Elohim Bijbel

Romeinen 4

12345678910111213141516

Abraham: toegerekend als gerechtigheid door geloof, David, de belofte en het geloof in Elohim die de doden levend maakt

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Abraham werd rechtvaardig verklaard uit geloof

1Wat zullen wij dan zeggen dat Abraham, onze voorvader, naar het vlees gevonden heeft?
Τί
(Ti)
wat
οὖν
(oun)
dan
ἐροῦμεν
(eroumen)
zullen wij zeggen
εὑρηκέναι
(heurekenai)
gevonden te hebben
Ἀβραὰμ
(Abraam)
Abraham
τὸν
(ton)
de
προπάτορα
(propatora)
voorvader
ἡμῶν
(hemon)
onze
κατὰ
(kata)
naar
σάρκα
(sarka)
vlees
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἀβραάμ (Abraam), ‘Abraham’: hij heette eerst Abram; zie Gen. 17:5.

Zijn verhaal staat in Gen. 12–25. εὑρίσκω (heurisko), ‘vinden’. προπάτωρ (propator), ‘voorvader’. κατὰ σάρκα (kata sarka), ‘naar het vlees’: het kan bij ‘voorvader’ horen (voorvader naar menselijke afstamming) of bij ‘gevonden heeft’; wij laten de plaats in de zin zoals in het Grieks.

Zie ook Gal. 3:6–9.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij ‘gevonden te hebben’, ‘voorvader’ en ‘onze’; wij volgen de SBLGNT.

2Want als Abraham uit werken rechtvaardig verklaard is, heeft hij reden tot roem, maar niet bij Elohim.
εἰ
(ei)
als
γὰρ
(gar)
want
Ἀβραὰμ
(Abraam)
Abraham
ἐξ
(ex)
uit
ἔργων
(ergon)
werken
ἐδικαιώθη
(edikaiothe)
werd rechtvaardig verklaard
ἔχει
(echei)
heeft hij
καύχημα
(kauchema)
roem
ἀλλ’
(all’)
maar
οὐ
(ou)
niet
πρὸς
(pros)
bij
θεόν
(theon)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐδικαιώθη (edikaiothe), ‘werd rechtvaardig verklaard’. ἔργα (erga), ‘werken’. καύχημα (kauchema), ‘roem, reden tot roem’. πρὸς θεόν (pros theon), ‘bij Elohim’: voor Zijn aangezicht.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het voorzetsel ‘bij’ (πρός); wij volgen de SBLGNT.

3Want wat zegt de Schrift? „Abraham geloofde Elohim, en het werd hem toegerekend als gerechtigheid.”
τί
(ti)
wat
γὰρ
(gar)
want
ἡ
(he)
de
γραφὴ
(graphe)
Schrift
λέγει
(legei)
zegt
Ἐπίστευσεν
(Episteusen)
geloofde
δὲ
(de)
maar
Ἀβραὰμ
(Abraam)
Abraham
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
καὶ
(kai)
en
ἐλογίσθη
(elogisthe)
werd toegerekend
αὐτῷ
(auto)
aan hem
εἰς
(eis)
tot
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

Aanhaling van Gen. 15:6.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Abram geloofde Yahweh, en Hij rekende het hem toe als gerechtigheid’.

De Griekse tekst heeft ‘Abraham geloofde Elohim, en het werd hem toegerekend tot gerechtigheid’: hier staat de naam Abraham (in Gen. 15:6 heet hij nog Abram), ‘Elohim’ waar ons Hebreeuws ‘Yahweh’ heeft, en het toerekenen staat in de lijdende vorm. λογίζομαι (logizomai), ‘toerekenen’: iets op iemands rekening zetten. δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’.

Het citaat staat zwart: Paulus haalt het aan.

Zie ook Gen. 15:6; Gal. 3:6.

4Maar voor wie werkt, wordt het loon niet als genade toegerekend, maar als iets wat verschuldigd is.
τῷ
(to)
aan de
δὲ
(de)
maar
ἐργαζομένῳ
(ergazomeno)
werkende
ὁ
(ho)
het
μισθὸς
(misthos)
loon
οὐ
(ou)
niet
λογίζεται
(logizetai)
wordt toegerekend
κατὰ
(kata)
volgens
χάριν
(charin)
genade
ἀλλὰ
(alla)
maar
κατὰ
(kata)
volgens
ὀφείλημα
(opheilema)
schuld
Bron: SBLGNT
Uitleg

μισθός (misthos), ‘loon’. ὀφείλημα (ofeilema), ‘wat verschuldigd is’: een schuld die betaald moet worden. χάρις (charis), ‘genade’: een gave die men niet verschuldigd is.

5Maar voor wie niet werkt, maar gelooft in Hem die de goddeloze rechtvaardig verklaart, wordt zijn geloof toegerekend als gerechtigheid,
τῷ
(to)
aan de
δὲ
(de)
maar
μὴ
(me)
niet
ἐργαζομένῳ
(ergazomeno)
werkende
πιστεύοντι
(pisteuonti)
gelovende
δὲ
(de)
maar
ἐπὶ
(epi)
in
τὸν
(ton)
de
δικαιοῦντα
(dikaiounta)
rechtvaardig verklarende
τὸν
(ton)
de
ἀσεβῆ
(asebe)
goddeloze
λογίζεται
(logizetai)
wordt toegerekend
ἡ
(he)
het
πίστις
(pistis)
geloof
αὐτοῦ
(autou)
zijn
εἰς
(eis)
tot
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀσεβής (asebes), ‘goddeloze’: zie ἀσέβεια in 1:18.

‘Hem die de goddeloze rechtvaardig verklaart’: δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’, een rechterlijk woord.

Vergelijk Exod. 23:7, waar Elohim zegt dat Hij de schuldige niet vrijspreekt.

Zie ook Exod. 23:7.

Zie ookEx 23:7

David spreekt de gelukkigprijzing uit

6zoals ook David de gelukkigprijzing uitspreekt over de mens aan wie Elohim gerechtigheid toerekent zonder werken:
καθάπερ
(kathaper)
zoals
καὶ
(kai)
ook
Δαυὶδ
(Dauid)
David
λέγει
(legei)
zegt
τὸν
(ton)
de
μακαρισμὸν
(makarismon)
gelukkigprijzing
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
mens
ᾧ
(ho)
aan wie
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
λογίζεται
(logizetai)
rekent toe
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
χωρὶς
(choris)
zonder
ἔργων
(ergon)
werken
Bron: SBLGNT
Uitleg

μακαρισμός (makarismos), ‘gelukkigprijzing’: een uitspraak waarin iemand gelukkig wordt genoemd.

De aanhaling in de verzen 7–8 is Ps. 32:1–2; het opschrift van die psalm noemt David.

7„Gelukkig zij wier wetteloosheden vergeven zijn en wier zonden bedekt zijn;
Μακάριοι
(Makarioi)
gelukkigen
ὧν
(hon)
van wie
ἀφέθησαν
(aphethesan)
zijn vergeven
αἱ
(hai)
de
ἀνομίαι
(anomiai)
wetteloosheden
καὶ
(kai)
en
ὧν
(hon)
van wie
ἐπεκαλύφθησαν
(epekalyphthesan)
zijn bedekt
αἱ
(hai)
de
ἁμαρτίαι
(hamartiai)
zonden
Bron: SBLGNT
Uitleg

Aanhaling van Ps. 32:1.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Gelukkig is hij wiens overtreding is vergeven, wiens zonde is bedekt’.

Het Grieks heeft het meervoud: ‘wier wetteloosheden vergeven zijn en wier zonden bedekt zijn’. ἀνομία (anomia), ‘wetteloosheid’. ἀφίημι (afiemi), ‘vergeven’; ἐπικαλύπτω (epikalypto), ‘bedekken’.

Het citaat staat zwart: David spreekt, Paulus haalt aan.

Zie ook Ps. 32:1–2.

Zie ookPs 32:1
8gelukkig de man aan wie Yahweh beslist geen zonde toerekent.”
μακάριος
(makarios)
gelukkig
ἀνὴρ
(aner)
man
οὗ
(hou)
van wie
οὐ
(ou)
niet
μὴ
(me)
beslist
λογίσηται
(logisetai)
toerekent
κύριος
(kyrios)
Yahweh
ἁμαρτίαν
(hamartian)
zonde
Bron: SBLGNT
Uitleg

Aanhaling van Ps. 32:2.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Gelukkig is de mens aan wie Yahweh geen schuld toerekent’.

Het Grieks heeft ‘de man aan wie de Heer beslist geen zonde toerekent’. κύριος (kyrios) vertalen wij hier met ‘Yahweh’, omdat ons Hebreeuws in Ps. 32:2 de naam Yahweh heeft. οὐ μή (ou me), ‘beslist niet’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘van wie’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ookPs 32:2

Voor of na de besnijdenis?

9Geldt deze gelukkigprijzing dan voor de besnijdenis, of ook voor de onbesnedenheid? Want wij zeggen: „Het geloof werd Abraham toegerekend als gerechtigheid.”
Ὁ
(Ho)
de
μακαρισμὸς
(makarismos)
zaligspreking
οὖν
(oun)
dan
οὗτος
(houtos)
deze
ἐπὶ
(epi)
over
τὴν
(ten)
de
περιτομὴν
(peritomen)
besnijdenis
ἢ
(e)
of
καὶ
(kai)
ook
ἐπὶ
(epi)
over
τὴν
(ten)
de
ἀκροβυστίαν
(akrobystian)
onbesnedenheid
λέγομεν
(legomen)
wij zeggen
γάρ
(gar)
want
Ἐλογίσθη
(Elogisthe)
werd toegerekend
τῷ
(to)
aan
Ἀβραὰμ
(Abraam)
Abraham
ἡ
(he)
het
πίστις
(pistis)
geloof
εἰς
(eis)
tot
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

De gelukkigprijzing uit de verzen 7–8 wordt nu gekoppeld aan de besnijdenis.

Aanhaling van Gen. 15:6, zoals in vers 3; hier staat ‘het geloof’ als onderwerp. περιτομή (peritome), ‘besnijdenis’; ἀκροβυστία (akrobystia), ‘onbesnedenheid’: hier staat het voor de onbesnedenen, de volken.

Zie ook Gen. 15:6.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘want’; wij volgen de SBLGNT.

10Hoe werd het dan toegerekend? Toen hij besneden was, of toen hij onbesneden was? Niet toen hij besneden was, maar toen hij onbesneden was.
πῶς
(pos)
hoe
οὖν
(oun)
dan
ἐλογίσθη
(elogisthe)
werd toegerekend
ἐν
(en)
in
περιτομῇ
(peritome)
besnijdenis
ὄντι
(onti)
zijnde
ἢ
(e)
of
ἐν
(en)
in
ἀκροβυστίᾳ
(akrobystia)
onbesnedenheid
οὐκ
(ouk)
niet
ἐν
(en)
in
περιτομῇ
(peritome)
besnijdenis
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐν
(en)
in
ἀκροβυστίᾳ
(akrobystia)
onbesnedenheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

Paulus kijkt naar de volgorde in Genesis: het geloof van Abraham staat in Gen. 15:6, zijn besnijdenis in Gen. 17.

Ten tijde van de besnijdenis was Abraham 99 jaar (Gen. 17:24).

Zie ook Gen. 15:6; Gen. 17:24.

11En hij ontving het teken van de besnijdenis als zegel van de gerechtigheid van het geloof dat hij had in de onbesnedenheid. Zo zou hij de vader zijn van allen die geloven terwijl zij onbesneden zijn, opdat hun de gerechtigheid wordt toegerekend,
καὶ
(kai)
en
σημεῖον
(semeion)
teken
ἔλαβεν
(elaben)
ontving hij
περιτομῆς
(peritomes)
van besnijdenis
σφραγῖδα
(sphragida)
zegel
τῆς
(tes)
van de
δικαιοσύνης
(dikaiosynes)
gerechtigheid
τῆς
(tes)
van het
πίστεως
(pisteos)
geloof
τῆς
(tes)
dat
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἀκροβυστίᾳ
(akrobystia)
onbesnedenheid
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
εἶναι
(einai)
zijn
αὐτὸν
(auton)
hem
πατέρα
(patera)
vader
πάντων
(panton)
van allen
τῶν
(ton)
de
πιστευόντων
(pisteuonton)
gelovenden
δι’
(di’)
door
ἀκροβυστίας
(akrobystias)
onbesnedenheid
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
λογισθῆναι
(logisthenai)
toegerekend worden
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
τὴν
(ten)
de
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

σημεῖον (semeion), ‘teken’; σφραγίς (sfragis), ‘zegel’. περιτομῆς (peritomes) is een genitief die kan betekenen ‘het teken dat de besnijdenis is’ of ‘het teken van de besnijdenis’; in Gen. 17:11 heet de besnijdenis ‘een teken van het verbond’. δι᾽ ἀκροβυστίας (di akrobystias), ‘terwijl zij onbesneden zijn’: letterlijk ‘door onbesnedenheid’.

Wij splitsen de lange Griekse zin.

Zie ook Gen. 17:11.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het werkwoord ‘toegerekend worden’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ookGen 17:11
12en ook de vader van de besnijdenis: voor hen die niet alleen uit de besnijdenis zijn, maar ook de voetsporen volgen van het geloof dat onze vader Abraham had in de onbesnedenheid.
καὶ
(kai)
en
πατέρα
(patera)
vader
περιτομῆς
(peritomes)
van besnijdenis
τοῖς
(tois)
voor hen
οὐκ
(ouk)
niet
ἐκ
(ek)
uit
περιτομῆς
(peritomes)
besnijdenis
μόνον
(monon)
alleen
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
τοῖς
(tois)
voor hen
στοιχοῦσιν
(stoichousin)
die volgen
τοῖς
(tois)
de
ἴχνεσιν
(ichnesin)
voetsporen
τῆς
(tes)
van het
ἐν
(en)
in
ἀκροβυστίᾳ
(akrobystia)
onbesnedenheid
πίστεως
(pisteos)
geloof
τοῦ
(tou)
van de
πατρὸς
(patros)
vader
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἀβραάμ
(Abraam)
Abraham
Bron: SBLGNT
Uitleg

De Griekse zin is lang en loopt door het hele vers; wij laten hem één zin. στοιχέω (stoicheo), ‘in de pas lopen, volgen’. ἴχνος (ichnos), ‘voetspoor’.

Abraham is vader van de besnedenen die ook zijn geloof volgen, en van de onbesnedenen die geloven.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden ‘in de onbesnedenheid’ en ‘geloof’; wij volgen de SBLGNT.

De belofte uit geloof

13Want de belofte aan Abraham of aan zijn zaad kwam niet door de wet. Dat hij erfgenaam van de wereld zou zijn, kwam door de gerechtigheid van het geloof.
Οὐ
(Ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
διὰ
(dia)
door
νόμου
(nomou)
wet
ἡ
(he)
de
ἐπαγγελία
(epangelia)
belofte
τῷ
(to)
aan
Ἀβραὰμ
(Abraam)
Abraham
ἢ
(e)
of
τῷ
(to)
aan het
σπέρματι
(spermati)
zaad
αὐτοῦ
(autou)
zijn
τὸ
(to)
het
κληρονόμον
(kleronomon)
erfgenaam
αὐτὸν
(auton)
hem
εἶναι
(einai)
te zijn
κόσμου
(kosmou)
van wereld
ἀλλὰ
(alla)
maar
διὰ
(dia)
door
δικαιοσύνης
(dikaiosynes)
gerechtigheid
πίστεως
(pisteos)
van geloof
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπαγγελία (epangelia), ‘belofte’. σπέρμα (sperma), ‘zaad’: zie Gal. 3:16; ons Genesis heeft ‘nageslacht’ (zera). κληρονόμος κόσμου (kleronomos kosmou), ‘erfgenaam van de wereld’: Genesis spreekt over het land en over de volken, zonder het woord ‘wereld’. δικαιοσύνη πίστεως (dikaiosyne pisteos), ‘gerechtigheid van het geloof’.

Zie ook Gen. 12:7; Gen. 17:8; Gen. 22:17–18.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘zijn’ (εἶναι); wij volgen de SBLGNT.

14Want als zij die uit de wet zijn erfgenamen zijn, is het geloof leeggemaakt en de belofte buiten werking gesteld.
εἰ
(ei)
als
γὰρ
(gar)
want
οἱ
(hoi)
die
ἐκ
(ek)
uit
νόμου
(nomou)
wet
κληρονόμοι
(kleronomoi)
erfgenamen
κεκένωται
(kekenotai)
is leeggemaakt
ἡ
(he)
het
πίστις
(pistis)
geloof
καὶ
(kai)
en
κατήργηται
(katergetai)
is buiten werking gesteld
ἡ
(he)
de
ἐπαγγελία
(epangelia)
belofte
Bron: SBLGNT
Uitleg

κενόω (kenoo), ‘leegmaken’: het geloof heeft geen inhoud meer. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’. οἱ ἐκ νόμου (hoi ek nomou), ‘zij die uit de wet zijn’: wie op de wet vertrouwt.

15Want de wet bewerkt toorn, maar waar geen wet is, is ook geen overtreding.
ὁ
(ho)
de
γὰρ
(gar)
want
νόμος
(nomos)
wet
ὀργὴν
(orgen)
toorn
κατεργάζεται
(katergazetai)
bewerkt
οὗ
(hou)
waar
δὲ
(de)
maar
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
νόμος
(nomos)
wet
οὐδὲ
(oude)
ook niet
παράβασις
(parabasis)
overtreding
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὀργή (orge), ‘toorn’. κατεργάζομαι (katergazomai), ‘bewerken, teweegbrengen’. παράβασις (parabasis), ‘overtreding’: het overschrijden van een gegeven gebod.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘maar’ (δέ); wij volgen de SBLGNT.

16Daarom is het uit geloof, opdat het naar genade is, zodat de belofte vast staat voor al het zaad. Niet alleen voor wie uit de wet is, maar ook voor wie uit het geloof van Abraham is (hij is de vader van ons allen,
Διὰ
(Dia)
daarom
τοῦτο
(touto)
dit
ἐκ
(ek)
uit
πίστεως
(pisteos)
geloof
ἵνα
(hina)
opdat
κατὰ
(kata)
volgens
χάριν
(charin)
genade
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
εἶναι
(einai)
zijn
βεβαίαν
(bebaian)
vast
τὴν
(ten)
de
ἐπαγγελίαν
(epangelian)
belofte
παντὶ
(panti)
aan elk
τῷ
(to)
het
σπέρματι
(spermati)
zaad
οὐ
(ou)
niet
τῷ
(to)
aan het
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
νόμου
(nomou)
wet
μόνον
(monon)
alleen
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
τῷ
(to)
aan het
ἐκ
(ek)
uit
πίστεως
(pisteos)
geloof
Ἀβραάμ
(Abraam)
van Abraham
ὅς
(hos)
die
ἐστιν
(estin)
is
πατὴρ
(pater)
vader
πάντων
(panton)
van allen
ἡμῶν
(hemon)
van ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft geen werkwoord bij ‘uit geloof’; wij vullen ‘is het’ aan: ‘het’ verwijst naar de erfenis uit de verzen 13–14. βέβαιος (bebaios), ‘vast, zeker’.

De Griekse zin heeft een tussenzin tussen haakjes die loopt tot in vers 17; wij splitsen de lange zin en houden de haakjes.

Abraham is ‘de vader van ons allen’: van de besnedenen en de onbesnedenen die geloven.

Zie ookRom 4:17
17zoals geschreven staat: „Tot vader van vele volken heb Ik je gesteld”), tegenover Elohim in wie hij geloofde, die de doden levend maakt en roept wat niet is alsof het is.
καθὼς
(kathos)
zoals
γέγραπται
(gegraptai)
geschreven staat
ὅτι
(hoti)
dat
Πατέρα
(Patera)
vader
πολλῶν
(pollon)
van velen
ἐθνῶν
(ethnon)
volken
τέθεικά
(tetheika)
heb Ik gesteld
σε
(se)
jou
κατέναντι
(katenanti)
tegenover
οὗ
(hou)
wie
ἐπίστευσεν
(episteusen)
geloofde hij
θεοῦ
(theou)
Elohim
τοῦ
(tou)
de
ζῳοποιοῦντος
(zoopoiountos)
levend makende
τοὺς
(tous)
de
νεκροὺς
(nekrous)
doden
καὶ
(kai)
en
καλοῦντος
(kalountos)
roepende
τὰ
(ta)
wat
μὴ
(me)
niet
ὄντα
(onta)
is
ὡς
(hos)
als
ὄντα
(onta)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

Aanhaling van Gen. 17:5.

Ons Hebreeuws heeft: ‘want tot vader van een menigte volken heb Ik je gemaakt’ (het werkwoord is נָתַן, natan, ‘geven, maken, stellen’).

Het Grieks heeft ‘Tot vader van vele volken heb Ik je gesteld’ (τέθεικα, tetheika).

In Genesis spreekt Elohim in de eerste persoon (‘heb Ik je gemaakt’); ook in het Grieks staat ‘Ik’ (‘heb Ik je gesteld’); daarom staat het citaat rood. ζῳοποιέω (zoopoieo), ‘levend maken’. καλέω (kaleo), ‘roepen’: ‘wat niet is, roepen alsof het is’.

Zie ook Gen. 17:5.

Zie ookGen 17:5

Het geloof van Abraham

18Tegen alle hoop in geloofde hij op hoop, zodat hij de vader werd van vele volken, volgens wat gezegd was: „Zo zal jouw zaad zijn.”
ὃς
(hos)
die
παρ’
(par’)
tegen
ἐλπίδα
(elpida)
hoop
ἐπ’
(ep’)
op
ἐλπίδι
(elpidi)
hoop
ἐπίστευσεν
(episteusen)
geloofde
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
γενέσθαι
(genesthai)
worden
αὐτὸν
(auton)
hem
πατέρα
(patera)
vader
πολλῶν
(pollon)
van velen
ἐθνῶν
(ethnon)
volken
κατὰ
(kata)
volgens
τὸ
(to)
het
εἰρημένον
(eiremenon)
gezegde
Οὕτως
(Houtos)
zo
ἔσται
(estai)
zal zijn
τὸ
(to)
het
σπέρμα
(sperma)
zaad
σου
(sou)
jouw
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρ᾽ ἐλπίδα ἐπ᾽ ἐλπίδι (par elpida ep elpidi), ‘tegen hoop in, op hoop’: een woordspel in het Grieks.

Aanhaling van Gen. 15:5.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Zo zal je nageslacht zijn’ (zera, hier ‘zaad’).

Elohim spreekt hier tot Abram, maar zonder ‘Ik’; daarom staat het citaat zwart.

Zie ook Gen. 15:5.

Zie ookGen 15:5
19En zonder zwak te worden in het geloof nam hij zijn eigen lichaam in aanmerking, dat dood geworden was. Hij was ongeveer 100 jaar oud. Ook nam hij de afsterving van de moederschoot van Sarah in aanmerking.
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
ἀσθενήσας
(asthenesas)
zwak geworden
τῇ
(te)
in het
πίστει
(pistei)
geloof
κατενόησεν
(katenoesen)
nam in aanmerking
τὸ
(to)
het
ἑαυτοῦ
(heautou)
zijn eigen
σῶμα
(soma)
lichaam
νενεκρωμένον
(nenekromenon)
dood geworden
ἑκατονταετής
(hekatontaetes)
honderdjarig
που
(pou)
ongeveer
ὑπάρχων
(hyparchon)
zijnde
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
νέκρωσιν
(nekrosin)
afsterving
τῆς
(tes)
van de
μήτρας
(metras)
moederschoot
Σάρρας
(Sarras)
van Sarah
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft één werkwoord, κατανοέω (katanoeo), ‘in aanmerking nemen’, voor het lichaam én de moederschoot; wij herhalen het en splitsen de lange zin. νεκρόω (nekroo), ‘doden, afsterven’: het lichaam van Abraham was als dood voor het krijgen van kinderen. νέκρωσις (nekrosis), ‘afsterving’. μήτρα (metra), ‘moederschoot’. Σάρρα (Sarra), ‘Sarah’: in Gen. 17:15 krijgt zij die naam.

Abraham was 100 jaar, Sarah 90.

Zie ook Gen. 17:17; Gen. 18:11–12.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij ‘in het geloof’ en bij ‘lichaam’; wij volgen de SBLGNT.

20Maar bij de belofte van Elohim twijfelde hij niet uit ongeloof. Hij werd sterk in het geloof en gaf Elohim eer,
εἰς
(eis)
bij
δὲ
(de)
maar
τὴν
(ten)
de
ἐπαγγελίαν
(epangelian)
belofte
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
οὐ
(ou)
niet
διεκρίθη
(diekrithe)
twijfelde hij
τῇ
(te)
door de
ἀπιστίᾳ
(apistia)
ongeloof
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἐνεδυναμώθη
(enedynamothe)
werd gesterkt
τῇ
(te)
door de
πίστει
(pistei)
geloof
δοὺς
(dous)
gevend
δόξαν
(doxan)
heerlijkheid
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

διακρίνω (diakrino), ‘twijfelen’. ἐνδυναμόω (endynamoo), ‘sterk worden’. δόξαν δοῦναι (doxan dounai), ‘eer geven’: Elohim verheerlijken.

21en was ten volle overtuigd dat Hij machtig is ook te doen wat Hij beloofd heeft.
καὶ
(kai)
en
πληροφορηθεὶς
(plerophoretheis)
ten volle overtuigd
ὅτι
(hoti)
dat
ὃ
(ho)
wat
ἐπήγγελται
(epengeltai)
Hij beloofd heeft
δυνατός
(dynatos)
machtig
ἐστιν
(estin)
is
καὶ
(kai)
ook
ποιῆσαι
(poiesai)
te doen
Bron: SBLGNT
Uitleg

πληροφορέω (pleroforeo), ‘ten volle overtuigd zijn’: letterlijk ‘geheel vervuld worden’. ἐπαγγέλλομαι (epangellomai), ‘beloven’.

22Daarom werd het hem toegerekend als gerechtigheid.
διὸ
(dio)
daarom
ἐλογίσθη
(elogisthe)
werd toegerekend
αὐτῷ
(auto)
aan hem
εἰς
(eis)
tot
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dezelfde woorden als in vers 3 (Gen. 15:6).

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘daarom’ (διό); wij volgen de SBLGNT.

23Het is niet alleen om hem geschreven dat het hem werd toegerekend,
Οὐκ
(Ouk)
niet
ἐγράφη
(egraphe)
werd geschreven
δὲ
(de)
maar
δι’
(di’)
om
αὐτὸν
(auton)
hem
μόνον
(monon)
alleen
ὅτι
(hoti)
dat
ἐλογίσθη
(elogisthe)
werd toegerekend
αὐτῷ
(auto)
aan hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Om hem geschreven’: het toerekenen in Gen. 15:6 geldt Abraham, maar het is ook voor latere lezers opgeschreven.

Zie ookGen 15:6
24maar ook om ons, aan wie het toegerekend zal worden: aan hen die geloven in Hem die Yeshua, onze Heer, uit de doden heeft opgewekt,
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
δι’
(di’)
om
ἡμᾶς
(hemas)
ons
οἷς
(hois)
aan wie
μέλλει
(mellei)
het gaat
λογίζεσθαι
(logizesthai)
toegerekend te worden
τοῖς
(tois)
aan de
πιστεύουσιν
(pisteuousin)
gelovenden
ἐπὶ
(epi)
in
τὸν
(ton)
de
ἐγείραντα
(egeiranta)
opgewekt hebbende
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
τὸν
(ton)
de
κύριον
(kyrion)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
ἐκ
(ek)
uit
νεκρῶν
(nekron)
doden
Bron: SBLGNT
Uitleg

μέλλει (mellei), ‘staat te’: het toerekenen ligt in de toekomst voor wie nu gelooft. ἐγείρω (egeiro), ‘opwekken’.

‘Yeshua, onze Heer’: κύριος (kyrios) is hier Yeshua.

25die overgeleverd is om onze overtredingen en opgewekt is om onze rechtvaardigverklaring.
ὃς
(hos)
die
παρεδόθη
(paredothe)
is overgeleverd
διὰ
(dia)
vanwege
τὰ
(ta)
de
παραπτώματα
(paraptomata)
overtredingen
ἡμῶν
(hemon)
onze
καὶ
(kai)
en
ἠγέρθη
(egerthe)
is opgewekt
διὰ
(dia)
vanwege
τὴν
(ten)
de
δικαίωσιν
(dikaiosin)
rechtvaardigverklaring
ἡμῶν
(hemon)
onze
Bron: SBLGNT
Uitleg

παραδίδωμι (paradidomi), ‘overleveren’: hetzelfde werkwoord als ‘overgeven’ in 1:24; het Grieks staat in de lijdende vorm en noemt niet wie Hem overleverde. παράπτωμα (paraptoma), ‘overtreding’. δικαίωσις (dikaiosis), ‘rechtvaardigverklaring’: het woord hoort bij δικαιόω, ‘rechtvaardig verklaren’.

De twee helften van het vers lopen parallel: overgeleverd om onze overtredingen, opgewekt om onze rechtvaardigverklaring.