Galaten 6
Elkaars lasten dragen, zaaien en oogsten, en Paulus’ slot
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Elkaar herstellen en elkaars lasten dragen
παράπτωμα (paraptoma), ‘overtreding’: letterlijk een misstap, een uitglijder. προλαμβάνω (prolambano), ‘betrapt worden’: het kan ook ‘overvallen worden’ betekenen. οἱ πνευματικοί (hoi pneumatikoi), ‘jullie die van de Geest zijn’: mensen die door de Geest geleid worden (vergelijk 5:16 en 5:18). καταρτίζω (katartizo), ‘herstellen’: iets weer in orde brengen, zoals een breuk of een net. πνεῦμα πραΰτητος (pneuma prauteitos), ‘een geest van zachtmoedigheid’: hier een houding, daarom met kleine letter.
De aanspreking springt van ‘jullie’ naar ‘je/jij’: Paulus spreekt de lezer persoonlijk aan. πειράζω (peirazo), ‘op de proef stellen’: het kan ook ‘verzoeken’ betekenen.
Zie ook Gal. 5:16; Gal. 5:18.
βάρος (baros), ‘last’: zwaarte; een druk die iemand te zwaar kan worden.
‘De wet van de Messias’ (ὁ νόμος τοῦ Χριστοῦ): het Grieks zegt niet uitdrukkelijk welke wet dit is; vergelijk 5:14, waar de hele wet in het gebod van de liefde wordt samengevat. ἀναπληρόω (anapleroo), ‘vervullen’: volledig maken.
Zie ook Gal. 5:14.
φρεναπατάω (phrenapatao), ‘misleiden’: letterlijk ‘het denken bedriegen’.
δοκιμάζω (dokimazo), ‘beproeven’: toetsen of iets echt is. καύχημα (kauchema), ‘reden tot roem’: iets om op te roemen.
Het Grieks zegt: ‘ten opzichte van zichzelf alleen’ en ‘niet ten opzichte van de ander’.
κατηχέω (katecheo), ‘onderrichten’: zoals in Luc. 1:4. κοινωνέω (koinoneo), ‘delen’: gemeenschappelijk deel hebben.
Het Grieks zegt niet wat er precies gedeeld wordt: ‘alle goede dingen’ kan geestelijke en stoffelijke dingen omvatten.
Zie ook Luc. 1:4.
Zaaien en oogsten
πλανάω (planao), ‘dwalen’ of ‘misleid worden’: letterlijk ‘rondzwerven’. μυκτηρίζω (mykterizo), ‘bespotten’: letterlijk ‘de neus ophalen over’.
Het beeld van zaaien en oogsten loopt door tot vers 9.
σπείρω εἰς (speiro eis), ‘zaaien in’: zaaien in de grond van het vlees of van de Geest. σάρξ (sarx), ‘vlees’, tegenover πνεῦμα (pneuma), ‘Geest’; zie 5:16–24. φθορά (phthora), ‘verderf’: vergankelijkheid, ondergang. ζωὴ αἰώνιος (zoe aionios), ‘eeuwig leven’.
ἐγκακέω (enkakeo), ‘moedeloos worden’: het opgeven van de moed. ἐκλύομαι (eklyomai), ‘verslappen’: letterlijk ‘losgemaakt worden’, de kracht verliezen. καιρὸς ἴδιος (kairos idios), ‘eigen tijd’: de tijd die daarvoor bestemd is.
οἱ οἰκεῖοι τῆς πίστεως (hoi oikeioi tes pisteos), ‘de huisgenoten van het geloof’: zij die in het geloof bij het huis (de gemeente) horen.
Het Grieks heeft ‘het goede werken’ (ἐργάζομαι, ergazomai, ‘werken’); wij schrijven ‘het goede doen’.
Paulus’ slot met eigen hand
γράμμα (gramma), ‘letter’: het Grieks kan ook ‘brief’ betekenen. πηλίκος (pelikos), ‘hoe groot’: dit kan op de grootte van de letters wijzen of op de lengte van de brief.
Wij volgen het eerste, omdat de vorm ‘met mijn eigen hand’ erbij staat. ἔγραψα (egrapsa) staat in het Grieks in de verleden tijd, zoals een briefschrijver die vanuit de lezer schrijft; wij vertalen met de tegenwoordige tijd.
εὐπροσωπέω (euprosopeo), ‘een goede indruk maken’: letterlijk ‘een mooi gezicht laten zien’.
‘In het vlees’: naar de buitenkant, op menselijke wijze; zie 3:3. σταυρός (stauros), ‘kruis’.
Het Grieks heeft ‘voor het kruis’ (een naamval zonder voorzetsel); wij schrijven ‘vanwege het kruis’.
οἱ περιτεμνόμενοι (hoi peritemnomenoi), ‘zij die zich laten besnijden’: een tegenwoordige vorm; het kan ook ‘de besneden mensen’ bedoelen.
Paulus zegt dat zij zelf de wet niet houden; de tekst noemt niet op welke punten. καυχάομαι (kauchaomai), ‘roemen’.
μὴ γένοιτο (me genoito), ‘het zij verre’: een sterke uitdrukking van afwijzing. δι᾿ οὗ (di hou), ‘daardoor’: het betrekkelijk voornaamwoord kan naar het kruis wijzen of naar de Heer.
Het Grieks laat dat open; wij vertalen ‘daardoor’. κόσμος (kosmos), ‘wereld’.
‘De wereld is voor mij gekruisigd, en ik voor de wereld’: de band met de wereld is doorgesneden.
Zie ook Gal. 2:19; Gal. 5:24.
περιτομή (peritome), ‘besnijdenis’; ἀκροβυστία (akrobystia), ‘onbesnedenheid’, letterlijk ‘voorhuid’. καινὴ κτίσις (kaine ktisis), ‘nieuwe schepping’: een nieuw geschapen mens en een nieuwe wereld.
Zie ook Gal. 5:6.
κανών (kanon), ‘regel’: letterlijk een maatstok, een richtsnoer; hier de regel van vers 15. στοιχέω (stoicheo), ‘in de pas lopen’: zie 5:25.
Het Grieks heeft geen werkwoord bij ‘vrede over hen’; wij schrijven ‘zij’.
De tekst kan op twee manieren gelezen worden: ‘en over het Israël van Elohim’ als een tweede groep naast ‘allen die met deze regel in de pas lopen’, of als dezelfde groep (‘namelijk het Israël van Elohim’).
Het Grieks zegt het niet uitdrukkelijk; wij houden de letterlijke volgorde.
ἔλεος (eleos), ‘barmhartigheid’.
στίγματα (stigmata), ‘merktekens’: tekens die in de huid zijn gebrand, gestoken of gesneden.
Waar mensen in die tijd iets of iemand wilden merken, zoals een bezit, deden zij dat zo.
De tekst zegt niet uitdrukkelijk wat Paulus bedoelt: littekens van wat hij heeft doorstaan, of tekens dat hij van Yeshua is. κόπους παρέχω (kopous parecho), ‘moeite bezorgen’.