Elohim Bijbel

Titus 2

123

Wat past bij het gezonde onderwijs: oude en jonge mensen, knechten; de genade is verschenen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Wat past bij het gezonde onderwijs

1Maar jij, spreek wat past bij het gezonde onderwijs:
Σὺ
(Sy)
jij
δὲ
(de)
maar
λάλει
(lalei)
spreek
ἃ
(ha)
wat
πρέπει
(prepei)
past
τῇ
(te)
bij het
ὑγιαινούσῃ
(hygiainouse)
gezonde
διδασκαλίᾳ
(didaskalia)
onderwijs
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑγιαίνουσα διδασκαλία (hygiainousa didaskalia), ‘gezond onderwijs’: onderwijs dat gezond is; zoals in 1:9. λαλέω (laleo), ‘spreken’. πρέπει (prepei), ‘het past’.

De verzen 2–10 zijn korte opdrachten per groep; zij hangen af van ‘spreek’ in vers 1 en hebben in het Grieks een onbepaalde wijs (‘te zijn’); wij zetten ‘dat … zijn’.

Zie ook Tit. 1:9; 2 Tim. 1:13.

Oude mannen en oude vrouwen

2dat oude mannen nuchter zijn, waardig, bezonnen, gezond in het geloof, in de liefde, in de volharding.
πρεσβύτας
(presbytas)
oude mannen
νηφαλίους
(nephalious)
nuchter
εἶναι
(einai)
te zijn
σεμνούς
(semnous)
waardig
σώφρονας
(sophronas)
bezonnen
ὑγιαίνοντας
(hygiainontas)
gezond zijnd
τῇ
(te)
in het
πίστει
(pistei)
geloof
τῇ
(te)
in de
ἀγάπῃ
(agape)
liefde
τῇ
(te)
in de
ὑπομονῇ
(hypomone)
volharding
Bron: SBLGNT
Uitleg

πρεσβύτης (presbytes), ‘oude man’: een andere vorm dan πρεσβύτερος (‘oudere’, leider) in 1:5; hier gaat het om leeftijd. νηφάλιος (nefalios), ‘nuchter’; σεμνός (semnos), ‘waardig’; σώφρων (sofron), ‘bezonnen’. ὑγιαίνω (hygiaino), ‘gezond zijn’: gezond in het geloof, de liefde en de volharding (ὑπομονή, hypomone).

Geloof, liefde en volharding staan ook samen in de rij van 2 Tim. 3:10.

Zie ook 1 Tim. 3:2; 1 Tim. 5:1; 2 Tim. 3:10.

3Evenzo dat oude vrouwen in hun gedrag passen bij het heilige, geen lasteraars zijn, niet slaaf van veel wijn, leraressen van het goede,
Πρεσβύτιδας
(Presbytidas)
oude vrouwen
ὡσαύτως
(hosautos)
evenzo
ἐν
(en)
in
καταστήματι
(katastemati)
gedrag
ἱεροπρεπεῖς
(hieroprepeis)
passend bij het heilige
μὴ
(me)
niet
διαβόλους
(diabolous)
lasteraars
μηδὲ
(mede)
noch
οἴνῳ
(oino)
aan wijn
πολλῷ
(pollo)
veel
δεδουλωμένας
(dedoulomenas)
tot slaaf gemaakt
καλοδιδασκάλους
(kalodidaskalous)
leraressen van het goede
Bron: SBLGNT
Uitleg

πρεσβῦτις (presbytis), ‘oude vrouw’. κατάστημα (katastema), ‘gedrag, houding’. ἱεροπρεπής (hieroprepes), ‘passend bij het heilige’: wie zich gedraagt zoals bij de dienst van Elohim past; het woord komt in het Nieuwe Testament alleen hier voor. διάβολοι (diaboloi) staat in het meervoud zonder lidwoord: ‘lasteraars’, zoals in 2 Tim. 3:3. δουλόω (douloo), ‘tot slaaf maken, onderwerpen’. καλοδιδάσκαλος (kalodidaskalos), ‘lerares van het goede’.

Lezing

Bij het woordje μηδέ (mede), ‘noch’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook 1 Tim. 5:2; 2 Tim. 3:3.

4opdat zij de jonge vrouwen tot bezonnenheid brengen: hun mannen lief te hebben, hun kinderen lief te hebben,
ἵνα
(hina)
opdat
σωφρονίζωσι
(sophronizosi)
tot bezonnenheid brengen
τὰς
(tas)
de
νέας
(neas)
jonge
φιλάνδρους
(philandrous)
mannenlievend
εἶναι
(einai)
te zijn
φιλοτέκνους
(philoteknous)
kinderlievend
Bron: SBLGNT
Uitleg

σωφρονίζω (sofronizo), ‘tot bezonnenheid brengen’, ‘terechtwijzen’. φίλανδρος (filandros), ‘mannenlievend’, ‘die van haar man houdt’. φιλότεκνος (filoteknos), ‘kinderlievend’.

Het Grieks heeft het over ‘de jonge vrouwen’ (νέας); de oudere vrouwen onderwijzen hen.

Lezing

Bij het werkwoord σωφρονίζωσι (sofronizosi), ‘tot bezonnenheid brengen’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook 1 Tim. 5:14.

Zie ook1 Tim 5:14
5bezonnen, zuiver, werkzaam in het huishouden, goed, onderschikt aan hun eigen mannen, opdat het woord van Elohim niet gelasterd wordt.
σώφρονας
(sophronas)
bezonnen
ἁγνάς
(hagnas)
zuiver
οἰκουργούς
(oikourgous)
werkzaam in het huishouden
ἀγαθάς
(agathas)
goed
ὑποτασσομένας
(hypotassomenas)
zich onderschikkend
τοῖς
(tois)
aan de
ἰδίοις
(idiois)
eigen
ἀνδράσιν
(andrasin)
mannen
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
βλασφημῆται
(blasphemetai)
wordt gelasterd
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἁγνός (hagnos), ‘zuiver’. οἰκουργός (oikourgos), ‘werkzaam in het huishouden’. ὑποτάσσω (hypotasso), ‘onderschikken’: hetzelfde werkwoord als in Ef. 5:21–22 en Kol. 3:18.

De tekst zegt het doel: ‘opdat het woord van Elohim niet gelasterd wordt’. βλασφημέω (blasfemeo), ‘lasteren’.

Lezing

Bij het woord οἰκουργούς (oikourgous), ‘werkzaam in het huishouden’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Ef. 5:21–22; Kol. 3:18; 1 Tim. 6:1.

Jongere mannen en Titus zelf

6Spoor de jongere mannen evenzo aan bezonnen te zijn.
Τοὺς
(Tous)
de
νεωτέρους
(neoterous)
jongere mannen
ὡσαύτως
(hosautos)
evenzo
παρακάλει
(parakalei)
spoor aan
σωφρονεῖν
(sophronein)
bezonnen te zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

νεώτερος (neoteros), ‘jonger’: de jongere mannen. σωφρονέω (sofroneo), ‘bezonnen zijn’.

De opdracht aan de jongere mannen is kort (vers 6); in de verzen 7–8 richt de brief zich tot Titus zelf.

Zie ook 1 Tim. 5:1; 1 Tim. 4:12.

7Stel jezelf in alles ten voorbeeld van goede werken, met onverdorvenheid en waardigheid in het onderwijs,
περὶ
(peri)
in
πάντα
(panta)
alles
σεαυτὸν
(seauton)
jezelf
παρεχόμενος
(parechomenos)
aanbiedend
τύπον
(typon)
voorbeeld
καλῶν
(kalon)
van goede
ἔργων
(ergon)
werken
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
διδασκαλίᾳ
(didaskalia)
onderwijs
ἀφθορίαν
(aphthorian)
onverdorvenheid
σεμνότητα
(semnoteta)
waardigheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

τύπος (typos), ‘voorbeeld, afdruk’. καλὰ ἔργα (kala erga), ‘goede werken’: zoals in 2:14 en 3:8. ἀφθορία (afthoria), ‘onverdorvenheid’: onaangetast, ongeschonden. σεμνότης (semnotes), ‘waardigheid’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden ἀφθορίαν (afthorian), ‘onverdorvenheid’, en σεμνότητα (semnoteta), ‘waardigheid’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook 1 Tim. 4:12; 1 Tim. 3:4.

8met een gezond woord dat niet te veroordelen valt, opdat de tegenstander beschaamd wordt, omdat hij niets slechts over ons te zeggen heeft.
λόγον
(logon)
woord
ὑγιῆ
(hygie)
gezond
ἀκατάγνωστον
(akatagnoston)
niet te veroordelen
ἵνα
(hina)
opdat
ὁ
(ho)
de
ἐξ
(ex)
van
ἐναντίας
(enantias)
tegenover
ἐντραπῇ
(entrape)
beschaamd wordt
μηδὲν
(meden)
niets
ἔχων
(echon)
hebbend
λέγειν
(legein)
te zeggen
περὶ
(peri)
over
ἡμῶν
(hemon)
ons
φαῦλον
(phaulon)
slechts
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀκατάγνωστος (akatagnostos), ‘niet te veroordelen’. ὁ ἐξ ἐναντίας (ho ex enantias), ‘de tegenstander’: letterlijk ‘wie van de overkant is’. ἐντρέπομαι (entrepomai), ‘beschaamd worden’. φαῦλος (faulos), ‘slecht, waardeloos’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden λέγειν περὶ ἡμῶν (legein peri hemon), ‘te zeggen over ons’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook 1 Tim. 3:7; 1 Petr. 2:12.

Knechten

9Dat knechten zich in alles onderschikken aan hun eigen meesters, hun welgevallig zijn, niet tegenspreken,
Δούλους
(Doulous)
knechten
ἰδίοις
(idiois)
eigen
δεσπόταις
(despotais)
meesters
ὑποτάσσεσθαι
(hypotassesthai)
zich te onderschikken
ἐν
(en)
in
πᾶσιν
(pasin)
alles
εὐαρέστους
(euarestous)
welgevallig
εἶναι
(einai)
te zijn
μὴ
(me)
niet
ἀντιλέγοντας
(antilegontas)
tegensprekend
Bron: SBLGNT
Uitleg

δοῦλος (doulos), ‘knecht’: letterlijk ‘slaaf’. δεσπότης (despotes), ‘meester’: iemand met volledig gezag over zijn huis; zoals in 1 Tim. 6:1–2.

De tekst geeft een aanwijzing aan knechten; een oordeel over de instelling slavernij geeft hij niet. εὐάρεστος (euarestos), ‘welgevallig’. ἀντιλέγω (antilego), ‘tegenspreken’.

Zie ook Ef. 6:5–8; Kol. 3:22–25; 1 Tim. 6:1–2; Filem. 15–16.

10niets ontvreemden, maar alle goede betrouwbaarheid tonen, opdat zij het onderwijs van onze Redder, Elohim, in alles sieren.
μὴ
(me)
niet
νοσφιζομένους
(nosphizomenous)
ontvreemdend
ἀλλὰ
(alla)
maar
πᾶσαν
(pasan)
alle
πίστιν
(pistin)
betrouwbaarheid
ἐνδεικνυμένους
(endeiknymenous)
tonend
ἀγαθήν
(agathen)
goed
ἵνα
(hina)
opdat
τὴν
(ten)
het
διδασκαλίαν
(didaskalian)
onderwijs
τὴν
(ten)
het
τοῦ
(tou)
van de
σωτῆρος
(soteros)
Redder
ἡμῶν
(hemon)
onze
θεοῦ
(theou)
Elohim
κοσμῶσιν
(kosmosin)
sieren
ἐν
(en)
in
πᾶσιν
(pasin)
alles
Bron: SBLGNT
Uitleg

νοσφίζομαι (nosfizomai), ‘achterhouden, ontvreemden’: iets voor zichzelf houden dat niet van hem is. πίστις ἀγαθή (pistis agathe), ‘goede betrouwbaarheid’: het Griekse πίστις is meestal ‘geloof’, hier is ‘betrouwbaarheid, trouw’ bedoeld. κοσμέω (kosmeo), ‘sieren’, ‘mooi maken’.

‘Het onderwijs van onze Redder, Elohim’: zie 1:3 voor ‘Redder’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden πᾶσαν πίστιν (pasan pistin), ‘alle geloof/betrouwbaarheid’, en bij het lidwoord τήν (ten) voor ‘onderwijs van de Redder’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Tit. 1:3; Ef. 6:5.

De genade van Elohim is verschenen

11Want de genade van Elohim is verschenen, reddend voor alle mensen,
Ἐπεφάνη
(Epephane)
is verschenen
γὰρ
(gar)
want
ἡ
(he)
de
χάρις
(charis)
genade
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
σωτήριος
(soterios)
reddend
πᾶσιν
(pasin)
aan alle
ἀνθρώποις
(anthropois)
mensen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιφαίνω (epifaino), ‘verschijnen, zichtbaar worden’: de ‘verschijning’ van de genade (vers 11) en van de heerlijkheid (vers 13); zie ook 2 Tim. 1:10. σωτήριος (soterios), ‘reddend’: het Griekse woord kan bij ‘de genade’ horen (‘de reddende genade’) of de bestemming aangeven (‘redding voor alle mensen’). πᾶσιν ἀνθρώποις (pasin anthropois), ‘voor alle mensen’: kan bij ‘reddend’ of bij ‘is verschenen’ horen; wij laten dat open.

Lezing

Bij het woord θεοῦ (theou), ‘Elohim’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Tit. 3:4; 2 Tim. 1:9–10.

12en ons opvoedt om de goddeloosheid en de wereldse begeerten te verloochenen en bezonnen, rechtvaardig en vroom te leven in de tegenwoordige eeuw,
παιδεύουσα
(paideuousa)
opvoedend
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ἵνα
(hina)
opdat
ἀρνησάμενοι
(arnesamenoi)
verloochend hebbend
τὴν
(ten)
de
ἀσέβειαν
(asebeian)
goddeloosheid
καὶ
(kai)
en
τὰς
(tas)
de
κοσμικὰς
(kosmikas)
wereldse
ἐπιθυμίας
(epithymias)
begeerten
σωφρόνως
(sophronos)
bezonnen
καὶ
(kai)
en
δικαίως
(dikaios)
rechtvaardig
καὶ
(kai)
en
εὐσεβῶς
(eusebos)
vroom
ζήσωμεν
(zesomen)
wij leven
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
νῦν
(nyn)
huidige
αἰῶνι
(aioni)
eeuw
Bron: SBLGNT
Uitleg

παιδεύω (paideuo), ‘opvoeden’, ook ‘onderrichten’, ‘tuchtigen’: de genade is een opvoeder, zoals in Gal. 3:24 de wet. ἀσέβεια (asebeia), ‘goddeloosheid’: het tegendeel van εὐσέβεια (‘vroomheid’). κοσμικαὶ ἐπιθυμίαι (kosmikai epithymiai), ‘wereldse begeerten’.

‘In de tegenwoordige eeuw’ (ἐν τῷ νῦν αἰῶνι, en to nyn aioni): in de huidige wereldtijd, zoals in 2 Tim. 4:10.

Zie ook Gal. 3:24; 2 Tim. 4:10; 1 Tim. 6:17.

13terwijl wij wachten op de gelukkige hoop en de verschijning van de heerlijkheid van onze grote Elohim en Redder, Yeshua de Messias,
προσδεχόμενοι
(prosdechomenoi)
wachtend op
τὴν
(ten)
de
μακαρίαν
(makarian)
gelukkige
ἐλπίδα
(elpida)
hoop
καὶ
(kai)
en
ἐπιφάνειαν
(epiphaneian)
verschijning
τῆς
(tes)
van de
δόξης
(doxes)
heerlijkheid
τοῦ
(tou)
van de
μεγάλου
(megalou)
grote
θεοῦ
(theou)
Elohim
καὶ
(kai)
en
σωτῆρος
(soteros)
Redder
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

προσδέχομαι (prosdechomai), ‘verwachten, wachten op’. μακαρία ἐλπίς (makaria elpis), ‘gelukkige hoop’ (ook ‘zalige’; hetzelfde woord als in 1 Tim. 1:11). ἐπιφάνεια (epifaneia), ‘verschijning’: zie 2 Tim. 4:1, 4:8.

De zinsbouw is moeilijk: τοῦ μεγάλου θεοῦ καὶ σωτῆρος ἡμῶν Ἰησοῦ Χριστοῦ (tou megalou theou kai soteros hemon Iesou Christou) staat onder één lidwoord.

Dat kan één persoon bedoelen, ‘onze grote Elohim en Redder, Yeshua de Messias’ (zo vertalen wij), of twee, ‘de heerlijkheid van de grote Elohim en van onze Redder Yeshua de Messias’.

Vers 14 gaat verder met een enkel ‘die’ (ὅς), dat naar Yeshua de Messias verwijst.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden Ἰησοῦ Χριστοῦ (Iesou Christou), ‘Yeshua de Messias’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Tit. 1:3–4; 2 Petr. 1:1; Rom. 9:5.

14die Zichzelf voor ons gegeven heeft om ons los te kopen van alle wetteloosheid en voor Zichzelf een volk als eigen bezit te reinigen, ijverig in goede werken.
ὃς
(hos)
die
ἔδωκεν
(edoken)
gaf
ἑαυτὸν
(heauton)
Zichzelf
ὑπὲρ
(hyper)
voor
ἡμῶν
(hemon)
ons
ἵνα
(hina)
opdat
λυτρώσηται
(lytrosetai)
Hij loskoopt
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ἀπὸ
(apo)
van
πάσης
(pases)
alle
ἀνομίας
(anomias)
wetteloosheid
καὶ
(kai)
en
καθαρίσῃ
(katharise)
reinigt
ἑαυτῷ
(heauto)
voor Zichzelf
λαὸν
(laon)
volk
περιούσιον
(periousion)
als eigen bezit
ζηλωτὴν
(zeloten)
ijveraar
καλῶν
(kalon)
van goede
ἔργων
(ergon)
werken
Bron: SBLGNT
Uitleg

λυτρόω (lytroo), ‘loskopen’: vrijkopen met een losgeld, zoals een slaaf. ἀνομία (anomia), ‘wetteloosheid’: zoals in 2 Tess. 2:3. καθαρίζω (katharizo), ‘reinigen’. λαὸς περιούσιος (laos periousios), ‘een volk als eigen bezit’: een volk dat Hem toebehoort; het Hebreeuws van Deut. 14:2 heeft ‘een volk dat Hem toebehoort, een eigen bezit’ en Exod. 19:5 ‘Mijn eigen bezit’. ζηλωτής (zelotes), ‘ijveraar’.

Vergelijk Ps. 130:8: ‘Hij zal Israël vrijkopen van al zijn ongerechtigheden’; het Grieks is geen letterlijk citaat.

Zie ook Deut. 14:2; Exod. 19:5; Ps. 130:8; Ez. 37:23; 1 Tim. 2:6; Gal. 1:4.

15Spreek dit, spoor aan en wijs terecht met alle gezag. Laat niemand je minachten.
Ταῦτα
(Tauta)
dit
λάλει
(lalei)
spreek
καὶ
(kai)
en
παρακάλει
(parakalei)
spoor aan
καὶ
(kai)
en
ἔλεγχε
(elenche)
wijs terecht
μετὰ
(meta)
met
πάσης
(pases)
alle
ἐπιταγῆς
(epitages)
gezag
μηδείς
(medeis)
niemand
σου
(sou)
jou
περιφρονείτω
(periphroneito)
laat minachten
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιταγή (epitage), ‘gebod, gezag’: zoals in 1:3 (‘bevel’); hier de gezaghebbende kracht van het spreken. παρακαλέω (parakaleo), ‘aansporen’; ἐλέγχω (elencho), ‘terechtwijzen’. περιφρονέω (perifroneo), ‘minachten’.

Zie ook 1 Tim. 4:12; 2 Tim. 4:2.