Elohim Bijbel

Hosea 10

1234567891011121314

Israëls altaren, de vaars Efraïm en de oogst van onrecht

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Een weelderige wijnstok met altaren

1Israël is een weelderige wijnstok; hij draagt vrucht voor zichzelf. Naarmate zijn vrucht groter werd, maakte hij meer altaren. Naarmate zijn land beter werd, maakten zij de gewijde stenen mooier.
גֶּ֤פֶן
(gefen)
wijnstok
בּוֹקֵק֙
(boqeq)
weelderige
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
פְּרִ֖י
(peri)
vrucht
יְשַׁוֶּה
(yeshave)
hij draagt
לּ֑וֹ
(lo)
voor zichzelf
כְּרֹ֣ב
(kerov)
naarmate de menigte van
לְפִרְי֗וֹ
(lefiryo)
zijn vrucht
הִרְבָּה֙
(hirba)
hij maakte veel
לַֽמִּזְבְּח֔וֹת
(lamizbechot)
aan altaren
כְּט֣וֹב
(ketov)
naarmate het goed was voor
לְאַרְצ֔וֹ
(leartso)
zijn land
הֵיטִ֖יבוּ
(heitivu)
zij maakten mooi
מַצֵּבֽוֹת
(matsevot)
gewijde stenen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בּוֹקֵק (boqeq), ‘weelderig’: hetzelfde werkwoord kan ook ‘leegplunderen’ betekenen.

Wij kiezen ‘weelderig’.

יְשַׁוֶּה (yeshavveh), ‘hij draagt (vrucht)’: letterlijk ‘hij zet, hij legt’; de betekenis is hier niet zeker.

מַצֵּבוֹת (matsevot), ‘gewijde stenen’: staande stenen bij een heiligdom. Zie ook Exod. 23:24; Deut. 16:22.

2Hun hart is verdeeld. Nu zullen zij hun schuld dragen. Hij zal hun altaren de nek breken en hun gewijde stenen verwoesten.
חָלַ֥ק
(chalaq)
verdeeld is
לִבָּ֖ם
(libam)
hun hart
עַתָּ֣ה
(ata)
nu
יֶאְשָׁ֑מוּ
(yeshamu)
zullen zij schuld dragen
ה֚וּא
(hu)
Hij
יַעֲרֹ֣ף
(yaarof)
zal de nek breken van
מִזְבְּחוֹתָ֔ם
(mizbechotam)
hun altaren
יְשֹׁדֵ֖ד
(yeshoded)
zal verwoesten
מַצֵּבוֹתָֽם
(matsevotam)
hun gewijde stenen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חָלַק (chalaq), ‘verdeeld’: het woord kan ook ‘glad, vleiend’ betekenen.

Het hart is dan verdeeld tussen Yahweh en andere goden, of onoprecht.

יַעֲרֹף (ya’arof), ‘de nek breken’: zie ook Exod. 13:13. De handelende is Yahweh.

Zonder koning

3Want nu zullen zij zeggen: „Wij hebben geen koning, want wij hebben Yahweh niet gevreesd. En de koning, wat kan hij voor ons doen?”
כִּ֤י
(ki)
want
עַתָּה֙
(ata)
nu
יֹֽאמְר֔וּ
(yomru)
zullen zij zeggen
אֵ֥ין
(ein)
er is niet
מֶ֖לֶךְ
(melekh)
koning
לָ֑נוּ
(lanu)
voor ons
כִּ֣י
(ki)
want
לֹ֤א
(lo)
niet
יָרֵ֨אנוּ֙
(yarenu)
wij vreesden
אֶת
(et)
(obj.)
יְהֹוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
וְהַמֶּ֖לֶךְ
(vehamelekh)
en de koning
מַה
(ma)
wat
יַּֽעֲשֶׂה
(yaase)
kan hij doen
לָּֽנוּ
(lanu)
voor ons
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4Zij spreken woorden, zij zweren valse eden en sluiten een verbond. En het recht schiet op als gifkruid in de voren van het veld.
דִּבְּר֣וּ
(diberu)
zij spreken
דְבָרִ֔ים
(devarim)
woorden
אָל֥וֹת
(alot)
zweren van
שָׁ֖וְא
(shave)
valsheid
כָּרֹ֣ת
(karot)
sluiten van
בְּרִ֑ית
(berit)
verbond
וּפָרַ֤ח
(ufarach)
en het schiet op
כָּרֹאשׁ֙
(karosh)
als gifkruid
מִשְׁפָּ֔ט
(mishpat)
recht
עַ֖ל
(al)
op
תַּלְמֵ֥י
(talmei)
voren van
שָׂדָֽי
(saday)
het veld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אָלוֹת שָׁוְא (alot shav), ‘valse eden’: zweren zonder het te menen.

רֹאשׁ (rosh), ‘gifkruid’: een giftige, bittere plant. Zie ook Deut. 29:17; 32:32.

Het kalf van Samaria

5Voor de kalveren van Bet-Awen zullen de inwoners van Samaria vrezen. Want zijn volk rouwt erover. Zijn afgodspriesters jubelen erover, om zijn heerlijkheid, want die is van hem weggevoerd.
לְעֶגְלוֹת֙
(leeglot)
voor de kalveren van
בֵּ֣ית
(beit)
huis van
אָ֔וֶן
(aven)
onheil
יָג֖וּרוּ
(yaguru)
zullen vrezen
שְׁכַ֣ן
(shekhan)
inwoner van
שֹֽׁמְר֑וֹן
(shomeron)
Samaria
כִּי
(ki)
want
אָבַ֨ל
(aval)
rouwt
עָלָ֜יו
(alav)
erover
עַמּ֗וֹ
(amo)
zijn volk
וּכְמָרָיו֙
(ukhemarav)
en zijn afgodspriesters
עָלָ֣יו
(alav)
erover
יָגִ֔ילוּ
(yagilu)
zij jubelen
עַל
(al)
om
כְּבוֹד֖וֹ
(kevodo)
zijn heerlijkheid
כִּֽי
(ki)
want
גָלָ֥ה
(gala)
is weggevoerd
מִמֶּֽנּוּ
(mimenu)
van hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Bet-Aven (ligging onzeker): Bet-Aven (Bet-Awen) lag ten oosten van Betel, bij Ai.

De precieze plaats is niet bekend.

Zie Samaria: Samaria is de hoofdstad van het noordrijk Israël, gebouwd door Omri op een heuvel bij het huidige Sebastiya, ten noordwesten van Sichem.

Uitleg

בֵּית אָוֶן (Bet-Awen), ‘huis van onheil’: spotnaam voor Betel (zie 4:15).

עֶגְלוֹת (eglot), ‘kalveren’: een vrouwelijke meervoudsvorm voor het stierbeeld in Betel. Zie ook 1 Kon. 12:28–29.

כְּמָרִים (kemarim), ‘afgodspriesters’: zie ook 2 Kon. 23:5.

יָגִילוּ (yagilu), ‘zij jubelen’: hetzelfde werkwoord kan ook ‘beven’ betekenen.

6Ook hem zal men naar Assyrië brengen, als geschenk voor koning Jareb. Efraïm zal schande ontvangen, en Israël zal zich schamen over zijn raad.
גַּם
(gam)
ook
אוֹתוֹ֙
(oto)
hem
לְאַשּׁ֣וּר
(leashur)
naar Assyrië
יוּבָ֔ל
(yuval)
wordt gebracht
מִנְחָ֖ה
(mincha)
geschenk
לְמֶ֣לֶךְ
(lemelekh)
voor koning
יָרֵ֑ב
(yarev)
Jareb
בָּשְׁנָה֙
(bashena)
schande
אֶפְרַ֣יִם
(efrayim)
Efraïm
יִקָּ֔ח
(yiqach)
zal ontvangen
וְיֵב֥וֹשׁ
(veyevosh)
en zal zich schamen
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
מֵעֲצָתֽוֹ
(meatsato)
over zijn raad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Assur: Assur is een stad en een gebied aan de Tigris, in het noorden van het huidige Irak.

Uitleg

‘Hem’ is het kalfbeeld uit vers 5.

מֶלֶךְ יָרֵב (melech Yareb), ‘koning Jareb’: of de naam of een titel van de koning van Assyrië, of ‘een koning die twist’. Dezelfde woorden staan in Hos. 5:13. Zie ook 2 Kon. 17:3–4.

בָּשְׁנָה (boshnah), ‘schande’.

7Samaria is vernietigd, haar koning is als een takje op het water.
נִדְמֶ֥ה
(nidme)
vernietigd is
שֹׁמְר֖וֹן
(shomeron)
Samaria
מַלְכָּ֑הּ
(malkah)
haar koning
כְּקֶ֖צֶף
(keqetsef)
als een takje
עַל
(al)
op
פְּנֵי
(penei)
het oppervlak van
מָֽיִם
(mayim)
water
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Samaria: Samaria is de hoofdstad van het noordrijk Israël, gebouwd door Omri op een heuvel bij het huidige Sebastiya, ten noordwesten van Sichem.

Uitleg

נִדְמֶה (nidmeh), ‘is vernietigd’: letterlijk ‘is weggesneden’.

Het werkwoord komt terug in vers 15.

קֶצֶף (qetsef), ‘takje’: het woord kan ook ‘schuim’ betekenen.

8De hoogten van Awen, de zonde van Israël, worden vernietigd. Doorn en distel schieten op over hun altaren. En zij zeggen tegen de bergen: „Bedek ons!” en tegen de heuvels: „Val op ons!”
וְנִשְׁמְד֞וּ
(venishmedu)
en zij worden vernietigd
בָּמ֣וֹת
(bamot)
hoogten van
אָ֗וֶן
(aven)
Awen
חַטַּאת֙
(chatat)
zonde van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
ק֣וֹץ
(qots)
doorn
וְדַרְדַּ֔ר
(vedardar)
en distel
יַעֲלֶ֖ה
(yaale)
zal opschieten
עַל
(al)
op
מִזְבְּחוֹתָ֑ם
(mizbechotam)
hun altaren
וְאָמְר֤וּ
(veameru)
en zij zeggen
לֶֽהָרִים֙
(leharim)
tegen de bergen
כַּסּ֔וּנוּ
(kasunu)
bedek ons
וְלַגְּבָע֖וֹת
(velagevaot)
en tegen de heuvels
נִפְל֥וּ
(niflu)
val
עָלֵֽינוּ
(aleinu)
op ons
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Bet-Awen (hoogten van Awen; ligging onzeker): ‘De hoogten van Awen’ is een korte vorm van Bet-Awen (‘huis van onheil’), een spottende naam voor Betel (Hosea 4:15).

De precieze plaats is niet zeker.

Uitleg

בָּמוֹת אָוֶן (bamot Aven), ‘hoogten van Awen’: Awen is hier de korte vorm van Bet-Awen (vers 5), dus Betel.

Vergelijk de woorden ‘Bedek ons’ en ‘Val op ons’ met Luc. 23:30.

De dagen van Gibea

9Sinds de dagen van Gibea heb je gezondigd, Israël. Daar zijn zij blijven staan. Zal de oorlog tegen de zonen van het onrecht hen niet inhalen in Gibea?
מִימֵי֙
(mimei)
sinds de dagen van
הַגִּבְעָ֔ה
(hagiva)
Gibea
חָטָ֖אתָ
(chatata)
je zondigde
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
שָׁ֣ם
(sham)
daar
עָמָ֔דוּ
(amadu)
zij bleven staan
לֹֽא
(lo)
niet
תַשִּׂיגֵ֧ם
(tasigem)
zal hen inhalen
בַּגִּבְעָ֛ה
(bagiva)
in Gibea
מִלְחָמָ֖ה
(milchama)
oorlog
עַל
(al)
tegen
בְּנֵ֥י
(benei)
zonen van
עַֽלְוָֽה
(alva)
onrecht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Gibea (Tell el-Ful): Gibea wordt gezocht bij Tell el-Ful, ongeveer 5 km ten noorden van Jeruzalem, in Benjamin.

In Jozua 15:57 gaat het om een Gibea in Juda.

Uitleg

De ‘dagen van Gibea’ zijn de dagen van de gruwelijke misdaad in Gibea.

Zie ook Richt. 19:22–30; 20:13.

עַלְוָה (alvah), ‘onrecht’: een spelling van עַוְלָה (avlah).

לֹא תַשִּׂיגֵם (lo tasigem), ‘zal de oorlog hen niet inhalen?’: wij lezen een vraag. De zin kan ook een mededeling zijn: ‘de oorlog haalde hen niet in’.

10„Wanneer Ik dat wil, tucht Ik hen. Volken worden tegen hen verzameld, wanneer zij worden gebonden aan hun twee ongerechtigheden.
בְּאַוָּתִ֖י
(beavati)
wanneer Ik wil
וְאֶסֳּרֵ֑ם
(veesorem)
en Ik tucht hen
וְאֻסְּפ֤וּ
(veusefu)
en zij worden verzameld
עֲלֵיהֶם֙
(aleihem)
tegen hen
עַמִּ֔ים
(amim)
volken
בְּאָסְרָ֖ם
(beaseram)
wanneer zij worden gebonden
לִשְׁתֵּ֥י
(lishtei)
aan twee
עוֹנֹתָֽם
(onotam)
hun ongerechtigheden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אָסְרָם (osram), ‘wanneer zij worden gebonden’: van het werkwoord ‘binden’.

Wat de ‘twee ongerechtigheden’ zijn, is niet zeker: misschien de twee stierbeelden (Betel en Dan, 1 Kon. 12:29).

Sommigen denken aan ‘twee voren’ (vergelijk vers 11).

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is עינתם (eynotam), ‘hun twee ogen’.

De te lezen vorm (qere) is עונתם (avonotam), ‘hun ongerechtigheden’.

Wij volgen de qere.

De vaars Efraïm

11Efraïm is een afgerichte vaars die graag dorst. Ik zelf ging over haar mooie hals heen. Ik zal Efraïm laten rijden. Juda zal ploegen, Jakob zal voor zichzelf eggen.”
וְאֶפְרַ֜יִם
(veefrayim)
en Efraïm
עֶגְלָ֤ה
(egla)
vaars
מְלֻמָּדָה֙
(melumada)
afgerichte
אֹהַ֣בְתִּי
(ohavti)
liefhebbend
לָד֔וּשׁ
(ladush)
om te dorsen
וַאֲנִ֣י
(vaani)
en Ik
עָבַ֔רְתִּי
(avarti)
Ik ging
עַל
(al)
over
ט֖וּב
(tuv)
het mooie van
צַוָּארָ֑הּ
(tsavarah)
haar hals
אַרְכִּ֤יב
(arkiv)
Ik laat rijden
אֶפְרַ֨יִם֙
(efrayim)
Efraïm
יַחֲר֣וֹשׁ
(yacharosh)
zal ploegen
יְהוּדָ֔ה
(yehuda)
Juda
יְשַׂדֶּד
(yesaded)
zal eggen
ל֖וֹ
(lo)
voor zichzelf
יַעֲקֹֽב
(yaaqov)
Jakob
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֶגְלָה מְלֻמָּדָה (eglah melummadah), ‘afgerichte vaars’: een vaars die gewend is aan het werk.

Een dorsend dier ging vrij rond; vergelijk Deut. 25:4.

אֹהַבְתִּי (ohavti), ‘liefhebbend’: het woord is een vrouwelijk deelwoord. Het gaat over de vaars, die graag dorst.

עָבַרְתִּי עַל־טוּב צַוָּארָהּ (avarti al tov tsavvarah), ‘Ik ging over haar mooie hals heen’: Ik spaarde haar hals en legde er geen juk op. Nu verandert dat.

אַרְכִּיב (arkiv), ‘Ik zal laten rijden’: letterlijk. De betekenis in dit beeld is onzeker: Efraïm wordt bereden of voor het werk ingespannen.

Zaai gerechtigheid

12Zaai voor jullie gerechtigheid, oogst naar de maat van trouw. Ontgin voor jullie braakland. Het is tijd om Yahweh te zoeken, totdat Hij komt en over jullie gerechtigheid laat regenen.
זִרְע֨וּ
(ziru)
zaai
לָכֶ֤ם
(lakhem)
voor jullie
לִצְדָקָה֙
(litsdaqa)
in gerechtigheid
קִצְר֣וּ
(qitsru)
oogst
לְפִי
(lefi)
naar de maat van
חֶ֔סֶד
(chesed)
trouw
נִ֥ירוּ
(niru)
ontgin
לָכֶ֖ם
(lakhem)
voor jullie
נִ֑יר
(nir)
braakland
וְעֵת֙
(veet)
en het is tijd
לִדְר֣וֹשׁ
(lidrosh)
om te zoeken
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
עַד
(ad)
totdat
יָב֕וֹא
(yavo)
Hij komt
וְיֹרֶ֥ה
(veyore)
en Hij laat regenen
צֶ֖דֶק
(tsedeq)
gerechtigheid
לָכֶֽם
(lakhem)
over jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

צְדָקָה (tsedaqah) en צֶדֶק (tsedeq), ‘gerechtigheid’; חֶסֶד (chesed), ‘trouw’.

נִיר (nir), ‘braakland’: grond die nog niet bewerkt is.

יֹרֶה (yoreh), ‘Hij laat regenen’: hetzelfde woord kan ook ‘Hij onderwijst’ betekenen. Wij kiezen ‘laat regenen’, passend bij het beeld van zaaien en oogsten.

De oogst van onrecht

13Jullie hebben goddeloosheid geploegd, onrecht geoogst en de vrucht van leugen gegeten. Want je vertrouwde op je eigen weg, op het grote aantal van je helden.
חֲרַשְׁתֶּם
(charashtem)
jullie ploegden
רֶ֛שַׁע
(resha)
goddeloosheid
עַוְלָ֥תָה
(avlata)
onrecht
קְצַרְתֶּ֖ם
(qetsartem)
jullie oogstten
אֲכַלְתֶּ֣ם
(akhaltem)
jullie aten
פְּרִי
(peri)
vrucht van
כָ֑חַשׁ
(kachash)
leugen
כִּֽי
(ki)
want
בָטַ֥חְתָּ
(batachta)
je vertrouwde
בְדַרְכְּךָ֖
(bedarkekha)
op je weg
בְּרֹ֥ב
(berov)
op de menigte van
גִּבּוֹרֶֽיךָ
(giboreikha)
je helden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Krijgsgeraas zal opstaan onder je volk, en al je vestingen worden verwoest, zoals Salman Bet-Arbel verwoestte op de dag van de strijd. Een moeder werd verpletterd boven op haar kinderen.
וְקָ֣אם
(veqam)
en zal opstaan
שָׁאוֹן֮
(shaon)
krijgsgeraas
בְּעַמֶּךָ֒
(beamekha)
onder je volk
וְכָל
(vekhal)
en al
מִבְצָרֶ֣יךָ
(mivtsareikha)
je vestingen
יוּשַּׁ֔ד
(yushad)
worden verwoest
כְּשֹׁ֧ד
(keshod)
zoals het verwoesten door
שַֽׁלְמַ֛ן
(shalman)
Salman
בֵּ֥ית
(beit)
Bet
אַֽרְבֵ֖אל
(arvel)
Arbel
בְּי֣וֹם
(beyom)
op de dag van
מִלְחָמָ֑ה
(milchama)
strijd
אֵ֥ם
(em)
moeder
עַל
(al)
bovenop
בָּנִ֖ים
(banim)
kinderen
רֻטָּֽשָׁה
(rutasha)
werd verpletterd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Bet-Arbel (ligging onzeker): De ligging van Bet-Arbel is niet bekend.

Voorgesteld worden Arbela bij het meer van Galilea (Irbid, Israël) en Irbid in Gilead (Jordanië).

Hier staat de eerste mogelijkheid.

Uitleg

שַׁלְמַן (Salman) en בֵּית אַרְבֵאל (Bet-Arbel): de gebeurtenis die hier bedoeld wordt, kennen wij niet.

Salman is misschien een korte vorm van Salmaneser (2 Kon. 17:3); dat is niet zeker.

רֻטָּשָׁה (rutashah), ‘werd verpletterd’: zie ook 2 Kon. 8:12.

15Zo heeft Betel met jullie gedaan, vanwege jullie ergste kwaad. Bij de dageraad is de koning van Israël volkomen vernietigd.
כָּ֗כָה
(kakha)
zo
עָשָׂ֤ה
(asa)
heeft gedaan
לָכֶם֙
(lakhem)
aan jullie
בֵּֽית
(beit)
Bet
אֵ֔ל
(el)
El
מִפְּנֵ֖י
(mipenei)
vanwege
רָעַ֣ת
(raat)
het kwaad van
רָֽעַתְכֶ֑ם
(raatkhem)
jullie kwaad
בַּשַּׁ֕חַר
(bashachar)
bij de dageraad
נִדְמֹ֥ה
(nidmo)
vernietigd
נִדְמָ֖ה
(nidma)
vernietigd
מֶ֥לֶךְ
(melekh)
koning van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Betel: Betel ligt bij het huidige Beitin, ongeveer 17 km ten noorden van Jeruzalem.

Uitleg

רָעַת רָעַתְכֶם (ra’at ra’atkhem), letterlijk ‘het kwaad van jullie kwaad’: dat is jullie ergste kwaad.

נִדְמֹה נִדְמָה (nidmoh nidmah), ‘volkomen vernietigd’: de onbepaalde wijs versterkt het werkwoord.