Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Het zevende zegel: stilte in de hemel
1En toen Hij het zevende zegel opende, ontstond er stilte in de hemel, ongeveer een half uur lang.
Καὶ
(Kai)
en
ὅταν
(hotan)
toen
ἤνοιξεν
(enoixen)
opende Hij
τὴν
(ten)
het
σφραγῖδα
(sphragida)
zegel
τὴν
(ten)
het
ἑβδόμην
(hebdomen)
zevende
ἐγένετο
(egeneto)
ontstond
σιγὴ
(sige)
stilte
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
οὐρανῷ
(ourano)
hemel
ὡς
(hos)
ongeveer
ἡμιώριον
(hemiorion)
een half uur
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἡμιώριον (hemiorion), ‘half uur’: ongeveer 30 minuten.
Het Grieks zegt alleen ‘opende’; het onderwerp is het Lam dat de zegels opent (Openb. 5:5–7; 6:1).
Wij schrijven daarom ‘Hij’.
Zie ook Openb. 6:1.
Lezing
De SBLGNT markeert bij ὅταν (hotan), ‘wanneer’, een variant.
3Een andere engel kwam en ging bij het altaar staan. Hij had een gouden wierookvat. Hem werd veel wierook gegeven, zodat hij die zou geven bij de gebeden van alle heiligen, op het gouden altaar voor de troon.
Καὶ
(Kai)
en
ἄλλος
(allos)
een andere
ἄγγελος
(angelos)
engel
ἦλθεν
(elthen)
kwam
καὶ
(kai)
en
ἐστάθη
(estathe)
ging staan
ἐπὶ
(epi)
bij
τοῦ
(tou)
het
θυσιαστηρίου
(thysiasteriou)
altaar
ἔχων
(echon)
hebbend
λιβανωτὸν
(libanoton)
wierookvat
χρυσοῦν
(chrysoun)
gouden
καὶ
(kai)
en
ἐδόθη
(edothe)
werd gegeven
αὐτῷ
(auto)
aan hem
θυμιάματα
(thymiamata)
wierook
πολλὰ
(polla)
veel
ἵνα
(hina)
opdat
δώσει
(dosei)
hij zou geven
ταῖς
(tais)
aan de
προσευχαῖς
(proseuchais)
gebeden
τῶν
(ton)
van de
ἁγίων
(hagion)
heiligen
πάντων
(panton)
alle
ἐπὶ
(epi)
op
τὸ
(to)
het
θυσιαστήριον
(thysiasterion)
altaar
τὸ
(to)
het
χρυσοῦν
(chrysoun)
gouden
τὸ
(to)
het
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τοῦ
(tou)
de
θρόνου
(thronou)
troon
Bron: SBLGNT
Uitleg
θυσιαστήριον (thysiasterion), ‘altaar’; λιβανωτός (libanotos), ‘wierookvat’; θυμίαμα (thymiama), ‘wierook’: zo vertalen wij het woord in heel Openbaring. ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de ‘toegewijden’, de gelovigen.
De datief ταῖς προσευχαῖς (tais proseuchais) kan ‘aan’, ‘bij’ of ‘met’ de gebeden betekenen. ἐπί (epi) met de genitief betekent hier ‘bij’. Vergelijk Lev. 16:12 (de vuurpan met kolen van het altaar) en Ps. 141:2 (in ons Hebreeuwse bestand: ‘Moge mijn gebed … gereedstaan als reukwerk’). Zie ook Openb. 5:8; 6:9.
Lezing
De SBLGNT markeert bij δώσει (dosei), ‘hij zal geven’, een variant.
4En de rook van de wierook steeg op met de gebeden van de heiligen, uit de hand van de engel, voor Elohim.
καὶ
(kai)
en
ἀνέβη
(anebe)
steeg op
ὁ
(ho)
de
καπνὸς
(kapnos)
rook
τῶν
(ton)
van de
θυμιαμάτων
(thymiamaton)
wierook
ταῖς
(tais)
met de
προσευχαῖς
(proseuchais)
gebeden
τῶν
(ton)
van de
ἁγίων
(hagion)
heiligen
ἐκ
(ek)
uit
χειρὸς
(cheiros)
hand
τοῦ
(tou)
van de
ἀγγέλου
(angelou)
engel
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
5De engel had het wierookvat genomen en het gevuld met vuur uit het altaar. Hij wierp het op de aarde. Toen kwamen er donderslagen, stemmen, bliksemflitsen en een aardbeving.
καὶ
(kai)
en
εἴληφεν
(eilephen)
had genomen
ὁ
(ho)
de
ἄγγελος
(angelos)
engel
τὸν
(ton)
het
λιβανωτόν
(libanoton)
wierookvat
καὶ
(kai)
en
ἐγέμισεν
(egemisen)
vulde
αὐτὸν
(auton)
het
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
het
πυρὸς
(pyros)
vuur
τοῦ
(tou)
van het
θυσιαστηρίου
(thysiasteriou)
altaar
καὶ
(kai)
en
ἔβαλεν
(ebalen)
wierp
εἰς
(eis)
op
τὴν
(ten)
de
γῆν
(gen)
aarde
καὶ
(kai)
en
ἐγένοντο
(egenonto)
kwamen
βρονταὶ
(brontai)
donderslagen
καὶ
(kai)
en
φωναὶ
(phonai)
stemmen
καὶ
(kai)
en
ἀστραπαὶ
(astrapai)
bliksemflitsen
καὶ
(kai)
en
σεισμός
(seismos)
aardbeving
Bron: SBLGNT
Uitleg
εἴληφεν (eilephen) staat in de voltooide tijd: ‘had genomen’.
Wij vertalen met ‘had genomen’ om de volgorde te laten zien. φωναί (phonai) zijn ‘stemmen’ of ‘geluiden’.
6En de 7 engelen die de 7 bazuinen hadden, maakten zich gereed om te blazen.
Καὶ
(Kai)
en
οἱ
(hoi)
de
ἑπτὰ
(hepta)
7
ἄγγελοι
(angeloi)
engelen
οἱ
(hoi)
die
ἔχοντες
(echontes)
hebben
τὰς
(tas)
de
ἑπτὰ
(hepta)
7
σάλπιγγας
(salpingas)
bazuinen
ἡτοίμασαν
(hetoimasan)
maakten gereed
αὑτοὺς
(hautous)
zichzelf
ἵνα
(hina)
opdat
σαλπίσωσιν
(salpisosin)
zij zouden blazen
Bron: SBLGNT
Lezing
De SBLGNT markeert bij αὑτούς (hautous), ‘zichzelf’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
De eerste bazuin: hagel en vuur
7De eerste blies op de bazuin. Er kwamen hagel en vuur, vermengd met bloed, en dat werd op de aarde geworpen. Het derde deel van de aarde werd verbrand, het derde deel van de bomen werd verbrand, en al het groene gras werd verbrand.
Καὶ
(Kai)
en
ὁ
(ho)
de
πρῶτος
(protos)
eerste
ἐσάλπισεν
(esalpisen)
blies de bazuin
καὶ
(kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
kwam
χάλαζα
(chalaza)
hagel
καὶ
(kai)
en
πῦρ
(pyr)
vuur
μεμιγμένα
(memigmena)
vermengd
ἐν
(en)
in
αἵματι
(haimati)
bloed
καὶ
(kai)
en
ἐβλήθη
(eblethe)
werd geworpen
εἰς
(eis)
op
τὴν
(ten)
de
γῆν
(gen)
aarde
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
τρίτον
(triton)
derde deel
τῆς
(tes)
van de
γῆς
(ges)
aarde
κατεκάη
(katekae)
werd verbrand
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
τρίτον
(triton)
derde deel
τῶν
(ton)
van de
δένδρων
(dendron)
bomen
κατεκάη
(katekae)
werd verbrand
καὶ
(kai)
en
πᾶς
(pas)
al
χόρτος
(chortos)
gras
χλωρὸς
(chloros)
groen
κατεκάη
(katekae)
werd verbrand
Bron: SBLGNT
Uitleg
τρίτον (triton), ‘het derde deel’: dit woord keert in 8:7–12 steeds terug, ook in Ezech. 5:12.
9Het derde deel van de schepselen in de zee, die leven hebben, stierf. En het derde deel van de schepen werd vernield.
καὶ
(kai)
en
ἀπέθανε
(apethane)
stierf
τὸ
(to)
het
τρίτον
(triton)
derde deel
τῶν
(ton)
van de
κτισμάτων
(ktismaton)
schepselen
τῶν
(ton)
die
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
θαλάσσῃ
(thalasse)
zee
τὰ
(ta)
die
ἔχοντα
(echonta)
hebben
ψυχάς
(psychas)
leven
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
τρίτον
(triton)
derde deel
τῶν
(ton)
van de
πλοίων
(ploion)
schepen
διεφθάρησαν
(diephtharesan)
werden vernield
Bron: SBLGNT
Uitleg
ψυχή (psyche), ‘ziel, leven’: ‘die leven hebben’ is de omschrijving voor levende wezens.
Lezing
De SBLGNT markeert bij τῶν (ton), ‘de’, voor ‘schepselen’, en bij διεφθάρησαν (diephtharesan), ‘werden vernield’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
De derde bazuin: de ster Alsem
10De derde engel blies op de bazuin. Er viel een grote ster uit de hemel, brandend als een fakkel. Hij viel op het derde deel van de rivieren en op de bronnen van de wateren.
Καὶ
(Kai)
en
ὁ
(ho)
de
τρίτος
(tritos)
derde
ἄγγελος
(angelos)
engel
ἐσάλπισεν
(esalpisen)
blies de bazuin
καὶ
(kai)
en
ἔπεσεν
(epesen)
viel
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
ἀστὴρ
(aster)
ster
μέγας
(megas)
grote
καιόμενος
(kaiomenos)
brandend
ὡς
(hos)
als
λαμπάς
(lampas)
fakkel
καὶ
(kai)
en
ἔπεσεν
(epesen)
viel
ἐπὶ
(epi)
op
τὸ
(to)
het
τρίτον
(triton)
derde deel
τῶν
(ton)
van de
ποταμῶν
(potamon)
rivieren
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
op
τὰς
(tas)
de
πηγὰς
(pegas)
bronnen
τῶν
(ton)
van de
ὑδάτων
(hydaton)
wateren
Bron: SBLGNT
11De naam van de ster wordt Alsem genoemd. Het derde deel van de wateren werd alsem, en veel mensen stierven door de wateren, omdat die bitter waren geworden.
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
τοῦ
(tou)
van de
ἀστέρος
(asteros)
ster
λέγεται
(legetai)
wordt genoemd
ὁ
(ho)
de
Ἄψινθος
(Apsinthos)
Alsem
καὶ
(kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
werd
τὸ
(to)
het
τρίτον
(triton)
derde deel
τῶν
(ton)
van de
ὑδάτων
(hydaton)
wateren
εἰς
(eis)
tot
ἄψινθον
(apsinthon)
alsem
καὶ
(kai)
en
πολλοὶ
(polloi)
velen
τῶν
(ton)
van de
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
ἀπέθανον
(apethanon)
stierven
ἐκ
(ek)
door
τῶν
(ton)
de
ὑδάτων
(hydaton)
wateren
ὅτι
(hoti)
omdat
ἐπικράνθησαν
(epikranthesan)
bitter werden
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἄψινθος (apsinthos), ‘alsem’: een bittere plant.
In de Schrift staat alsem voor bitterheid; zie Jer. 9:14; Klaagl. 3:15 en 3:19.
Lezing
De SBLGNT markeert bij ὁ (ho), ‘de’, voor ‘Alsem’, een variant.
De vierde bazuin: een derde deel van het licht wordt verduisterd
12De vierde engel blies op de bazuin. Het derde deel van de zon werd getroffen, het derde deel van de maan en het derde deel van de sterren, zodat het derde deel ervan verduisterd werd en de dag voor het derde deel ervan niet scheen, en de nacht evenzo.
Καὶ
(Kai)
en
ὁ
(ho)
de
τέταρτος
(tetartos)
vierde
ἄγγελος
(angelos)
engel
ἐσάλπισεν
(esalpisen)
blies de bazuin
καὶ
(kai)
en
ἐπλήγη
(eplege)
werd getroffen
τὸ
(to)
het
τρίτον
(triton)
derde deel
τοῦ
(tou)
van de
ἡλίου
(heliou)
zon
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
τρίτον
(triton)
derde deel
τῆς
(tes)
van de
σελήνης
(selenes)
maan
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
τρίτον
(triton)
derde deel
τῶν
(ton)
van de
ἀστέρων
(asteron)
sterren
ἵνα
(hina)
opdat
σκοτισθῇ
(skotisthe)
verduisterd werd
τὸ
(to)
het
τρίτον
(triton)
derde deel
αὐτῶν
(auton)
ervan
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
ἡμέρα
(hemera)
dag
μὴ
(me)
niet
φάνῃ
(phane)
scheen
τὸ
(to)
het
τρίτον
(triton)
derde deel
αὐτῆς
(autes)
ervan
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
νὺξ
(nyx)
nacht
ὁμοίως
(homoios)
evenzo
Bron: SBLGNT
Uitleg
Zie ook Exod. 10:21–22 (de duisternis in Egypte) en Joël 2:10.
Lezing
De SBLGNT markeert de woorden ἡ ἡμέρα μὴ φάνῃ τὸ τρίτον αὐτῆς (he hemera me phane to triton autes), ‘de dag niet scheen voor het derde deel ervan’, als variant.
13Ik keek en hoorde één arend die midden door de hemel vloog. Met luide stem zei hij: „Wee, wee, wee hen die op de aarde wonen, vanwege de overige klanken van de bazuin van de drie engelen die gaan blazen.”
Καὶ
(Kai)
en
εἶδον
(eidon)
zag ik
καὶ
(kai)
en
ἤκουσα
(ekousa)
hoorde ik
ἑνὸς
(henos)
één
ἀετοῦ
(aetou)
arend
πετομένου
(petomenou)
vliegend
ἐν
(en)
in
μεσουρανήματι
(mesouranemati)
midden van de hemel
λέγοντος
(legontos)
zeggend
φωνῇ
(phone)
met stem
μεγάλῃ
(megale)
luide
Οὐαὶ
(Ouai)
wee
οὐαὶ
(ouai)
wee
οὐαὶ
(ouai)
wee
τοὺς
(tous)
hen
κατοικοῦντας
(katoikountas)
die wonen
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
ἐκ
(ek)
vanwege
τῶν
(ton)
de
λοιπῶν
(loipon)
overige
φωνῶν
(phonon)
klanken
τῆς
(tes)
van de
σάλπιγγος
(salpingos)
bazuin
τῶν
(ton)
van de
τριῶν
(trion)
drie
ἀγγέλων
(angelon)
engelen
τῶν
(ton)
die
μελλόντων
(mellonton)
gaan
σαλπίζειν
(salpizein)
blazen
Bron: SBLGNT
Uitleg
μεσουράνημα (mesouranema), ‘midden van de hemel’; zie ook 14:6. οὐαί (ouai), ‘wee’: een kreet van rouw en oordeel; zie 9:12 en 11:14.
De drie weeën horen bij de laatste drie bazuinen.
Na οὐαί staat hier de accusatief (τοὺς κατοικοῦντας, tous katoikountas). Wij vertalen ‘wee hen die wonen’.
Lezing
De SBLGNT markeert de woorden τοὺς κατοικοῦντας (tous katoikountas), ‘hen die wonen’, als variant.