Elohim Bijbel

Romeinen 16

12345678910111213141516

Febe, de groeten, een waarschuwing en de groeten van Paulus’ metgezellen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Febe wordt aanbevolen

1Ik beveel jullie onze zuster Febe aan, die ook dienaar is van de gemeente in Kenchreeën,
Συνίστημι
(Synistemi)
ik beveel aan
δὲ
(de)
maar
ὑμῖν
(hymin)
jullie
Φοίβην
(Phoiben)
Febe
τὴν
(ten)
de
ἀδελφὴν
(adelphen)
zuster
ἡμῶν
(hemon)
onze
οὖσαν
(ousan)
zijnde
καὶ
(kai)
ook
διάκονον
(diakonon)
dienaar
τῆς
(tes)
van de
ἐκκλησίας
(ekklesias)
gemeente
τῆς
(tes)
die
ἐν
(en)
in
Κεγχρεαῖς
(Kenchreais)
Kenchreeën
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Kenchreeën (ligging ongeveer): Kenchreeën was de oostelijke haven van Korinte, aan de Saronische Golf.

Uitleg

συνίστημι (synistemi), ‘aanbevelen’: iemand bij anderen introduceren en voor hem instaan. διάκονος (diakonos), ‘dienaar’: Febe wordt hier διάκονος genoemd; het Griekse woord heeft een mannelijke vorm, ook als het een vrouw aanduidt.

Wij vertalen ‘dienaar’, zoals bij andere plaatsen (13:4; 15:8).

Wat haar dienst in de gemeente was, zegt de tekst niet. Κεγχρεαί (Kenchreai), ‘Kenchreeën’: de havenstad van Korinte aan de oostkant van de landengte.

De brief zegt niet dat Febe de brief overbrengt. ἀδελφή (adelfe), ‘zuster’.

Zie ook Hand. 18:18.

Lezing

Bij ‘ook’ (in ‘die ook dienaar is’) verschillen sommige oude handschriften.

Zie ookHand 18:18
2opdat jullie haar in de Heer ontvangen zoals het de heiligen betaamt en haar bijstaan in elke zaak waarin zij jullie nodig heeft. Want ook zij is voor velen een beschermster geworden, ook voor mijzelf.
ἵνα
(hina)
opdat
αὐτὴν
(auten)
haar
προσδέξησθε
(prosdexesthe)
jullie ontvangen
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
ἀξίως
(axios)
waardig
τῶν
(ton)
van de
ἁγίων
(hagion)
heiligen
καὶ
(kai)
en
παραστῆτε
(parastete)
jullie bijstaan
αὐτῇ
(aute)
haar
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
welke
ἂν
(an)
ooit
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
χρῄζῃ
(chreze)
zij nodig heeft
πράγματι
(pragmati)
zaak
καὶ
(kai)
ook
γὰρ
(gar)
want
αὐτὴ
(aute)
zij
προστάτις
(prostatis)
beschermster
πολλῶν
(pollon)
van velen
ἐγενήθη
(egenethe)
is geworden
καὶ
(kai)
ook
ἐμοῦ
(emou)
van mij
αὐτοῦ
(autou)
zelf
Bron: SBLGNT
Uitleg

προσδέχομαι (prosdechomai), ‘ontvangen, onthalen’. ἀξίως τῶν ἁγίων (axios ton hagion), ‘de heiligen waardig’: op een manier die de toegewijden betaamt. παρίστημι (paristemi), ‘bijstaan’: naast iemand gaan staan, zie 6:13 en 12:1. προστάτις (prostatis), ‘beschermster’: het vrouwelijke woord bij προστάτης (prostates), ‘wie voor anderen opkomt, beschermheer’.

De tekst zegt niet hoe zij hen terzijde stond. ἐμοῦ αὐτοῦ (emou autou), ‘mijzelf’.

Lezing

Bij ‘ontvangen’ en bij ‘mijzelf’ verschillen sommige oude handschriften.

Groeten aan vrienden en medewerkers

3Groet Priska en Aquila, mijn medewerkers in de Messias Yeshua,
Ἀσπάσασθε
(Aspasasthe)
groet
Πρίσκαν
(Priskan)
Priska
καὶ
(kai)
en
Ἀκύλαν
(Akylan)
Aquila
τοὺς
(tous)
de
συνεργούς
(synergous)
medewerkers
μου
(mou)
mijn
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

Πρίσκα (Priska) is de korte vorm van Πρίσκιλλα (Priscilla), de naam in Hand. 18:2, 18:18 en 18:26. Ἀκύλας (Akylas), ‘Aquila’: de spelling van Handelingen en 1 Kor. 16:19. συνεργός (synergos), ‘medewerker’.

Hier staat Priska vóór Aquila, zoals in Hand. 18:18 en 18:26.

Zie ook Hand. 18:2; Hand. 18:18; Hand. 18:26; 1 Kor. 16:19.

4die voor mijn leven hun eigen hals hebben gewaagd. Niet alleen ik dank hun, maar ook alle gemeenten van de volken.
οἵτινες
(hoitines)
die
ὑπὲρ
(hyper)
voor
τῆς
(tes)
het
ψυχῆς
(psyches)
leven
μου
(mou)
mijn
τὸν
(ton)
de
ἑαυτῶν
(heauton)
van henzelf
τράχηλον
(trachelon)
hals
ὑπέθηκαν
(hypethekan)
hebben gewaagd
οἷς
(hois)
aan wie
οὐκ
(ouk)
niet
ἐγὼ
(ego)
ik
μόνος
(monos)
alleen
εὐχαριστῶ
(eucharisto)
dank
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
πᾶσαι
(pasai)
alle
αἱ
(hai)
de
ἐκκλησίαι
(ekklesiai)
gemeenten
τῶν
(ton)
van de
ἐθνῶν
(ethnon)
volken
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑπέθηκαν τὸν τράχηλον (hypethekan ton trachelon), letterlijk ‘hun nek eronder gelegd’: een beeld voor het gevaar lopen te sterven; wat er gebeurd is, zegt de tekst niet. ψυχή (psyche), ‘leven’: hier ‘mijn leven’. εὐχαριστέω (eucharisteo), ‘danken’.

5Groet ook de gemeente in hun huis. Groet Epenetus, mijn geliefde, die de eersteling van Asia is voor de Messias.
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
κατ’
(kat’)
in
οἶκον
(oikon)
huis
αὐτῶν
(auton)
hun
ἐκκλησίαν
(ekklesian)
gemeente
ἀσπάσασθε
(aspasasthe)
groet
Ἐπαίνετον
(Epaineton)
Epenetus
τὸν
(ton)
de
ἀγαπητόν
(agapeton)
geliefde
μου
(mou)
mijn
ὅς
(hos)
die
ἐστιν
(estin)
is
ἀπαρχὴ
(aparche)
eersteling
τῆς
(tes)
van de
Ἀσίας
(Asias)
Asia
εἰς
(eis)
voor
Χριστόν
(Christon)
de Messias
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Asia (Romeinse provincie; ongeveer): Asia was de Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije, met Efeze als belangrijkste stad.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

ἡ κατ᾽ οἶκον ἐκκλησία (he kat oikon ekklesia), ‘de gemeente in hun huis’: de gemeente die bij hen thuis samenkomt, zoals in 1 Kor. 16:19. ἀπαρχή (aparche), ‘eersteling’: de eerste die in een streek tot geloof kwam, zoals in 8:23 en 11:16. Ἀσία (Asia) is de Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije.

Zie ook 1 Kor. 16:19; 1 Kor. 16:15.

Lezing

Bij ‘Asia’ verschillen sommige oude handschriften.

6Groet Maria, die veel voor jullie gezwoegd heeft.
ἀσπάσασθε
(aspasasthe)
groet
Μαριάμ
(Mariam)
Maria
ἥτις
(hetis)
die
πολλὰ
(polla)
veel
ἐκοπίασεν
(ekopiasen)
heeft gezwoegd
εἰς
(eis)
voor
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

Μαριάμ (Mariam) is de Hebreeuwse vorm van de naam; wij schrijven ‘Maria’, zoals elders. κοπιάω (kopiao), ‘zwoegen’: hard werken, zoals in 1 Kor. 16:16.

Lezing

Bij ‘Maria’ en bij ‘voor jullie’ verschillen sommige oude handschriften.

7Groet Andronicus en Junia, mijn verwanten en medegevangenen, die opvallen onder de apostelen en die ook vóór mij in de Messias waren.
ἀσπάσασθε
(aspasasthe)
groet
Ἀνδρόνικον
(Andronikon)
Andronicus
καὶ
(kai)
en
Ἰουνίαν
(Iounian)
Junia
τοὺς
(tous)
de
συγγενεῖς
(syngeneis)
verwanten
μου
(mou)
mijn
καὶ
(kai)
en
συναιχμαλώτους
(synaichmalotous)
medegevangenen
μου
(mou)
mijn
οἵτινές
(hoitines)
die
εἰσιν
(eisin)
zijn
ἐπίσημοι
(episemoi)
opvallend
ἐν
(en)
onder
τοῖς
(tois)
de
ἀποστόλοις
(apostolois)
apostelen
οἳ
(hoi)
die
καὶ
(kai)
ook
πρὸ
(pro)
vóór
ἐμοῦ
(emou)
mij
γέγοναν
(gegonan)
zijn geweest
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἰουνίαν (Iounian) is een vierde naamval.

Dat kan de vrouwennaam Ἰουνία (Iounia, ‘Junia’) zijn of een mannennaam, ‘Junias’ (een verkorting van Junianus).

Wij vertalen ‘Junia’; de tekst zegt niet of Andronicus en Junia een echtpaar waren. συγγενής (syngenes), ‘verwant’: familie of volksgenoot; het woord komt ook voor in de verzen 11 en 21 en in 9:3. συναιχμάλωτος (synaichmalotos), ‘medegevangene’. ἐπίσημοι ἐν τοῖς ἀποστόλοις (episemoi en tois apostolois), ‘opvallend onder de apostelen’: het kan betekenen dat de apostelen hen hoog achten, of dat zij zelf apostelen zijn en daaronder opvallen; het Grieks laat beide toe. ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: wie gezonden is. γέγοναν ἐν Χριστῷ (gegonan en Christo), ‘zijn in de Messias geweest’: zij kwamen eerder tot de Messias dan Paulus.

Lezing

Bij ‘Junia’ en bij ‘zijn geweest’ verschillen sommige oude handschriften.

8Groet Ampliatus, mijn geliefde in de Heer.
ἀσπάσασθε
(aspasasthe)
groet
Ἀμπλιᾶτον
(Ampliaton)
Ampliatus
τὸν
(ton)
de
ἀγαπητόν
(agapeton)
geliefde
μου
(mou)
mijn
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀγαπητός (agapetos), ‘geliefde’: verwant aan ἀγάπη (agape), ‘liefde’.

Lezing

Bij ‘Ampliatus’ verschillen sommige oude handschriften.

9Groet Urbanus, onze medewerker in de Messias, en Stachys, mijn geliefde.
ἀσπάσασθε
(aspasasthe)
groet
Οὐρβανὸν
(Ourbanon)
Urbanus
τὸν
(ton)
de
συνεργὸν
(synergon)
medewerker
ἡμῶν
(hemon)
onze
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
καὶ
(kai)
en
Στάχυν
(Stachyn)
Stachys
τὸν
(ton)
de
ἀγαπητόν
(agapeton)
geliefde
μου
(mou)
mijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

συνεργός (synergos), ‘medewerker’.

10Groet Apelles, die in de Messias goedgekeurd is. Groet de mensen van Aristobulus.
ἀσπάσασθε
(aspasasthe)
groet
Ἀπελλῆν
(Apellen)
Apelles
τὸν
(ton)
de
δόκιμον
(dokimon)
goedgekeurde
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
ἀσπάσασθε
(aspasasthe)
groet
τοὺς
(tous)
hen
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
Ἀριστοβούλου
(Aristoboulou)
van Aristobulus
Bron: SBLGNT
Uitleg

δόκιμος (dokimos), ‘goedgekeurd’: beproefd en echt bevonden, zoals in 14:18. οἱ ἐκ τῶν Ἀριστοβούλου (hoi ek ton Aristoboulou), ‘de mensen van Aristobulus’: zijn huishouden of kring, zoals ‘de mensen van Chloë’ in 1 Kor. 1:11.

De tekst zegt niet dat Aristobulus zelf tot de gemeente hoort.

Zie ook1 Kor 1:11
11Groet Herodion, mijn verwant. Groet hen uit de mensen van Narcissus die in de Heer zijn.
ἀσπάσασθε
(aspasasthe)
groet
Ἡρῳδίωνα
(Herodiona)
Herodion
τὸν
(ton)
de
συγγενῆ
(syngene)
verwant
μου
(mou)
mijn
ἀσπάσασθε
(aspasasthe)
groet
τοὺς
(tous)
hen
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
Ναρκίσσου
(Narkissou)
van Narcissus
τοὺς
(tous)
die
ὄντας
(ontas)
zijnde
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg

οἱ ἐκ τῶν Ναρκίσσου (hoi ek ton Narkissou), ‘de mensen van Narcissus’: zoals bij vers 10; de gelovigen onder hen zijn ‘in de Heer’. συγγενής (syngenes), ‘verwant’: zie vers 7.

Lezing

Bij ‘verwant’ verschillen sommige oude handschriften.

12Groet Tryfena en Tryfosa, die in de Heer zwoegen. Groet Persis, de geliefde, die veel in de Heer gezwoegd heeft.
ἀσπάσασθε
(aspasasthe)
groet
Τρύφαιναν
(Tryphainan)
Tryfena
καὶ
(kai)
en
Τρυφῶσαν
(Tryphosan)
Tryfosa
τὰς
(tas)
de
κοπιώσας
(kopiosas)
zwoegende
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
ἀσπάσασθε
(aspasasthe)
groet
Περσίδα
(Persida)
Persis
τὴν
(ten)
de
ἀγαπητήν
(agapeten)
geliefde
ἥτις
(hetis)
die
πολλὰ
(polla)
veel
ἐκοπίασεν
(ekopiasen)
heeft gezwoegd
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg

Τρύφαινα (Tryfaina) en Τρυφῶσα (Tryfosa) zijn twee vrouwennamen. κοπιάω (kopiao), ‘zwoegen’: zie vers 6; Persis, de geliefde, heeft ‘veel’ gezwoegd.

Zie ookRom 16:6
13Groet Rufus, de uitverkorene in de Heer, en zijn moeder, die ook de mijne is.
ἀσπάσασθε
(aspasasthe)
groet
Ῥοῦφον
(Rhouphon)
Rufus
τὸν
(ton)
de
ἐκλεκτὸν
(eklekton)
uitverkorene
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
μητέρα
(metera)
moeder
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
ἐμοῦ
(emou)
van mij
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκλεκτός (eklektos), ‘uitverkorene’: ook ‘uitgelezene’.

‘En de mijne’: Paulus noemt haar ook zijn moeder; de tekst zegt niet of dit letterlijk of als beeld bedoeld is.

Een Rufus wordt ook genoemd in Mark. 15:21, als zoon van Simon van Cyrene; of het dezelfde man is, zegt de tekst niet.

Zie ook Mark. 15:21.

Zie ookMar 15:21
14Groet Asyncritus, Flegon, Hermes, Patrobas, Hermas en de broers die bij hen zijn.
ἀσπάσασθε
(aspasasthe)
groet
Ἀσύγκριτον
(Asynkriton)
Asyncritus
Φλέγοντα
(Phlegonta)
Flegon
Ἑρμῆν
(Hermen)
Hermes
Πατροβᾶν
(Patroban)
Patrobas
Ἑρμᾶν
(Herman)
Hermas
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
σὺν
(syn)
bij
αὐτοῖς
(autois)
hen
ἀδελφούς
(adelphous)
broers
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘De broers die bij hen zijn’: de gelovigen in hun kring; de tekst zegt niet wie dat zijn.

Lezing

Bij de namen Hermes, Patrobas en Hermas verschillen sommige oude handschriften.

15Groet Filologus en Julia, Nereus en zijn zuster, en Olympas, en alle heiligen die bij hen zijn.
ἀσπάσασθε
(aspasasthe)
groet
Φιλόλογον
(Philologon)
Filologus
καὶ
(kai)
en
Ἰουλίαν
(Ioulian)
Julia
Νηρέα
(Nerea)
Nereus
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
ἀδελφὴν
(adelphen)
zuster
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
Ὀλυμπᾶν
(Olympan)
Olympas
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
σὺν
(syn)
bij
αὐτοῖς
(autois)
hen
πάντας
(pantas)
alle
ἁγίους
(hagious)
heiligen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de toegewijden; zie 12:13.

De heilige kus

16Groet elkaar met een heilige kus. Alle gemeenten van de Messias groeten jullie.
Ἀσπάσασθε
(Aspasasthe)
groet
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
ἐν
(en)
met
φιλήματι
(philemati)
kus
ἁγίῳ
(hagio)
heilige
Ἀσπάζονται
(Aspazontai)
groeten
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
αἱ
(hai)
de
ἐκκλησίαι
(ekklesiai)
gemeenten
πᾶσαι
(pasai)
alle
τοῦ
(tou)
van de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

φίλημα (filema), ‘kus’: de groet in de gemeente.

‘Alle gemeenten van de Messias’: de tekst zegt niet welke gemeenten bedoeld zijn.

Zie ook 1 Kor. 16:20; 2 Kor. 13:12.

Lezing

Bij ‘alle’ verschillen sommige oude handschriften.

Waarschuwing voor verdeeldheid

17Ik roep jullie op, broers: let op hen die verdeeldheid en struikelblokken veroorzaken, tegen het onderricht in dat jullie geleerd hebben. Keer je van hen af.
Παρακαλῶ
(Parakalo)
ik roep op
δὲ
(de)
maar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
σκοπεῖν
(skopein)
let op
τοὺς
(tous)
hen
τὰς
(tas)
de
διχοστασίας
(dichostasias)
verdeeldheden
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
σκάνδαλα
(skandala)
struikelblokken
παρὰ
(para)
tegen
τὴν
(ten)
het
διδαχὴν
(didachen)
onderricht
ἣν
(hen)
dat
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἐμάθετε
(emathete)
leerden
ποιοῦντας
(poiountas)
veroorzakend
καὶ
(kai)
en
ἐκκλίνετε
(ekklinete)
keer af
ἀπ’
(ap’)
van
αὐτῶν
(auton)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρακαλέω (parakaleo), ‘oproepen’: zie 12:1. σκοπέω (skopeo), ‘opletten’. διχοστασία (dichostasia), ‘verdeeldheid’; σκάνδαλον (skandalon), ‘struikelblok’: zie 14:13. διδαχή (didache), ‘onderricht’: wat de gemeente geleerd heeft. ἐκκλίνω (ekklino), ‘zich afkeren’, ‘uitwijken’.

De tekst zegt niet wie deze mensen zijn.

Zie ook Gal. 1:8–9.

Lezing

Bij ‘keer je af’ verschillen sommige oude handschriften.

18Want zulke mensen dienen niet onze Heer, de Messias, maar hun eigen buik. Met gladde taal en mooie woorden misleiden zij de harten van de argelozen.
οἱ
(hoi)
de
γὰρ
(gar)
want
τοιοῦτοι
(toioutoi)
zulken
τῷ
(to)
aan de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Χριστῷ
(Christo)
Messias
οὐ
(ou)
niet
δουλεύουσιν
(douleuousin)
dienen
ἀλλὰ
(alla)
maar
τῇ
(te)
aan de
ἑαυτῶν
(heauton)
hun eigen
κοιλίᾳ
(koilia)
buik
καὶ
(kai)
en
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
de
χρηστολογίας
(chrestologias)
gladde taal
καὶ
(kai)
en
εὐλογίας
(eulogias)
mooie woorden
ἐξαπατῶσι
(exapatosi)
misleiden
τὰς
(tas)
de
καρδίας
(kardias)
harten
τῶν
(ton)
van de
ἀκάκων
(akakon)
argelozen
Bron: SBLGNT
Uitleg

κοιλία (koilia), ‘buik’: een beeld voor eigen verlangens en eigen gewin. χρηστολογία (chrestologia), ‘gladde taal’: vriendelijke woorden die niet oprecht zijn; εὐλογία (eulogia), ‘mooie woorden’: fraai gesproken woorden (hetzelfde woord als ‘zegen’ in 15:29). ἄκακος (akakos), ‘argeloos’: zonder kwade bedoelingen.

Lezing

Bij ‘onze’ verschillen sommige oude handschriften.

19Want jullie gehoorzaamheid is tot allen doorgedrongen. Ik verheug mij dus over jullie, maar ik wil dat jullie wijs zijn voor het goede en zuiver voor het kwade.
ἡ
(he)
de
γὰρ
(gar)
want
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
ὑπακοὴ
(hypakoe)
gehoorzaamheid
εἰς
(eis)
tot
πάντας
(pantas)
allen
ἀφίκετο
(aphiketo)
is doorgedrongen
ἐφ’
(eph’)
over
ὑμῖν
(hymin)
jullie
οὖν
(oun)
dus
χαίρω
(chairo)
verheug ik mij
θέλω
(thelo)
ik wil
δὲ
(de)
maar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
σοφοὺς
(sophous)
wijs
εἶναι
(einai)
te zijn
εἰς
(eis)
voor
τὸ
(to)
het
ἀγαθόν
(agathon)
goede
ἀκεραίους
(akeraious)
zuiver
δὲ
(de)
maar
εἰς
(eis)
voor
τὸ
(to)
het
κακόν
(kakon)
kwade
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑπακοή (hypakoe), ‘gehoorzaamheid’: zoals in 1:5 en 15:18. ἀκέραιος (akeraios), ‘zuiver’, letterlijk ‘onvermengd’: dezelfde weergave als in Matt. 10:16.

De Griekse zin zet ‘wijs’ en ‘zuiver’ tegenover elkaar, ‘voor het goede’ en ‘voor het kwade’.

Zie ook Matt. 10:16.

Lezing

Bij ‘Ik verheug mij dus over jullie’ en bij ‘wijs’ verschillen sommige oude handschriften.

Zie ookMat 10:16
20De Elohim van de vrede zal Satan spoedig onder jullie voeten vermorzelen. De genade van onze Heer Yeshua de Messias zij met jullie.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
θεὸς
(theos)
Elohim
τῆς
(tes)
van de
εἰρήνης
(eirenes)
vrede
συντρίψει
(syntripsei)
zal vermorzelen
τὸν
(ton)
(de)
Σατανᾶν
(Satanan)
Satan
ὑπὸ
(hypo)
onder
τοὺς
(tous)
de
πόδας
(podas)
voeten
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἐν
(en)
in
τάχει
(tachei)
haast
ἡ
(he)
de
χάρις
(charis)
genade
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
μεθ’
(meth’)
met
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

De Elohim van de vrede: zie ook 15:33. συντρίβω (syntribo), ‘vermorzelen’: dezelfde weergave als in Gen. 3:15, waar de nakomeling van de vrouw de kop van de slang vermorzelt; Paulus noemt Gen. 3:15 niet. Σατανᾶς (Satanas), ‘Satan’: de tegenstander. ἐν τάχει (en tachei), ‘spoedig’, ‘snel’.

Zie ook Gen. 3:15; Luc. 10:19.

Lezing

Bij ‘de Messias’ verschillen sommige oude handschriften.

Groeten van Paulus’ metgezellen

21Timoteüs, mijn medewerker, groet jullie, en ook Lucius, Jason en Sosipater, mijn verwanten.
Ἀσπάζεται
(Aspazetai)
groet
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Τιμόθεος
(Timotheos)
Timoteüs
ὁ
(ho)
de
συνεργός
(synergos)
medewerker
μου
(mou)
mijn
καὶ
(kai)
en
Λούκιος
(Loukios)
Lucius
καὶ
(kai)
en
Ἰάσων
(Iason)
Jason
καὶ
(kai)
en
Σωσίπατρος
(Sosipatros)
Sosipater
οἱ
(hoi)
de
συγγενεῖς
(syngeneis)
verwanten
μου
(mou)
mijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Τιμόθεος (Timotheos), ‘Timoteüs’: de medewerker van Paulus uit Hand. 16:1 en andere plaatsen.

Een Lucius uit Cyrene staat in Hand. 13:1; Jason in Hand. 17:5–9; Σωσίπατρος (Sosipatros) is de langere vorm van Σώπατρος (Sopatros), ‘Sopater’ in Hand. 20:4.

Of dit dezelfde mannen zijn, zegt de tekst niet. συγγενής (syngenes), ‘verwant’: zie vers 7.

Zie ook Hand. 16:1; Hand. 20:4.

Lezing

Bij ‘groet’ verschillen sommige oude handschriften.

22Ik, Tertius, die deze brief geschreven heb, groet jullie in de Heer.
ἀσπάζομαι
(aspazomai)
ik groet
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐγὼ
(ego)
ik
Τέρτιος
(Tertios)
Tertius
ὁ
(ho)
die
γράψας
(grapsas)
geschreven heeft
τὴν
(ten)
de
ἐπιστολὴν
(epistolen)
brief
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg

Τέρτιος (Tertios), ‘Tertius’: hij noemt zichzelf de schrijver van de brief en groet in zijn eigen naam.

In de oudheid schreven helpers (secretarissen) brieven op voor de afzender; Paulus schreef soms zelf een groet erbij.

De tekst zegt niet meer.

‘In de Heer’ hoort bij ‘groet’ of bij ‘geschreven’; het Grieks laat beide toe.

Zie ook Gal. 6:11; 1 Kor. 16:21.

23Gajus, mijn gastheer en die van de hele gemeente, groet jullie. Erastus, de stadsbeheerder, groet jullie, en ook Kwartus, de broer.
ἀσπάζεται
(aspazetai)
groet
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Γάϊος
(Gaios)
Gajus
ὁ
(ho)
de
ξένος
(xenos)
gastheer
μου
(mou)
mijn
καὶ
(kai)
en
ὅλης
(holes)
van heel
τῆς
(tes)
de
ἐκκλησίας
(ekklesias)
gemeente
ἀσπάζεται
(aspazetai)
groet
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Ἔραστος
(Erastos)
Erastus
ὁ
(ho)
de
οἰκονόμος
(oikonomos)
beheerder
τῆς
(tes)
van de
πόλεως
(poleos)
stad
καὶ
(kai)
en
Κούαρτος
(Kouartos)
Kwartus
ὁ
(ho)
de
ἀδελφός
(adelphos)
broer
Bron: SBLGNT
Uitleg

ξένος (xenos), ‘gastheer’: letterlijk ‘vreemdeling, gast’; hier degene die gasten ontvangt. Γάϊος (Gaios), ‘Gajus’: de spelling van 1 Kor. 1:14; een Gaius uit Derbe staat in Hand. 20:4. οἰκονόμος τῆς πόλεως (oikonomos tes poleos), ‘stadsbeheerder’: een beheerder in dienst van de stad; wat zijn ambt precies was, zegt de tekst niet. Ἔραστος (Erastos), ‘Erastus’: een Erastus staat ook in Hand. 19:22 en in 2 Tim. 4:20; of het dezelfde man is, zegt de tekst niet. Κούαρτος (Kouartos), ‘Kwartus’: een Latijnse naam, ‘de vierde’.

Zie ook 1 Kor. 1:14; Hand. 19:22; Hand. 20:4.

Lezing

Bij ‘de hele gemeente’ verschillen sommige oude handschriften.

24De genade van onze Heer Yeshua de Messias zij met jullie allen. Amen.
Ἡ
(He)
de
χάρις
(charis)
genade
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
μετὰ
(meta)
met
πάντων
(panton)
allen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Ἀμήν
(Amen)
amen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Onze SBLGNT-gegevens eindigen dit hoofdstuk bij vers 24.

De afsluitende lofprijs, de verzen 25–27, staat daarin niet; wij nemen hem hieronder op uit een andere Griekse tekst (zie vers 25).

Zie ookRom 16:25

De slotlofprijs

25Aan Hem die jullie kan sterken, volgens mijn goede boodschap en de verkondiging van Yeshua de Messias, volgens de openbaring van het geheim dat eeuwenlang verzwegen is,
Τῷ
(To)
aan Hem
δὲ
(de)
nu
δυναμένῳ
(dynameno)
die kan
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
στηρίξαι
(sterixai)
sterken
κατὰ
(kata)
volgens
τὸ
(to)
de
εὐαγγέλιόν
(euangelion)
goede boodschap
μου
(mou)
mijn
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
κήρυγμα
(kerygma)
verkondiging
Ἰησοῦ
(Iesou)
van Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
κατὰ
(kata)
volgens
ἀποκάλυψιν
(apokalypsin)
openbaring
μυστηρίου
(mysteriou)
van het geheim
χρόνοις
(chronois)
gedurende tijden
αἰωνίοις
(aioniois)
eeuwenlang
σεσιγημένου
(sesigemenou)
verzwegen
Bron: SBLGNT + Nestle 1904 (vers ontbreekt in de SBLGNT)
Uitleg

στηρίζω (sterizo), ‘sterken’: stevig maken. μυστήριον (mysterion), ‘geheim’: iets wat verborgen was en nu bekend is gemaakt; zie ook 11:25. σιγάω (sigao), ‘verzwijgen’: stil houden.

Het geheim was ‘eeuwenlang verzwegen’, de tijden van de eeuwen.

Lezing

Deze verzen (25–27) ontbreken in de SBLGNT.

Wij nemen ze op uit een andere Griekse uitgave van het Nieuwe Testament (uit 1904, vrij van rechten), en markeren ze daarom geel in de brontekst; de rest van het hoofdstuk blijft SBLGNT.

Dit is dus een gemengde bron.

26maar nu openbaar gemaakt, en door profetische geschriften, op bevel van de eeuwige Elohim, bekend gemaakt aan alle volken tot gehoorzaamheid van het geloof,
φανερωθέντος
(phanerothentos)
openbaar gemaakt
δὲ
(de)
maar
νῦν
(nyn)
nu
διά
(dia)
door
τε
(te)
en
γραφῶν
(graphon)
geschriften
προφητικῶν
(prophetikon)
profetische
κατ’
(kat’)
volgens
ἐπιταγὴν
(epitagen)
bevel
τοῦ
(tou)
van de
αἰωνίου
(aioniou)
eeuwige
Θεοῦ
(Theou)
Elohim
εἰς
(eis)
tot
ὑπακοὴν
(hypakoen)
gehoorzaamheid
πίστεως
(pisteos)
van het geloof
εἰς
(eis)
tot
πάντα
(panta)
alle
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
γνωρισθέντος
(gnoristhentos)
bekend gemaakt
Bron: SBLGNT + Nestle 1904 (vers ontbreekt in de SBLGNT)
Uitleg

φανερόω (fanero), ‘openbaar maken’: zichtbaar maken. ὑπακοὴ πίστεως (hypakoe pisteos), ‘gehoorzaamheid van het geloof’: zoals in 1:5.

Zie ook Rom. 1:5.

Zie ookRom 1:5
27aan de enige wijze Elohim, door Yeshua de Messias, aan wie de heerlijkheid is tot in de eeuwen van de eeuwen. Amen.
μόνῳ
(mono)
aan de enige
σοφῷ
(sopho)
wijze
Θεῷ
(Theo)
Elohim
διὰ
(dia)
door
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
ᾧ
(ho)
aan wie
ἡ
(he)
de
δόξα
(doxa)
heerlijkheid
εἰς
(eis)
tot
τοὺς
(tous)
de
αἰῶνας
(aionas)
eeuwen
τῶν
(ton)
van de
αἰώνων
(aionon)
eeuwen
ἀμήν
(amen)
amen
Bron: SBLGNT + Nestle 1904 (vers ontbreekt in de SBLGNT)
Uitleg

Het Grieks van deze zin is niet afgemaakt: ‘aan de enige wijze Elohim, door Yeshua de Messias, aan wie de heerlijkheid’ heeft geen werkwoord; wij vullen ‘is’ aan. δόξα (doxa), ‘heerlijkheid’.

Vergelijk Gal. 1:5.

Zie ookGal 1:5