Elohim Bijbel

1 Korintiërs 5

12345678910111213141516

Ontucht in de gemeente en het zuurdesem

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Ontucht in de gemeente

1In het algemeen wordt onder jullie van ontucht gehoord. Het is zulke ontucht als zelfs onder de volken niet voorkomt: dat iemand de vrouw van zijn vader heeft.
Ὅλως
(Holos)
in het algemeen
ἀκούεται
(akouetai)
wordt gehoord
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
πορνεία
(porneia)
ontucht
καὶ
(kai)
en
τοιαύτη
(toiaute)
zulke
πορνεία
(porneia)
ontucht
ἥτις
(hetis)
die
οὐδὲ
(oude)
zelfs niet
ἐν
(en)
onder
τοῖς
(tois)
de
ἔθνεσιν
(ethnesin)
volken
ὥστε
(hoste)
zodat
γυναῖκά
(gynaika)
vrouw
τινα
(tina)
iemand
τοῦ
(tou)
van de
πατρὸς
(patros)
vader
ἔχειν
(echein)
heeft
Bron: SBLGNT
Uitleg

πορνεία (porneia), ‘ontucht’: seksuele immoraliteit in het algemeen; hier gaat het om een verbinding met de vrouw van de vader. ὅλως (holos), ‘in het algemeen’: het kan ook ‘werkelijk’ of ‘zonder meer’ betekenen.

Het Grieks zegt ‘de vrouw van de vader’. ἔχειν (echein), ‘hebben’: hier met een vrouw samenleven als haar man.

De tora verbiedt dit: Lev. 18:8; Deut. 23:1 (Nederlandse telling 22:30); Deut. 27:20.

Zie ook Lev. 18:8; Deut. 23:1; Deut. 27:20.

2En jullie zijn opgeblazen en hebben niet liever gerouwd, opdat degene die dit werk gedaan heeft uit jullie midden weggenomen wordt.
καὶ
(kai)
en
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
πεφυσιωμένοι
(pephysiomenoi)
opgeblazen
ἐστέ
(este)
zijn
καὶ
(kai)
en
οὐχὶ
(ouchi)
niet
μᾶλλον
(mallon)
liever
ἐπενθήσατε
(epenthesate)
hebben gerouwd
ἵνα
(hina)
opdat
ἀρθῇ
(arthe)
weggenomen wordt
ἐκ
(ek)
uit
μέσου
(mesou)
het midden
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
ὁ
(ho)
degene die
τὸ
(to)
dit
ἔργον
(ergon)
werk
τοῦτο
(touto)
dit
ποιήσας
(poiesas)
gedaan heeft
Bron: SBLGNT
Uitleg

φυσιόω (physioo), ‘opblazen’: hoogmoedig zijn. πενθέω (pentheo), ‘rouwen’: wie rouwt, laat zien dat er iets ergs is gebeurd.

Het Grieks heeft ‘hebben niet liever gerouwd’: een verwijt dat zij dat niet hebben gedaan.

3Want ik, afwezig met het lichaam maar aanwezig met de geest, heb al geoordeeld, alsof ik aanwezig was, over degene die dit zo heeft bewerkt.
Ἐγὼ
(Ego)
ik
μὲν
(men)
wel
γάρ
(gar)
want
ἀπὼν
(apon)
afwezig
τῷ
(to)
met het
σώματι
(somati)
lichaam
παρὼν
(paron)
aanwezig
δὲ
(de)
maar
τῷ
(to)
met de
πνεύματι
(pneumati)
geest
ἤδη
(ede)
al
κέκρικα
(kekrika)
heb geoordeeld
ὡς
(hos)
alsof
παρὼν
(paron)
aanwezig
τὸν
(ton)
over degene die
οὕτως
(houtos)
zo
τοῦτο
(touto)
dit
κατεργασάμενον
(katergasamenon)
bewerkt heeft
Bron: SBLGNT
Uitleg

Paulus is niet bij hen, maar zegt dat hij door de Geest ‘aanwezig’ is. πνεῦμα (pneuma), ‘geest’: hier zijn eigen geest, vergelijk vers 4.

De zin loopt door tot en met vers 5; wij splitsen hem in drie delen.

4In de naam van onze Heer Yeshua, wanneer jullie en mijn geest verzameld zijn, met de kracht van onze Heer Yeshua,
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματι
(onomati)
naam
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
συναχθέντων
(synachthenton)
verzameld zijn
ὑμῶν
(hymon)
jullie
καὶ
(kai)
en
τοῦ
(tou)
van de
ἐμοῦ
(emou)
mijn
πνεύματος
(pneumatos)
geest
σὺν
(syn)
met
τῇ
(te)
de
δυνάμει
(dynamei)
kracht
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Mijn geest’ (τοῦ ἐμοῦ πνεύματος, tou emou pneumatos): Paulus is in de geest bij hen als zij verzameld zijn.

‘Met de kracht van onze Heer Yeshua’: de gemeente handelt met het gezag van de Heer.

Lezing

De SBLGNT markeert hier ‘Ἰησοῦ’ (Iesou), ‘Yeshua’: in sommige handschriften staat een andere lezing.

Wij volgen de SBLGNT.

5zo iemand over te geven aan Satan tot verderf van het vlees, opdat de geest gered wordt op de dag van de Heer.
παραδοῦναι
(paradounai)
over te geven
τὸν
(ton)
de
τοιοῦτον
(toiouton)
zo iemand
τῷ
(to)
aan
Σατανᾷ
(Satana)
Satan
εἰς
(eis)
tot
ὄλεθρον
(olethron)
verderf
τῆς
(tes)
van het
σαρκός
(sarkos)
vlees
ἵνα
(hina)
opdat
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
geest
σωθῇ
(sothe)
gered wordt
ἐν
(en)
op
τῇ
(te)
de
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft hier een onbepaalde wijs: παραδοῦναι (paradounai), ‘overgeven’; dat is de inhoud van het oordeel uit vers 3. παραδίδωμι (paradidomi) betekent ‘overgeven, uitleveren’. Σατανᾶς (Satanas), ‘Satan’: de tegenstander.

Wat ‘aan Satan overgeven’ precies inhoudt, zegt het Grieks niet; het sluit aan bij ‘uit jullie midden weggenomen’ in vers 2. ὄλεθρος (olethros), ‘verderf’: ondergang. σάρξ (sarx), ‘vlees’, en τὸ πνεῦμα (to pneuma), ‘de geest’: wij houden ‘geest’ met kleine letter, maar het Grieks zegt niet zeker of het de geest van de man of de Geest is.

ἡ ἡμέρα τοῦ κυρίου (he hemera tou kyriou), ‘de dag van de Heer’: dit neemt de ‘dag van Yahweh’ uit de profeten over (Joël 2:1; Amos 5:18; Jes. 13:6) en past hem toe op Yeshua.

Zie ook Joël 2:1; Amos 5:18; Jes. 13:6.

Lezing

De SBLGNT markeert hier ‘κυρίου’ (kyriou), ‘van de Heer’: in sommige handschriften staat een andere lezing.

Wij volgen de SBLGNT.

Een beetje zuurdesem

6Jullie roem is niet goed. Weten jullie niet dat een beetje zuurdesem het hele deeg zuur maakt?
Οὐ
(Ou)
niet
καλὸν
(kalon)
goed
τὸ
(to)
de
καύχημα
(kauchema)
roem
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
οὐκ
(ouk)
niet
οἴδατε
(oidate)
weten jullie
ὅτι
(hoti)
dat
μικρὰ
(mikra)
een beetje
ζύμη
(zyme)
zuurdesem
ὅλον
(holon)
het hele
τὸ
(to)
het
φύραμα
(phyrama)
deeg
ζυμοῖ
(zymoi)
zuur maakt
Bron: SBLGNT
Uitleg

καύχημα (kauchema), ‘roem’: waarop men roemt. ζύμη (zyme), ‘zuurdesem’: een stukje gezuurd deeg dat het hele deeg laat rijzen; hier een beeld voor de invloed van het kwaad. φύραμα (phyrama), ‘deeg’.

Zie ook Gal. 5:9; Matt. 16:6.

7Zuiver de oude zuurdesem uit, opdat jullie nieuw deeg zijn, zoals jullie ongezuurd zijn. Want ook ons Pesach is geslacht: de Messias.
ἐκκαθάρατε
(ekkatharate)
zuiver uit
τὴν
(ten)
de
παλαιὰν
(palaian)
oude
ζύμην
(zymen)
zuurdesem
ἵνα
(hina)
opdat
ἦτε
(ete)
jullie zijn
νέον
(neon)
nieuw
φύραμα
(phyrama)
deeg
καθώς
(kathos)
zoals
ἐστε
(este)
jullie zijn
ἄζυμοι
(azymoi)
ongezuurd
καὶ
(kai)
en
γὰρ
(gar)
want
τὸ
(to)
het
πάσχα
(pascha)
Pesach
ἡμῶν
(hemon)
van ons
ἐτύθη
(etythe)
is geslacht
Χριστός
(Christos)
de Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Ons Pesach is geslacht: de Messias’: τὸ πάσχα ἡμῶν ἐτύθη Χριστός (to pascha hemon etythe Christos). θύω (thyo), ‘slachten, offeren’.

Aan het Pesach hoort het uitdoen van alle zuurdesem uit het huis en het eten van ongezuurd brood (Exod. 12:15, 12:21; 13:7).

Paulus gebruikt dat als beeld: de gemeente is ongezuurd, dus rein.

Zie ook Exod. 12:15; Exod. 12:21.

8Laten wij dus feestvieren, niet met oude zuurdesem en niet met zuurdesem van kwaad en slechtheid, maar met ongezuurd brood van oprechtheid en waarheid.
ὥστε
(hoste)
zodat
ἑορτάζωμεν
(heortazomen)
laten wij feestvieren
μὴ
(me)
niet
ἐν
(en)
met
ζύμῃ
(zyme)
zuurdesem
παλαιᾷ
(palaia)
oude
μηδὲ
(mede)
en niet
ἐν
(en)
met
ζύμῃ
(zyme)
zuurdesem
κακίας
(kakias)
van kwaad
καὶ
(kai)
en
πονηρίας
(ponerias)
van slechtheid
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐν
(en)
met
ἀζύμοις
(azymois)
ongezuurd brood
εἰλικρινείας
(eilikrineias)
van oprechtheid
καὶ
(kai)
en
ἀληθείας
(aletheias)
van waarheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἑορτάζω (heortazo), ‘feestvieren’: een feest houden; het beeld volgt uit het Pesach van vers 7. ἄζυμα (azyma), ‘ongezuurd brood’. εἰλικρίνεια (eilikrineia), ‘oprechtheid’: zuiverheid van bedoeling. κακία (kakia), ‘kwaad’; πονηρία (poneria), ‘slechtheid’.

Zie ook1 Kor 5:7

Omgang binnen en buiten de gemeente

9Ik schreef jullie in de brief geen omgang te hebben met ontuchtigen.
Ἔγραψα
(Egrapsa)
ik schreef
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐπιστολῇ
(epistole)
brief
μὴ
(me)
niet
συναναμίγνυσθαι
(synanamignysthai)
omgang te hebben
πόρνοις
(pornois)
met ontuchtigen
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘In de brief’ (ἐν τῇ ἐπιστολῇ, en te epistole): Paulus verwijst naar een eerdere brief aan de gemeente; wij hebben die niet. συναναμίγνυμι (synanamignymi), ‘omgang hebben’: letterlijk ‘zich mengen met’. πόρνος (pornos), ‘ontuchtige’.

10Niet zonder meer met de ontuchtigen van deze wereld, of met de hebzuchtigen en rovers, of met afgodendienaars. Anders zouden jullie immers de wereld uit moeten gaan.
οὐ
(ou)
niet
πάντως
(pantos)
zonder meer
τοῖς
(tois)
met de
πόρνοις
(pornois)
ontuchtigen
τοῦ
(tou)
van de
κόσμου
(kosmou)
wereld
τούτου
(toutou)
deze
ἢ
(e)
of
τοῖς
(tois)
met de
πλεονέκταις
(pleonektais)
hebzuchtigen
καὶ
(kai)
en
ἅρπαξιν
(harpaxin)
rovers
ἢ
(e)
of
εἰδωλολάτραις
(eidololatrais)
afgodendienaars
ἐπεὶ
(epei)
anders
ὠφείλετε
(opheilete)
zouden jullie moeten
ἄρα
(ara)
immers
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
κόσμου
(kosmou)
wereld
ἐξελθεῖν
(exelthein)
gaan
Bron: SBLGNT
Uitleg

οὐ πάντως (ou pantos), ‘niet zonder meer’: Paulus bedoelt niet alle ontuchtigen in de wereld. πλεονέκτης (pleonektes), ‘hebzuchtige’: iemand die altijd méér wil. ἅρπαξ (harpax), ‘rover’. εἰδωλολάτρης (eidololatres), ‘afgodendienaar’.

11Maar nu heb ik jullie geschreven geen omgang te hebben met iemand die een broer wordt genoemd, als hij ontuchtig is, of hebzuchtig, of afgodendienaar, of lasteraar, of dronkaard, of rover. Met zo iemand zelfs niet samen te eten.
νῦν
(nyn)
nu
δὲ
(de)
maar
ἔγραψα
(egrapsa)
ik schreef
ὑμῖν
(hymin)
jullie
μὴ
(me)
niet
συναναμίγνυσθαι
(synanamignysthai)
omgang te hebben
ἐάν
(ean)
als
τις
(tis)
iemand
ἀδελφὸς
(adelphos)
broer
ὀνομαζόμενος
(onomazomenos)
genoemd
ᾖ
(e)
is
πόρνος
(pornos)
ontuchtig
ἢ
(e)
of
πλεονέκτης
(pleonektes)
hebzuchtig
ἢ
(e)
of
εἰδωλολάτρης
(eidololatres)
afgodendienaar
ἢ
(e)
of
λοίδορος
(loidoros)
lasteraar
ἢ
(e)
of
μέθυσος
(methysos)
dronkaard
ἢ
(e)
of
ἅρπαξ
(harpax)
rover
τῷ
(to)
met
τοιούτῳ
(toiouto)
zo iemand
μηδὲ
(mede)
zelfs niet
συνεσθίειν
(synesthiein)
samen te eten
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀδελφὸς ὀνομαζόμενος (adelphos onomazomenos), ‘een broer genoemd’: iemand die door zichzelf of door anderen een broer wordt genoemd, een lid van de gemeente. λοίδορος (loidoros), ‘lasteraar’; μέθυσος (methysos), ‘dronkaard’.

Samen eten: het delen van de tafel. Ἀδελφοί, ‘broers’, omvat in het Grieks ook de zusters in de gemeente.

12Want wat heb ik te maken met het oordelen over hen die buiten zijn? Oordelen jullie niet over hen die binnen zijn?
τί
(ti)
wat
γάρ
(gar)
want
μοι
(moi)
mij
τοὺς
(tous)
hen die
ἔξω
(exo)
buiten
κρίνειν
(krinein)
te oordelen
οὐχὶ
(ouchi)
niet
τοὺς
(tous)
hen die
ἔσω
(eso)
binnen
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
κρίνετε
(krinete)
oordelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Binnen’ (οἱ ἔσω, hoi eso) en ‘buiten’ (οἱ ἔξω, hoi exo): de leden van de gemeente en de mensen daarbuiten.

13Over hen die buiten zijn oordeelt Elohim. „Doe de slechte uit jullie midden weg.”
τοὺς
(tous)
hen die
δὲ
(de)
maar
ἔξω
(exo)
buiten
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
κρίνει
(krinei)
oordeelt
ἐξάρατε
(exarate)
doe weg
τὸν
(ton)
de
πονηρὸν
(poneron)
slechte
ἐξ
(ex)
uit
ὑμῶν
(hymon)
jullie
αὐτῶν
(auton)
zelf
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het citaat is Deut. 17:7: ‘Zo moet je het kwaad uit je midden wegdoen.’ ἐξαίρω (exairo), ‘wegdoen’.

Dezelfde formule staat in Deut. 13:6; 19:19; 21:21; 22:21; 24:7.

Het Hebreeuws heeft ‘het kwaad’ en spreekt een enkele persoon aan (‘je’); de Griekse tekst heeft τὸν πονηρόν (ton poneron), een mannelijke vorm: ‘de slechte’ (een persoon, of ‘de boze’), en spreekt de gemeente aan (‘jullie’).

Zie ook Deut. 17:7; Deut. 13:6.