Elohim Bijbel

Deuteronomium 16

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334

De drie feesten, rechters en verboden zuilen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het Pesach en de ongezuurde broden

1Houd de maand Abib in acht en vier het Pesach voor Yahweh, je Elohim. Want in de maand Abib heeft Yahweh, je Elohim, je ’s nachts uit Egypte geleid.
שָׁמוֹר֙
(shamor)
houd
אֶת
(et)
(obj.)
חֹ֣דֶשׁ
(chodesh)
de maand
הָאָבִ֔יב
(haaviv)
Abib
וְעָשִׂ֣יתָ
(veasita)
en je zult vieren
פֶּ֔סַח
(pesach)
Pesach
לַיהוָ֖ה
(laYahweh)
voor Yahweh
אֱלֹהֶ֑יךָ
(eloheikha)
je Elohim
כִּ֞י
(ki)
want
בְּחֹ֣דֶשׁ
(bechodesh)
in de maand
הָֽאָבִ֗יב
(haaviv)
Abib
הוֹצִ֨יאֲךָ֜
(hotsiakha)
leidde jou uit
יְהוָ֧ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֛יךָ
(eloheikha)
je Elohim
מִמִּצְרַ֖יִם
(mimitsrayim)
uit Egypte
לָֽיְלָה
(layela)
's nachts
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

אָבִיב (aviv), ‘Abib’: de lente- en graanmaand, zoals in Exod. 13:4 en Exod. 34:18.

פֶּסַח (pesach), ‘Pesach’: zie Exod. 12 en Lev. 23:5.

2Je moet het Pesach slachten voor Yahweh, je Elohim, van het kleinvee en de runderen. Dat moet je doen op de plaats die Yahweh kiest om Zijn naam daar te laten wonen.
וְזָבַ֥חְתָּ
(vezavachta)
en je zult slachten
פֶּ֛סַח
(pesach)
Pesach
לַיהוָ֥ה
(laYahweh)
voor Yahweh
אֱלֹהֶ֖יךָ
(eloheikha)
je Elohim
צֹ֣אן
(tson)
kleinvee
וּבָקָ֑ר
(uvaqar)
en rundvee
בַּמָּקוֹם֙
(bamaqom)
op de plaats
אֲשֶׁר
(asher)
die
יִבְחַ֣ר
(yivchar)
Hij zal kiezen
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
לְשַׁכֵּ֥ן
(leshaken)
om te laten wonen
שְׁמ֖וֹ
(shemo)
Zijn naam
שָֽׁם
(sham)
daar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Pesach wordt hier genoemd ‘van het kleinvee en de runderen’; in Exod. 12:5 is het een lam of een geitenbok.

Hier gaat het om het hele feest, ook de offers van de feestweek.

לְשַׁכֵּן שְׁמוֹ (leshakken shemo), ‘Zijn naam laten wonen’, zoals in Deut. 14:23.

3Je mag er niets gezuurds bij eten. Zeven dagen lang moet je er ongezuurde broden bij eten, brood van ellende, want je bent in haast uit het land Egypte getrokken. Zo gedenk je alle dagen van je leven de dag van je uittocht uit het land Egypte.
לֹא
(lo)
niet
תֹאכַ֤ל
(tokhal)
je zult eten
עָלָיו֙
(alav)
erbij
חָמֵ֔ץ
(chamets)
gezuurd
שִׁבְעַ֥ת
(shivat)
zeven
יָמִ֛ים
(yamim)
dagen
תֹּֽאכַל
(tokhal)
je zult eten
עָלָ֥יו
(alav)
erbij
מַצּ֖וֹת
(matsot)
ongezuurde broden
לֶ֣חֶם
(lechem)
brood van
עֹ֑נִי
(oni)
ellende
כִּ֣י
(ki)
want
בְחִפָּז֗וֹן
(bechipazon)
in haast
יָצָ֨אתָ֙
(yatsata)
je trok uit
מֵאֶ֣רֶץ
(meerets)
uit het land
מִצְרַ֔יִם
(mitsrayim)
Egypte
לְמַ֣עַן
(lemaan)
opdat
תִּזְכֹּר֔
(tizkor)
je gedenkt
אֶת
(et)
(obj.)
י֤וֹם
(yom)
de dag van
צֵֽאתְךָ֙
(tsetkha)
je uittocht
מֵאֶ֣רֶץ
(meerets)
uit het land
מִצְרַ֔יִם
(mitsrayim)
Egypte
כֹּ֖ל
(kol)
alle
יְמֵ֥י
(yemei)
dagen van
חַיֶּֽיךָ
(chayeikha)
je leven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

לֶחֶם עֹנִי (lechem oni), ‘brood van ellende’: het brood dat herinnert aan de nood in Egypte.

Zie ook Exod. 12:34 en Exod. 12:39.

Wij vertalen עֲלֵיהּ (alav) met ‘erbij’: het brood wordt bij het Pesachoffer gegeten.

4Zeven dagen lang mag er bij jou in heel je gebied geen zuurdeeg gezien worden. Ook mag van het vlees dat je op de avond van de eerste dag slacht, niets overnachten tot de morgen.
וְלֹֽא
(velo)
en niet
יֵרָאֶ֨ה
(yerae)
zal gezien worden
לְךָ֥
(lekha)
bij jou
שְׂאֹ֛ר
(seor)
zuurdeeg
בְּכָל
(bekhal)
in heel
גְּבֻלְךָ֖
(gevulkha)
je gebied
שִׁבְעַ֣ת
(shivat)
zeven
יָמִ֑ים
(yamim)
dagen
וְלֹא
(velo)
en niet
יָלִ֣ין
(yalin)
zal overnachten
מִן
(min)
van
הַבָּשָׂ֗ר
(habasar)
het vlees
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
תִּזְבַּ֥ח
(tizbach)
je slacht
בָּעֶ֛רֶב
(baerev)
's avonds
בַּיּ֥וֹם
(bayom)
op de dag
הָרִאשׁ֖וֹן
(harishon)
de eerste
לַבֹּֽקֶר
(laboqer)
tot de morgen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׂאֹר (se’or), ‘zuurdeeg’, zoals in Exod. 12:15 en Exod. 12:19.

5Je mag het Pesach niet slachten in een van je poorten die Yahweh, je Elohim, je geeft,
לֹ֥א
(lo)
niet
תוּכַ֖ל
(tukhal)
je kunt
לִזְבֹּ֣חַ
(lizboach)
om te slachten
אֶת
(et)
(obj.)
הַפָּ֑סַח
(hapasach)
het Pesach
בְּאַחַ֣ד
(beachad)
in een van
שְׁעָרֶ֔יךָ
(sheareikha)
je poorten
אֲשֶׁר
(asher)
die
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֖יךָ
(eloheikha)
je Elohim
נֹתֵ֥ן
(noten)
geeft
לָֽךְ
(lakh)
aan jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6maar op de plaats die Yahweh, je Elohim, kiest om Zijn naam daar te laten wonen. Daar moet je het Pesach slachten, ’s avonds bij zonsondergang, op de tijd dat je uit Egypte trok.
כִּ֠י
(ki)
maar
אִֽם
(im)
als
אֶל
(el)
naar
הַמָּק֞וֹם
(hamaqom)
de plaats
אֲשֶׁר
(asher)
die
יִבְחַ֨ר
(yivchar)
Hij zal kiezen
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֨יךָ֙
(eloheikha)
je Elohim
לְשַׁכֵּ֣ן
(leshaken)
om te laten wonen
שְׁמ֔וֹ
(shemo)
Zijn naam
שָׁ֛ם
(sham)
daar
תִּזְבַּ֥ח
(tizbach)
je zult slachten
אֶת
(et)
(obj.)
הַפֶּ֖סַח
(hapesach)
het Pesach
בָּעָ֑רֶב
(baarev)
's avonds
כְּב֣וֹא
(kevo)
bij het ondergaan van
הַשֶּׁ֔מֶשׁ
(hashemesh)
de zon
מוֹעֵ֖ד
(moed)
tijd van
צֵֽאתְךָ֥
(tsetkha)
je uittocht
מִמִּצְרָֽיִם
(mimitsrayim)
uit Egypte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

De tijd van het Pesach wordt hier aangegeven met ‘bij zonsondergang’, zoals Exod. 12:6 ‘tussen de twee avonden’.

7Je moet het koken en eten op de plaats die Yahweh, je Elohim, kiest. ’s Morgens moet je je omkeren en naar je tenten teruggaan.
וּבִשַּׁלְתָּ֙
(uvishalta)
en je zult koken
וְאָ֣כַלְתָּ֔
(veakhalta)
en je zult eten
בַּמָּק֕וֹם
(bamaqom)
op de plaats
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
יִבְחַ֛ר
(yivchar)
Hij zal kiezen
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֖יךָ
(eloheikha)
je Elohim
בּ֑וֹ
(bo)
daarin
וּפָנִ֣יתָ
(ufanita)
en je zult je keren
בַבֹּ֔קֶר
(baboqer)
's morgens
וְהָלַכְתָּ֖
(vehalakhta)
en je zult gaan
לְאֹהָלֶֽיךָ
(leohaleikha)
naar je tenten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Zes dagen lang moet je ongezuurde broden eten. Op de zevende dag is er een slotsamenkomst voor Yahweh, je Elohim. Dan mag je geen werk doen.
שֵׁ֥שֶׁת
(sheshet)
zes
יָמִ֖ים
(yamim)
dagen
תֹּאכַ֣ל
(tokhal)
je zult eten
מַצּ֑וֹת
(matsot)
ongezuurde broden
וּבַיּ֣וֹם
(uvayom)
en op de dag
הַשְּׁבִיעִ֗י
(hashevii)
de zevende
עֲצֶ֨רֶת֙
(atseret)
slotsamenkomst
לַיהוָ֣ה
(laYahweh)
voor Yahweh
אֱלֹהֶ֔יךָ
(eloheikha)
je Elohim
לֹ֥א
(lo)
niet
תַעֲשֶׂ֖ה
(taase)
je zult doen
מְלָאכָֽה
(melakha)
werk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֲצֶרֶת (atseret), ‘slotsamenkomst’, zoals in Lev. 23:36.

Het feest van de weken

9Zeven weken moet je voor jezelf tellen. Vanaf het moment dat de sikkel in het staande koren komt, moet je beginnen met het tellen van zeven weken.
שִׁבְעָ֥ה
(shiva)
zeven
שָׁבֻעֹ֖ת
(shavuot)
weken
תִּסְפָּר
(tispar)
je zult tellen
לָ֑ךְ
(lakh)
voor jezelf
מֵהָחֵ֤ל
(mehachel)
vanaf het beginnen van
חֶרְמֵשׁ֙
(chermesh)
sikkel
בַּקָּמָ֔ה
(baqama)
aan het staande koren
תָּחֵ֣ל
(tachel)
je zult beginnen
לִסְפֹּ֔ר
(lispor)
te tellen
שִׁבְעָ֖ה
(shiva)
zeven
שָׁבֻעֽוֹת
(shavuot)
weken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֶרְמֵשׁ (chermesh), ‘sikkel’.

Het tellen begint bij het begin van de graanoogst.

Zie Lev. 23:15–16.

10Dan moet je het feest van de weken vieren voor Yahweh, je Elohim, met een vrijwillige gave naar wat je hand kan geven. Geef dat zoals Yahweh, je Elohim, je zegent.
וְעָשִׂ֜יתָ
(veasita)
en je zult vieren
חַ֤ג
(chag)
feest van
שָׁבֻעוֹת֙
(shavuot)
weken
לַיהוָ֣ה
(laYahweh)
voor Yahweh
אֱלֹהֶ֔יךָ
(eloheikha)
je Elohim
מִסַּ֛ת
(misat)
zoveel als
נִדְבַ֥ת
(nidvat)
vrijwillige gave van
יָדְךָ֖
(yadekha)
je hand
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
תִּתֵּ֑ן
(titen)
je zult geven
כַּאֲשֶׁ֥ר
(kaasher)
zoals
יְבָרֶכְךָ֖
(yevarekhkha)
Hij zegent jou
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶֽיךָ
(eloheikha)
je Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חַג שָׁבֻעוֹת (chag shavuot), ‘feest van de weken’, zoals in Exod. 34:22.

Lezing

מִסַּת (missat) komt alleen hier voor.

Wij vertalen de zin vrij: een vrijwillige gave naar het vermogen van je hand.

De betekenis van het woord is onzeker.

11Je moet je verheugen voor het aangezicht van Yahweh, je Elohim. Dat moet je doen op de plaats die Yahweh, je Elohim, kiest om Zijn naam daar te laten wonen. Dit geldt voor jou, je zoon, je dochter, je dienaar, je dienares. Ook de Leviet binnen je poorten, de vreemdeling, de wees en de weduwe die in je midden zijn, moeten zich verheugen.
וְשָׂמַחְתָּ֞
(vesamachta)
en je zult je verheugen
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֗יךָ
(eloheikha)
je Elohim
אַתָּ֨ה
(ata)
jij
וּבִנְךָ֣
(uvinkha)
en je zoon
וּבִתֶּךָ֮
(uvitekha)
en je dochter
וְעַבְדְּךָ֣
(veavdekha)
en je dienaar
וַאֲמָתֶךָ֒
(vaamatekha)
en je dienares
וְהַלֵּוִי֙
(vehalevi)
en de Leviet
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
בִּשְׁעָרֶ֔יךָ
(bishareikha)
binnen je poorten
וְהַגֵּ֛ר
(vehager)
en de vreemdeling
וְהַיָּת֥וֹם
(vehayatom)
en de wees
וְהָאַלְמָנָ֖ה
(vehaalmana)
en de weduwe
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
בְּקִרְבֶּ֑ךָ
(beqirbekha)
in je midden
בַּמָּק֗וֹם
(bamaqom)
op de plaats
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
יִבְחַר֙
(yivchar)
Hij zal kiezen
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֔יךָ
(eloheikha)
je Elohim
לְשַׁכֵּ֥ן
(leshaken)
om te laten wonen
שְׁמ֖וֹ
(shemo)
Zijn naam
שָֽׁם
(sham)
daar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֶבֶד (eved) en אָמָה (amah) vertalen wij in opsommingen met ‘dienaar’ en ‘dienares’, zoals in Exod. 20:10 en Lev. 25:6.

In Deut. 15 gaat het om gekochte mensen en vertalen wij ‘slaaf’ en ‘slavin’, zoals in Exod. 21.

12Denk eraan dat je een slaaf was in Egypte. Houd deze voorschriften en doe ze.
וְזָ֣כַרְתָּ֔
(vezakharta)
en je zult gedenken
כִּי
(ki)
dat
עֶ֥בֶד
(eved)
slaaf
הָיִ֖יתָ
(hayita)
je was
בְּמִצְרָ֑יִם
(bemitsrayim)
in Egypte
וְשָׁמַרְתָּ֣
(veshamarta)
en je zult houden
וְעָשִׂ֔יתָ
(veasita)
en je zult doen
אֶת
(et)
(obj.)
הַֽחֻקִּ֖ים
(hachuqim)
de voorschriften
הָאֵֽלֶּה
(haele)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Het feest van de hutten

13Het feest van de hutten moet je zeven dagen lang voor jezelf vieren, wanneer je de oogst van je dorsvloer en je wijnpers binnenhaalt.
חַ֧ג
(chag)
feest van
הַסֻּכֹּ֛ת
(hasukot)
de hutten
תַּעֲשֶׂ֥ה
(taase)
je zult vieren
לְךָ֖
(lekha)
voor jezelf
שִׁבְעַ֣ת
(shivat)
zeven
יָמִ֑ים
(yamim)
dagen
בְּאָ֨סְפְּךָ֔
(beaspekha)
als je binnenhaalt
מִֽגָּרְנְךָ֖
(migarenekha)
van je dorsvloer
וּמִיִּקְבֶֽךָ
(umiyiqvekha)
en van je wijnpers
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חַג הַסֻּכּוֹת (chag hassukkot), ‘feest van de hutten’, zoals in Lev. 23:34.

14Je moet je verheugen op je feest, jij, je zoon, je dochter, je dienaar, je dienares. Ook de Leviet, de vreemdeling, de wees en de weduwe die binnen je poorten zijn, moeten zich verheugen.
וְשָׂמַחְתָּ֖
(vesamachta)
en je zult je verheugen
בְּחַגֶּ֑ךָ
(bechagekha)
op je feest
אַתָּ֨ה
(ata)
jij
וּבִנְךָ֤
(uvinkha)
en je zoon
וּבִתֶּ֨ךָ֙
(uvitekha)
en je dochter
וְעַבְדְּךָ֣
(veavdekha)
en je dienaar
וַאֲמָתֶ֔ךָ
(vaamatekha)
en je dienares
וְהַלֵּוִ֗י
(vehalevi)
en de Leviet
וְהַגֵּ֛ר
(vehager)
en de vreemdeling
וְהַיָּת֥וֹם
(vehayatom)
en de wees
וְהָאַלְמָנָ֖ה
(vehaalmana)
en de weduwe
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
בִּשְׁעָרֶֽיךָ
(bishareikha)
binnen je poorten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15Zeven dagen lang moet je feest vieren voor Yahweh, je Elohim, op de plaats die Yahweh kiest. Want Yahweh, je Elohim, zal je zegenen in heel je opbrengst en in al het werk van je handen, en je zult louter vreugde hebben.
שִׁבְעַ֣ת
(shivat)
zeven
יָמִ֗ים
(yamim)
dagen
תָּחֹג֙
(tachog)
je zult feest vieren
לַיהוָ֣ה
(laYahweh)
voor Yahweh
אֱלֹהֶ֔יךָ
(eloheikha)
je Elohim
בַּמָּק֖וֹם
(bamaqom)
op de plaats
אֲשֶׁר
(asher)
die
יִבְחַ֣ר
(yivchar)
Hij zal kiezen
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
כִּ֣י
(ki)
want
יְבָרֶכְךָ֞
(yevarekhkha)
Hij zal je zegenen
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֗יךָ
(eloheikha)
je Elohim
בְּכֹ֤ל
(bekhol)
in heel
תְּבוּאָֽתְךָ֙
(tevuatekha)
je opbrengst
וּבְכֹל֙
(uvekhol)
en in alle
מַעֲשֵׂ֣ה
(maase)
werk van
יָדֶ֔יךָ
(yadeikha)
je handen
וְהָיִ֖יתָ
(vehayita)
en je zult zijn
אַ֥ךְ
(akh)
slechts
שָׂמֵֽחַ
(sameach)
verheugd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַךְ שָׂמֵחַ (akh sameach), letterlijk ‘slechts verheugd’: niets dan vreugde.

Drie keer per jaar voor het aangezicht van Yahweh

16Drie keer per jaar moet al je mannelijk volk voor het aangezicht van Yahweh, je Elohim, verschijnen op de plaats die Hij kiest. Op het feest van de ongezuurde broden, op het feest van de weken en op het feest van de hutten. Niemand mag met lege handen voor het aangezicht van Yahweh verschijnen,
שָׁל֣וֹשׁ
(shalosh)
drie
פְּעָמִ֣ים
(peamim)
keer
בַּשָּׁנָ֡ה
(bashana)
per jaar
יֵרָאֶ֨ה
(yerae)
zal verschijnen
כָל
(kal)
al
זְכוּרְךָ֜
(zekhurekha)
je mannelijke volk
אֶת
(et)
(obj.)
פְּנֵ֣י
(penei)
het aangezicht van
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֗יךָ
(eloheikha)
je Elohim
בַּמָּקוֹם֙
(bamaqom)
op de plaats
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
יִבְחָ֔ר
(yivchar)
Hij zal kiezen
בְּחַ֧ג
(bechag)
op het feest van
הַמַּצּ֛וֹת
(hamatsot)
de ongezuurde broden
וּבְחַ֥ג
(uvechag)
en op het feest van
הַשָּׁבֻע֖וֹת
(hashavuot)
de weken
וּבְחַ֣ג
(uvechag)
en op het feest van
הַסֻּכּ֑וֹת
(hasukot)
de hutten
וְלֹ֧א
(velo)
en niet
יֵרָאֶ֛ה
(yerae)
zal hij verschijnen
אֶת
(et)
(obj.)
פְּנֵ֥י
(penei)
het aangezicht van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
רֵיקָֽם
(reiqam)
met lege handen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

זְכוּרְךָ (zekhurkha), ‘je mannelijke volk’, zoals in Exod. 23:17.

De drie feesten zijn ook die van Exod. 23:14–17 en Exod. 34:18–23; in Exodus heet het feest van de hutten ‘feest van de inzameling’.

17ieder met een gave van zijn hand, naar de zegen die Yahweh, je Elohim, je heeft gegeven.
אִ֖ישׁ
(ish)
ieder
כְּמַתְּנַ֣ת
(kematenat)
naar de gave van
יָד֑וֹ
(yado)
zijn hand
כְּבִרְכַּ֛ת
(kevirkat)
naar de zegen van
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֖יךָ
(eloheikha)
je Elohim
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
נָֽתַן
(natan)
Hij heeft gegeven
לָֽךְ
(lakh)
aan jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Rechters en opzichters

18Rechters en opzichters moet je voor jezelf aanstellen in al je poorten die Yahweh, je Elohim, je geeft, per stam. Zij moeten het volk recht spreken met rechtvaardig recht.
שֹׁפְטִ֣ים
(shofetim)
rechters
וְשֹֽׁטְרִ֗ים
(veshoterim)
en opzichters
תִּֽתֶּן
(titen)
je zult aanstellen
לְךָ֙
(lekha)
voor jou
בְּכָל
(bekhal)
in al
שְׁעָרֶ֔יךָ
(sheareikha)
je poorten
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
die
יְהוָ֧ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֛יךָ
(eloheikha)
je Elohim
נֹתֵ֥ן
(noten)
geeft
לְךָ֖
(lekha)
aan jou
לִשְׁבָטֶ֑יךָ
(lishvateikha)
volgens je stammen
וְשָׁפְט֥וּ
(veshafetu)
en zij zullen oordelen
אֶת
(et)
(obj.)
הָעָ֖ם
(haam)
het volk
מִשְׁפַּט
(mishpat)
met recht van
צֶֽדֶק
(tsedeq)
gerechtigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שֹׁפְטִים (shofetim), ‘rechters’, en שֹׁטְרִים (shoterim), ‘opzichters’: ambtenaren die het recht uitvoeren.

מִשְׁפָּט צֶדֶק (mishpat tsedeq), letterlijk ‘recht van gerechtigheid’: wij vertalen ‘rechtvaardig recht’.

19Je mag het recht niet verdraaien. Je mag niemand voortrekken en je mag geen steekpenning aannemen, want een steekpenning maakt de ogen van wijzen blind en verdraait de woorden van rechtvaardigen.
לֹא
(lo)
niet
תַטֶּ֣ה
(tate)
je zult verdraaien
מִשְׁפָּ֔ט
(mishpat)
recht
לֹ֥א
(lo)
niet
תַכִּ֖יר
(takir)
je zult erkennen
פָּנִ֑ים
(panim)
gezichten
וְלֹא
(velo)
en niet
תִקַּ֣ח
(tiqach)
je zult nemen
שֹׁ֔חַד
(shochad)
steekpenning
כִּ֣י
(ki)
want
הַשֹּׁ֗חַד
(hashochad)
de steekpenning
יְעַוֵּר֙
(yeaver)
maakt blind
עֵינֵ֣י
(einei)
de ogen van
חֲכָמִ֔ים
(chakhamim)
wijzen
וִֽיסַלֵּ֖ף
(visalef)
en verdraait
דִּבְרֵ֥י
(divrei)
de woorden van
צַדִּיקִֽם
(tsadiqim)
rechtvaardigen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לֹא תַכִּיר פָּנִים (lo takir panim), letterlijk ‘gezichten niet erkennen’: iemand voortrekken om wie hij is.

שֹׁחַד (shochad), ‘steekpenning’, zoals in Exod. 23:8, waar dezelfde woorden staan.

20Gerechtigheid, gerechtigheid moet je nastreven, zodat je leeft en het land in bezit neemt dat Yahweh, je Elohim, je geeft.
צֶ֥דֶק
(tsedeq)
gerechtigheid
צֶ֖דֶק
(tsedeq)
gerechtigheid
תִּרְדֹּ֑ף
(tirdof)
je zult nastreven
לְמַ֤עַן
(lemaan)
opdat
תִּֽחְיֶה֙
(tichye)
je leeft
וְיָרַשְׁתָּ֣
(veyarashta)
en je zult in bezit nemen
אֶת
(et)
(obj.)
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
het land
אֲשֶׁר
(asher)
dat
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֖יךָ
(eloheikha)
je Elohim
נֹתֵ֥ן
(noten)
geeft
לָֽךְ
(lakh)
aan jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

צֶדֶק צֶדֶק (tsedeq tsedeq), ‘gerechtigheid, gerechtigheid’: de herhaling benadrukt dat gerechtigheid ook met rechtvaardige middelen moet worden nagestreefd.

Geen heilige paal en geen gewijde zuil

21Je mag voor jezelf geen heilige paal planten, van welke boom ook, naast het altaar van Yahweh, je Elohim, dat je voor jezelf maakt.
לֹֽא
(lo)
niet
תִטַּ֥ע
(tita)
je zult planten
לְךָ֛
(lekha)
voor jezelf
אֲשֵׁרָ֖ה
(ashera)
heilige paal
כָּל
(kal)
elke
עֵ֑ץ
(ets)
boom
אֵ֗צֶל
(etsel)
naast
מִזְבַּ֛ח
(mizbach)
altaar van
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֖יךָ
(eloheikha)
je Elohim
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
תַּעֲשֶׂה
(taase)
je zult maken
לָּֽךְ
(lakh)
voor jezelf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲשֵׁרָה (asherah), ‘heilige paal’: een paal of boom bij een heiligdom van de Kanaänitische godin Asjera; zie Exod. 34:13.

22Je mag ook geen gewijde zuil voor jezelf oprichten, want Yahweh, je Elohim, haat die.
וְלֹֽא
(velo)
en niet
תָקִ֥ים
(taqim)
je zult oprichten
לְךָ֖
(lekha)
voor jezelf
מַצֵּבָ֑ה
(matseva)
gewijde zuil
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
שָׂנֵ֖א
(sane)
haat
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶֽיךָ
(eloheikha)
je Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מַצֵּבָה (matsevah), ‘gewijde zuil’, zoals in Lev. 26:1.

Eerder verbood Yahweh dit, zie Exod. 34:13.