Elohim Bijbel

Handelingen 19

12345678910111213141516171819202122232425262728

Efeze: de leerlingen van Johannes, de zonen van Skevas en de opstand van de zilversmeden

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Paulus in Efeze: de leerlingen van Johannes

1Terwijl Apollos in Korinte was, trok Paulus door de hoger gelegen streken en kwam in Efeze. Daar vond hij enkele leerlingen.
Ἐγένετο
(Egeneto)
gebeurde
δὲ
(de)
nu
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
τὸν
(ton)
de
Ἀπολλῶ
(Apollo)
Apollos
εἶναι
(einai)
zijn
ἐν
(en)
in
Κορίνθῳ
(Korintho)
Korinte
Παῦλον
(Paulon)
Paulus
διελθόντα
(dielthonta)
doorgetrokken zijnde
τὰ
(ta)
de
ἀνωτερικὰ
(anoterika)
hoger gelegen
μέρη
(mere)
streken
ἐλθεῖν
(elthein)
te komen
εἰς
(eis)
in
Ἔφεσον
(Epheson)
Efeze
καὶ
(kai)
en
εὑρεῖν
(heurein)
te vinden
τινας
(tinas)
enkele
μαθητάς
(mathetas)
leerlingen
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Korinte: Korinte lag op de landengte tussen het vasteland van Griekenland en de Peloponnesos, met een haven aan elke kant.

Het was de hoofdstad van de Romeinse provincie Achaje.

Zie Efeze: Efeze lag aan de westkust van Turkije, bij het huidige Selçuk.

Het was de grootste stad van de Romeinse provincie Asia.

Uitleg

ἀνωτερικὰ μέρη (anoterika mere), ‘de hoger gelegen streken’: het hoger gelegen binnenland, tegenover de kust.

Voor Apollos zie 18:24.

2Hij zei tegen hen: „Hebben jullie, toen jullie gingen geloven, de Heilige Geest ontvangen?” Zij zeiden tegen hem: „Wij hebben zelfs niet gehoord dat er een Heilige Geest is.”
εἶπέν
(eipen)
zei
τε
(te)
en
πρὸς
(pros)
tegen
αὐτούς
(autous)
hen
Εἰ
(Ei)
of
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
ἅγιον
(hagion)
heilige
ἐλάβετε
(elabete)
ontvingen jullie
πιστεύσαντες
(pisteusantes)
geloofd hebbend
οἱ
(hoi)
zij
δὲ
(de)
nu
πρὸς
(pros)
tegen
αὐτόν
(auton)
hem
Ἀλλ’
(All’)
maar
οὐδ’
(oud’)
zelfs niet
εἰ
(ei)
of
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
ἅγιον
(hagion)
heilige
ἔστιν
(estin)
is
ἠκούσαμεν
(ekousamen)
hebben wij gehoord
Bron: SBLGNT
3Hij zei: „Waarin zijn jullie dan gedoopt?” Zij zeiden: „In de doop van Johannes.”
εἶπέν
(eipen)
zei
τε
(te)
en
Εἰς
(Eis)
in
τί
(ti)
wat
οὖν
(oun)
dus
ἐβαπτίσθητε
(ebaptisthete)
werden jullie gedoopt
οἱ
(hoi)
zij
δὲ
(de)
nu
εἶπαν
(eipan)
zeiden
Εἰς
(Eis)
in
τὸ
(to)
de
Ἰωάννου
(Ioannou)
van Johannes
βάπτισμα
(baptisma)
doop
Bron: SBLGNT
Uitleg

βάπτισμα (baptisma), ‘doop’: de doop van Johannes wordt ook genoemd in 18:25.

Zie ook Luc. 3:3.

Zie ookLuc 3:3
4Paulus zei: „Johannes doopte met een doop van bekering. Hij zei tegen het volk dat zij moesten geloven in Hem die na hem komt, dat wil zeggen in Yeshua.”
εἶπεν
(eipen)
zei
δὲ
(de)
nu
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
Ἰωάννης
(Ioannes)
Johannes
ἐβάπτισεν
(ebaptisen)
doopte
βάπτισμα
(baptisma)
doop
μετανοίας
(metanoias)
van bekering
τῷ
(to)
aan het
λαῷ
(lao)
volk
λέγων
(legon)
zeggend
εἰς
(eis)
in
τὸν
(ton)
de
ἐρχόμενον
(erchomenon)
komende
μετ’
(met’)
na
αὐτὸν
(auton)
hem
ἵνα
(hina)
opdat
πιστεύσωσιν
(pisteusosin)
zij zouden geloven
τοῦτ’
(tout’)
dit
ἔστιν
(estin)
is
εἰς
(eis)
in
τὸν
(ton)
de
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

μετάνοια (metanoia), ‘bekering’: een verandering van denken. ὁ ἐρχόμενος (ho erchomenos), ‘Hij die komt’: zo sprak Johannes over de Messias.

Zie ook Matt. 3:11; Mark. 1:7–8; Luc. 3:16.

5Toen zij dit hoorden, werden zij gedoopt in de naam van de Heer Yeshua.
ἀκούσαντες
(akousantes)
gehoord hebbend
δὲ
(de)
nu
ἐβαπτίσθησαν
(ebaptisthesan)
werden gedoopt
εἰς
(eis)
in
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

εἰς τὸ ὄνομα (eis to onoma), ‘in de naam’: letterlijk ‘tot de naam’, zoals in Matt. 28:19.

Zij waren gedoopt ‘in de doop van Johannes’ (vers 3); nu worden zij gedoopt in de naam van de Heer Yeshua. κύριος (kyrios), ‘Heer’: zie 18:8.

6Toen Paulus hun de handen oplegde, kwam de Heilige Geest op hen. Zij spraken in talen en profeteerden.
καὶ
(kai)
en
ἐπιθέντος
(epithentos)
opgelegd hebbend
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
τοῦ
(tou)
de
Παύλου
(Paulou)
Paulus
χεῖρας
(cheiras)
handen
ἦλθε
(elthe)
kwam
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
τὸ
(to)
de
ἅγιον
(hagion)
heilige
ἐπ’
(ep’)
op
αὐτούς
(autous)
hen
ἐλάλουν
(elaloun)
spraken
τε
(te)
en
γλώσσαις
(glossais)
in talen
καὶ
(kai)
en
ἐπροφήτευον
(epropheteuon)
profeteerden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιτίθημι χεῖρας (epitithemi cheiras), ‘de handen opleggen’: een handeling bij zegen en bij het ontvangen van de Geest. γλῶσσα (glossa), ‘tong’ of ‘taal’; het Grieks heeft hier geen ‘andere’ (zoals in Hand. 2:4).

Zie ook Hand. 8:17; Hand. 10:46.

7Het waren in totaal ongeveer twaalf mannen.
ἦσαν
(esan)
waren
δὲ
(de)
nu
οἱ
(hoi)
de
πάντες
(pantes)
allen
ἄνδρες
(andres)
mannen
ὡσεὶ
(hosei)
ongeveer
δώδεκα
(dodeka)
twaalf
Bron: SBLGNT

Paulus in de synagoge en in de school van Tyrannus

8Hij ging de synagoge binnen en sprak drie maanden lang vrijmoedig. Hij voerde gesprekken en overtuigde hen over het koninkrijk van Elohim.
Εἰσελθὼν
(Eiselthon)
binnengegaan zijnde
δὲ
(de)
nu
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
συναγωγὴν
(synagogen)
synagoge
ἐπαρρησιάζετο
(eparresiazeto)
sprak vrijmoedig
ἐπὶ
(epi)
gedurende
μῆνας
(menas)
maanden
τρεῖς
(treis)
drie
διαλεγόμενος
(dialegomenos)
in gesprek
καὶ
(kai)
en
πείθων
(peithon)
overtuigend
περὶ
(peri)
over
τῆς
(tes)
het
βασιλείας
(basileias)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

διαλέγομαι (dialegomai), ‘in gesprek zijn’: spreken met vraag en antwoord, zoals in 17:2 en 17:17. βασιλεία τοῦ θεοῦ (basileia tou theou), ‘het koninkrijk van Elohim’.

9Maar sommigen raakten verhard en bleven ongehoorzaam, en spraken voor de menigte kwaad over de Weg. Hij trok zich van hen terug en scheidde de leerlingen af. Dagelijks sprak hij in de school van Tyrannus.
ὡς
(hos)
toen
δέ
(de)
nu
τινες
(tines)
sommigen
ἐσκληρύνοντο
(esklerynonto)
verhard raakten
καὶ
(kai)
en
ἠπείθουν
(epeithoun)
ongehoorzaam waren
κακολογοῦντες
(kakologountes)
kwaad sprekend
τὴν
(ten)
de
ὁδὸν
(hodon)
Weg
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τοῦ
(tou)
de
πλήθους
(plethous)
menigte
ἀποστὰς
(apostas)
weggegaan zijnde
ἀπ’
(ap’)
van
αὐτῶν
(auton)
hen
ἀφώρισεν
(aphorisen)
scheidde af
τοὺς
(tous)
de
μαθητάς
(mathetas)
leerlingen
καθ’
(kath’)
per
ἡμέραν
(hemeran)
dag
διαλεγόμενος
(dialegomenos)
in gesprek
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
σχολῇ
(schole)
school
Τυράννου
(Tyrannou)
van Tyrannus
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἡ ὁδός (he hodos), ‘de Weg’: zo heten de volgelingen van Yeshua; zie 9:2. κακολογέω (kakologeo), ‘kwaad spreken over’. σχολή (schole), ‘school’: een zaal waar onderwijs werd gegeven; wie Tyrannus was, zegt de tekst niet.

10Dit duurde twee jaar, zodat allen die in Asia woonden, het woord van de Heer hoorden, zowel Joden als Grieken.
τοῦτο
(touto)
dit
δὲ
(de)
nu
ἐγένετο
(egeneto)
gebeurde
ἐπὶ
(epi)
gedurende
ἔτη
(ete)
jaren
δύο
(dyo)
twee
ὥστε
(hoste)
zodat
πάντας
(pantas)
allen
τοὺς
(tous)
de
κατοικοῦντας
(katoikountas)
wonenden
τὴν
(ten)
de
Ἀσίαν
(Asian)
Asia
ἀκοῦσαι
(akousai)
hoorden
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
Ἰουδαίους
(Ioudaious)
Joden
τε
(te)
zowel
καὶ
(kai)
en
Ἕλληνας
(Hellenas)
Grieken
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Asia (Romeinse provincie; ongeveer): Asia was de Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije, met Efeze als belangrijkste stad.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

Ἀσία (Asia): de Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije; Efeze lag daar. κύριος (kyrios), ‘Heer’: ‘het woord van de Heer’ kan ook ‘het woord van Yahweh’ zijn; wij schrijven ‘de Heer’, omdat in dit verhaal de naam van de Heer Yeshua wordt groot gemaakt (vers 17).

Zie ook 18:25.

Zie ookHand 19:17

Krachten door de handen van Paulus

11Elohim deed buitengewone krachten door de handen van Paulus.
Δυνάμεις
(Dynameis)
krachten
τε
(te)
en
οὐ
(ou)
niet
τὰς
(tas)
de
τυχούσας
(tychousas)
gewone
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐποίει
(epoiei)
deed
διὰ
(dia)
door
τῶν
(ton)
de
χειρῶν
(cheiron)
handen
Παύλου
(Paulou)
van Paulus
Bron: SBLGNT
Uitleg

δυνάμεις (dynameis), ‘krachten’: wij vertalen het zo in de evangeliën (zie Matt. 11:20). οὐ τὰς τυχούσας (ou tas tychousas) is letterlijk ‘niet de toevallige’, dat is ‘niet de gewone’.

Zie ookMat 11:20
12Zelfs werden zweetdoeken of schorten van zijn lichaam naar de zieken gebracht. Dan verlieten de ziekten hen en gingen de boze geesten uit.
ὥστε
(hoste)
zodat
καὶ
(kai)
zelfs
ἐπὶ
(epi)
naar
τοὺς
(tous)
de
ἀσθενοῦντας
(asthenountas)
zieken
ἀποφέρεσθαι
(apopheresthai)
gebracht werden
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
de
χρωτὸς
(chrotos)
huid
αὐτοῦ
(autou)
zijn
σουδάρια
(soudaria)
zweetdoeken
ἢ
(e)
of
σιμικίνθια
(simikinthia)
schorten
καὶ
(kai)
en
ἀπαλλάσσεσθαι
(apallassesthai)
verlieten
ἀπ’
(ap’)
van
αὐτῶν
(auton)
hen
τὰς
(tas)
de
νόσους
(nosous)
ziekten
τά
(ta)
de
τε
(te)
en
πνεύματα
(pneumata)
geesten
τὰ
(ta)
de
πονηρὰ
(ponera)
boze
ἐκπορεύεσθαι
(ekporeuesthai)
uitgingen
Bron: SBLGNT
Uitleg

σουδάριον (soudarion), ‘zweetdoek’: zie Joh. 11:44. σιμικίνθιον (simikinthion), ‘schort’: een doek om het middel.

Beide woorden komen oorspronkelijk uit het Latijn. πνεύματα πονηρά (pneumata ponera), ‘boze geesten’: zie Luc. 7:21.

De zonen van Skevas

13Ook enkele rondtrekkende Joodse bezweerders probeerden de naam van de Heer Yeshua uit te spreken over hen die boze geesten hadden. Zij zeiden: „Ik bezweer jullie bij Yeshua, die Paulus verkondigt.”
ἐπεχείρησαν
(epecheiresan)
probeerden
δέ
(de)
nu
τινες
(tines)
enkele
καὶ
(kai)
ook
τῶν
(ton)
van de
περιερχομένων
(perierchomenon)
rondtrekkende
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joodse
ἐξορκιστῶν
(exorkiston)
bezweerders
ὀνομάζειν
(onomazein)
uit te spreken
ἐπὶ
(epi)
over
τοὺς
(tous)
degenen
ἔχοντας
(echontas)
die hadden
τὰ
(ta)
de
πνεύματα
(pneumata)
geesten
τὰ
(ta)
de
πονηρὰ
(ponera)
boze
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Ὁρκίζω
(Horkizo)
ik bezweer
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
τὸν
(ton)
bij
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
ὃν
(hon)
die
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
κηρύσσει
(keryssei)
verkondigt
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐξορκιστής (exorkistes), ‘bezweerder’: iemand die geesten wil uitdrijven met een bezwering bij een naam. ὁρκίζω (horkizo), ‘bezweren’: iemand onder ede plaatsen bij een naam.

14Het waren zeven zonen van een zekere Skevas, een Joodse hogepriester, die dit deden.
ἦσαν
(esan)
waren
δέ
(de)
nu
τινος
(tinos)
van een zekere
Σκευᾶ
(Skeua)
Skevas
Ἰουδαίου
(Ioudaiou)
Joodse
ἀρχιερέως
(archiereos)
hogepriester
ἑπτὰ
(hepta)
zeven
υἱοὶ
(huioi)
zonen
τοῦτο
(touto)
dit
ποιοῦντες
(poiountes)
doende
Bron: SBLGNT
Uitleg

Σκευᾶς (Skeuas), ‘Skevas’: wie hij was, zegt de tekst niet. ἀρχιερεύς (archiereus), ‘hogepriester’.

15De boze geest antwoordde en zei tegen hen: „Yeshua ken ik, en van Paulus weet ik, maar wie zijn jullie?”
ἀποκριθὲν
(apokrithen)
antwoordend
δὲ
(de)
nu
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
geest
τὸ
(to)
de
πονηρὸν
(poneron)
boze
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tegen hen
Τὸν
(Ton)
de
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
γινώσκω
(ginosko)
ken ik
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
de
Παῦλον
(Paulon)
Paulus
ἐπίσταμαι
(epistamai)
weet ik van
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
δὲ
(de)
nu
τίνες
(tines)
wie
ἐστέ
(este)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft twee werkwoorden voor ‘kennen’: γινώσκω (ginosko), ‘kennen’, en ἐπίσταμαι (epistamai), ‘weten van’.

De boze geest spreekt hier zelf.

16De man in wie de boze geest was, sprong op hen af. Hij overmeesterde beiden en was hen te sterk, zodat zij naakt en gewond uit dat huis vluchtten.
καὶ
(kai)
en
ἐφαλόμενος
(ephalomenos)
opgesprongen zijnde
ὁ
(ho)
de
ἄνθρωπος
(anthropos)
man
ἐπ’
(ep’)
op
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
wie
ἦν
(en)
was
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
geest
τὸ
(to)
de
πονηρὸν
(poneron)
boze
κατακυριεύσας
(katakyrieusas)
overmeesterd hebbend
ἀμφοτέρων
(amphoteron)
beiden
ἴσχυσεν
(ischysen)
was sterk
κατ’
(kat’)
tegen
αὐτῶν
(auton)
hen
ὥστε
(hoste)
zodat
γυμνοὺς
(gymnous)
naakt
καὶ
(kai)
en
τετραυματισμένους
(tetraumatismenous)
gewond
ἐκφυγεῖν
(ekphygein)
te vluchten
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
het
οἴκου
(oikou)
huis
ἐκείνου
(ekeinou)
dat
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀμφοτέρων (amfoteron), ‘beiden’: het woord betekent gewoonlijk ‘allebei’, terwijl vers 14 zeven zonen noemt; de tekst verklaart dit niet.

Zie ookHand 19:14
17Dit werd bekend bij alle Joden en Grieken die in Efeze woonden. Vrees overviel hen allen, en de naam van de Heer Yeshua werd groot gemaakt.
τοῦτο
(touto)
dit
δὲ
(de)
nu
ἐγένετο
(egeneto)
werd
γνωστὸν
(gnoston)
bekend
πᾶσιν
(pasin)
aan allen
Ἰουδαίοις
(Ioudaiois)
Joden
τε
(te)
zowel
καὶ
(kai)
en
Ἕλλησιν
(Hellesin)
Grieken
τοῖς
(tois)
de
κατοικοῦσιν
(katoikousin)
wonenden
τὴν
(ten)
de
Ἔφεσον
(Epheson)
Efeze
καὶ
(kai)
en
ἐπέπεσεν
(epepesen)
viel
φόβος
(phobos)
vrees
ἐπὶ
(epi)
op
πάντας
(pantas)
allen
αὐτούς
(autous)
hen
καὶ
(kai)
en
ἐμεγαλύνετο
(emegalyneto)
werd groot gemaakt
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Efeze: Efeze lag aan de westkust van Turkije, bij het huidige Selçuk.

Het was de grootste stad van de Romeinse provincie Asia.

Uitleg

μεγαλύνω (megalyno), ‘groot maken’: zoals in Luc. 1:46.

Zie ookLuc 1:46

De boeken van de toverkunsten worden verbrand

18Velen van hen die geloofd hadden, kwamen hun daden belijden en melden.
πολλοί
(polloi)
velen
τε
(te)
en
τῶν
(ton)
van de
πεπιστευκότων
(pepisteukoton)
die geloofd hadden
ἤρχοντο
(erchonto)
kwamen
ἐξομολογούμενοι
(exomologoumenoi)
belijdend
καὶ
(kai)
en
ἀναγγέλλοντες
(anangellontes)
meldend
τὰς
(tas)
de
πράξεις
(praxeis)
daden
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
19Een flink aantal van hen die toverkunsten hadden bedreven, brachten hun boeken bijeen en verbrandden ze voor ieders ogen. Zij telden de prijzen ervan op en kwamen uit op 50.000 zilverstukken.
ἱκανοὶ
(hikanoi)
aanzienlijke
δὲ
(de)
nu
τῶν
(ton)
van de
τὰ
(ta)
de
περίεργα
(perierga)
toverkunsten
πραξάντων
(praxanton)
bedreven hebbenden
συνενέγκαντες
(synenenkantes)
bijeengebracht hebbend
τὰς
(tas)
de
βίβλους
(biblous)
boeken
κατέκαιον
(katekaion)
verbrandden
ἐνώπιον
(enopion)
voor
πάντων
(panton)
allen
καὶ
(kai)
en
συνεψήφισαν
(synepsephisan)
telden op
τὰς
(tas)
de
τιμὰς
(timas)
prijzen
αὐτῶν
(auton)
ervan
καὶ
(kai)
en
εὗρον
(heuron)
vonden
ἀργυρίου
(argyriou)
van zilver
μυριάδας
(myriadas)
tienduizendtallen
πέντε
(pente)
vijf
Bron: SBLGNT
Uitleg

περίεργα (perierga), ‘toverkunsten’: letterlijk ‘bijzondere, nieuwsgierig makende dingen’; hier gaat het om magie en bezweringen. μυριάς (myrias), ‘tienduizendtal’: ‘vijf tienduizendtallen zilver’ is 50.000.

Het Grieks noemt de munt niet; waarschijnlijk waren het drachmen, waarvan er één ongeveer een dagloon was (onzeker).

20Zo groeide het woord met de macht van de Heer en werd het sterk.
οὕτως
(houtos)
zo
κατὰ
(kata)
met
κράτος
(kratos)
macht
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
ηὔξανεν
(eyxanen)
groeide
καὶ
(kai)
en
ἴσχυεν
(ischyen)
was sterk
Bron: SBLGNT
Uitleg

κράτος (kratos), ‘macht’: het Grieks kan ook gelezen worden als ‘het woord van de Heer groeide krachtig’.

Wij houden de volgorde van het Grieks.

Paulus maakt plannen

21Toen dit voltooid was, nam Paulus zich in de geest voor om door Macedonië en Achaje naar Jeruzalem te gaan. Hij zei: „Als ik daar geweest ben, moet ik ook Rome zien.”
Ὡς
(Hos)
toen
δὲ
(de)
nu
ἐπληρώθη
(eplerothe)
voltooid was
ταῦτα
(tauta)
deze dingen
ἔθετο
(etheto)
nam zich voor
ὁ
(ho)
de
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
πνεύματι
(pneumati)
geest
διελθὼν
(dielthon)
doorgetrokken zijnde
τὴν
(ten)
de
Μακεδονίαν
(Makedonian)
Macedonië
καὶ
(kai)
en
Ἀχαΐαν
(Achaian)
Achaje
πορεύεσθαι
(poreuesthai)
te gaan
εἰς
(eis)
naar
Ἱεροσόλυμα
(Hierosolyma)
Jeruzalem
εἰπὼν
(eipon)
zeggend
ὅτι
(hoti)
dat
Μετὰ
(Meta)
na
τὸ
(to)
het
γενέσθαι
(genesthai)
zijn
με
(me)
ik
ἐκεῖ
(ekei)
daar
δεῖ
(dei)
moet
με
(me)
ik
καὶ
(kai)
ook
Ῥώμην
(Rhomen)
Rome
ἰδεῖν
(idein)
zien
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden.

De grenzen zijn bij benadering.

Zie Achaje (ongeveer): Achaje was de Romeinse provincie in het zuiden van Griekenland, met Korinte als hoofdstad en Athene als bekendste stad.

De grenzen zijn bij benadering.

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Zie Rome: Rome was de hoofdstad van het Romeinse rijk, aan de Tiber in het midden van Italië.

Uitleg

ἐν τῷ πνεύματι (en to pneumati), ‘in de geest’: het Grieks laat open of Paulus’ eigen geest of de Heilige Geest bedoeld is; zie ook 20:22. Ἱεροσόλυμα (Hierosolyma) en Ἰερουσαλήμ (Ierousalem) zijn beide ‘Jeruzalem’; wij schrijven steeds ‘Jeruzalem’.

22Hij zond twee van hen die hem dienden, Timoteüs en Erastus, naar Macedonië. Zelf bleef hij nog een tijd in Asia.
ἀποστείλας
(aposteilas)
gezonden hebbend
δὲ
(de)
nu
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
Μακεδονίαν
(Makedonian)
Macedonië
δύο
(dyo)
twee
τῶν
(ton)
van degenen
διακονούντων
(diakonounton)
die dienden
αὐτῷ
(auto)
hem
Τιμόθεον
(Timotheon)
Timoteüs
καὶ
(kai)
en
Ἔραστον
(Eraston)
Erastus
αὐτὸς
(autos)
zelf
ἐπέσχεν
(epeschen)
bleef
χρόνον
(chronon)
tijd
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
Ἀσίαν
(Asian)
Asia
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden.

De grenzen zijn bij benadering.

Zie Asia (Romeinse provincie; ongeveer): Asia was de Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije, met Efeze als belangrijkste stad.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

Erastus is een naam die ook elders in het Nieuwe Testament voorkomt (Rom. 16:23; 2 Tim. 4:20).

Of het dezelfde man is, zegt de tekst niet.

De opstand in Efeze

23In die tijd ontstond er geen geringe onrust over de Weg.
Ἐγένετο
(Egeneto)
ontstond
δὲ
(de)
nu
κατὰ
(kata)
in
τὸν
(ton)
de
καιρὸν
(kairon)
tijd
ἐκεῖνον
(ekeinon)
die
τάραχος
(tarachos)
onrust
οὐκ
(ouk)
niet
ὀλίγος
(oligos)
geringe
περὶ
(peri)
over
τῆς
(tes)
de
ὁδοῦ
(hodou)
Weg
Bron: SBLGNT
24Een zekere Demetrius, een zilversmid, maakte zilveren heiligdommen van Artemis. Hij bezorgde de vaklieden niet weinig werk.
Δημήτριος
(Demetrios)
Demetrius
γάρ
(gar)
want
τις
(tis)
een zekere
ὀνόματι
(onomati)
genaamd
ἀργυροκόπος
(argyrokopos)
zilversmid
ποιῶν
(poion)
makend
ναοὺς
(naous)
heiligdommen
ἀργυροῦς
(argyrous)
zilveren
Ἀρτέμιδος
(Artemidos)
van Artemis
παρείχετο
(pareicheto)
verschafte
τοῖς
(tois)
aan de
τεχνίταις
(technitais)
vaklieden
οὐκ
(ouk)
niet
ὀλίγην
(oligen)
weinig
ἐργασίαν
(ergasian)
werk
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἄρτεμις (Artemis): een Griekse godin; in Efeze stond een beroemde tempel voor haar (zie 19:27 en 19:35). ἀργυροκόπος (argyrokopos), ‘zilversmid’. ναός (naos), ‘heiligdom’: de zilveren ‘heiligdommen’ waren waarschijnlijk kleine modellen, bedoeld als gewijde voorwerpen.

25Hij bracht hen en de werklieden van dit soort werk bijeen en zei: „Mannen, jullie weten dat onze welvaart van dit werk komt.
οὓς
(hous)
wie
συναθροίσας
(synathroisas)
bijeengebracht hebbend
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
περὶ
(peri)
rond
τὰ
(ta)
het
τοιαῦτα
(toiauta)
zulke
ἐργάτας
(ergatas)
werklieden
εἶπεν
(eipen)
zei
Ἄνδρες
(Andres)
mannen
ἐπίστασθε
(epistasthe)
jullie weten
ὅτι
(hoti)
dat
ἐκ
(ek)
uit
ταύτης
(tautes)
dit
τῆς
(tes)
het
ἐργασίας
(ergasias)
werk
ἡ
(he)
de
εὐπορία
(euporia)
welvaart
ἡμῖν
(hemin)
voor ons
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
26Jullie zien en horen dat deze Paulus niet alleen in Efeze, maar bijna in heel Asia een flinke menigte heeft overgehaald en ervan afgebracht. Hij zegt dat goden die met handen gemaakt worden, geen goden zijn.
καὶ
(kai)
en
θεωρεῖτε
(theoreite)
zien jullie
καὶ
(kai)
en
ἀκούετε
(akouete)
horen jullie
ὅτι
(hoti)
dat
οὐ
(ou)
niet
μόνον
(monon)
alleen
Ἐφέσου
(Ephesou)
van Efeze
ἀλλὰ
(alla)
maar
σχεδὸν
(schedon)
bijna
πάσης
(pases)
heel
τῆς
(tes)
de
Ἀσίας
(Asias)
Asia
ὁ
(ho)
de
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
οὗτος
(houtos)
deze
πείσας
(peisas)
overgehaald hebbend
μετέστησεν
(metestesen)
heeft afgebracht
ἱκανὸν
(hikanon)
aanzienlijke
ὄχλον
(ochlon)
menigte
λέγων
(legon)
zeggend
ὅτι
(hoti)
dat
οὐκ
(ouk)
niet
εἰσὶν
(eisin)
zijn
θεοὶ
(theoi)
goden
οἱ
(hoi)
die
διὰ
(dia)
door
χειρῶν
(cheiron)
handen
γινόμενοι
(ginomenoi)
gemaakt worden
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Efeze: Efeze lag aan de westkust van Turkije, bij het huidige Selçuk.

Het was de grootste stad van de Romeinse provincie Asia.

Zie Asia (Romeinse provincie; ongeveer): Asia was de Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije, met Efeze als belangrijkste stad.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

Vergelijk Ps. 115:4–8 en Jes. 44:9–20 over beelden die mensenhanden gemaakt hebben.

27Niet alleen dreigt dit deel van ons werk in diskrediet te raken. Ook dreigt de tempel van de grote godin Artemis voor niets gerekend te worden. Zij zal zelfs van haar grootheid worden beroofd, die heel Asia en de bewoonde wereld vereren.”
οὐ
(ou)
niet
μόνον
(monon)
alleen
δὲ
(de)
nu
τοῦτο
(touto)
dit
κινδυνεύει
(kindyneuei)
dreigt
ἡμῖν
(hemin)
voor ons
τὸ
(to)
het
μέρος
(meros)
deel
εἰς
(eis)
in
ἀπελεγμὸν
(apelegmon)
diskrediet
ἐλθεῖν
(elthein)
te komen
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
τὸ
(to)
het
τῆς
(tes)
van de
μεγάλης
(megales)
grote
θεᾶς
(theas)
godin
Ἀρτέμιδος
(Artemidos)
Artemis
ἱερὸν
(hieron)
tempel
εἰς
(eis)
tot
οὐθὲν
(outhen)
niets
λογισθῆναι
(logisthenai)
gerekend te worden
μέλλειν
(mellein)
zal
τε
(te)
en
καὶ
(kai)
ook
καθαιρεῖσθαι
(kathaireisthai)
beroofd te worden
τῆς
(tes)
van de
μεγαλειότητος
(megaleiotetos)
grootheid
αὐτῆς
(autes)
haar
ἣν
(hen)
die
ὅλη
(hole)
heel
ἡ
(he)
de
Ἀσία
(Asia)
Asia
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
οἰκουμένη
(oikoumene)
bewoonde wereld
σέβεται
(sebetai)
vereert
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Tempel van Artemis (Efeze): De tempel van Artemis (het Artemision) stond in Efeze, bij Selçuk, en was een van de zeven wereldwonderen.

Alleen resten zijn bewaard.

Zie Asia (Romeinse provincie; ongeveer): Asia was de Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije, met Efeze als belangrijkste stad.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

ἱερόν (hieron), ‘tempel’: het hele tempelcomplex; in vers 24 staat ναός, ‘heiligdom’.

Het Grieks noemt bij ‘beroofd worden van haar grootheid’ geen onderwerp: dat kan de tempel of de godin zelf zijn. μεγαλειότης (megaleiotes), ‘grootheid’. οἰκουμένη (oikoumene), ‘bewoonde wereld’: zie 17:6.

Zie ookHand 19:24
28Toen zij dit hoorden, werden zij vol woede en riepen zij: „Groot is Artemis van de Efeziërs!”
Ἀκούσαντες
(Akousantes)
gehoord hebbend
δὲ
(de)
nu
καὶ
(kai)
en
γενόμενοι
(genomenoi)
geworden zijnde
πλήρεις
(plereis)
vol
θυμοῦ
(thymou)
woede
ἔκραζον
(ekrazon)
riepen
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Μεγάλη
(Megale)
groot
ἡ
(he)
de
Ἄρτεμις
(Artemis)
Artemis
Ἐφεσίων
(Ephesion)
van de Efeziërs
Bron: SBLGNT
29De stad raakte vol verwarring. Eensgezind stormden zij naar het theater en sleepten Gaius en Aristarchus mee, Macedoniërs en reisgenoten van Paulus.
καὶ
(kai)
en
ἐπλήσθη
(eplesthe)
werd gevuld
ἡ
(he)
de
πόλις
(polis)
stad
τῆς
(tes)
van de
συγχύσεως
(synchyseos)
verwarring
ὥρμησάν
(hormesan)
stormden
τε
(te)
en
ὁμοθυμαδὸν
(homothymadon)
eensgezind
εἰς
(eis)
naar
τὸ
(to)
het
θέατρον
(theatron)
theater
συναρπάσαντες
(synarpasantes)
meegesleurd hebbend
Γάϊον
(Gaion)
Gaius
καὶ
(kai)
en
Ἀρίσταρχον
(Aristarchon)
Aristarchus
Μακεδόνας
(Makedonas)
Macedoniërs
συνεκδήμους
(synekdemous)
reisgenoten
Παύλου
(Paulou)
van Paulus
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Theater van Efeze: Het grote theater van Efeze lag tegen de berg Pion, in het centrum van de stad, bij Selçuk.

Het bood plaats aan ongeveer 25.000 mensen.

Uitleg

Γάϊος (Gaios), ‘Gaius’: hier een Macedoniër; in 20:4 komt een Gaius uit Derbe voor.

Of het dezelfde man is, zegt de tekst niet. θέατρον (theatron), ‘theater’: de grote open ruimte waar het volk bijeenkwam.

30Paulus wilde de volksvergadering ingaan, maar de leerlingen lieten het hem niet toe.
Παύλου
(Paulou)
van Paulus
δὲ
(de)
nu
βουλομένου
(boulomenou)
willend
εἰσελθεῖν
(eiselthein)
binnen te gaan
εἰς
(eis)
in
τὸν
(ton)
de
δῆμον
(demon)
volksvergadering
οὐκ
(ouk)
niet
εἴων
(eion)
lieten toe
αὐτὸν
(auton)
hem
οἱ
(hoi)
de
μαθηταί
(mathetai)
leerlingen
Bron: SBLGNT
Uitleg

δῆμος (demos), ‘volksvergadering’: zie 17:5.

31Ook enkele Asiarchen, die vrienden van hem waren, stuurden een bericht naar hem en vroegen hem dringend zich niet in het theater te wagen.
τινὲς
(tines)
enkele
δὲ
(de)
nu
καὶ
(kai)
ook
τῶν
(ton)
van de
Ἀσιαρχῶν
(Asiarchon)
Asiarchen
ὄντες
(ontes)
zijnde
αὐτῷ
(auto)
hem
φίλοι
(philoi)
vrienden
πέμψαντες
(pempsantes)
gestuurd hebbend
πρὸς
(pros)
naar
αὐτὸν
(auton)
hem
παρεκάλουν
(parekaloun)
vroegen dringend
μὴ
(me)
niet
δοῦναι
(dounai)
te geven
ἑαυτὸν
(heauton)
zichzelf
εἰς
(eis)
naar
τὸ
(to)
het
θέατρον
(theatron)
theater
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Theater van Efeze: Het grote theater van Efeze lag tegen de berg Pion, in het centrum van de stad, bij Selçuk.

Het bood plaats aan ongeveer 25.000 mensen.

Uitleg

Ἀσιάρχης (Asiarches), ‘Asiarch’: een hoge functionaris uit de provincie Asia.

Wat hun taak precies was, zegt de tekst niet. παρακαλέω (parakaleo), ‘dringend vragen’: het woord kan ook ‘bemoedigen’ betekenen (zie 20:1).

32Sommigen riepen het een, anderen iets anders, want de vergadering was in verwarring en de meesten wisten niet waarom zij bijeengekomen waren.
ἄλλοι
(alloi)
anderen
μὲν
(men)
immers
οὖν
(oun)
dus
ἄλλο
(allo)
iets anders
τι
(ti)
iets
ἔκραζον
(ekrazon)
riepen
ἦν
(en)
was
γὰρ
(gar)
want
ἡ
(he)
de
ἐκκλησία
(ekklesia)
vergadering
συγκεχυμένη
(synkechymene)
in verwarring
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
πλείους
(pleious)
meesten
οὐκ
(ouk)
niet
ᾔδεισαν
(edeisan)
wisten
τίνος
(tinos)
waarom
ἕνεκα
(heneka)
omwille van
συνεληλύθεισαν
(synelelytheisan)
bijeengekomen waren
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκκλησία (ekklesia), ‘vergadering’: hier de samengestroomde menigte, niet de gemeente van Yeshua; zo ook in 19:39 en 19:40.

Elders vertalen wij het met ‘gemeente’.

33Uit de menigte brachten sommigen Alexander naar voren, terwijl de Joden hem vooruit schoven. Alexander maakte een gebaar met zijn hand en wilde zich verdedigen tegenover de volksvergadering.
ἐκ
(ek)
uit
δὲ
(de)
nu
τοῦ
(tou)
de
ὄχλου
(ochlou)
menigte
συνεβίβασαν
(synebibasan)
brachten naar voren
Ἀλέξανδρον
(Alexandron)
Alexander
προβαλόντων
(probalonton)
vooruit schuivend
αὐτὸν
(auton)
hem
τῶν
(ton)
de
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
nu
Ἀλέξανδρος
(Alexandros)
Alexander
κατασείσας
(kataseisas)
gebaar gemaakt hebbend
τὴν
(ten)
de
χεῖρα
(cheira)
hand
ἤθελεν
(ethelen)
wilde
ἀπολογεῖσθαι
(apologeisthai)
zich verdedigen
τῷ
(to)
tegenover de
δήμῳ
(demo)
volksvergadering
Bron: SBLGNT
Uitleg

συμβιβάζω (symbibazo), ‘naar voren brengen’: het Griekse woord kan ook ‘onderrichten’ betekenen; de bedoeling is hier niet helemaal duidelijk.

Wij nemen aan dat de Joden Alexander naar voren schoven.

34Maar toen zij merkten dat hij een Jood was, klonk er uit allen één stem. Ongeveer twee uur lang riepen zij: „Groot is Artemis van de Efeziërs!”
ἐπιγνόντες
(epignontes)
herkend hebbend
δὲ
(de)
nu
ὅτι
(hoti)
dat
Ἰουδαῖός
(Ioudaios)
Jood
ἐστιν
(estin)
is
φωνὴ
(phone)
stem
ἐγένετο
(egeneto)
werd
μία
(mia)
één
ἐκ
(ek)
uit
πάντων
(panton)
allen
ὡς
(hos)
ongeveer
ἐπὶ
(epi)
gedurende
ὥρας
(horas)
uren
δύο
(dyo)
twee
κραζόντων
(krazonton)
roepend
Μεγάλη
(Megale)
groot
ἡ
(he)
de
Ἄρτεμις
(Artemis)
Artemis
Ἐφεσίων
(Ephesion)
van de Efeziërs
Bron: SBLGNT

De stadsschrijver brengt de menigte tot bedaren

35De stadsschrijver bracht de menigte tot bedaren. Hij zei: „Efeziërs, wie van de mensen kent de stad van de Efeziërs niet? Zij is de bewaakster van het heiligdom van de grote Artemis en van wat uit de hemel is gevallen.
καταστείλας
(katasteilas)
tot bedaren gebracht hebbend
δὲ
(de)
nu
ὁ
(ho)
de
γραμματεὺς
(grammateus)
stadsschrijver
τὸν
(ton)
de
ὄχλον
(ochlon)
menigte
φησίν
(phesin)
zegt
Ἄνδρες
(Andres)
mannen
Ἐφέσιοι
(Ephesioi)
Efeziërs
τίς
(tis)
wie
γάρ
(gar)
want
ἐστιν
(estin)
is
ἀνθρώπων
(anthropon)
van de mensen
ὃς
(hos)
die
οὐ
(ou)
niet
γινώσκει
(ginoskei)
weet
τὴν
(ten)
de
Ἐφεσίων
(Ephesion)
van de Efeziërs
πόλιν
(polin)
stad
νεωκόρον
(neokoron)
bewaakster van het heiligdom
οὖσαν
(ousan)
zijnde
τῆς
(tes)
van de
μεγάλης
(megales)
grote
Ἀρτέμιδος
(Artemidos)
Artemis
καὶ
(kai)
en
τοῦ
(tou)
van wat
διοπετοῦς
(diopetous)
uit de hemel gevallen is
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Tempel van Artemis (Efeze): De tempel van Artemis (het Artemision) stond in Efeze, bij Selçuk, en was een van de zeven wereldwonderen.

Alleen resten zijn bewaard.

Uitleg

γραμματεύς (grammateus), ‘stadsschrijver’: hier een hoge functionaris van de stad Efeze; in de evangeliën vertalen wij het met ‘schriftgeleerde’. νεωκόρος (neokoros), ‘bewaakster van het heiligdom’: een eretitel voor een stad met een tempel; het woord bevat ναός, ‘heiligdom’. διοπετής (diopetes), ‘uit de hemel gevallen’: wat dit is, zegt de tekst niet; waarschijnlijk is het een heilig beeld of een heilige steen van de godin (onzeker).

36Aangezien dit niet te betwisten is, moeten jullie kalm blijven en niets overhaasts doen.
ἀναντιρρήτων
(anantirreton)
onweerlegbaar
οὖν
(oun)
dus
ὄντων
(onton)
zijnde
τούτων
(touton)
deze dingen
δέον
(deon)
nodig
ἐστὶν
(estin)
is
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
κατεσταλμένους
(katestalmenous)
bedaard
ὑπάρχειν
(hyparchein)
te zijn
καὶ
(kai)
en
μηδὲν
(meden)
niets
προπετὲς
(propetes)
overhaasts
πράσσειν
(prassein)
te doen
Bron: SBLGNT
37Want jullie hebben deze mannen hierheen gebracht, terwijl zij geen tempelrovers zijn en onze godin niet belasteren.
ἠγάγετε
(egagete)
brachten jullie
γὰρ
(gar)
want
τοὺς
(tous)
de
ἄνδρας
(andras)
mannen
τούτους
(toutous)
deze
οὔτε
(oute)
noch
ἱεροσύλους
(hierosylous)
tempelrovers
οὔτε
(oute)
noch
βλασφημοῦντας
(blasphemountas)
lasterend
τὴν
(ten)
de
θεὸν
(theon)
godin
ἡμῶν
(hemon)
van ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἱερόσυλος (hierosylos), ‘tempelrover’: iemand die een tempel plundert. τὴν θεόν (ten theon): met vrouwelijk lidwoord, ‘de godin’.

38Als Demetrius en de vaklieden die bij hem zijn een zaak hebben tegen iemand, dan worden er rechtsdagen gehouden en zijn er proconsuls. Laten zij elkaar daar aanklagen.
εἰ
(ei)
als
μὲν
(men)
immers
οὖν
(oun)
dus
Δημήτριος
(Demetrios)
Demetrius
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
σὺν
(syn)
met
αὐτῷ
(auto)
hem
τεχνῖται
(technitai)
vaklieden
ἔχουσιν
(echousin)
hebben
πρός
(pros)
tegen
τινα
(tina)
iemand
λόγον
(logon)
een zaak
ἀγοραῖοι
(agoraioi)
marktdagen
ἄγονται
(agontai)
worden gehouden
καὶ
(kai)
en
ἀνθύπατοί
(anthypatoi)
proconsuls
εἰσιν
(eisin)
zijn
ἐγκαλείτωσαν
(enkaleitosan)
laten zij aanklagen
ἀλλήλοις
(allelois)
elkaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀγοραῖοι (agoraioi), ‘rechtsdagen’: letterlijk ‘marktdagen’, dagen waarop recht werd gesproken. ἀνθύπατοι (anthypatoi), ‘proconsuls’: zie 18:12.

39Maar als jullie nog iets verder zoeken, dan wordt dat opgelost in de wettige vergadering.
εἰ
(ei)
als
δέ
(de)
nu
τι
(ti)
iets
περαιτέρω
(peraitero)
verder
ἐπιζητεῖτε
(epizeteite)
zoeken jullie
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐννόμῳ
(ennomo)
wettige
ἐκκλησίᾳ
(ekklesia)
vergadering
ἐπιλυθήσεται
(epilythesetai)
zal worden opgelost
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔννομος ἐκκλησία (ennomos ekklesia), ‘wettige vergadering’: een vergadering die volgens de regels is bijeengeroepen, tegenover deze oploop.

40Want wij lopen gevaar vandaag van oproer beschuldigd te worden. Er is geen enkele reden waarmee wij ons over deze samenscholing kunnen verantwoorden.” Nadat hij dit gezegd had, liet hij de vergadering gaan.
καὶ
(kai)
en
γὰρ
(gar)
want
κινδυνεύομεν
(kindyneuomen)
lopen wij gevaar
ἐγκαλεῖσθαι
(enkaleisthai)
beschuldigd te worden
στάσεως
(staseos)
van oproer
περὶ
(peri)
over
τῆς
(tes)
de
σήμερον
(semeron)
vandaag
μηδενὸς
(medenos)
geen enkele
αἰτίου
(aitiou)
reden
ὑπάρχοντος
(hyparchontos)
zijnde
περὶ
(peri)
over
οὗ
(hou)
wat
οὐ
(ou)
niet
δυνησόμεθα
(dynesometha)
zullen kunnen
ἀποδοῦναι
(apodounai)
af te leggen
λόγον
(logon)
rekenschap
περὶ
(peri)
over
τῆς
(tes)
de
συστροφῆς
(systrophes)
samenscholing
ταύτης
(tautes)
deze
καὶ
(kai)
en
ταῦτα
(tauta)
deze dingen
εἰπὼν
(eipon)
gezegd hebbend
ἀπέλυσεν
(apelysen)
liet gaan
τὴν
(ten)
de
ἐκκλησίαν
(ekklesian)
vergadering
Bron: SBLGNT
Uitleg

στάσις (stasis), ‘oproer’. συστροφή (systrophe), ‘samenscholing’: een opeenhoping van mensen.