Elohim Bijbel

2 Korintiërs 7

12345678910111213

Reiniging, de vertroosting door Titus, verdriet op de wijze van Elohim en vreugde over de Korintiërs

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Laten wij ons reinigen; geef ons ruimte

1Omdat wij deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf reinigen van alle bevlekking van vlees en geest. Laten wij de heiligheid voltooien in vrees voor Elohim.
ταύτας
(tautas)
deze
οὖν
(oun)
dan
ἔχοντες
(echontes)
hebbend
τὰς
(tas)
de
ἐπαγγελίας
(epangelias)
beloften
ἀγαπητοί
(agapetoi)
geliefden
καθαρίσωμεν
(katharisomen)
laten wij reinigen
ἑαυτοὺς
(heautous)
onszelf
ἀπὸ
(apo)
van
παντὸς
(pantos)
alle
μολυσμοῦ
(molysmou)
bevlekking
σαρκὸς
(sarkos)
van vlees
καὶ
(kai)
en
πνεύματος
(pneumatos)
van geest
ἐπιτελοῦντες
(epitelountes)
voltooiend
ἁγιωσύνην
(hagiosynen)
heiligheid
ἐν
(en)
in
φόβῳ
(phobo)
vrees
θεοῦ
(theou)
van Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Deze beloften’ zijn de beloften uit 6:16–18, waar Elohim zegt dat Hij in hen zal wonen en hun Vader zal zijn.

De hoofdstukindeling is later toegevoegd; dit vers hoort bij het slot van hoofdstuk 6. μολυσμός (molysmos), ‘bevlekking’: onreinheid. ἁγιωσύνη (hagiosyne), ‘heiligheid’. ἐπιτελέω (epiteleo), ‘voltooien’: tot het einde brengen. ἀγαπητοί (agapetoi), ‘geliefden’.

Zie ook 2 Kor. 6:16–18.

2Geef ons ruimte. Wij hebben niemand onrecht gedaan. Wij hebben niemand verdorven. Wij hebben niemand uitgebuit.
Χωρήσατε
(Choresate)
maak ruimte voor
ἡμᾶς
(hemas)
ons
οὐδένα
(oudena)
niemand
ἠδικήσαμεν
(edikesamen)
hebben onrecht gedaan
οὐδένα
(oudena)
niemand
ἐφθείραμεν
(ephtheiramen)
hebben verdorven
οὐδένα
(oudena)
niemand
ἐπλεονεκτήσαμεν
(epleonektesamen)
hebben uitgebuit
Bron: SBLGNT
Uitleg

χωρέω (choreo), ‘ruimte maken, plaats geven’: hier als oproep om Paulus en zijn medewerkers in het hart te nemen. φθείρω (phtheiro), ‘verderven, te gronde richten’. πλεονεκτέω (pleonekteo), ‘meer willen hebben ten koste van een ander, uitbuiten’.

Vergelijk de oproep in 6:11–13.

Zie ook 2 Kor. 6:11–13.

3Ik zeg dit niet om te veroordelen. Ik heb immers al eerder gezegd dat jullie in onze harten zijn, om samen te sterven en samen te leven.
πρὸς
(pros)
tot
κατάκρισιν
(katakrisin)
veroordeling
οὐ
(ou)
niet
λέγω
(lego)
zeg ik
προείρηκα
(proeireka)
heb eerder gezegd
γὰρ
(gar)
want
ὅτι
(hoti)
dat
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
καρδίαις
(kardiais)
harten
ἡμῶν
(hemon)
onze
ἐστε
(este)
jullie zijn
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
συναποθανεῖν
(synapothanein)
samen sterven
καὶ
(kai)
en
συζῆν
(syzen)
samen leven
Bron: SBLGNT
Uitleg

In deze brief wisselt Paulus tussen ‘wij’ en ‘ik’; wij vertalen wat het Grieks heeft. συναποθανεῖν (synapothanein), ‘samen sterven’, en συζῆν (syzen), ‘samen leven’: twee werkwoorden met ‘samen’ ervoor.

4Ik spreek vrijmoedig tot jullie. Ik heb veel roem over jullie. Ik ben vervuld van vertroosting. Ik stroom over van vreugde bij al onze verdrukking.
πολλή
(polle)
veel
μοι
(moi)
mij
παρρησία
(parresia)
vrijmoedigheid
πρὸς
(pros)
tot
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
πολλή
(polle)
veel
μοι
(moi)
mij
καύχησις
(kauchesis)
roem
ὑπὲρ
(hyper)
over
ὑμῶν
(hymon)
jullie
πεπλήρωμαι
(pepleromai)
ben vervuld
τῇ
(te)
van de
παρακλήσει
(paraklesei)
vertroosting
ὑπερπερισσεύομαι
(hyperperisseuomai)
stroom over
τῇ
(te)
van de
χαρᾷ
(chara)
vreugde
ἐπὶ
(epi)
bij
πάσῃ
(pase)
alle
τῇ
(te)
de
θλίψει
(thlipsei)
verdrukking
ἡμῶν
(hemon)
onze
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρρησία (parresia), ‘vrijmoedigheid’: openlijk en zonder terughouding spreken. καύχησις (kauchesis), ‘roem’: trots op iets uitspreken.

Wij vertalen καυχάομαι (kauchaomai) in heel de brief met ‘roemen’ en καύχησις en καύχημα met ‘roem’. θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’: benauwdheid, druk van buiten. ὑπερπερισσεύομαι (hyperperisseuomai), ‘overvloedig overstromen’.

Vertroosting door de komst van Titus

5Want ook toen wij in Macedonië gekomen waren, had ons vlees geen enkele rust. Wij werden in alles verdrukt: van buiten strijd, van binnen angsten.
Καὶ
(Kai)
ook
γὰρ
(gar)
want
ἐλθόντων
(elthonton)
gekomen zijnde
ἡμῶν
(hemon)
wij
εἰς
(eis)
in
Μακεδονίαν
(Makedonian)
Macedonië
οὐδεμίαν
(oudemian)
geen enkele
ἔσχηκεν
(escheken)
heeft gehad
ἄνεσιν
(anesin)
rust
ἡ
(he)
het
σὰρξ
(sarx)
vlees
ἡμῶν
(hemon)
ons
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐν
(en)
in
παντὶ
(panti)
alles
θλιβόμενοι
(thlibomenoi)
verdrukt wordend
ἔξωθεν
(exothen)
van buiten
μάχαι
(machai)
strijd
ἔσωθεν
(esothen)
van binnen
φόβοι
(phoboi)
angsten
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

Macedonië: het noorden van het huidige Griekenland, met onder meer Filippi en Tessalonica.

‘Vlees’ (σάρξ, sarx) staat hier voor de hele mens in zijn zwakheid, niet alleen het lichaam.

Paulus vertelt hier verder wat hij in 2:12–13 begon: hij had geen rust omdat hij Titus niet gevonden had. ἄνεσις (anesis), ‘rust’: verlichting.

Zie ook 2 Kor. 2:12–13; Hand. 20:1–2.

6Maar Elohim, die de nederigen troost, heeft ons getroost door de komst van Titus.
ἀλλ’
(all’)
maar
ὁ
(ho)
de
παρακαλῶν
(parakalon)
die troost
τοὺς
(tous)
de
ταπεινοὺς
(tapeinous)
nederigen
παρεκάλεσεν
(parekalesen)
heeft getroost
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐν
(en)
bij
τῇ
(te)
de
παρουσίᾳ
(parousia)
komst
Τίτου
(Titou)
van Titus
Bron: SBLGNT
Uitleg

ταπεινός (tapeinos), ‘nederig’: ook ‘gebogen, terneergedrukt’. παρακαλέω (parakaleo), ‘troosten’: het woord betekent ook ‘aansporen’ en ‘dringend vragen’; wij kiezen per geval, zoals in 1:3–7. παρουσία (parousia), ‘komst’: letterlijk ‘aanwezigheid’.

Titus was een medewerker van Paulus, ook genoemd in 2:13, 8:6, 8:16–23, 12:18 en Gal. 2:1, 2:3.

Zie ook Gal. 2:1.

7Niet alleen door zijn komst, maar ook door de vertroosting waarmee hij door jullie getroost is. Hij bracht ons bericht van jullie verlangen, jullie weeklacht en jullie ijver voor mij. Zo verheugde ik mij nog meer.
οὐ
(ou)
niet
μόνον
(monon)
alleen
δὲ
(de)
maar
ἐν
(en)
bij
τῇ
(te)
de
παρουσίᾳ
(parousia)
komst
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
ἐν
(en)
bij
τῇ
(te)
de
παρακλήσει
(paraklesei)
vertroosting
ᾗ
(he)
waarmee
παρεκλήθη
(pareklethe)
hij getroost werd
ἐφ’
(eph’)
door
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἀναγγέλλων
(anangellon)
bericht brengend
ἡμῖν
(hemin)
aan ons
τὴν
(ten)
het
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἐπιπόθησιν
(epipothesin)
verlangen
τὸν
(ton)
de
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ὀδυρμόν
(odyrmon)
weeklacht
τὸν
(ton)
de
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ζῆλον
(zelon)
ijver
ὑπὲρ
(hyper)
voor
ἐμοῦ
(emou)
mij
ὥστε
(hoste)
zodat
με
(me)
mij
μᾶλλον
(mallon)
meer
χαρῆναι
(charenai)
verblijd te worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιπόθησις (epipothesis), ‘verlangen’. ὀδυρμός (odyrmos), ‘weeklacht’: klagen uit verdriet of berouw. ζῆλος (zelos), ‘ijver’: ook ‘naijver’.

‘Hij’ is Titus.

Verdriet dat tot berouw leidt

8Want ook al heb ik jullie met de brief bedroefd, ik heb er geen spijt van. Ook al had ik er spijt van, ik zie dat die brief jullie bedroefd heeft, al was het maar voor een uur.
ὅτι
(hoti)
want
εἰ
(ei)
als
καὶ
(kai)
ook
ἐλύπησα
(elypesa)
bedroefde ik
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐπιστολῇ
(epistole)
brief
οὐ
(ou)
niet
μεταμέλομαι
(metamelomai)
heb ik spijt
εἰ
(ei)
als
καὶ
(kai)
ook
μετεμελόμην
(metemelomen)
had ik spijt
βλέπω
(blepo)
ik zie
ὅτι
(hoti)
dat
ἡ
(he)
de
ἐπιστολὴ
(epistole)
brief
ἐκείνη
(ekeine)
die
εἰ
(ei)
als
καὶ
(kai)
ook
πρὸς
(pros)
voor
ὥραν
(horan)
een uur
ἐλύπησεν
(elypesen)
bedroefde
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘De brief’: een eerdere brief van Paulus aan Korinte.

De tekst zegt niet welke; vergelijk 2:3–4. μεταμέλομαι (metamelomai), ‘spijt hebben’: ander woord dan μετάνοια (metanoia), ‘berouw’, in vers 9.

De Griekse zin is kort en verwrongen; wij laten de volgorde van de gedachten staan.

Zie ook 2 Kor. 2:3–4.

9Nu verheug ik mij, niet omdat jullie bedroefd werden, maar omdat jullie bedroefd werden tot berouw. Jullie werden namelijk bedroefd op de wijze van Elohim, zodat jullie door ons in niets schade leden.
νῦν
(nyn)
nu
χαίρω
(chairo)
verheug ik mij
οὐχ
(ouch)
niet
ὅτι
(hoti)
dat
ἐλυπήθητε
(elypethete)
jullie werden bedroefd
ἀλλ’
(all’)
maar
ὅτι
(hoti)
dat
ἐλυπήθητε
(elypethete)
jullie werden bedroefd
εἰς
(eis)
tot
μετάνοιαν
(metanoian)
berouw
ἐλυπήθητε
(elypethete)
jullie werden bedroefd
γὰρ
(gar)
want
κατὰ
(kata)
op de wijze van
θεόν
(theon)
Elohim
ἵνα
(hina)
opdat
ἐν
(en)
in
μηδενὶ
(medeni)
niets
ζημιωθῆτε
(zemiothete)
jullie schade lijden
ἐξ
(ex)
door
ἡμῶν
(hemon)
ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

λυπέω (lypeo), ‘bedroeven’. κατὰ θεόν (kata theon), letterlijk ‘naar Elohim’: volgens Elohim, zoals Hij het bedoelt; wij vertalen ‘op de wijze van Elohim’ en houden dat vast in de verzen 9–11. μετάνοια (metanoia), ‘berouw’: letterlijk een verandering van denken; het werkwoord is ‘zich bekeren’ (Matt. 3:2). ζημιόω (zemioo), ‘schade lijden’.

Zie ook Matt. 3:2.

Zie ookMat 3:2
10Want het verdriet op de wijze van Elohim werkt berouw tot een redding zonder spijt. Het verdriet van de wereld werkt de dood.
ἡ
(he)
het
γὰρ
(gar)
want
κατὰ
(kata)
op de wijze van
θεὸν
(theon)
Elohim
λύπη
(lype)
verdriet
μετάνοιαν
(metanoian)
berouw
εἰς
(eis)
tot
σωτηρίαν
(soterian)
redding
ἀμεταμέλητον
(ametameleton)
zonder spijt
ἐργάζεται
(ergazetai)
werkt
ἡ
(he)
het
δὲ
(de)
maar
τοῦ
(tou)
van de
κόσμου
(kosmou)
wereld
λύπη
(lype)
verdriet
θάνατον
(thanaton)
dood
κατεργάζεται
(katergazetai)
bewerkt
Bron: SBLGNT
Uitleg

σωτηρία (soteria), ‘redding’. ἀμεταμέλητος (ametameletos), ‘zonder spijt’: iets waar niemand later spijt van krijgt.

‘Het verdriet van de wereld’ is verdriet dat niet naar Elohim gericht is.

11Zie toch hoeveel ernst dit zelfde, bedroefd worden op de wijze van Elohim, in jullie heeft bewerkt! Ja, verantwoording, ja, verontwaardiging, ja, vrees, ja, verlangen, ja, ijver, ja, bestraffing! In alles hebben jullie getoond zuiver te zijn in deze zaak.
ἰδοὺ
(idou)
zie
γὰρ
(gar)
want
αὐτὸ
(auto)
juist
τοῦτο
(touto)
dit
τὸ
(to)
het
κατὰ
(kata)
op de wijze van
θεὸν
(theon)
Elohim
λυπηθῆναι
(lypethenai)
bedroefd te worden
πόσην
(posen)
hoeveel
κατειργάσατο
(kateirgasato)
heeft bewerkt
ὑμῖν
(hymin)
in jullie
σπουδήν
(spouden)
ernst
ἀλλὰ
(alla)
ja
ἀπολογίαν
(apologian)
verantwoording
ἀλλὰ
(alla)
ja
ἀγανάκτησιν
(aganaktesin)
verontwaardiging
ἀλλὰ
(alla)
ja
φόβον
(phobon)
vrees
ἀλλὰ
(alla)
ja
ἐπιπόθησιν
(epipothesin)
verlangen
ἀλλὰ
(alla)
ja
ζῆλον
(zelon)
ijver
ἀλλὰ
(alla)
ja
ἐκδίκησιν
(ekdikesin)
bestraffing
ἐν
(en)
in
παντὶ
(panti)
alles
συνεστήσατε
(synestesate)
hebben jullie getoond
ἑαυτοὺς
(heautous)
jullie zelf
ἁγνοὺς
(hagnous)
zuiver
εἶναι
(einai)
te zijn
τῷ
(to)
in de
πράγματι
(pragmati)
zaak
Bron: SBLGNT
Uitleg

De opsomming heeft zes zelfstandige naamwoorden met ἀλλά (alla), ‘maar’, ervoor; wij vertalen elk met ‘ja’. ἀπολογία (apologia), ‘verantwoording’: verdediging. ἀγανάκτησις (aganaktesis), ‘verontwaardiging’. ἐκδίκησις (ekdikesis), ‘bestraffing’: ook ‘vergelding’, de wil dat recht geschiedt. ἁγνός (hagnos), ‘zuiver’.

12Ook al schreef ik jullie, het was niet ter wille van degene die onrecht deed, en niet ter wille van degene die onrecht leed. Het was opdat jullie ijver voor ons bij jullie zichtbaar zou worden, voor het aangezicht van Elohim.
ἄρα
(ara)
dus
εἰ
(ei)
als
καὶ
(kai)
ook
ἔγραψα
(egrapsa)
schreef ik
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
οὐχ
(ouch)
niet
ἕνεκεν
(heneken)
ter wille van
τοῦ
(tou)
degene die
ἀδικήσαντος
(adikesantos)
onrecht deed
οὐδὲ
(oude)
noch
ἕνεκεν
(heneken)
ter wille van
τοῦ
(tou)
degene die
ἀδικηθέντος
(adikethentos)
onrecht leed
ἀλλ’
(all’)
maar
ἕνεκεν
(heneken)
ter wille van
τοῦ
(tou)
het
φανερωθῆναι
(phanerothenai)
zichtbaar worden
τὴν
(ten)
de
σπουδὴν
(spouden)
ijver
ὑμῶν
(hymon)
jullie
τὴν
(ten)
die
ὑπὲρ
(hyper)
voor
ἡμῶν
(hemon)
ons
πρὸς
(pros)
bij
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐνώπιον
(enopion)
voor het aangezicht van
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

Wie met degene die onrecht deed en degene die onrecht leed bedoeld is, zegt de tekst niet; vergelijk 2:5–11.

Het Grieks heeft hier ‘jullie ijver voor ons, bij jullie’.

Zie ook 2 Kor. 2:5–11.

Vreugde over jullie ijver

13Daarom zijn wij getroost. Bij onze vertroosting verheugden wij ons nog veel meer over de vreugde van Titus, want zijn geest is door jullie allen verkwikt.
διὰ
(dia)
daarom
τοῦτο
(touto)
dit
παρακεκλήμεθα
(parakeklemetha)
zijn wij getroost
Ἐπὶ
(Epi)
bij
δὲ
(de)
maar
τῇ
(te)
de
παρακλήσει
(paraklesei)
vertroosting
ἡμῶν
(hemon)
onze
περισσοτέρως
(perissoteros)
des te meer
μᾶλλον
(mallon)
nog
ἐχάρημεν
(echaremen)
verheugden wij ons
ἐπὶ
(epi)
over
τῇ
(te)
de
χαρᾷ
(chara)
vreugde
Τίτου
(Titou)
van Titus
ὅτι
(hoti)
omdat
ἀναπέπαυται
(anapepautai)
is verkwikt
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
geest
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἀπὸ
(apo)
door
πάντων
(panton)
allen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀναπαύω (anapauo), ‘verkwikken, laten rusten’.

‘Zijn geest’ is de geest van Titus; vergelijk vers 6.

Zie ook2 Kor 7:6
14Want als ik tegenover hem iets over jullie geroemd heb, ben ik niet beschaamd. Zoals wij alles in waarheid tot jullie hebben gesproken, zo is ook onze roem tegenover Titus waarheid geworden.
ὅτι
(hoti)
want
εἴ
(ei)
als
τι
(ti)
iets
αὐτῷ
(auto)
tegenover hem
ὑπὲρ
(hyper)
over
ὑμῶν
(hymon)
jullie
κεκαύχημαι
(kekauchemai)
ik heb geroemd
οὐ
(ou)
niet
κατῃσχύνθην
(kateschynthen)
werd ik beschaamd
ἀλλ’
(all’)
maar
ὡς
(hos)
zoals
πάντα
(panta)
alles
ἐν
(en)
in
ἀληθείᾳ
(aletheia)
waarheid
ἐλαλήσαμεν
(elalesamen)
spraken wij
ὑμῖν
(hymin)
tot jullie
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
ἡ
(he)
de
καύχησις
(kauchesis)
roem
ἡμῶν
(hemon)
onze
ἡ
(he)
die
ἐπὶ
(epi)
tegenover
Τίτου
(Titou)
Titus
ἀλήθεια
(aletheia)
waarheid
ἐγενήθη
(egenethe)
is geworden
Bron: SBLGNT
Uitleg

κεκαύχημαι (kekauchemai), ‘ik heb geroemd’: Paulus had tegenover Titus over de Korintiërs gesproken.

De roem is waar gebleken.

Zie ook 2 Kor. 8:24; 2 Kor. 9:2–3.

15En zijn binnenste gaat nog meer naar jullie uit. Hij denkt terug aan de gehoorzaamheid van jullie allen, hoe jullie hem met vrees en beven ontvangen hebben.
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
het
σπλάγχνα
(splanchna)
binnenste
αὐτοῦ
(autou)
zijn
περισσοτέρως
(perissoteros)
des te meer
εἰς
(eis)
naar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐστιν
(estin)
is
ἀναμιμνῃσκομένου
(anamimneskomenou)
terugdenkend
τὴν
(ten)
de
πάντων
(panton)
van allen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ὑπακοήν
(hypakoen)
gehoorzaamheid
ὡς
(hos)
hoe
μετὰ
(meta)
met
φόβου
(phobou)
vrees
καὶ
(kai)
en
τρόμου
(tromou)
beven
ἐδέξασθε
(edexasthe)
ontvingen jullie
αὐτόν
(auton)
hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

σπλάγχνα (splanchna), ‘ingewanden’: in het Grieks de zetel van diepe gevoelens; wij vertalen ‘binnenste’, zoals in 6:12.

‘Met vrees en beven’: met diep ontzag.

16Ik verheug mij dat ik in alles vertrouwen in jullie heb.
χαίρω
(chairo)
verheug ik mij
ὅτι
(hoti)
dat
ἐν
(en)
in
παντὶ
(panti)
alles
θαρρῶ
(tharro)
heb ik vertrouwen
ἐν
(en)
in
ὑμῖν
(hymin)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

θαρρέω (tharreo), ‘goede moed hebben, vertrouwen hebben’.