Elohim Bijbel

Matteüs 18

12345678910111213141516171819202122232425262728

De grootste in het koninkrijk, het verdwaalde schaap en de onbarmhartige knecht

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Wie is de grootste in het koninkrijk?

1Op datzelfde uur kwamen de leerlingen naar Yeshua toe en vroegen: „Wie is dan de grootste in het koninkrijk van de hemelen?”
Ἐν
(En)
in
ἐκείνῃ
(ekeine)
dat
τῇ
(te)
het
ὥρᾳ
(hora)
uur
προσῆλθον
(proselthon)
kwamen naar
οἱ
(hoi)
de
μαθηταὶ
(mathetai)
leerlingen
τῷ
(to)
aan de
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Τίς
(Tis)
wie
ἄρα
(ara)
dan
μείζων
(meizon)
grootste
ἐστὶν
(estin)
is
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
βασιλείᾳ
(basileia)
koninkrijk
τῶν
(ton)
van de
οὐρανῶν
(ouranon)
hemelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook Mark. 9:33–37; Luc. 9:46–48.

2Yeshua riep een kind bij Zich en zette het in hun midden.
καὶ
(kai)
en
προσκαλεσάμενος
(proskalesamenos)
roepend bij
παιδίον
(paidion)
kind
ἔστησεν
(estesen)
zette
αὐτὸ
(auto)
het
ἐν
(en)
in
μέσῳ
(meso)
midden
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
3Hij zei: „Voorwaar, Ik zeg jullie: als jullie je niet omkeren en worden als de kinderen, zullen jullie beslist niet binnengaan in het koninkrijk van de hemelen.
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
Ἀμὴν
(Amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἐὰν
(ean)
als
μὴ
(me)
niet
στραφῆτε
(straphete)
omkeren
καὶ
(kai)
en
γένησθε
(genesthe)
worden
ὡς
(hos)
als
τὰ
(ta)
de
παιδία
(paidia)
kinderen
οὐ
(ou)
beslist
μὴ
(me)
niet
εἰσέλθητε
(eiselthete)
binnengaan
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
het
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
τῶν
(ton)
van de
οὐρανῶν
(ouranon)
hemelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

στραφῆτε (straphete), ‘jullie omkeren’: het werkwoord betekent ‘zich omdraaien’, een omkeer.

Vergelijk ‘zich bekeren’ (zie Matt. 3:2).

παιδία (paidia), ‘kinderen’: kleine kinderen.

Zie ook Mark. 10:15; Luc. 18:17.

4Wie zichzelf dus nederig maakt als dit kind, die is de grootste in het koninkrijk van de hemelen.
ὅστις
(hostis)
wie
οὖν
(oun)
dus
ταπεινώσει
(tapeinosei)
nederig zal maken
ἑαυτὸν
(heauton)
zichzelf
ὡς
(hos)
als
τὸ
(to)
het
παιδίον
(paidion)
kind
τοῦτο
(touto)
dit
οὗτός
(houtos)
die
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
μείζων
(meizon)
grootste
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
βασιλείᾳ
(basileia)
koninkrijk
τῶν
(ton)
van de
οὐρανῶν
(ouranon)
hemelen
Bron: SBLGNT
5En wie één zo’n kind ontvangt in Mijn naam, ontvangt Mij.
καὶ
(kai)
en
ὃς
(hos)
wie
ἐὰν
(ean)
indien
δέξηται
(dexetai)
ontvangt
ἓν
(hen)
één
παιδίον
(paidion)
kind
τοιοῦτο
(toiouto)
zo’n
ἐπὶ
(epi)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματί
(onomati)
naam
μου
(mou)
Mijn
ἐμὲ
(eme)
Mij
δέχεται
(dechetai)
ontvangt
Bron: SBLGNT

Waarschuwing voor struikelblokken

6Maar wie één van deze kleinen die in Mij geloven laat struikelen: het is beter voor hem dat een ezelsmolensteen om zijn nek wordt gehangen en dat hij verdronken wordt in de diepte van de zee.
Ὃς
(Hos)
wie
δ’
(d’)
maar
ἂν
(an)
indien
σκανδαλίσῃ
(skandalise)
laat struikelen
ἕνα
(hena)
één
τῶν
(ton)
van de
μικρῶν
(mikron)
kleinen
τούτων
(touton)
deze
τῶν
(ton)
de
πιστευόντων
(pisteuonton)
geloven
εἰς
(eis)
in
ἐμέ
(eme)
Mij
συμφέρει
(sympherei)
is beter
αὐτῷ
(auto)
voor hem
ἵνα
(hina)
dat
κρεμασθῇ
(kremasthe)
gehangen wordt
μύλος
(mylos)
molensteen
ὀνικὸς
(onikos)
van een ezel
εἰς
(eis)
om
τὸν
(ton)
de
τράχηλον
(trachelon)
nek
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
καταποντισθῇ
(katapontisthe)
verdronken wordt
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
πελάγει
(pelagei)
diepte
τῆς
(tes)
van de
θαλάσσης
(thalasses)
zee
Bron: SBLGNT
Uitleg

σκανδαλίσῃ (skandalise), ‘laat struikelen’, van σκάνδαλον (skandalon), ‘struikelblok’: iets waardoor iemand valt of van de weg afraakt.

Wij vertalen het overal zo.

μύλος ὀνικός (mylos onikos), ‘ezelsmolensteen’: een molensteen die door een ezel gedraaid werd, dus een zeer grote steen. πέλαγος (pelagos), ‘diepte’: het open water.

Zie ook Mark. 9:42; Luc. 17:1–2.

7Wee de wereld vanwege de struikelblokken! Want het is noodzakelijk dat de struikelblokken komen. Maar wee de mens door wie het struikelblok komt.
οὐαὶ
(ouai)
wee
τῷ
(to)
aan de
κόσμῳ
(kosmo)
wereld
ἀπὸ
(apo)
vanwege
τῶν
(ton)
de
σκανδάλων
(skandalon)
struikelblokken
ἀνάγκη
(ananke)
noodzaak
γὰρ
(gar)
want
ἐλθεῖν
(elthein)
te komen
τὰ
(ta)
de
σκάνδαλα
(skandala)
struikelblokken
πλὴν
(plen)
maar
οὐαὶ
(ouai)
wee
τῷ
(to)
aan de
ἀνθρώπῳ
(anthropo)
mens
δι’
(di’)
door
οὗ
(hou)
wie
τὸ
(to)
het
σκάνδαλον
(skandalon)
struikelblok
ἔρχεται
(erchetai)
komt
Bron: SBLGNT
8Als je hand of je voet je laat struikelen, hak hem af en werp hem van je weg. Het is beter voor je verminkt of kreupel het leven binnen te gaan dan met twee handen of twee voeten in het eeuwige vuur geworpen te worden.
Εἰ
(Ei)
als
δὲ
(de)
maar
ἡ
(he)
de
χείρ
(cheir)
hand
σου
(sou)
je
ἢ
(e)
of
ὁ
(ho)
de
πούς
(pous)
voet
σου
(sou)
je
σκανδαλίζει
(skandalizei)
laat struikelen
σε
(se)
je
ἔκκοψον
(ekkopson)
hak af
αὐτὸν
(auton)
hem
καὶ
(kai)
en
βάλε
(bale)
werp
ἀπὸ
(apo)
van
σοῦ
(sou)
je
καλόν
(kalon)
goed
σοί
(soi)
voor je
ἐστιν
(estin)
is
εἰσελθεῖν
(eiselthein)
binnen te gaan
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
het
ζωὴν
(zoen)
leven
κυλλὸν
(kyllon)
verminkt
ἢ
(e)
of
χωλόν
(cholon)
kreupel
ἢ
(e)
of
δύο
(dyo)
twee
χεῖρας
(cheiras)
handen
ἢ
(e)
of
δύο
(dyo)
twee
πόδας
(podas)
voeten
ἔχοντα
(echonta)
hebbend
βληθῆναι
(blethenai)
geworpen te worden
εἰς
(eis)
in
τὸ
(to)
het
πῦρ
(pyr)
vuur
τὸ
(to)
het
αἰώνιον
(aionion)
eeuwige
Bron: SBLGNT
9En als je oog je laat struikelen, ruk het uit en werp het van je weg. Het is beter voor je met één oog het leven binnen te gaan dan met twee ogen in de Gehenna van het vuur geworpen te worden.
καὶ
(kai)
en
εἰ
(ei)
als
ὁ
(ho)
het
ὀφθαλμός
(ophthalmos)
oog
σου
(sou)
je
σκανδαλίζει
(skandalizei)
laat struikelen
σε
(se)
je
ἔξελε
(exele)
ruk uit
αὐτὸν
(auton)
het
καὶ
(kai)
en
βάλε
(bale)
werp
ἀπὸ
(apo)
van
σοῦ
(sou)
je
καλόν
(kalon)
goed
σοί
(soi)
voor je
ἐστιν
(estin)
is
μονόφθαλμον
(monophthalmon)
eenogig
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
het
ζωὴν
(zoen)
leven
εἰσελθεῖν
(eiselthein)
binnen te gaan
ἢ
(e)
of
δύο
(dyo)
twee
ὀφθαλμοὺς
(ophthalmous)
ogen
ἔχοντα
(echonta)
hebbend
βληθῆναι
(blethenai)
geworpen te worden
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
γέενναν
(geennan)
Gehenna
τοῦ
(tou)
van het
πυρός
(pyros)
vuur
Bron: SBLGNT
Uitleg

γέεννα (geenna), ‘Gehenna’: de Griekse vorm van het Hebreeuwse ‘dal van de zoon van Hinnom’ (Joz. 15:8; in Jer. 7:31 ‘Ben-Hinnom’), het dal bij Jeruzalem waar kinderen werden verbrand (Jer. 7:31).

Het wordt in de evangeliën gebruikt voor de plaats van het oordeel.

Vergelijk ‘hun vuur zal niet gedoofd worden’ (Jes. 66:24).

Zie ook Matt. 5:29–30; Mark. 9:43–48.

10Pas op dat jullie niet één van deze kleinen verachten. Want Ik zeg jullie dat hun engelen in de hemelen voortdurend het gezicht zien van Mijn Vader die in de hemelen is.
Ὁρᾶτε
(Horate)
pas op
μὴ
(me)
niet
καταφρονήσητε
(kataphronesete)
verachten
ἑνὸς
(henos)
één
τῶν
(ton)
van de
μικρῶν
(mikron)
kleinen
τούτων
(touton)
deze
λέγω
(lego)
Ik zeg
γὰρ
(gar)
want
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
οἱ
(hoi)
de
ἄγγελοι
(angeloi)
engelen
αὐτῶν
(auton)
hun
ἐν
(en)
in
οὐρανοῖς
(ouranois)
hemelen
διὰ
(dia)
door
παντὸς
(pantos)
alles
βλέπουσι
(blepousi)
zien
τὸ
(to)
het
πρόσωπον
(prosopon)
gezicht
τοῦ
(tou)
van de
πατρός
(patros)
Vader
μου
(mou)
Mijn
τοῦ
(tou)
die
ἐν
(en)
in
οὐρανοῖς
(ouranois)
hemelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

οἱ ἄγγελοι αὐτῶν (hoi angeloi auton), ‘hun engelen’: het Grieks zegt niet meer dan dat de kleinen engelen hebben die voortdurend bij de Vader zijn.

In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) volgt hier een vers 11 dat in de oudste handschriften ontbreekt; wij vertalen het niet.

Zie ookMat 18:11

Het verdwaalde schaap

12Wat denken jullie? Als een mens 100 schapen heeft en één van hen dwaalt af, laat hij dan niet de 99 op de bergen achter? En gaat hij niet het dwalende zoeken?
τί
(ti)
wat
ὑμῖν
(hymin)
jullie
δοκεῖ
(dokei)
lijkt
ἐὰν
(ean)
als
γένηταί
(genetai)
zijn
τινι
(tini)
aan een
ἀνθρώπῳ
(anthropo)
mens
ἑκατὸν
(hekaton)
honderd
πρόβατα
(probata)
schapen
καὶ
(kai)
en
πλανηθῇ
(planethe)
dwaalt af
ἓν
(hen)
één
ἐξ
(ex)
uit
αὐτῶν
(auton)
hen
οὐχὶ
(ouchi)
niet
ἀφήσει
(aphesei)
zal laten
τὰ
(ta)
de
ἐνενήκοντα
(enenekonta)
negentig
ἐννέα
(ennea)
negen
ἐπὶ
(epi)
op
τὰ
(ta)
de
ὄρη
(ore)
bergen
καὶ
(kai)
en
πορευθεὶς
(poreutheis)
gaand
ζητεῖ
(zetei)
zoekt
τὸ
(to)
het
πλανώμενον
(planomenon)
dwalende
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk Ezech. 34:6 (‘Mijn schapen dwalen rond over alle bergen’) en Ps. 119:176.

Zie ook Luc. 15:3–7.

13En als hij het vindt, voorwaar, Ik zeg jullie: hij verheugt zich meer over dat ene dan over de 99 die niet zijn afgedwaald.
καὶ
(kai)
en
ἐὰν
(ean)
indien
γένηται
(genetai)
het gebeurt
εὑρεῖν
(heurein)
te vinden
αὐτό
(auto)
het
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
χαίρει
(chairei)
verheugt zich
ἐπ’
(ep’)
over
αὐτῷ
(auto)
het
μᾶλλον
(mallon)
meer
ἢ
(e)
dan
ἐπὶ
(epi)
over
τοῖς
(tois)
de
ἐνενήκοντα
(enenekonta)
negentig
ἐννέα
(ennea)
negen
τοῖς
(tois)
de
μὴ
(me)
niet
πεπλανημένοις
(peplanemenois)
afgedwaalden
Bron: SBLGNT
14Zo is het niet de wil van jullie Vader in de hemelen dat één van deze kleinen verloren gaat.
οὕτως
(houtos)
zo
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
θέλημα
(thelema)
wil
ἔμπροσθεν
(emprosthen)
voor
τοῦ
(tou)
de
πατρὸς
(patros)
Vader
ὑμῶν
(hymon)
jullie
τοῦ
(tou)
die
ἐν
(en)
in
οὐρανοῖς
(ouranois)
hemelen
ἵνα
(hina)
dat
ἀπόληται
(apoletai)
verloren gaat
ἓν
(hen)
één
τῶν
(ton)
van de
μικρῶν
(mikron)
kleinen
τούτων
(touton)
deze
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔμπροσθεν (emprosthen), ‘voor’, letterlijk ‘voor het gezicht van’: wat voor de Vader telt.

Wij vertalen ‘het is de wil van jullie Vader’.

Als een broer zondigt

15Als je broer tegen je zondigt, ga heen en wijs hem terecht, tussen jou en hem alleen. Als hij naar je luistert, heb je je broer gewonnen.
Ἐὰν
(Ean)
als
δὲ
(de)
maar
ἁμαρτήσῃ
(hamartese)
zondigt
εἰς
(eis)
tegen
σὲ
(se)
jou
ὁ
(ho)
de
ἀδελφός
(adelphos)
broer
σου
(sou)
je
ὕπαγε
(hypage)
ga
ἔλεγξον
(elenxon)
wijs terecht
αὐτὸν
(auton)
hem
μεταξὺ
(metaxy)
tussen
σοῦ
(sou)
jou
καὶ
(kai)
en
αὐτοῦ
(autou)
hem
μόνου
(monou)
alleen
ἐάν
(ean)
als
σου
(sou)
naar je
ἀκούσῃ
(akouse)
luistert
ἐκέρδησας
(ekerdesas)
je hebt gewonnen
τὸν
(ton)
de
ἀδελφόν
(adelphon)
broer
σου
(sou)
je
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔλεγξον (elenxon), ‘wijs terecht’: iemand duidelijk maken wat hij fout doet.

Vergelijk Lev. 19:17 (‘Je moet je volksgenoot zeker terechtwijzen’).

ἐκέρδησας (ekerdesas), ‘je hebt gewonnen’: je hebt je broer teruggewonnen.

Zie ook Luc. 17:3.

16Maar als hij niet luistert, neem dan nog één of twee mee, zodat elke zaak vaststaat op het woord van twee of drie getuigen.
ἐὰν
(ean)
als
δὲ
(de)
maar
μὴ
(me)
niet
ἀκούσῃ
(akouse)
luistert
παράλαβε
(paralabe)
neem mee
μετὰ
(meta)
met
σοῦ
(sou)
jou
ἔτι
(eti)
nog
ἕνα
(hena)
één
ἢ
(e)
of
δύο
(dyo)
twee
ἵνα
(hina)
opdat
ἐπὶ
(epi)
op
στόματος
(stomatos)
mond
δύο
(dyo)
twee
μαρτύρων
(martyron)
getuigen
ἢ
(e)
of
τριῶν
(trion)
drie
σταθῇ
(stathe)
vaststaat
πᾶν
(pan)
elk
ῥῆμα
(rhema)
woord
Bron: SBLGNT
Uitleg

De regel van de twee of drie getuigen komt uit Deut. 19:15. ῥῆμα (rhema) is ‘woord’ en ook ‘zaak’; het Hebreeuwse דָּבָר (davar) heeft beide betekenissen.

Zie ookDeut 19:15
17Maar als hij weigert naar hen te luisteren, zeg het dan aan de gemeente. En als hij ook weigert naar de gemeente te luisteren, laat hij dan voor je zijn als iemand uit de volken en als de tollenaar.
ἐὰν
(ean)
als
δὲ
(de)
maar
παρακούσῃ
(parakouse)
niet wil luisteren
αὐτῶν
(auton)
naar hen
εἰπὸν
(eipon)
zeg
τῇ
(te)
aan de
ἐκκλησίᾳ
(ekklesia)
gemeente
ἐὰν
(ean)
als
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
τῆς
(tes)
van de
ἐκκλησίας
(ekklesias)
gemeente
παρακούσῃ
(parakouse)
niet wil luisteren
ἔστω
(esto)
laat hij zijn
σοι
(soi)
voor jou
ὥσπερ
(hosper)
zoals
ὁ
(ho)
de
ἐθνικὸς
(ethnikos)
iemand uit de volken
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
τελώνης
(telones)
tollenaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκκλησία (ekklesia), ‘gemeente’: letterlijk ‘de bijeengeroepenen’.

Zie ook de Uitleg bij Matt. 16:18.

ἐθνικός (ethnikos): iemand uit de volken, een niet-Jood. τελώνης (telones), ‘tollenaar’: iemand die voor de Romeinen tol innam; veel Joden verachtten hem.

Zie ookMat 16:18
18Voorwaar, Ik zeg jullie: alles wat jullie op de aarde binden, zal in de hemel gebonden zijn. En alles wat jullie op de aarde losmaken, zal in de hemel losgemaakt zijn.
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅσα
(hosa)
alles wat
ἐὰν
(ean)
indien
δήσητε
(desete)
jullie binden
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
ἔσται
(estai)
zal zijn
δεδεμένα
(dedemena)
gebonden
ἐν
(en)
in
οὐρανῷ
(ourano)
hemel
καὶ
(kai)
en
ὅσα
(hosa)
alles wat
ἐὰν
(ean)
indien
λύσητε
(lysete)
jullie losmaken
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
ἔσται
(estai)
zal zijn
λελυμένα
(lelymena)
losgemaakt
ἐν
(en)
in
οὐρανῷ
(ourano)
hemel
Bron: SBLGNT
Uitleg

De woorden over ‘binden’ en ‘losmaken’ komen ook voor in Matt. 16:19, daar gericht tot Petrus alleen; hier zijn ze tot alle leerlingen gericht.

De werkwoordsvorm is ‘zal gebonden zijn’ en ‘zal losgemaakt zijn’.

Zie ookMat 16:19
19Opnieuw, voorwaar, Ik zeg jullie: als twee van jullie het op de aarde eens worden over elke zaak die zij vragen, zal het hun gebeuren. Dat komt van Mijn Vader die in de hemelen is.
Πάλιν
(Palin)
opnieuw
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ἐὰν
(ean)
als
δύο
(dyo)
twee
συμφωνήσωσιν
(symphonesosin)
het eens zijn
ἐξ
(ex)
van
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
περὶ
(peri)
over
παντὸς
(pantos)
elke
πράγματος
(pragmatos)
zaak
οὗ
(hou)
die
ἐὰν
(ean)
indien
αἰτήσωνται
(aitesontai)
zij vragen
γενήσεται
(genesetai)
zal gebeuren
αὐτοῖς
(autois)
hun
παρὰ
(para)
van
τοῦ
(tou)
de
πατρός
(patros)
Vader
μου
(mou)
Mijn
τοῦ
(tou)
die
ἐν
(en)
in
οὐρανοῖς
(ouranois)
hemelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

συμφωνήσωσιν (symphonesosin), ‘het eens worden’: letterlijk ‘samen klinken’.

20Want waar twee of drie verzameld zijn in Mijn naam, daar ben Ik in hun midden.”
οὗ
(hou)
waar
γάρ
(gar)
want
εἰσιν
(eisin)
zijn
δύο
(dyo)
twee
ἢ
(e)
of
τρεῖς
(treis)
drie
συνηγμένοι
(synegmenoi)
verzameld
εἰς
(eis)
in
τὸ
(to)
de
ἐμὸν
(emon)
Mijn
ὄνομα
(onoma)
naam
ἐκεῖ
(ekei)
daar
εἰμι
(eimi)
ben Ik
ἐν
(en)
in
μέσῳ
(meso)
midden
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

εἰς τὸ ἐμὸν ὄνομα (eis to emon onoma), ‘in Mijn naam’: letterlijk ‘naar Mijn naam toe’.

Zij komen samen met Mijn naam als doel.

Vergeven, zeventigmaal zeven

21Toen kwam Petrus naar Hem toe en zei: „Heer, hoe vaak zal mijn broer tegen mij zondigen en moet ik hem vergeven? Tot zevenmaal?”
Τότε
(Tote)
toen
προσελθὼν
(proselthon)
naderend
αὐτῷ
(auto)
Hem
ὁ
(ho)
de
Πέτρος
(Petros)
Petrus
εἶπεν
(eipen)
zei
Κύριε
(Kyrie)
Heer
ποσάκις
(posakis)
hoe vaak
ἁμαρτήσει
(hamartesei)
zal zondigen
εἰς
(eis)
tegen
ἐμὲ
(eme)
mij
ὁ
(ho)
de
ἀδελφός
(adelphos)
broer
μου
(mou)
mijn
καὶ
(kai)
en
ἀφήσω
(apheso)
zal ik vergeven
αὐτῷ
(auto)
hem
ἕως
(heos)
tot
ἑπτάκις
(heptakis)
zevenmaal
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀφήσω (aphiso), ‘vergeven’: het werkwoord ἀφίημι (aphiemi) betekent ‘laten gaan’ en ‘kwijtschelden’.

Wij vertalen ‘vergeven’ bij zonde (18:21, 18:35) en ‘kwijtschelden’ bij schuld (18:27, 18:32).

Zie ook Luc. 17:3–4.

22Yeshua zei tegen hem: „Ik zeg je niet: tot zevenmaal, maar tot zeventigmaal zeven.
λέγει
(legei)
zegt
αὐτῷ
(auto)
hem
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
Οὐ
(Ou)
niet
λέγω
(lego)
Ik zeg
σοι
(soi)
je
ἕως
(heos)
tot
ἑπτάκις
(heptakis)
zevenmaal
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἕως
(heos)
tot
ἑβδομηκοντάκις
(hebdomekontakis)
zeventigmaal
ἑπτά
(hepta)
zeven
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἑβδομηκοντάκις ἑπτά (hebdomekontakis hepta), ‘zeventigmaal zeven’: het Grieks kan 70 × 7 = 490 betekenen of 70 en 7, dus 77.

Het doet denken aan Gen. 4:24 (‘77 keer’).

In elk geval bedoelt Yeshua: zonder tellen.

Zie ookGen 4:24

De gelijkenis van de onbarmhartige knecht

23Daarom is het koninkrijk van de hemelen gelijk geworden aan een mens, een koning, die met zijn knechten wilde afrekenen.
Διὰ
(Dia)
door
τοῦτο
(touto)
dit
ὡμοιώθη
(homoiothe)
werd gelijk
ἡ
(he)
het
βασιλεία
(basileia)
koninkrijk
τῶν
(ton)
van de
οὐρανῶν
(ouranon)
hemelen
ἀνθρώπῳ
(anthropo)
aan een mens
βασιλεῖ
(basilei)
koning
ὃς
(hos)
die
ἠθέλησεν
(ethelesen)
wilde
συνᾶραι
(synarai)
afrekenen
λόγον
(logon)
rekenschap
μετὰ
(meta)
met
τῶν
(ton)
de
δούλων
(doulon)
knechten
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

δοῦλος (doulos), ‘knecht’: het Grieks woord kan ook ‘slaaf’ betekenen.

Wij vertalen ‘knecht’ (Hebreeuws eved) en σύνδουλος (syndoulos) als ‘medeknecht’. κύριος (kyrios) is hier ‘heer’ met een kleine letter: de eigenaar of meester.

24Toen hij begon af te rekenen, werd er één bij hem gebracht die 10.000 talenten schuldig was.
ἀρξαμένου
(arxamenou)
beginnend
δὲ
(de)
maar
αὐτοῦ
(autou)
hij
συναίρειν
(synairein)
afrekenen
προσηνέχθη
(prosenechthe)
werd gebracht
αὐτῷ
(auto)
aan hem
εἷς
(heis)
één
ὀφειλέτης
(opheiletes)
schuldenaar
μυρίων
(myrion)
van 10.000
ταλάντων
(talanton)
talenten
Bron: SBLGNT
Uitleg

τάλαντον (talanton), ‘talent’: een gewicht van ongeveer 34 kg zilver; 10.000 talenten zijn dus ongeveer 340.000 kg.

Een talent is ongeveer 6000 denarie.

Een denarie was ongeveer het loon van een dag; de schuld is daarom onbetaalbaar groot.

25Omdat hij niet kon terugbetalen, beval de heer dat hij verkocht moest worden, met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij had. Zo moest er worden terugbetaald.
μὴ
(me)
niet
ἔχοντος
(echontos)
hebbend
δὲ
(de)
maar
αὐτοῦ
(autou)
hij
ἀποδοῦναι
(apodounai)
terug te betalen
ἐκέλευσεν
(ekeleusen)
beval
αὐτὸν
(auton)
hem
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
heer
πραθῆναι
(prathenai)
verkocht te worden
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
γυναῖκα
(gynaika)
vrouw
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
τέκνα
(tekna)
kinderen
καὶ
(kai)
en
πάντα
(panta)
alles
ὅσα
(hosa)
wat
ἔχει
(echei)
hij heeft
καὶ
(kai)
en
ἀποδοθῆναι
(apodothenai)
terugbetaald te worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft een lijdende vorm: ‘en terugbetaald worden’.

Wij maken er een eigen zin van en vullen ‘zo’ aan, omdat het Nederlands dat nodig heeft.

26De knecht viel dus neer en boog zich voor hem neer. Hij zei: ‘Heb geduld met mij, en ik zal u alles terugbetalen.’
πεσὼν
(peson)
vallend
οὖν
(oun)
dus
ὁ
(ho)
de
δοῦλος
(doulos)
knecht
προσεκύνει
(prosekynei)
boog zich neer
αὐτῷ
(auto)
voor hem
λέγων
(legon)
zeggend
Μακροθύμησον
(Makrothymeson)
heb geduld
ἐπ’
(ep’)
met
ἐμοί
(emoi)
mij
καὶ
(kai)
en
πάντα
(panta)
alles
ἀποδώσω
(apodoso)
zal ik terugbetalen
σοι
(soi)
aan u
Bron: SBLGNT
27De heer van die knecht kreeg medelijden, liet hem gaan en schold hem de lening kwijt.
σπλαγχνισθεὶς
(splanchnistheis)
medelijden krijgend
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
heer
τοῦ
(tou)
van de
δούλου
(doulou)
knecht
ἐκείνου
(ekeinou)
die
ἀπέλυσεν
(apelysen)
liet gaan
αὐτόν
(auton)
hem
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
δάνειον
(daneion)
lening
ἀφῆκεν
(apheken)
schold kwijt
αὐτῷ
(auto)
hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

σπλαγχνισθείς (splanchnistheis), ‘medelijden krijgend’: het woord komt van σπλάγχνα (splanchna), ‘ingewanden’, de plaats van diepe gevoelens.

Zie ook Matt. 14:14.

δάνειον (daneion), ‘lening’.

Zie ookMat 14:14
28Toen die knecht naar buiten ging, vond hij één van zijn medeknechten, die hem 100 denarie schuldig was. Hij greep hem vast, wurgde hem en zei: ‘Betaal terug wat je schuldig bent.’
ἐξελθὼν
(exelthon)
naar buiten gaand
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
δοῦλος
(doulos)
knecht
ἐκεῖνος
(ekeinos)
die
εὗρεν
(heuren)
vond
ἕνα
(hena)
één
τῶν
(ton)
van de
συνδούλων
(syndoulon)
medeknechten
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ὃς
(hos)
die
ὤφειλεν
(opheilen)
schuldig was
αὐτῷ
(auto)
hem
ἑκατὸν
(hekaton)
100
δηνάρια
(denaria)
denarie
καὶ
(kai)
en
κρατήσας
(kratesas)
grijpend
αὐτὸν
(auton)
hem
ἔπνιγεν
(epnigen)
wurgde
λέγων
(legon)
zeggend
Ἀπόδος
(Apodos)
betaal terug
εἴ
(ei)
als
τι
(ti)
iets
ὀφείλεις
(opheileis)
je schuldig bent
Bron: SBLGNT
Uitleg

δηνάριον (denarion), ‘denarie’: een Romeinse zilveren munt, ongeveer het loon van een dag. 100 denarie is dus ongeveer 100 dagloon, tegenover 10.000 talenten (ongeveer 60 miljoen denarie).

ἔπνιγεν (epnigen), ‘wurgde’: hij greep hem bij de keel.

29Zijn medeknecht viel dus neer en smeekte hem: ‘Heb geduld met mij, en ik zal je terugbetalen.’
πεσὼν
(peson)
vallend
οὖν
(oun)
dus
ὁ
(ho)
de
σύνδουλος
(syndoulos)
medeknecht
αὐτοῦ
(autou)
zijn
παρεκάλει
(parekalei)
smeekte
αὐτὸν
(auton)
hem
λέγων
(legon)
zeggend
Μακροθύμησον
(Makrothymeson)
heb geduld
ἐπ’
(ep’)
met
ἐμοί
(emoi)
mij
καὶ
(kai)
en
ἀποδώσω
(apodoso)
zal ik terugbetalen
σοι
(soi)
aan je
Bron: SBLGNT
30Maar hij wilde niet. Hij ging weg en wierp hem in de gevangenis, totdat hij zou terugbetalen wat verschuldigd was.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
οὐκ
(ouk)
niet
ἤθελεν
(ethelen)
wilde
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἀπελθὼν
(apelthon)
weggaand
ἔβαλεν
(ebalen)
wierp
αὐτὸν
(auton)
hem
εἰς
(eis)
in
φυλακὴν
(phylaken)
gevangenis
ἕως
(heos)
tot
οὗ
(hou)
dat
ἀποδῷ
(apodo)
hij terugbetaalt
τὸ
(to)
het
ὀφειλόμενον
(opheilomenon)
verschuldigde
Bron: SBLGNT
31Toen zijn medeknechten zagen wat er gebeurd was, werden zij zeer bedroefd. Zij gingen naar hun heer en vertelden hem alles wat er gebeurd was.
ἰδόντες
(idontes)
ziend
οὖν
(oun)
dus
οἱ
(hoi)
de
σύνδουλοι
(syndouloi)
medeknechten
αὐτοῦ
(autou)
zijn
τὰ
(ta)
het
γενόμενα
(genomena)
gebeurde
ἐλυπήθησαν
(elypethesan)
werden bedroefd
σφόδρα
(sphodra)
zeer
καὶ
(kai)
en
ἐλθόντες
(elthontes)
gaand
διεσάφησαν
(diesaphesan)
maakten duidelijk
τῷ
(to)
aan de
κυρίῳ
(kyrio)
heer
ἑαυτῶν
(heauton)
hun eigen
πάντα
(panta)
alles
τὰ
(ta)
het
γενόμενα
(genomena)
gebeurde
Bron: SBLGNT
32Toen riep zijn heer hem bij zich en zei tegen hem: ‘Slechte knecht! Heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je mij smeekte.
τότε
(tote)
toen
προσκαλεσάμενος
(proskalesamenos)
roepend bij
αὐτὸν
(auton)
hem
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
heer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
λέγει
(legei)
zegt
αὐτῷ
(auto)
hem
Δοῦλε
(Doule)
knecht
πονηρέ
(ponere)
slechte
πᾶσαν
(pasan)
heel
τὴν
(ten)
de
ὀφειλὴν
(opheilen)
schuld
ἐκείνην
(ekeinen)
die
ἀφῆκά
(apheka)
schold ik kwijt
σοι
(soi)
aan je
ἐπεὶ
(epei)
omdat
παρεκάλεσάς
(parekalesas)
smeekte je
με
(me)
mij
Bron: SBLGNT
33Moest ook jij je niet ontfermen over je medeknecht, zoals ik mij over jou heb ontfermd?’
οὐκ
(ouk)
niet
ἔδει
(edei)
was nodig
καὶ
(kai)
ook
σὲ
(se)
jij
ἐλεῆσαι
(eleesai)
te ontfermen
τὸν
(ton)
de
σύνδουλόν
(syndoulon)
medeknecht
σου
(sou)
je
ὡς
(hos)
zoals
κἀγὼ
(kago)
ook ik
σὲ
(se)
jou
ἠλέησα
(eleesa)
ontfermde
Bron: SBLGNT
34En zijn heer werd boos en leverde hem over aan de folteraars, totdat hij alles zou terugbetalen wat verschuldigd was.
καὶ
(kai)
en
ὀργισθεὶς
(orgistheis)
boos geworden
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
heer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
παρέδωκεν
(paredoken)
leverde over
αὐτὸν
(auton)
hem
τοῖς
(tois)
aan de
βασανισταῖς
(basanistais)
folteraars
ἕως
(heos)
tot
οὗ
(hou)
dat
ἀποδῷ
(apodo)
hij terugbetaalt
πᾶν
(pan)
alles
τὸ
(to)
het
ὀφειλόμενον
(opheilomenon)
verschuldigde
Bron: SBLGNT
Uitleg

βασανισταῖς (basanistais), ‘folteraars’: bewakers die gevangenen pijnigden om te laten betalen.

35Zo zal ook Mijn hemelse Vader met jullie doen, als ieder van jullie zijn broer niet vergeeft vanuit jullie harten.”
Οὕτως
(Houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
ὁ
(ho)
de
πατήρ
(pater)
Vader
μου
(mou)
Mijn
ὁ
(ho)
de
οὐράνιος
(ouranios)
hemelse
ποιήσει
(poiesei)
zal doen
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ἐὰν
(ean)
als
μὴ
(me)
niet
ἀφῆτε
(aphete)
jullie vergeven
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
τῷ
(to)
aan de
ἀδελφῷ
(adelpho)
broer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἀπὸ
(apo)
van
τῶν
(ton)
de
καρδιῶν
(kardion)
harten
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook Matt. 6:14–15.