1 Timotheüs 3
Opzieners en dienaars, het huis van Elohim en het geheimenis van de vroomheid
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De opziener
πιστὸς ὁ λόγος (pistos ho logos), ‘betrouwbaar is het woord’: een vaste formule in deze brieven; zie 1:15. ἐπισκοπή (episkope), ‘opzienerschap’: het toezicht, het ambt van de ἐπίσκοπος (episkopos), ‘opziener’; het woord ἐπίσκοπος betekent letterlijk ‘wie toeziet’. ὀρέγομαι (oregomai), ‘nastreven, zich uitstrekken naar’; ἐπιθυμέω (epithymeo), ‘begeren’: het woord is op zich niet negatief.
Zie ook 1 Tim. 1:15; Fil. 1:1; Hand. 20:17; 20:28; Tit. 1:7.
ἀνεπίλημπτος (anepilemptos), ‘onberispelijk’: iemand op wie niemand een aanmerking kan maken. μιᾶς γυναικὸς ἄνδρα (mias gynaikos andra): letterlijk ‘man van één vrouw’.
Het Grieks zegt niet of dit bedoelt: niet getrouwd geweest met een tweede vrouw (na scheiding of overlijden), of trouw aan zijn ene vrouw, of niet meerdere vrouwen tegelijk; wij vertalen letterlijk en kiezen niet.
Dezelfde bewoording staat in vers 12 (‘mannen van één vrouw’) en in 5:9 (‘vrouw van één man’). νηφάλιος (nefalios), ‘nuchter’: helder van geest. σώφρων (sofron), ‘bezonnen’. κόσμιος (kosmios), ‘ordelijk’: zoals in 2:9. φιλόξενος (filoxenos), ‘gastvrij’. διδακτικός (didaktikos), ‘in staat om te onderwijzen’.
Zie ook 1 Tim. 5:9; Tit. 1:6–9.
πάροινος (paroinos), ‘dronkaard’: letterlijk ‘bij de wijn’ (παρά + οἶνος), iemand die aan de wijn zit. πλήκτης (plektes), ‘gewelddadige’: letterlijk ‘wie slaat’. ἐπιεικής (epieikes), ‘mild’: ook ‘redelijk, inschikkelijk’. ἄμαχος (amachos), ‘niet twistziek’: iemand die niet vecht. ἀφιλάργυρος (afilargyros), ‘niet geldzuchtig’: letterlijk ‘niet zilverminnend’.
Bij ‘gewelddadige’ (πλήκτην) markeert de SBLGNT een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
προΐστημι (proistemi), ‘leiden’: letterlijk ‘vooraan staan’; het woord wordt ook gebruikt voor ‘zorg dragen voor’. οἶκος (oikos), ‘huis’: het huishouden, met alle bewoners; in vers 15 is de gemeente het ‘huis van Elohim’. ὑποταγή (hypotage), ‘onderschikking’: zoals in 2:11.
Zie ook 1 Tim. 2:11.
Dit vers is een tussenzin. ἐπιμελέομαι (epimeleomai), ‘zorgen voor’: ook ‘zorg dragen’; het woord staat in Luc. 10:34–35 voor de zorg voor de gewonde man.
De redenering loopt van het eigen huis naar de gemeente van Elohim.
Zie ook Luc. 10:34–35.
νεόφυτος (neofytos), ‘nieuweling’: letterlijk ‘pas geplant’. τυφόομαι (typhoomai), ‘opgeblazen raken’: het beeld is dat van opgeblazen of benevelde trots. κρίμα τοῦ διαβόλου (krima tou diabolou), ‘het oordeel van de duivel’: de genitief kan ‘het oordeel dat de duivel velt’ of ‘het oordeel dat de duivel zelf trof’ zijn; wij laten het woord staan. διάβολος (diabolos), ‘duivel’: letterlijk ‘lasteraar, beschuldiger’.
Zie ook 1 Tim. 6:4; 2 Tim. 2:26.
οἱ ἔξωθεν (hoi exothen), ‘zij die buiten staan’: wie niet tot de gemeente behoort; vergelijk ‘wie buiten staan’ (οἱ ἔξω) in 1 Kor. 5:12–13 en Kol. 4:5. ὀνειδισμός (oneidismos), ‘smaad’. παγίς (pagis), ‘strik’: een val, een vangnet.
De ‘strik van de duivel’ komt ook voor in 2 Tim. 2:26.
Zie ook Kol. 4:5; 1 Kor. 5:12–13; 2 Tim. 2:26.
Bij ‘maar’ of ‘en’ (δέ) markeert de SBLGNT een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
De dienaars
διάκονος (diakonos), ‘dienaar’: iemand die dient; hetzelfde woord staat in Fil. 1:1 naast ‘opzieners’.
Wij houden ‘dienaar’ aan. δίλογος (dilogos), ‘dubbeltongig’: letterlijk ‘tweewoordig’, iemand die iets anders zegt dan hij meent. αἰσχροκερδής (aischrokerdes), ‘gericht op oneerlijk gewin’: letterlijk ‘schandelijk winstzoekend’.
Zie ook Fil. 1:1; Tit. 1:7.
μυστήριον (mysterion), ‘geheimenis’: iets wat verborgen was en nu bekend gemaakt is.
‘Het geheimenis van het geloof’: de inhoud van het geloof zoals die bewaard wordt. συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’; καθαρός (katharos), ‘zuiver’.
Zie ook 1 Tim. 1:5; 3:16.
γυναῖκας (gynaikas), ‘vrouwen’: ook ‘echtgenotes’.
Het Griekse woord kan de vrouwen van de dienaars bedoelen of vrouwelijke dienaars; er staat geen bezit (‘hun’).
Febe wordt in Rom. 16:1 ‘dienaar’ (διάκονος) genoemd, met hetzelfde woord als hier voor de dienaars.
De tekst zegt het niet, wij vertalen ‘vrouwen’. διάβολος (diabolos) als bijvoeglijk naamwoord: ‘kwaadsprekend’, letterlijk ‘lasterend, beschuldigend’; dezelfde stam als ‘duivel’ in vers 6.
Zie ook Rom. 16:1; 1 Tim. 3:6; 2 Tim. 3:3; Tit. 2:3.
βαθμός (bathmos), ‘rang’: letterlijk ‘trede’, een tree op een trap.
De tekst zegt niet welke rang bedoeld is: in de gemeente of bij Elohim. παρρησία (parresia), ‘vrijmoedigheid’: vrij spreken zonder angst.
‘In het geloof dat in Yeshua de Messias is’: het geloof dat gegrond is in verbondenheid met Hem.
Het huis van Elohim
Paulus hoopt Timoteüs spoedig te bezoeken; zie 1:3 en 4:13.
Het Grieks heeft ‘in snelheid’.
Bij ‘spoedig’ (ἐν τάχει) markeert de SBLGNT een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
βραδύνω (bradyno), ‘vertragen’: later komen dan gehoopt. οἶκος θεοῦ (oikos theou), ‘huis van Elohim’: de gemeente; het woord ‘huis’ kan ook de tempel of een gezin zijn. ἐκκλησία θεοῦ ζῶντος (ekklesia theou zontos), ‘gemeente van de levende Elohim’; στῦλος (stylos), ‘pijler’; ἑδραίωμα (hedraioma), ‘fundament, steun’: wat iets overeind houdt.
Het Grieks zegt niet of de gemeente de waarheid draagt of dat de waarheid de gemeente draagt; wij vertalen letterlijk.
Zie voor ‘levende Elohim’ ook 4:10.
Zie ook 1 Tim. 4:10; 1 Petr. 2:5; Ef. 2:19–22.
ὁμολογουμένως (homologoumenos), ‘erkend’: waarover men het eens is. μυστήριον τῆς εὐσεβείας (mysterion tes eusebeias), ‘het geheimenis van de vroomheid’.
Wat volgt is zes korte zinnen in dezelfde vorm (het klinkt als een lied of belijdenis); wij zetten de zes regels achter elkaar.
‘Die’ (Ὃς) is mannelijk en heeft in de zin geen woord waarop het teruggrijpt (‘geheimenis’ is onzijdig); de zes regels gaan over de Messias, maar de tekst noemt Zijn naam hier niet. φανερόω (faneroo), ‘openbaar maken’; ἐδικαιώθη (edikaiothe), ‘rechtvaardig verklaard’: van δικαιόω, ‘rechtvaardig verklaren’; ook ‘in het gelijk gesteld’.
‘In de Geest’: ook ‘in geest’ of ‘door de Geest’. ὤφθη (ofthe), ‘gezien’: ook ‘verscheen’. ἀνελήμφθη (anelemfthe), ‘opgenomen’: zoals in Hand. 1:2, 1:11, 1:22.
Zie ook Hand. 1:2; Hand. 1:11; Hand. 1:22; Rom. 1:3–4; Kol. 1:26.
Bij ‘Die’ (Ὃς) markeert de SBLGNT een variant.
Wij volgen de SBLGNT en vertalen ‘Die’.