Elohim Bijbel

Hosea 9

1234567891011121314

Geen jubel meer voor Israël

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Geen feest voor Israël

1Verheug je niet, Israël, tot jubelen toe zoals de volken. Want je hebt gehoereerd, weg van je Elohim. Je hebt hoerenloon liefgehad op alle dorsvloeren van het koren.
אַל
(al)
niet
תִּשְׂמַ֨ח
(tismach)
verheug je
יִשְׂרָאֵ֤ל
(yisrael)
Israël
אֶל
(el)
tot
גִּיל֙
(gil)
jubelen
כָּֽעַמִּ֔ים
(kaamim)
zoals de volken
כִּ֥י
(ki)
want
זָנִ֖יתָ
(zanita)
je hebt gehoereerd
מֵעַ֣ל
(meal)
weg van
אֱלֹהֶ֑יךָ
(eloheikha)
je Elohim
אָהַ֣בְתָּ
(ahavta)
je hebt liefgehad
אֶתְנָ֔ן
(etnan)
hoerenloon
עַ֖ל
(al)
op
כָּל
(kal)
alle
גָּרְנ֥וֹת
(garenot)
dorsvloeren van
דָּגָֽן
(dagan)
koren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

זָנִיתָ (zanita), ‘je hebt gehoereerd’: het beeld van hoererij staat voor ontrouw aan Yahweh.

Wij laten het woord letterlijk staan.

אֶתְנָן (etnan), ‘hoerenloon’: de betaling voor een hoer. Israël ziet de oogst als loon van andere goden, niet van Yahweh.

2Dorsvloer en wijnpers zullen hen niet voeden. De most zal haar teleurstellen.
גֹּ֥רֶן
(goren)
dorsvloer
וָיֶ֖קֶב
(vayeqev)
en wijnpers
לֹ֣א
(lo)
niet
יִרְעֵ֑ם
(yirem)
zullen hen voeden
וְתִיר֖וֹשׁ
(vetirosh)
en most
יְכַ֥חֶשׁ
(yekhachesh)
zal teleurstellen
בָּֽהּ
(bah)
haar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בָּהּ (bah), ‘haar’: het is niet duidelijk waarnaar het vrouwelijke woord verwijst.

Het kan het land of Israël zijn.

Wij vertalen ‘haar’.

תִּירוֹשׁ (tirosh), ‘most’: nieuwe wijn, nog niet gegist.

Terug naar Egypte en Assyrië

3Zij zullen niet wonen in het land van Yahweh. Efraïm keert terug naar Egypte. In Assyrië eten zij onrein voedsel.
לֹ֥א
(lo)
niet
יֵשְׁב֖וּ
(yeshevu)
zullen zij wonen
בְּאֶ֣רֶץ
(beerets)
in het land van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
וְשָׁ֤ב
(veshav)
maar keert terug
אֶפְרַ֨יִם֙
(efrayim)
Efraïm
מִצְרַ֔יִם
(mitsrayim)
naar Egypte
וּבְאַשּׁ֖וּר
(uveashur)
en in Assyrië
טָמֵ֥א
(tame)
onrein
יֹאכֵֽלוּ
(yokhelu)
zullen zij eten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Zie Assur: Assur is een stad en een gebied aan de Tigris, in het noorden van het huidige Irak.

Uitleg

טָמֵא (tame), ‘onrein’: voedsel dat een Israëliet volgens de wet van Mozes niet mag eten of aan Yahweh mag brengen.

In een vreemd land is alles onrein.

4Zij zullen Yahweh geen wijn plengen. Hun slachtoffers zullen Hem niet behagen. Voor hen is het als brood van rouwenden: allen die ervan eten, worden onrein. Want hun brood is voor hun ziel. Het komt het huis van Yahweh niet binnen.
לֹא
(lo)
niet
יִסְּכ֨וּ
(yisekhu)
zullen zij plengen
לַיהוָ֥ה
(laYahweh)
voor Yahweh
יַיִן֮
(yayin)
wijn
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יֶֽעֶרְבוּ
(yeervu)
zullen zij behagen
לוֹ֒
(lo)
Hem
זִבְחֵיהֶ֗ם
(zivcheihem)
hun slachtoffers
כְּלֶ֤חֶם
(kelechem)
als brood van
אוֹנִים֙
(onim)
rouwenden
לָהֶ֔ם
(lahem)
voor hen
כָּל
(kal)
allen
אֹכְלָ֖יו
(okhelav)
die ervan eten
יִטַמָּ֑אוּ
(yitamau)
worden onrein
כִּֽי
(ki)
want
לַחְמָ֣ם
(lachmam)
hun brood
לְנַפְשָׁ֔ם
(lenafsham)
is voor hun ziel
לֹ֥א
(lo)
niet
יָב֖וֹא
(yavo)
komt binnen
בֵּ֥ית
(beit)
het huis van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יִסְּכוּ (yissekhu), ‘zij zullen plengen’: van נֶסֶךְ (nesekh), ‘plengoffer’.

Wijn werd bij het offer uitgegoten.

לֶחֶם אוֹנִים (lechem onim), ‘brood van rouwenden’: het brood van mensen die rouwen. Wie in een huis van een dode eet, wordt onrein.

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het woord betekent ook ‘leven’, ‘persoon’ en ‘eetlust’. ‘Voor hun ziel’ betekent: alleen voor henzelf, om hun honger te stillen.

5Wat zullen jullie doen op de dag van de samenkomst en op de dag van het feest van Yahweh?
מַֽה
(ma)
wat
תַּעֲשׂ֖וּ
(taasu)
zullen jullie doen
לְי֣וֹם
(leyom)
op de dag van
מוֹעֵ֑ד
(moed)
de samenkomst
וּלְי֖וֹם
(uleyom)
en op de dag van
חַג
(chag)
het feest van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מוֹעֵד (mo’ed), ‘samenkomst’: een vastgestelde tijd of ontmoeting.

Het is hetzelfde woord als in ‘tent van samenkomst’.

Hier gaat het om de vaste feesten.

6Want zie, zij zijn gegaan voor de verwoesting uit. Egypte zal hen verzamelen, Memfis zal hen begraven. Het kostbare van hun zilver: netels nemen het in bezit. Doornen zullen in hun tenten zijn.
כִּֽי
(ki)
want
הִנֵּ֤ה
(hine)
zie
הָֽלְכוּ֙
(halekhu)
zij zijn gegaan
מִשֹּׁ֔ד
(mishod)
voor de verwoesting uit
מִצְרַ֥יִם
(mitsrayim)
Egypte
תְּקַבְּצֵ֖ם
(teqabetsem)
zal hen verzamelen
מֹ֣ף
(mof)
Memfis
תְּקַבְּרֵ֑ם
(teqaberem)
zal hen begraven
מַחְמַ֣ד
(machmad)
het kostbare van
לְכַסְפָּ֗ם
(lekhaspam)
hun zilver
קִמּוֹשׂ֙
(qimos)
netels
יִֽירָשֵׁ֔ם
(yirashem)
nemen het in bezit
ח֖וֹחַ
(choach)
doornen
בְּאָהֳלֵיהֶֽם
(beaholeihem)
in hun tenten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Zie Memfis (Mit Rahina): Memfis (Mof) was een oude hoofdstad van Egypte, bij Mit Rahina, ten zuiden van het huidige Caïro, aan de Nijl.

Uitleg

מֹף (Mof), ‘Memfis’: een oude hoofdstad van Egypte, met grote begraafplaatsen.

קִמּוֹשׂ (qimmosh), ‘netels’, en חוֹחַ (choach), ‘doornen’: onkruid dat groeit op verlaten plaatsen.

מִשֹּׁד (mishod), ‘voor de verwoesting uit’: letterlijk ‘van verwoesting’. Zij zijn ervoor gevlucht.

De dagen van de bestraffing

7De dagen van de bestraffing zijn gekomen, de dagen van de vergelding zijn gekomen. Israël zal het weten. „De profeet is een zot, de man van de geest is waanzinnig,” vanwege de grootte van je ongerechtigheid en omdat de vijandschap groot is.
בָּ֣אוּ
(bau)
zijn gekomen
יְמֵ֣י
(yemei)
de dagen van
הַפְּקֻדָּ֗ה
(hapequda)
de bestraffing
בָּ֚אוּ
(bau)
zijn gekomen
יְמֵ֣י
(yemei)
de dagen van
הַשִׁלֻּ֔ם
(hashilum)
de vergelding
יֵדְע֖וּ
(yedeu)
zullen weten
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
אֱוִ֣יל
(evil)
een zot
הַנָּבִ֗יא
(hanavi)
de profeet
מְשֻׁגָּע֙
(meshuga)
waanzinnig
אִ֣ישׁ
(ish)
de man van
הָר֔וּחַ
(haruach)
de geest
עַ֚ל
(al)
vanwege
רֹ֣ב
(rov)
de grootte van
עֲוֺנְךָ֔
(avonekha)
je ongerechtigheid
וְרַבָּ֖ה
(veraba)
en groot is
מַשְׂטֵמָֽה
(mastema)
de vijandschap
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De woorden tussen aanhalingstekens zijn waarschijnlijk wat het volk over de profeet zegt.

Het Hebreeuws heeft geen inleiding; de aanhalingstekens zijn van ons.

אֱוִיל (evil), ‘zot’: iemand die geen wijsheid wil horen.

אִישׁ הָרוּחַ (ish haruach), ‘de man van de geest’: iemand die door de geest van Yahweh spreekt. Het volk noemt hem waanzinnig.

הַפְּקֻדָּה (happequddah), ‘de bestraffing’: van פָּקַד (paqad), ‘bezoeken’. De dag waarop Yahweh komt kijken en straft.

8Efraïm is een wachter bij mijn Elohim. De profeet: een vogelaarsstrik is op al zijn wegen, vijandschap in het huis van zijn Elohim.
צֹפֶ֥ה
(tsofe)
een wachter
אֶפְרַ֖יִם
(efrayim)
Efraïm
עִם
(im)
bij
אֱלֹהָ֑י
(elohay)
mijn Elohim
נָבִ֞יא
(navi)
de profeet
פַּ֤ח
(pach)
een strik van
יָקוֹשׁ֙
(yaqosh)
een vogelvanger
עַל
(al)
op
כָּל
(kal)
al
דְּרָכָ֔יו
(derakhav)
zijn wegen
מַשְׂטֵמָ֖ה
(mastema)
vijandschap
בְּבֵ֥ית
(beveit)
in het huis van
אֱלֹהָֽיו
(elohav)
zijn Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit vers is moeilijk.

De betekenis is onzeker.

Het kan ook zijn dat Efraïm de wachter van mijn Elohim is, of dat Efraïm op de profeet loert.

Wij volgen de woordvolgorde van het Hebreeuws.

פַּח יָקוֹשׁ (pach yaqosh), ‘een vogelaarsstrik’: de strik van een vogelvanger.

9Zij hebben zich diep verdorven, zoals in de dagen van Gibea. Hij zal hun ongerechtigheid gedenken en hun zonden straffen.
הֶעְמִֽיקוּ
(hemiqu)
zij hebben diep
שִׁחֵ֖תוּ
(shichetu)
verdorven
כִּימֵ֣י
(kimei)
zoals in de dagen van
הַגִּבְעָ֑ה
(hagiva)
Gibea
יִזְכּ֣וֹר
(yizkor)
Hij zal gedenken
עֲוֺנָ֔ם
(avonam)
hun ongerechtigheid
יִפְק֖וֹד
(yifqod)
Hij zal straffen
חַטֹּאותָֽם
(chatovtam)
hun zonden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Gibea (Tell el-Ful): Gibea wordt gezocht bij Tell el-Ful, ongeveer 5 km ten noorden van Jeruzalem, in Benjamin.

In Jozua 15:57 gaat het om een Gibea in Juda.

Uitleg

כִּימֵי הַגִּבְעָה (kimei haggiv’ah), ‘zoals in de dagen van Gibea’: verwijzing naar het schandelijke geweld in Gibea (Richt. 19:22–30).

יִפְקוֹד (yifqod), ‘Hij zal straffen’: letterlijk ‘Hij zal bezoeken’. Hier gaat het om het bezoeken van schuld.

Yahweh blikt terug

10„Als druiven in de woestijn vond Ik Israël. Als de eerste vrucht aan de vijgenboom, in haar eerste tijd, zag Ik jullie vaderen. Zij zijn naar Baäl-Peor gekomen en hebben zich aan de schande gewijd. Zij werden gruwelen, net zoals dat waar zij van hielden.
כַּעֲנָבִ֣ים
(kaanavim)
als druiven
בַּמִּדְבָּ֗ר
(bamidbar)
in de woestijn
מָצָ֨אתִי֙
(matsati)
vond Ik
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
כְּבִכּוּרָ֤ה
(kevikura)
als de eerste vrucht
בִתְאֵנָה֙
(bitena)
aan de vijgenboom
בְּרֵ֣אשִׁיתָ֔הּ
(bereshitah)
in haar eerste tijd
רָאִ֖יתִי
(raiti)
zag Ik
אֲבֽוֹתֵיכֶ֑ם
(avoteikhem)
jullie vaderen
הֵ֜מָּה
(hema)
zij
בָּ֣אוּ
(bau)
zijn gekomen
בַֽעַל
(baal)
naar Baäl
פְּע֗וֹר
(peor)
Peor
וַיִּנָּֽזְרוּ֙
(vayinazeru)
en wijdden zich
לַבֹּ֔שֶׁת
(laboshet)
aan de schande
וַיִּהְי֥וּ
(vayihyu)
en werden
שִׁקּוּצִ֖ים
(shiqutsim)
gruwelen
כְּאָהֳבָֽם
(keahovam)
zoals hun liefde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Baäl-Peor (ligging onzeker): Baäl-Peor lag in Moab, ten oosten van de Jordaan, tegenover Jericho (Numeri 25:3).

De precieze plaats is niet bekend.

Uitleg

Vanaf dit vers spreekt Yahweh weer zelf: Hij blikt terug op de tijd in de woestijn.

בַּעַל פְּעוֹר (Baal Peor), ‘Baäl-Peor’: de plaats en de afgod waar Israël zich aan hechtte (Num. 25:1–5).

בֹּשֶׁת (bosheth), ‘schande’: het woord staat hier voor de afgod zelf.

11Efraïm: als een vogel vliegt hun heerlijkheid weg, vanaf de geboorte, vanaf de baarmoeder en vanaf de zwangerschap.
אֶפְרַ֕יִם
(efrayim)
Efraïm
כָּע֖וֹף
(kaof)
als een vogel
יִתְעוֹפֵ֣ף
(yitofef)
vliegt weg
כְּבוֹדָ֑ם
(kevodam)
hun heerlijkheid
מִלֵּדָ֥ה
(mileda)
vanaf de geboorte
וּמִבֶּ֖טֶן
(umibeten)
en vanaf de baarmoeder
וּמֵהֵרָיֽוֹן
(umeherayon)
en vanaf de zwangerschap
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het volk verliest zijn heerlijkheid (kavod) in de vorm van kinderen.

Zij worden niet meer geboren, niet meer gedragen en niet meer verwekt.

Vergelijk vers 12 en 16.

12Ook als zij hun zonen groot brengen, maak Ik hen kinderloos, zodat er geen mens meer is. Ja, wee ook hen als Ik van hen wegga.
כִּ֤י
(ki)
want
אִם
(im)
als
יְגַדְּלוּ֙
(yegadelu)
zij brengen groot
אֶת
(et)
(obj.)
בְּנֵיהֶ֔ם
(beneihem)
hun zonen
וְשִׁכַּלְתִּ֖ים
(veshikaltim)
dan maak Ik hen kinderloos
מֵֽאָדָ֑ם
(meadam)
zodat er geen mens is
כִּֽי
(ki)
ja
גַם
(gam)
ook
א֥וֹי
(oy)
wee
לָהֶ֖ם
(lahem)
hun
בְּשׂוּרִ֥י
(besuri)
als Ik wegga
מֵהֶֽם
(mehem)
van hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מֵאָדָם (me’adam), ‘zodat er geen mens meer is’: letterlijk ‘van mens af’.

בְּשׂוּרִי (besuri), ‘als Ik wegga’: de vorm is zeldzaam. De betekenis is onzeker. Sommige oude vertalingen lezen anders.

13Efraïm was, zoals Ik zag, als Tyrus, geplant op een weide. Maar Efraïm zal zijn zonen naar de moordenaar brengen.”
אֶפְרַ֛יִם
(efrayim)
Efraïm
כַּאֲשֶׁר
(kaasher)
zoals
רָאִ֥יתִי
(raiti)
Ik zag
לְצ֖וֹר
(letsor)
als Tyrus
שְׁתוּלָ֣ה
(shetula)
geplant
בְנָוֶ֑ה
(benave)
op een weide
וְאֶפְרַ֕יִם
(veefrayim)
maar Efraïm
לְהוֹצִ֥יא
(lehotsi)
zal brengen
אֶל
(el)
naar
הֹרֵ֖ג
(horeg)
de moordenaar
בָּנָֽיו
(banav)
zijn zonen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Tyrus: Tyrus ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon.

Uitleg

לְצוֹר (letsor), ‘als Tyrus’: de betekenis is onzeker.

Het kan ‘naar Tyrus toe’ of ‘tot een rots’ betekenen.

Wij vertalen ‘als Tyrus’; de stad lag op een eiland, veilig en rijk.

הֹרֵג (horeg), ‘moordenaar’: iemand die doodt.

Gebed van de profeet

14Geef hun, Yahweh, wat zult U geven? Geef hun een baarmoeder die kinderen verliest en borsten die opdrogen.
תֵּן
(ten)
geef
לָהֶ֥ם
(lahem)
hun
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
מַה
(ma)
wat
תִּתֵּ֑ן
(titen)
zult U geven
תֵּן
(ten)
geef
לָהֶם֙
(lahem)
hun
רֶ֣חֶם
(rechem)
een baarmoeder
מַשְׁכִּ֔יל
(mashkil)
die kinderen verliest
וְשָׁדַ֖יִם
(veshadayim)
en borsten
צֹמְקִֽים
(tsomeqim)
die opdrogen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het gebed van de profeet staat tussen twee woorden van Yahweh.

Het is zwart.

מַשְׁכִּיל (mashkil), ‘die kinderen verliest’: letterlijk ‘kinderloos makend’. De betekenis is onzeker.

Het kwaad in Gilgal

15„Al hun kwaad is in Gilgal, want daar heb Ik hen gehaat. Om het kwaad van hun daden verjaag Ik hen uit Mijn huis. Ik zal hen niet meer liefhebben. Al hun oversten zijn weerspannig.
כָּל
(kal)
al
רָעָתָ֤ם
(raatam)
hun kwaad
בַּגִּלְגָּל֙
(bagilgal)
is in Gilgal
כִּֽי
(ki)
want
שָׁ֣ם
(sham)
daar
שְׂנֵאתִ֔ים
(senetim)
heb Ik hen gehaat
עַ֚ל
(al)
om
רֹ֣עַ
(roa)
het kwaad van
מַֽעַלְלֵיהֶ֔ם
(maalleihem)
hun daden
מִבֵּיתִ֖י
(mibeiti)
uit Mijn huis
אֲגָרְשֵׁ֑ם
(agareshem)
verjaag Ik hen
לֹ֤א
(lo)
niet
אוֹסֵף֙
(osef)
Ik zal voortgaan
אַהֲבָתָ֔ם
(ahavatam)
hen lief te hebben
כָּל
(kal)
al
שָׂרֵיהֶ֖ם
(sareihem)
hun oversten
סֹרְרִֽים
(sorerim)
zijn weerspannig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Gilgal (bij Jericho?; ligging onzeker): Het is niet zeker welk Gilgal hier bedoeld is.

Een mogelijkheid is het Gilgal bij Jericho (Jozua 4:19).

Dit is niet zeker.

Zie Gilgal (bij Betel?; ligging onzeker): Een andere mogelijkheid is een Gilgal in het bergland bij Betel, vermoedelijk bij het huidige Jiljilya.

Dit is niet zeker.

Uitleg

Hier spreekt Yahweh weer zelf.

בַּגִּלְגָּל (baggilgal), ‘in Gilgal’: een plaats van de afgodendienst. Er waren meer plaatsen met die naam; het is onzeker welke hier bedoeld is.

מִבֵּיתִי (mibeiti), ‘uit Mijn huis’: het land, waar Yahweh Zijn volk liet wonen. Vergelijk Hos. 8:1.

סֹרְרִים (sorerim), ‘weerspannig’: eigenzinnig, als een koppige os.

16Efraïm is geslagen. Hun wortel is verdord, vrucht brengen zij niet voort. Ook als zij kinderen baren, dood Ik de kostbaren van hun schoot.”
הֻכָּ֣ה
(huka)
is geslagen
אֶפְרַ֔יִם
(efrayim)
Efraïm
שָׁרְשָׁ֥ם
(sharesham)
hun wortel
יָבֵ֖שׁ
(yavesh)
is verdord
פְּרִ֣י
(peri)
vrucht
בַֽל
(bal)
niet
יַעֲשׂ֑וּן
(yaasun)
brengen zij voort
גַּ֚ם
(gam)
ook
כִּ֣י
(ki)
als
יֵֽלֵד֔וּן
(yeledun)
zij baren
וְהֵמַתִּ֖י
(vehemati)
dood Ik
מַחֲמַדֵּ֥י
(machamadei)
de kostbaren van
בִטְנָֽם
(bitnam)
hun schoot
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

In de geschreven tekst (ketiv) staat בלי (bli), ‘zonder’.

De voorgelezen tekst (qere) is בַל (bal), ‘niet’.

De zin betekent in beide gevallen dat zij geen vrucht dragen.

Wij volgen de qere.

17Mijn Elohim verwerpt hen, want zij hebben niet naar Hem geluisterd. Zij zullen zwervers zijn onder de volken.
יִמְאָסֵ֣ם
(yimasem)
verwerpt hen
אֱלֹהַ֔י
(elohay)
mijn Elohim
כִּ֛י
(ki)
want
לֹ֥א
(lo)
niet
שָׁמְע֖וּ
(shameu)
zij hebben geluisterd
ל֑וֹ
(lo)
naar Hem
וְיִהְי֥וּ
(veyihyu)
en zij zullen zijn
נֹדְדִ֖ים
(nodedim)
zwervers
בַּגּוֹיִֽם
(bagoyim)
onder de volken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit is weer de profeet die over Yahweh spreekt (‘mijn Elohim’, ‘Hem’).

Het is zwart.