Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Geen feest voor Israël
1Verheug je niet, Israël, tot jubelen toe zoals de volken. Want je hebt gehoereerd, weg van je Elohim. Je hebt hoerenloon liefgehad op alle dorsvloeren van het koren.
אַל
(al)
niet
תִּשְׂמַ֨ח
(tismach)
verheug je
יִשְׂרָאֵ֤ל
(yisrael)
Israël
אֶל
(el)
tot
גִּיל֙
(gil)
jubelen
כָּֽעַמִּ֔ים
(kaamim)
zoals de volken
כִּ֥י
(ki)
want
זָנִ֖יתָ
(zanita)
je hebt gehoereerd
מֵעַ֣ל
(meal)
weg van
אֱלֹהֶ֑יךָ
(eloheikha)
je Elohim
אָהַ֣בְתָּ
(ahavta)
je hebt liefgehad
אֶתְנָ֔ן
(etnan)
hoerenloon
עַ֖ל
(al)
op
כָּל
(kal)
alle
גָּרְנ֥וֹת
(garenot)
dorsvloeren van
דָּגָֽן
(dagan)
koren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
זָנִיתָ (zanita), ‘je hebt gehoereerd’: het beeld van hoererij staat voor ontrouw aan Yahweh.
Wij laten het woord letterlijk staan.
אֶתְנָן (etnan), ‘hoerenloon’: de betaling voor een hoer. Israël ziet de oogst als loon van andere goden, niet van Yahweh.
4Zij zullen Yahweh geen wijn plengen. Hun slachtoffers zullen Hem niet behagen. Voor hen is het als brood van rouwenden: allen die ervan eten, worden onrein. Want hun brood is voor hun ziel. Het komt het huis van Yahweh niet binnen.
לֹא
(lo)
niet
יִסְּכ֨וּ
(yisekhu)
zullen zij plengen
לַיהוָ֥ה
(laYahweh)
voor Yahweh
יַיִן֮
(yayin)
wijn
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יֶֽעֶרְבוּ
(yeervu)
zullen zij behagen
לוֹ֒
(lo)
Hem
זִבְחֵיהֶ֗ם
(zivcheihem)
hun slachtoffers
כְּלֶ֤חֶם
(kelechem)
als brood van
אוֹנִים֙
(onim)
rouwenden
לָהֶ֔ם
(lahem)
voor hen
כָּל
(kal)
allen
אֹכְלָ֖יו
(okhelav)
die ervan eten
יִטַמָּ֑אוּ
(yitamau)
worden onrein
כִּֽי
(ki)
want
לַחְמָ֣ם
(lachmam)
hun brood
לְנַפְשָׁ֔ם
(lenafsham)
is voor hun ziel
לֹ֥א
(lo)
niet
יָב֖וֹא
(yavo)
komt binnen
בֵּ֥ית
(beit)
het huis van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
יִסְּכוּ (yissekhu), ‘zij zullen plengen’: van נֶסֶךְ (nesekh), ‘plengoffer’.
Wijn werd bij het offer uitgegoten.
לֶחֶם אוֹנִים (lechem onim), ‘brood van rouwenden’: het brood van mensen die rouwen. Wie in een huis van een dode eet, wordt onrein.
נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het woord betekent ook ‘leven’, ‘persoon’ en ‘eetlust’. ‘Voor hun ziel’ betekent: alleen voor henzelf, om hun honger te stillen.
6Want zie, zij zijn gegaan voor de verwoesting uit. Egypte zal hen verzamelen, Memfis zal hen begraven. Het kostbare van hun zilver: netels nemen het in bezit. Doornen zullen in hun tenten zijn.
כִּֽי
(ki)
want
הִנֵּ֤ה
(hine)
zie
הָֽלְכוּ֙
(halekhu)
zij zijn gegaan
מִשֹּׁ֔ד
(mishod)
voor de verwoesting uit
מִצְרַ֥יִם
(mitsrayim)
Egypte
תְּקַבְּצֵ֖ם
(teqabetsem)
zal hen verzamelen
מֹ֣ף
(mof)
Memfis
תְּקַבְּרֵ֑ם
(teqaberem)
zal hen begraven
מַחְמַ֣ד
(machmad)
het kostbare van
לְכַסְפָּ֗ם
(lekhaspam)
hun zilver
קִמּוֹשׂ֙
(qimos)
netels
יִֽירָשֵׁ֔ם
(yirashem)
nemen het in bezit
ח֖וֹחַ
(choach)
doornen
בְּאָהֳלֵיהֶֽם
(beaholeihem)
in hun tenten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Zie Memfis (Mit Rahina): Memfis (Mof) was een oude hoofdstad van Egypte, bij Mit Rahina, ten zuiden van het huidige Caïro, aan de Nijl.
Uitleg
מֹף (Mof), ‘Memfis’: een oude hoofdstad van Egypte, met grote begraafplaatsen.
קִמּוֹשׂ (qimmosh), ‘netels’, en חוֹחַ (choach), ‘doornen’: onkruid dat groeit op verlaten plaatsen.
מִשֹּׁד (mishod), ‘voor de verwoesting uit’: letterlijk ‘van verwoesting’. Zij zijn ervoor gevlucht.
7De dagen van de bestraffing zijn gekomen, de dagen van de vergelding zijn gekomen. Israël zal het weten. „De profeet is een zot, de man van de geest is waanzinnig,” vanwege de grootte van je ongerechtigheid en omdat de vijandschap groot is.
בָּ֣אוּ
(bau)
zijn gekomen
יְמֵ֣י
(yemei)
de dagen van
הַפְּקֻדָּ֗ה
(hapequda)
de bestraffing
בָּ֚אוּ
(bau)
zijn gekomen
יְמֵ֣י
(yemei)
de dagen van
הַשִׁלֻּ֔ם
(hashilum)
de vergelding
יֵדְע֖וּ
(yedeu)
zullen weten
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
אֱוִ֣יל
(evil)
een zot
הַנָּבִ֗יא
(hanavi)
de profeet
מְשֻׁגָּע֙
(meshuga)
waanzinnig
אִ֣ישׁ
(ish)
de man van
הָר֔וּחַ
(haruach)
de geest
עַ֚ל
(al)
vanwege
רֹ֣ב
(rov)
de grootte van
עֲוֺנְךָ֔
(avonekha)
je ongerechtigheid
וְרַבָּ֖ה
(veraba)
en groot is
מַשְׂטֵמָֽה
(mastema)
de vijandschap
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De woorden tussen aanhalingstekens zijn waarschijnlijk wat het volk over de profeet zegt.
Het Hebreeuws heeft geen inleiding; de aanhalingstekens zijn van ons.
אֱוִיל (evil), ‘zot’: iemand die geen wijsheid wil horen.
אִישׁ הָרוּחַ (ish haruach), ‘de man van de geest’: iemand die door de geest van Yahweh spreekt. Het volk noemt hem waanzinnig.
הַפְּקֻדָּה (happequddah), ‘de bestraffing’: van פָּקַד (paqad), ‘bezoeken’. De dag waarop Yahweh komt kijken en straft.
10„Als druiven in de woestijn vond Ik Israël. Als de eerste vrucht aan de vijgenboom, in haar eerste tijd, zag Ik jullie vaderen. Zij zijn naar Baäl-Peor gekomen en hebben zich aan de schande gewijd. Zij werden gruwelen, net zoals dat waar zij van hielden.
כַּעֲנָבִ֣ים
(kaanavim)
als druiven
בַּמִּדְבָּ֗ר
(bamidbar)
in de woestijn
מָצָ֨אתִי֙
(matsati)
vond Ik
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
כְּבִכּוּרָ֤ה
(kevikura)
als de eerste vrucht
בִתְאֵנָה֙
(bitena)
aan de vijgenboom
בְּרֵ֣אשִׁיתָ֔הּ
(bereshitah)
in haar eerste tijd
רָאִ֖יתִי
(raiti)
zag Ik
אֲבֽוֹתֵיכֶ֑ם
(avoteikhem)
jullie vaderen
הֵ֜מָּה
(hema)
zij
בָּ֣אוּ
(bau)
zijn gekomen
בַֽעַל
(baal)
naar Baäl
פְּע֗וֹר
(peor)
Peor
וַיִּנָּֽזְרוּ֙
(vayinazeru)
en wijdden zich
לַבֹּ֔שֶׁת
(laboshet)
aan de schande
וַיִּהְי֥וּ
(vayihyu)
en werden
שִׁקּוּצִ֖ים
(shiqutsim)
gruwelen
כְּאָהֳבָֽם
(keahovam)
zoals hun liefde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Baäl-Peor (ligging onzeker): Baäl-Peor lag in Moab, ten oosten van de Jordaan, tegenover Jericho (Numeri 25:3).
De precieze plaats is niet bekend.
Uitleg
Vanaf dit vers spreekt Yahweh weer zelf: Hij blikt terug op de tijd in de woestijn.
בַּעַל פְּעוֹר (Baal Peor), ‘Baäl-Peor’: de plaats en de afgod waar Israël zich aan hechtte (Num. 25:1–5).
בֹּשֶׁת (bosheth), ‘schande’: het woord staat hier voor de afgod zelf.
15„Al hun kwaad is in Gilgal, want daar heb Ik hen gehaat. Om het kwaad van hun daden verjaag Ik hen uit Mijn huis. Ik zal hen niet meer liefhebben. Al hun oversten zijn weerspannig.
כָּל
(kal)
al
רָעָתָ֤ם
(raatam)
hun kwaad
בַּגִּלְגָּל֙
(bagilgal)
is in Gilgal
כִּֽי
(ki)
want
שָׁ֣ם
(sham)
daar
שְׂנֵאתִ֔ים
(senetim)
heb Ik hen gehaat
עַ֚ל
(al)
om
רֹ֣עַ
(roa)
het kwaad van
מַֽעַלְלֵיהֶ֔ם
(maalleihem)
hun daden
מִבֵּיתִ֖י
(mibeiti)
uit Mijn huis
אֲגָרְשֵׁ֑ם
(agareshem)
verjaag Ik hen
לֹ֤א
(lo)
niet
אוֹסֵף֙
(osef)
Ik zal voortgaan
אַהֲבָתָ֔ם
(ahavatam)
hen lief te hebben
כָּל
(kal)
al
שָׂרֵיהֶ֖ם
(sareihem)
hun oversten
סֹרְרִֽים
(sorerim)
zijn weerspannig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Gilgal (bij Jericho?; ligging onzeker): Het is niet zeker welk Gilgal hier bedoeld is.
Een mogelijkheid is het Gilgal bij Jericho (Jozua 4:19).
Dit is niet zeker.
Zie Gilgal (bij Betel?; ligging onzeker): Een andere mogelijkheid is een Gilgal in het bergland bij Betel, vermoedelijk bij het huidige Jiljilya.
Dit is niet zeker.
Uitleg
Hier spreekt Yahweh weer zelf.
בַּגִּלְגָּל (baggilgal), ‘in Gilgal’: een plaats van de afgodendienst. Er waren meer plaatsen met die naam; het is onzeker welke hier bedoeld is.
מִבֵּיתִי (mibeiti), ‘uit Mijn huis’: het land, waar Yahweh Zijn volk liet wonen. Vergelijk Hos. 8:1.
סֹרְרִים (sorerim), ‘weerspannig’: eigenzinnig, als een koppige os.