niet.

Wij houden ‘harige man’.

אֵזוֹר (ezor), ‘gordel’, en עוֹר (or), ‘leer’: een leren gordel om de heupen.

Vuur uit de hemel

9Hij stuurde een aanvoerder van vijftig naar hem toe, met zijn vijftig man. Die ging naar hem omhoog. En zie, hij zat boven op de berg. De aanvoerder zei tegen hem: „Man van Elohim, de koning heeft gesproken: Kom naar beneden.”
וַיִּשְׁלַ֥ח
(vayishlach)
en hij stuurde
אֵלָ֛יו
(elav)
naar hem
שַׂר
(sar)
een aanvoerder van
חֲמִשִּׁ֖ים
(chamishim)
vijftig
וַחֲמִשָּׁ֑יו
(vachamishav)
en zijn vijftig
וַיַּ֣עַל
(vayaal)
en hij ging omhoog
אֵלָ֗יו
(elav)
naar hem
וְהִנֵּה֙
(vehine)
en zie
יֹשֵׁב֙
(yoshev)
zittend
עַל
(al)
op
רֹ֣אשׁ
(rosh)
de top van
הָהָ֔ר
(hahar)
de berg
וַיְדַבֵּ֣ר
(vaydaber)
en hij sprak
אֵלָ֔יו
(elav)
tot hem
אִ֚ישׁ
(ish)
man van
הָֽאֱלֹהִ֔ים
(haElohim)
de Elohim
הַמֶּ֥לֶךְ
(hamelekh)
de koning
דִּבֶּ֖ר
(diber)
heeft gesproken
רֵֽדָה
(reda)
kom naar beneden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Hebreeuws noemt de berg niet.

De ligging is onzeker.

אִישׁ הָאֱלֹהִים (ish haElohim), ‘man van Elohim’: een titel voor een profeet (zoals 1 Kon. 17:18). De aanvoerder gebruikt de titel, maar geeft een bevel in de naam van de koning: דִּבֶּר (dibber), ‘heeft gesproken’.

שַׂר חֲמִשִּׁים (sar chamishim), ‘aanvoerder van vijftig’: de leider van een groep van vijftig soldaten.

10Elia antwoordde en zei tegen de aanvoerder van de vijftig: „Als ik een man van Elohim ben, laat dan vuur uit de hemel neerdalen. Laat het jou en je vijftig man verteren.” Toen daalde vuur uit de hemel neer en verteerde hem en zijn vijftig man.
וַיַּעֲנֶ֣ה
(vayaane)
en antwoordde
אֵלִיָּ֗הוּ
(eliyahu)
Elia
וַיְדַבֵּר֮
(vaydaber)
en sprak
אֶל
(el)
tot
שַׂ֣ר
(sar)
de aanvoerder van
הַחֲמִשִּׁים֒
(hachamishim)
de vijftig
וְאִם
(veim)
en als
אִ֤ישׁ
(ish)
man van
אֱלֹהִים֙
(Elohim)
Elohim
אָ֔נִי
(ani)
ik
תֵּ֤רֶד
(tered)
laat neerdalen
אֵשׁ֙
(esh)
vuur
מִן
(min)
uit
הַשָּׁמַ֔יִם
(hashamayim)
de hemel
וְתֹאכַ֥ל
(vetokhal)
en verteer
אֹתְךָ֖
(otekha)
jou
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
חֲמִשֶּׁ֑יךָ
(chamisheikha)
je vijftig
וַתֵּ֤רֶד
(vatered)
en daalde neer
אֵשׁ֙
(esh)
vuur
מִן
(min)
uit
הַשָּׁמַ֔יִם
(hashamayim)
de hemel
וַתֹּ֥אכַל
(vatokhal)
en verteerde
אֹת֖וֹ
(oto)
hem
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
חֲמִשָּֽׁיו
(chamishav)
zijn vijftig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Elia zegt ‘man van Elohim’ (אִישׁ אֱלֹהִים, zonder lidwoord) en laat de uitkomst aan Elohim over.

Vuur uit de hemel komt ook voor in 1 Kon. 18:38, Lev. 10:2 en Num. 16:35.

11Hij stuurde opnieuw een andere aanvoerder van vijftig naar hem toe, met zijn vijftig man. Die antwoordde en zei tegen hem: „Man van Elohim, zo zegt de koning: Kom snel naar beneden.”
וַיָּ֜שָׁב
(vayashav)
en keerde terug
וַיִּשְׁלַ֥ח
(vayishlach)
en stuurde
אֵלָ֛יו
(elav)
naar hem
שַׂר
(sar)
een aanvoerder van
חֲמִשִּׁ֥ים
(chamishim)
vijftig
אַחֵ֖ר
(acher)
een andere
וַחֲמִשָּׁ֑יו
(vachamishav)
en zijn vijftig
וַיַּ֨עַן֙
(vayaan)
en antwoordde
וַיְדַבֵּ֣ר
(vaydaber)
en sprak
אֵלָ֔יו
(elav)
tot hem
אִ֚ישׁ
(ish)
man van
הָאֱלֹהִ֔ים
(haElohim)
de Elohim
כֹּֽה
(ko)
zo
אָמַ֥ר
(amar)
zegt
הַמֶּ֖לֶךְ
(hamelekh)
de koning
מְהֵרָ֥ה
(mehera)
snel
רֵֽדָה
(reda)
kom naar beneden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Elia antwoordde en zei tegen hen: „Als ik een man van Elohim ben, laat dan vuur uit de hemel neerdalen. Laat het jou en je vijftig man verteren.” Toen daalde vuur van Elohim uit de hemel neer en verteerde hem en zijn vijftig man.
וַיַּ֣עַן
(vayaan)
en antwoordde
אֵלִיָּה֮
(eliya)
Elia
וַיְדַבֵּ֣ר
(vaydaber)
en sprak
אֲלֵיהֶם֒
(aleihem)
tot hen
אִם
(im)
als
אִ֤ישׁ
(ish)
man van
הָֽאֱלֹהִים֙
(haElohim)
de Elohim
אָ֔נִי
(ani)
ik
תֵּ֤רֶד
(tered)
laat neerdalen
אֵשׁ֙
(esh)
vuur
מִן
(min)
uit
הַשָּׁמַ֔יִם
(hashamayim)
de hemel
וְתֹאכַ֥ל
(vetokhal)
en verteer
אֹתְךָ֖
(otekha)
jou
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
חֲמִשֶּׁ֑יךָ
(chamisheikha)
je vijftig
וַתֵּ֤רֶד
(vatered)
en daalde neer
אֵשׁ
(esh)
vuur van
אֱלֹהִים֙
(Elohim)
Elohim
מִן
(min)
uit
הַשָּׁמַ֔יִם
(hashamayim)
de hemel
וַתֹּ֥אכַל
(vatokhal)
en verteerde
אֹת֖וֹ
(oto)
hem
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
חֲמִשָּֽׁיו
(chamishav)
zijn vijftig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֵשׁ אֱלֹהִים (esh Elohim), ‘vuur van Elohim’: in vers 10 staat alleen ‘vuur’.

Nu wordt duidelijk dat het uit de hand van Elohim komt.

13Hij stuurde opnieuw een derde aanvoerder van vijftig, met zijn vijftig man. De derde aanvoerder van vijftig ging omhoog en kwam. Hij knielde voor Elia en smeekte hem. Hij zei tegen hem: „Man van Elohim, laat toch mijn ziel en de ziel van uw dienaren, deze vijftig, kostbaar zijn in uw ogen.
וַיָּ֗שָׁב
(vayashav)
en keerde terug
וַיִּשְׁלַ֛ח
(vayishlach)
en stuurde
שַׂר
(sar)
een aanvoerder van
חֲמִשִּׁ֥ים
(chamishim)
vijftig
שְׁלִשִׁ֖ים
(shelishim)
een derde
וַחֲמִשָּׁ֑יו
(vachamishav)
en zijn vijftig
וַיַּ֡עַל
(vayaal)
en ging omhoog
וַיָּבֹא֩
(vayavo)
en kwam
שַׂר
(sar)
de aanvoerder van
הַחֲמִשִּׁ֨ים
(hachamishim)
de vijftig
הַשְּׁלִישִׁ֜י
(hashelishi)
de derde
וַיִּכְרַ֥ע
(vayikhra)
en knielde
עַל
(al)
op
בִּרְכָּ֣יו
(birkav)
zijn knieën
לְנֶ֣גֶד
(leneged)
voor
אֵלִיָּ֗הוּ
(eliyahu)
Elia
וַיִּתְחַנֵּ֤ן
(vayitchanen)
en smeekte
אֵלָיו֙
(elav)
hem
וַיְדַבֵּ֣ר
(vaydaber)
en sprak
אֵלָ֔יו
(elav)
tot hem
אִ֚ישׁ
(ish)
man van
הָֽאֱלֹהִ֔ים
(haElohim)
de Elohim
תִּֽיקַר
(tiqar)
laat kostbaar zijn
נָ֣א
(na)
toch
נַפְשִׁ֗י
(nafshi)
mijn ziel
וְנֶ֨פֶשׁ
(venefesh)
en de ziel van
עֲבָדֶ֥יךָֽ
(avadeikha)
uw dienaren
אֵ֛לֶּה
(ele)
deze
חֲמִשִּׁ֖ים
(chamishim)
vijftig
בְּעֵינֶֽיךָ
(beeineikha)
in uw ogen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: hier het leven van een mens.

‘Mijn ziel’ betekent ook ‘ik zelf’.

תִּיקַר (tiyqar), ‘kostbaar zijn’: de aanvoerder smeekt om gespaard te worden.

14Zie, vuur is uit de hemel neergedaald en heeft de twee eerste aanvoerders van vijftig verteerd, met hun vijftig man. Laat nu mijn ziel kostbaar zijn in uw ogen.”
הִ֠נֵּה
(hine)
zie
יָ֤רְדָה
(yareda)
is neergedaald
אֵשׁ֙
(esh)
vuur
מִן
(min)
uit
הַשָּׁמַ֔יִם
(hashamayim)
de hemel
וַ֠תֹּאכַל
(vatokhal)
en verteerde
אֶת
(et)
(obj.)
שְׁנֵ֞י
(shenei)
de twee
שָׂרֵ֧י
(sarei)
aanvoerders van
הַחֲמִשִּׁ֛ים
(hachamishim)
de vijftig
הָרִאשֹׁנִ֖ים
(harishonim)
de eersten
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
חֲמִשֵּׁיהֶ֑ם
(chamisheihem)
hun vijftig
וְעַתָּ֕ה
(veata)
en nu
תִּיקַ֥ר
(tiqar)
laat kostbaar zijn
נַפְשִׁ֖י
(nafshi)
mijn ziel
בְּעֵינֶֽיךָ
(beeineikha)
in uw ogen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Elia gaat naar de koning

15De engel van Yahweh sprak tot Elia: „Ga met hem naar beneden. Wees niet bang voor hem.” Hij stond op en ging met hem naar beneden, naar de koning.
וַיְדַבֵּ֞ר
(vaydaber)
en sprak
מַלְאַ֤ךְ
(malakh)
de engel van
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
אֵ֣לִיָּ֔הוּ
(eliyahu)
Elia
רֵ֣ד
(red)
ga naar beneden
אוֹת֔וֹ
(oto)
met hem
אַל
(al)
niet
תִּירָ֖א
(tira)
wees bang
מִפָּנָ֑יו
(mipanav)
voor hem
וַיָּ֛קָם
(vayaqam)
en hij stond op
וַיֵּ֥רֶד
(vayered)
en ging naar beneden
אוֹת֖וֹ
(oto)
met hem
אֶל
(el)
naar
הַמֶּֽלֶךְ
(hamelekh)
de koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De engel van Yahweh spreekt hier weer tot Elia.

Wij laten zijn woorden zwart.

Vergelijk ‘wees niet bang’ in Gen. 15:1.

16Hij zei tegen hem: „Zo zegt Yahweh: ‘Omdat je boden hebt gestuurd om Baäl-Zebub, de god van Ekron, te raadplegen: is er dan geen Elohim in Israël om Zijn woord te raadplegen? Daarom zul je van het bed waarop je bent geklommen niet afkomen, want je zult zeker sterven.’”
וַיְדַבֵּ֨ר
(vaydaber)
en hij sprak
אֵלָ֜יו
(elav)
tot hem
כֹּֽה
(ko)
zo
אָמַ֣ר
(amar)
zegt
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
יַ֜עַן
(yaan)
omdat
אֲשֶׁר
(asher)
dat
שָׁלַ֣חְתָּ
(shalachta)
je hebt gestuurd
מַלְאָכִים֮
(malakhim)
boden
לִדְרֹשׁ֮
(lidrosh)
om te raadplegen
בְּבַ֣עַל
(bevaal)
bij Baäl
זְבוּב֮
(zevuv)
Zebub
אֱלֹהֵ֣י
(elohei)
de god van
עֶקְרוֹן֒
(eqron)
Ekron
הַֽמִבְּלִ֤י
(hamibeli)
is het omdat
אֵין
(ein)
er niet is
אֱלֹהִים֙
(Elohim)
Elohim
בְּיִשְׂרָאֵ֔ל
(beyisrael)
in Israël
לִדְרֹ֖שׁ
(lidrosh)
om te raadplegen
בִּדְבָר֑וֹ
(bidvaro)
in Zijn woord
לָ֠כֵן
(lakhen)
daarom
הַמִּטָּ֞ה
(hamita)
het bed
אֲשֶׁר
(asher)
waarop
עָלִ֥יתָ
(alita)
je bent geklommen
שָּׁ֛ם
(sham)
daar
לֹֽא
(lo)
niet
תֵרֵ֥ד
(tered)
zul je afkomen
מִמֶּ֖נָּה
(mimena)
daarvan
כִּֽי
(ki)
want
מ֥וֹת
(mot)
de dood
תָּמֽוּת
(tamut)
zul je sterven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Ekron: Ekron wordt gezocht bij Khirbet el-Muqanna, in de kustvlakte.

Uitleg

Elia herhaalt woordelijk wat de engel in de verzen 3–4 zei, nu rechtstreeks tegen de koning.

בִּדְבָרוֹ (bidvaro), ‘Zijn woord’: het woord van de Elohim van Israël. Wij schrijven daarom ‘Zijn’ met een hoofdletter.

De dood van Achazia

17Hij stierf, naar het woord van Yahweh dat Elia gesproken had. Joram werd koning in zijn plaats, in het tweede jaar van Joram, de zoon van Josafat, koning van Juda. Want Achazia had geen zoon.
וַיָּ֜מָת
(vayamat)
en hij stierf
כִּדְבַ֥ר
(kidvar)
naar het woord van
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֲשֶׁר
(asher)
dat
דִּבֶּ֣ר
(diber)
sprak
אֵלִיָּ֗הוּ
(eliyahu)
Elia
וַיִּמְלֹ֤ךְ
(vayimlokh)
en werd koning
יְהוֹרָם֙
(yehoram)
Joram
תַּחְתָּ֔יו
(tachtav)
in zijn plaats
בִּשְׁנַ֣ת
(bishnat)
in het jaar
שְׁתַּ֔יִם
(shetayim)
twee
לִיהוֹרָ֥ם
(lihoram)
van Joram
בֶּן
(ben)
zoon van
יְהוֹשָׁפָ֖ט
(yehoshafat)
Josafat
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
יְהוּדָ֑ה
(yehuda)
Juda
כִּ֛י
(ki)
want
לֹֽא
(lo)
niet
הָ֥יָה
(haya)
was
ל֖וֹ
(lo)
aan hem
בֵּֽן
(ben)
een zoon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יְהוֹרָם (Yehoram), ‘Joram’: zowel de nieuwe koning van Israël (de broer van Achazia, zoon van Achab) als de koning van Juda (zoon van Josafat) heet zo.

Wij schrijven in beide gevallen ‘Joram’.

Lezing

De jaartallen in Koningen verschillen hier.

Hier staat het tweede jaar van Joram van Juda.

In 2 Kon. 3:1 staat het achttiende jaar van Josafat.

Sommige oude vertalingen hebben hier een ander jaartal.

Wij volgen de Masoretische tekst.

18De rest van de geschiedenis van Achazia, wat hij gedaan heeft: staat dat niet opgeschreven in het dagboek van de koningen van Israël?
וְיֶ֛תֶר
(veyeter)
en de rest van
דִּבְרֵ֥י
(divrei)
de geschiedenis van
אֲחַזְיָ֖הוּ
(achazyahu)
Achazia
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
wat
עָשָׂ֑ה
(asa)
hij deed
הֲלֽוֹא
(halo)
is het niet
הֵ֣מָּה
(hema)
zij
כְתוּבִ֗ים
(ketuvim)
opgeschreven
עַל
(al)
in
סֵ֛פֶר
(sefer)
het boek van
דִּבְרֵ֥י
(divrei)
de woorden van
הַיָּמִ֖ים
(hayamim)
de dagen
לְמַלְכֵ֥י
(lemalkhei)
voor de koningen van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲחַזְיָהוּ (Achazjahu), ‘Achazia’: dit is een langere vorm van dezelfde naam (zie vers 2).

סֵפֶר דִּבְרֵי הַיָּמִים (sefer divrei hayyamim), ‘dagboek’: letterlijk ‘boek van de woorden van de dagen’. Zie bij 1 Kon. 14:19.