De wijding van de priesters en het dagelijkse offer
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De wijding van Aäron en zijn zonen
1Dit moet je met hen doen om hen te heiligen, zodat zij Mij als priesters dienen: neem één jonge stier en twee rammen, zonder gebrek,
וְזֶ֨ה
(veze)
en dit is
הַדָּבָ֜ר
(hadavar)
de zaak
אֲשֶֽׁר
(asher)
die
תַּעֲשֶׂ֥ה
(taase)
je zult doen
לָהֶ֛ם
(lahem)
voor hen
לְקַדֵּ֥שׁ
(leqadesh)
om te heiligen
אֹתָ֖ם
(otam)
hen
לְכַהֵ֣ן
(lekhahen)
om priester te zijn
לִ֑י
(li)
voor Mij
לְ֠קַח
(leqach)
neem
פַּ֣ר
(par)
een stier
אֶחָ֧ד
(echad)
één
בֶּן
(ben)
zoon van
בָּקָ֛ר
(baqar)
rund
וְאֵילִ֥ם
(veeilim)
en rammen
שְׁנַ֖יִם
(shenayim)
twee
תְּמִימִֽם
(temimim)
zonder gebrek
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De wijding duurt zeven dagen (vers 35; zie ook Lev. 8).
De priesters worden gewassen, gekleed, gezalfd en ingewijd met offers.
5Neem de kleren en kleed Aäron met het onderkleed, de mantel van de efod, de efod en de borstplaat, en omgord hem met de kunstig geweven band van de efod.
וְלָקַחְתָּ֣
(velaqachta)
en neem
אֶת
(et)
(obj.)
הַבְּגָדִ֗ים
(habegadim)
de kleren
וְהִלְבַּשְׁתָּ֤
(vehilbashta)
en kleed
אֶֽת
(et)
(obj.)
אַהֲרֹן֙
(aharon)
Aäron
אֶת
(et)
(obj.)
הַכֻּתֹּ֔נֶת
(hakutonet)
het onderkleed
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
מְעִ֣יל
(meil)
mantel van
הָאֵפֹ֔ד
(haefod)
de efod
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הָאֵפֹ֖ד
(haefod)
de efod
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַחֹ֑שֶׁן
(hachoshen)
de borstplaat
וְאָפַדְתָּ֣
(veafadta)
en omgord
ל֔וֹ
(lo)
hem
בְּחֵ֖שֶׁב
(becheshev)
met de band van
הָאֵפֹֽד
(haefod)
de efod
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
וְאָפַדְתָּ (we'afadta), ‘en omgord hem’: de efod wordt als een schort om het lichaam gebonden.
9Omgord Aäron en zijn zonen met een gordel en bind hun hoofdbanden om; dan hebben zij het priesterschap als eeuwig voorschrift. Zo wijd je Aäron en zijn zonen in.
וְחָגַרְתָּ֩
(vechagarta)
en omgord
אֹתָ֨ם
(otam)
hen
אַבְנֵ֜ט
(avnet)
gordel
אַהֲרֹ֣ן
(aharon)
Aäron
וּבָנָ֗יו
(uvanav)
en zijn zonen
וְחָבַשְׁתָּ֤
(vechavashta)
en bind om
לָהֶם֙
(lahem)
hen
מִגְבָּעֹ֔ת
(migbaot)
hoofdband
וְהָיְתָ֥ה
(vehayeta)
en zal zijn
לָהֶ֛ם
(lahem)
voor hen
כְּהֻנָּ֖ה
(kehuna)
het priesterschap
לְחֻקַּ֣ת
(lechuqat)
tot een voorschrift van
עוֹלָ֑ם
(olam)
eeuwigheid
וּמִלֵּאתָ֥
(umileta)
en vul
יַֽד
(yad)
hand van
אַהֲרֹ֖ן
(aharon)
Aäron
וְיַד
(veyad)
en hand van
בָּנָֽיו
(banav)
zijn zonen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13Neem al het vet dat de ingewanden bedekt, het aanhangsel van de lever, de twee nieren en het vet daaromheen, en laat dat op het altaar in rook opgaan.
וְלָֽקַחְתָּ֗
(velaqachta)
en neem
אֶֽת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
הַחֵלֶב֮
(hachelev)
het vet
הַֽמְכַסֶּ֣ה
(hamkhase)
dat bedekt
אֶת
(et)
(obj.)
הַקֶּרֶב֒
(haqerev)
de ingewanden
וְאֵ֗ת
(veet)
en (obj.)
הַיֹּתֶ֨רֶת֙
(hayoteret)
het aanhangsel
עַל
(al)
op
הַכָּבֵ֔ד
(hakaved)
de lever
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
שְׁתֵּ֣י
(shetei)
twee
הַכְּלָיֹ֔ת
(hakelayot)
de nieren
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַחֵ֖לֶב
(hachelev)
het vet
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
עֲלֵיהֶ֑ן
(aleihen)
op hen
וְהִקְטַרְתָּ֖
(vehiqtarta)
en laat in rook opgaan
הַמִּזְבֵּֽחָה
(hamizbecha)
op het altaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הַיֹּתֶרֶת עַל־הַכָּבֵד (hayoteret al-hakaved) is het aanhangsel of de lap van de lever; de precieze betekenis is niet helemaal zeker.
20Slacht de ram, neem van zijn bloed en doe het op de rechteroorlel van Aäron en op de rechteroorlel van zijn zonen, op de rechterduim van hun hand en op de rechter grote teen van hun voet. Sprenkel het bloed rondom op het altaar.
וְשָׁחַטְתָּ֣
(veshachatta)
en slacht
אֶת
(et)
(obj.)
הָאַ֗יִל
(haayil)
de ram
וְלָקַחְתָּ֤
(velaqachta)
en neem
מִדָּמוֹ֙
(midamo)
van zijn bloed
וְנָֽתַתָּ֡ה
(venatata)
en doe
עַל
(al)
op
תְּנוּךְ֩
(tenukh)
lel van
אֹ֨זֶן
(ozen)
oor van
אַהֲרֹ֜ן
(aharon)
Aäron
וְעַל
(veal)
en op
תְּנ֨וּךְ
(tenukh)
lel van
אֹ֤זֶן
(ozen)
oor van
בָּנָיו֙
(banav)
zijn zonen
הַיְמָנִ֔ית
(haymanit)
de rechter
וְעַל
(veal)
en op
בֹּ֤הֶן
(bohen)
duim van
יָדָם֙
(yadam)
hun hand
הַיְמָנִ֔ית
(haymanit)
de rechter
וְעַל
(veal)
en op
בֹּ֥הֶן
(bohen)
grote teen van
רַגְלָ֖ם
(raglam)
hun voet
הַיְמָנִ֑ית
(haymanit)
de rechter
וְזָרַקְתָּ֧
(vezaraqta)
en sprenkel
אֶת
(et)
(obj.)
הַדָּ֛ם
(hadam)
het bloed
עַל
(al)
op
הַמִּזְבֵּ֖חַ
(hamizbeach)
het altaar
סָבִֽיב
(saviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het bloed op oor, hand en voet wijdt de gehele persoon: wat hij hoort, doet en loopt.
21Neem van het bloed dat op het altaar is en van de zalfolie, en sprenkel het op Aäron en op zijn kleren, en op zijn zonen en op de kleren van zijn zonen met hem. Zo worden hij en zijn kleren geheiligd, en zijn zonen en de kleren van zijn zonen met hem.
וְלָקַחְתָּ֞
(velaqachta)
en neem
מִן
(min)
van
הַדָּ֨ם
(hadam)
het bloed
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
עַֽל
(al)
op
הַמִּזְבֵּחַ֮
(hamizbeach)
het altaar
וּמִשֶּׁ֣מֶן
(umishemen)
en van olie van
הַמִּשְׁחָה֒
(hamishcha)
de zalving
וְהִזֵּיתָ֤
(vehizeita)
en sprenkel
עַֽל
(al)
op
אַהֲרֹן֙
(aharon)
Aäron
וְעַל
(veal)
en op
בְּגָדָ֔יו
(begadav)
zijn kleren
וְעַל
(veal)
en op
בָּנָ֛יו
(banav)
zijn zonen
וְעַל
(veal)
en op
בִּגְדֵ֥י
(bigdei)
kleren van
בָנָ֖יו
(banav)
zijn zonen
אִתּ֑וֹ
(ito)
met hem
וְקָדַ֥שׁ
(veqadash)
en zal geheiligd worden
הוּא֙
(hu)
hij
וּבְגָדָ֔יו
(uvegadav)
en zijn kleren
וּבָנָ֛יו
(uvanav)
en zijn zonen
וּבִגְדֵ֥י
(uvigdei)
en kleren van
בָנָ֖יו
(banav)
zijn zonen
אִתּֽוֹ
(ito)
met hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22Neem van de ram het vet, de vette staart, het vet dat de ingewanden bedekt, het aanhangsel van de lever, de twee nieren, het vet daaromheen en de rechterdij, want het is een ram van de inwijding.
וְלָקַחְתָּ֣
(velaqachta)
en neem
מִן
(min)
van
הָ֠אַיִל
(haayil)
de ram
הַחֵ֨לֶב
(hachelev)
het vet
וְהָֽאַלְיָ֜ה
(vehaalya)
en de vette staart
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַחֵ֣לֶב
(hachelev)
het vet
הַֽמְכַסֶּ֣ה
(hamkhase)
dat bedekt
אֶת
(et)
(obj.)
הַקֶּ֗רֶב
(haqerev)
de ingewanden
וְאֵ֨ת
(veet)
en (obj.)
יֹתֶ֤רֶת
(yoteret)
aanhangsel van
הַכָּבֵד֙
(hakaved)
de lever
וְאֵ֣ת
(veet)
en (obj.)
שְׁתֵּ֣י
(shetei)
twee
הַכְּלָיֹ֗ת
(hakelayot)
de nieren
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַחֵ֨לֶב֙
(hachelev)
het vet
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
עֲלֵהֶ֔ן
(alehen)
op hen
וְאֵ֖ת
(veet)
en (obj.)
שׁ֣וֹק
(shoq)
dij van
הַיָּמִ֑ין
(hayamin)
de rechterkant
כִּ֛י
(ki)
want
אֵ֥יל
(eil)
ram van
מִלֻּאִ֖ים
(miluim)
de inwijding
הֽוּא
(hu)
het is
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אֵיל מִלֻּאִים (ayil millu'im), ‘ram van de inwijding’: letterlijk ‘ram van de vulling’ (zie vers 9).
25Neem het dan van hun handen en laat het op het altaar in rook opgaan, boven op het brandoffer, tot een aangename geur voor het aangezicht van Yahweh. Het is een vuuroffer voor Yahweh.
וְלָקַחְתָּ֤
(velaqachta)
en neem
אֹתָם֙
(otam)
ze
מִיָּדָ֔ם
(miyadam)
van hun handen
וְהִקְטַרְתָּ֥
(vehiqtarta)
en laat in rook opgaan
הַמִּזְבֵּ֖חָה
(hamizbecha)
op het altaar
עַל
(al)
op
הָעֹלָ֑ה
(haola)
het brandoffer
לְרֵ֤יחַ
(lereiach)
tot geur van
נִיח֨וֹחַ֙
(nichoach)
aangenaamheid
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
אִשֶּׁ֥ה
(ishe)
vuuroffer
ה֖וּא
(hu)
het is
לַיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
27Heilig de borst van het beweegoffer en de dij van de heffing, die bewogen en opgeheven zijn van de ram van de inwijding, van wat voor Aäron en van wat voor zijn zonen is.
וְקִדַּשְׁתָּ֞
(veqidashta)
en heilig
אֵ֣ת
(et)
(obj.)
חֲזֵ֣ה
(chaze)
borst van
הַתְּנוּפָ֗ה
(hatenufa)
het beweegoffer
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
שׁ֣וֹק
(shoq)
dij van
הַתְּרוּמָ֔ה
(hateruma)
de heffing
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
הוּנַ֖ף
(hunaf)
bewogen werd
וַאֲשֶׁ֣ר
(vaasher)
en die
הוּרָ֑ם
(huram)
opgeheven werd
מֵאֵיל֙
(meeil)
van de ram van
הַמִּלֻּאִ֔ים
(hamiluim)
de inwijding
מֵאֲשֶׁ֥ר
(measher)
van wat
לְאַהֲרֹ֖ן
(leaharon)
voor Aäron
וּמֵאֲשֶׁ֥ר
(umeasher)
en van wat
לְבָנָֽיו
(levanav)
voor zijn zonen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
תְּרוּמָה (terumah) is een ‘heffing’, hier de dij die voor de priester wordt opgeheven.
In 25:2 vertalen wij hetzelfde woord met ‘bijdrage’.
28Het is voor Aäron en zijn zonen een eeuwig voorschrift vanwege de zonen van Israël. Want het is een heffing. Een heffing moet het zijn van de zonen van Israël, van hun vredeoffers, hun heffing voor Yahweh.
וְהָיָה֩
(vehaya)
en zal zijn
לְאַהֲרֹ֨ן
(leaharon)
voor Aäron
וּלְבָנָ֜יו
(ulevanav)
en voor zijn zonen
לְחָק
(lechaq)
tot een voorschrift van
עוֹלָ֗ם
(olam)
eeuwigheid
מֵאֵת֙
(meet)
vanwege
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
כִּ֥י
(ki)
want
תְרוּמָ֖ה
(teruma)
heffing
ה֑וּא
(hu)
het is
וּתְרוּמָ֞ה
(uteruma)
en heffing
יִהְיֶ֨ה
(yihye)
zal zijn
מֵאֵ֤ת
(meet)
vanwege
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵל֙
(yisrael)
Israël
מִזִּבְחֵ֣י
(mizivchei)
van de slachtoffers van
שַׁלְמֵיהֶ֔ם
(shalmeihem)
hun vredeoffers
תְּרוּמָתָ֖ם
(terumatam)
hun heffing
לַיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30Zeven dagen moet de priester die uit zijn zonen in zijn plaats komt en die de tent van samenkomst binnengaat om in het heiligdom te dienen, ze dragen.
שִׁבְעַ֣ת
(shivat)
zeven
יָמִ֗ים
(yamim)
dagen
יִלְבָּשָׁ֧ם
(yilbasham)
zal ze dragen
הַכֹּהֵ֛ן
(hakohen)
de priester
תַּחְתָּ֖יו
(tachtav)
in zijn plaats
מִבָּנָ֑יו
(mibanav)
uit zijn zonen
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
יָבֹ֛א
(yavo)
zal komen
אֶל
(el)
naar
אֹ֥הֶל
(ohel)
tent van
מוֹעֵ֖ד
(moed)
samenkomst
לְשָׁרֵ֥ת
(lesharet)
om te dienen
בַּקֹּֽדֶשׁ
(baqodesh)
in het heiligdom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
34En als er van het vlees van de inwijding of van het brood iets overblijft tot de morgen, verbrand dan wat is overgebleven met vuur. Het mag niet gegeten worden, want het is heilig.
וְֽאִם
(veim)
en als
יִוָּתֵ֞ר
(yivater)
overblijft
מִבְּשַׂ֧ר
(mibesar)
van het vlees van
הַמִּלֻּאִ֛ים
(hamiluim)
de inwijding
וּמִן
(umin)
en van
הַלֶּ֖חֶם
(halechem)
het brood
עַד
(ad)
tot
הַבֹּ֑קֶר
(haboqer)
de morgen
וְשָׂרַפְתָּ֤
(vesarafta)
en verbrand
אֶת
(et)
(obj.)
הַנּוֹתָר֙
(hanotar)
het overgebleven
בָּאֵ֔שׁ
(baesh)
met vuur
לֹ֥א
(lo)
niet
יֵאָכֵ֖ל
(yeakhel)
wordt gegeten
כִּי
(ki)
want
קֹ֥דֶשׁ
(qodesh)
heilig
הֽוּא
(hu)
het is
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
36Elke dag moet je een stier als zondoffer brengen voor de verzoening. Ontzondig het altaar door er verzoening voor te doen, en zalf het om het te heiligen.
וּפַ֨ר
(ufar)
en een stier van
חַטָּ֜את
(chatat)
zondoffer
תַּעֲשֶׂ֤ה
(taase)
zul je maken
לַיּוֹם֙
(layom)
voor de dag
עַל
(al)
voor
הַכִּפֻּרִ֔ים
(hakipurim)
de verzoeningen
וְחִטֵּאתָ֙
(vechiteta)
en ontzondig
עַל
(al)
over
הַמִּזְבֵּ֔חַ
(hamizbeach)
het altaar
בְּכַפֶּרְךָ֖
(bekhaperkha)
wanneer je verzoening doet
עָלָ֑יו
(alav)
erover
וּמָֽשַׁחְתָּ֥
(umashachta)
en zalf
אֹת֖וֹ
(oto)
het
לְקַדְּשֽׁוֹ
(leqadesho)
om het te heiligen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
וְחִטֵּאתָ (wechitte'ta) betekent ‘ontzondig’ of ‘reinig van zonde’.
39Het ene lam moet je in de morgen brengen en het andere lam tussen de twee avonden.
אֶת
(et)
(obj.)
הַכֶּ֥בֶשׂ
(hakeves)
het lam
הָאֶחָ֖ד
(haechad)
het ene
תַּעֲשֶׂ֣ה
(taase)
zul je brengen
בַבֹּ֑קֶר
(baboqer)
in de morgen
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
הַכֶּ֣בֶשׂ
(hakeves)
het lam
הַשֵּׁנִ֔י
(hasheni)
het tweede
תַּעֲשֶׂ֖ה
(taase)
zul je brengen
בֵּ֥ין
(bein)
tussen
הָעַרְבָּֽיִם
(haarbayim)
de twee avonden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בֵּין הָעַרְבַּיִם (bein ha‘arbayim), ‘tussen de twee avonden’, is de tijd tussen zonsondergang en het donker (of tussen het middaguur en de schemering).
41Het andere lam moet je tussen de twee avonden brengen, met hetzelfde graanoffer als in de morgen en hetzelfde plengoffer. Dat is een aangename geur, een vuuroffer voor Yahweh.
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
הַכֶּ֣בֶשׂ
(hakeves)
het lam
הַשֵּׁנִ֔י
(hasheni)
het tweede
תַּעֲשֶׂ֖ה
(taase)
zul je brengen
בֵּ֣ין
(bein)
tussen
הָעַרְבָּ֑יִם
(haarbayim)
de twee avonden
כְּמִנְחַ֨ת
(keminchat)
zoals het graanoffer van
הַבֹּ֤קֶר
(haboqer)
de morgen
וּכְנִסְכָּהּ֙
(ukheniskah)
en zoals zijn plengoffer
תַּֽעֲשֶׂה
(taase)
zul je brengen
לָּ֔הּ
(lah)
voor het
לְרֵ֣יחַ
(lereiach)
tot geur van
נִיחֹ֔חַ
(nichoach)
aangenaamheid
אִשֶּׁ֖ה
(ishe)
vuuroffer
לַיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
42Dit is het voortdurende brandoffer voor al jullie generaties, bij de ingang van de tent van samenkomst, voor het aangezicht van Yahweh, waar Ik jullie ontmoet om daar met je te spreken.
עֹלַ֤ת
(olat)
brandoffer van
תָּמִיד֙
(tamid)
voortdurend
לְדֹרֹ֣תֵיכֶ֔ם
(ledoroteikhem)
voor jullie generaties
פֶּ֥תַח
(petach)
ingang van
אֹֽהֶל
(ohel)
tent van
מוֹעֵ֖ד
(moed)
samenkomst
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
waar
אִוָּעֵ֤ד
(ivaed)
Ik ontmoet
לָכֶם֙
(lakhem)
jullie
שָׁ֔מָּה
(shama)
daar
לְדַבֵּ֥ר
(ledaber)
om te spreken
אֵלֶ֖יךָ
(eleikha)
met jou
שָֽׁם
(sham)
daar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Dit is het dagelijkse offer (תָּמִיד, tamid), ochtend en avond.