Romeinen 4
Abraham: toegerekend als gerechtigheid door geloof, David, de belofte en het geloof in Elohim die de doden levend maakt
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Abraham werd rechtvaardig verklaard uit geloof
Ἀβραάμ (Abraam), ‘Abraham’: hij heette eerst Abram; zie Gen. 17:5.
Zijn verhaal staat in Gen. 12–25. εὑρίσκω (heurisko), ‘vinden’. προπάτωρ (propator), ‘voorvader’. κατὰ σάρκα (kata sarka), ‘naar het vlees’: het kan bij ‘voorvader’ horen (voorvader naar menselijke afstamming) of bij ‘gevonden heeft’; wij laten de plaats in de zin zoals in het Grieks.
Zie ook Gal. 3:6–9.
De SBLGNT markeert hier varianten bij ‘gevonden te hebben’, ‘voorvader’ en ‘onze’; wij volgen de SBLGNT.
ἐδικαιώθη (edikaiothe), ‘werd rechtvaardig verklaard’. ἔργα (erga), ‘werken’. καύχημα (kauchema), ‘roem, reden tot roem’. πρὸς θεόν (pros theon), ‘bij Elohim’: voor Zijn aangezicht.
De SBLGNT markeert hier een variant bij het voorzetsel ‘bij’ (πρός); wij volgen de SBLGNT.
Aanhaling van Gen. 15:6.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Abram geloofde Yahweh, en Hij rekende het hem toe als gerechtigheid’.
De Griekse tekst heeft ‘Abraham geloofde Elohim, en het werd hem toegerekend tot gerechtigheid’: hier staat de naam Abraham (in Gen. 15:6 heet hij nog Abram), ‘Elohim’ waar ons Hebreeuws ‘Yahweh’ heeft, en het toerekenen staat in de lijdende vorm. λογίζομαι (logizomai), ‘toerekenen’: iets op iemands rekening zetten. δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’.
Het citaat staat zwart: Paulus haalt het aan.
Zie ook Gen. 15:6; Gal. 3:6.
μισθός (misthos), ‘loon’. ὀφείλημα (ofeilema), ‘wat verschuldigd is’: een schuld die betaald moet worden. χάρις (charis), ‘genade’: een gave die men niet verschuldigd is.
ἀσεβής (asebes), ‘goddeloze’: zie ἀσέβεια in 1:18.
‘Hem die de goddeloze rechtvaardig verklaart’: δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’, een rechterlijk woord.
Vergelijk Exod. 23:7, waar Elohim zegt dat Hij de schuldige niet vrijspreekt.
Zie ook Exod. 23:7.
David spreekt de gelukkigprijzing uit
μακαρισμός (makarismos), ‘gelukkigprijzing’: een uitspraak waarin iemand gelukkig wordt genoemd.
De aanhaling in de verzen 7–8 is Ps. 32:1–2; het opschrift van die psalm noemt David.
Aanhaling van Ps. 32:1.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Gelukkig is hij wiens overtreding is vergeven, wiens zonde is bedekt’.
Het Grieks heeft het meervoud: ‘wier wetteloosheden vergeven zijn en wier zonden bedekt zijn’. ἀνομία (anomia), ‘wetteloosheid’. ἀφίημι (afiemi), ‘vergeven’; ἐπικαλύπτω (epikalypto), ‘bedekken’.
Het citaat staat zwart: David spreekt, Paulus haalt aan.
Zie ook Ps. 32:1–2.
Aanhaling van Ps. 32:2.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Gelukkig is de mens aan wie Yahweh geen schuld toerekent’.
Het Grieks heeft ‘de man aan wie de Heer beslist geen zonde toerekent’. κύριος (kyrios) vertalen wij hier met ‘Yahweh’, omdat ons Hebreeuws in Ps. 32:2 de naam Yahweh heeft. οὐ μή (ou me), ‘beslist niet’.
De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘van wie’; wij volgen de SBLGNT.
Voor of na de besnijdenis?
De gelukkigprijzing uit de verzen 7–8 wordt nu gekoppeld aan de besnijdenis.
Aanhaling van Gen. 15:6, zoals in vers 3; hier staat ‘het geloof’ als onderwerp. περιτομή (peritome), ‘besnijdenis’; ἀκροβυστία (akrobystia), ‘onbesnedenheid’: hier staat het voor de onbesnedenen, de volken.
Zie ook Gen. 15:6.
De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘want’; wij volgen de SBLGNT.
σημεῖον (semeion), ‘teken’; σφραγίς (sfragis), ‘zegel’. περιτομῆς (peritomes) is een genitief die kan betekenen ‘het teken dat de besnijdenis is’ of ‘het teken van de besnijdenis’; in Gen. 17:11 heet de besnijdenis ‘een teken van het verbond’. δι᾽ ἀκροβυστίας (di akrobystias), ‘terwijl zij onbesneden zijn’: letterlijk ‘door onbesnedenheid’.
Wij splitsen de lange Griekse zin.
Zie ook Gen. 17:11.
De SBLGNT markeert hier een variant bij het werkwoord ‘toegerekend worden’; wij volgen de SBLGNT.
De Griekse zin is lang en loopt door het hele vers; wij laten hem één zin. στοιχέω (stoicheo), ‘in de pas lopen, volgen’. ἴχνος (ichnos), ‘voetspoor’.
Abraham is vader van de besnedenen die ook zijn geloof volgen, en van de onbesnedenen die geloven.
De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden ‘in de onbesnedenheid’ en ‘geloof’; wij volgen de SBLGNT.
De belofte uit geloof
ἐπαγγελία (epangelia), ‘belofte’. σπέρμα (sperma), ‘zaad’: zie Gal. 3:16; ons Genesis heeft ‘nageslacht’ (zera). κληρονόμος κόσμου (kleronomos kosmou), ‘erfgenaam van de wereld’: Genesis spreekt over het land en over de volken, zonder het woord ‘wereld’. δικαιοσύνη πίστεως (dikaiosyne pisteos), ‘gerechtigheid van het geloof’.
Zie ook Gen. 12:7; Gen. 17:8; Gen. 22:17–18.
De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘zijn’ (εἶναι); wij volgen de SBLGNT.
κενόω (kenoo), ‘leegmaken’: het geloof heeft geen inhoud meer. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’. οἱ ἐκ νόμου (hoi ek nomou), ‘zij die uit de wet zijn’: wie op de wet vertrouwt.
ὀργή (orge), ‘toorn’. κατεργάζομαι (katergazomai), ‘bewerken, teweegbrengen’. παράβασις (parabasis), ‘overtreding’: het overschrijden van een gegeven gebod.
De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘maar’ (δέ); wij volgen de SBLGNT.
Het Grieks heeft geen werkwoord bij ‘uit geloof’; wij vullen ‘is het’ aan: ‘het’ verwijst naar de erfenis uit de verzen 13–14. βέβαιος (bebaios), ‘vast, zeker’.
De Griekse zin heeft een tussenzin tussen haakjes die loopt tot in vers 17; wij splitsen de lange zin en houden de haakjes.
Abraham is ‘de vader van ons allen’: van de besnedenen en de onbesnedenen die geloven.
Aanhaling van Gen. 17:5.
Ons Hebreeuws heeft: ‘want tot vader van een menigte volken heb Ik je gemaakt’ (het werkwoord is נָתַן, natan, ‘geven, maken, stellen’).
Het Grieks heeft ‘Tot vader van vele volken heb Ik je gesteld’ (τέθεικα, tetheika).
In Genesis spreekt Elohim in de eerste persoon (‘heb Ik je gemaakt’); ook in het Grieks staat ‘Ik’ (‘heb Ik je gesteld’); daarom staat het citaat rood. ζῳοποιέω (zoopoieo), ‘levend maken’. καλέω (kaleo), ‘roepen’: ‘wat niet is, roepen alsof het is’.
Zie ook Gen. 17:5.
Het geloof van Abraham
παρ᾽ ἐλπίδα ἐπ᾽ ἐλπίδι (par elpida ep elpidi), ‘tegen hoop in, op hoop’: een woordspel in het Grieks.
Aanhaling van Gen. 15:5.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Zo zal je nageslacht zijn’ (zera, hier ‘zaad’).
Elohim spreekt hier tot Abram, maar zonder ‘Ik’; daarom staat het citaat zwart.
Zie ook Gen. 15:5.
Het Grieks heeft één werkwoord, κατανοέω (katanoeo), ‘in aanmerking nemen’, voor het lichaam én de moederschoot; wij herhalen het en splitsen de lange zin. νεκρόω (nekroo), ‘doden, afsterven’: het lichaam van Abraham was als dood voor het krijgen van kinderen. νέκρωσις (nekrosis), ‘afsterving’. μήτρα (metra), ‘moederschoot’. Σάρρα (Sarra), ‘Sarah’: in Gen. 17:15 krijgt zij die naam.
Abraham was 100 jaar, Sarah 90.
Zie ook Gen. 17:17; Gen. 18:11–12.
De SBLGNT markeert hier varianten bij ‘in het geloof’ en bij ‘lichaam’; wij volgen de SBLGNT.
διακρίνω (diakrino), ‘twijfelen’. ἐνδυναμόω (endynamoo), ‘sterk worden’. δόξαν δοῦναι (doxan dounai), ‘eer geven’: Elohim verheerlijken.
πληροφορέω (pleroforeo), ‘ten volle overtuigd zijn’: letterlijk ‘geheel vervuld worden’. ἐπαγγέλλομαι (epangellomai), ‘beloven’.
‘Om hem geschreven’: het toerekenen in Gen. 15:6 geldt Abraham, maar het is ook voor latere lezers opgeschreven.
μέλλει (mellei), ‘staat te’: het toerekenen ligt in de toekomst voor wie nu gelooft. ἐγείρω (egeiro), ‘opwekken’.
‘Yeshua, onze Heer’: κύριος (kyrios) is hier Yeshua.
παραδίδωμι (paradidomi), ‘overleveren’: hetzelfde werkwoord als ‘overgeven’ in 1:24; het Grieks staat in de lijdende vorm en noemt niet wie Hem overleverde. παράπτωμα (paraptoma), ‘overtreding’. δικαίωσις (dikaiosis), ‘rechtvaardigverklaring’: het woord hoort bij δικαιόω, ‘rechtvaardig verklaren’.
De twee helften van het vers lopen parallel: overgeleverd om onze overtredingen, opgewekt om onze rechtvaardigverklaring.