Elohim Bijbel

Micha 3

1234567

Tegen de leiders, de profeten en de priesters; Sion wordt een akker

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Tegen de hoofden van Jakob

1Ik zei: Hoor toch, hoofden van Jakob en leiders van het huis van Israël. Is het niet aan jullie om het recht te kennen?
וָאֹמַ֗ר
(vaomar)
en ik zei
שִׁמְעוּ
(shimu)
hoort
נָא֙
(na)
toch
רָאשֵׁ֣י
(rashei)
hoofden van
יַעֲקֹ֔ב
(yaaqov)
Jakob
וּקְצִינֵ֖י
(uqetsinei)
en leiders van
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
הֲל֣וֹא
(halo)
is niet
לָכֶ֔ם
(lakhem)
aan jullie
לָדַ֖עַת
(ladaat)
om te kennen
אֶת
(et)
(obj.)
הַמִּשְׁפָּֽט
(hamishpat)
het recht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vers 1 is van de profeet: ‘ik’ is Micha.

Dat geldt ook voor de verzen 2–4 en 6–12; alleen in vers 5 spreekt Yahweh zelf.

הַמִּשְׁפָּט (hammishpat), ‘het recht’: wat de leiders moeten kennen en handhaven.

2Jullie haten het goede en hebben het kwade lief. Jullie rukken hun huid van hen af, en het vlees van hun beenderen.
שֹׂ֥נְאֵי
(soneei)
haters van
ט֖וֹב
(tov)
het goede
וְאֹ֣הֲבֵי
(veohavei)
en liefhebbers van
רָ֑ע
(ra)
het kwade
גֹּזְלֵ֤י
(gozelei)
rovers van
עוֹרָם֙
(oram)
hun huid
מֵֽעֲלֵיהֶ֔ם
(mealeihem)
van hen af
וּשְׁאֵרָ֖ם
(usheeram)
en hun vlees
מֵעַ֥ל
(meal)
van op
עַצְמוֹתָֽם
(atsmotam)
hun beenderen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Een beeld van roofzucht: de leiders vreten hun eigen volk op als een slachtdier.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is רעה (ra’ah) en het te lezen woord (qere) is רָע (ra).

Beide betekenen ‘het kwade’.

Wij volgen het qere.

3Jullie eten het vlees van mijn volk. Jullie trekken hun huid van hen af en breken hun beenderen. Jullie hakken ze in stukken, zoals in een pot, zoals vlees in een ketel.
וַאֲשֶׁ֣ר
(vaasher)
en die
אָכְלוּ֮
(akhelu)
zij eten
שְׁאֵ֣ר
(sheer)
het vlees van
עַמִּי֒
(ami)
mijn volk
וְעוֹרָם֙
(veoram)
en hun huid
מֵעֲלֵיהֶ֣ם
(mealeihem)
van hen af
הִפְשִׁ֔יטוּ
(hifshitu)
zij trekken af
וְאֶת
(veet)
en
עַצְמֹֽתֵיהֶ֖ם
(atsmoteihem)
hun beenderen
פִּצֵּ֑חוּ
(pitsechu)
zij breken
וּפָרְשׂוּ֙
(ufaresu)
en zij hakken in stukken
כַּאֲשֶׁ֣ר
(kaasher)
zoals
בַּסִּ֔יר
(basir)
in een pot
וּכְבָשָׂ֖ר
(ukhevasar)
en als vlees
בְּת֥וֹךְ
(betokh)
midden in
קַלָּֽחַת
(qalachat)
een ketel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פָּרַשׂ (parash) is hier ‘in stukken hakken’; het werkwoord is zeldzaam en de betekenis is niet helemaal zeker.

Het beeld loopt door uit vers 2: de leiders slachten hun volk als vlees voor de pot.

4Dan zullen zij tot Yahweh roepen, maar Hij zal hun niet antwoorden. Hij zal in die tijd Zijn aangezicht voor hen verbergen, omdat zij met hun daden kwaad hebben gedaan.
אָ֚ז
(az)
dan
יִזְעֲק֣וּ
(yizaqu)
zij zullen roepen
אֶל
(el)
tot
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
וְלֹ֥א
(velo)
maar niet
יַעֲנֶ֖ה
(yaane)
Hij zal antwoorden
אוֹתָ֑ם
(otam)
hen
וְיַסְתֵּ֨ר
(veyaster)
en Hij zal verbergen
פָּנָ֤יו
(panav)
Zijn aangezicht
מֵהֶם֙
(mehem)
voor hen
בָּעֵ֣ת
(baet)
in de tijd
הַהִ֔יא
(hahi)
die
כַּאֲשֶׁ֥ר
(kaasher)
omdat
הֵרֵ֖עוּ
(hereu)
zij hebben kwaad gedaan
מַעַלְלֵיהֶֽם
(maalleihem)
hun daden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Zijn aangezicht verbergen’ is dezelfde uitdrukking als in Deut. 31:17–18: Yahweh keert Zich af en antwoordt niet.

Tegen de profeten

5Zo zegt Yahweh over de profeten: „Zij misleiden Mijn volk. Zij bijten met hun tanden en roepen: ‘Vrede!’ Maar wie hun niets in de mond geeft, tegen hem heiligen zij een oorlog.”
כֹּ֚ה
(ko)
zo
אָמַ֣ר
(amar)
zegt
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
עַל
(al)
over
הַנְּבִיאִ֖ים
(haneviim)
de profeten
הַמַּתְעִ֣ים
(hamatim)
die misleiden
אֶת
(et)
(obj.)
עַמִּ֑י
(ami)
mijn volk
הַנֹּשְׁכִ֤ים
(hanoshekhim)
die bijten
בְּשִׁנֵּיהֶם֙
(beshineihem)
met hun tanden
וְקָרְא֣וּ
(veqareu)
en zij roepen
שָׁל֔וֹם
(shalom)
vrede
וַאֲשֶׁר֙
(vaasher)
en wie
לֹא
(lo)
niet
יִתֵּ֣ן
(yiten)
geeft
עַל
(al)
in
פִּיהֶ֔ם
(pihem)
hun mond
וְקִדְּשׁ֥וּ
(veqideshu)
en zij heiligen
עָלָ֖יו
(alav)
tegen hem
מִלְחָמָֽה
(milchama)
een oorlog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vanaf dit vers staat een woord van Yahweh zelf: ‘Mijn volk’.

De inleiding ‘Zo zegt Yahweh’ is zwart.

הַנְּשִׁכִים בְּשִׁנֵּיהֶם (hannoshkhim beshinneyhem), ‘die met hun tanden bijten’: wie hun eten geeft, krijgt een boodschap van vrede.

קִדְּשׁוּ מִלְחָמָה (qiddeshu milchamah), ‘zij heiligen een oorlog’: een oorlog werd met een offer en een wijding begonnen. De profeten verklaren hem aan wie hun niets geeft.

6Daarom wordt het nacht voor jullie, zonder visioen, en duisternis voor jullie, zonder waarzegging. De zon gaat onder over de profeten en de dag wordt zwart boven hen.
לָכֵ֞ן
(lakhen)
daarom
לַ֤יְלָה
(layla)
nacht
לָכֶם֙
(lakhem)
voor jullie
מֵֽחָז֔וֹן
(mechazon)
zonder visioen
וְחָשְׁכָ֥ה
(vechashekha)
en duisternis
לָכֶ֖ם
(lakhem)
voor jullie
מִקְּסֹ֑ם
(miqesom)
zonder waarzegging
וּבָ֤אָה
(uvaa)
en zij gaat onder
הַשֶּׁ֨מֶשׁ֙
(hashemesh)
de zon
עַל
(al)
over
הַנְּבִיאִ֔ים
(haneviim)
de profeten
וְקָדַ֥ר
(veqadar)
en wordt zwart
עֲלֵיהֶ֖ם
(aleihem)
boven hen
הַיּֽוֹם
(hayom)
de dag
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het ‘visioen’ (חָזוֹן, chazon) en de ‘waarzegging’ (קֶסֶם, qesem) worden de profeten ontnomen: de zon gaat voor hen onder.

7De zieners worden beschaamd en de waarzeggers staan voor schut. Zij allen bedekken hun bovenlip, want er is geen antwoord van Elohim.
וּבֹ֣שׁוּ
(uvoshu)
en zij worden beschaamd
הַחֹזִ֗ים
(hachozim)
de zieners
וְחָֽפְרוּ֙
(vechaferu)
en zij staan voor schut
הַקֹּ֣סְמִ֔ים
(haqosemim)
de waarzeggers
וְעָט֥וּ
(veatu)
en zij bedekken
עַל
(al)
over
שָׂפָ֖ם
(safam)
de bovenlip
כֻּלָּ֑ם
(kulam)
allen
כִּ֛י
(ki)
want
אֵ֥ין
(ein)
er is niet
מַעֲנֵ֖ה
(maane)
antwoord van
אֱלֹהִֽים
(Elohim)
Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֹזִים (chozim), ‘zieners’, en קֹסְמִים (qosmim), ‘waarzeggers’: de profeten die zonder opdracht van Yahweh spreken.

עָטָה עַל־שָׂפָם (atah al safam), ‘de bovenlip bedekken’: een teken van rouw en schaamte, zoals bij een melaatse in Lev. 13:45.

Ik ben vervuld van kracht

8Maar ik ben vervuld van kracht, van de geest van Yahweh, van recht en van sterkte. Zo maak ik Jakob zijn overtreding bekend en Israël zijn zonde.
וְאוּלָ֗ם
(veulam)
maar
אָנֹכִ֞י
(anokhi)
ik
מָלֵ֤אתִי
(maleti)
ben vervuld
כֹ֨חַ֙
(koach)
kracht
אֶת
(et)
met
ר֣וּחַ
(ruach)
de geest van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
וּמִשְׁפָּ֖ט
(umishpat)
en recht
וּגְבוּרָ֑ה
(ugevura)
en sterkte
לְהַגִּ֤יד
(lehagid)
om bekend te maken
לְיַֽעֲקֹב֙
(leyaaqov)
aan Jakob
פִּשְׁע֔וֹ
(pisho)
zijn overtreding
וּלְיִשְׂרָאֵ֖ל
(uleyisrael)
en aan Israël
חַטָּאתֽוֹ
(chatato)
zijn zonde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Micha zet zijn eigen werk tegenover dat van de valse profeten: hij is door de geest van Yahweh vervuld.

Het Hebreeuws heeft hier ‘kracht met (et) de geest van Yahweh’; wij nemen aan dat de geest de bron van de kracht is.

Sion wordt omgeploegd

9Hoor dit toch, hoofden van het huis van Jakob en leiders van het huis van Israël. Jullie verafschuwen het recht en verdraaien alles wat recht is.
שִׁמְעוּ
(shimu)
hoort
נָ֣א
(na)
toch
זֹ֗את
(zot)
dit
רָאשֵׁי֙
(rashei)
hoofden van
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
יַעֲקֹ֔ב
(yaaqov)
Jakob
וּקְצִינֵ֖י
(uqetsinei)
en leiders van
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
הַֽמֲתַעֲבִ֣ים
(hamataavim)
die verafschuwen
מִשְׁפָּ֔ט
(mishpat)
recht
וְאֵ֥ת
(veet)
en
כָּל
(kal)
alles
הַיְשָׁרָ֖ה
(hayshara)
wat recht is
יְעַקֵּֽשׁוּ
(yeaqeshu)
zij verdraaien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Jullie bouwen Sion met bloed en Jeruzalem met onrecht.
בֹּנֶ֥ה
(bone)
bouwend
צִיּ֖וֹן
(tsiyon)
Sion
בְּדָמִ֑ים
(bedamim)
met bloed
וִירוּשָׁלִַ֖ם
(virushaliam)
en Jeruzalem
בְּעַוְלָֽה
(beavla)
met onrecht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

בָּנָה (bonah), ‘bouwend’: een deelwoord, dus ‘jullie die … bouwen’.

Het bouwen met bloed en onrecht verwijst naar bouwwerken die met dwangarbeid of geweld tot stand komen.

11Haar hoofden spreken recht voor een steekpenning, haar priesters geven onderricht voor loon en haar profeten waarzeggen voor geld. Toch steunen zij op Yahweh en zeggen: „Is Yahweh niet in ons midden? Het kwaad komt niet over ons.”
רָאשֶׁ֣יהָ
(rasheiha)
haar hoofden
בְּשֹׁ֣חַד
(beshochad)
voor een steekpenning
יִשְׁפֹּ֗טוּ
(yishpotu)
zij spreken recht
וְכֹהֲנֶ֨יהָ֙
(vekhohaneiha)
en haar priesters
בִּמְחִ֣יר
(bimchir)
voor loon
יוֹר֔וּ
(yoru)
zij geven onderricht
וּנְבִיאֶ֖יהָ
(unevieiha)
en haar profeten
בְּכֶ֣סֶף
(bekhesef)
voor geld
יִקְסֹ֑מוּ
(yiqsomu)
zij waarzeggen
וְעַל
(veal)
en op
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
יִשָּׁעֵ֣נוּ
(yishaenu)
zij steunen
לֵאמֹ֔ר
(lemor)
zeggend
הֲל֤וֹא
(halo)
is niet
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
בְּקִרְבֵּ֔נוּ
(beqirbenu)
in ons midden
לֹֽא
(lo)
niet
תָב֥וֹא
(tavo)
komt
עָלֵ֖ינוּ
(aleinu)
over ons
רָעָֽה
(raa)
kwaad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שֹׁחַד (shochad), ‘steekpenning’: zoals in Deut. 16:19.

Het volk verlaat zich op Yahweh en op de tempel, terwijl het onrecht doet.

12Daarom wordt Sion om jullie wil als een akker omgeploegd. Jeruzalem wordt een hoop puin en de berg van het Huis een bosrijke hoogte.
לָכֵן֙
(lakhen)
daarom
בִּגְלַלְכֶ֔ם
(biglalkhem)
om jullie wil
צִיּ֖וֹן
(tsiyon)
Sion
שָׂדֶ֣ה
(sade)
als een akker
תֵֽחָרֵ֑שׁ
(techaresh)
wordt omgeploegd
וִירוּשָׁלִַ֨ם֙
(virushaliam)
en Jeruzalem
עִיִּ֣ין
(iyin)
tot puinhopen
תִּֽהְיֶ֔ה
(tihye)
wordt
וְהַ֥ר
(vehar)
en de berg van
הַבַּ֖יִת
(habayit)
het Huis
לְבָמ֥וֹת
(levamot)
tot hoogten van
יָֽעַר
(yaar)
bos
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

Dit vers wordt aangehaald in Jer. 26:18.

Het verwijst naar de tijd van Hizkia.

עִיִּין (iyyin), ‘puinhoop’: een hoop stenen, zoals Samaria in 1:6.

הַר הַבַּיִת (har habbayit), ‘de berg van het Huis’: de tempelberg.

בָּמוֹת יַעַר (bamot ya’ar), ‘bosrijke hoogte’: een heuvel die door bos is overwoekerd.